RIS323972 Aanpassing lijst met categorieën waarvoor bindend advies is vereist
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Klaas Verschuure Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10968415 RIS323972 Contactpersoon
Marlijn Rekveldt Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Vergunningen & Toezicht Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
2 december 2025
marlijn.rekveldt@denhaag.nl
Onderwerp
Aanpassing lijst met categorieën waarvoor bindend advies is vereist
Geachte voorzitter, Sinds het ingaan van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is bindend advies van de gemeenteraad vereist voor een deel van de aanvragen om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor welke aanvragen dit nodig is, ligt vast in de door de raad vastgestelde lijst met categorieën BOPA’s waarvoor bindend advies van de gemeenteraad is vereist (RIS313814). De lijst met categorieën voor bindend advies is limitatief. Komt het initiatief niet voor op deze lijst, dan beslist het college, zonder tussenkomst van de raad, op de aanvraag. Bij het vaststellen van deze lijst is afgesproken om, als er een jaar met de lijst is gewerkt, te evalueren of de lijst voldoet aan de verwachting dat impactvolle plannen worden voorgelegd voor bindend advies. Deze evaluatie heeft plaatsgevonden en is op 8 juli 2025 (RIS322759) aan u toegezonden. Werkbespreking In de werkbespreking op 17 september 2025 is de evaluatie van het werken met de lijst met categorieën BOPA’s waarvoor bindend advies is vereist met uw commissie besproken. Bij het werken met de lijst heeft het college geconstateerd dat deze op onderdelen aangescherpt kan worden om het werken met deze lijst transparanter en eenduidiger te maken.
De commissieleden hadden opmerkingen bij en stelden vragen over onder andere het vergunningenproces, de aantallen, de termijnen, de maandelijkse raadsmededeling en de verschillen met de vvgb’s en zienswijze-procedures van vóór de Omgevingswet. Afgesproken werd dat raadsleden binnen twee weken schriftelijke suggesties konden indienen voor het op te stellen raadsvoorstel voor aanpassing van de lijst met categorieën voor bindend advies. Verschillende commissieleden hebben na de werkbespreking van deze gelegenheid gebruik gemaakt. In de bijlage bij deze brief is een overzicht opgenomen van ingekomen schriftelijke suggesties en de reactie van het college daarop. De suggesties van raadsleden en de eigen bevindingen heeft het college meegenomen in de uitwerking naar het voorstel om de lijst met categorieën voor bindend advies aan te passen. De bedoeling is om met de gewijzigde lijst niet alleen meer eenduidigheid in de interpretatie te bereiken, maar ook de meer impactvolle gevallen eruit te lichten en voor minder aanvragen bindend advies nodig te hebben. Als geen bindend advies nodig is, betekent dit zes tot acht weken verkorting van de doorlooptijd.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10968415
Toelichting voorgestelde aanpassing lijst met categorieën bindend advies Op sommige aanvragen is op grond van de huidige lijst zowel een algemene categorie van toepassing als een specifieke. In de toelichting op de huidige lijst is niet aangegeven hoe hiermee om te gaan. Tot nu toe is het college ervan uitgegaan dat specifieke categorieën niet voor gaan op algemene categorieën, waarmee er eigenlijk geen onderscheid is tussen algemeen en specifiek. Deze interpretatie blijkt in lijn te zijn met de verwachtingen in uw commissie. In de gewijzigde lijst is het onderscheid tussen algemene en specifieke categorieën dan ook vervallen. In de huidige lijst met categorieën voor bindend advies zitten globaal vier richtingen om de impact van een aanvraag te duiden: 1. Omvang van het project in absolute zin (bijv. aantal woningen, oppervlakte, bouwhoogte). 2. Soort bestaand bouwwerk dat veranderd wordt (bijv. monument of pand met maatschappelijke functie). 3. Type afwijking van het omgevingsplan (bijv. bouwen in groenbestemming). 4. Mate van afwijking van het omgevingsplan (bijv. meer dan 130% toegestane bouwhoogte). Een bouwplan dat past in het omgevingsplan, is geen BOPA en komt dus niet in aanmerking voor bindend advies, ook niet als dit bouwplan bijvoorbeeld inhoudt dat meer dan 80 woningen worden gebouwd of meer dan 1.000 m2 vloeroppervlakte wordt gerealiseerd.
Als een bouwplan past in het omgevingsplan, kan immers worden aangenomen dat de ruimtelijke impact ervan bij de vaststelling van het omgevingsplan al is afgewogen. Het kan echter ook gebeuren dat een bouwplan waarbij meer dan 80 woningen worden gebouwd of meer dan 1.000 m2 vloeroppervlakte wordt gerealiseerd, grotendeels past in het omgevingsplan, met uitzondering van de bouwhoogte die met 20% wordt overschreden. Hoewel de overschrijding van de bouwhoogte dan beperkt is, namelijk minder dan 30%, zou dit bouwplan op grond van de huidige lijst met categorieën toch voor bindend advies moeten worden voorgelegd, omdat meer dan 80 woningen worden gebouwd of meer dan 1.000 m2 vloeroppervlakte wordt gerealiseerd. Bovenstaande voorbeelden laten zien dat de omvang van een project in absolute zin een aanvraag niet per definitie impactvol maakt. In de gewijzigde lijst zijn de verschillende categorieën daarom meer gerelateerd aan de afwijking van het omgevingsplan. In de huidige lijst met categorieën wordt op enkele plaatsen de term ‘bebouwing’ gehanteerd. Meestal wordt hier ‘het geheel van gebouwen’ mee bedoeld, maar ook andere interpretaties zijn mogelijk. Ten behoeve van een meer eenduidige uitleg is de term ‘bebouwing’ in de gewijzigde lijst op enkele plaatsen vervangen door ‘gebouwen’.
Was-wordt overzicht artikelen met toelichting per artikel Oud Nieuw Toelichting 1.1.a 1.a Het toepassen van de huidige algemene categorie 1.1.a: ‘het realiseren, veranderen en uitbreiden van andere functies dan wonen met meer dan 1000 m2 bruto vloeroppervlak aan bouwwerken of het wijzigen van de functie van meer dan 1000 m2 grond’ roept de volgende vragen op: Gaat het bij ‘uitbreiden’ erom dat de bestaande functie al meer dan 1000 m2 omvat, of moet de uitbreiding zelf meer dan 1000 m2 1.b zijn? Hoe moet deze categorie gelezen worden als er sprake is van het wijzigen van de functie, waarbij ofwel in de huidige toestand ofwel in de beoogde toestand sprake is van wonen? Moeten naast vloeroppervlakte ook omliggende gronden worden 1.c meegerekend?
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10968415
1.1.b
1.e
1.1.c
1.f
1.2.a
1.g
1.2.b
1.d 1.h
1.2.c
1.i 1.j
Om bovenstaande misverstanden weg te nemen is deze categorie opgesplitst naar drie afzonderlijke categorieën. De formulering is daarbij aangepast om een verband te leggen met de afwijking van het omgevingsplan. Om de term ‘bebouwing’ concreet te maken en om de meer impactvolle gevallen naar boven te halen, is in deze categorie de term ‘bebouwing’ vervangen door ‘nieuw hoofdgebouw’. Voor verbouw van woningen leidt meer dan 30% hoogte-overschrijding overigens op grond van het nieuwe artikel 1.j nog steeds tot bindend advies als deze verbouwingen plaatsvinden binnen het gemeentelijke of rijks-beschermde stadsgezicht. Ten behoeve van een eenduidige leesbaarheid is 'bouwhoogte van meer dan 130% van de toegestane hoogte’ omgezet naar 'meer dan 30% overschrijding van de toegestane hoogte', wat inhoudelijk hetzelfde is. De omschrijving van deze categorie is aangescherpt om een verband te leggen met de afwijking van het omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat bindend advies gevraagd moet worden voor een plan waarin toevallig ook een bouwwerk geen gebouw zijnde hoger dan 25 meter zit, terwijl dit op zichzelf past in de regels van het omgevingsplan.
Bij de huidige specifieke categorie 1.2.a gaat het om ‘het realiseren, veranderen en uitbreiden van woningen’ bij (1) nieuwbouw van meer dan 80 nieuw te bouwen woningen of (2) transformaties (van bijvoorbeeld kantoor naar wonen) met meer dan 250 woningen. Onduidelijk is wat met ‘veranderen en uitbreiden van woningen’ wordt bedoeld. Gaat het hier alleen om de verandering of uitbreiding van het aantal woningen of ook om de verandering of uitbreiding van het formaat van bestaande woningen? Aangezien in de nadere duiding onder 1. en 2. alleen sprake is van aantallen woningen, lijkt met deze categorie niet het veranderen of vergroten van bestaande woningen bedoeld te worden. Bij transformatie kan ook sprake zijn van een bestaande situatie met 250 woningen die wordt veranderd. De categorie lijkt hier niet voor bedoeld maar kan wel zo worden gelezen. Om misverstanden te weg te nemen is de formulering van deze categorie aangescherpt. Tot slot is in de inhoud van dit artikel een relatie gelegd met de afwijking van het omgevingsplan, in dit geval met de gebruiksregels omdat het om de woonfunctie gaat. De huidige categorie-omschrijving leidt soms tot misverstanden omdat de begrippen ‘functie’ en ‘gebouw’ gecombineerd worden. Voor de leesbaarheid zijn de maatschappelijke functie en de monumentale of beeldbepalende gebouwen uit elkaar getrokken in twee nieuwe categorieën.
Bij de huidige specifieke categorie 1.2.c gaat het om ‘het realiseren, veranderen en uitbreiden van bouwwerken binnen het gemeentelijke- of rijksbeschermde stadsgezicht, met een vermeerdering van de hoogte en/of het bebouwd oppervlak van bestaande gebouwen met meer dan 30% ten opzichte van wat is toegestaan in het omgevingsplan of het bebouwen van een open ruimte met of ten dienste van een nieuwe hoofdfunctie’. In de meeste gevallen is er sprake van een perceel met daarbinnen een bouwvlak dat niet het volledige perceel beslaat. In een omgevingsplan zonder aan- en uitbouwenregeling zijn gebouwen toegestaan binnen het voorgeschreven bouwvlak en daarbuiten niet. Daarbij is op twee manieren te beschouwen waar de grens ligt van een oppervlakte van meer dan 30% van de toegestane oppervlakte. Buiten het bouwvlak, waar 0 m2 bebouwing is toegestaan, kan
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10968415
1.2.d
1.k
1.2.e
1.l
1.3
2
1.4
3.a 3.b
gesteld worden dat elke bebouwing de grens van 30% toename overschrijdt. Als toegestane bouwoppervlakte kan echter ook de maat van het op het perceel aangegeven bouwvlak gezien worden. Beschouwd wordt dan de toename van bebouwing op het perceel. Ten behoeve van een eenduidige interpretatie van de te hanteren rekenmethode is de omschrijving van deze categorie aangescherpt. Daarbij zal deze aanpassing de meer impactvolle gevallen naar boven brengen. In de omschrijving is de term ‘bebouwing’ vervangen door ‘gebouwen’ en is in de formulering aangescherpt dat ‘nieuwe hoofdfunctie’ alleen relevant is als het omgevingsplan deze niet toestaat. 'Natuurgebieden’ is aangepast naar 'gebieden’ omdat uit de overige tekst blijkt welke gebieden hiermee bedoeld worden. In dit artikel is de inhoud van het huidige artikel 1.2.e gerelateerd aan de afwijking van het omgevingsplan. Uit de omschrijving van de huidige categorie 1.3 ‘Aanvullende bepaling’ blijkt niet eenduidig dat met overeengekomen afwijkingsvoorwaarden de in de vastgestelde beleidskaders en beleidsregels opgenomen afwijkingsvoorwaarden bedoeld worden. Ook is in dit artikel onduidelijk wat wordt bedoeld met ‘bedoelde buitenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van deze lijst’. Dit is aangescherpt in de omschrijving. In dit artikel is de inhoud van het huidige artikel 1.4 ongewijzigd overgenomen.
Dit artikel is toegevoegd om tijdelijke initiatieven van maximaal vijf jaar uit te zonderen van bindend advies, tenzij deze plaatsvinden op een perceel behorende bij een rijksmonument. Dit om te borgen dat voor tijdelijke initiatieven bij bijvoorbeeld het Catshuis of het Vredespaleis wel bindend advies nodig blijft.
Gelijktijdig met deze brief ontvangt u een raadsvoorstel waarin de hierboven toegelichte wijzigingen zijn verwerkt. Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Klaas Verschuure
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10968415
Bijlage Ingekomen schriftelijke suggesties en reactie college daarop In de schriftelijke suggesties was instemming te vinden voor het opheffen van het onderscheid tussen specifieke en algemene categorieën voor bindend advies. Ook werd in principe positief gereageerd op het aanscherpen van categorie-omschrijvingen, zolang de aangescherpte omschrijving de impactvolle gevallen naar boven brengt. Tegelijkertijd kwam uit de reacties de wens naar voren om de lijst zo aan te passen dat voor bijvoorbeeld beperkte verbouwplannen van woningen geen bindend advies meer nodig is. Meerdere keren kwam naar voren dat het voorstel van het college om een kortere termijn voor de raadsbehandeling te gaan hanteren niet goed samengaat met het recente besluit van de raad om in 2026 minder te gaan vergaderen. Het college onderschrijft dat het eerdere voorstel om een kortere termijn voor de raadsbehandeling te gaan hanteren praktisch onhaalbaar is geworden nu de frequentie van raadsvergaderingen omlaaggaat. Uit de reacties bleek dat de commissieleden mee willen denken over de mogelijkheden om meer tijdelijke initiatieven uit te zonderen van bindend advies. Meerdere malen kwam de suggestie naar voren om dit voor regelmatig of jaarlijks terugkerende evenementen te doen.
Een commissielid deed de suggestie om de verplichting tot bindend advies te laten afhangen van de beoogde instandhoudingstermijn van tijdelijke initiatieven en daarbij bijvoorbeeld een grens van drie maanden te hanteren. Het college is van mening dat de impact van tijdelijke initiatieven doorgaans als beperkt kan worden gezien omdat ze niet tot onomkeerbare situaties leiden. Hoewel het college zich bij de suggestie om terugkerende evenementen uit te zonderen van bindend advies zeker wat kan voorstellen, zijn er praktische ervaringen die dit in de weg staan. Het is vaak lastig te duiden wat gezien moet worden als een terugkerend evenement. Zo zijn er bijvoorbeeld herhaaldelijk initiatieven geweest voor het Cool Event, maar de plaats en uitwerking van het initiatief waren steeds net weer anders. Ook zal niet altijd van tevoren duidelijk zijn wanneer een evenement beschouwd moet gaan worden als regelmatig terugkerend. Wel neemt het college graag de suggestie over om de verplichting tot bindend advies te laten afhangen van de beoogde instandhoudingstermijn. De voorgestelde periode van drie maanden vindt het college echter veel te kort: een initiatief als Cirque du Soleil had al vijf maanden nodig. Voor het beperken van de instandhoudingstermijn stelt het college een grens van vijf jaar voor.
Dit is een derde van wat in de regelgeving nog onder tijdelijk wordt verstaan terwijl met deze grens de meeste terugkerende initiatieven worden uitgezonderd van bindend advies. Omdat in de werkbespreking naar voren kwam dat de commissie tijdelijke initiatieven voor bijvoorbeeld het Catshuis wel wil blijven zien, stelt het college voor om ook onderscheid te maken tussen tijdelijke initiatieven die wel en niet plaatsvinden op het terrein van een rijksmonument. Voor het verstrekken van het overzicht van aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten deed een commissielid de suggestie om de frequentie hiervan terug te brengen van maandelijks naar tweemaandelijks. Het college stelt voor deze frequentie nog iets verder terug te brengen dan gesuggereerd, namelijk naar twee keer per jaar. Dit beperkt administratieve lasten zonder afbreuk te doen aan de uiteindelijk beschikbare informatie.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10968415
Tenslotte werd de vraag gesteld hoe de cijfers eruitgezien zouden hebben wanneer de hoogte-bepaling van categorie 1.1.b vanaf het begin op de juridisch correcte wijze was geïnterpreteerd. Het college antwoordt hierop dat van de 45 afgegeven bindend adviezen er zes achteraf gezien niet voorgelegd hadden hoeven worden in verband met deze interpretatie.
6/6