RIS324172 Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning veranderen van de woning Duinlaan 153
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
16 december 2025
DSO/10988087 RIS324172
Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning veranderen van de woning Duinlaan 153 Op 30 oktober 2024 is een aanvraag omgevingsvergunning gedaan voor het gewijzigd uitvoeren van de verleende vergunning met kenmerk 202321984 d.d. 01-12-2023 voor het veranderen van de woning Duinlaan 153 door het wijzigen van de indeling, het vergroten van de kelder, het vervangen van de serre en het vervangen van het bijgebouw welke wijziging bestaat uit het aanpassen van de afmetingen van de kelders en de positie van het bijgebouw, alsmede het aanpassen van de materialisering van de serre en het bijgebouw. De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan en is daarom een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op basis van de toetsing van de activiteit op alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving is het college van oordeel dat de activiteit voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Omdat het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat er ruimte moet worden gegeven aan initiatieven in de leefomgeving (ja, mits benadering) en het plan voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, heeft het college het voornemen om een vergunning te verlenen voor de aangevraagde activiteit.
Op 29 april 2023 (RIS 313814) heeft de gemeenteraad een lijst vastgesteld van categorieën BOPA’s waarvoor het college een bindend advies aan de raad moet vragen. De aangevraagde activiteit valt in de categorie 1.2.c ‘het realiseren, veranderen en uitbreiden van bouwwerken binnen het gemeentelijk- of rijksbeschermd stadsgezicht’. Daarom vraagt het college de gemeenteraad om advies of de activiteit voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het advies is bindend voor het besluit van het college op de aanvraag omgevingsvergunning. Bij een positief advies van de raad verleent het college de vergunning. Bij een negatief advies van de raad weigert het college de vergunning op basis van een onderbouwing van de raad waarom het plan niet voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Hieronder volgt een korte omschrijving van het initiatief en de uitkomst van de beoordeling van de voor de activiteit relevante aspecten. Initiatief en procedure De activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, betreft het gewijzigd uitvoeren van de eerder verleende vergunning waarbij de afmetingen van de kelders en de positie van het bijgebouw, alsmede de materialisering van de serre en het bijgebouw worden aangepast op het adres Duinlaan 153. De wijzigingen van het bouwplan ten opzichte van de eerder verleende vergunning zijn als volgt.
Naast de positie en afmetingen van het bijgebouw en de materialisering van de serre, worden twee verschillende kelders aangepast. De kelder die gedeeltelijk onder de woning ligt, wordt vergroot met circa 12m2 en verdiept met circa 65 cm. Daarnaast worden het bijgebouw (tuinhuis) en de kelder die daar onder ligt met 3,5 m2 vergroot. De vormverandering van de kelder bij de woning blijft binnen de contour van de vergunde kelder. Ten slotte wordt de luifel van het bijgebouw ingekort tot 6,5 meter.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10988087
De activiteit past niet in de bouw- en gebruiksregels van het Omgevingsplan gemeente Den Haag (beheersverordening Kijkduin-Meer en Bos) omdat de maximaal toegestane oppervlakte voor aan- en bijgebouwen van 30 m2 wordt overschreden. Er is een vergunning verleend voor een oppervlakte van 114,6 m2. De oppervlakte voor aan- en bijgebouwen is in de nu voorliggende aanvraag 118 m2. Het college heeft de activiteit beoordeeld op een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Op alle relevante aspecten valt de beoordeling positief uit. Omdat het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat er ruimte moet worden gegeven aan initiatieven in de leefomgeving (ja, mits benadering) en het plan voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ vindt het college dat de vergunning kan worden verleend. Dit is alleen mogelijk met een positief advies van uw raad over de gevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij een negatief advies vragen wij uw raad om een nadere motivering waarom niet wordt voldaan aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Beoordeling Hierna volgt de beoordeling van de aspecten voor zover die relevant zijn voor de afweging of sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Stedenbouw De stedenbouwkundige beoordeling is positief en vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen.
Het perceel Duinlaan 135 ligt aan de rand van villapark Meer en Bosch en grenst aan natuurgebied Westduinpark. De buurt bestaat uit vrijstaande woningen en twee-, en drie- onder-een-kap woningen op ruime percelen doorgaans gebouwd in één laag met kap. De wijzigingen ten opzichte van de eerder verleende vergunning zijn voorstelbaar. In het voorstel wordt de erfgrens aan de zijde van het Natura 2000-gebied groen ingericht. Het bijgebouw wordt op voldoende afstand geplaatst om een groene overgang te realiseren, en om te voorkomen dat licht uit het gebouw direct in het Natura 2000-gebied schijnt. Het plan is verbeterd ten opzichte van de eerder verleende vergunning. Welstand De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag heeft aan de hand van de Welstandsnota geoordeeld dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. De beoordeling op het aspect welstand vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. De commissie heeft op 28 mei 2025 aangegeven dat zij positief adviseert over de gewijzigde indeling van de monumentale villa. De aanpassing van de gevels van de uitbouw is akkoord. Het weglaten van de horizontale verdeling in de puien en de “doorkijkhaard” hebben geen negatieve invloed op het uiterlijk van de uitbouw. Ook op hoe de uitbouw zich verhoudt tot het monument – herkenbaar eigen – heeft de aanpassing geen invloed.
De wijzigingen in het ontwerp voor het bijgebouw hebben op de monumentale waarden van de villa geen invloed.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10988087
De commissie constateert verschillen tussen de getekende gevelindeling en de werkelijke, bijvoorbeeld de gevelopeningen en de verhouding tussen metselwerk en houten delen van de gevel. De commissie gaat ervan uit dat de gevelindeling van de villa ongewijzigd blijft. Na het advies van de commissie op 28 mei 2025 zijn er aanpassingen gemaakt aan het bouwplan. Op 23 juli 2025 heeft de commissie geconstateerd dat de wijziging ten opzichte van het door haar op 28 mei 2025 geaccordeerde ontwerp de maat van de kelder van het bijgebouw is. Deze kelder wordt verkleind tot de maat van de bovenbouw, waardoor de ‘daklichten’ in het terras tegen het bijgebouw veranderen in koekoeken. Op het beeld van het bijgebouw, op de samenhang met de villa, op de monumentale waarden van de villa en op de cultuurhistorische waarden van de omgeving heeft deze wijziging geen invloed. Het bovengrondse deel verandert niet, de koekoeken zijn geëigende elementen en gaan op in (de inrichting van) het maaiveld. Beschermd stadsgezicht De beoordeling op het aspect behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Kijkduin - Meer en Bos is positief en vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. In dit plan wordt, in vergelijking met de vergunde situatie, de hoekpositie van het tuinhuis gedraaid, waardoor het in lijn komt te staan met het hoofdgebouw.
Het blijft in de hoek van het perceel gesitueerd. Ook wordt de nok iets hoger en neemt het totale oppervlakte iets toe. Met deze geringe wijzigingen blijft de openheid van het achtererfgebied behouden en heeft het voorgestelde plan geen nadelig effect op de te beschermen waarden van het stadsgezicht. De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag heeft geoordeeld dat het plan het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Kijkduin – Meer en bos voldoende in acht neemt. Archeologie De beoordeling op het aspect archeologie is positief. Het plan neemt het behoud en de bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachting voldoende in acht. Deze beoordeling vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Het plangebied heeft volgens het bestemmingsplan ‘Meer en Bos-Duinlaan’ een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning geldt dat de archeologische waarde van het terrein dat door de werkzaamheden verstoord zal worden vooraf in voldoende mate moet worden vastgesteld. Dit om te kunnen bepalen of er voorwaarden aan de vergunning moeten worden verbonden. Deze bepaling is alleen van toepassing wanneer bij het plan een bodemverstoring op zal treden die groter is dan 50 m2 en dieper gaat dan 50 cm -maaiveld.
Uit de ingediende stukken blijkt dat dat bij dit plan het geval is. Bij de eerder verleende vergunning is een rapport ingediend, waarin de archeologische waarde van het perceel in voldoende mate is vastgesteld. Uit het rapport blijkt dat in het plangebied de archeologische waarde laag is. Daarom worden vanuit de archeologische monumentenzorg geen voorwaarden verbonden aan de vergunning.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10988087
Participatie De aanvraag betreft een BOPA. Daarvoor is participatie door uw raad verplicht gesteld (RIS 313814). De aanvrager heeft voor de indiening van de aanvraag participatie ingevuld door het bouwplan te bespreken met de buren. De wetgever heeft nadrukkelijk niet ingevuld hoe (verplichte) participatie moet plaatsvinden. Wel kan worden gesteld dat verplichte participatie ‘enige betekenis’ moet hebben en in verhouding moet zijn met de aard van het project en de impact op de omgeving. Het doel van participatie is om burgers in een vroegtijdig stadium te betrekken bij de besluitvorming, maar het gaat niet zó ver dat de inbreng van omwonenden van beslissende betekenis is. De uitgevoerde participatie voldoet hieraan en vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Conclusie beoordeling De ontwikkeling hebben wij getoetst aan beleid, instructieregels en andere onderwerpen voor zover relevant voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Uit de beoordeling van de onderbouwing volgt dat de aangevraagde activiteit kan worden vergund met het oog op een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 16 december 2025, Besluit: het college te adviseren om de vergunning voor de aangevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het gewijzigd uitvoeren van de verleende vergunning met kenmerk 202321984 d.d. 01-12-2023 voor het veranderen van de woning Duinlaan 153 door het wijzigen van de indeling, het vergroten van de kelder, het vervangen van de serre en het vervangen van het bijgebouw welke wijziging bestaat uit het aanpassen van de afmetingen van de kelders en de positie van het bijgebouw, alsmede het aanpassen van de materialisering van de serre en het bijgebouw te verlenen. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van … De griffier,
De voorzitter,
4/4