RIS323973 Preadvies initiatiefvoorstel Klaar voor Waterstof
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSO/11034014 RIS323973 Contactpersoon
Philip Mulder/Martin Hulsebosch Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Economie/Energietransitie Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
21 april 2026
philip.mulder@denhaag.nl martin.hulsebosch@denhaag.nl
Onderwerp
Preadvies initiatiefvoorstel Klaar voor waterstof
Op 27 november 2025 is het initiatiefvoorstel Klaar voor waterstof (RIS323973) van het raadslid Dumoulin aan de voorzitter van de gemeenteraad aangeboden. Hierbij biedt het college de raad het preadvies over het initiatiefvoorstel aan. Initiatiefvoorstel Het voorstel richt zich op diverse acties, deze zijn: I.
Een waterstofstrategie uit te werken met focus op in ieder geval de volgende thema’s: 1. Het vormen van een kenniscentrum voor waterstofinnovatie op en aan de Noordzee. 2. Ruimte voor pilots op zee en op land. 3. Het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor aan waterstof gerelateerde bedrijven.
II.
De ambtelijke inzet voor het opstellen van de waterstofstrategie beschikbaar te stellen uit programma 3: Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie.
III. De raad vóór Q4 2026 een voorstel van deze strategie te sturen. Preadvies Het college deelt de ambitie om kansen op het gebied van innovatie en economische ontwikkeling van de waterstofmarkt te benutten. De waterstofketen wordt in Nederland echter georganiseerd op nationaal niveau en binnen grote havensystemen en industriële clusters, met name in Rotterdam, Amsterdam/IJmuiden en Noord‑Nederland, waar productie, import, conversie en grootschalige infrastructuurontwikkeling plaatsvinden. Den Haag maakt geen deel uit van deze productie‑ en conversieclusters en beschikt daardoor niet over sturingsmogelijkheden op de kern van de waterstofketen. Den Haag kan hooguit inzetten op het aantrekken van kennis- en dienstverlenende organisaties, die bijdragen aan waterstofprojecten elders.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11034014
De drie onderdelen van het dictum sluiten inhoudelijk aan op bestaand economisch beleid, zoals de Havenvisie Scheveningen 2025–2050 (RIS322389) en de Economische uitvoeringsagenda Den Haag 2023–2026 (RIS315460). Voor wat betreft (grootschalige) toepassing van waterstof in de Haagse energie‑ en mobiliteitstransitie is het college terughoudend. Analyses van onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voorzien vooral toepassing van waterstof in de industrie en deels in mobiliteit, waaronder scheepvaart en luchtvaart. Tegen deze achtergrond acht het college het opstellen van een aparte Haagse waterstofstrategie van onvoldoende toegevoegde waarde. De kans dat Den Haag een substantiële rol gaat spelen in de waterstofketen is klein en daarnaast zou dit leiden tot versnippering van sturing en inzet en daarmee ten koste gaan van inzet op economische sectoren waar Den Haag kansrijker is. Om die reden wordt het initiatiefvoorstel ontraden. Hieronder volgt per voorgestelde maatregel de zienswijze van het college ten aanzien van de voorstellen uit het initiatiefvoorstel. 1.
Het uitwerken van een waterstofstrategie
Advies: Ontraden Het initiatiefvoorstel vraagt om het ontwikkelen van een afzonderlijke Haagse waterstofstrategie. Het college acht dit niet opportuun omdat het zeer onwaarschijnlijk is dat Den Haag op dit terrein een substantiële rol kan spelen. Een dergelijke strategie geeft daarnaast een versmalling van de inzet op innovatie van economische sectoren waar Den Haag wel kansrijk is. Het risico van een aparte waterstofstrategie is dat bestaande programma's worden uitgehold, terwijl de gemeentelijke inzet juist gebaat is bij samenhang en integraliteit. Om die reden wordt het uitwerken van een aparte waterstofstrategie ontraden. 1.1 Kenniscentrum voor waterstofinnovatie Advies: Ontraden Het college ziet Den Haag als onlogische plek voor een kenniscentrum gericht op waterstofinnovatie vanwege de bovengenoemde nationale verdeling van de waterstofassets in de waterstof sector. In het kader van de vastgestelde Havenvisie Scheveningen 2025–2050 (RIS322389) zet het college in op de ontwikkeling van een nieuwe innovatiewerkplaats, passend binnen het economische profiel van de stad en passend bij Scheveningen. Het college ziet daarbij de economische kansen op de inzet op de ‘Blauwe Economie’, die gaat over alle toekomstige economische functies op en rond de Noordzee.
Waterstof krijgt net als ‘Wind op Zee’, waar in 2020 een initiatiefvoorstel over is ingediend (RIS323973) en andere sectoren uit de blauwe economie ruimte in de beoogde werkplaats. Een te smalle sectorale inzet op een kenniscentrum ondermijnt het tot nu toe succesvolle breed georiënteerde beleid gericht op economische structuurversterking. Bovendien is er meer behoefte aan ‘werkruimte’, bij voorkeur havengebonden, dan aan een kenniscentrum. Om die reden wordt dit onderdeel ontraden. 1.2. Ruimte voor pilots op zee en land Advies: Ontraden Het initiatiefvoorstel verzoekt het college om aanvullende sturing en ruimte te bieden voor waterstofpilots op zee en op land. Het college heeft een subsidieregeling lopen genaamd ‘Subsidieregeling MKB-innovaties voor de blauwe economie Den Haag 2025’ (RIS322998), waar waterstofactiviteiten in veel gevallen ook aanspraak op kunnen maken.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11034014
Ook voor wat betreft het stimuleren van pilotprojecten geeft het college de voorkeur aan de openstelling van deze instrumenten voor een bredere doelgroep. Zo heeft de bovengenoemde subsidieregeling al innovaties opgeleverd in o.a. de zeilsport, onderwaterdrones, stromingsmodellen, drijvende zon, ontzilting, golf- en getijdenenergie, zeewierteelt etc. Het college zet liever in op continuering van deze regeling voor de komende jaren, dan in het opzetten van nieuwe pilotruimte specifiek voor waterstof. Voor toepassing op land ziet het college weinig toepassingsmogelijkheden. In het conceptontwerp warmteprogramma (RIS324414) heeft het college ook opgenomen dat het onwaarschijnlijk is dat waterstof in betekenisvolle hoeveelheden beschikbaar zal zijn om voor individuele huishoudens een rol in de warmtetransitie te spelen. Als het gaat om de toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving ziet het PBL kansen voor de elektriciteitssector. Vertaald naar de Haagse situatie betekent dit dat waterstof eventueel een rol zou kunnen spelen bij bestaande (private) gascentrales zoals de Uniper centrale op het Constant Rebecqueplein. Ook hier ziet het college geen aanleiding voor de ontwikkeling van nieuw beleid, of pilotruimte specifiek voor waterstof. Daarom wordt ontraden. 1.3.
Vestigingsklimaat voor waterstofgerelateerde bedrijven Advies: Ontraden Het initiatiefvoorstel verzoekt het college om het vestigingsklimaat voor waterstofgerelateerde bedrijven specifiek te versterken. Het college onderschrijft het belang van een aantrekkelijk vestigingsklimaat en werkt hieraan vanuit de pijler Structuurversterking van de Economische Visie Den Haag 2030 (RIS303550) en het economisch uitvoeringsprogramma 2023-2026 (RIS315460). Het college constateert echter dat Den Haag geen logische vestigingslocatie is voor waterstofgerelateerde bedrijven die afhankelijk zijn van fysieke ruimte, havengebonden infrastructuur of nabijheid van productie en conversieclusters. Dit type bedrijvigheid concentreert zich rond grootschalige havens en industriële clusters, zoals Rotterdam, Amsterdam/IJmuiden en NoordNederland. Den Haag beschikt niet over deze randvoorwaarden en kent bovendien schaarste aan (havengebonden) werkruimte, waardoor het actief creëren of reserveren van ruimte voor waterstofgerelateerde bedrijvigheid niet kansrijk en niet doelmatig is. Wel is Den Haag aantrekkelijk voor kennis- en dienstverlenende organisaties die vanuit de stad bijdragen aan waterstofprojecten elders. Voor deze bedrijven zijn generieke vestigingsfactoren bepalend, die reeds via het bestaande economische beleid worden versterkt.
Een afzonderlijke waterstofgerichte vestigingsstrategie biedt daarom geen meerwaarde en leidt tot versnippering van inzet. Om die reden wordt dit onderdeel ontraden. 2. Ambtelijke inzet en planning Advies: Ontraden Het initiatiefvoorstel verzoekt het college om ambtelijke capaciteit beschikbaar te stellen voor het opstellen van een waterstofstrategie. Gezien het college een afzonderlijke waterstofstrategie niet als doelmatig ziet (zie advies 1), is er geen grond voor het herprioriteren van ambtelijke inzet en het opstellen van een planning voor dit doel. Om die reden wordt ook dit onderdeel ontraden.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11034014
3. De raad vóór Q4 2026 een voorstel van deze strategie te sturen. Advies: Ontraden Het initiatiefvoorstel verzoekt het college om de raad vóór Q4 2026 een voorstel toe te sturen voor een Haagse waterstofstrategie. Gezien de opvatting van het college dat het uitwerken van een afzonderlijke waterstofstrategie niet doelmatig is, ziet het college geen aanleiding voor een dergelijk voorstel. Om die reden wordt ook dit onderdeel ontraden. Conclusie Het college waardeert de aandacht van de raad voor waterstof en onderschrijft de onderliggende ambities voor Nederland. Den Haag is echter wat het college betreft echter niet de logische plek op het gebied van waterstof om substantiële ontwikkeling te verwachten. Andere delen van Nederland hebben op dit terrein reeds een stevige positie ontwikkeld, mede vanwege de nabijheid ten aanzien van zware industrie die in Den Haag niet aanwezig is. Het college adviseert het initiatiefvoorstel Klaar voor waterstof daarom niet over te nemen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4