RIS324041 Beantwoording SV Participatie in de Cornelie van Zantenstraat
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
24 februari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden Dumoulin en Klokkenburg-Reedeker, luidend: ‘Participatie in de Cornelie van Zantenstraat’
DSO/10994481 RIS324041
De raadsleden Dumoulin en Klokkenburg-Reedeker hebben op 2 december 2025 een brief met daarin 10 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De gemeente Den Haag werkt al een aantal jaar aan een bouwplan voor een wooncomplex aan de Cornelie van Zantenstraat 232-234. De raad heeft in 2021 besloten om het project opnieuw te starten (RIS308564) en omwonenden vanaf de start te betrekken bij het besluitvormingsproces. De Haagse VVD en ChristenUnie/SGP kregen eerder signalen van omwonenden dat zij in het traject met regelmaat werden verrast door de gemeente. Naar aanleiding van deze signalen stelden de partijen gezamenlijk vragen naar de voortgang van de bouwplannen en het besluitvormingsproces (RIS321717). Op 10 november jl. heeft het college het participatieverslag over de doorstart van het project naar de raad gestuurd (RIS323575). Na deze brief hebben de deelnemers van de klankbordgroep een brief opgesteld waarin zij aangeven grote verschillen te zien tussen het participatieverslag dat verstuurd is aan de raad en het verslag dat met de klankbordgroep is opgesteld.
Zij stellen dat de gemeente eenzijdig aanpassingen heeft doorgevoerd en dat het verslag “op geen enkele wijze in afstemming met de klankbordgroep gemaakt is”. Ook geven zij aan bijlagen te missen met belangrijke informatie, waaronder hun reactie op het participatietraject en het niet kunnen bereiken van consensus. 1.
Kan het college toelichten waarom het een half jaar heeft geduurd voordat het verslag aan de raad werd gestuurd, terwijl het in mei 2025 is opgesteld met de klankbordgroep?
Het college hecht groot belang aan zorgvuldigheid, goede participatie en een correcte en consistente toepassing van beleid. Na de bijdrage van de klankbordgroep in mei 2025, is het concept-participatieverslag voorgelegd aan het college. Hierbij is gebleken dat deelnemers ook inbreng hebben geleverd op onderdelen die buiten de participatiescope vallen, uitgesloten zijn van participatie en tegen vastgesteld beleid ingaan. Ook bleek dat gedurende het participatieproces bestaand beleid niet consequent is toegepast. Ook zijn redactionele correcties noodzakelijk geweest. Enerzijds is het verslag aangepast aan het in het Haagse participatiebeleid vastgestelde format van het participatieverslag, dat een kernachtige weergave van de participatie voorschrijft. De inbreng van omwonenden en leden van de klankbordgroep over deze onderwerpen is herkenbaar opgenomen in het verslag, maar met een duidelijk verwoord onderscheid en beperking tot de wensen en inbreng waar participatie over mogelijk is en waar niet. Op deze manier is de eindversie van het verslag in lijn gebracht met het beleid en de gangbare scope van participatie bij woningbouwprojecten, waarbij de geluiden vanuit de omgeving toch zichtbaar gebleven zijn.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10994481
Dat proces viel deels samen met zomerperiode en heeft geleid tot een langere doorlooptijd. Het college is van mening dat de leden van de klankbordgroep apart hadden moeten worden ingelicht over de redactionele correcties in de eindversie van het participatieverslag. Dit wordt meegenomen als één van de leerpunten voor toekomstige participaties. 2.
Herkent het college zich in de stelling van de leden van de klankbordgroep dat het op 10 november jl. aan de raad toegezonden verslag op belangrijke punten is aangepast ten opzichte van het verslag dat met de klankbordgroep is opgesteld? Zo ja, waarom zijn die aanpassingen zonder overleg doorgevoerd? Zo nee, hoe verklaart het college dat de klankbordgroep dit anders ziet?
Zie antwoord vraag 1. 3.
Kan het college een reactie sturen op de brief van de klankbordgroep, hierbij uitgebreid ingaan op de genoemde verschillen en een kopie van de brief aan de gemeenteraad sturen?
Zodra de reactie op de brief van de klankbordgroep wordt verzonden, ontvangt u een afschrift. 4.
De klankbordgroep geeft in de brief aan dat hun vertrouwen is geschaad. Wat gaat het college doen om de relatie en het vertrouwen met de klankbordgroep te herstellen? Graag een uitgebreide toelichting.
Het college betreurt dat het vertrouwen van de klankbordgroep is geschaad. In dit participatietraject zijn verschillende niveaus van participatie toegepast: tijdens de inloopavonden is gekozen voor raadplegen, terwijl bij de werksessies met de klankbordgroep coproduceren is toegepast. Voor het eerst is dit participatieniveau gebruikt bij een woningbouwproject. Waar participatie met coproduceren bij buitenruimteprojecten (zoals bij de herinrichting van een park of plein) vaak goed verloopt, blijkt deze aanpak bij een woningbouwproject niet eenvoudig te kopiëren te zijn. In participatietrajecten ontstaat soms spanning tussen de scope en de wens van deelnemers om die ruimte te vergroten. M.b.t. tot de verdere invulling van de participatie, bleken klankbordgroep andere verwachtingen te hebben ten aanzien van de scope en proces van de participatie, het mandaat van de klankbordgroep en tot slot hun rol en hun invloed over het woningbouwplan. Tot de teleurstelling van de klankbordgroep bleek, als gevolg van beleid en besluitvorming, de ruimte voor participatie kleiner te zijn dan verwacht. Om de rollen en kaders te verduidelijken, is halverwege het traject samen met de klankbordgroep het participatieplan herschreven. Daarnaast heeft de klankbordgroep de gelegenheid gekregen om mee te schrijven aan het participatieverslag.
Deze acties hebben helaas niet tot de gewenste effecten geleid. Het college wil daarom leren van dit participatietraject om een dergelijke situatie bij toekomstige participaties te voorkomen. Om die reden heeft wethouder Verschuure namens het college een uitnodiging aan de klankbordgroep gedaan voor een gesprek, om ook persoonlijk de kritiekpunten vanuit de klankbordgroep te horen, te leren van deze situatie en het vervolg te bespreken. 5.
Is het college bereid om de versie die in overeenstemming met de klankbordgroep gemaakt is, inclusief alle bijlagen, te delen met de raad en deze mee te wegen in het vervolgproces? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan deze worden meegezonden bij de beantwoording van deze vragen?
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10994481
Zie ook antwoord 3; bij het versturen van een afschrift van het antwoord aan de klankborgroep sturen we ook hun inbreng mee. In een eventueel gesprek met de klankbordgroep zal de wethouder uitleggen waarom het college denkt dat de (zorg-)punten uit de bewonersbrief in de kern, al dan niet in andere bewoording, herkenbaar beschreven zijn in de laatste versie van het participatieverslag (RIS323575) en daarmee als belangrijke input betrokken kan worden bij de verdere overwegingen ten behoeve van de herontwikkeling. Zowel in het participatieverslag als in de reactie van de bewoners staat geschreven dat bewoners met regelmaat werden verrast. Kaders van participatie veranderden gedurende het traject, bijvoorbeeld waar het gaat om het aantal woningen en doelgroepen. 6.
Kan het college aangeven waarom maar van één optie het woonprogramma (40 woningen) is uitgewerkt? Is het college bereid dit ook uit te werken voor de twee andere programma’s (30 en 35 woningen), zodat voor de raad inzichtelijk wordt hoe de opties zich tot elkaar verhouden? Zo nee, waarom niet?
Uitgangspunt van de participatie is, dat deze binnen de kaders van vastgesteld beleid uitgevoerd dient te worden. De Verordening grondexploitaties en strategisch bezit Den Haag 2025 (RIS321606) geeft aan, dat er beperkte afwijking binnen een grondexploitatie toegestaan is. Voor dit project heeft het college in 2020 het projectdocument Cornelie van Zantenstraat 232-234 (RIS307223) en een (nietopenbare) grondexploitatie vastgesteld. Opties buiten de toegestane bandbreedtes zijn niet verder verkend, omdat een dergelijke stap in strijd is met het beleid en daarom buiten de scope van de participatie valt. 7.
Kan het college aangeven waarom in reactie op eerdere schriftelijke vragen (RIS321717) is geschreven dat “Voor de projectonderdelen woondoelgroepen, [...] is er geparticipeerd met omwonenden.” en in het verslag (RIS323575) staat dat “De nadere specificatie van de zorgdoelgroep en het aantal woningen voor deze doelgroep vallen buiten de scope van het participatietraject.”?
Ten aanzien van de zorgdoelgroep, mag er vanuit de gemeente geen mededelingen of informatie verstrekt worden over de inkomenssituatie of eventuele medische achtergrond van de beoogde doelgroep. Mede om die reden, is dit vraagstuk uitgesloten van participatie. Voor de invulling van het resterende deel van het woonprogramma is wel participatie mogelijk geweest. 8.
Hoe verhoudt dit zich tot de beoogde invulling van 40% bewoning door economische daklozen, wat zowel in het verslag als de reactie van de bewoners staat benoemd?
Zie antwoord vraag 7. 9.
Kan het college aangeven of de afbakening van het participatietraject aan het begin duidelijk was vastgesteld, of deze gedurende het traject is veranderd en hoe aan bewoners is gecommuniceerd over de uitgangspunten en eventuele wijzigingen?
In aanvulling op het antwoord van vraag 4 het volgende: Voor woningbouwprojecten gelden diverse gemeentelijke beleidsdocumenten, wettelijke voorschriften en – in specifieke gevallen – niet-openbare financiële afspraken. Dit maakt de materie complex en voor de gemiddelde bewoner moeilijk te doorgronden. Daarom is de participatie bij de projectdoorstart begin 2024 afgebakend tot deze vier projectonderdelen: • Bouwhoogte en -vorm
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10994481
• Woondoelgroepen • Inrichting van de openbare ruimte • Invulling van de maatschappelijke voorziening Op de participatiewebsite, de uitnodigingsbrieven, overige communicatie-uitingen en in het participatieverslag is steeds verwezen naar deze afbakening. Daarnaast is de participatie beperkt tot de verkenningsfase. Hierdoor richt de participatie zich op specifieke inhoudelijke deelaspecten van het plan en niet op technische details. Dit maakt het proces toegankelijk en begrijpelijk voor de deelnemers. De grootste wijzigingen in de participatie hebben met name betrekking gehad op het proces: • het herschrijven van het participatieplan in afstemming met de klankbordgroep; • het betrekken van de klankbordgroep bij de invulling van de tweede inloopavond; • het betrekken van de klankbordgroep bij het opstellen van het participatieverslag. Mede door deze scopewijzigingen, is het participatieproces uitgelopen. Via een tussenbericht op de participatiewebsite en in de lokale krant, is de omgeving medio 2024 geïnformeerd over de vertraging. 10. Is het college het met de indieners eens dat heldere en transparante communicatie van groot belang is voor het bouwen van vertrouwen bij participatie en dat dat in dit geval niet lijkt te zijn gelukt? Zo nee, graag een uitgebreide toelichting.
Het college onderschrijft het belang van heldere communicatie voor het opbouwen van vertrouwen bij participatie, maar deelt niet de conclusie dat dit hier niet is gelukt. Zoals vermeld in het participatieverslag, geeft een meerderheid van de bezoekers van de inloopavonden een positieve waardering voor de participatie. Daarbij heeft dit participatietraject waardevolle inzichten, bruikbare opbrengsten en relevante ervaringen opgeleverd. Ten aanzien van participatie, blijft het college zich inzetten voor kwaliteitsverbetering en een zorgvuldig ontwerp en uitvoering hiervan. De nieuwe participatieverordening (RIS319848), de publicatieplicht van het participatieplan en de bijbehorende hulpmiddelen ondersteunen dit proces. Tot slot wordt verwacht dat de zorgvuldige en consequente toepassing van beleid ook bijdraagt aan het vertrouwen van bewoners en deelnemers in toekomstige participatietrajecten. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4