RIS324225 Toezeggingen voor aanvullende informatie bij de jaarrapportage jeugd 2024 en de regiovisiemonitor 2024
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
OCW/10992770 RIS324225 Contactpersoon
Zefanja van der Kolk Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
16 december 2025
zefanja.vanderkolk@denhaag.nl
Onderwerp
Toezeggingen voor aanvullende informatie bij de jaarrapportage jeugd 2024 en de regiovisiemonitor 2024
Geachte voorzitter, Op 17 juli 2025 heb ik u de jaarrapportage jeugd 2024 en de regiovisiemonitor 2024 gestuurd (RIS322734). Op 28 oktober 2025 heb ik u de beantwoording technische vragen Jaarrapportage jeugd 2024 en regiovisie monitor 2024 toegestuurd (RIS323614). In beide stukken is toegezegd de informatie aan te vullen. In de eerste plaats ga ik in op de verwijzers naar regionaal ingekochte jeugdhulp. En vervolgens specifiek de verwijzingen van rondomJou en Kracht naar de regionaal ingekochte jeugdhulp. Ook geef ik een toelichting op het aantal pleeggezinnen in Den Haag (toezegging 1158). En als laatste ga ik in op een vraag vanuit de commissie over ouders die geen hulp accepteren bij opvoeden of opgroeien (toezegging 834). Verwijzers naar regionaal (en landelijk) ingekochte jeugdhulp Bij de regiovisiemonitor 2024 (RIS322734) heb ik toegezegd om de informatie aan te vullen met de verwijzers naar regionaal (en landelijk) ingekochte jeugdhulp. Per unieke jeugdige die in 2024 gebruik maakten van regionale jeugdhulp is de verwijzer vastgesteld. Het gaat om unieke jeugdigen die in 2024 regionale/landelijke jeugdhulp hebben ontvangen. Deze hulp kan al eerder gestart zijn (vóór 2024). Ook kunnen zij meerdere trajecten hebben en daarmee ook meerdere verwijzers hebben. Daarom tellen de percentages op tot meer dan 100%. Van elk traject is de oorspronkelijke verwijzer bepaald.
Tabel: Herkomst verwijzer regionaal (en landelijk) ingekochte jeugdhulp In percentages van het aantal unieke jeugdigen dat gebruik maakte van regionaal (en landelijk) ingekochte jeugdhulp in 2024 en aandeel in percentage van de totale kosten per verwijzer voor regionaal (en landelijk) ingekochte jeugdhulp Percentage unieke
Percentage van totale kosten per
jeugdigen
verwijzer
Gecertificeerde Instellingen
16%
29%
Gemeente (rondomJou, Kracht, Stedelijke Dienstverlening,
61%
34%
20%
14%
scholen voor inzet dyslexie onderzoek en behandeling, inzet van maatwerk, inzet jeugdhulp bij crisissen door CIT en VT) Huisarts
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10992770 Jeugdarts
7%
6%
Medisch specialist
6%
4%
Rechter, officier van justitie, functionaris Justitiële
21%
10%
1%
2%
Jeugdinrichting Overig
We kunnen dit niet goed vergelijken met de cijfers van vorig jaar (zie jaarrapportage jeugd 2023, pg 20), omdat de scope van het regionaal ingekocht aanbod anders is dan eerdere jaren. Kijkend naar de eerdere jaren dan is het opvallend dat het aandeel gemeente hoger is en het aandeel van de huisartsen minder, zowel in verwijzingen als in het daaraan verbonden budget. Dit was ook de verwachting gezien het Haags Toekomstperspectief. Huisartsen verwijzen immers veelal naar ambulante GGZ binnen de opdracht aan rondomJou en Kracht. Als er wel regionaal ingekochte jeugdhulp nodig is, dan doen rondomJou en Kracht de doorgeleiding. Verwijzingen van rondomJou en Kracht naar regionaal ingekocht aanbod Zoals in bovenstaande gegevens bestaat de categorie ‘gemeente’ onder andere uit de gemeentelijk toegang, belegd bij zowel rondomJou, Kracht en de stedelijke teams. Bij de jaarrapportage jeugd 2024 is de volgende technische vraag gesteld door de Christen Unie: Hoeveel jeugdigen zijn er door de consortia doorverwezen naar de zorgtypen buiten de aanbesteding? Hoe verhoudt zich dat tot voorgaande jaren? Er is geen analyse mogelijk op een dieper niveau dan de categorie ‘gemeente’ voor de verwijzers in 2024. Deze kan wel gemaakt worden voor 2025.
In de periode januari tot en met september 2025 zijn 509 unieke jeugdigen verwezen naar regionaal (en landelijk) ingekochte jeugdhulp door rondomJou en Kracht. Hierin zitten ook verwijzingen van andere wettelijke verwijzers die via de toegang van het samenwerkingsverband naar regionaal ingekochte jeugdhulp zijn toegeleid. Dit aantal verwijzingen lijkt passend te zijn bij het aantal verwijzingen vanuit de jeugdteams in eerdere jaren. In de startfoto van 2022 en 2023 wordt weergegeven hoeveel jeugdigen die uitstromen vanuit basiszorg ook specialistisch hulp tijdens de basiszorg ontvangen of binnen 3 maanden na het uitstromen uit basiszorg specialistische jeugdhulp ontvingen. Dat benadert hoeveel jeugdigen voorheen door de jeugdteams werden verwezen naar regionaal ingekocht aanbod dat sinds 2024 buiten de opdracht aan de samenwerkingsverbanden is georganiseerd. In de startfoto 2022 (RIS317821, pg. 5) is genoemd dat 712 jeugdigen in 2022 uitstroomden uit basiszorg en tijdens of binnen 3 maanden na uitstroom uit basiszorg specialistische jeugdhulp buiten scope ontvingen. In 2023 waren dit 631 jongeren (startfoto 2023, RIS320064, pg. 5). Daarmee lijkt dit aantal van 509 jeugdigen voor de periode van januari tot en met september 2025, te passen bij het verwijsgedrag van de jeugdteams van voorgaande jaren.
Pleegzorg in de regio in verhouding tot andere (grote) gemeentes De gevraagde inzet van pleeggezinnen verandert. Door het streven naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen wordt er langer gepoogd met ambulante vormen van jeugdhulp een uithuisplaatsing te voorkomen. Wanneer een kind uiteindelijk in een pleeggezin wordt geplaatst, is op dat moment de problematiek vaak complex er; dit vraagt om meer maatwerk. De vaak intensieve problematiek en de benodigde inzet, energie en logistieke uitdagingen doen een groot beroep op de draagkracht van pleegouders.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10992770
De rol van pleegzorg verschuift steeds vaker naar een aanvulling op de thuissituatie. Dit betekent ook dat pleegouders intensiever samenwerken met biologische ouders en steeds vaker samen vormgeven aan een gedeelde opvoeding. Deze samenwerking vraagt veel van pleegouders. Denk hierbij aan flexibiliteit, communicatieve vaardigheden en draagkracht. Uitsplitsing pleeggezinnen in crisis-deeltijd-voltijd: De volgende technische vraag is gesteld bij de jaarrapportage: ‘Graag ook het aantal pleegouders in Den Haag 2020-2024, uitgesplitst naar fulltime en deeltijd, en de doorlooptijd van aanmelding tot plaatsing’ (RIS323614). De vraag om een uitsplitsing van deeltijd/voltijd en doorlooptijden volledig te beantwoorden is vrijwel onmogelijk; pleegzorgplaatsingen zijn maatwerk. Zo kan een voltijd pleeggezin van het ene kind een weekendplaatsing zijn van het andere kind. Ook kan een kind in een pleeggezin wonen maar tegelijk één keer in de maand een weekendplaatsing hebben in een ander pleeggezin. Er zijn bestandsgezinnen die zich hebben aangemeld voor een voltijdplaatsing, maar ook worden benaderd voor weekendplaatsingen. Een standaard doorlooptijd berekenen op basis van de beschikbare gegevens is niet representatief. Onderstaand het aantal pleeggezinnen dat in de genoemde jaren in Den Haag actief was en (minimaal) één plaatsing had.
Dit is gemeten over een heel jaar (gedurende het jaar). Tabel: Aantal unieke pleeggezinnen in Den Haag Jaar
Pleegzorg crisis
Pleegzorg deeltijd
Pleegzorg voltijd
2020
9
95
292
2021
4
98
290
2022
7
89
276
2023
8
81
271
2024
10
77
266
Bij het debat over de programmabegroting in de commissie Samenleving (dd. 6-11-2025) heeft raadslid Verdonk gewezen op Cbs cijfers over 2019-2024 waaruit blijkt dat het aandeel jongeren met pleegzorg ten opzichte van totaal jeugdhulp met verblijf in Den Haag lager is dan in Utrecht, Rotterdam en Amsterdam. Het verschil tussen Utrecht/Rotterdam en Den Haag komt waarschijnlijk voort uit een combinatie van demografie, beschikbaarheid van pleeggezinnen, verwijscultuur en beleid/inkoop; er is geen eenduidig bewezen causale verklaring te vinden. Ook kan er een verschil zijn in interpretatie van de cijfers. Hoog pleegzorggebruik kan positief (gezinsgericht) of negatief (veel uithuisplaatsingen) zijn, op basis van lokaal beleid. Laag pleegzorggebruik kan betekenen: betere preventie, maar ook een tekort aan pleeggezinnen of meer gebruik van residentiële alternatieven. Een aantal hypotheses: Demografie & SES - Lagere sociaaleconomische status correleert met meer jeugdzorggebruik. - Grote steden hebben hoge jeugdzorgdruk, maar verschillen sterk per gemeente. Steden als Utrecht en regio Rijnmond hebben van oudsher een sterke relatie met pleegzorg in omliggende kerkelijke gemeenschappen, in Den Haag komt dit minder prominent naar voren.
Beschikbaarheid en matchbaarheid van pleeggezinnen - In grote steden (zoals Den Haag) is het moeilijker om voldoende passende pleeggezinnen te vinden, zeker voor kinderen met een migratieachtergrond. Hoe netwerkopvang wordt geregistreerd (formeel vs. informeel) kan grote verschillen in CBScijfers veroorzaken. Het kan in Den Haag zo zijn dat er meer gebruik wordt gemaakt van netwerkplaatsingen ipv bestandsplaatsingen. Het is uit de gegevens niet duidelijk hoe deze plaatsingen zijn geregistreerd.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10992770
Als het ouders niet lukt om hulp te accepteren Daarnaast heb ik u toegezegd inzicht te geven in gezinshulp in relatie met zorgweigerende ouders. Bij sommige gezinnen lijkt het op het 'niet willen' accepteren van hulp, terwijl het eigenlijk 'niet kunnen' is. Bijvoorbeeld door factoren zoals psychische problemen, verslaving of financiële stress. Als betrokkenen bij gezinnen zich zorgen maken over de veiligheid van kinderen, zoals de politie, dan kunnen rondomJou en Kracht -in het vrijwillig kader- present zijn, naast de inwoner staan, goed begrijpen wat er aan de hand is (vraagverheldering), en werken aan instemming met hulp om te kunnen steunen bij het opvoeden en opgroeien en het versterken van sociale verbanden. Als ouders niet kunnen instemmen met hulp en er zijn ernstige zorgen over de veiligheid van jeugdigen, dan kan er een melding gedaan worden bij Veilig Thuis. Zowel Veilig Thuis, Kracht als rondomJou kunnen een Verzoek tot Onderzoek doen en dit inbrengen bij de jeugdbeschermingstafel. Waarbij ze de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken om een onderzoek te doen naar de veiligheid van de kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming kan de uitkomsten van dit onderzoek voorleggen aan een rechter met de vraag om een kinderbeschermingsmaatregel uit te spreken. Waardoor de gedwongen hulpverlening op gang komt. Hiermee beschouw ik toezeggingen 834 en 1158 als voldaan.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Hilbert Bredemeijer
4/4