RIS324174 Evaluatie en actualisatie Haagse demonstratiebeleid
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Jan van Zanen Burgemeester
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Bestuur
BSD/10986061 RIS324174 Contactpersoon
R. Alkema Dienst
Bestuursdienst Afdeling
BSD Veiligheid Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
6 januari 2026
Bestuurlijkezaken.veiligheid@denhaag.nl
Onderwerp
Evaluatie en actualisatie Haagse demonstratiebeleid
Geachte voorzitter, Het recht om te demonstreren is een fundamenteel grondrecht, verankerd in artikel 9 van de Grondwet en nader uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties (Wom). In Den Haag wordt dit recht op grote schaal uitgeoefend, met jaarlijks duizenden demonstraties. Dit onderstreept het belang van een helder en actueel demonstratiebeleid voor alle betrokken partijen: organisatoren, burgers, ondernemers en (overheids)instanties. Het huidige demonstratiebeleid dateert van 2021 (RIS 328654). Dit beleid is destijds tot stand gekomen na een substantiële evaluatie van het beleid, dat in 2017 op schrift was gesteld. Nu, vier jaar na de vorige herziening, is het een passend moment voor een nieuwe evaluatie van het demonstratiebeleid. In uw gemeenteraad wordt geregeld gesproken over het demonstratiebeleid, mede in het licht van recente maatschappelijke ontwikkelingen. In dit verband heb ik u geïnformeerd over mijn voornemen het beleid te evalueren en zo nodig te actualiseren. De evaluatie is afgerond. Een onderdeel van de evaluatie was een externe juridische toetsing van het demonstratiebeleid. De externe juridische toets treft u als bijlage aan.
Samengevat volgt uit de evaluatie dat het volledige proces (van kennisgeving tot aan het moment van het faciliteren van een demonstratie) in het algemeen in lijn is met het juridische kader uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Wet openbare manifestaties (WOM). Het proces is gericht op het zoveel mogelijk faciliteren van demonstraties en werpt geen onnodig hoge drempels op. Evenwel volgt uit de evaluatie een aantal verbeterpunten. Dit geeft aanleiding om het bestaande beleid en de uitvoering daarvan verder aan te scherpen. De aanpassingen zorgen ervoor dat het beleid beter aansluit bij de wettelijke uitgangspunten en de uitvoeringspraktijk. Bijgevoegd vindt u het geactualiseerde beleid.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10986061
De belangrijkste wijzigingen van het demonstratiebeleid zijn: In het beleid uit 2021 zijn ‘standaardvoorschriften’ opgenomen. De standaardvoorschriften en -richtlijnen gelden in beginsel voor elke demonstratie. Omdat de ‘standaardvoorschriften’ eigenlijk als ‘uitgangspunten’ of ‘basisafspraken’ zijn bedoeld, worden de ‘standaardvoorschriften’ in het nieuwe beleid aangeduid als ‘basisafspraken’. In het nieuwe beleid wordt tot uitdrukking gebracht dat er ruimte bestaat om hierover in individuele gevallen (andere) afspraken te maken. Dit is gedaan om de mogelijke veronderstelling dat de ‘standaardvoorschriften’ formeel bindende voorschriften (standaardbeperkingen) zouden zijn, weg te nemen. Ook de formulering van de standaardvoorschriften (thans: basisafspraken) is aangepast. De beschrijving van de verschillende mogelijkheden en onmogelijkheden om op diverse (veelgebruikte) locaties te demonstreren is geactualiseerd en hierbij is explicieter aangegeven dat het gaat om uitgangspunten. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat elke aangekondigde demonstratie uiteindelijk altijd individueel en op eigen merites wordt beoordeeld. In het demonstratiebeleid is een passage opgenomen over ontwrichtende (demonstratieve) acties, omdat Den Haag de afgelopen jaren regelmatig met dergelijke acties is geconfronteerd.
Die ervaringen met dit soort acties zijn overwegend negatief: ze veroorzaakten grote overlast en onveilige situaties voor inwoners, hulpdiensten en ondernemers. Bij ontwrichtende (demonstratieve) acties is dus eerder sprake van een situatie waarbij moet worden gehandeld ter bescherming van het belang van de gezondheid, het verkeer of ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Dat maakt dat als uitgangspunt geldt, dat bij dit soort (aangekondigde) acties vooraf of tijdens de demonstratie grenzen worden gesteld en dat de acties waar mogelijk worden beëindigd. Naast voormelde wijzigingen van het op schrift gestelde beleid, wordt uitvoering gegeven aan de aanbevelingen die zijn gedaan voor aanpassing van het praktische werkproces. Verder ben ik voornemens om op korte termijn een voorstel aan uw raad voor te leggen, waarbij de kennisgevingstermijn voor demonstraties wordt verkort van 4 x 24 uur naar 48 uur, met dien verstande dat dan de zaterdag, de zondag of een algemeen erkende feestdag niet worden meegerekend bij de bepaling van de termijn voor het doen van een kennisgeving. Naar aanleiding van de evaluatie volgen binnenkort drie wijzigingsvoorstellen van de APV: • Artikel 2:3 APV is op dit moment opgenomen in artikel 6:1 APV (Strafbepaling). Het niet tijdig kennisgeven of het verstrekken van onvoldoende gegevens is strafbaar gesteld in de APV.
Deze (extra) strafbaarstelling is niet te verenigen met de strafbaarstelling uit de WOM en zal worden geschrapt. • De inhoud van artikel 2:3 lid 3 APV is op dit moment niet in overeenstemming met de gevraagde gegevens op het kennisgevingsformulier. De APV wordt in overeenstemming gebracht met het kennisgevingsformulier, door twee extra subleden toe te voegen aan artikel 2:3 lid 3 APV (aanbieden van een petitie en het gebruik van hulpmiddelen). • Aanpassen van de formulering van artikel 2:3 lid 5 APV t.a.v. de algemene voorschriften (standaardvoorschriften). Hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Jan van Zanen
2/2