RIS324041 Participatie in de Cornelie van Zantenstraat
Tekst van het document
RIS-nummer: 324041 Schriftelijke vragen: Participatie in de Cornelie van Zantenstraat Indiener: Noud Dumoulin, Haagse VVD Datum: 2 december 2025 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De gemeente Den Haag werkt al een aantal jaar aan een bouwplan voor een wooncomplex aan de Cornelie van Zantenstraat 232-234. De raad heeft in 2021 besloten om het project opnieuw te starten (RIS308564) en omwonenden vanaf de start te betrekken bij het besluitvormingsproces. De Haagse VVD en ChristenUnie/SGP kregen eerder signalen van omwonenden dat zij in het traject met regelmaat werden verrast door de gemeente. Naar aanleiding van deze signalen stelden de partijen gezamenlijk vragen naar de voortgang van de bouwplannen en het besluitvormingsproces (RIS321717). Op 10 november jl. heeft het college het participatieverslag over de doorstart van het project naar de raad gestuurd (RIS323575). Na deze brief hebben de deelnemers van de klankbordgroep een brief opgesteld waarin zij aangeven grote verschillen te zien tussen het participatieverslag dat verstuurd is aan de raad en het verslag dat met de klankbordgroep is opgesteld. Zij stellen dat de gemeente eenzijdig aanpassingen heeft doorgevoerd en dat het verslag “op geen enkele wijze in afstemming met de klankbordgroep gemaakt is”.
Ook geven zij aan bijlagen te missen met belangrijke informatie, waaronder hun reactie op het participatietraject en het niet kunnen bereiken van consensus. Naar aanleiding hiervan en overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stellen raadsleden Noud Dumoulin (Haagse VVD) en Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP) de volgende vragen: 1.
Kan het college toelichten waarom het een half jaar heeft geduurd voordat het verslag aan de raad werd gestuurd, terwijl het in mei 2025 is opgesteld met de klankbordgroep? 2. Herkent het college zich in de stelling van de leden van de klankbordgroep dat het op 10 november jl. aan de raad toegezonden verslag op belangrijke punten is aangepast ten opzichte van het verslag dat met de klankbordgroep is opgesteld? Zo ja, waarom zijn die aanpassingen zonder overleg doorgevoerd? Zo nee, hoe verklaart het college dat de klankbordgroep dit anders ziet? 3. Kan het college een reactie sturen op de brief van de klankbordgroep, hierbij uitgebreid ingaan op de genoemde verschillen en een kopie van de brief aan de gemeenteraad sturen? 4. De klankbordgroep geeft in de brief aan dat hun vertrouwen is geschaad. Wat gaat het college doen om de relatie en het vertrouwen met de klankbordgroep te herstellen? Graag een uitgebreide toelichting. 5. Is het college bereid om de versie die in overeenstemming met de klankbordgroep gemaakt is, inclusief alle bijlagen, te delen met de raad en deze mee te wegen in het vervolgproces? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan deze worden meegezonden bij de beantwoording van deze vragen? Zowel in het participatieverslag als in de reactie van de bewoners staat geschreven dat bewoners met regelmaat werden verrast.
Kaders van participatie veranderden gedurende het traject, bijvoorbeeld waar het gaat om het aantal woningen en doelgroepen. 6. Kan het college aangeven waarom maar van één optie het woonprogramma (40 woningen) is uitgewerkt? Is het college bereid dit ook uit te werken voor de twee andere programma’s (30 en 35 woningen), zodat voor de raad inzichtelijk wordt hoe de opties zich tot elkaar verhouden? Zo nee, waarom niet? 7. Kan het college aangeven waarom in reactie op eerdere schriftelijke vragen (RIS321717) is geschreven dat “Voor de projectonderdelen woondoelgroepen, [...] is er geparticipeerd met omwonenden.” en in het verslag (RIS323575) staat dat “De nadere specificatie van de
zorgdoelgroep en het aantal woningen voor deze doelgroep vallen buiten de scope van het participatietraject.”? 8. Hoe verhoudt dit zich tot de beoogde invulling van 40% bewoning door economische daklozen, wat zowel in het verslag als de reactie van de bewoners staat benoemd? 9. Kan het college aangeven of de afbakening van het participatietraject aan het begin duidelijk was vastgesteld, of deze gedurende het traject is veranderd en hoe aan bewoners is gecommuniceerd over de uitgangspunten en eventuele wijzigingen? 10. Is het college het met de indieners eens dat heldere en transparante communicatie van groot belang is voor het bouwen van vertrouwen bij participatie en dat dat in dit geval niet lijkt te zijn gelukt? Zo nee, graag een uitgebreide toelichting. Noud Dumoulin Haagse VVD
Judith Klokkenburg-Reedeker ChristenUnie/SGP