RIS324167 Bijlage Evaluatie wijkagenda als instrument Geredigeerd
Tekst van het document
Evaluatie van de wijkagenda als instrument
MSc. 26-8-2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
1
1.
2
Managementsamenvatting 1.1.
2.
Evaluatie van de wijkagenda als beleidsinstrument
Inhoud en context 2.1.
2 11
Aanleiding van de evaluatie
11
3.
Onderzoeksopzet en evaluatiemethodiek
12
4.
Kwantitatieve bevindingen
13
5.
Kwalitatieve bevindingen
14
6.
Slotwoord
15
7.
Bijlagen
16
7.1.
Bijlage 1: Aanpak evaluatie
16
7.2.
Bijlage 2: Onderzoeksopzet
17
7.3.
Bijlage 3: Huidige standaard evaluatiestructuur in gebruik
20
7.4.
Bijlage 4: Evaluatie-instrumentarium: Enquêtevragen en de beoogde inzichten
21
7.5.
Bijlage 5: Uitkomsten kwantitatieve elementen
27
7.6.
Bijlage 6: Uitkomsten kwalitatieve elementen, inzichten per vraag
29
1
1. Managementsamenvatting 1.1. Evaluatie van de wijkagenda als beleidsinstrument 1.1.1. Inleiding De stad Den Haag ontwikkelt zich in snel tempo en wordt geconfronteerd met complexe, gelaagde uitdagingen op het vlak van leefbaarheid, sociale cohesie, veiligheid, duurzaamheid en economische ontwikkeling. In deze context fungeert de wijkagenda als een beleidsmatig instrument dat tracht een brug te slaan tussen stedelijke ambities en wijkgerichte realiteit. Door via wijkagenda’s lokaal maatwerk te bieden, participatie te faciliteren en beleid dichter bij de leefwereld van bewoners en ondernemers te brengen, beoogt de gemeente de kwaliteit van leven in de wijken structureel te verbeteren. In deze evaluatie is op systematische wijze onderzocht hoe het instrument wijkagenda in de praktijk wordt ervaren en gewaardeerd door diverse betrokkenen. Middels een reeks semigestructureerde interviews met bewoners, ondernemers en gemeentelijke actoren is een rijk, genuanceerd beeld ontstaan van de werking, meerwaarde en ontwikkelpunten van de wijkagenda.
1.1.2. Aanleiding De directe aanleiding voor deze evaluatie is de wens van de commissie Samenleving om een breder en verdiepend onderzoek te laten uitvoeren naar de werking van de wijkagenda’s als beleidsinstrument. Dit onderzoek richt zich op het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit, uitvoerbaarheid en legitimiteit van de wijkagenda’s. Onder legitimiteit verstaan we in dit kader de mate waarin de wijkagenda wordt herkend en erkend als een gezaghebbend en passend instrument, dat aansluit bij de behoeften van zowel bestuur als betrokken partijen. Deze legitimiteit komt tot uitdrukking in drie kernthema’s: • • •
De mate waarin de wijkagenda als leidend of ondersteunend wordt ervaren; De ruimte die het instrument biedt voor flexibiliteit en bijstelling; De randvoorwaarden voor succesvolle uitvoering, zoals kennis, middelen, ondersteuning en governance.
2
1.1.3. Algemene bevindingen Kwantitatieve inzichten bevestigen de opmars en uitvoerbaarheid van de wijkagenda’s. Uit de Stadsenquête blijkt dat inmiddels 40% van de inwoners bekend is met de wijkagenda, waarmee dit het gemeentelijk participatiemiddel is met de sterkste stijging in bekendheid in de afgelopen drie jaar. Daarnaast ervaart 63% van de inwoners ruimte om mee te praten over wijkplannen, al bestaan er tussen stadsdelen verschillen. Een analyse van 227 acties in 30 wijkagenda’s toont bovendien aan dat alle acties passen binnen het reguliere werk van betrokken gemeentelijke diensten, zonder dat extra capaciteit of middelen nodig zijn. De uitvoerbaarheid binnen bestaande structuren is daarmee bevestigd. Wel blijft het monitoren van impact een aandachtspunt, gezien het ontbreken van meetbare doelstellingen en de complexiteit van effectenmeting. Deze bevindingen onderstrepen het potentieel van de wijkagenda als robuust instrument, mits verder verfijnd en verankerd in de gemeentelijke planning- en verantwoordingscyclus.
“De uitvoerbaarheid binnen bestaande structuren is daarmee bevestigd.”
De interviews tonen een divers, soms zelfs tegenstrijdig beeld, dat echter duidelijke lijnen vertoont. Er is algemene erkenning dat de wijkagenda een waardevol kader biedt voor samenwerking, agendering en beleidsmatige focus op wijkniveau. In de meeste gevallen zorgt de aanwezigheid van een wijkagenda voor een gevoel van structuur en richting. Tegelijkertijd blijkt de impact sterk afhankelijk van de manier waarop het instrument wordt ingericht en ingezet. Respondenten benadrukken dat het succes van een wijkagenda niet louter afhangt van de inhoud, maar vooral van het proces: communicatie, betrokkenheid, draagvlak, opvolging, en afstemming met gemeentelijke diensten zijn cruciale succesfactoren. Wanneer deze randvoorwaarden onvoldoende ingevuld zijn, blijft de wijkagenda een papieren document dat zijn potentieel niet verzilvert.
1.1.4. Reflectie op gewekte verwachtingen Er zijn duidelijke positieve signalen dat de wijkagenda in meerdere buurten verwachtingen heeft gewekt en ook (deels) ingelost. Het proces rond totstandkoming van de agenda wordt in veel gevallen als inclusief ervaren. Respondenten voelen zich gehoord, zeker wanneer er actieve en herkenbare projectleiding is die aandacht schenkt aan relatiebeheer, helder communiceert en consistent handelt. Tegelijkertijd komt naar voren dat er bij sommige bewoners en ondernemers sprake is van verhoogde verwachtingen die niet altijd worden waargemaakt. Dit geldt met name wanneer concrete resultaten uitblijven of wanneer voortgang onvoldoende zichtbaar wordt gemaakt. Participatie genereert legitimiteit, maar roept ook de verwachting op van impact. Wanneer terugkoppeling ontbreekt of acties vertragen, ontstaat het risico op cynisme en participatiemoeheid. 3
Daarnaast wordt gewezen op het belang van heldere kaders. Als niet van meet af aan wordt aangegeven wat wel en niet kan, leidt dit tot ruis in het proces. Verschillende respondenten geven aan dat een expliciete afstemming over doel, reikwijdte en haalbaarheid van de wijkagenda de verwachtingen realistischer zou maken.
“Participatie genereert legitimiteit, maar roept ook de verwachting op van impact.”
1.1.5. Reflectie op de uitvoerbaarheid van de wijkagenda De uitvoerbaarheid van de wijkagenda wordt breed erkend als essentieel voor geloofwaardigheid en effectiviteit. Veel respondenten geven aan dat de aanwezigheid van een betrokken en toegankelijke projectleider een doorslaggevende factor is. Deze persoon functioneert als procesregisseur, bruggenbouwer, signaalontvanger en aanspreekpunt. Waar deze rol goed is ingevuld, zijn overleggen beter gestructureerd, voelen partners zich gehoord en worden sneller resultaten geboekt. Tegelijkertijd wordt gewezen op knelpunten in de uitvoering. De volgende thema’s kwamen naar voren: • • •
•
Capaciteitstekorten: Verschillende diensten kampen met onderbezetting, waardoor acties uit de wijkagenda niet altijd adequaat opgepakt worden. Gebrekkige afstemming: Wijkagenda’s zijn onvoldoende ingebed in werkplannen van gemeentelijke diensten, wat tot vertraging leidt. Financiële middelen: Er is behoefte aan duidelijkheid over beschikbare budgetten en meer ruimte voor kleinere wijkinitiatieven, wat bijdraagt aan zichtbaarheid en effectbeleving. Mandaat en governance: In enkele gevallen ontbreekt in de wijkagenda's een heldere taakverdeling en eigenaarschap. Dit maakt opvolging en verantwoordingslijnen diffuus.
De aanbeveling van verschillende geïnterviewden is dan ook om de uitvoeringsstructuur te professionaliseren, met heldere werkplannen, tussentijdse evaluaties, en betere monitoring van voortgang. Ook het borgen van verbinding tussen wijkagenda’s en gemeentelijke jaarplannen is een veel gehoorde wens.
“Waar de rol van projectleider goed is ingevuld, zijn overleggen beter gestructureerd, voelen partners zich gehoord en worden sneller resultaten geboekt.”
4
1.1.6. Reflectie op vertrouwen van bewoners en ondernemers in het gemeentebeleid Er is een ambivalente houding ten aanzien van het gemeentebeleid. Aan de ene kant wordt erkend dat de gemeente oprecht haar best doet om participatie vorm te geven. Het contact met stadsdeelmedewerkers wordt overwegend positief beoordeeld en er is appreciatie voor de toegenomen inzet op gebiedsgericht werken. Aan de andere kant is het vertrouwen broos wanneer bewoners of ondernemers het gevoel hebben dat hun inbreng onvoldoende serieus genomen wordt of dat er geen tastbare gevolgen zijn van participatie. Vertrouwen blijkt sterk afhankelijk van: • • • •
Transparantie in besluitvorming en budgettoewijzing; Snelheid en kwaliteit van terugkoppeling; Zichtbaarheid van resultaten op wijkniveau; Herkenbaarheid van aanspreekpunten binnen de gemeente.
Sommigen geven aan dat beloftes niet altijd worden nagekomen of dat signalen niet worden opgepakt. Dit leidt tot frustratie en afnemend vertrouwen. Tegelijkertijd zijn er ook verhalen van bewoners die juist meer vertrouwen kregen doordat acties zijn opgepakt en zij erkenning hebben ervaren. Samengevat: het vertrouwen is groeiend waar de gemeente zichtbaar handelt en zorgvuldig communiceert – maar snel tanend waar dat uitblijft.
“Vertrouwen is groeiend waar de gemeente zichtbaar handelt en zorgvuldig communiceert – maar snel tanend waar dat uitblijft.”
5
1.1.7. Algehele conclusie De evaluatie bevestigt dat de wijkagenda een waardevol en effectief instrument is om samenwerking, leefbaarheid en betrokkenheid in de wijken te versterken. Tegelijkertijd vraagt de doorontwikkeling om verdere professionalisering zodat de zorgpunten van raad en college volledig kunnen worden geadresseerd. 1. Verwachtingen en uitvoerbaarheid De wijkagenda wordt door bewoners en organisaties ervaren als kansrijk en richtinggevend. Acties zijn uitvoerbaar binnen bestaande structuren, maar capaciteitstekorten en onvoldoende afstemming leiden soms tot vertraging. Heldere kaders en beter verwachtingsmanagement zijn nodig om teleurstelling te voorkomen. 2. Evaluatie en borging Er wordt al op diverse manieren gemonitord, maar systematische evaluatie en SMARTdoelen ontbreken vaak. Structurele evaluatiemomenten (tussentijds en aan het eind van de cyclus) zijn noodzakelijk om voortgang zichtbaar te maken en te leren voor de toekomst. Hiertoe is vanaf medio 2025 een gestandaardiseerde evaluatiestructuur ontwikkeld (zie bijlage 3), met twee formele evaluatiemomenten die deze lacune adresseren. 3. Bijdrage aan vertrouwen Waar bewoners concrete resultaten zien en goede terugkoppeling ontvangen, groeit het vertrouwen in gemeentelijk beleid. Waar communicatie stokt of resultaten onzichtbaar blijven, neemt dit vertrouwen snel af.
Transparantie, duidelijke aanspreekpunten en zichtbare successen zijn daarom cruciale voorwaarden. Prioritering en synergie van centrale zorgpunten Uit de evaluatie blijkt dat de werking van de wijkagenda in sterke mate bepaald wordt door drie onderling samenhangende thema’s: verwachtingen en uitvoerbaarheid, evaluatie en vertrouwen. Voor een effectieve doorontwikkeling is het zinvol deze thema’s zowel te prioriteren als in samenhang te benaderen. Allereerst vraagt verwachtingsmanagement en uitvoerbaarheid om heldere kaders en een robuuste uitvoeringsstructuur; zonder realistische doelen en voldoende capaciteit dreigt teleurstelling. Vervolgens is een structurele evaluatie en borging cruciaal om voortgang zichtbaar te maken, te leren van ervaringen en bij te sturen waar nodig. Tot slot vormt vertrouwen de resultante van de eerste twee: alleen wanneer bewoners en ondernemers ervaren dat afspraken haalbaar zijn en transparant worden gemonitord, groeit hun vertrouwen in de gemeente. Tegelijkertijd versterken de drie kernpunten elkaar. Helder verwachtingsmanagement en realistische uitvoerbaarheid (kernpunt 1) vergroten het vertrouwen van bewoners en ondernemers (kernpunt 3). Systematische evaluatie (kernpunt 2) maakt duidelijk wat haalbaar is en helpt verwachtingen realistischer te maken (kernpunt 1).
En waar vertrouwen aanwezig is (kernpunt 3), zijn bewoners eerder bereid mee te werken aan evaluaties en monitoring, wat de borging van het proces versterkt (kernpunt 2). De grootste impact ontstaat dan ook wanneer de 6
drie kernpunten niet los van elkaar, maar als geïntegreerd pakket worden aangepakt: uitvoerbaarheid als basis, evaluatie als waarborg en vertrouwen als duurzame uitkomst. Samenvattend De wijkagenda levert een aantoonbare meerwaarde voor de stad: bewoners voelen zich gehoord, samenwerking krijgt vorm en er worden concrete resultaten geboekt. Door te investeren in duidelijke verwachtingen, structurele evaluatie en zichtbare communicatie kan de gemeente Den Haag de wijkagenda verder verankeren als hét kompas voor wijkgericht beleid – betrouwbaar, flexibel en gedragen door alle betrokkenen.
7
1.1.8. Aanbevelingen en illustratieve voorbeelden Aanbevelingen in samenhang met de drie centrale aspecten 1. DE MATE VAN BEKENDHEID MET DE WIJKAGENDA ONDER BEWONERS, ONDERNEMERS EN ORGANISATIES
1. Versterk verwachtingsmanagement en transparantie: wees vooraf duidelijk over de
reikwijdte, mogelijkheden en beperkingen en geef terugkoppeling over keuzes. (Quick win) Voorstel succesindicator: bewoners en ondernemers kunnen benoemen wat wel/niet haalbaar is en herkennen hun input in terugkoppelingen. Voorbeeld: bij een bewonersinitiatief rond schoolontbijten ontstond teleurstelling omdat vooraf niet duidelijk was dat dit buiten de reikwijdte viel. 2. Communiceer helder, mensgericht en cyclisch: gebruik toegankelijke taal en zorg voor vaste terugkoppeling (“wat is opgepakt – wat nog niet – en waarom”). (Quick win) Voorstel succesindicator: minimaal 80% van de betrokkenen geeft in evaluatieenquêtes aan de voortgang en keuzes goed te begrijpen. Voorbeeld: bewoners gaven aan dat zij na hun inbreng niets meer hoorden, waardoor cynisme ontstond. 2. DE AARD EN INTENSITEIT VAN PARTICIPATIE EN BETROKKENHEID VAN STAKEHOLDERS 3. Investeer in uitvoeringskracht: zorg voor voldoende capaciteit, middelen en mandaat en
borg structurele samenwerking in wijkteams. (Structurele verbetering) Voorstel succesindicator: projectleiders beschikken over voldoende mandaat en tijd; acties uit wijkagenda’s lopen volgens afgesproken planning. Voorbeeld: projectleiders gaven aan structureel overbelast te zijn, waardoor acties bleven liggen. 4. Creëer ruimte voor maatwerk en flexibiliteit: pas de aanpak aan de lokale context en betrek moeilijk bereikbare groepen via passende werkvormen. (Structurele verbetering) Voorstel succesindicator: minimaal één nieuw participatiekanaal of werkvorm per wijk bereikt doelgroepen die eerder ondervertegenwoordigd waren. Voorbeeld: in wijken met sterke netwerken werkte de wijkagenda verbindend; in buurten zonder zulke structuren bleef de agenda vooral een papieren document. 5. Borg verbinding met gemeentelijke planning: stem wijkagenda’s af met jaarplannen en dienstspecifieke doelen. (Structurele verbetering) Voorstel succesindicator: alle wijkagenda-acties zijn aantoonbaar gekoppeld aan relevante gemeentelijke jaarplannen of programma’s. Voorbeeld: in sommige wijken liepen acties vast omdat de koppeling met stedelijke programma’s ontbrak.
8
3. DE CONCRETE RESULTATEN VAN DE SAMENWERKING EN PARTICIPATIE BINNEN HET KADER VAN DE WIJKAGENDA
6. Professionalisering van monitoring en evaluatie: ontwikkel meetinstrumenten, stel
concrete doelstellingen vast en plan reflectiemomenten. (Structurele verbetering) Voorstel succesindicator: elke wijkagenda bevat SMART-doelen en er vinden minimaal twee formele evaluatiemomenten per cyclus plaats. Voorbeeld: vergroening en ontmoetingsplekken waren zichtbaar gerealiseerd, maar effecten op sociale thema’s zoals eenzaamheid bleven onduidelijk. 7. Versterk sociale component en vertrouwen: geef expliciet aandacht aan sociale thema’s en erken bewonersinitiatieven door transparant te zijn over keuzes. (Structurele verbetering) Voorstel succesindicator: sociale thema’s (armoede, eenzaamheid, jeugd) krijgen expliciete plaats in >70% van de wijkagenda’s; bewonersinitiatieven worden zichtbaar erkend in communicatie-uitingen. Voorbeeld: waar buurtmoestuinen of jongerenprojecten werden ondersteund, groeide vertrouwen; waar geen terugkoppeling volgde, overheerste teleurstelling.
1.1.9. Risico’s Wanneer er niets wordt gedaan met de conclusies en aanbevelingen uit deze evaluatie, loopt de gemeente Den Haag het risico dat het vertrouwen in de wijkagenda als beleidsinstrument afneemt, met negatieve gevolgen voor zowel de effectiviteit van het wijkgericht werken als de relatie tussen gemeente en bewoners. Het uitblijven van duidelijke terugkoppeling en zichtbare resultaten kan ertoe leiden dat bewoners en ondernemers zich minder betrokken en gehoord voelen, waardoor het draagvlak voor de wijkagenda afneemt en participatie terugloopt. Dit ondermijnt het participatieve karakter en de legitimiteit van de wijkagenda, waardoor de kans op succesvolle samenwerking over domeinen en organisatiegrenzen heen sterk vermindert. Daarnaast kan het ontbreken van betere afstemming en mandatering met gemeentelijke diensten leiden tot inefficiënte uitvoering, frustratie bij betrokkenen en een versnipperd beleidsbeeld. Zonder flexibiliteit en structurele evaluatiemomenten verliest de wijkagenda haar dynamiek, waardoor actuele wijkontwikkelingen onvoldoende worden meegenomen en noodzakelijke bijsturingen uitblijven. Dit kan resulteren in een instrument dat niet goed aansluit bij de leefwereld van bewoners en de praktische realiteit van de gemeentelijke organisatie.
Het negeren van sociale thema’s naast fysieke opgaven kan bovendien betekenen dat belangrijke maatschappelijke vraagstukken zoals veiligheid, eenzaamheid en bestaanszekerheid onvoldoende aandacht krijgen, wat de sociale samenhang in wijken onder druk zet. Ook de kans op uitsluiting van minder goed bereikbare groepen neemt toe wanneer lokale sleutelfiguren en netwerken niet actief worden ingezet, waardoor de inclusiviteit en representativiteit van de wijkagenda afnemen. Tot slot brengt het uitblijven van een cyclische evaluatie en een heldere lange termijn visie het risico met zich mee dat de wijkagenda aan impact verliest en kwetsbaar wordt voor wisselingen in bestuur en ambtelijke organisatie. Dit kan leiden tot versnippering van beleid, inconsistenties in uitvoering en een verminderde bijdrage aan strategische beleidsdoelen op wijkniveau. 9
Kortom, het niet opvolgen van de aanbevelingen bedreigt niet alleen de effectiviteit en duurzaamheid van de wijkagenda als beleidsinstrument, maar ook het vertrouwen en de samenwerking tussen de gemeente en haar bewoners en ondernemers. Dit kan op termijn de leefbaarheid en sociale cohesie in de wijken negatief beïnvloeden en daarmee ook het bredere gemeentelijke beleid schaden.
10
2. Inhoud en context Het instrument wijkagenda heeft als basisidee dat de gemeente, in nauwe samenwerking met bewoners en ondernemers, de thema’s bepaalt waaraan gedurende een periode van vier jaar gewerkt wordt. De wijkagenda beoogt hiermee zowel de sociale en fysieke leefbaarheid en veiligheid te verbeteren als het vertrouwen in het gemeentebeleid te versterken. Dit sluit naadloos aan bij de missie van S&W: S&W wil een prettige leefomgeving realiseren in de wijken, samen met bewoners, ondernemers, instellingen en collega’s. Met onze werkwijze dragen we als S&W bij aan het vertrouwen van onze bewoners in de gemeente, en andersom: van de gemeente in bewoners. In de periode 2019-2024 is het instrument verder doorontwikkeld en geprofessionaliseerd, met een sterke focus op inzicht in resultaten en effecten, alsmede op procesverbetering.
2.1. Aanleiding van de evaluatie In november 2024 zijn tijdens een vergadering van de commissie Samenleving door de fracties van VVD en CDA gerichte vragen gesteld over de werking en impact van de wijkagenda’s. Daarbij werden met name drie zorgpunten onder de aandacht gebracht: (1) de verwachtingen die bij bewoners worden gewekt en de mate waarin de plannen daadwerkelijk uitvoerbaar zijn, (2) de wijze waarop het instrument wijkagenda geëvalueerd wordt, en (3) de vraag in hoeverre de wijkagenda’s bijdragen aan het vertrouwen van bewoners en ondernemers in het gemeentelijk beleid. Als reactie op deze vragen en zorgen verzocht toenmalig wethouder M. Balster – op expliciet verzoek van de commissie Samenleving – om een breder en verdiepend evaluatieonderzoek naar de werking van de wijkagenda als beleidsinstrument. Waar reguliere evaluaties zich met name richten op proceskwaliteit, participatie en resultaten op wijkniveau, is deze aanvullende evaluatie bedoeld om te analyseren in hoeverre de wijkagenda daadwerkelijk bijdraagt aan de versterking van sociale en fysieke leefbaarheid én aan het vertrouwen in het gemeentelijk handelen.
Hoewel toenmalig wethouder Balster heeft aangegeven dat de doorontwikkeling en professionalisering van het wijkagenda-proces reeds in gang is gezet – inclusief systematische monitoring en evaluatie van uitvoeringsplannen – achtte de commissie het wenselijk om op strategisch niveau te reflecteren op het instrument als geheel. Deze aanvullende evaluatie wordt in het vierde kwartaal van 2025 voorgelegd aan het college van B&W.
11
3. Onderzoeksopzet en evaluatiemethodiek Voor een zorgvuldige en onderbouwde evaluatie is een gestandaardiseerde aanpak gevolgd die zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen combineert. Deze aanpak geeft inzicht in de bekendheid en participatie rondom de wijkagenda, de ervaren samenwerking en de zichtbare resultaten.
Analyse responsep
Data uit stadsenquête
1
3 2
Nulmetingen
4 Analyse Ravel-indicatoren
Figuur 1: Onderzoeksopzet
•
Standaard evaluatiestructuur Er zijn twee formele evaluatiemomenten ingebouwd: direct na de vaststelling (focus op participatie en proceskwaliteit) en na afloop van de uitvoeringsperiode (focus op resultaten, effectiviteit en vertrouwen). Hiermee ontstaat een cyclische en lerende benadering.
•
Enquête en vragenlijst Een reeks vragen is ontwikkeld om helderheid te krijgen over doelen, samenwerking, participatie, resultaten, flexibiliteit en communicatie. Deze vragen zijn vooraf getest en toegelicht, zodat de antwoorden goed gebruikt konden worden in de evaluatie.
•
Kwalitatieve aanpak Circa dertig interviews zijn gehouden met bewoners, ondernemers, gemeentelijke medewerkers en andere partners. Deze gesprekken leverden rijke inzichten op in hoe de wijkagenda wordt ervaren, wat goed werkt en waar verbetermogelijkheden liggen.
•
Kwantitatieve aanpak Naast interviews zijn enquêteresultaten, responspercentages en beschikbare leefbaarheidsindicatoren geanalyseerd. Deze data bieden een aanvulling en bevestiging op de kwalitatieve bevindingen.
Een volledige uitwerking van de vragenlijst, onderzoeksopzet en toelichting op de methodiek is opgenomen in bijlagen 1 t/m 3.
Figuur 2: Tijdspad evaluatie.
12
4. Kwantitatieve bevindingen De kwantitatieve analyse geeft inzicht in de mate van bekendheid, participatiebereidheid en uitvoerbaarheid van de wijkagenda. •
Bekendheid en participatie Uit de Stadsenquête blijkt dat 40% van de inwoners de wijkagenda kent – de sterkste stijging van alle gemeentelijke participatie-instrumenten in de afgelopen drie jaar. Daarnaast ervaart 63% van de inwoners ruimte om mee te praten over wijkplannen, met wel verschillen tussen stadsdelen.
•
Respons op belevingsmetingen De responspercentages op wijkgerichte enquêtes lagen tussen de 1% en 8% (gemiddeld 5%). Hoewel deze niet representatief zijn, dragen ze bij aan laagdrempelige betrokkenheid van bewoners.
•
Uitvoerbaarheid Een analyse van 227 acties uit 30 wijkagenda’s laat zien dat alle acties binnen het bestaande takenpakket van gemeentelijke diensten passen. Er was geen sprake van extra druk op capaciteit of budget, mits goed afgestemd in het proces.
•
Monitoring via indicatoren Voor de toekomst kunnen leefbaarheidsindicatoren (zoals RAVEL) ingezet worden om voortgang en impact van de wijkagenda’s concreter te monitoren.
Een uitgebreide toelichting op de gebruikte data, analyses en tabellen is opgenomen in bijlage 4 en 5. % Haagse inwoners dat bekend is met de wijkagenda 70 60 50 40 30 20 10 0
2022 2022
2023 2023
2024 2024
Figuur 3: Bekendheid van middelen om mee te denken of te praten met de Haagse gemeente, 2020-2024.
13
2027 2027
5. Kwalitatieve bevindingen De interviews met bewoners, ondernemers, gemeentelijke medewerkers en partners leveren een rijk beeld op van hoe de wijkagenda in de praktijk wordt ervaren. De belangrijkste patronen zijn: •
Doelen en verwachtingen De wijkagenda wordt breed gewaardeerd als participatie-instrument, maar te hoge verwachtingen zonder duidelijke kaders leiden soms tot teleurstelling. Terugkoppeling en realistisch verwachtingsmanagement zijn cruciaal.
•
Samenwerking Waar een vaste projectleider of duidelijke regierol aanwezig is, verbeteren samenwerking en betrokkenheid merkbaar. Waar dit ontbreekt, blijft de wijkagenda vaak een papieren document.
•
Positieve ervaringen Bewoners waarderen de structuur, laagdrempeligheid en zichtbare verbeteringen (bijv. vergroening, ontmoetingsplekken). Relaties en vertrouwen blijken belangrijke succesfactoren.
•
Knelpunten Capaciteitstekorten, versnipperde samenwerking tussen diensten en onvoldoende communicatie belemmeren de uitvoering. Vooral sociale thema’s (armoede, eenzaamheid, mentale gezondheid) krijgen nog te weinig aandacht.
•
Effect op vertrouwen Wanneer bewoners merken dat hun ideeën daadwerkelijk opgepakt worden, groeit vertrouwen in het gemeentelijk beleid. Waar resultaten of uitleg uitblijven, neemt scepsis toe.
De uitgebreide weergave van de antwoorden per vraag, inclusief citaten en aanbevelingen vanuit respondenten, is opgenomen in bijlage 6.
14
6. Slotwoord Met deze evaluatie sluiten we een belangrijke fase af in de ontwikkeling van de wijkagenda als beleidsinstrument. De analyse van zowel kwalitatieve als kwantitatieve elementen biedt waardevolle inzichten in hoe het instrument wordt beleefd, toegepast en gewaardeerd door bewoners, ondernemers, ambtenaren en bestuurders. Deze bevindingen onderstrepen dat de wijkagenda een krachtig middel kan zijn om lokale opgaven samen met de wijk aan te pakken – mits zij gedragen, verbonden en uitvoerbaar is. De opgehaalde signalen tonen tegelijkertijd de noodzaak aan tot verfijning, verdieping en verdere professionalisering. Een wijkagenda is geen doel op zich, maar een middel dat alleen impact heeft wanneer het wordt ingebed in een lerende cultuur, waarin eigenaarschap gedeeld wordt, ruimte is voor reflectie en vertrouwen groeit door zichtbare resultaten. Dit vraagt van de gemeente Den Haag een duurzaam commitment aan de onderliggende principes van participatie, transparantie en samenwerking. Dit evaluatierapport is ter informatie aangeboden aan de commissie en vormt een belangrijk onderdeel in de verdere ontwikkeling van de wijkagenda als instrument voor gebiedsgericht werken. De wijkagenda blijft als beleidsinstrument bestaan.
Een aantal aanbevelingen is reeds verwerkt in lopende processen; de overige aanbevelingen worden meegenomen in het jaarplan 2026, zodat structureel kan worden voortgebouwd op de geleerde lessen. De commissie is per brief geïnformeerd over het voornemen van het college om, mede op basis van deze evaluatie, een integraal voorstel op te stellen o.b.v. de aanbevelingen uit de evaluatie instrument wijkagenda’s en de voortgangsrapportages van de wijkagenda’s en investeringsgebieden waarin de ambities, aanpak en richting voor Wijkagenda’s en Investeringsgebieden op de langere termijn worden geschetst. De commissie wordt te zijner tijd nader geïnformeerd over dit voorstel en de voortgang ervan. Wij hopen dat dit rapport bijdraagt aan een scherpere positionering van de wijkagenda binnen het gemeentelijk beleid en aan een hernieuwde dialoog over de waarde van wijkgericht werken. Meer nog dan een evaluatie, beogen we met dit document een uitnodiging te formuleren tot verdere uitbouw en verankering van een aanpak waarin de stad, haar wijken en haar mensen écht centraal staan. Tot slot willen wij onze dank uitspreken aan alle betrokkenen die hun ervaringen, zorgen en inzichten met ons hebben gedeeld. Uw openheid vormt de basis voor dit rapport en voor het gezamenlijke streven naar een sterker, inclusiever en responsiever stadsbestuur.
De lessen die u met ons deelde, zullen richtinggevend zijn voor het vervolg. Samen bouwen we verder aan een stad waarin elke wijk telt – en elke stem gehoord wordt.
15
7. Bijlagen 7.1. Bijlage 1: Aanpak evaluatie Opzet en inhoud van de evaluatie Om op een zorgvuldige en onderbouwde wijze inzicht te verkrijgen in de werking van de wijkagenda’s, is een evaluatie ingericht die zich zowel op de bekendheid en participatie als op de resultaten en effecten van het instrument richt. Deze evaluatie combineert kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek elementen om een zo volledig mogelijk beeld te schetsen.
Doel en focus De evaluatie richt zich op drie centrale aspecten: • • •
De mate van bekendheid met de wijkagenda onder bewoners, ondernemers en organisaties; De aard en intensiteit van participatie en betrokkenheid van deze stakeholders bij de wijkagenda; De concrete resultaten van de samenwerking en participatie binnen het kader van de wijkagenda.
16
7.2. Bijlage 2: Onderzoeksopzet Kwantitatieve elementen Een analyse van de bekendheid met de wijkagenda, gebaseerd op: • •
Data uit de Stadsenquête, waarin vragen zijn opgenomen over bekendheid met het begrip ‘wijkagenda’ en de mogelijkheid tot meepraten over wijkplannen. Nulmetingen: aantal respondenten op enquêtes die in 2023 en 2024 zijn afgenomen, evenals het aantal respondenten per wijkagenda dat binnen deze evaluatie wordt onderzocht.
Analyse van RAVEL-indicatoren met betrekking tot sociale en fysieke leefbaarheid, mits deze indicatoren toerekenbaar zijn aan de wijkagenda’s en de timing passend is. •
Een analyse van responspercentages. Omdat dit de eerste reeks wijkagenda’s betreft, zijn trendanalyses nog niet mogelijk.
Kwalitatieve elementen Interviews met uiteenlopende stakeholders in de wijk, waaronder: • • • • • •
Welzijnsorganisaties Woningcorporaties Onderwijsinstellingen Ondernemers Georganiseerde en ongeorganiseerde bewoners Medewerkers van gemeentelijke diensten die actief zijn in de wijk
Selectie van wijkagenda’s De steekproef voor het onderzoek is tot stand gekomen op basis van een doelgerichte en gestratificeerde benadering. Uit elk stadsdeel is bewust één wijk geselecteerd, zodat er sprake is van een brede geografische spreiding en een representatief beeld van de stad als geheel. Daarbij is gekozen voor wijkagenda’s die al meer dan twee jaar in uitvoering zijn, met als doel een realistisch en bruikbaar inzicht te verkrijgen in zowel het verloop van het proces als de mogelijke effecten van de aanpak. Deze looptijd zorgt ervoor dat er voldoende tijd is geweest om beleidsinspanningen zichtbaar te laten worden. De uiteindelijke selectie van wijken is gemaakt in overleg met de projectleiders wijkagenda. Door hun kennis en ervaring te betrekken, is ook rekening gehouden met praktische uitvoerbaarheid en lokale omstandigheden, zoals beschikbaarheid van informatie, betrokkenheid van bewoners en relevante ontwikkelingen in de wijk. Zo is gekomen tot een weloverwogen en relevante steekproef die de onderzoeksdoelen optimaal ondersteunt. • • •
Haagse Hout: Bezuidenhout West Loosduinen: Houtwijk Centrum: Zeeheldenkwartier
17
• • • • •
Escamp: Morgenstond Scheveningen: Havenkwartier Laak: Laakhavens Leidschenveen-Ypenburg: Ypenburg Segbroek: Vruchtenbuurt
Gebruik van de kwalitatieve populatie In het kader van deze evaluatie zijn gesprekken gevoerd met circa dertig personen, verdeeld over bewoners, ondernemers, medewerkers van de gemeente en andere participanten in de acht geselecteerde wijken. Deze populatie is bewust samengesteld om een breed scala aan perspectieven en ervaringen op te halen ten aanzien van de werking en de meerwaarde van de wijkagenda als instrument. De respondenten zijn grotendeels geworven in overleg met de projectleiders wijkagenda, die geschikte bewoners, ondernemers en participanten hebben aangedragen. De contactgegevens van deze personen zijn vervolgens gedeeld, waarna zij rechtstreeks zijn benaderd voor deelname. Alle benaderde personen hebben meegewerkt; er zijn geen weigeringen geregistreerd. De gesprekken vonden plaats via verschillende kanalen en op uiteenlopende locaties, waaronder via Teams, in het stadhuis, bij mensen thuis of op locatie bij de participanten. Deze variatie in setting droeg bij aan het creëren van een laagdrempelige en open gespreksomgeving. Het is van belang te benadrukken dat deze groep geen representatieve steekproef vormt van de totale stedelijke populatie of afzonderlijke doelgroepen. De omvang en selectiewijze maken het niet mogelijk om statistisch veralgemeenbare uitspraken te doen over de gehele bevolking.
Desondanks biedt deze kwalitatieve benadering grote beleidsmatige en bestuurlijke waarde. De gesprekken leveren diepgaande inzichten op in: • • • •
Hoe de wijkagenda door verschillende actoren wordt ervaren en toegepast, Hoe deze bijdraagt aan samenhang, focus en uitvoering, Welke knelpunten en verbeterpunten er zijn, Hoe het instrument bijdraagt aan bewonersparticipatie en vertrouwen in het gemeentebeleid.
De uitkomsten zijn daarmee primair te beschouwen als reflectieve en verklarende informatie die richtinggevend kan zijn voor verdere beleidsontwikkeling, professionalisering en besluitvorming over het instrument wijkagenda.
18
Tijdspad • • • • • •
mei en juni: start van de evaluatie (interviews en deskresearch) medio juli: eerste concept evaluatierapport gereed eind juli – medio augustus: ambtelijke besluitvormingsprocedure (o.a. TMO-MT S&W, voorbereidingsgroep IDO-IDO) medio augustus – medio september: bestuurlijke besluitvormingsprocedure (staf, IRIS) eind september: vaststelling evaluatierapport in het college oktober/november: bespreking in commissie Samenleving
Er is gekozen om de bespreking van de evaluatie in het vierde kwartaal (Q4) uit te voeren in plaats van het oorspronkelijk geplande derde kwartaal (Q3). Deze verschuiving is veroorzaakt door de doorlooptijd van het afnemen van de interviews, de tussenliggende vakantieperiode en de benodigde tijd voor de bestuurlijke route, die eveneens door vakanties werd beïnvloed. In deze bestuurlijke route is het evaluatierapport bovendien zorgvuldig gelezen en voorzien van vragen en feedback, voordat het ter kennisgeving aan de raad is voorgelegd.
19
7.3. Bijlage 3: Huidige standaard evaluatiestructuur in gebruik In antwoord op de vraag van de commissie Samenleving naar de wijze waarop de gemeente Den Haag haar wijkagenda’s evalueert, is de afgelopen periode gewerkt aan het inrichten van een structurele en gestandaardiseerde evaluatiesystematiek. Deze evaluatieaanpak sluit aan bij de ambitie van het college om de effectiviteit en legitimiteit van het instrument wijkagenda blijvend te versterken, en vormt een essentieel onderdeel van de bredere doorontwikkeling en professionalisering ervan. Door evaluatie integraal onderdeel te maken van de beleidscyclus – zowel na vaststelling als na afloop van een uitvoeringsperiode – ontstaat een lerende praktijk waarin inzichten uit proces en uitvoering systematisch worden benut. Hieronder wordt de opzet en functie van deze twee complementaire evaluatiemomenten toegelicht. In het kader van de doorontwikkeling en professionalisering van het instrument wijkagenda is een structurele en gestandaardiseerde evaluatiesystematiek vastgesteld. Deze systematiek kent twee formele evaluatiemomenten, die elk een eigen functie en focus hebben binnen de beleidscyclus: 1. Evaluatie na vaststelling van de wijkagenda.
Dit evaluatiemoment richt zich op een analyse van het proces rondom de totstandkoming van de wijkagenda, met specifieke aandacht voor de mate en kwaliteit van participatie door bewoners, ondernemers en overige stakeholders. Doel hiervan is om inzicht te verkrijgen in procesmatige succesfactoren en verbeterpunten, en daarmee de legitimiteit en uitvoerbaarheid van de wijkagenda’s te versterken. 2. Evaluatie na afloop van de vierjarige uitvoeringsperiode. Deze evaluatie betreft een inhoudelijke beoordeling van de behaalde resultaten, de effectiviteit van de ingezette interventies en de mate waarin de doelstellingen op het gebied van sociale en fysieke leefbaarheid en vertrouwen in gemeentelijk handelen zijn gerealiseerd. Tevens vormt deze evaluatie het startpunt van een nieuw participatietraject voor het opstellen van de volgende wijkagenda, waarmee een cyclische en lerende benadering wordt geborgd. Deze gestandaardiseerde evaluatiestructuur is vanaf medio 2025 in gebruik genomen en wordt toegepast bij zowel de afronding van de lopende wijkagenda’s als bij de oplevering en start van nieuwe wijkagenda’s. Hiermee wordt geborgd dat de gemeente Den Haag op een systematische wijze leert van ervaringen uit het verleden en de kwaliteit en impact van wijkagenda’s continu versterkt.
20
7.4. Bijlage 4: Evaluatie-instrumentarium: Enquêtevragen en de beoogde inzichten Inleiding Om goed te kunnen beoordelen hoe de wijkagenda als instrument functioneert in de praktijk, is het van belang inzicht te krijgen in de ervaringen en percepties van betrokkenen. Daarom is een enquête opgesteld met vragen die verschillende aspecten van de wijkagenda belichten, zoals de duidelijkheid van doelen, de ervaren samenwerking, de mate van participatie en de concrete resultaten die tot nu toe zijn bereikt. De vragen zijn zo opgesteld dat zij niet alleen informatie geven over wat er goed gaat en wat beter kan, maar ook inzicht bieden in hoe de wijkagenda bijdraagt aan het vertrouwen in gemeentelijk beleid en of de plannen realistisch en uitvoerbaar worden geacht. Bij elke vraag is een doel geformuleerd om helder te maken welke informatie ermee wordt beoogd en hoe deze input gebruikt kan worden voor verbetering van zowel het instrument wijkagenda als het proces van wijkgericht werken. Naast het stellen van de vragen zijn ook de achterliggende doelen toegelicht aan de geïnterviewden, om zo een zo volledig en zorgvuldig mogelijk beeld te verkrijgen.
Enquêtevragen met toelichting: inzicht in doel en betekenis In onderstaand overzicht staan de enquêtevragen met per vraag een korte toelichting op het doel ervan. Deze toelichtingen helpen om de antwoorden goed te kunnen duiden en te gebruiken als bouwstenen voor toekomstige besluitvorming en procesoptimalisatie. Vraag 1, wat zijn voor u de belangrijkste doelstellingen van de wijkagenda in uw wijk? Doel: Nagaan of de doelen van de wijkagenda duidelijk, relevant en haalbaar zijn voor betrokkenen, en of deze zijn besproken of uitgelegd. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Geeft inzicht in wat bewoners en partners verwachten van de wijkagenda en of zij de plannen uitvoerbaar achten. 2. Evaluatie: Toont de mate van doelbegrip en betrokkenheid als onderdeel van proceskwaliteit. 3. Vertrouwen: Als doelen duidelijk en relevant zijn, versterkt dit het vertrouwen in de gemeente als betrouwbare partner.
21
Vraag 2, in hoeverre helpt de wijkagenda bij het verbeteren van de samenwerking tussen verschillende partijen in de wijk? Doel: Beoordelen of de wijkagenda samenwerking stimuleert en structureert ten opzichte van de periode vóór de agenda. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Laat zien of samenwerking – essentieel voor uitvoerbaarheid – daadwerkelijk verbeterd is. 2. Evaluatie: Toont het effect van de wijkagenda als verbindend instrument. 3. Vertrouwen: Een verbetering in samenwerking vergroot vertrouwen in gemeentelijk beleid en procesregie. Vraag 3, wat ervaart u als positief in het proces van de wijkagenda? Doel: Identificeren van succesfactoren om deze te behouden of te versterken. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Positieve ervaringen dragen bij aan draagvlak en realistische verwachtingen. 2. Evaluatie: Belicht procesaspecten die goed werken als input voor lerende evaluatie. 3. Vertrouwen: Positieve ervaringen versterken het vertrouwen in het instrument en de gemeente. Vraag 4. Welke obstakels of uitdagingen komt u tegen bij de implementatie van de wijkagenda? Doel: Inzicht krijgen in ervaren knelpunten bij uitvoering, zoals samenwerking, middelen, verwachtingen of bureaucratie.
In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Biedt helderheid over barrières die realisatie van plannen belemmeren. 2. Evaluatie: Cruciale input om het instrument effectiever en realistischer te maken. 3. Vertrouwen: Structurele obstakels zonder oplossing ondermijnen vertrouwen in gemeentelijk beleid.
22
Vraag 5, in hoeverre worden de meningen en ideeën van wijkbewoners effectief meegenomen? Doel: Beoordelen of participatie daadwerkelijk leidt tot invloed op de inhoud van de wijkagenda. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Geeft aan of bewoners verwachtingen hebben dat hun input resulteert in uitvoerbare plannen. 2. Evaluatie: Meet de effectiviteit van participatieve processen. 3. Vertrouwen: Voelen bewoners zich gehoord, dan versterkt dit hun vertrouwen in de gemeente. Vraag 6, leidt de wijkagenda tot concrete verbeteringen of veranderingen in de wijk? Doel: Evalueren of de wijkagenda tastbare resultaten oplevert en op welke terreinen. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Laat zien of beloofde en verwachte veranderingen daadwerkelijk gerealiseerd zijn. 2. Evaluatie: Meet de effectiviteit van het instrument in termen van output en impact. 3. Vertrouwen: Concreet zichtbare resultaten vergroten vertrouwen in de gemeente en het instrument. Vraag 7. Is er voldoende ruimte voor flexibiliteit binnen de wijkagenda? Doel: Achterhalen of de wijkagenda ruimte biedt voor bijsturing bij veranderende omstandigheden. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1.
Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Flexibiliteit maakt plannen realistischer en uitvoerbaarder. 2. Evaluatie: Geeft inzicht in de wendbaarheid van het instrument. 3. Vertrouwen: Responsiviteit van beleid vergroot vertrouwen bij bewoners en partners. Vraag 8, hoe ervaart u de communicatie tussen de verschillende betrokken partijen? Doel: Inzicht krijgen in de kwaliteit en effectiviteit van onderlinge communicatie. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Goede communicatie voorkomt verkeerde verwachtingen en uitvoeringsproblemen. 2. Evaluatie: Belangrijke procesindicator voor effectiviteit. 3. Vertrouwen: Transparante communicatie versterkt vertrouwen in beleid en uitvoering.
23
Vraag 9, Wordt er voldoende informatie en ondersteuning geboden om de wijkagenda succesvol te implementeren? Doel: Nagaan of betrokkenen beschikken over benodigde kennis, middelen en begeleiding. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Onvoldoende ondersteuning beperkt de uitvoerbaarheid van plannen. 2. Evaluatie: Belicht de mate waarin randvoorwaarden op orde zijn. 3. Vertrouwen: Goede ondersteuning bevestigt de betrouwbaarheid van de gemeente als partner. Vraag 10, welke aanbevelingen heeft u voor verbetering van het instrument wijkagenda? Doel: Ruimte geven voor reflectie en verbetervoorstellen op proces, inhoud en middelen. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1. Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Suggesties helpen om het instrument realistischer en effectiever te maken. 2. Evaluatie: Directe input voor verbeteringen vanuit de praktijk. 3. Vertrouwen: Laat zien dat de gemeente openstaat voor feedback, wat vertrouwen versterkt. Vraag 11, Zijn er nog dingen die u wilt delen over dit onderwerp? Doel: De mogelijkheid bieden aanvullende inzichten of belangrijke punten mee te geven. In hoeverre draagt dit bij aan onze kennis over de effectiviteit van het instrument? 1.
Verwachtingen & uitvoerbaarheid: Onverwachte signalen kunnen nieuwe inzichten geven in verwachtingen en uitvoeringsproblemen. 2. Evaluatie: Verzamelt waardevolle informatie buiten de gestelde vragen om. 3. Vertrouwen: Het serieus nemen van deze input versterkt vertrouwen in het proces.
Conclusie Deze vragenreeks biedt een diepgaand en breed evaluatiekader waarmee inzicht wordt verkregen in: • • •
de mate waarin de wijkagenda verwachtingen waarmaakt en plannen uitvoerbaar zijn, hoe het instrument wordt geëvalueerd, en in welke mate de wijkagenda als instrument bijdraagt aan het vertrouwen van bewoners en ondernemers in het gemeentebeleid
24
Anonimiteit en betrouwbaarheid van de antwoorden De anonimiteit van de antwoorden is voorafgaand aan alle gesprekken expliciet aan de respondenten medegedeeld. Geen enkele individuele respondent is herleidbaar in de rapportage of bij de analyse. Deze waarborg van anonimiteit is essentieel om een veilige setting te creëren waarin respondenten vrijuit hun ervaringen, meningen en kritische reflecties kunnen delen, zonder terughoudendheid vanuit sociale wenselijkheid of angst voor repercussies. Door deze anonimiteit te garanderen, neemt de betrouwbaarheid van de antwoorden aanzienlijk toe. Respondenten voelen zich vrijer om genuanceerd en eerlijk te antwoorden, waardoor een realistischer beeld ontstaat van zowel de ervaren successen als de knelpunten. De verkregen inzichten vormen zo een robuuste basis voor beleidsmatige en bestuurlijke besluitvorming, omdat ze niet worden gekleurd door strategische antwoorden of persoonlijke belangen, maar een waarheidsgetrouw beeld geven van de werking van de wijkagenda’s in de praktijk. Voor de geïnterviewde biedt anonimiteit de zekerheid dat zijn of haar opvattingen niet persoonlijk herleidbaar zijn, waardoor een open en eerlijke dialoog mogelijk wordt.
Dit vergroot het gevoel van veiligheid en vertrouwen in het proces en draagt eraan bij dat respondenten zich daadwerkelijk gehoord voelen, zonder angst voor negatieve consequenties in hun professionele of maatschappelijke positie. Voor de gemeente betekent deze werkwijze dat de verkregen informatie betrouwbaarder en diepgaander is. Wanneer respondenten zich veilig voelen om eerlijke antwoorden te geven, ontstaat een realistischer beeld van wat goed werkt, waar verbeterpunten liggen en hoe beleid en uitvoering daadwerkelijk ervaren worden. Dit verschaft de gemeente een solide basis voor weloverwogen besluitvorming, betere prioritering en effectievere interventies in de wijk. Het vooraf garanderen van anonimiteit toont daarnaast aan dat de gemeente integriteit, transparantie en zorgvuldig participatief werken hoog in het vaandel heeft staan. Het illustreert een bereidheid om niet slechts formeel input te vragen, maar ook kritisch te luisteren naar ongunstige signalen en blinde vlekken. Daarmee bevestigt de gemeente haar positie als een betrouwbare, open en lerende partner die oog heeft voor de belangen van de mensen en partijen die zij bedient.
25
Onderzoeksaanpak en werkwijze interviews De interviews zijn afgenomen door de onderzoekers, een eigen medewerker van de gemeente Den Haag en een externe medewerker van Möbius, en waren vooraf gepland voor een duur van één uur, waarbij werd ingeschat dat het daadwerkelijke gesprek ongeveer 45 minuten zou duren. Deze tijdsplanning bood voldoende ruimte voor een goede introductie en een rustig, open gesprek waarin ook ruimte was voor vragen van de geïnterviewden. Tijdens de interviews werden de antwoorden zo letterlijk mogelijk vastgelegd in Google Forms, wat een gestructureerde en efficiënte opslag van de data mogelijk maakte. Door deze werkwijze kon per vraag een gedetailleerde analyse worden uitgevoerd, waarbij zowel de positieve elementen als de suggesties ter verbetering duidelijk naar voren kwamen. De resultaten van deze analyses zijn opgenomen in dit rapport, waarin per vraag een overzicht is gegeven van de bevindingen, aangevuld met conclusies en aanbevelingen vanuit zowel de geïnterviewden als de onderzoekers. Deze methodische aanpak draagt bij aan de transparantie van het evaluatieproces en versterkt de betrouwbaarheid van de bevindingen.
26
7.5. Bijlage 5: Uitkomsten kwantitatieve elementen Kwantitatieve evaluatie van de wijkagenda Bereik, uitvoerbaarheid en impact in cijfers en inzichten Naast kwalitatieve reflecties op het instrument ‘wijkagenda’ is ook een analyse gemaakt van diverse kwantitatieve gegevens. Deze geven inzicht in de mate van bekendheid, participatiebereidheid, respons op belevingsmetingen, en in hoeverre de wijkagenda organisatorisch uitvoerbaar en bestuurlijk inpasbaar is binnen de gemeentelijke structuur. Waar mogelijk zijn de bevindingen geplaatst in het bredere perspectief van de lerende aanpak die de gemeente Den Haag nastreeft in het wijkgericht werken. Stadsenquête De Stadsenquête 2024 biedt een belangrijke graadmeter voor de zichtbaarheid van de wijkagenda als participatief instrument. Uit deze enquête blijkt dat 40% van de Haagse inwoners aangeeft bekend te zijn met de wijkagenda. Daarmee is dit, van alle participatieinstrumenten van de gemeente, het middel met de sterkste stijging in bekendheid: van 19% in 2022, naar 37% in 2023, tot 40% in 2024. Dit suggereert een positieve ontwikkeling in het bereik van het instrument. Daarnaast geeft 63% van de inwoners aan het idee te hebben mee te kunnen praten over wijkplannen. Dit cijfer is bekend per stadsdeel.
De stadsdelen Loosduinen, Escamp en Scheveningen scoren hierbij onder de 60%; in de overige stadsdelen ligt dit percentage boven de 60%. Er is geen nader onderzoek verricht naar de oorzaken van deze verschillen. Het is positief dat de wijkagenda het participatiemiddel is dat qua bekendheid het meest is toegenomen in de afgelopen drie jaar. Een bekendheidsniveau van 40% is op zichzelf positief, maar een verdere stijging blijft wenselijk. Groepen die minder goed bereikt Figuur 4: Mogelijkheden tot meepraten of denken over worden – zoals jongeren, anderstaligen of wijkplannen, naar stadsdeel, 2020-2024. inwoners met lage digitale vaardigheden – komen overeen met de groepen die ook bij andere gemeentelijke communicatie- en participatietrajecten moeilijker bereikbaar zijn. Respons op wijkgerichte belevingsenquêtes De evaluatie heeft ook gekeken naar de respons op de wijkgerichte bewonersbelevingsenquêtes in 2023 en 2024. De responspercentages liggen tussen de 1% en 8%, met een gemiddelde van ongeveer 5%. Alle inwoners van een wijk worden eenmaal per brief uitgenodigd om deel te nemen. Aanvullend worden papieren enquêtes uitgedeeld aan minder digitaal vaardige inwoners, bijvoorbeeld via de koffiekar. Indien nodig wordt de enquête in meerdere talen aangeboden. 27
Deze aanpak sluit aan bij het streven naar laagdrempelige participatie, maar beoogt geen statistische representativiteit. Er wordt namelijk geen steekproef getrokken; alle inwoners krijgen de mogelijkheid deel te nemen. De waarde van de belevingsmetingen ligt dan ook vooral in het mobiliseren van zo veel mogelijk inwoners als onderdeel van het wijkagendaproces. Er wordt geen analyse uitgevoerd naar de representativiteit van deelnemers, juist omdat representativiteit geen doelstelling is binnen deze aanpak. Deze keuze past binnen de huidige fase van het wijkgericht werken, waarin het maximaliseren van betrokkenheid vooropstaat. Organisatorische uitvoerbaarheid: analyse van acties uit wijkagenda’s Vanuit het IDO werd aanvullend de vraag gesteld of wijkagenda’s organisatorisch uitvoerbaar zijn binnen de bestaande gemeentelijke capaciteit. In dat kader is een analyse uitgevoerd van 30 wijkagenda’s, met de nadruk op de thema’s groen, schoon en veiligheid – goed voor in totaal 227 acties. De uitkomsten van deze exercitie zijn helder: alle geformuleerde acties bleken te vallen binnen het bestaande takenpakket van de betrokken diensten (DPZ, DSB en DSO). Er werd geen sprake vastgesteld van overschrijdingen van capaciteit of budget. Ook werd geen extra ambtelijke inzet gevraagd buiten de reguliere werkstructuren.
Dit bevestigt dat de wijkagenda’s, zoals momenteel ingericht, in principe uitvoerbaar zijn binnen het bestaande gemeentelijke apparaat. Deze constatering draagt bij aan het vertrouwen in de praktische haalbaarheid van het instrument en onderstreept dat wijkagenda’s niet noodzakelijk extra druk leggen op de gemeentelijke organisatie, mits goed afgestemd in het proces. Leefbaarheidsindicatoren Ten slotte is RAVEL ontwikkeld om de ontwikkeling van de leefbaarheid en veiligheid in de wijken te kunnen volgen. Deze indicatoren kunnen worden ingezet om SMART doelstellingen voor de wijkagenda op te stellen en om de voortgang te kunnen monitoren.
Conclusie Het kwantitatieve luik van deze evaluatie laat een gemengd maar overwegend positief beeld zien: de wijkagenda is in opmars qua bekendheid, wordt door een significante groep bewoners als participatief middel herkend, en blijkt organisatorisch goed uitvoerbaar binnen de bestaande gemeentelijke structuren. Tegelijkertijd blijft verdere verbetering wenselijk: in de mate van inclusieve participatie, de strategische benutting van data, en het monitoren van impact. Deze inzichten vormen een waardevolle aanvulling op de kwalitatieve reflecties en dragen bij aan de verdere doorontwikkeling en professionalisering van wijkgericht werken binnen de gemeente Den Haag.
28
7.6. Bijlage 6: Uitkomsten kwalitatieve elementen, inzichten per vraag De belangrijkste doelstellingen van de wijkagenda In de veelstemmigheid van de wijk komt een helder beeld naar voren: de wijkagenda wordt breed herkend als een krachtig participatie-instrument, dat richting geeft en verbinding mogelijk maakt tussen bewoners, ondernemers en overheid. Bewoners spreken met waardering over de concrete verbeteringen in hun leefomgeving — van schonere straten tot initiatieven als schoolontbijten — als zichtbare vruchten van samenwerking. De doelen worden overwegend als duidelijk en relevant ervaren, zeker wanneer zij aansluiten bij lokale beleving: veiligheid, groen en schoon, sociale cohesie zijn steeds terugkerende thema’s. Toch is deze helderheid niet universeel. In sommige buurten voelt de wijkagenda als een document van de gemeente eerder dan voor de wijk. Vooral waar complexe gebiedsontwikkelingen spelen, zoals in Laakhavens of Moerwijk, vervagen de grenzen tussen verschillende beleidsinstrumenten, wat leidt tot verwarring over wat nu eigenlijk onder de wijkagenda valt. De uitvoerbaarheid van doelen hangt sterk samen met interne afstemming en capaciteit. Zonder dit dreigt de wijkagenda slechts papieren belofte te blijven. Daarnaast blijkt vertrouwen een subtiel doch essentieel thema.
Waar bewoners ervaren dat hun stem echt telt — dat ideeën niet slechts genoteerd maar ook uitgevoerd worden — groeit het vertrouwen in de overheid. Waar uitvoering achterblijft of communicatie stokt, doemt scepsis op. De wijkagenda als lonkend perspectief vraagt dan ook niet enkel om richting, maar vooral om consistentie, transparantie en wederkerigheid in de relatie tussen gemeente en wijk.
“De wijkagenda als lonkend perspectief vraagt dan ook niet enkel om richting, maar vooral om consistentie, transparantie en wederkerigheid.”
a. Gewekte verwachtingen en uitvoerbaarheid van plannen De wijkagenda wekt verwachtingen van concrete verbetering: schonere straten, meer groen, veiligere buurten en versterkte sociale samenhang. Veel bewoners ervaren dat deze ambities realistisch zijn — mits goed afgestemd binnen de gemeentelijke diensten en passend bij de lokale context. Echter, wanneer plannen niet aansluiten op gebiedsontwikkelingen of onvoldoende zijn doorgesproken tussen betrokkenen, leidt dit tot teleurstelling. Een voorbeeld daarvan is het schoolontbijten-initiatief in Morgenstond, dat op gespannen voet stond met interne afstemming en de scope van andere beleidsprogramma’s. Bewoners onderstrepen het belang van praktische uitvoerbaarheid en maatwerk, afgestemd op de specifieke noden van hun wijk.
29
b. Evaluatie van de wijkagenda De mate waarin de wijkagenda geëvalueerd wordt, verschilt sterk per locatie. In sommige wijken zijn regelmatige overleggen ingebed, met zicht op voortgang en bijsturing. Bewoners geven aan dat deze momenten bijdragen aan een gevoel van betrokkenheid en eigenaarschap. In andere gevallen ontbreekt die terugkoppeling: bewoners weten dan niet wat er met hun inbreng is gebeurd, of hoe de uitvoering vordert. Corona en personeelswisselingen hebben in enkele wijken ook geleid tot het stilvallen van overlegstructuren. Dit gebrek aan continuïteit ondermijnt de kracht van de wijkagenda als dynamisch sturingsinstrument. c. Bijdrage aan vertrouwen in het gemeentebeleid Wanneer bewoners merken dat hun stem daadwerkelijk invloed heeft, versterkt dat hun vertrouwen in de gemeente. Vooral daar waar samenspraak niet stopt na het opstellen van de agenda, maar doorloopt tot in de uitvoering, groeit dat vertrouwen. In wijken waar bewoners inspraak hadden maar vervolgens weinig terugzagen van hun voorstellen, overheerst teleurstelling of onverschilligheid. Ook het gevoel dat bepaalde thema’s telkens terugkeren — of dat sommige groepen steeds domineren in participatie — kan afbreuk doen aan het draagvlak. Transparantie over keuzes, zichtbaarheid van resultaten en erkenning van diverse stemmen blijken essentieel voor het duurzaam versterken van vertrouwen.
Conclusies: • • • •
De wijkagenda is waardevol als participatief instrument, vooral wanneer doelen duidelijk geformuleerd zijn en praktisch haalbaar. Er bestaat grote variatie in betrokkenheid, uitvoering en opvolging tussen de verschillende wijken. Dit ondermijnt het gevoel van gelijkwaardige behandeling. Verwachtingsmanagement en terugkoppeling zijn cruciaal voor het behouden van draagvlak en vertrouwen. De impact op vertrouwen in gemeentebeleid is positief, mits er concrete resultaten volgen uit de participatie en communicatie open en wederkerig is.
30
Het verbeteren van de samenwerking De wijkagenda manifesteert zich voor velen als een krachtig vehikel voor samenwerking. Ze biedt structuur, creëert verbindingen en maakt het mogelijk dat partners elkaar — letterlijk en figuurlijk — vinden in een gedeelde opgave. In verschillende wijken heeft de agenda geleid tot bredere netwerken, regelmatige overleggen, en zelfs tot interprofessionele coördinatie. Waar eerder eilandjes floreerden, ontstaat nu een netwerk van onderling afgestemde ambities. Toch is het beeld niet onverdeeld positief. De samenwerking blijkt sterk afhankelijk van de inzet en continuïteit van sleutelfiguren: projectleiders, opbouwwerkers, stadsdeelmedewerkers. Waar deze rollen stevig ingevuld zijn, komt de samenwerking tot bloei; waar deze ontbreken of wisselen, vervaagt het effect. In sommige buurten ontbreekt helderheid over rollen, verantwoordelijkheden en de stand van zaken, wat de samenwerking vertroebelt. Daar waar de wijkagenda uitnodigt tot ontmoeting, coördinatie en co-creatie, ontstaat er eigenaarschap. Dit is de lonkende horizon: een gedeelde agenda die de kracht van netwerkend handelen benut — mits goed gefaciliteerd en gedragen. a. Stimulans voor samenwerking t.o.v. vóór de wijkagenda In meerdere wijken wordt erkend dat de wijkagenda gezorgd heeft voor een duidelijke toename in samenwerking ten opzichte van vroeger.
De agenda dwingt tot gesprek, zet aan tot gezamenlijk agenderen en zorgt dat partners elkaars perspectieven meenemen. Nieuwe platforms ontstaan waarin bewoners, ondernemers, instellingen en gemeentelijke diensten samenkomen. De methodische aanpak — met werktools als Trello of concrete overleggen — versterkt deze samenwerking inhoudelijk én organisatorisch. Tegelijkertijd blijkt dat waar samenwerking voorheen al goed was, de wijkagenda niet per se een katalysator is, maar eerder een kader dat bestaande praktijken zichtbaar maakt.
“De agenda dwingt tot gesprek, zet aan tot gezamenlijk agenderen en zorgt dat partners elkaars perspectieven meenemen.”
b. Voorwaarden voor succesvolle samenwerking Een terugkerend thema is het belang van menselijk kapitaal: zonder toegewijde projectleider, betrokken opbouwwerkers of een goed gefaciliteerde regierol van de gemeente verwatert de samenwerking. Duidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is in het uitvoeringsproces is essentieel. Waar dit ontbreekt, ontstaan frustraties: bewoners weten niet waar ze terechtkunnen, plannen blijven liggen of raken vergeten. Corona en personeelswisselingen hebben in sommige buurten geleid tot stilstand of versnippering. Ook de ruimtelijke context — zoals of er al netwerken waren of de wijk relatief jong is — beïnvloedt het succes van samenwerking.