RIS324174 Bijlage Demonstratiebeleid 2025 Gemeente Den Haag
Tekst van het document
DEMONSTRATIEBELEID DEN HAAG 2025
1
Achtergrond en doelstelling demonstratiebeleid Den Haag Den Haag, de internationale stad van vrede en recht, is met trots de demonstratiehoofdstad van Nederland. Jaarlijks vinden duizenden aangemelde en niet-aangemelde demonstraties plaats in onze stad. We zien dagelijks dat nationale en internationale ontwikkelingen burgers aanleiding geven om gebruik te maken van hun grondrecht om hun stem te laten horen. Als zetel van de regering en talrijke internationale instellingen biedt de stad hiervoor een uniek podium. Dit is een groot goed. Het waarborgen van de demonstratievrijheid is essentieel in een democratische rechtsstaat. Door te demonstreren kunnen burgers zich op vreedzame wijze uitspreken, ook als het gaat om sterke gedachten, emoties en frustraties. Hierdoor kunnen zij de politieke besluitvorming beïnvloeden, een bijdrage leveren aan het publieke debat en maatschappelijke misstanden aankaarten. De afgelopen jaren hebben evenwel aangetoond dat demonstraties ons ook voor uitdagingen kunnen stellen. Polarisatie, maatschappelijk ongenoegen en de mogelijkheid om via de digitale weg in korte tijd grote groepen mensen te mobiliseren zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen die kunnen leiden tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid.
Hierbij voegt zich dat de publieke ruimte in Den Haag onder grote druk staat, niet alleen door het grote aantal demonstraties, maar ook door evenementen, toerisme en de dagelijkse dynamiek van een internationale metropool. Ten slotte is de laatste jaren sprake geweest van een toename van ontwrichtende (demonstratieve) acties, zoals wegblokkades, bezettingen van gebouwen en acties waarbij onder de vlag van het demonstratierecht wordt geprobeerd anderen zo diep mogelijk te kwetsen. In deze context is het essentieel om helderheid en rechtszekerheid te bieden over de juridische en praktische kaders waarbinnen het demonstratierecht in Den Haag kan worden uitgeoefend. In 2017 is het demonstratiebeleid van de gemeente Den Haag op schrift gesteld. Dit is in 2021 geactualiseerd. Mede gelet op voormelde ontwikkelingen is ervoor gekozen het demonstratiebeleid dit jaar wederom te actualiseren. Het onderstaande beleid streeft naar een zorgvuldige en rechtmatige omgang met demonstraties, waarbij de fundamentele rechten van demonstranten als uitgangspunt worden genomen en tegelijkertijd de belangen van inwoners, bezoekers en ondernemers in acht worden genomen. Wanneer is iets een demonstratie? De Grondwet en de WOM geven geen definitie van het begrip ‘betoging’, ‘manifestatie’ of ‘demonstratie’.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij demonstreren gaat om het in het openbaar uitdragen van gemeenschappelijk beleefde gedachten of wensen op politiek of
2
maatschappelijk gebied. Hieruit wordt afgeleid dat er bij het recht op betogen drie elementen centraal staan: •
gemeenschappelijkheid/collectiviteit,
•
openbaarheid; en,
•
meningsuiting.
Begrippen zoals betoging, manifestatie en demonstratie worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt en kennen nauwelijks inhoudelijke verschillen. In Nederland zijn deze termen vrijwel synoniem, waarbij de WOM spreekt van ‘openbare manifestaties’ als overkoepelende term. Omdat de term ‘demonstratie’ het meest gangbaar is en herkenbaar voor burgers, wordt in dit beleid consequent gekozen voor gebruik van het woord ‘demonstratie’. Gemeenschappelijkheid/collectiviteit Het element van gemeenschappelijkheid/collectiviteit houdt in dat een demonstratie alleen in collectief verband kan plaatsvinden. Dat betekent dat meerdere personen (minimaal twee) gezamenlijk hun mening uiten. Een protest van één persoon (een zogenaamde ‘eenmensprotest’) wordt dan ook niet als demonstratie aangemerkt. Openbaarheid De WOM kent bepalingen voor openbare plaatsen (paragraaf II) en bepalingen voor andere dan openbare plaatsen (paragraaf III). Het begrip openbare plaats wordt in artikel 1, lid 1, van de WOM gedefinieerd als: een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. Wil hiervan sprake zijn, dan moet aan verschillende criteria zijn voldaan. Het vereiste dat de plaats openstaat voor publiek wil zeggen dat het in beginsel een ieder vrij is om er te komen, te vertoeven en te gaan. Het openstaan van de plaats moet zijn gebaseerd op bestemming of vast gebruik.
Dat houdt in dat de plaats een openbaar karakter moet hebben, zoals ‘wegen’ en ‘pleinen’ die voor een ieder vrij toegankelijk zijn. Daarnaast omvat het begrip nog een aantal andere plaatsen die een met de weg vergelijkbare functie vervullen en daarom in het verlengde van de weg kunnen worden aangemerkt. Als voorbeelden kunnen worden genoemd: openbare plantsoenen, speelweiden, parken, en de voor een ieder vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages, van winkelgalerijen, van stationshallen en van vertrek- en aankomsthallen van vliegvelden. Ook de voor een ieder vrij toegankelijke wateren zoals waterwegen en recreatieplassen zijn veelal aan te merken als openbare plaatsen.
3
Voor openbare plaatsen geldt ingevolge artikel 3 WOM en artikel 2:3, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag (hierna: APV) een kennisgevingsplicht. De kennisgevingsplicht geldt niet voor andere dan openbare plaatsen. Plaatsen die geen openbare plaats zijn, worden in artikel 8 WOM gedefinieerd als ‘andere dan openbare plaatsen’. Binnen deze categorie onderscheidt men drie soorten plaatsen: •
voor het publiek toegankelijke plaatsen (zoals winkels, horecagelegenheden en voetbalstadions);
•
niet voor het publiek toegankelijke plaatsen (zoals kantoren, verenigingen en sociëteiten), en
•
woningen.
Voor demonstraties op ‘andere dan openbare plaatsen’ geldt een ander regime dan op openbare plaatsen. Demonstraties op ‘andere dan openbare plaatsen’ kunnen zich in beginsel alleen voordoen op ‘voor het publiek toegankelijke plaatsen’. Het collectief uiten van een mening anders dan in de openbaarheid, dus in een woning of op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, wordt niet aangemerkt als demonstratie. Een dergelijke meningsuiting wordt derhalve niet beschermd door het recht op betogen, maar door de vrijheid van meningsuiting en het recht op vergadering. Op ‘voor het publiek toegankelijke plaatsen’ heeft ook de rechthebbende van deze plaats (zoals de eigenaar van de winkel) een verantwoordelijkheid voor de gang van zaken tijdens een demonstratie. Daarvoor heeft de rechthebbende een eigen juridisch handelingskader dat kort samengevat samenhangt met de (privaatrechtelijke) rechten van een eigenaar of rechthebbende en de mogelijkheid om personen de toegang tot gebouwen te ontzeggen. Meningsuiting Het derde element van het recht op betogen is de meningsuiting. Dit element dient bij een demonstratie – anders dan bij andere activiteiten - voorop te staan. Het gaat bij een demonstratie immers om het uitdragen van gedachten of wensen.
Ofschoon er bij de meeste demonstraties sprake zal zijn van het uiten van gedachten of gevoelens op politiek of maatschappelijk gebied, hoeft de meningsuiting in het kader van een demonstratie hier niet toe beperkt te blijven. Daarnaast kan de mening op uiteenlopende manieren worden geuit, bijvoorbeeld stilstaand of in beweging, luidruchtig of in stilte. De burgemeester kan alleen de 4
bevoegdheden uit de WOM inzetten bij een activiteit die als ‘openbare manifestatie’ kan worden aangemerkt. Dat is aan de orde als het gaat om een bijeenkomst die gericht is op het uiten van een bepaald (politiek, levensbeschouwelijk of maatschappelijk) standpunt. Als dat element ontbreekt, dan is de WOM niet van toepassing. Acties die niet, of niet primair, het karakter van gemeenschappelijke meningsuiting hebben, maar waarbij andere elementen, zoals bijvoorbeeld feitelijke dwang, overheersen, zijn volgens de wetsgeschiedenis bij de WOM geen ‘demonstratie’. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij blokkades van wegen en waterwegen, samenscholingen en volksoplopen, als de gemeenschappelijke meningsuiting (te) ver op de achtergrond is geraakt. Proces kennisgeving Op grond van artikel 2:3, eerste lid, van de APV moeten demonstraties tijdig worden aangemeld door middel van een schriftelijke (digitale) kennisgeving op de website van de gemeente Den Haag (Demonstratie melden - Den Haag). Een kennisgeving kan ook fysiek op het stadhuis worden gedaan. Voor het doen van een kennisgeving worden geen kosten in rekening gebracht. Kennisgevingen van demonstraties worden zowel door de burgemeester, als door de politie, Eenheid Den Haag ontvangen.
Het tijdig doen van een kennisgeving stelt de burgemeester in staat om de demonstratie zo goed mogelijk te faciliteren onder meer omdat dan voldoende tijd bestaat om de demonstratie zorgvuldig voor te bereiden, veiligheidsrisico’s te beoordelen en indien nodig maatregelen te treffen ter voorkoming van wanordelijkheden, alsmede om afstemming op andere activiteiten in de openbare ruimte, zoals evenementen, diplomatieke bezoeken en (weg)werkzaamheden, mogelijk te maken. Ook bij niet tijdige aanmelding van de demonstratie blijft het uitgangspunt dat het recht op betogen wordt gefaciliteerd, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Het vragen naar de inhoud van de demonstratie is op grond van artikel 4, derde lid, WOM niet toegestaan. Het proces na ontvangst van de kennisgeving ziet er in uitgangspunt als volgt uit: •
De melder van een demonstratie ontvangt snel na het invullen van het (digitale) kennisgevingsformulier een ontvangstbevestiging per e-mail. Deze bevestiging bevat 5
een overzicht van de ingevulde gegevens. •
Na de melding en de ontvangstbevestiging neemt de politie spoedig contact op om de kennisgeving met de melder door te spreken. Aan de hand van de kennisgeving wordt bekeken hoe de demonstratie zo goed mogelijk kan worden gefaciliteerd. In dit kader wordt de kennisgeving getoetst aan de doelcriteria van de WOM. In het overleg met de politie worden de ingevulde gegevens, praktische (basis) afspraken en mogelijke beperkingen besproken. In dit overleg kan ook aandacht worden besteed aan potentiële spanningen of risico’s, evenals aan logistieke aspecten zoals ordediensten, locaties en mogelijke verstoring van verkeer of andere demonstraties.
•
De burgemeester faciliteert de demonstratie zo veel mogelijk op basis van de kennisgeving of zoekt in overleg met de organisator naar een alternatieve vormgeving van de demonstratie;
•
Indien naar aanleiding van deze toets het voornemen bestaat om beperkingen aan de demonstratie te stellen dan wordt dit voor zover mogelijk medegedeeld aan de kennisgever, zodat deze hierover een zienswijze kenbaar kan maken;
•
Indien wordt besloten tot het stellen van een beperking en de kennisgever zich niet met de gestelde beperking kan verenigen, kan deze hiertegen bezwaar maken en zich wenden tot de (voorzieningen)rechter die de rechtmatigheid van het besluit toetst. De burgemeester probeert daar tijdig duidelijkheid over te geven.
•
Pas als het stellen van beperkingen onvoldoende waarborg geeft voor de bescherming van (een van) de doelcriteria, dan besluit de burgemeester tot een verbod van de demonstratie. Ook in dat geval wordt indien mogelijk een zienswijze gevraagd.
Dit proces is tevens beschreven in het Handelingskader Demonstraties (bijlage 3 bij dit beleid). Basisafspraken De burgemeester hanteert ‘basisafspraken’ die voor elke demonstratie gelden. Deze basisafspraken vormen uitgangspunten die bij de demonstratie in acht moeten worden genomen. In individuele gevallen bestaat ruimte om in overleg hiervan af te wijken. De basisafspraken zien onder meer op het gebruik van gezichtsbedekking, het niet meevoeren van gevaarlijke voorwerpen, zoals dikke stokken), het niet stoken van open vuur waaraan mensen zich kunnen verwonden, het niet blokkeren van (nooduitgangen van) gebouwen en de taak
6
voor de organisator om te voorzien in een eigen ordedienst. De basisafspraken zijn vermeld in bijlage 1 bij dit beleid. Aanvullende activiteiten Andere activiteiten waarbij de meningsuiting (te ver) op de achtergrond staat, vallen buiten de bescherming van de WOM. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan (aanvullende) activiteiten met elementen van een evenement die primair zijn gericht op vermaak (zoals het gebruik van springkussens) en het uitoefenen van ambulante handel (zoals het verkoop van goederen of het aanbieden van diensten). Voor dergelijke activiteiten gelden reguliere regels en vergunningvereisten. Doelcriteria Artikel 2 van de WOM bepaalt dat de bevoegdheden uit de WOM slechts mogen worden ingezet: •
ter bescherming van de gezondheid;
•
in het belang van het verkeer, en;
•
ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Dit worden ook wel de ‘doelcriteria’ genoemd. Onder het criterium ‘gezondheid’ valt – naast (volks)gezondheid in het algemeen – tevens de bescherming van de betogers zelf. Demonstraties kunnen worden beperkt wanneer de volksgezondheid of de gezondheid van deelnemers, of omstanders in het geding is. Dit volgt uit jurisprudentie en is bijvoorbeeld aan de orde bij extreme weersomstandigheden of besmettelijke ziekten. Ook (dreigende) wanordelijkheden, zoals rellen, of potentiële verkeersonveilige situaties kunnen risico’s meebrengen voor de gezondheid van personen. Het belang van het ‘verkeer’ moet genuanceerd worden afgewogen. Niet iedere verkeershinder rechtvaardigt een beperking. Alleen wanneer sprake is van ernstige verkeersontregeling of gevaarzetting, kan een beperking gerechtvaardigd zijn. Dit valt vaak samen met de vrees voor wanordelijkheden of gevaren voor de gezondheid. Het gewicht van het verkeersbelang kan variëren afhankelijk van het karakter van de plaats, het moment en de omstandigheden.
7
Ook de inhoud van het begrip ‘wanordelijkheden wordt tot op zekere hoogte beïnvloed door de context waarbinnen dit begrip moeten worden toegepast. Zo zal de mate van orde en rust die naar algemeen inzicht op een bepaalde plaats behoort te heersen mede bepalend zijn voor de vraag wanneer er sprake is van (dreigende) wanordelijkheden. Hierbij kan van belang zijn of het al dan niet een openbare plaats betreft. Ook kan er reden zijn om tussen verschillende openbare plaatsen te differentiëren. De voorkoming en bestrijding van wanordelijkheden in de nabijheid van bijvoorbeeld gebouwen van buitenlandse vertegenwoordigingen, parlementsgebouwen, beschermde natuurgebieden, ziekenhuizen en begraafplaatsen kan zwaardere eisen stellen dan op andere plaatsen het geval is. Van een redelijke verwachting van wanordelijkheden kan sprake zijn bij een objectieve inschatting gebaseerd op ervaring en locatie-specifieke factoren. Bijvoorbeeld: de kans op confrontatie met tegenbetogers of eerdere ernstige verstoringen tijdens demonstraties van dezelfde organisator. Bij een beoordeling van een demonstratie aan de hand van de genoemde doelcriteria wordt onder meer gekeken naar de: •
situatie van de beoogde demonstratielocatie, waaronder het risico op vermenging van groepen, het kunnen waarborgen van de veiligheid van wijkbewoners/omstanders en demonstranten en de beschikbare ruimte voor de hulpdiensten om op te treden bij calamiteiten of ongeregeldheden;
•
het aantal demonstranten;
•
het moment waarop gedemonstreerd wordt;
•
de hulpmiddelen waarmee de organisator wenst te demonstreren;
•
de gevolgen voor de hulpdiensten en de beschikbare voorbereidingstijd voor de politie;
•
(eerdere) ervaringen met de organisator, waaronder de mate waarin afspraken te maken zijn met de organisator;
•
sfeer waarmee de demonstratie omgeven is en de eventuele aankondiging van een tegendemonstratie.
Beperken, verbieden en beëindigen De WOM geeft de burgemeester de bevoegdheden om beperkingen op te leggen aan demonstraties, om demonstraties preventief te verbieden of om de demonstratie zodra deze is begonnen te beëindigen. Deze bevoegdheden mogen zoals gezegd uitsluitend worden gebruikt 8
wanneer dat noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden (artikel 2 WOM). Deze maatregelen dienen noodzakelijk en proportioneel te zijn en mogen het demonstratierecht niet illusoir maken. In Den Haag wordt terughoudend met voormelde bevoegdheden omgegaan. De unieke positie van Den Haag als internationale stad van vrede en recht en als regeringscentrum van Nederland brengt met zich dat de behoefte om te demonstreren groot is. Daarbij past een ruimhartig beleid dat gericht is op mogelijk maken, niet op beperken. Bovendien heeft de burgemeester de verplichting om vreedzame demonstraties waar mogelijk te faciliteren. Zoals is bepaald in artikel 5 WOM heeft een voorschrift, beperking of verbod nimmer betrekking op de inhoud van hetgeen wordt beleden, onderscheidenlijk van de te openbaren gedachten of gevoelens. Verbieden Artikel 5 WOM geeft de burgemeester de bevoegdheid om een demonstratie te verbieden indien dat noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Het preventief verbieden kan alleen in een situatie waarin een van de doelcriteria zwaarwegend in het geding is.
Bovendien moet worden onderzocht of de burgemeester kan volstaan met minder ingrijpende maatregelen, zoals het stellen van beperkingen of voorschriften, om deze belangen te waarborgen. Dit demonstratiebeleid heeft het uitgangspunt dat demonstraties niet preventief worden verboden. De burgemeester zal dus voorafgaand aan een verbod beoordelen of de demonstratie – desnoods met beperkingen – plaats kan vinden. Dat sluit ook aan bij de praktijk, waarbij in de afgelopen 4 jaar geen enkele demonstratie preventief is verboden. Beperken Naast het opleggen van een verbod is de burgemeester ingevolge artikel 5 WOM bevoegd om beperkingen te stellen. Een beperking is een minder ingrijpende maatregel dan een verbod, waarmee de burgemeester voorwaarden stelt aan een specifieke demonstratie om de belangen van artikel 2 WOM te beschermen: voorbeelden hiervan zijn het bepalen van de locatie en/of 9
dag en/of het tijdstip waarop de demonstratie mag plaatsvinden, het volgen van een bepaalde route, het ‘statisch’ plaatsvinden van een demonstratie in plaats van een optochtvorm, het bewaren van afstand tot bepaalde gebouwen en het al dan niet inzetten van hulpmiddelen (zoals voertuigen). Bij de afweging of het nodig is een beperking aan een demonstratie te stellen, gaat de burgemeester na of lichtere middelen dan een beperking kunnen volstaan, en of er alternatieven mogelijk zijn. Het stellen van beperkingen moet gebaseerd zijn op een zorgvuldige belangenafweging, waarbij alle relevante informatie wordt betrokken. Ingevolge de inspanningsverplichting die op de overheid rust, wordt er zoveel mogelijk voorzien in het kunnen demonstreren binnen zicht- en hoorafstand (‘within sight and sound’) van de beoogde demonstratielocatie. Aan het stellen van een beperking aan een demonstratie gaat een zorgvuldige procedure vooraf. Voordat wordt besloten beperkingen te stellen aan een demonstratie wordt de kennisgever in de gelegenheid gesteld hierover een zienswijze kenbaar te maken, tenzij de vereiste spoed zich hiertegen verzet. Indien wordt besloten een beperking te stellen aan een demonstratie kan de organisator hiertegen bezwaar maken en het besluit voorleggen aan de (voorzieningen)rechter.
Hieruit volgt dat het stellen van een beperking niet lichtvaardig wordt opgevat en dat de organisator voldoende rechtsmiddelen ter beschikking staan. Aanwijzingen tijdens demonstratie Op grond van artikel 6 WOM is de burgemeester bevoegd om tijdens een demonstratie aanwijzingen te geven, die de deelnemers in acht moeten nemen. Ingevolge artikel 2 WOM mogen deze aanwijzingen uitsluitend worden gegeven ter bescherming van de dit artikel genoemde belangen. Het geven van aanwijzingen tijdens demonstraties dient zo transparant mogelijk te worden gecommuniceerd. De politie overlegt met de burgemeester wanneer zij inschat dat een aanwijzing noodzakelijk is in het belang van gezondheid, verkeer of het voorkomen of bestrijden van wanordelijkheden. De eventuele aanwijzing van de burgemeester wordt vervolgens mondeling overgebracht aan de deelnemers. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de verstaanbaarheid, begrijpelijkheid en tijdigheid van de mededeling.
10
Indien mogelijk wordt de aanwijzing ondersteund met uitleg over het doel en de juridische basis, zodat de deelnemers begrijpen waarom en op grond waarvan zij geacht worden de aanwijzing op te volgen. Beëindigen demonstratie Naast het stellen van beperkingen, het opleggen van een preventief verbod en het geven van aanwijzingen is de burgemeester op grond van artikel 7 WOM bevoegd om aan degenen die een demonstratie houden of daaraan deelnemen de opdracht te geven deze terstond (direct) te beëindigen en uiteen te gaan, indien in strijd wordt gehandeld met een verbod, voorschrift, beperking of aanwijzing of indien dat anderszins noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Het gaat om situaties waarbij de organisator of demonstranten zich niet houden aan de voor hen geldende verplichtingen: handelen in strijd met een opgelegd verbod, voorschrift, beperking of aanwijzing. Daarbij kan een factor zijn in hoeverre organisaties (tijdig) een kennisgeving hebben gedaan van hun demonstratie. In andere gevallen volgt uit artikel 7 WOM dat voor het beëindigen van een demonstratie voldaan moet zijn aan de doelcriteria (artikel 2 WOM).
De burgemeester gaat pas over tot beëindiging indien handhaving op een minder ingrijpende wijze, zoals het geven van een aanwijzing of het stellen van een beperking in tijd, plaats of vorm, niet (meer) effectief of toereikend is. Een demonstratie mag slechts worden beëindigd wanneer sprake is van een ernstige en actuele verstoring van de openbare orde, of een zwaarwegende bedreiging voor gezondheid of verkeer. Daarbij moet een (her)beoordeling plaatsvinden van de situatie en worden afgewogen of de ingreep proportioneel en noodzakelijk is. Volgens de regering kan hierbij worden gedacht aan situaties waarin in de nabijheid van de demonstratie zich een calamiteit voordoet, of wanordelijkheden (dreigen te) ontstaan van zodanige omvang dat gelet op de beschikbare middelen om deze te beteugelen, in redelijkheid slechts tot ontbinding van de demonstratie kan worden overgegaan. De werkwijze bij beëindiging sluit aan bij de procedure voor aanwijzingen: de politie heeft een initiërende rol in het signaleren van problemen, waarna de burgemeester, na een
11
belangenafweging, het besluit tot beëindiging kan nemen. De politie voert dit besluit vervolgens uit. Niet (tijdig) aangemelde demonstraties In Den Haag wordt ook bij niet (correct) aangemelde demonstraties waar mogelijk gezocht naar mogelijkheden om deze te faciliteren. Jaarlijks worden vele tientallen niet (correct) aangemelde demonstraties gefaciliteerd. Uitgangspunt is dat ook spontane demonstraties een belangrijk onderdeel van de demonstratievrijheid vormen. In lijn met jurisprudentie van het EHRM dient de overheid ook bij niet-aangemelde demonstraties een bepaalde mate van tolerantie te tonen. Er wordt dan ook gestreefd naar facilitering, tenzij zwaarwegende belangen (gezondheid, verkeer, voorkomen of bestrijden wanordelijkheden) dat verhinderen. Vanuit het eerder genoemde oogpunt van gezondheid, verkeer en wanordelijkheden kunnen hierbij van de organisatie, eerder dan bij tijdig aangemelde demonstraties, aanpassingen in tijd en plaats worden verlangd. Tegelijkertijd wordt onderkend dat misbruik van deze faciliterende houding niet wenselijk is. Organisatoren die bewust kiezen voor niet-tijdige kennisgeving zonder geldige reden, kunnen hiermee het toezicht en de voorbereiding op onredelijke wijze bemoeilijken en zorgen voor gevaarlijke situaties.
Als de politie zich niet goed kan voorbereiden of als er geen afspraken met de organisator mogelijk zijn, dan verhoogt dat het risico op wanordelijkheden en gevaar voor het verkeer en de gezondheid. Inzet politie bij demonstraties Aangekondigde demonstraties worden in de driehoek zorgvuldig voorbereid. Daar worden de scenario’s doorgenomen en voor het concrete geval de beleidsuitgangspunten, tolerantiegrenzen en het maatregelenpakket vastgesteld. De driehoek hanteert ten aanzien van demonstraties model-beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen. Deze zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit beleid. Deze model-beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen zijn niet limitatief en kunnen afhankelijk van de aard en de omvang van de demonstratie door de driehoek worden aangepast of aangevuld. De politie faciliteert en houdt toezicht op een ordelijk en veilig verloop van de demonstratie. De inzet van de politie is onder meer afhankelijk van de aard van de demonstratie, de locatie, het tijdstip en samenloop met andere gebeurtenissen. Ervaringen met organisaties wegen zwaar. Soms is het nodig op grond van ervaringen extra afspraken met de organisator te maken, of een beperking te stellen. Hierbij wordt steeds maatwerk geleverd. Een 12
complicerende factor kan zijn dat het exacte aantal deelnemers aan een demonstratie niet altijd te voorspellen is. Wanneer de politie tijdens een demonstratie moet optreden, bijvoorbeeld omdat afspraken of gestelde beperkingen niet worden nageleefd, gebeurt dit na overleg met en op gezag van de burgemeester. Alleen in geval van onverwijlde spoed, waarbij geen tijd is om vooraf contact op te nemen met de burgemeester, kan de politie bij overtreding van beperkingen of voorschriften de situatie ter plaatse beoordelen en direct optreden. Indien de politie optreedt op grond van het strafrecht, dan gebeurt dit na overleg met en op gezag van de Officier van Justitie. Tegendemonstraties Het komt regelmatig voor dat partijen een demonstratie willen houden met als doel een tegengeluid te geven ten opzichte van een andere demonstratie. Tegendemonstraties worden net als iedere andere demonstraties getoetst aan de eerder beschreven doelcriteria. Uitgangspunt is dat er wordt gezocht naar mogelijkheden om de uiting te faciliteren binnen hoor- en zichtafstand van de andere demonstratie. Ter voorkoming van wanordelijkheden en ter bescherming van de gezondheid worden partijen daarbij waar mogelijk fysiek gescheiden (bijvoorbeeld door een gracht).
Indien fysieke scheiding niet goed mogelijk is en/of er aanwijzingen zijn dat een partij uit is op confrontatie kan er worden besloten partijen verder uit elkaar te laten demonstreren. Ook andere beperkingen zijn in dat geval denkbaar. Beleid ten aanzien van specifieke locaties Niet iedere locatie is geschikt voor elke vorm van demonstratie. In drukke winkelgebieden en woonwijken bestaat een verhoogd risico op wanordelijkheden of gevaar voor de gezondheid en het verkeer, bijvoorbeeld vanwege de kans op vermenging van demonstranten, tegendemonstranten en omstanders. Het is van belang dat omstanders de mogelijkheid hebben om zich te onttrekken aan een demonstratie. Onderstaand worden van een aantal specifieke locaties de uitgangspunten beschreven met betrekking tot de mogelijkheden en beperkingen om daar te demonstreren. Het betreft algemene uitgangspunten. Daarbij wordt opgemerkt dat iedere aangekondigde demonstratie in het licht van deze uitgangspunten individueel en op eigen merites wordt beoordeeld. Daarbij verdient opmerking dat het faciliteren van demonstraties niet beperkt is tot de hieronder genoemde locaties; in Den Haag kan op veel meer locaties worden gedemonstreerd. 13
Malieveld Het Malieveld is een van de meest prominente en geschikte locaties voor demonstraties in het centrum van Den Haag. Door de omvang en open structuur biedt het terrein ruimte voor grote tot zeer grote demonstraties (tienduizenden personen), waarbij de veiligheid van deelnemers en omstanders goed kan worden gewaarborgd. De centrale ligging, direct naast station Den Haag Centraal, maakt het uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer en vergroot de toegankelijkheid voor landelijke en internationale demonstraties. Bovendien bevindt het Malieveld zich in de nabijheid van belangrijke overheidsgebouwen, waardoor het een strategische plek is voor het uiten van maatschappelijke en politieke standpunten. De locatie is ingericht om grootschalige activiteiten te faciliteren, met voldoende mogelijkheden voor opstellingen, podia en ondersteunende voorzieningen. Het Malieveld is eigendom van Staatsbosbeheer. Dit betekent dat Staatsbosbeheer kan besluiten het Malieveld (mede) voor andere activiteiten beschikbaar te stellen, zoals evenementen. Dit kan de beschikbare ruimte op het Malieveld beperken en van invloed zijn op de beoordeling van een demonstratie. Koekamp en Laan van Reagan en Gorbatjsov De Koekamp en de Laan van Reagan en Gorbatjsov vormen samen een zeer gewilde en geschikte locatie voor demonstraties in het centrum van Den Haag.
Deze gebieden bieden voldoende ruimte voor grotere bijeenkomsten en liggen op korte afstand van station Den Haag Centraal, waardoor ze uitstekend bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Hun ligging nabij het Malieveld en diverse overheidsgebouwen maakt deze locaties aantrekkelijk voor demonstraties die politieke en maatschappelijke aandacht beogen. De open inrichting van het terrein en de directe verbindingen met belangrijke verkeersroutes zorgen ervoor dat zowel de veiligheid van deelnemers als de doorstroming van verkeer goed kan worden gewaarborgd. Door deze combinatie van bereikbaarheid, zichtbaarheid en capaciteit zijn de Koekamp en de Laan van Reagan en Gorbatjsov bij uitstek geschikt voor middelgrote demonstraties. Het Plein Op het Plein worden in beginsel geen demonstraties toegestaan die risicovol zijn of meer dan 100 personen omvatten. Het Plein is hier niet voor geschikt. Het betreft een centraal gelegen, drukbezochte locatie met diverse horecagelegenheden, kantoren en woningen. Het Plein is tevens één van de belangrijkste looproutes van en naar station Den Haag Centraal. Vanwege deze omstandigheid bestaat er het ongewenste gevaar op vermenging van (winkelend) publiek, waaronder kinderen, en overige passanten met de demonstratie. Het Plein heeft 14
verder een beperkt aantal, betrekkelijk nauwe doorgangen. Hulpdiensten, waaronder de politie, kunnen hierdoor moeilijker ter plaatse komen en optreden in geval van calamiteiten of ongeregeldheden. Dit geldt temeer bij het gebruik van hulpmiddelen zoals voertuigen, tenten etc. Het Binnenhof, de Hofplaats en het Buitenhof In verband met de verbouwing, die naar verwachting tot de zomer van 2031 duurt, zijn deze locaties voorlopig niet beschikbaar om te demonstreren. Prinses Irenepad Het Prinses Irenepad is naar zijn aard geen geschikte locatie voor demonstraties. De locatie bevindt zich naast de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer en in de nabijheid van station Den Haag Centraal. Hierdoor is het een drukke doorgangsroute van en naar station naar onder andere de Tweede Kamer en de Theresiastraat. Vanwege de omliggende bebouwing is de fysieke buitenruimte op het Prinses Irenepad beperkt en deels overdekt. De locatie grenst bovendien aan een veiligheidsrisicogebied en beschikt slechts over drie smalle in- en uitgangen. Uit veiligheidsoverwegingen wordt de toegankelijkheid van het Prinses Irenepad verder beperkt door afzettingen, en door inrijbeperkende maatregelen. De locatie is hierdoor moeilijk bereikbaar voor de hulpdiensten, en in het geval van ongeregeldheden of calamiteiten kunnen de hulpdiensten slechts beschikken over een zeer beperkte werkruimte.
Daar komt bij dat het Prinses Irenepad een belangrijke vlucht- en verzamellocatie is voor de Tweede Kamer. Hierdoor geldt als uitgangspunt dat op het Prinses Irenepad in beginsel alleen niet-risicovolle demonstraties met een maximum van 5 deelnemers worden gefaciliteerd. Bovendien zijn goede alternatieven in de buurt voorhanden. Anna van Buerenplein Dit plein ligt in de directe nabijheid van de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer aan de Bezuidenhoutseweg 67 en station Den Haag Centraal. Ook hier is vanwege de omliggende bebouwing de fysieke buitenruimte beperkt. De locatie grenst bovendien aan een veiligheidsrisicogebied. Als uitgangspunt geldt dat op deze locatie vanwege de beschikbare ruimte en de overige karakteristieken van deze locatie alleen niet-risicovolle demonstraties met een maximum van 30 deelnemers kunnen worden gefaciliteerd. Bovendien zijn ook hier goede alternatieven in de buurt voorhanden.
15
Bezuidenhoutseweg Deze demonstratielocatie betreft het grasveld aan de overzijde van de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer aan de Bezuidenhoutseweg 67. Dit is een belangrijke locatie voor personen die in de nabijheid van het parlement willen demonstreren. De locatie grenst aan een veiligheidsrisicogebied, een fietspad en een drukke doorgaande autoweg. Afhankelijk van de aard van de demonstratie geldt als uitgangspunt dat op de Bezuidenhoutseweg maximaal 200 demonstranten kunnen worden gefaciliteerd. Lange Vijverberg De karakteristieken van deze locatie bemoeilijken het optreden van hulpdiensten bij calamiteiten of ongeregeldheden, onder meer omdat deze locatie is gelegen tussen een autoweg en de Hofvijver (zonder afbakening). Als uitganspunt geldt daarom dat op de Lange Vijverberg demonstraties met maximaal 100 demonstranten kunnen worden gefaciliteerd. Het kernwinkelgebied Het kernwinkelgebied van Den Haag is een drukbezocht gebied met een hoge concentratie van bezoekers, toeristen, winkelend publiek en intensief openbaar vervoer. Vanwege deze omstandigheid bestaat er het ongewenste gevaar op verkeersstremmingen en vermenging van (winkelend) publiek, waaronder kinderen, en overige passanten met demonstraties in dit gebied.
Door de karakteristieken van dit gebied kunnen hulpdiensten, waaronder de politie, bovendien moeilijker ter plaatse komen en optreden in geval van calamiteiten of ongeregeldheden. Om die reden geldt als uitgangspunt dat alleen stationaire demonstraties van maximaal 10 personen in dit gebied kunnen worden gefaciliteerd. Voor een visuele weergave van het kernwinkelgebied wordt verwezen naar de bijgevoegde plattegrond (bijlage 4). Woonwijken De karakteristieken van een woonwijk maken deze locatie minder geschikt voor demonstraties. Het belang van het voorkomen van wanordelijkheden geeft aanleiding om terughoudend om te gaan met demonstraties in woonwijken. In woonwijken zal immers in de regel een groter risico bestaan op vermenging van groepen, waardoor het waarborgen van de veiligheid van wijkbewoners (waaronder kinderen) en demonstranten in het geding komt. Verder zal er in woonwijken mogelijk eerder sprake zijn van een te nadelige invloed op het gewicht van het verkeersbelang. Bij demonstraties in woonwijken wordt daarom extra 16
gewicht toegekend aan de mate van overlast voor omwonenden en de handhaafbaarheid van de openbare orde en veiligheid. Demonstraties in woonwijken zijn niet uitgesloten, maar vereisen een strikte belangenafweging. Demonstraties bij volkenrechtelijk beschermde instellingen Artikel 9 WOM bevat bepalingen die specifiek betrekking hebben op het Internationaal Gerechtshof, diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire vertegenwoordigingen. Het eerste lid bepaalt dat deelnemers aan een demonstratie zich moeten onthouden van gedragingen die het functioneren van de desbetreffende instelling kunnen aantasten. Of het functioneren van een instelling wordt aangetast dient in objectieve zin te worden beantwoord. Dit hangt af van de concrete situatie waarbij factoren als de omvang van de demonstratie en de aard en duur van de hinder een rol spelen. Volgens de regering is het door artikel 9 WOM beschermde rechtsbelang niet los te zien van de in artikel 2 WOM genoemde belangen van het verkeer, de gezondheid en van de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Niet ieder ongewenst gedrag of samenstel van gedragingen dat het functioneren van de betrokken instelling aantast hoeft echter te worden aangemerkt als wanordelijkheden.
Ook gedragingen die op zichzelf niet gewelddadig zijn, zoals langdurige geluidsoverlast of fysieke blokkades van de ingang, kunnen het functioneren van de instelling zodanig hinderen dat de burgemeester aanwijzingen kan geven of moet overgaan tot beëindiging. Op grond van onder meer het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer moet de vrije toegang van personeel en bezoekers tot de diplomatieke vestiging zonder fysieke verstoring of angst kunnen doorgaan. De toegevoegde waarde van artikel 9 WOM is er volgens de regering in gelegen dat buiten twijfel wordt gesteld dat het belang van het continu functioneren van de instellingen in kwestie een zelfstandig rechtsbelang is. Deze bijzondere bescherming vloeit voort uit het volkenrechtelijk gewoonterecht. Artikel 9 heeft derhalve een aanvullend karakter en laat de andere bevoegdheden uit de WOM onverlet. Bij de afweging of het op grond van artikel 5 WOM nodig is beperkingen te stellen mag het belang van artikel 9 WOM worden meegewogen. Gelet op het voorgaande zal een demonstratie direct voor de ingang van een dergelijke instelling in beginsel niet kunnen worden gefaciliteerd. In overleg zal gezocht worden naar een alternatieve locatie.
17
Indien de demonstranten het functioneren van de instelling aantasten, dan kan de burgemeester aanwijzingen geven, die de demonstranten in acht moeten nemen. Als zij geen gehoor geven aan deze aanwijzing en de omstandigheden het vorderen, kan de burgemeester de demonstratie beëindigen. In het geval van strafbare feiten kan hiertegen door de politie, na consultatie en op gezag van de Officier van Justitie, worden opgetreden. Het is dus mogelijk om in Den Haag te demonstreren in de buurt van ambassades en het Internationaal Gerechtshof en dat gebeurt ook veelvuldig. De burgemeester heeft echter meer ruimte om dergelijke demonstraties aan aanwijzingen te onderwerpen, bijvoorbeeld ten aanzien van de afstand van de demonstratie tot het betreffende gebouw. Ontwrichtende (demonstratieve) acties Het demonstratierecht beschermt alleen ‘vreedzame demonstraties’. Volgens rechtspraak van het EHRM moeten demonstraties in uitgangspunt als vreedzaam worden aangemerkt, tenzij de organisator en/of deelnemers gewelddadige intenties hebben, aanzetten tot geweld of anderszins de beginselen van de democratische samenleving afwijzen. De bescherming van vreedzame demonstraties is echter niet onbeperkt.
Bij ontwrichtende (demonstratieve) acties is nu eenmaal eerder sprake van een situatie waarbij de burgemeester moet handelen ter bescherming van het belang van de gezondheid, het verkeer of ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Bij een demonstratie hoort een bepaalde mate van hinder: lawaai, drukte op straat, een stoep die tijdelijk vol staat, of het horen van meningen die sommige mensen kwetsen of choqueren. Dat is welhaast inherent aan demonstreren en moet worden geaccepteerd. De situatie verandert echter zodra demonstranten (bewust) over die grens heen gaan, bijvoorbeeld door snelwegen of belangrijke stadswegen langdurig te blokkeren, of een gebouw te bezetten. Zulke acties vallen weliswaar in beginsel nog steeds onder het demonstratierecht, maar dit betekent niet dat deze ook acties gefaciliteerd moeten worden. Het beperken, of beëindigen van dit soort acties mag dan plaatsvinden ter bescherming van het belang van de gezondheid, het verkeer, of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. De bescherming van rechten van anderen kan daarbij meewegen: denk aan ambulances die er niet door kunnen, inwoners die lang vaststaan, bedrijven die niet bereikbaar zijn, of de eigenaar van een gebouw die over zijn pand wil beschikken. 18
In zulke gevallen is niet alleen toepassing van de bevoegdheden van de WOM gerechtvaardigd, maar kan de politie in het geval van strafbare feiten ook strafrechtelijk optreden (bijvoorbeeld aanhoudingen wegens niet voldoen aan een beperking/aanwijzing/bevel tot beëindiging van de demonstratie, lokaalvredebreuk of wederrechtelijke occupatie). Dit laatste vindt altijd plaats onder gezag van de Officier van Justitie. De afgelopen jaren hebben we in Den Haag meerdere keren meegemaakt dat demonstraties bewust ontwrichtend waren (zoals langdurige wegblokkades, bezettingen van kruispunten of gebouwen). Die ervaringen zijn overwegend negatief: ze veroorzaakten grote overlast en onveilige situaties voor inwoners, hulpdiensten en ondernemers. Dat maakt dat als uitgangspunt geldt dat we bij dit soort (aangekondigde) acties vooraf of tijdens de demonstratie grenzen stellen en waar mogelijk de acties beëindigen. Demonstratieve tentenkampen Een bijzondere vorm van demonstreren is demonstreren door middel van tentenkampen. De ervaringen met langdurige tentenkampen zijn gemengd, maar wijzen regelmatig op risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Van een kampement gaat een aanzuigende werking uit. Er worden steeds meer spullen in verzameld en mensen aangetrokken. Een deel van de openbare ruimte wordt voor het kampement geclaimd.
Hierdoor wordt onder meer het toezicht op en overzicht van de demonstratie door de politie en de gemeente belemmerd. Kampementen kunnen op grond van de WOM niet op voorhand worden tegengegaan. In lijn met jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen echter op basis van een zorgvuldige afweging wel beperkingen worden opgelegd aan demonstratieve tentenkampen. Daarbij geldt dat beperkingen proportioneel moeten zijn en het demonstratierecht niet illusoir mogen maken. Het is, gelet op het voorgaande, wel van groot belang dat een kampement opgeruimd blijft. Op basis van vaste rechtspraak kunnen de volgende beperkingen in beginsel gerechtvaardigd zijn: •
De demonstratie mag in tijd worden beperkt tot één week;
•
De omvang van een eventueel tentenkamp bestaat uit maximaal vijf tenten, met minimaal één volledig open zijde.
•
Een kampement onder winterse omstandigheden is niet toegestaan.
19
•
Tussen 22:00 uur ’s avonds en 6:00 uur ’s ochtends blijft de omvang van de demonstratie beperkt tot maximaal 30 personen.
•
Gebruik van gastoestellen, gasflessen en andere op brandstof gestookte toestellen is niet toegestaan.
Bij de beoordeling van een demonstratief kampement zal steeds een belangenafweging plaatsvinden op grond van artikel 2 WOM. Factoren zoals locatie, duur, veiligheidsrisico’s en hinder voor de omgeving worden hierin betrokken. Overig Schade Indien demonstranten of organisaties schade hebben veroorzaakt aan gemeentelijke eigendommen dan geldt als uitgangspunt dat deze schade op hen verhaald wordt. Dat staat los van het toetsingskader uit de WOM. Politici, bestuurders en overheidsvertegenwoordigers Politici, bestuurders en overheidsvertegenwoordigers zijn in de basis aanspreekbaar en benaderbaar voor het publiek. Daarbij moeten zij veilig en ongehinderd hun werk kunnen uitoefenen. Acties richting politici, bestuurders of overheidsvertegenwoordigers die intimideren of bedreigend van aard zijn, kunnen niet worden gefaciliteerd. Dit geldt ook voor acties gericht op privélocaties of in de privésfeer van politici, bestuurders en overheidsvertegenwoordigers (en/of zijn/haar familieleden). Pers en media Vertegenwoordigers van de pers moeten te allen tijde veilig en ongehinderd hun functie kunnen uitoefenen. Acties richting vertegenwoordigers van pers en media die intimiderend of bedreigend van aard zijn, kunnen niet worden gefaciliteerd. Dit geldt ook voor acties op privélocaties of in de privésfeer van vertegenwoordigers van de pers en media.
De politie en Persveilig hebben handelingslijnen opgesteld voor de politie en vertegenwoordigers van de media voor specifieke situaties voorafgaan aan en bij openbare manifestaties.
20
Bijlage 1 Basisafspraken •
De organisatie heeft een inspanningsverplichting om de demonstratie ordelijk te laten verlopen, met inachtneming van de gemaakte afspraken.
•
Bij demonstraties van 10 personen of meer en bij dynamische demonstraties voorziet de organisatie in een eigen herkenbare ordedienst van 10 procent van het aantal deelnemers.
•
De organisatie stelt een contactpersoon aan die gedurende de demonstratie aanspreekpunt is voor politie en/of gemeente.
•
De organisatie houdt wegen, gebouwen en toegangen daartoe in beginsel vrij. Ontwrichtende blokkades zijn niet toegestaan.
•
Het verbranden van stoffen (zoals hout, olie, fakkels of kaarsen) is niet toegestaan tijdens de demonstratie, tenzij vooraf toestemming is gegeven.
•
Het dragen van gezichtsbedekkende kleding door demonstranten is niet toegestaan, tenzij dit gemotiveerd verband houdt met de boodschap van de demonstratie (bijvoorbeeld een masker), met een religieuze overtuiging of met een andere zwaarwegende reden. In die gevallen wordt dat vooraf gemeld en kan hierover in overleg maatwerk worden geleverd.
•
Demonstranten dragen geen wapens of voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt (waaronder stokken, metalen buizen, beschermende kleding zoals scheen- of armbeschermers). De organisatie ziet hierop toe en spreekt deelnemers zo nodig aan.
•
Demonstranten dragen geen alcohol bij zich en gebruiken geen alcohol. De organisatie ziet hierop toe en spreekt deelnemers zo nodig aan.
•
De organisatie spant zich in om de demonstratielocatie na afloop gezamenlijk met de deelnemers schoon en veilig achter te laten.
21
Bijlage 2 Beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen Beleidsuitgangspunten Het beleid is, rekening houdend met het (grond)recht op demonstratie, gericht op: •
het in goede orde laten verlopen van de demonstratie;
•
het voorkomen dat groepen deelnemers zich afsplitsen van de demonstratie (anders dan voor een vooraf besproken petitieoverdracht);
•
het voorkomen van confrontaties tussen deelnemers aan de demonstratie en derden;
•
het optreden tegen personen indien sprake is van strafbare feiten. Aanhouden is hierbij een van de mogelijkheden.
•
het verloop van de demonstratie conform de vooraf gedeelde kennisgeving en gemaakte afspraken te laten plaatsvinden;
•
het beperken van onnodige overlast voor derden.
Tolerantiegrenzen De politie treedt in ieder geval op bij: •
gevaarlijke blokkades van doorgaande routes, vitale knooppunten, overheidsgebouwen, bedrijven en instellingen;
•
(dreigende) confrontaties tussen demonstranten of tussen demonstranten en derden, vóór, tijdens of na de demonstratie;
•
direct gevaar voor personen en/of goederen;
•
schade aan derden door aard, omvang of tijdsduur van de actie;
•
belemmering of verstoring van hulpdiensten, fysiek of verbaal;
•
dreigen met geweld en/of gebruiken van geweld tegen de hulpdiensten;
•
belediging (van politiepersoneel);
•
het gooien van brandbommen, stenen, hout, verf etc.;
•
overtredingen van de Wet wapens en munitie;
•
strafbare feiten waarop voorlopige hechtenis is toegelaten;
•
discriminatoire uitlatingen, -geschriften of -afbeeldingen;
•
(mondeling of bij geschrift) aanzetten tot haat of discriminatie van mensen (art.137d SR);
•
het in brand steken van voorwerpen: 22
•
verbranding van een pop met duidelijke verwijzing naar een persoon wordt gezien als bedreiging;
•
andere vormen van verbranding zijn in strijd met art. 5:34 APV;
•
aanzetten tot geweld tegen personen of goederen;
•
meevoeren van voorwerpen geschikt om te worden gebruikt bij wanordelijkheden zoals een ketting, knuppel en beschermende middelen;
•
meevoeren van voorwerpen die kennelijk het doel hebben het politieoptreden te hinderen.
De politie weegt bij het optreden de noodzaak af tegen het verwachte effect op de openbare orde. Indien risico op escalatie of gevaar voor de veiligheid van personeel of derden aanwezig is, kan optreden tijdelijk worden uitgesteld. Politieoptreden is bij voorkeur de-escalerend en gefaseerd. Het aanhouden van personen geschiedt waar mogelijk in afstemming met de Officier van Justitie. In eerste instantie treedt, in overleg met de politie, de ordedienst van de organisatie regulerend op. De politie stelt een operationeel commandant aan die nauw contact onderhoudt met de organisatie. Het streven is om ordeverstoorders zo vroeg mogelijk te isoleren en aan te houden. Als dit niet direct kan, worden zij verwijderd of verspreid. Aanhoudingen vinden zoveel als mogelijk plaats op een daarvoor geschikt moment.
23
BIJLAGE 3: HANDELINGSKADER DEMONSTRATIES Tijdig aangemeld Vóór demonstratie
•
De melder van een demonstratie ontvangt na het invullen van het (digitale) kennisgevingsformulier een ontvangstbevestiging per e-mail. Deze bevestiging bevat een overzicht van de ingevulde gegevens.
•
Na de melding en de ontvangstbevestiging neemt de politie spoedig contact op om de kennisgeving met de melder door te spreken. Aan de hand van de kennisgeving wordt bekeken hoe de demonstratie zo goed mogelijk kan worden gefaciliteerd. In dit kader wordt de kennisgeving getoetst aan de doelcriteria van de WOM. In het overleg met de politie worden de ingevulde gegevens, praktische (basis) afspraken en mogelijke beperkingen besproken. In dit overleg kan ook aandacht worden besteed aan potentiële spanningen of risico’s, evenals aan logistieke aspecten zoals ordediensten, locaties en mogelijke verstoring van verkeer of andere demonstraties.
•
De burgemeester faciliteert de demonstratie zo veel mogelijk op basis van de kennisgeving of zoekt in overleg met de organisator naar een alternatieve vormgeving van de demonstratie;
•
Indien naar aanleiding van deze toets het voornemen bestaat om beperkingen aan de demonstratie te stellen dan wordt dit voor zover mogelijk medegedeeld aan de kennisgever, zodat deze hierover een zienswijze kenbaar kan maken;
•
Indien wordt besloten tot het stellen van een beperking en de kennisgever zich niet met de gestelde beperking kan verenigen, kan deze hiertegen bezwaar maken en zich wenden tot de (voorzieningen)rechter die de rechtmatigheid van het besluit toetst. De burgemeester probeert daar tijdig duidelijkheid over te geven.
•
Pas als het stellen van beperkingen onvoldoende waarborg geeft voor de bescherming van (een van) de doelcriteria, dan besluit de burgemeester tot een verbod van de demonstratie. Ook in dat geval wordt indien mogelijk een zienswijze gevraagd.
Tijdens demonstratie
•
Indien afspraken of besluiten van de burgemeester niet worden nageleefd, spreekt de politie de organisator daarop aan.
•
Indien geen gehoor wordt gegeven, legt de politie contact met de burgemeester. De burgemeester kan, via de politie, een aanwijzing geven.
•
In het uiterste geval kan de burgemeester, via de politie, de deelnemers de opdracht geven de samenkomst te beëindigen en uiteen te gaan (artikel 7 WOM).
24
•
In geval van onverwijlde spoed, waarbij geen tijd is om eerst contact op te nemen met de burgemeester, kan de politie bij overtreding van beperkingen of voorschriften de situatie ter plaatse beoordelen en direct optreden.
•
Strafrechtelijk optreden door de politie vindt altijd plaats onder gezag van de Officier van Justitie.
Niet tijdig aangemeld Vóór demonstratie
•
De politie en gemeente beoordelen of actuele ontwikkelingen of de aard en omvang van de demonstratie een verkorte kennisgevingstermijn rechtvaardigen.
•
Zo ja, dan wordt de aanmelding als tijdig behandeld.
•
Zo nee, wordt alsnog gezocht naar mogelijkheden tot facilitering. Daarbij kan worden aangedrongen op aanpassingen in tijd, plaats en vorm vanuit het oogpunt van veiligheid en operationele inzetbaarheid.
•
Voor demonstraties bij internationale instellingen geldt als extra overweging dat zij zich tijdig moeten kunnen voorbereiden om hun ongestoord functioneren te kunnen waarborgen.
•
Gezien de korte voorbereidingstijd is het niet altijd mogelijk om de overwegingen van beperkingen of een verbod op schrift te stellen. Zo nodig gebeurt dit zo snel als mogelijk na de demonstratie.
Tijdens demonstratie
Zie het handelingskader voor tijdig aangemelde demonstraties.
Niet aangemeld Tijdens demonstratie
•
De politie beoordeelt ter plaatse de aard, omvang en locatie van de demonstratie en betrekt eerdere ervaringen met de organisatie.
•
De politie legt contact met de burgemeester met een operationeel advies.
•
De burgemeester besluit of de demonstratie wordt gefaciliteerd en op welke wijze, of wordt beëindigd. De burgemeester spant zich in om ook niet-aangemelde demonstraties waar mogelijk te faciliteren.
•
Indien de demonstratie wordt gefaciliteerd, geldt het handelingskader zoals bij niet tijdig aangemelde demonstraties.
•
Indien de demonstratie niet wordt gefaciliteerd, dan geeft de burgemeester, via de politie, de deelnemers de opdracht de samenkomst te beëindigen en uiteen te gaan (artikel 7 WOM).
25
•
Politieoptreden moet ook hier voldoen aan de vereisten van proportionaliteit, subsidiariteit en rechtsstatelijkheid, zoals die voortvloeien uit het EVRM.
26
BIJLAGE 4: KERNWINKELGEBIED Onder het kernwinkelgebied wordt in dit beleid het volgende gebied verstaan (het omlijnde gebied, inclusief de gearceerde gedeelten van de straten/wegen die de grens vormen van het gebied):
27