RIS324149 Afdoening motie Nazorgtoets schuldhulpverlening
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
SZW/11001522 RIS324149 Contactpersoon
Annelie van Manen Dienst
Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Afdeling
SZW Beleid Telefoonnummer14070 E-mailadres
Annelie.vanmanen@denhaag.nl
Datum
24 maart 2026 Onderwerp
Afdoening motie: Nazorgtoets schuldhulpverlening
Uw raad heeft, tijdens de bespreking inzake het ‘Rekenkamerrapport inzake Armoede (RIS323204)’ op 4 december 2025, door het raadslid Klokkenburg-Reedeker ingediende motie: ‘Nazorgtoets schuldhulpverlening’ (RIS324149) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: ruim negen procent van de inwoners die uit de schuldhulpverlening komt, later weer hulp nodig heeft1; het faciliteren van nazorg in de schuldhulpverlening nog in de kinderschoenen staat. Overwegende, dat: redenen waarom mensen terugvallen in schulden divers zijn en aandacht voor hun concrete levensomstandigheden, behoeften en motivatie daarom van belang is; nazorg en gedragsverandering essentiële onderdelen zijn om een schuldhulpverleningstraject te laten slagen; het nu gebruikelijk is dat na 6 maanden ná afloop van het traject een 'check' wordt gedaan bij de hulpvrager, maar dit al veel te laat kan zijn; het daarom van belang is om reeds tijdens het schuldhulpverleningstraject te beginnen met nazorg en een plan van aanpak daartoe; een 'nazorgtoets' ervoor kan zorgen dat concreet wordt gekeken welke vormen van nazorg iemand nodig heeft om te voorkomen dat iemand terugvalt; in de periode van nazorg het van belang is dat de hulpverlener betrokken is.
Verzoekt het college: een doelstelling te formuleren met betrekking tot terugval binnen de schuldhulpverlening, bijvoorbeeld 5%;
1
Bijna één op de tien Nederlanders valt binnen jaar terug na opgelost betalingsprobleem
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/11001522
-
samen met de VNG, Schuldenlab070 en vrijwillige schuldhulporganisaties - zoals stichting SchuldHulpMaatje - te onderzoeken hoe een nazorgtoets ontwikkeld kan worden, waarmee sneller en gemakkelijk kan worden gekeken welke nazorg iemand nodig heeft, met als doel het onderhouden van warm contact met de hulpvrager gedurende een jaar na afloop van het schuldhulptraject.
Het college doet de motie op de volgende manier af: Het meten en terugdringen van terugval Het cijfer van ruim 9% terugval dat in de motie wordt genoemd, komt uit de Schulden Monitor van Stichting BKR. Daarin wordt bijgehouden hoeveel inwoners met een opgelost betalingsprobleem, binnen een jaar een nieuw betalingsprobleem krijgen. Van een betalingsprobleem is onder meer sprake als er door een kredietaanbieder een achterstand is gemeld op een lopend krediet, of als er een aflossingsregeling is getroffen nadat zich een situatie van een betalingsachterstand heeft voorgedaan. Voor het meten van terugval t.a.v. schuldhulpverlening bij de gemeente Den Haag, zal gebruik gemaakt moeten worden van een andere definitie van terugval en van andere gegevens. Het college hanteert de definitie uit de benchmark Armoede en Schulden van Divosa: Terugval Dit gaat om alle personen die in een x jaar schuldhulp hebben aangevraagd en die in de vijf jaar daarvoor met succes een schuldhulpverleningstraject hebben doorlopen. Klanten die alleen gebruik hebben gemaakt van Informatie en Advies worden hierin niet meegeteld. Het terugvalpercentage op basis hiervan was 8% in 20232. Bij gemeenten met een vergelijkbare grootte lag dit percentage rond de 12%. De definitie sluit aan bij de pijler nazorg, zoals ook genoemd in de Voortgangsrapportage beleidsplan Schuldhulpverlening 2024-2028.
Deze pijler is gericht op het voorkomen van terugval na afronding van het schuldhulpverleningstraject. Het college zal in komende voortgangsrapportages inzicht geven in het meest recente (beschikbare) terugvalpercentage en voorgaande terugvalpercentages. Het college wil terugval zoveel mogelijk beperken dus stelt zichzelf de ambitie om dit te verbeteren en zet de doelstelling op 7%. Veel lager acht het college op dit moment, hoewel wenselijk, niet realistisch omdat het terugdringen van terugval een weerbarstige opgave is. Daarbij speelt dat er factoren kunnen spelen waar de gemeente geen invloed op heeft. Dit kan liggen in veranderende omstandigheden in het huishouden of veranderingen in de economie die huishoudens raken. Maar ook is essentieel dat eerst gewerkt wordt aan betere sturingsdata. Daaraan wordt in breed verband gewerkt (zie hieronder, over DDAS). Dat is evenwel een traject van jaren. Het college benadrukt dat het streven is dat alle mensen duurzaam schuldenzorgenvrij zijn. De impact is groot voor mensen wanneer zij succesvol een traject hebben doorlopen, en zij weer in de financiële problemen terechtkomen. Het college is en blijft zich inzetten om geldzorgen geen geldproblemen te laten worden. Ook voor de inwoners die eerder in een schuldhulpverleningstraject hebben gezeten.
Een doelstelling om nu het aantal mensen dat zich weer meldt naar beneden te krijgen, zegt daarom niet eenduidig iets over werkelijke impact. Het is nodig dat impact van financiële hulpverlening breed en op een goede manier in kaart wordt gebracht en dat daarop gestuurd kan worden.
2
Voor 2024 en 2025 moeten de juiste data nog worden opgeleverd.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/11001522
Het college onderschrijft deze waarde van het kunnen meten van de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening, van preventie tot nazorg. Evident is dat dit inzichtelijk maken geen sinecure is. Het college sluit aan bij het project Data Delen Armoede en Schulden (DDAS). In het project werken CBS, Divosa, NVVK en VNG samen aan goede informatievoorziening over schulden in Nederland. “Gemeenten willen graag inzicht in de effecten van hun beleid om schulden effectiever aan te pakken, maar worstelen met gefragmenteerde data en inconsistente registratie van schuldhulpverlening.” 3 Daarom is gestart met het project DDAS. Op termijn moet DDAS onder meer opleveren dat gemeenten inzicht krijgen in het hele proces van schuldhulpverlening, van vroegsignalering tot nazorg; en dat er betrouwbare gegevens zijn voor beleid en verbetering van de schuldhulpverlening4. DDAS kan dus op termijn bijdragen aan het sturen op effectiever beleid met data. Nazorg(toets) ontwikkelen Bovengenoemde ontwikkelingen op het gebied van DDAS moeten dus ook gaan bijdragen aan het kunnen sturen op zo goed mogelijke nazorg. Daarnaast gebeurt er al veel op het gebied van nazorg, landelijk als ook bij de gemeente Den Haag. Het kabinet, VNG, NVVK en Divosa hebben in 2024 het plan 'basisdienstverlening schuldhulpverlening5' vastgesteld.
Het plan omvat 20 elementen voor lokale schuldhulpverlening, waaraan gemeenten moeten voldoen. Nazorg is één van die elementen en is gericht op het bieden van duurzaam perspectief. Den Haag hanteert de richtlijnen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. In de Voortgangsrapportage beleidsplan Schuldhulpverlening 2024-2028 die in november 2025 met uw raad is gedeeld, zijn ook ontwikkelingen met betrekking tot nazorg benoemd: Eén daarvan is dat nazorg al begint tijdens het traject. Het is daarmee een doorlopende lijn in het traject, gericht op het opzetten van een duurzame financiële huishouding. De gemeente Den Haag heeft in die lijn een pilot budgetbeheer naar budgetbegeleiding: Mensen die dat nodig hebben worden van budgetbeheer naar budgetbegeleiding geleid. Daarbij is er intensiever contact, gericht op het werken naar zelfredzaamheid. Er is daarnaast ook een grote groep voor wie dit niet nodig is en die budgetbeheer krijgt. De digitale tool mijngeldzaken.nl ondersteunt inwoners van Den Haag die in een traject zitten binnen financiële hulpverlening naar zelfredzaamheid. Met de online omgeving heeft een inwoner in een oogopslag inzicht in de financiële huishouding, de rekeningen die al betaald zijn en de ruimte die er over is om geld vrij te besteden.
Inwoners kunnen in deze omgeving zelf betalingen verrichten en ondervinden in hoeverre zij weer zelfstandig in staat zijn om hun geldzaken te doen. Daarnaast worden de Raad & Daad kaarten genoemd. Dit is een aantal kaarten die worden besproken tussen consulent en inwoner en als ondersteuning dienen voor wanneer de inwoner is uitgestroomd. En er zijn in het kader van een pilot budgetbegeleiding 4 kaarten met ieder een hoofddoel ontwikkeld. Wanneer die 4 doelen zijn behaald, dan is de inwoner in principe vaardig genoeg om uit te stromen uit budgetbegeleiding. Zowel inwoners als professionals zijn enthousiast over deze werkwijze. Daarnaast zijn er andere tools en trainingen om mensen te leren budgetteren of om mensen wegwijzer te maken in de voorzieningen die Den Haag te bieden heeft. 3
Ruim 300 gemeenten voor Data Delen Armoede & Schulden | VNG
4
Over het project | Divosa
5
Elementen basisdienstverlening | VNG
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/11001522
Tot slot is er de pilot nazorg die Schuldhulpmaatje en de gemeente samen vormgeven. Schuldhulpmaatje signaleert ook bij eigen klanten een terugval en wil zich graag inzetten voor de pilot. Hoewel Schuldhulpmaatje geen aantallen kan noemen, omdat zo niet wordt geregistreerd, geeft Schuldhulpmaatje aan dat terugval met regelmaat gebeurt. Terugval vindt vaak na een half jaar tot een jaar plaats. Opgemerkt wordt dat Schuldhulpmaatje alleen mensen begeleidt die zelfredzaam kunnen worden. Schuldhulpmaatje begeleidt geen mensen die nooit zelfredzaam zullen worden en ook niet mensen in een crisissituatie. Het gaat dus om een groep hier ‘tussenin’. Voor de pilot selecteert de gemeente mensen, die na het afronden van een gemeentelijk traject net het laatste stapje naar zelfredzaamheid moeten maken. Schuldhulpmaatje selecteert maatjes om mee te doen aan de pilot, waarbij het gaat om op regelmatige basis contact onderhouden met mensen, om recidive te voorkomen. Met de pilot hoopt het college, zoals ook Schuldhulpmaatje, meer inzichten te krijgen in wat omstandigheden zijn die het risico op nazorg vergroten en in wat waardevol is in het traject van nazorg. In de volgende voortgangsrapportage, die in het vierde kwartaal van 2026 aan uw raad wordt aangeboden, wordt uw raad wederom en nader geïnformeerd over voortgang op de hierboven genoemde punten.
Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de locosecretaris, de burgemeester, René van Kuilenburg
Jan van Zanen
4/4