RIS323947 Beantwoording SV Racistische zwarte pieten bij rijtoer Frederik Hendriklaan en nalaten van handhaving
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
23 februari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid, mevrouw Faïd, luidend: ‘Racistische zwarte pieten bij rijtoer Frederik Hendriklaan en nalaten van handhaving’
BSD/10985102 RIS323947
Het raadslid mevrouw Faïd heeft op 21 november 2025 een brief met daarin twintig vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Aanleiding Tijdens de rijtoer van Sinterklaas op 15 november 2025 op de Frederik Hendriklaan is een groep van minstens twaalf personen, volledig geschminkt als zwarte piet, dansend achter de stoet gaan meelopen. Dit is in strijd met het officiële roetveegpiet-beleid van de Haagse Sinterklaasintocht, de huisregels van het evenement en het gemeentelijk antidiscriminatiebeleid. Op beelden is te zien dat politie en handhaving aanwezig waren maar niet ingrepen, terwijl er sprake was van een duidelijke overtreding van de toegangsvoorwaarden én van zichtbaar racistisch gedrag. De Haagse Stadspartij vindt dit onacceptabel en wil opheldering. 1.
Klopt het dat de Haagse Sinterklaasintocht een officieel roetveegpiet-beleid voert dat volledig is afgestemd met gemeente, politie en organisatie? Zo ja, hoe is dit beleid vooraf gecommuniceerd richting alle betrokken partijen?
Vanaf 2017 is de organisatie uit eigen beweging begonnen met het vervangen van zwarte pieten door roetveegpieten. Sinds 2022 zet de organisatie van de Haagse intocht alleen roetveegpieten in. Tijdens de vergunningsprocedure wordt dit met de gemeente en politie besproken. De organisatie draagt haar eigen beleid vervolgens actief uit aan de vrijwilligers die als piet verkleed participeren aan de intocht. In de meerjarige overeenkomst is hiernaast vastgelegd dat de sinterklaasintocht inclusief is en jaarlijks levert de organisatie een projectplan aan, waarin wordt bevestigd dat uitsluitend Haagse roetveegpieten worden ingezet. Dit is eveneens het standpunt van de gemeente. 2.
Is de gemeente vooraf op de hoogte gebracht van risico’s op verstoringen, waaronder mogelijke aanwezigheid van zwarte-piet-groepen? Zo ja, welke maatregelen zijn besproken en afgesproken? Zo nee, waarom niet en waarom is er geen risicosignalering gedaan voor een bekend, jaarlijks terugkerend risico?
De gemeente is niet vooraf geïnformeerd over mogelijke verstoringen, wel was de gemeente voorbereid op een mogelijke verstoring. De ervaring leert dat dergelijke acties niet van tevoren bij de organisatie, gemeente en/of politie worden gemeld, maar ‘spontaan’ ontstaan rondom, bijvoorbeeld, de jaarlijkse intocht van sinterklaas. In voorkomende gevallen wordt in samenspraak met de politie beoordeeld of en op welke wijze kan worden opgetreden. De bij de intocht waargenomen zwarte pieten maakten géén onderdeel uit van de organisatie en van het vergunde evenement.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10985102
3.
De organisatie hanteert huisregels waarin staat dat ongewenst, beledigend of racistisch gedrag niet wordt getolereerd en toegang kan worden geweigerd of ontzegd. Deelt het college dat zwarte piet een racistische raciale karikatuur is die onder deze regels valt?
Ja, het college deelt deze gedachte. 4.
Kan het college aangeven of de betreffende groep personen het evenemententerrein heeft betreden of zich zonder toestemming aan het einde van de route heeft aangesloten?
Er is langs de route géén sprake van een afgesloten evenemententerrein, maar een dynamische optocht door de stad. De straten blijven begaanbaar voor bijvoorbeeld passanten en winkelend publiek. Vanwege deze open structuur, is het vrijwel ondoenlijk om individuen en/of groepen te weren. 5.
Indien zij zich zonder toestemming hebben aangesloten: hoe heeft dit kunnen gebeuren ondanks voorzorgsmaatregelen, afzettingen en begeleiding door politie en handhaving?
Het betrof een evenement met een open karakter, waar geen toegangscontrole op van toepassing is. Het evenemententerrein en de route waren voor eenieder vrij toegankelijk. 6.
Waarom hebben politie en/of handhaving niet ingegrepen, terwijl zij zichtbaar aanwezig waren en zagen dat een groep in strijd met de regels meeliep?
De organisatie is er door de politie op aangesproken dat er zwarte-piet-figuren tussen de mensen op een klein deel van de route meeliepen. De organisatie heeft hierop deze zwarte pieten aangesproken. Deze zijn vervolgens op de Frederik Hendriklaan ook daadwerkelijk uit de optocht verdwenen. De afspraken in het kader van de vergunningsprocedure zijn primair gericht op een ordelijk en veilig verloop van het evenement voor alle betrokkenen. De organisator is in eerste aanleg verantwoordelijk voor de uitvoering van deze afspraken. De inzet van de politie en handhavers van de Handhavingsorganisatie is erop gericht om de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid te handhaven en daarnaast toe te zien op het naleven van de vergunningsvoorschriften. 7.
Is er met politie of organisatie afgesproken dat bij overtredingen van het roetveegpiet-beleid direct wordt opgetreden? Zo ja, waarom is dat niet gebeurd? Zo nee, waarom niet?
Voorafgaand was met de organisatie afgesproken dat bij de aanwezigheid van zwart geschminkte pieten de organisatie in eerste aanleg zou aanspreken. Dit is ook door de organisatie gedaan. 8.
Heeft de politie achteraf gegevens genoteerd, identificaties uitgevoerd of processen-verbaal opgemaakt tegen de betrokken personen? Zo nee, waarom niet?
Het is niet strafbaar om verkleed als zwarte piet over straat te lopen. Er zijn door de zwarte pieten geen strafbare feiten gepleegd, hierdoor was er geen wettelijke basis voor de politie om deze mensen te controleren. Er zijn door de politie achteraf geen gegevens genoteerd. 9.
Wordt deze situatie intern geëvalueerd binnen handhaving en politie? Zo ja, kan de raad de uitkomsten ontvangen?
Nee. De inzet van handhaving en politie wordt niet separaat geëvalueerd.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10985102
10. Hoe beoordeelt het college de veiligheidsrisico’s van deze situatie vanuit het perspectief van zwarte kinderen en kinderen van kleur? En waarom lijkt hun veiligheid en bescherming tegen racisme geen leidende factor te zijn geweest in de besluitvorming en het handelen van politie en handhaving? Zie ook antwoord op vraag 7. Het college is van mening dat kinderen van kleur niet aan dergelijke situaties blootgesteld zouden moeten worden. De organisatie heeft ingegrepen om de verstoring te beëindigen. 11.
Is op enig moment overwogen om de groep weg te sturen of de stoet tijdelijk stil te leggen om verdere escalatie of schade te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
De organisatie is vanaf het moment dat de zwarte-pieten-groep aansloot met hen in contact getreden. Hierbij is hun, ondanks het feit dat ze niet tot het vergunde evenement behoorden, nadrukkelijk verzocht om zich af te scheiden van de intocht. Dit is, zoals boven gesteld, gelukt. Het stilleggen van de intocht heeft impact op de doorlooptijden en kan een zeer ongewenste impact hebben op de openbare orde. Het waarborgen van de voortgang van de optocht was van belang om de veiligheid te kunnen garanderen. 12. Welke stappen worden genomen richting de daders? Worden gebiedsverboden, boetes of proces-verbaal overwogen? Zie het antwoord op vraag 8. 13. Hoe gaat de gemeente voorkomen dat dit in de toekomst opnieuw gebeurt? En vindt het college het acceptabel dat kinderen — en met name zwarte kinderen en kinderen van kleur — opnieuw worden blootgesteld aan racisme? Is hun veiligheid en welzijn in deze situatie minder waardig meegewogen? Het is niet acceptabel dat kinderen van kleur worden blootgesteld aan racisme. Bij de organisatie is de bescherming tegen racisme en de veiligheid van kinderen als belangrijke afweging gehanteerd. De veiligheid en het welzijn van alle betrokkenen bij de intocht, zowel volwassenen als kinderen, worden zorgvuldig gewogen en met gelijke prioriteit behandeld.
De gemeente voert een gedegen vergunningsprocedure om ervoor te zorgen dat het evenement op een ordelijke en veilige wijze plaatsvindt. De inspanningen zijn er mede op gericht om te voorkomen dat zwarte pieten aansluiten bij de intocht. Wij zien hierin een positieve ontwikkeling. De groep is veel kleiner geworden. 14. Is het college bereid de afspraken met politie, handhaving en organisatoren te herzien en te versterken, zodat racistische uitingen actief worden tegengehouden? En kan het college inzichtelijk maken welke nieuwe handhavingsregels, protocollen of directe-actie-afspraken voortaan gaan gelden, en hoe deze zichtbaar, toetsbaar en afdwingbaar worden gemaakt? Bij de evaluatie van de afgelopen editie en de voorbereiding van de volgende editie, worden de mogelijkheden besproken die er zijn om het aansluiten van zwarte pieten verder te reduceren. Het college blijft zich inspannen om ervoor te zorgen dat racistische uitingen actief worden tegengegaan en dat de openbare orde gewaarborgd blijft. Het college ziet echter, gelet op de huidige juridische status van zwarte piet, géén grond om afdwingbare (handhavings)protocollen op te stellen voor zwarte-pietfiguren die zich in de openbare ruimte ophouden.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10985102
15.
Kan het college aangeven hoeveel personen zich tijdens de rijtoer in racistische kleding hebben aangesloten, en of bekend is waar zij vandaan kwamen? Betrof dit een georganiseerde groep?
Er zijn ongeveer 15 mensen waargenomen die als zwarte piet verkleed waren. Het is onbekend uit welk stadsdeel de zwarte pieten kwamen en of zij zich vooraf georganiseerd hebben. 16. Wat is het handelingskader van de politie bij signalen of gevallen van racistische uitingen en discriminerend gedrag in de openbare ruimte? En waarom is dit handelingskader in dit geval niet toegepast? Tijdens het evenement zijn er bij de politie geen meldingen binnen gekomen van racistische uitingen en/of discriminerend gedrag in de openbare ruimte. Wanneer hiervan melding wordt gedaan, wordt dit nader onderzocht. Als er sprake is van een strafbaar feit, wordt er handhavend opgetreden. Alleen de omstandigheid dat iemand als zwarte piet rondloopt is geen strafbaar feit, waartegen door de politie kan worden opgetreden. Hoewel het rondlopen als zwarte piet niet strafbaar is, vindt het college het, zoals in het antwoord op vraag 1 aangegeven, onwenselijk en heeft daarom maatregelen genomen om deelname van zwarte pieten te voorkomen en is door de organisatie ingegrepen. 17.
In een stad waar 72% van de kinderen onder de 25 jaar bicultureel is: hoe beschermt Den Haag — als stad van vrede en recht — zwarte kinderen en kinderen van kleur actief tegen racistische instituten, racistische figuren en discriminerende incidenten tijdens publiek toegankelijke evenementen zoals intochten?
Het college is van mening dat de intocht een inclusief feest moet zijn, waar iedereen zich thuis voelt. De organisatie heeft al jaren geleden uit eigen beweging roetveegpieten ingevoerd. Bij vergunde evenementen worden uitingen van discriminerende aard niet toegestaan. 18. Is het juridisch mogelijk om een gebiedsverbod op te leggen aan personen die bekend staan om racistische uitingen of herhaald discriminerend gedrag tijdens publieke evenementen? En is het college bereid dit te verkennen en toe te passen? Op basis van de huidige feiten en omstandigheden, wordt dit niet mogelijk geacht. Het zich in de openbare ruimte vertonen als zwarte piet is, zoals gezegd, ook niet strafbaar. 19. Klopt het dat Bakkerij Plasman in hun winkel een “Piettaart” verkoopt met daarop een racistische zwarte-piet-afbeelding? Waarom kan en mag een dergelijke racistische uiting in de vorm of verkoop van een product überhaupt plaatsvinden in onze stad, gezien het gemeentelijke antidiscriminatiebeleid? De verkoop van de betreffende taart is door de bakkerij gestopt. Het is juridisch niet strafbaar om een ‘Piettaart’ te verkopen. 20.
Klopt het dat er signalen zijn dat (een deel van) de groep die zich bij de rijtoer heeft aangesloten zich heeft omgekleed in of rondom deze bakkerij? Zo ja, worden hier verdere stappen op genomen en wordt hun rol onderzocht? Zo nee, is het college bereid dit actief te onderzoeken? Deze signalen zijn bij het college onbekend. Ook navraag bij gemeentelijke- en hulpdiensten heeft geen aanvullende informatie opgeleverd hierover. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen 4/4