CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323941 Bijlage Bouwenvelop Denekamp

Commissie Ruimte 14 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Zuidwestdebat32.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

HUB fietsparkeren Mogelijke invulling Niet woonprogramma figuur 5.3 - Indicatief programma in de plint, kan in uitwerking nog wijzigen

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

25

5.3 Buitenruimte en collectieve ruimtes Door de geplande verdichting van het gebied zal het aantal bewoners toenemen. Dit zal ook leiden tot een toename van de druk op de buiten en openbare ruimte. (Ondergrondse) infrastructuur, mobiliteit, groen, ecologie, sport en spel en ontmoeten zoeken allemaal een plek in de beperkte beschikbare ruimte. Deze paragraaf gaat van het grotere schaalniveau – zoals de groennorm en de groenbalans – naar meer gedetailleerde onderwerpen, zoals bomen, speelvoorzieningen en andere

• Binnen het projectgebied is er ruimte om de openbare ruimte verder te vergroenen met maximaal circa 1.000 m² extra groen boven op de al genoemde vergroening in de Ambitie en scopebepaling, dit is de vergroening van de Denekampstraat door deze autovrij in te richten.

specifieke elementen in de buitenruimte.

Gemeentelijke groen-norm, groenbalans-perceel en Weging Waterbelang • Het plan en de gebiedsontwikkeling moeten voldoen aan de groennorm vanuit de ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835) van minimaal 16 m2 groen per woning, binnen Zuidwest moeten er gemiddeld 22 m2 (naar aanleiding van behandeling van Structuurvisie Zuidwest). • De norm is berekend in de Ambitie en scopebepaling Morgenstond, waaruit blijkt dat voldoende openbaar groen

Denekamp

mogelijk +1.000m2

beschikbaar blijft met deze ontwikkeling daarin opgenomen binnen de wijk Morgenstond. (pagina 31 van de Ambitie en scopebepaling Morgenstond, RIS322209). • De binnentuin wordt niet meegerekend in de groennorm omdat deze niet openbaar toegankelijk is; deze is in de huidige situatie begrensd met hagen, laag hekwerk en borden. In de toekomstige situatie is een hekwerk, wederom, voorstelbaar. Als er hekwerken worden toegepast is het uitgangspunt deze zoveel mogelijk open te houden en wellicht ‘s avonds afsluitbaar. • De groennorm wordt onder andere behaald door vergroening elders in de wijk Morgenstond (+5.750 m²). Denk daarbij aan bv. de Melis Stokelaan, de Hengelolaan en het rondje Morgenstond. Tegelijkertijd komen er veel woningen bij in Morgenstond, waardoor er per woning minder groen beschikbaar is. Desondanks blijft dit boven de groennorm, namelijk tot 23,7 m² groen per woning. figuur 5.4 - Groen-norm in Morgenstond na verdichting en vergroening, Ambitie- en Scopebepaling Morgenstond

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

26

NU

• Op het eigen terrein is momenteel circa 4.725 m² bebouwd, 250 m² verhard, en 7.975 m² groen aanwezig. Dit groene deel bestaat uit een binnentuin in volle grond met gras en bomen, en aan de voorzijde een groene overgangszone. • Na de herontwikkeling blijft circa 6.570 m² bebouwd, 200 m² overgangszone, 800 m² (groene) pleinen, en 4.350 m² daktuinen over. Er resteert dan nog ongeveer 1.000 m² groen in volle grond op maaiveldniveau. • In de Denekampstraat neemt het openbare groenoppervlak toe van circa 450 m² naar 1.525 m². Deze vergroening komt voort uit het autovrij maken van het gebied, waardoor circa 1.000 m² extra openbaar groen wordt toegevoegd aan het nieuwe inrichtingsplan. • Hoewel de hoeveelheid groen op privéterrein afneemt, neemt het groen in de openbare ruimte juist toe. • De daktuin wordt formeel meegeteld als verhard oppervlak, maar moet volgens het ‘groen-tenzij’-principe zo groen mogelijk worden ingericht, met het oog op klimaatadaptatie, duurzaamheid en gebruikskwaliteit. • Dit heeft geen (negatieve) invloed op de berekeningen voor de watersleutel en de groennorm, maar draagt wel bij aan de visuele en functionele groenwaarde van het plan. • Voor het plan moet de Weging Waterbelang worden ingevuld.

Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft hiervoor een rekentool (watersleutel) beschikbaar die initiatiefnemers helpt te bepalen hoeveel waterberging er nodig is om de effecten van het plan op het watersysteem te compenseren. VERHARD OR GROEN OR

TOEKOMST

BEBOUWING VERHARDING B I N N E N T U I N (VOLLE GROND) P L E I N /STEDELIJKE OVERGANG D E K T U I N /BINNENTUIN OP GARAGE

Verhard - verharde infrastructuur (wegen en paden), bebouwing *waarvan dektuin: telt mee volgens sleutel als verhard maar doet wel mee in klimaatadaptatie en duurzaamheidsambities, verder is deze ruimte ook van belang voor de kwaliteitsambities voor verblijven in de binnentuin

figuur 5.5 - Groen en verhardingsitutatie binnen plangebied en perceel nu, en na ontwikkeling

Onverhard - waterdoorlatende begroeide terreindelen (volle grond) halfverdiepte parkeeroplossing.

! Dit is niet de Haagse referentienorm groen !

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

27

Rooilijnen en bomen

Behoud van bestaande rooilijnen in bouwplan Op meerdere plekken blijven de bestaande rooilijnen gehandhaafd om waardevolle bestaande bomen zo goed mogelijk te beschermen en de impact op het groen te minimaliseren – zowel tijdens de bouw als in de uiteindelijke situatie. Waar rooilijnen behouden blijven, is de kans op behoud van (volwassen) bomen aanzienlijk groter. Waar eventueel toch compensatie nodig is, blijft er in het straatprofiel voldoende ruimte over om bomen van vergelijkbare grootte terug te planten. • Denekampstraat (blok B, oostzijde): Hier blijft de rooilijn ongewijzigd, waardoor de impact op de bestaande bomen in de openbare ruimte minimaal is. In deze straat staan 11 bomen die, hoewel ze niet tot de Hoofdboomstructuur behoren, wel als waardevol worden beschouwd. De bomen langs de Loevesteinlaan en Hengelolaan maken deel uit van zowel de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) als de Hoofdboomstructuur. • Hengelolaan (blok A): De bestaande rooilijn vormt hier het uitgangspunt voor de nieuwe bouwmassa. • Loevesteinlaan (blok A en B): Behoud van de bestaande rooilijn is leidend, met uitzondering van de torenlocatie waar een plein wordt gerealiseerd. Op dat punt schuift de bebouwing iets terug het perceel in.

Verschuivende rooilijnen in bouwplan Op enkele plekken worden de rooilijnen wel verschoven, wat directe gevolgen heeft voor het bestaande bomen: • Westzijde Fluitenbergstraat (blok B): De nieuwe rooilijn komt richting de kavelgrens te liggen (0,5m afstand tot). Hierdoor kunnen 5 bomen op eigen (privé) terrein niet behouden blijven. • Westzijde Denekampstraat (blok A): De verschuiving van

de rooilijn leidt tot het verdwijnen van 2 kleinere bomen/ struiken op eigen (privé) terrein. • Juist door op deze plekken de rooilijnen te verschuiven, kunnen op andere locaties de bestaande rooilijnen en (gemeentelijke) bomen worden behouden en beschermd. Binnenterreinen

de omgeving. Eventueel groenverlies en te verplaatsen of te kappen bomen moeten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Voor bomen in de openbare ruimte gelden het Handboek Openbare Ruimte. • De Nota Stadsnatuur (RIS305824) en Nota Stadsbomen bevatten richtlijnen over kwaliteitseisen aan groen, zoals soortkeuze en groeivoorwaarden. lijn oi ro n g laa vin in ui te ch es rs ev ve Lo

Naast veranderingen in de groenbalans verandert ook de positie en het behoud van bestaande bomen. Door gebiedsontwikkeling, verschuivende rooilijnen en de aanleg van parkeeroplossingen verdwijnen bomen, met name op de binnenterreinen. Deze bomen moeten elders worden gecompenseerd. De verschuiving van rooilijnen op enkele locaties heeft gevolgen voor de bestaande openbare bomen in de directe omgeving.

• Ook in de collectieve binnentuinen verdwijnen bomen, 11 stuks, met name door de aanleg van (half)verdiepte parkeervoorzieningen op eigen terrein onder de tuin/percelen. • Deze bomen moeten in het groenplan worden gecompenseerd, bijvoorbeeld via herplanting elders op het perceel of op de daktuinen. Aanvullend kan worden onderzocht of compensatie mogelijk is op andere percelen in het gebied die in eigendom zijn van de initiatiefnemer (volgens RIS307827). Bij de omgevingsvergunning dient dit duidelijk in beeld te zijn gebracht, inclusief financiering en bij voorkeur ook planning. Naar verwachting kunnen, met de genoemde rooilijnen, de bomen aan de Hengelolaan en de Denekampstraat grotendeels behouden blijven. Pas indien aangetoond kan worden dat behoud binnen de genoemde bouwmassa redelijkerwijs niet haalbaar is, mogen de bomen worden verplaatst of, indien dat ook aantoonbaar niet mogelijk is, worden gecompenseerd. De bomen aan de Hengelolaan alsmede de Loevesteinlaan die onderdeel uitmaken van de Hoofdboomstructuur blijven gehandhaafd. Aanvullend is het streven om het boomkroonoppervlak met 5% te vergroten. Speciale aandacht is nodig voor goede groeiplaatsen bij daktuinen. Deze moeten standaard voldoen aan eisen voor doorwortelbaarheid, in het ontwerp moet hier vroegtijdig rekening mee worden gehouden.

Bomenbalans en groencompensatie • Conform de Nota Stadsbomen (RIS307827) wordt in de ontwerpfase een BomenEffectAnalyse (BEA) opgesteld. Hierin wordt bepaald welke bomen behouden, verplaatst of gekapt worden. • De ontwikkelaar stelt een bomenbalans en groenplan op, passend bij de groene structuren en natuurwaarden in

lijn oi ro raat g t n s ivi p hu am sc nek r ve De lijn oi t ro raa g t vin gs ui er ch enb s r it ve Flu

figuur 5.6 - Veranderende rooilijnen t.o.v. huidige situatie

ng

en

He

m

bo

an

la

o el

bi

en

n

ui

nt

e nn

om

b

at

ra

t ps

am

ek

en

n De

m

bo

in

tu

en

n ne

n

bi

en

u Fl

e

nb

ite

m bo

at

tra

s rg

m bo

figuur 5.7 - 18 bomen verdwijnen (rood), in geel risico maar inzetten op behoud bomen

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

28

figuur 5.8 - Huidige situatie binnentuin met bordjes en hekwerk

10m

bi

n

ui

nt

e nn

b

en

op

e ar

te

im

ru

bi

n

ui

nt

e nn

PERCEELGRENS

Binnentuinen

Spelen/sporten

Er wordt ingezet op een zo groot mogelijke ruimtelijke samenhang tussen de collectieve binnenterreinen en de omringende stad. • Bouwblokopeningen worden op strategische, goed zichtbare plekken langs stedelijke routes gepositioneerd. Ze bieden doorzicht naar het binnentuingroen en hebben een uitnodigende breedte. De toegang kan worden vormgegeven met een trap of een landschappelijk talud. Hierdoor is de tuin weliswaar niet voor iedereen toegankelijk, maar wél bereikbaar en visueel zichtbaar, wat zorgt voor een vriendelijker straatbeeld. Toegankelijkheid naar de tuin is wel voor alle bewoners gewaarborgd via de woonblokken. • De binnentuinen en daktuinen zijn essentieel voor het groene karakter van de wijk én als collectieve buitenruimte voor de bewoners. De inrichting en verhouding privécollectief worden afgestemd op de doelgroep. De openbare ruimte representeert de buurt, terwijl de binnentuin vooral de collectieve waarden weerspiegelt van de bewoners van de aangrenzende blokken. De nadruk ligt op samenkomst, gedeeld eigenaarschap en collectiviteit onder deze bewoners. • De uitwerking van het ontwerp van de binnentuin wordt verder benoemd in het Beeldkwaliteitsplan H6. • In tegenstelling tot bestaande binnentuinen, zijn deze nieuwe binnentuinen gelegen op parkeervoorzieningen en dus geen volle grond.

Toch moet de inrichting volgens het ‘groentenzij’-principe zoveel mogelijk groen zijn. Dit is belangrijk voor klimaatadaptatie, duurzaamheid en belevingswaarde en gebruikskwaliteit. • Op de daktuin wordt gezocht naar ruimte voor kleinere orde bomen op het dek. Daarnaast is het wenselijk te onderzoeken of een boom van groter formaat door de daktuin in de volle grond kan worden geplant. • Via bouwblokopeningen en ensembles ontstaat een fysieke én visuele relatie tussen de collectieve binnenterreinen en de openbare ruimte, in lijn met de ambities voor Morgenstond.

Op basis van de speelvoorzieningennorm (Haagse richtinggevende normen, op basis van ca. 600 woningen) is per leeftijdscategorie de volgende voorziening gewenst: • In de binnentuin(en) komen 1 à 2 speelvoorzieningen voor kleine kinderen (0-6 jaar). De speeltuin wordt geplaatst in de meest toegankelijke binnentuin. In de andere binnentuin komt een spelaanleiding die ook mogelijkheid geeft tot spelen voor kleine kinderen van de aangrenzende bouwblokken. • De uitwerking van deze voorzieningen vindt plaats in de vervolgfase, als onderdeel van het ontwerp voor de binnentuinen, waarbij ook participatie wordt ingezet. • Het talud van het hogere blok (A) biedt kansen om sport en spel landschappelijk in te passen (bijvoorbeeld met klim- of glijelementen. • Voor oudere kinderen worden de speelvoorzieningen gerealiseerd in de openbare ruimte, deze zijn ook meegenomen in de Ambitie en scopebepaling Morgenstond. Dit wordt verder uitgewerkt in het Gebiedsprogramma Morgenstond. • Daarnaast wordt de openbare ruimte binnen het plangebied zo ingericht dat bewoners en bezoekers zich er prettig kunnen verplaatsen én worden gestimuleerd tot bewegen. Denk hierbij aan aantrekkelijke, toegankelijke routes en ruimte voor sport en spel in de buurt.

speelplekken 0-6 jaar 1 tot 2 nieuwe plekken

M O G E L I J K E L O C AT I E H E K W E R K

( I N D I E N T O E G E PA S T )

figuur 5.9 - Toekomstige situatie met semi-toegankelijke binnentuin en openbare ruimte

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

29

Ingrepen openbare ruimte Voor dit project ontvangt de gemeente een WBI-subsidie voor de herinrichting van de openbare ruimte. Door het bouwplan en de toegenomen dichtheid is een aanpassing van de buitenruimte noodzakelijk. Dit biedt tegelijk de kans om de omgeving verder te vergroenen. • Een belangrijke ambitie is de verbetering van de verbinding met het Zuiderpark: we zorgen voor betere bereikbaarheid en laten het groen op een natuurlijke manier doorlopen in het plangebied. • Daarnaast wordt de Denekampstraat autovrij gemaakt. Hiervoor zijn binnen de WBI-subsidie middelen gereserveerd. Dit biedt ruimte om de straat verder te vergroenen en de kwaliteit van de openbare ruimte voor bewoners en de omgeving te verbeteren. • De scope van de aan te pakken openbare ruimte is groter dan het projectgebied, en omvat ook het aanpakken van de Maartensdijklaan, Hengelolaan en Fluitenbergstraat. De financiële voorwaarden staat uitgeschreven in hoofdstuk 7 en in de bijlage is een kaart toegevoegd met de aangevraagde openbare ruimte waarbij ook bovengenoemde straten zichtbaar zijn.

Buiten- en openbare ruimte Specifieke eisen

• De buitenruimte moet integraal worden ontworpen. De inrichting van de buitenruimte draagt bij aan vergroening, klimaatadaptatie en de (sociale) interactie in het gebied en wordt afgestemd op de gebruiker. • De inrichting van het maaiveld met openbaar karakter en grenzend aan openbare domein is conform de richtlijnen die op dat moment vigerend zijn: ‘Kadernota’, het ‘Handboek Openbare Ruimte’ (HOR) en de ‘Nota Straten, Wegen, Lanen’ (RIS280303). Hierin staan de ontwerpeisen beschreven, die gebruikt kunnen worden voor het borgen van de samenhang tussen het pleintje en de Denekampstraat. • De Denekampstraat wordt autovrij ingericht, waarbij de openbare ruimte zoveel mogelijk wordt vergroend. Uitgangspunt daarbij is dat de straat wel toegankelijk blijft voor nooddiensten. • Er wordt een groene overgang gecreëerd bij de

torens/kruising naar het Zuiderpark met hoogwaardige verblijfskwaliteit (verblijfsplekken en vergroening van de buitenruimte), passend bij het toekomstige intensievere gebruik door de intensivering van het programma. • Het trottoir ter hoogte van de entrees moet voldoende breed zijn en worden ingericht als ontvangstdomein voor de aanwezige voorzieningen, passend bij Zuidwest. In de uitwerking wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid van de gebouwen voor mindervaliden, door in de Denekampstraat de begane grond te laten aansluiten op het peil van de aansluitende buitenruimte. • De huidige ‘Kadernota Openbare Ruimte Den Haag’ geeft “residentiekwaliteit” aan als kwaliteit voor de openbare ruimte op deze locatie. • De vormgeving, uitvoering en het beheer van de buitenruimte moet duurzaam en kwalitatief hoogwaardig zijn. • Voor het beheer, eigendom, aansprakelijkheid en toegankelijkheid van buitenruimte boven ondergrondse voorzieningen van derden moeten nadere afspraken worden gemaakt. De inrichting van deze buitenruimte vormt een eenheid met de aangrenzende openbare ruimte. • Het aspect sociale veiligheid is belangrijk in relatie tot het ontwerpen van de buitenruimtes en eventuele onderdoorgangen (o.a. door kwalitatieve verlichting en visuele doorzichten).

• Trafo’s en/of andere nutsvoorzieningen worden inpandig opgelost, passend bij de regelgeving van deze nutsbedrijven (zie ook Checklist Gezondheid in planvorming van GGD Den Haag). Andere functies voor energievoorziening, zoals technische ruimtes voor installaties, worden inpandig ingepast in de bebouwing of op eigen terrein of niet grenzend aan de openbare weg. • Bij vergroening van de buitenruimte en daken dient groen robuust te worden aangelegd. Er moet voldoende gronddekking en een voldoende grootte groeiplaats worden toegepast voor een hoogwaardige kwaliteit van het groen. Het Puntensysteem klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen biedt hiervoor randvoorwaarden voor privaat terrein. • De beoogde afstand van (nieuwe) bomen tot de gevel (cf. HOR) zijn: 7 meter voor 1e orde, 5 meter voor 2e orde en 3 meter voor 3e orde bomen.

Afval • Afval wordt inpandig of op eigen terrein ingezameld en opgeslagen. De verschillende afvalstromen worden gescheiden ingezameld en aangeboden op de afgestemde ophaalplaats op eigen locatie indien niet mogelijk dan in de openbare ruimte (RIS310884). Dit geldt voor zowel huishoudelijke afval als bedrijfsafval. Bij nieuwbouw wordt verzameling en scheiden van afval inpandig opgelost. Hiervoor moeten in elk bouwblok één of meerdere ruimtes worden gereserveerd voor oud papier en karton, gft en restafval. • In beginsel is het uitgangspunt dat het huishoudelijk afval 1 keer in de week ingezameld wordt. Dit dient verder afgestemd te worden. • De beheerder/gebouweigenaar is verantwoordelijk voor het beheer van het inzamelsysteem en voldoende en verkeersveilige manoeuvreer- en opstelruimte voor het bereiken en legen van het systeem op eigen terrein en/of in de openbare ruimte. • De afhandeling huishoudelijk afval dient in de startfase afgestemd te worden met DSB-BAS/Afval. Zij verwijzen eventueel door naar HMS. Bedrijven moeten zelf zorgen dat afval wordt opgehaald.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

30

5.4 Mobiliteit Om Den Haag leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden, zetten we in op mobiliteit die past bij een verdichtende stad. Dat wil zeggen dat de openbare ruimte en het gebouw wordt ingericht volgens het STOMP principe. STOMP staat voor stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteit as a service (bijv. deelmobiliteit) en de privéauto. Op die manier zorgen we voor een aantrekkelijkere openbare ruimte en een klimaatvriendelijke en gezonde stad. De ideeën en plannen voor de Haagse mobiliteitstransitie staan in de Strategie Mobiliteitstransitie 2022 – 2040 (RIS310664).

Verkeersstructuur • Vanuit de Structuurvisie, inclusief het bijbehorend Ruimtelijk Raamwerk, en de Ambitie- en Scopebepaling Morgenstond, wordt in de omgeving van het project de Hengelolaan en de Maartensdijklaan aangepakt. Deze worden heringericht met meer ruimte voor groen. • Binnen het project wordt de Denekampstraat omgevormd naar een plek waar het prettig is om te verblijven. Daarvoor vindt een herinrichting plaats. De ruimte die hierdoor ontstaat is voor de voetganger, de fietser en vergroening van de buitenruimte. • De ontwikkelaar moet aantonen welke impact deze ontwikkeling heeft op de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling rondom de locatie. Onderzoek moet duidelijk maken wat de extra verkeersgeneratie is van dit plan en of het omliggende wegennet de extra verkeersbewegingen die voortkomen uit dit bouwplan kan verwerken. Indien wordt aangetoond dat het omliggende wegennet de extra verkeersbewegingen niet kan verwerken moet worden uitgezocht welke (bovenplanse) aanpassingen aan het wegennet er nodig zijn.

Voetganger • Voor de inrichting van het eigen terrein zijn de maximaal acceptabele loopafstanden die staan in de Nota Parkeernormen 2024 en de Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017 uitgangspunt bij het ontwerp van het gebouw en de voorzieningen. De openbare ruimte en

de entree van de woningen, commerciële en maatschappelijke functies moeten voor iedereen toegankelijk zijn. • Qua aansluiting van het bouwplan op de openbare ruimte, moet het ontwerp van de trottoirs ten minste voldoen aan de eisen van het Handboek Openbare Ruimte en de ‘Nota Straten, Wegen, Lanen’ (RIS280303). Door deze goed op te nemen in de bouwplannen, worden de routes naar bijvoorbeeld de omliggende OV-haltes, het Zuiderpark en (commerciële) voorzieningen goed vormgegeven. • Vanuit de gemeente zit er een opgave in de oversteekbaarheid vanaf de Hengelolaan en de Fluitenbergstraat richting het Zuiderpark. In het inrichtingsplan gaat extra aandacht uit naar de inrichting en vormgeving van de oversteken ten behoeve van het langzaam verkeer. • Verder moet in het inrichtingsplan extra aandacht worden besteed aan de inrichting en vormgeving van de Denekampstraat. Deze straat wordt autovrij gemaakt ten behoeve van de voetganger. Omdat de toegang tot de woningen wel aan de Denekampstraat ligt, moet deze straat ook toegankelijk zijn voor gehandicapte personen.

Fiets • Eis voor het ontwerp: Voor de bepaling van de fietsparkeereis en het ontwerp van de fietsparkeervoorzieningen zijn het bestemmingsplan ‘Parapluherziening (fiets)parkeren’ (RIS300391), de Beleidsregel Fietsparkeernormen Den Haag 2016 (RIS294386) en de Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017 van toepassing. Het ontwerp van de fietsenstalling moet voldoen aan wet- en regelgeving zoals het Besluit leefomgeving bouwwerken (Bbl), NEN 2443 en de beleidsregel Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017. • Uitgangspunt voor het ontwerp: Naast deze wet- en regelgeving stellen het FietsParKeur en de Leidraad fietsparkeren van het CROW diverse basiskwaliteitseisen aan fietsparkeersystemen en fietsenstallingen. De gemeente Den Haag gebruikt deze kwaliteitseisen als uitgangspunt voor het ontwerp van nieuwe fietsparkeervoorzieningen en fietsenstallingen. • Het heeft de voorkeur om gemeenschappelijke stallingsvoorzieningen op maaiveld of met een zo vlak

mogelijke aansluiting te realiseren, eventueel in combinatie met individuele bergingen in de woning. Eventuele hoogteverschillen tussen de openbare ruimte en de entree van de fietsenstalling moeten voor fietsers, snor- en bromfietsen en voor scootmobielen comfortabel overbrugbaar zijn. • Parkeeren oplaadvoorzieningen voor scooters, scootmobielen, buitenformaatfietsen (zoals bakfiets) en elektrische fietsen moeten ook in de ontwikkeling worden meegenomen en worden opgelost in inpandige stallingsvoorzieningen. Uitgangspunt voor het oplossen van bezoekers fiets parkeren is op eigen terrein, dit kan door fietsnietjes te plaatsen nabij de entrees en/of in de overgangszones. Waar dit redelijkerwijs niet mogelijk is, kan worden uitgeweken naar verharde zones tussen de autoparkeerplaatsen. Groen of autoparkeerplekken mogen alleen worden ingezet voor fietsparkeren als daarmee nog steeds aan het geldende beleid wordt voldaan. Ruimte voor bezoekersfietsparkeren mag nooit ten koste gaan van bestaande bomen of de ruimte voor voetgangers.

Openbaar vervoer • In de scope- en ambitiebepaling Morgenstond zijn ambities omschreven om het stratennetwerk en het openbaar vervoer in Morgenstond te verbeteren. In de nadere uitwerking van het gebiedsprogramma Morgenstond wordt er o.a. gekeken naar de bus over de Maartensdijklaan, en de doorstroom van het hele netwerk. • In de huidige situatie liggen er haltes aan de Loevesteinlaan en Maartensdijklaan. En is het busstation Leyweg nabij.

Een mobiliteitshub is een plek waar verschillende vervoersmiddelen, zoals openbaar vervoer, deelauto’s, deelfietsen en deelscooters samenkomen. Het is een knooppunt, met mogelijkheden voor ontmoeting, dat reizigers helpt om efficiënt en duurzaam van A naar B te reizen. figuur 5.10 - Definitie mobiliteitshub

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

31

Mobility as a service Om zowel voor de nieuwbouw als bestaande bewoners duurzame vormen van mobiliteit aan te bieden, wordt in dit bouwplan een mobiliteitshub gerealiseerd. • In deze mobiliteitshub worden deelauto’s, deelfietsen, deelbakfietsen, deelscooters en buurtlogistiek (zie 5.2) voor de wijk gerealiseerd. • De deelvoertuigen moeten een vaste plek in de garage en in de openbare ruimte hebben, nabij de toegang, zodat ze goed en gemakkelijk toegankelijk zijn voor alle gebruikers van de deelvoertuigen. • In het ontwerp van de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met de plaatsing van enkele verwijzingen naar de mobiliteits- en buurtlogistieke hub. Ter versterking van de zichtbaarheid van de hub-functie, kunnen een beperkt aantal deelvoertuigen geparkeerd in de openbare ruimte aan de Hengelolaan/Loevesteinlaan, de toegang tot de hub markeren. • Voor de mobiliteitshub wordt in de vervolgfase samenspraak tussen ontwikkelaar en gemeente een nadere uitwerking opgesteld. Deze uitgangspunten zorgen voor een zichtbare, toegankelijke, aantrekkelijke en veilige hub. Uitgangspunt voor de verdere uitwerking is het ‘Handboek voor inrichting van en wayfinding voor deelmobilitieit- en hublocaties’ (zie bijlage B). • Voor de mobiliteitshub is een SPUK-subsidie aangevraagd en toegekend (zie 7.1).

Het aanpassen van de aantallen deelvoertuigen kan van invloed zijn op hoogte van daadwerkelijke te verkrijgen subsidie. • Ten behoeve van de woningen in het plan zelf is er een maximaal deelmobilteitspercentage voor het plan zelf. 30% deelauto’s, 10% deelbakfietsen

Privéauto • De Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 (RIS308711) beschrijft op hoofdlijnen het Haagse parkeerbeleid. Dit beleid is gebaseerd op een vijftal uitgangspunten, waarvan parkeren op eigen terrein (POET) bij nieuwbouwontwikkelingen het meest relevant voor dit plan is. Dit geldt zowel voor bewoners en bezoekers als werknemers.

• Voor de berekening van de autoparkeereis zijn het bestemmingsplan ‘Parapluherziening (fiets)parkeren’ (RIS300391) en de Nota Parkeernormen Den Haag 2024 (RIS319497) van toepassing. • Het ontwerp van de inpandige autoparkeergarage dient te voldoen aan wet- en regelgeving zoals het Besluit leefomgeving bouwwerken (Bbl), de NEN 2443 en de Nota Parkeernormen Den Haag 2024. • In de ontwikkeling komen twee interne parkeergarages, één in elk bouwblok. In het bouwblok tussen de Hengelolaan en Denekampstraat (blok A) komt een tweelaagse garage, met parkeerniveaus op kelderniveau en maaiveld. In het bouwblok tussen de Denekampstraat en Fluitenbergstraat (blok B) komt een enkel-laagse, (half)verdiepte parkeergarage. De in- en uitritten bevinden zich aan de Hengelolaan en de Fluitenbergstraat. • In deze parkeergarages is dubbelgebruik van parkeerplaatsen door bewoners en bezoekers mogelijk. Slechts voor enkele woningen wordt een vaste parkeerplek gerealiseerd. • Door de toepassing van de Nota Parkeernormen worden er minder parkeerplekken gerealiseerd dan het aantal woningen dat gerealiseerd wordt. Dit betekent dat niet iedere woning een parkeerplek tot zijn beschikking heeft. De ontwikkelaar en woningbouwcorporatie zijn verantwoordelijk voor een passende verdeling van de parkeerplaatsen, evenals voor de communicatie richting de bewoners.

• Bewoners van dit bouwplan hebben geen recht op een bewonersvergunning en een bezoekersvergunning, omdat zij op eigen terrein parkeren. Ook worden er geen VVE vergunningen verleend. • Bedrijven in dit bouwplan hebben geen recht op een parkeervergunning voor bedrijven en bedrijven hebben geen recht op een parkeervergunning voor bezoekers van bedrijven. Bewoners, bedrijven en hun bezoekers hebben geen recht op een parkeervergunning. Dit wordt in het vergunningensysteem van de gemeente opgenomen. • De ontwikkelaar moet de bewoners en ondernemers informeren dat parkeren alleen op eigen terrein mogelijk is. De ontwikkelaar moet de toekomstige bewoners en gebruikers erop wijzen dat er geen parkeervergunning in de openbare ruimte verleend wordt.

• De huidige parkeeroplossing is in de openbare ruimte. Met deze ontwikkeling schuift de parkeervraag van de openbare ruimte naar eigen terrein. Hiermee blijft er voldoende ruimte beschikbaar voor het autovrij maken van de Denekampstraat, inritten van de mobiliteitshub, laden en lossen, etc. • Het ontwerp van de rijbaan en de openbare parkeerplaatsen moet ten minste voldoen aan de eisen van het Handboek Openbare Ruimte en de ‘Nota Straten, Wegen, Lanen’. • Ten behoeve van de mobiliteitstransitie moeten de artikelen in de Nota Parkeernomen 2024 in de juiste volgorde worden toegepast zoals staat opgenomen in bijlage 1 van de Nota. Dit houdt in dat, na bepaling van de autoparkeervraag, eerst de reductiefactoren en dubbelgebruik moeten worden ingezet op eigen terrein voordat kan worden gesaldeerd in de openbare ruimte en parkeerplaatsen elders op privaat terrein worden benut.

Logistiek • In het toekomstige ‘Actieprogramma Duurzame Stadslogistiek’ richt een van de projecten zich op het vaststellen van uitgangspunten voor logistiek bij de ontwikkeling van stedelijke gebieden. Denk hierbij aan nadere invulling van hoeveel vierkante meter nodig is voor inpandige pakkettenlogistiek en ontwikkeling van kengetallen voor het aantal logistieke bewegingen (en het ruimtebeslag) in de openbare ruimte. In de uitwerking van dit bouwplan wordt hier rekening mee gehouden. • Het plan moet voldoende ruimte bieden voor laden en lossen via het opstellen van bezoek-, bezorg- en logistieke voertuigen. De inpassing is maatwerk. • Ten behoeve van grotere voertuigen/vrachtwagens wordt ruimte gereserveerd op bepaalde plekken in de openbare ruimte. • Voor kleinere busjes wordt gestreefd vanuit intern/ de hub te ontsluiten en organiseren.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

32

5.5 Duurzaamheid De gemeente Den Haag heeft het streven om in 2030 een klimaatneutrale stad te zijn, waardoor structurele aanpassingen nodig zijn in de manier waarop er wordt gebouwd. De Nota Duurzaamheid (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de onder andere de energievoorziening, leefomgevingen het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. In het vervolg van deze paragraaf wordt het duurzaamheidsbeleid per thema beschreven en onderscheid gemaakt tussen eisen en ambities. De gemeente biedt de initiatiefnemer de ruimte in het deelgebied een eigen invulling te geven aan de duurzaamheidsambities. Deze duurzaamheidsambities worden opgenomen in de anterieure overeenkomst (waarover meer in hoofdstuk 7).

5.5.1 Energietransitie Eisen

• Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt met de BENG eisen een minimale energieprestatie van het gebouw en met de TO-juli een normering voor de koeltevraag. • Wettelijk is bepaald dat nieuwe woningen geen aardgasaansluiting krijgen. • De keuze voor een warmteoplossing moet passen bij de oplossingsrichtingen die in Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en de Transitievisie Warmte (RIS310442) zijn vastgesteld. • Nieuwbouwwoningen en -gebouwen zijn goed geïsoleerd en worden verwarmd met lage temperatuur bronnen (Bronnenstrategie RIS31848). Voor de ontwikkeling adviseert de gemeente een centraal, collectief warmtesysteem voor het hele bouwprogramma voor de levering van ruimteverwarming, koeling en warmtapwater, waarbij gebruik wordt gemaakt van bodemenergie door middel van open bodemenergiesystemen • Nieuwbouw sluit (in principe) niet aan op stadswarmte. Wanneer stadswarmte wel aanwezig is bij de nieuwbouwontwikkeling kan dit eventueel worden gebruikt voor piekbelasting, niet voor de basislast en niet voor ruimteverwarming. Ten aanzien van netcongestie is dit een dempende maatregel. • Voor de plaatsing van WKO-bronnen moet afgestemd worden met mogelijke ontwikkelingen in de omgeving. In het

geval van Denekamp moet in ieder geval afgestemd worden met de ontwikkeling van Florence aan de Loevesteinlaan. Ambities: • De landelijke BENG-normen zijn momenteel relatief gemakkelijk te behalen. De gemeente ziet graag een hogere ambitie op dit vlak. • Voor niet-woningen in het bouwprogramma is de ambitie dat deze geen aardgasaansluiting krijgen (voor woningen is dit wettelijk bepaald). • Neem het energieconcept voor de levering van ruimteverwarming, koeling en warmtapwater integraal mee in het ontwerp van het bouwprogramma. Voor de ontwikkeling voorziet de gemeente een centraal, collectief warmtesysteem voor het hele bouwprogramma voor de levering van ruimteverwarming, koeling en warmtapwater, waarbij gebruik wordt gemaakt van bodemenergie door middel van open bodemenergiesystemen. • Bij voorkeur worden de bronnen van het bodemenergiesysteem gerealiseerd binnen het bouwkavel/ projectgebied. Afhankelijk van het aantal benodigde bronnen kan het noodzakelijk zijn, dat enkele bronnen in de openbare ruimte moeten worden gerealiseerd. • Benut de oriëntatie van de bebouwing optimaal met gevelen dakoppervlakken voor het besparen van energie en de vermindering van de koelvraag. • Platte daken op de locatie dienen optimaal gebruikt te worden voor energievoorziening in combinatie met groene, blauwe en/of witte daken. Kijk ook of de gevels geschikt zijn voor gevelpanelen.

5.5.2 Groen en biodiversiteit Eisen

• Bij sloop/renovatie van panden is ecologisch onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten verplicht conform de Omgevingswet, flora- en fauna-activiteit. • Vanwege de herinrichting van de openbare ruimte op de Denekampstraat moet een natuurkansenscan worden uitgevoerd (Nota Stadsnatuur RIS305824). De uitkomsten hiervan worden meegenomen in het ontwerp van de openbare ruimte.

• Volgens de Nota Stadsnatuur (RIS305824) moet bij iedere ontwikkeling bepaald worden of het gebied onderdeel is van het netwerk aan stedelijke ecologische verbindingszones. Is dat het geval, dan gelden compensatieverplichtingen voor niet ecologische functies en watercompensatie. Behoud en versterk de Stedelijke Groene Hoofdstructuur: de hoofdboomstructuur, ecologische verbindingszones en groengebieden. • Voor verlichtingsvraagstukken moet worden voldaan aan de Visie op Licht met richtlijn Licht op Natuur (RIS298658) en de Nota Stadsnatuur (RIS305824). • Hanteer het afwegingskader uit de Nota Stadsbomen (RIS307827) voor (bio)diversiteit in boomstructuren en/of boomkeuze op basis van het principe ecologisch passend. • Het is verplicht om een ecoloog (eventueel aangevuld met een landschapsarchitect en/of gespecialiseerde hovenier) bij de planontwikkeling te betrekken. Ook moet een inrichtingsbeheer- en onderhoudsplan opgesteld worden waarin waterberging en groen worden vastgelegd. Ambities • Ga uit van het ‘groen, tenzij-principe’. • Bij projecten of gebiedsontwikkelingen streven we naar een vergroting van het oppervlak groen/blauw van 5% (Kadernota Openbare Ruimte RIS310884), naast een vergroting van de boomkroon oppervlakte met 5% (Nota Stadsbomen RIS307827). • Daken tot een hoogte van 50 meter zijn bij voorkeur groen.

De ecologische waarde van een groen dak wordt verhoogd wanneer natuur- en gebruiksfuncties gescheiden zijn. In het geval van een groen dak gelden eisen voor goede groeiplaatsen met een minimale gronddekking en begroeiing passend bij de substraatdikte volgens het Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen (RIS321843).

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

33

5.5.3 Natuurinclusief en klimaatadaptief ontwikkelen Eisen

• Alle nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan het puntensysteem klimaatadaptatief en natuurinclusief bouwen (RIS321843). In het puntensysteem wordt op basis van het kavel-, bebouwd- en geveloppervlakte, de bouwhoogte en het aantal verhuurbare of verkoopbare eenheden berekend hoeveel punten het project moet behalen. • Bij nieuwbouw stellen we de eis dat er 50 mm van een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is (Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig RIS308745). • Leg het onderhoud en beheer van waterberging en groen vast in een beheerparagraaf (Handboek openbare ruimte). • De ontwikkeling moet voldoen aan de Weging Waterbelang; de opgave voor het te realiseren open water en de klimaatwaterbergingsopgave. De Weging Waterbelang bestaat uit twee componenten: A) wateropgave om de effecten van de ontwikkeling op het watersysteem te compenseren (hier wordt gekeken naar toename van verharding) en B) wateropgave om de effecten van klimaatverandering voor het plangebied te compenseren. De opgave wordt berekend over de gehele kavel en niet enkel de m2 bebouwd oppervlak.

Let op: voor de klimaatwaterbergingsopgave (component B) geldt dat de opgave vanuit Delfland en de gemeente (Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig RIS308745) niet bij elkaar opgeteld worden, maar de zwaarste opgave leidend is. Ambities • Bij nieuwe ontwikkelingen is de ambitie dat er waterrobuust gebouwd wordt. Een waterrobuust ontwerp op het niveau van het gebouw voorkomt/beperkt waterschade bij extreme neerslag (bijvoorbeeld geen vitale of kwetsbare functies in kelders) (Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig RIS308745). • Bij nieuwbouw is de ambitie dat er hitte-robuust gebouwd wordt. Maak zon georiënteerde gevels warmtewerend en/of groen en voorkom dat koelsystemen de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving opwarmen. Zorg daarbij voor hittebestendige hoofdinfrastructuur en andere nutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, elektriciteit etc. (Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig RIS308745).

• De ambitie is om 40% van de buitenruimte in te richten middels groen, warmtewerende materialen en/of water; bij verblijfsplekken hanteren we een zon/schaduwverhouding van 50% - 50% op de hoogste stand van de zon op 21 juni om 14 uur (Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig RIS308745). • In het plangebied is de ambitie om 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag te infiltreren en/of te hergebruiken (Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig RIS308745).

• Voor nieuwe bouwmaterialen is het wenselijk om materiaalpaspoorten op te stellen, zodat deze in de toekomst hergebruikt kunnen worden. • Zorg voor een zo efficiënt en schoon mogelijke bouwplaats en bouwlogistiek. • We streven ernaar dat gebouwen flexibel en aanpasbaar worden ontworpen.

5.5.4 Grondstoffen en circulariteit Eisen

• Voldoen aan de landelijke MPG-norm (MilieuPrestatieGebouw) van 0.8 volgend uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). • Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL SVMS-007. Ambities • De ambitie is om ‘Paris Proof’ te bouwen. Hiermee spannen we ons in om binnen het CO2-budget van het Parijse Klimaatakkoord te bouwen (Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 2025-2035 RIS321843). • Zoveel mogelijk inzet op schoon en emissieloos bouwen: schonere lucht en minder stikstofdepositie op Natura 2000. We zetten er hierbij op in dat emissies van NOx, fijnstof en CO2 als gevolg van het gebruik van mobiele werktuigen sterker afnemen dan het reductiepad uit de landelijke Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 20252035 RIS321843). • We gaan verspilling van grondstoffen tegen en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad (Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen RIS317939). • We zetten in op zoveel mogelijk hergebruik van eerder gebruikte materialen bij nieuwbouw en renovatie. Ook gebruiken we waar mogelijk hernieuwbare biobased materialen om zoveel mogelijk CO2 op te slaan in de gebouwen.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

34

SCHADUWSTUDIE SCHADUWSTUDIE (HAAGSE NORM) (HAAGSE NORM) SCHADUWSTUDIE (HA 19 FEBRUARI (MIN.19 2 BEZONNINGSUREN PER DAG) FEBRUARI (MIN.SCHADUWSTUDIE 2 BEZONNINGSUREN 19 FEBRUARI (MIN. 2 B 5.6 Milieuaspecten (HAAGSE NORM) 4

M.E.R.-beoordeling Op basis van het voorgestelde programma kan de ontwikkeling worden aangemerkt als ‘Stedelijk ontwikkelingsproject’. Op basis van bijlage van het Omgevingsbesluit geldt voor deze projecten een m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor de definitieve vergunningaanvraag dient een m.e.r.- beoordelingsrapport op te worden gesteld waarin centraal staan: • Kenmerken van het project; • Plaats van het project; • Kenmerken van de potentiële effecten. 19 februari 9:00

Bodem en ondergrond: • Analyseer de bestaande bodem en ondergrondse situatie, inclusief mogelijke verontreinigingen (RIS299493) • Doe een KLIC-melding (gedaan binnen 20 werkdagen van graafwerkzaamheden). Vanwege de toenemende druk op de ondergrond om zo snel mogelijk een voorverkenning te doen naar de kabels en leidingen in de huidige situatie, in relatie tot het project. • Houd de relevante maatgevingen uit het Handboek Openbare Ruimte aan, wat betreft boomwortels, kabels en leidingen, ondergrondse constructies en riolering (RIS268741). 19 februari 12:00 • Sluit aan bij Gemeentelijk rioleringsplan GRP 2021- 2025 (RIS306620) • Maak beheerafspraken met de beheerders en leg deze vast, hier zijn mogelijk beheerkosten aan verbonden. • Nieuwe nutsvoorzieningen zijn voor de rekening de initiatiefnemer. • Ondersteunende voorzieningen, zoals trafohuisjes, worden inpandig gerealiseerd.

Bezonning en windhinder: De bebouwingsplannen dienen te voldoen aan de vastgestelde normen voor ‘Windhinder en bezonning rond nieuwbouw’ (RIS 170509): 19 februari 15:00 • Een windhinder- en bezonningsonderzoek is verplicht en de gemeente moet over de resultaten worden geïnformeerd.

Maatregelen dienen in principe plaats te vinden binnen de bouwenvelop. • Er geldt een uitzonderingsregeling waarbij het college aan de raad voorlegt om van deze normen af te wijken. Dit dient te gebeuren op basis van een gemotiveerde onderbouwing. • Binnen het plangebied zijn verschillende kwaliteitsniveaus van windklimaat voorstelbaar, passend bij de functie op de locatie op het maaiveld. Bijvoorbeeld een beter windklimaat bij entrées. • Behalve de omgeving dient er ook aandacht te zijn voor de impact van wind op de leefkwaliteit bij de woningen en de binnentuinen. 19 februari 10:00 • Bij 19 defebruari hoogbouw 9:00 is zoninstraling een aandachtspunt voor het realiseren van een prettig binnenklimaat. Er dient altijd een TO-juli berekening te worden gedaan.

In deze fase van het plan is er al een verkenning gedaan naar de mogelijke impact van het project op de bezonning en windhinder ten opzichte van de bestaande situatie. Mogelijk zijn er in de uitwerking maatregelen nodig om windhinder te mitigeren. De bezonning is conform het beleid van de Haagse bezonningsnorm.

4

19 FEBRUARI (MIN. 2 BEZONNINGSUREN PER DAG)

19 februari 9:00

19 februari 10:00

19 februari 11:00

19 februari 12:00

19 februari 13:00

19 februari 14:00

19 februari 15:00

19 februari 16:00

19 februari 17:00

19 februari 11:00 19 februari 10:00 19 februari 9:00

19 februari 11:00 19 februari 10:00

Geluid- en luchtkwaliteit: • Vul de NIBM-tool in om aan te tonen dat het project ‘niet in 19 februari 13:00 betekende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. 19 februari 12:00 • Mocht de uitkomst van de NIBM-tool ‘oranje’ zijn, is nader onderzoek nodig naar de effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit. • Onderzoek of de geluid- en luchtkwaliteit bij de toe te laten woningen aanvaardbaar is. Omtrent geluid staan regels in het Omgevingsplan. Eventuele geluidsdempende maatregelen moeten integraal worden ontworpen. • Vanwege de (toenemende) verkeersdrukte op de Loevesteinlaan is geluid en luchtkwaliteit een extra punt van aandacht bij de uitwerking van (met name) de woontorens.

19 februari 16:00 19 februari 15:00

19 februari 14:00 19 februari 13:00 19 februari 12:00

19 februari 14:00 19 februari 13:00

19 februari 17:00 19 februari 16:00 19 februari 15:00

19 februari 17:00 19 februari 16:00

figuur 5.12 - Impact bezonning Denekamp, volgens Haagse bezonningsnorm

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

35

6 BEELDKWALITEIT Oost

yw eg

Hoogbouw als logische samenhang binnen Morgenstond

Le

In dit hoofdstuk wordt het stedenbouwkundig plan vertaald naar een beeldkwaliteitsplan, met nadere uitwerking van de gewenste architectuur en openbare ruimte (o.a. materialisatie, gevelindeling, plastiek, ritmering). Voor Morgenstond wordt gewerkt aan een gebiedsprogramma met een wijkbreed beeldkwaliteitsplan, dat nu nog in concept is maar wel de basis vormt voor dit project Denekamp. Daarnaast geldt het bestaande Kwaliteitsplan Zuidwest als toetsingskader zolang gebiedsspecifieke BKP’s ontbreken. Omdat dit Kwaliteitsplan minder specifiek is, zijn voor dit project aanvullende BKPuitgangspunten geformuleerd. Samen vormen het kwaliteitsplan en deze beeldkwaliteitparagraaf de kaderstellende documenten voor de bouwontwikkeling.

West

Toetsing uitwerking bouwplan Bouwplannen voor de gebouwen op de locatie Denekamp worden altijd getoetst als onderdeel van het geheel met ruimte voor eventuele uitwerking per gebouwniveau.

Zuid

Morgenstond oost

Ruimtelijk raamwerk is de drager voor Morgenstond Het door Dudok ontworpen raamwerk zit verfijnd en doordacht in elkaar. Hierdoor heeft het een hoge mate van veerkracht en biedt een solide basis voor verdere ontwikkeling. Zo lopen de Fluitenbergstraat en de Dalerveenstraat bijvoorbeeld over de Maartensdijklaan heen terwijl de Denekampstraat ophoudt. Continuerend stadsbeeld Morgenstond oost is een wijkdeel onderhevig aan een meer stadse dynamiek dankzij de inkadering tussen Leyweg en Zuiderpark. Met de geplande schaalvergroting van gebouwen en de verdichting van de verkaveling gaat dit deel van de wijk verder in aanzien veranderen. De oorspronkelijke relatieve eenvormigheid raakt verder uit beeld. Deze verandering vraagt om een nieuwe balans tussen eenheid en verschil, tussen verschillende generaties van bebouwing en tussen bebouwing en openbare ruimte. Hoogbouw als logische samenhang binnen Morgenstond Bouwenvelop Denekamp | november 2025

36

Kwaliteitsopgaven

Vanuit het Kwaliteitsplan Zuidwest zijn een vijftal kwaliteitsopgaven gesteld waar toekomstige ontwikkelingen mee aan de slag moeten. Hieronder een korte toelichting van de vijf opgaven en steeds een vertaling voor de locatie Denekamp. Gelaagd stadsbeeld Passende verdichtingsopgaven, die voortbouwen op de karakteristieken van wijken en buurten en in de context een plek moet krijgen. De oorspronkelijke bebouwing, de al uitgevoerde herstructurering en de toekomstige plannen moeten een bij elkaar passend, herkenbaar en gelaagd stadsbeeld opleveren. Daarnaast zijn in eerdere herstructureringsperiodes al nieuwe tijdslagen toegevoegd, die nieuwe karakteristieken aan buurten hebben gegeven. Opgaven die hiermee samenhangen: refereren aan open bebouwingsopzet, slim ingepaste mobiliteitsoplossingen en samenhang i.p.v. fragmentatie. De locatie Denekamp is een plek waar voortgebouwd wordt op het gedachtegoed van Zuidwest door middel van interventie. De nieuwe verkaveling en typologieën geven vorm aan een meer hoogstedelijk woonmilieu. De twee identieke open bouwblokken worden samengenomen en er zal een nieuw ensemble ontstaan met een expliciet verschil in hoogte tussen de rand aan het Zuiderpark en de rand aan de singel / Maartensdijklaan en een rustige groene openbare ader, de Denekampstraat. De gebouwen sluiten goed aan op de directe omgeving in massa, bouwhoogte en uitstraling.

Bij de toren is een ‘stedelijke laag’ afleesbaar als een element in de architectuur. Bij de schijven dient gezocht te worden naar een samenhang binnen de lagen en de woonblokken sluiten aan op de bestaande portiekblokken. Toekomstbestendig Creëren van een toekomstige leefomgeving waarin opgaven van energie, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit, biodiversiteit, gezondheid, duurzame mobiliteit en circulariteit integraal en in samenhang een plek krijgen. Bij de integrale vernieuwing van de leefomgeving van Zuidwest is het de opgave om Zuidwest nu en in de toekomst leefbaar te houden. Er dient rekening te worden gehouden met de behoeftes van toekomstige generaties. Het toevoegen van hoogwaardig groene en duurzame kwaliteit is van belang.

figuur 6.1 - 5 kwaliteitsopgave uit Kwaliteitsplan Zuidwest

Er wordt bij Denekamp aandacht gevraagd voor natuurinclusiviteit in de architectuur, alsmede klimaat adaptief en circulair ontwerp. Toepassingen hiervan worden op een goede manier geïntegreerd in het gevelontwerp. Met het oog op een goed microklimaat, maar ook ter bevordering van aantrekkelijk uitzicht op het dakenlandschap vanuit de hoogbouw, wordt gevraagd de daken zo veel mogelijk groen in te richten. Levendigheid en mix Het creëren van een levendige en leefbare omgeving door goede mix en balans van wonen, werken, ondernemen en voorzieningen. Door kwalitatieve plinten ontwikkelt Zuidwest zich tot een gemengd groen-stedelijk gebied waar ruimte wordt geboden aan voorzieningen en bedrijven die goed passen in een stedelijk woongebied. Het voorzieningenniveau op de locatie Denekamp ontwikkelt zich gelijktijdig met de verdichting. De plinten langs de Hengelolaan en Loevesteinlaan dragen bij aan de levendige stadsbuurt Morgenstond-oost. Deze plekken zijn optimaal bereikbaar en zichtbaar en lenen zich het beste voor de positionering van de voorzieningen. Een goed ingerichte openbare ruimte draagt bij aan een levendig straatbeeld. Wonen is hier ondergeschikt maar op bepaalde plekken wel voorstelbaar, mits zorgvuldig ingepast. Thuisvoelen Opgave is om een leefomgeving te creëren waar mensen zich thuis voelen, prettig kunnen samenleven en die toegankelijk is voor iedereen.

Bij ontwikkelingen staat de menselijke maat en schaal centraal. Herkenbaarheid door herkenningspunten in buurten en wijken, is hierin een belangrijke opgave. De publieke ruimtes (de buitenruimte, maar ook de voorzieningen) zijn toegankelijk, gebruiksvriendelijk, veilig en gezond. Er wordt, met name in de grotere collectieve woongebouwen

van Denekamp, met zorg worden vormgegeven aan het thuiskomen. Een gevoel van thuiskomen begint bij de straat en loopt door tot aan de voordeur. Daarom is de aaneenschakeling van deze ruimtes zo van belang. Dit zit hem in een groene inrichting van straatprofielen, voortuinen en binnentuinen. Maar ook in royaal gedimensioneerde entreehallen en voldoende ruimte voor ontmoeting. Denk aan een verbrede galerij, collectieve verblijfsplekken, een aangename lobby in een appartementencomplex of bijvoorbeeld enkele gedeelde voorzieningen. Het ensemble Denekamp is herkenbaar binnen de buurt en tevens is de menselijke maat er door de herkenbaarheid van de individuele woning. Aangenaam en verbonden buitenruimte Aangename en verbonden buitenruimtes zijn integraal onderdeel van elke ontwikkeling. Zuidwest wordt nog meer dan voorheen een gebied waar iedereen op een prettige manier kan verblijven, spelen, bewegen en ontmoeten. De routes voor langzaam verkeer zijn comfortabel en aantrekkelijk en het gebruik van het OV wordt gestimuleerd. De buitenruimte is toegankelijk, vormt een gezonde leefomgeving en is aantrekkelijk met voldoende variatie en afwisseling. De locatie Denekamp is gelegen op een dynamische plek in het stedelijk weefsel. Er zijn veel verbindingen op grote en kleinere schaal. Zoals de stadssingel Hengelolaan en de Fluitenbergstraat die binnen Morgenstond buurten aaneenrijgt.

De openbare ruimtes rond en in het plangebied zullen een verbeterslag ondergaan. Waarbij de Denekampstraat de meest opvallende transformatie zal zijn naar een groene leefstraat. Bij de verder beschrijving van het beeldkwaliteit komen de kwaliteitsopgave terug. Met behulp van de iconen wordt aangegeven welke opgave het betreft. Bouwenvelop Denekamp | november 2025

37

2 OPTIES - KROON 1 Volume

De twee gebouwensembles tussen de Maartensdijklaan en de Loevesteinlaan worden ontwikkeld met getrapt oplopende bouwhoogtes. Hiermee wordt de eenheid van de singel gewaarborgd en is er ruimte voor een forse verdichting in de zone aan het Zuiderpark. De twee ensembles dienen ondanks de contrasten in bv. de bouwhoogtes samen een duidelijk geheel, een familie, te vormen. Hiermee refereren we aan de oorspronkelijke bebouwing, die ook een eenheid vormde en tevens een duo met de verderop gelegen inmiddels vervangen blokken tussen de Dalerveenstraat en de Genemuidenstraat.

Volume Fluitenbergstraat

Volume Denekampstraat

De Fluitenbergstraat is een woonstraat. Hier komt men thuis, wordt er aan de straat gewoond en gewerkt en zijn de auto’s op een prettige manier opgenomen in een groen straatprofiel. In de plinten zitten met name grondgebonden woningen, zo nu en dan afgewisseld met een portiekentree. Het woonblok is maximaal 6 lagen hoog.

De Denekampstraat zal transformeren naar autovrije leefstraat waar ruimte is voor spelen, ontspannen en verkoelen. In de plinten zitten met name grondgebonden woningen, zo nu en dan afgewisseld met een portiekentree. De woonblokken aan deze straat zijn maximaal 5 lagen hoog.

aanzicht Loevesteinlaan 70m

30m

Volume aanzicht Loevesteinlaan De Loevesteinlaan is een stadse laan. Hier wordt een stads karakter voorzien die enerzijds een belangrijke rol speelt in de ontsluiting van de verschillende buurten en anderzijds goed economisch programma kan huisvesten. Dit vraagt om een overhoogte in de plint, een meer stadse stoep waar ook zo nu en dan geladen en gelost kan worden én voldoende afstand tot de autoweg. De plint is vooral gevuld met niet-woon programma of collectieve entrees. De uitstraling is hier wel van belang om zo een dat er een levendige plint ontstaat die contact maakt met de straat. De bouwhoogtes van de schijf en de torens zijn gerelateerd aan de hoogte van Loef I en II (10 lagen) en de Pharos-toren. Op de hoek Loevesteinlaan / Hengelolaan is ruimte voor een hoogteaccent (ca. 70 en 50 meter), dat op eigen wijze, in twee geschakeerde torens op een plint, met een subtiele stedelijke laag, vorm krijgt.

2-laa toren kroo

Hengelolaan

Almeloplein

1-laa stede toren kroo

Opzet massa Denekamp:

Volume aanzicht Hengelolaan De Hengelolaan is een stadssingel; een singelprofiel dat functioneert op de schaal van heel Zuidwest. Door de breedte van het profiel kan er hogere bebouwing langs komen te staan. Op straat vind je reuring, in de plinten economische functies en de hub. Er is op plekken in de plint die daarvoor geschikt zijn ook ruimte om wonen te realiseren. Op de hoek met de Loevensteinlaan komt de lange zijde van de kleinste toren (ca. 50 meter). Daarnaast is ruimte voor een woonblok van maximaal 7 lagen.

aanzicht Hengelolaan 70m 50m 30m

Leyweg

Loevesteinlaan

Zuiderpark

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

38

Torens en stedelijke laag Gevelopbouw De ritmiek van de gevels is gestructureerd en rechtlijnig, met composities van horizontale en verticale lijnen. De samenstelling hiervan moet altijd passend zijn bij de directe omgeving.

Plasticiteit

Buitenruimtes De buitenruimtes van de woningen dragen bij aan de plasticiteit van het ontwerp door deze in materiaal en volume te integreren in het gevelontwerp. Een zorgvuldige afwerking van de onderzijde van balkons vraagt ook aandacht. Balkons steken niet verder dan 1 m uit de gevel om aan te sluiten op de buitenruimtes van de oorspronkelijke bebouwing. Tevens is de regel dat balkons niet uitsteken buiten de kavelgrens, enige uitzondering is voor de Fluitenbergstraat. Echter mogen balkons hier niet de openbare ruimte of bomen hinderen. Voor balkons gelegen aan de binnentuin is de grens van 1 meter niet van toepassing. Wel zijn de balkons nog steeds onderdeel van het gevelontwerp.

an

Fl

en

de

ij

nz

ite

at

ra

t gs

er

nb

te ui

e

d zij

bu

Plint

Ritme en beschrijving toren

la

e

nn

Dakrand aansluiten bij omgeving en bestaande schijven

in

de

ij nz

nn

sub-ritme binnen schijf

te

b

bi

Plint

es

te ui

e

ijd

nz

buitenruimtes schijven en woonblokken

bi

Stedelijke laag

ev

e

ijd

nz

ite

Dakrand

am

n De

at

tra

ps

ek

bu

buitenruimtes toren

Lo

e

ijd

nz

ne

n bi

Uitgangspunten opzet toren Kroon

g

Abstracte kroon in samenhang

e

ijd

nz

ne

subtiel leesbare stedelijke laag in toren

g

di

zij

al

de

n bi

2 laagse plint in toren (4,5m + 3m)

g

di

zij

al

ij

nz

ite

bu

di

n

He

n

aa

ol

l ge

zij

Om aan te sluiten op de bestaande bebouwing moet er aandacht worden besteed aan de plasticiteit van de gevel. Dit houdt in dat er een zekere dieptewerking zichtbaar moet zijn middels neggen, omlijstingen en een gearticuleerde dakrand. Waar galerijen zijn (Fluitenbergstraat en Hengelolaan) is de galerij, ook aan de binnenzijde van een bouwblok, een integraal onderdeel van de architectonische compositie van het gebouw. De beëindiging van galerijen ter plaatse van open hoeken vraagt om extra aandacht.

Het wordt aangemoedigd om de galerijen met enige overmaat vorm te geven, opdat deze meer worden dan enkel verkeersruimte. Ook het rechtstreeks koppelen van galerijen aan de collectieve tuinen is een meerwaarde.

al

De torens krijgen een zorgvuldig vormgegeven orthogonaal gridstructuur. Voor de schijven aan de Loevesteinlaan en Hengelolaan geldt dat zij moeten aansluiten bij het karakter van de omgeving. Zo is aan de Loevesteinlaan de historische maisonetteflat karaktervol en waardevol, evenals het woonblok op de kruising van de Loevesteinlaan en de Meppelweg. Een horizontale geleding ligt hier voor de hand. De woonblokken aan de Denekampstraat en Fluitenbergstraat sluiten aan bij de bestaande portiekblokken in de omgeving. Hier is juist een verticale geleding dominant, vaak met een onderscheidend basement. Ramen en buitenruimtes vormen regelmatige ritmes die bijdragen aan de samenhang en de ensemblewerking van de gebouwen.

In de gevelcompositie wordt onderscheid gemaakt tussen de plint (begane grond), het middendeel en de beëindiging van het gebouw. Bij de toren is het een subtiel leesbare stedelijke laag. Bij de schijven dient er binnen het middeldeel een subritme te worden gezocht zodat er voldoende variatie binnen de gestapelde bouwlagen ontstaat. De hoeken zijn een volwaardig onderdeel van het gevelontwerp; eventuele galerijen zijn hier niet zichtbaar vanaf de straat. De uitwerking van de gevels dient altijd in afstemming met de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed te gebeuren.

Dakrand

aansluiten bij bestaande portiekblokken

Plint

Ritme en beschrijving schijven

Ritme en beschrijving woonblokken Bouwenvelop Denekamp | november 2025

39

Woonprogramma

Plint en entree

Plintprogramma

ng

es

He

an

la

o el

ev in

te

Dubbel hoge entree

an

la

Bij de schijven draagt een vaste vrij hoogte van circa 4.50 meter voor de werkruimtes bij aan de eenduidigheid van de begane grond. De gehele plint wordt in een eenduidig materiaal vormgegeven waarbinnen de afwisseling van entrees, raampartijen en bellentableau’s worden ingepast. De torens kennen een dubbelhoge plint. Entrees worden hier ook over de volle twee lagen getrokken. Op de eerste verdieping kan er wel woonprogramma zitten echter in architectonische

3+4,5m hoog

Lo

Het basement/plint vormt het bindmiddel voor elk gebouwensemble. Het basement is een verbijzonderde onderafwerking van de gevel die in hoogte aansluit op de half verzonken bergingenlaag van de bestaande portiekflats. Het basement wordt rond de buitenkant van een gebouwensemble in gelijke hoogte en materiaalgebruik vormgegeven. Op dit basement landt de rest van het gebouw. De continuïteit van dit basement, of plint dient te worden gewaarborgd. Dit is extra belangrijk op de punten waar openingen in de verkavelingsopzet zitten. Denk aan parkeerentrees, trapopgangen of zijtuinen. Hier wordt de materialisering van het basement doorgezet.

at

ra

m

ka

e en

t ps

D

4,5m hoog

Plintprogramma

(ondergeschikt wonen)

Entree onderdeel van plint

u

Fl

er

nb

ite

at

ra

t gs

uitwerking is deze onderdeel van de plint. Entreegebieden worden met zorg uitgewerkt. Luifels, deurbellen, buitenlampjes en brievenbussen vormen een zorgvuldig ontworpen geheel.

1,5m hoog

Entree onderdeel van plint

figuur 6.2 - referentie van plint (l.n.r.; toren, schijf, woonblokken)en uitwerking entree

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

40

Stedelijke overgang (Hengelolaan of Loevesteinlaan) Collectieve groenstrook of ruimte voor stedelijk programma

g an g r ve

es te in la an

Loevesteinlaan en Hengelolaan: Hier past een meer stadse overgang. Vanwege het economisch programma in de plinten is een meer verharde, extra brede stoep handig. Daar waar het kan is een groene invulling gewenst.

g an g r ve

ev

De overgangen van gebouw naar de publieke ruimtes moeten op een goede manier aansluiten op het raamwerk. Dit houdt in dat de overgang zich voegt naar het type straatprofiel.

ng

He

an

la

o el

Lo

Overgang privé – collectief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16310391/1