RIS323934 Beantwoording SV Parkeervergunning ook voor scoutinggroepen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
13 februari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Holman, luidend: ‘Parkeervergunning ook voor scoutinggroepen’
DSB/11001641 RIS323934
Het raadslid mevrouw Holman heeft op 19 november 2025 een brief met daarin twee vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Sportverenigingen die zijn aangesloten bij een erkende sportbond kunnen in Den Haag een parkeervergunning aanvragen waarmee vrijwilligers kunnen parkeren in de buurt van de vereniging, zonder dat zij ter plekke hoeven te betalen. Scoutinggroepen vallen echter buiten deze regeling: zij zijn weliswaar aangesloten bij de koepelorganisatie Scouting Nederland, maar niet bij een sportbond. Door de uitbreiding van betaald parkeren naar meer wijken, krijgen ook scoutinggroepen in toenemende mate te maken met parkeerkosten voor hun vrijwilligers. Dit roept de vraag op waarom zij niet onder dezelfde regeling vallen als sportverenigingen. Net als sportverenigingen zijn scoutinggroepen vrijwilligersorganisaties en een plek waar kinderen en jongeren zich kunnen ontwikkelen, leren samenwerken en plezier maken. 1.
Is het college bereid om scoutinggroepen die zijn aangesloten bij Scouting Nederland ook de mogelijkheid te geven om dezelfde parkeervergunning aan te vragen als sportverenigingen? Zo nee, waarom niet?
Uit de recente evaluatie van de parkeervergunningen voor sportverenigingen en religieuze instellingen (RIS324680) blijkt dat deze regelingen in het algemeen goed functioneren en voorzien in een duidelijke behoefte voor de huidige doelgroepen. Tegelijkertijd laat de evaluatie zien dat het gebruik van deze vergunningen de afgelopen jaren is toegenomen en dat er signalen zijn dat bij sommige verenigingen het gebruik mogelijk afwijkt van het oorspronkelijke doel van de regeling. Dit geeft aanleiding om nader onderzoek te doen naar het feitelijke gebruik en om het toezicht te intensiveren. Hoewel dit tot op heden niet heeft geleid tot aantoonbare parkeerdruk of overlast in de omliggende wijken, ziet het college vooralsnog geen aanleiding om de bestaande regelingen beleidsmatig te verruimen. Een uitbreiding van de doelgroepen, bijvoorbeeld naar scoutinggroepen, brengt het risico van precedentwerking met zich mee. Dit kan ertoe leiden dat ook andere verenigingen en organisaties aanspraak gaan maken op een vergelijkbare regeling, wat de uitvoerbaarheid bemoeilijkt en kan resulteren in extra parkeerdruk, met name in woonwijken waar de beschikbare ruimte beperkt is. Daarnaast is het criterium “aangesloten bij een landelijke of overkoepelende organisatie” in de praktijk lastig objectief en handhaafbaar te maken, gezien de grote diversiteit aan koepelorganisaties.
Dit vergroot het risico op ongelijkheid en willekeur in de toepassing van het beleid.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11001641
Het college acht het daarom op dit moment niet wenselijk om de parkeervergunning voor sportverenigingen open te stellen voor andere typen organisaties, waaronder scoutinggroepen. Het uitgangspunt blijft dat bij bezoeken aan lokale verenigingen duurzame vervoerswijzen, zoals fietsen en het openbaar vervoer, zoveel mogelijk worden gestimuleerd. 2.
Kan bovenstaande vraag beantwoord worden voor het debat over parkeren in de Commissie Leefomgeving op 11 december?
Omdat de beantwoording van de vraag een sterke inhoudelijke samenhang heeft met de evaluatie van de parkeervergunningen voor sportverenigingen en religieuze instellingen die zich in een afrondende fase bevond, is het college er helaas niet in geslaagd deze voor de gestelde termijn te beantwoorden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2