RIS323957 Beantw SV Financiële positie van schoolbesturen en gevolgen voor kansengelijkheid
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
27 januari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadsleden de heer Ahraui en mevrouw Butt, luidend: ‘Financiële positie van schoolbesturen en gevolgen voor kansengelijkheid’
OCW/11004978 RIS323957
De raadsleden de heer Ahraui en mevrouw Butt hebben op 20 november 2025 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In 2023 diende de PvdA de motie ‘Laat reserves scholen in de klas terechtkomen’ (RIS317492) in. Daaruit bleek dat scholen om meerdere redenen mogelijk grote reserves aanhouden, waaronder de NPO-gelden en andere tijdelijke subsidies vanuit het Rijk. Daarnaast gaf het college ook toen al aan dat er grote verschillen waren in de hoogte van deze reserves. Door het aflopen van de NPOmiddelen uit het Rijk en de bezuiniging op de gemeentelijke OAB-middelen maken de Haagse PvdA en GroenLinks zich zorgen over de financiële positie van scholen en met name als het gaat over de grote verschillen tussen scholen. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor de kansengelijkheid in de stad. 1.
Heeft het college zicht op de actuele financiële posities van scholen?
Nee, het college heeft geen toegang tot actuelere informatie dan de openbaar beschikbare informatie, te vinden in de gegevensboeken op de website van open onderwijsdata van DUO. 2.
Heeft het college een actueel beeld van de hoogte van de verschillen tussen scholen als het gaat om hun financiële reserves?
Nee, het college heeft geen actueel beeld van de verschillen van scholen. Het beeld beperkt zich tot de verschillen tussen schoolbesturen zoals in de laatste jaarrekeningen door DUO zijn gepubliceerd. 3.
Zijn er scholen die door de aflopende NPO-middelen en afname van de gemeentelijke OAB middelen aanspraak moeten maken op hun financiële reserves en/of waarvan de reserves kwetsbare hoogtes aannemen?
Hier heeft het college geen zicht op. Overigens betreffen de laatst beschikbare jaarrekeningen van de schoolbesturen het kalenderjaar 2024, waarin de schoolbesturen nog beschikking hadden tot de NPOmiddelen en de 5% korting op de subsidieregeling die nog niet van toepassing was. Daarnaast wil het college benadrukken dat er sprake is van afname in de Rijks-OAB-middelen. De PvdA en GroenLinks zien risico’s voor de kansengelijkheid van leerlingen bij het wegvallen van tijdelijke subsidies en grote verschillen in financiële reserves. Zo financieren sommige scholen essentiële leermiddelen van deze extra middelen voor gezinnen die dat normaal gesproken niet kunnen betalen, wat nu mogelijk in gevaar komt.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11004978
4.
Is het college in gesprek met scholen als het gaat om de gevolgen van de afnemende NPOmiddelen? Wat doet het college om hen daarbij te ondersteunen?
Het college spreekt heel regelmatig met de schoolbesturen en scholen. De terugloop van middelen is voor schoolleiders altijd reden tot zorg. De gevolgen over het beëindigen van de NPO-middelen zijn echter niet specifiek geagendeerd in gesprekken, niet op verzoek van de scholen maar ook niet op verzoek van schoolbesturen. Bovendien was vanaf het begin af aan bekend dat de NPO-middelen incidentele middelen waren. Hier hebben schoolbesturen en scholen in hun begrotingen en plannen altijd rekening mee gehouden. Het opvangen van de weggevallen NPO-middelen is niet aan gemeenten. Deze verwachting leeft ook niet bij de scholen en schoolbesturen. 5.
Heeft het college in beeld welke voorzieningen wegvallen doordat deze middelen niet meer beschikbaar zijn?
Het college heeft dit niet in beeld. 6.
Ziet het college risico’s voor de kansengelijkheid als het gaat om de financiële posities van de verschillende scholen in de stad door het afnemen van tijdelijke middelen?
Het college heeft hier, zoals bij vraag 5 aangegeven, geen zicht op. In de onlangs door onder andere schoolbesturen en gemeente vastgestelde HEA speelt de inzet op kansengelijkheid een belangrijke rol. Het college heeft er vertrouwen in dat, ook na het wegvallen van de NPO-middelen, scholen tot verantwoorde keuzes komen om hierop te blijven inzetten. 7.
Wat doet het college om de gevolgen daarvan tegen te gaan?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 8. 8.
Ziet het college risico’s dat HEA-doelen niet meer haalbaar zijn bij sommige schoolbesturen, en hoe wordt dit in de nieuwe uitvoeringsregelingen meegenomen?
De nieuwe HEA is gezamenlijk met de schoolbesturen opgesteld, in de wetenschap dat er de komende jaren minder middelen beschikbaar zullen zijn. Het college en de schoolbesturen hebben gemeend om hoe dan ook ambitieuze doelen te formuleren in de HEA en daarbij meer dan voorheen uit te gaan van de inzet op samenwerking en collectiviteit. Hiermee beogen college en schoolbesturen ook op andere manieren, dan alleen met de inzet van middelen, de doelen te bereiken. De nieuwe subsidieregeling en de werkafspraken in de uitvoeringsagenda geven hieraan nadere invulling. De nieuwe subsidieregeling biedt bovendien ruimte aan schoolbesturen om een deel van de middelen op basis van maatwerk aan de scholen toe te kennen. Een schoolbestuur kan daarmee aan scholen aanvullende middelen toebedelen, zodat bepaalde activiteiten kunnen worden voortgezet, ondanks de afname van middelen op schoolniveau. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2