RIS323959 Blokkade woningbouwprojecten Neherkade en Loosduinsekade
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
20 januari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Mos, luidend: “Blokkade woningbouwprojecten Neherkade en Loosduinsekade”
DSO/10990028 RIS323959
Het raadslid de heer De Mos heeft op 24 november 2025 een brief met daarin 9 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Hart voor Den Haag krijgt steeds meer signalen van Haagse ondernemers die met woningbouwplannen vastlopen bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO). Een recent voorbeeld is het plan van ondernemer Sems Karabulut aan de Neherkade 3006, dat volledig is aangepast aan gemeentelijke eisen, maar desondanks niet verder komt. De huidige locatie is in gebruik als partyboot met nachtelijke activiteiten. Volgens buurt en politie zou woningbouw op die plek juist bijdragen aan meer rust, veiligheid en een positieve impuls voor de wijk. Ook aan de Loosduinsekade liggen woningbouwplannen die al maanden stilliggen. Hart voor Den Haag vindt dit onacceptabel, zeker gezien de huidige woningnood. 1. Is het college bekend met het vernieuwde woningbouwplan van ondernemer Sems Karabulut voor de locatie Neherkade 3006? Ja, het college is bekend met dit plan. 2.
Kan het college aangeven of het klopt dat de ondernemer alle bezwaren uit de eerdere afwijsbrief heeft verwerkt en het plan volledig heeft aangepast aan de wensen van de gemeente? Het plan van deze initiatiefnemer is bij de beoordeling in het kader van zijn beginselaanvraag op meerdere punten getoetst aan geldende wet- en regelgeving (inclusief gemeentelijk beleid). Op basis van deze beoordeling is aangegeven dat het plan niet voldoet, bijvoorbeeld ten aanzien van stedenbouwkundige aspecten (o.a. voorwaarden uit Ligplaatsenplan en bezwaar tegen meerlaags bouwen op een waterweg), woonbeleid (o.a. te groot percentage woningen <50m2), leefbaarheid (te veel bomenkap nodig) en mobiliteitsvraagstukken (onvoldoende onderbouwing parkeeroplossing). De initiatiefnemer heeft daarover een brief ontvangen, inclusief een aanpassingsmogelijkheid. Het aangepaste bouwplan is ook getoetst, maar dat heeft de eerdere bezwaren tegen het bouwplan niet weggenomen. Hierover is ook meerdere keren contact geweest met de indiener van het plan. 3. Kan het college toelichten waarom er desondanks nog steeds geen voortgang is in dit dossier? Graag een gedetailleerd antwoord. Zie de beantwoording van vraag twee: er is in dit specifieke geval sprake van een plan dat niet voldoet aan geldende wet- en regelgeving. De processtappen die genomen moeten worden in de beoordeling van een dergelijk plan kosten tijd.
Het bouwplan is een complexe beginselaanvraag met zwaarwegende consequenties voor de directe omgeving en belanghebbenden.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10990028
Dit vraagt om een grondige beoordeling en zorgvuldige afweging door verschillende afdelingen en disciplines binnen de gemeente. Initiatiefnemer is van de voortgang hiervan op de hoogte gehouden. 4. Acht het college het wenselijk dat goedwillende Haagse ondernemers worden geconfronteerd met jarenlange stilstand bij DSO? Het college erkent dat er sprake kan zijn van langdurige processen; zie ook de beantwoording van vraag drie waarom dat soms het geval is. Dat is wat anders dan stilstand. 5. Is het college bereid om met de ondernemer in gesprek te gaan om het project Neherkade 3006 op korte termijn mogelijk te maken? Zie ook de beantwoording van vraag twee. Er is uitgebreid en meermaals contact geweest met de initiatiefnemer over het ingediende plan. Er zijn gronden om niet mee te werken; er is toegelicht waarom dat zo is. Mocht betreffende of een andere ondernemer een nieuw plan hebben voor deze locatie dat beter passend is, dan kan altijd hierover contact worden opgenomen met de gemeente. 6. Deelt het college de mening dat de bouw van appartementen, op een locatie waar nu een partyboot ligt, juist zou bijdragen aan meer rust, veiligheid en wijkverbetering? Zoals bij de beantwoording van vraag twee is aangegeven, is het bouwplan getoetst aan geldende weten regelgeving (inclusief gemeentelijk beleid).
De uitkomst van deze beoordeling was dat het initiatief op deze specifieke locatie aan een kade op meerdere punten (waaronder die in de vraag genoemd) niet voldeed. De invulling en opzet van een plan is daarbij bepalend, niet zozeer een plan voor de ontwikkeling van woningen op zich. 7. Is het college tevens bekend met het woningbouwplan aan de Loosduinsekade dat eveneens muurvast zit? Het college is bekend met dit plan. De betreffende kavel aan de Loosduinsekade is in eigendom bij de gemeente. Wettelijk is bepaald dat de gemeente als grondeigenaar niet zonder voorafgaande mededinging met een marktpartij een overeenkomst kan aangaan. Dat is ook aan betreffende initiatiefnemer gemeld. Er is daarom geen sprake van een woningbouwplan op deze locatie dat momenteel in behandeling is bij de gemeente. De gemeente beraadt zich momenteel hoe verder te gaan met deze locatie. 8. Hoe beoordeelt het college de stelling dat DSO onvoldoende uitvoeringskracht heeft en woningbouwprojecten onnodig vertraagt? De uitvoeringskracht van de gemeentelijke organisatie moet beoordeeld worden in de context waarbinnen Den Haag haar woningbouwopgave moet realiseren. Eerder berichtten wij u hierover al het volgende (RIS322806): “Den Haag moet haar woningbouwopgave voor een belangrijk deel binnenstedelijk oplossen.
Zoals bekend is Den Haag een stad met een zeer hoge bevolkings- en woningdichtheid per vierkante kilometer. Bovendien grenst Den Haag als enige G4-stad direct aan Natura-2000 gebied, waardoor stikstof een extra complicerende factor kan zijn. De ontwikkelingen zijn hierdoor stuk voor stuk complex en gaan gepaard met een veelheid aan belangen. De belangen liggen daarbij lang niet altijd op één lijn. Er zijn naast de woningbouwopgave ook andere opgaven die integraal en in samenhang met de woningbouw moeten worden aangepakt. Denk daarbij aan de energie- en mobiliteitstransitie. Maar ook aan het gegeven dat naast de woningbouwopgave de ontwikkeling van werkgelegenheid, voorzieningen en groen gelijke tred moeten houden.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10990028
Het oplossen van deze complexe vraagstukken vraagt een zorgvuldig voorbereidings- en besluitvormingsproces. Ook de vergunningsverlening neemt, gelet op de complexe wet- en regelgeving, steeds meer tijd in beslag. En niet in de laatste plaats worden de soms tegenstrijdige belangen steeds vaker ter toetsing voorgelegd aan de rechter”. 9. Is het college bereid om een Crisisteam Woningbouwversnelling op te richten dat vastgelopen projecten binnen acht weken beoordeelt – een team dat ondernemers helpt in plaats van tegenwerkt, en zorgt voor woningen in plaats van dat de toekomst van woningen wordt gefrustreerd? Graag een gedetailleerd antwoord. We hebben te maken met achterstanden in de afhandeling van omgevingsvergunningen. Hierdoor kunnen de besluiten niet genomen worden binnen de wettelijke termijn. Om deze achterstanden weg te werken heeft opschaling plaatsgevonden en is een herstelplan in werking gesteld. Een van de maatregelen uit dit herstelplan is de inrichting van een escalatietafel. Aan deze tafel worden aanvragen besproken die vast dreigen te lopen. Dit moet in alle gevallen leiden tot versnelde besluitvorming, zodat het proces verder kan. Daarnaast is in het herstelplan opgenomen dat bij de afhandeling van aanvragen prioriteit wordt gegeven aan woningbouw.
Zodra de achterstanden structureel zijn weggewerkt kunnen de besluiten weer binnen de wettelijke termijnen genomen worden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
3/3