RIS324180 Beantw SV Dreigende studiekloof voor Oekraïense jongeren in Den Haag
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
24 februari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Van Wijk, luidend: 'Dreigende Studiekloof Oekraïense jongeren’
OCW/11007000 RIS324180
Het raadslid Van Wijk heeft op 10 december 2025 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Voor veel Oekraïense studenten vormen de hoge instellingscollegegelden aan hogescholen en universiteiten een onoverkomelijke drempel. Het kabinet is voornemens vanaf 2027 met een landelijke oplossing te komen voor deze groep. Voor Oekraïense scholieren die nu in hun eindexamenjaar zitten en in 2026 willen starten met studeren, geldt echter het reguliere instellingscollegegeld van zo’n 10.000 euro. Dit leidt tot schrijnende situaties voor Oekraïense scholieren en studenten in Den Haag. Uit de beantwoording op schriftelijke vragen van GroenLinks aan het college2 blijkt dat in Den Haag 822 Oekraïense jongeren tussen 15 en 25 jaar verblijven, waarvan een deel reeds studeert. De Haagse Hogeschool en Universiteit Leiden geven aan dat het structureel ondersteunen van Oekraïense studenten niet langer houdbaar is zonder Rijksbijdrage. Een oplossing voor het overbruggingsjaar 2026 is hiermee urgenter dan ooit. In de beantwoording van 2 september geeft het college aan dat het “niet wenselijk” is om alleen Haagse Oekraïense jongeren financieel te ondersteunen. 1.
Kan het college toelichten welke alternatieven het ziet om te voorkomen dat Oekraïense scholieren in 2026 tussen wal en schip vallen, totdat de landelijke regeling in 2027 ingaat?
Op basis van gesprekken met onderwijsinstellingen ziet het college op dit moment helaas geen haalbare alternatieven om te voorkomen dat Oekraïense scholieren in 2026 tussen wal en schip vallen. De financiële bijdrage van het Rijk is essentieel. Het college is positief dat deze regeling komt, maar ziet graag dat deze al per 2026 ingaat. Oekraïense jongeren hebben in 2026 wel de mogelijkheid om tijdelijk een mbo-opleiding te volgen. Dit kan bijdragen aan het behoud van onderwijscontinuïteit tot hun verblijfsstatus verandert en zij in 2027 toegang krijgen tot reguliere studiefinanciering. Het college erkent dat dit voor leerlingen met een havo- of vwo-achtergrond geen passende oplossing is, en ziet dit daarom uitsluitend als een noodvoorziening. Daarnaast kunnen jongeren een aanvraag indienen bij Stichting UAF, die in sommige gevallen financiële ondersteuning biedt aan vluchtelingenstudenten. UAF heeft echter maar een beperkt aantal beurzen per jaar beschikbaar.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11007000
2.
Heeft het college zicht op de omvang van de groep Oekraïense scholieren in Den Haag die in 2026 willen starten met een hbo- of universitaire opleiding? Zo ja, om hoeveel jongeren gaat het? Zo nee, is het college bereid dit in samenwerking met Haagse middelbare scholen en onderwijsinstellingen in kaart te brengen?
Op dit moment zijn er zes Oekraïense scholieren in havo- of vwo-examenklassen op scholen met internationale schakelklassen (ISK). Omdat de doorstroom van ISK-leerlingen naar andere middelbare scholen beperkt is, gaat het college ervan uit dat dit een goed beeld geeft van de doelgroep onder leerplichtige scholieren. Jongeren die al een diploma of startkwalificatie hebben en mogelijk willen doorstromen naar een hboof universitaire opleiding zijn niet bekend bij onderwijsinstellingen en dus geen onderdeel van deze indicatie. Zoals toegelicht in beantwoording van eerdere schriftelijke vragen (RIS323140), registreert ROC Mondriaan niet de afkomst van studenten. Hierdoor is het niet bekend hoeveel Oekraïense jongeren een opleiding volgen bij ROC Mondriaan en eventueel willen doorstromen naar het hbo. In de boven aangehaalde beantwoording van de schriftelijke vragen van GroenLinks geeft het college aan dat de Haagse onderwijsinstellingen het instellingstarief hanteren voor nieuwe Oekraïense studenten. 3.
Is het college bereid om, samen met hogescholen en universiteiten, te onderzoeken welke tijdelijke maatregelen — zoals noodfondsen, interne ‘brugregelingen’ of fondsenwerving — mogelijk zijn om de periode tot 2027 te overbruggen?
Onderwijsinstellingen in Den Haag geven aan dat tijdelijke of structurele ondersteuning voor Oekraïense jongeren niet haalbaar is zonder financiële bijdrage van het Rijk. Maatregelen zoals noodfondsen, interne kortingsregelingen of fondsenwerving zijn niet houdbaar. De Haagse Hogeschool en Universiteit Leiden hebben eerder het instellingscollegegeld verlaagd voor Oekraïense studenten. Voor nieuwe cohorten is dit echter gestopt, omdat een landelijke regeling uitblijft. Daarnaast kan het aanbieden van dergelijke maatregelen door een individuele instelling ertoe leiden dat die instelling landelijk meer studenten aantrekt, wat financiële risico’s met zich meebrengt. Het college acht het daarom niet wenselijk om alleen Oekraïense jongeren die in Den Haag studeren te ondersteunen en begrijpt het standpunt van De Haagse Hogeschool en Universiteit Leiden. Onderwijsinstellingen geven aan dat ondersteuning niet houdbaar is zonder Rijksbijdrage. 4.
Is het college bereid om in aanvulling daarop actief met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in gesprek te gaan over een tijdelijke landelijke overbruggingsregeling per september 2026, en de raad hierover te informeren?
Het college heeft de afgelopen jaren de lobby richting het Rijk ondersteund om vervolgonderwijs toegankelijk te maken voor Oekraïense ontheemden. Dit heeft niet geleid tot een eerdere ingang van de landelijke regeling. Het college is bereid om het belang van een tijdelijke overbruggingsregeling opnieuw onder de aandacht te brengen bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11007000
5.
Is het college bereid dit onderwerp gezamenlijk op te pakken met de G4 en andere studentensteden, zodat richting het kabinet een breed gedragen oproep kan worden gedaan om al vóór 2027 met een structurele oplossing te komen?
Het college heeft dit onderwerp eerder besproken met andere G4-steden, en is bereid dat te blijven doen om te onderzoeken wat een effectieve aanpak richting het Rijk is. De lobby vanuit stichting UAF, in samenwerking met Vereniging Hogescholen en UNL, om de landelijke bekostiging per 2026 in te laten gaan is overigens nog steeds actief. 6.
Kan het college uiteenzetten op welke wijze het in contact staat met Oekraïense jongeren zelf en hun gezinnen, en welke signalen zij afgeven over hun studiemogelijkheden voor 2026?
Naast de signalen die via Haagse middelbare scholen worden opgehaald, staat het college ook via de portefeuillehouders van gemeentelijke opvanglocaties in contact met Oekraïense jongeren en hun gezinnen. Op deze locaties is dagelijks sociaal beheer aanwezig dat gesprekken voert met bewoners, vragen beantwoordt en signalen doorgeeft. Zij hebben enkele jongeren in beeld die graag zouden willen studeren, maar dit vanwege de hoge kosten niet doen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3