RIS323930 Beantwoording SV Verloren hoger beroep parkeerheffingen 2022
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
28 november 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw van Basten Batenburg, luidend: 'Verloren hoger beroep parkeerheffingen 2022'
DPZ/10984873 RIS323930
Het raadslid mevrouw Van Basten Batenburg heeft op 19 november 2025 een brief met daarin 11 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In een uitspraak van 19 november 2025 heeft het Gerechtshof van Den Haag gewezen dat de parkeerheffingen van de gemeente Den Haag in 2022 niet rechtsgeldig waren, omdat de stukken niet conform de wettelijke vereisten bekend zijn gemaakt. De rechtbank stelt in de uitspraak in dit hoger beroep dat de bijlage - waarmee de gebieden waar parkeerheffingen gelden worden aangewezen formeel bekend had moeten worden gemaakt via het gemeenteblad. Nu dit niet naar de letter van de wet is gebeurd, is de aanwijzing van de gebieden nooit in werking getreden. Hoewel de rechtszaak een naheffingsaanslag (parkeerboete) betrof, vervalt met deze uitspraak de grondslag voor alle opgelegde parkeerheffingen. Het lijkt erop dat dit betekent dat er in 2022 geen enkel gebied is aangewezen als een gebied waar je moest betalen voor een parkeerplek. De verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 werd op 4 november 2021 vastgesteld. De officiële bekendmaking van de verordening vond plaats op 23 december 2021 door publicatie in het digitale gemeenteblad.
Deze trad per 1 januari 2022 in werking. De bijbehorende Regeling parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 is op 21 december 2021 vastgesteld door het college van BenW, werd ook gepubliceerd in het gemeenteblad van 23 december en trad ook in werking per 1 januari 2022. In de regeling is voor de aanwijzing van de parkeergebieden verwezen naar een bijlage bij de regeling. Deze 67 pagina’s tellende bijlage is niet formeel bekend gemaakt in het gemeenteblad, maar gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl. 1) Is het college bekend met deze uitspraak (BK-24/960) in hoger beroep? Ja, het college heeft kennisgenomen van deze uitspraak. 2) Wat is de reactie van het college op deze uitspraak? Het college betwijfelt de uitleg van het Hof en heeft daarom besloten in cassatie te gaan. De raadsmededeling (RIS323953) geeft u hier nadere context bij. 3) Betekent deze uitspraak dat alle parkeerheffingen in 2022 niet rechtsgeldig zijn en kunnen worden teruggevorderd? Nee, dat betekent het niet. Die parkeerheffingen kunnen niet worden teruggevorderd.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10984873
4) Op welke parkeerheffingen is dit van toepassing? Hoeveel van de totale inkomsten uit parkeren van € 83 miljoen (uitgaande van de programmarekening 2022, RIS315244) betreft dit? Het college heeft de uitspraak zorgvuldig bestudeerd en een inschatting gemaakt van de gevolgen. De voorlopige inschatting van de financiële impact ligt tussen enkele tonnen en enkele miljoenen euro's. Dit wordt in alle zorgvuldigheid verder in kaart gebracht. Parkeervergunningen en reeds betaalde parkeergelden (straatparkeren) worden, voor zover het college nu kan overzien, niet beïnvloed door deze uitspraak. 5) Waarom is betreffende bijlage niet rechtsgeldig gemaakt? De Regeling kent een zeer gedetailleerde specificatie die op straat- en huisnummerniveau aangeeft wat het toepasselijke regime is. Het omvat 67 pagina's en is daardoor als bijlage via een externe link opgenomen op de pagina van het Gemeenteblad, behorend bij de Regeling. Het college heeft na de uitspraak de bijlage behorend bij de Regeling nogmaals gepubliceerd. Zodat er vanaf dat moment geen misverstand meer kan bestaan over de rechtsgeldigheid. 6) Is de wijze van bekendmaking gelijk aan de voorgaande jaren en opvolgende jaren? Zo ja, wat betekent deze uitspraak voor de rechtsgeldigheid van parkeerheffingen in die jaren? Ja, de wijze van bekendmaking is in voorgaande jaren gelijk.
Volgens het college is in de voorgaande jaren op een juiste wijze gepubliceerd en doet daarmee niets af aan de rechtsgeldigheid van parkeerheffingen. 7) Hoe publiceren andere gemeenten de bijlage van hun verordening parkeerregulering en parkeerbelasting? Gemeenten zijn verplicht om besluiten waaronder verordeningen en bijlagen, te publiceren via het officiële publicatiesysteem voor overheidsbesluiten (zoals het Gemeenteblad op officielebekendmakingen.nl). De publicatieplicht is uniform, maar de vormgeving van het besluit kan echter per gemeente verschillen. Dit betreft een uitspraak in hoger beroep. 8) Kan het college de raad informeren over de eerdere verloop van deze rechtsgang (bezwaar, beroep, eerste aanleg)? 9) Sinds wanneer weet het college dat de wijze van publicatie juridisch werd aangevochten? Wat heeft het college met deze informatie gedaan? Antwoord op vraag 8 en 9: In deze specifieke zaak dienden drie partijen bezwaar in (juli 2023) en zijn daarna in beroep gegaan tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting. In bezwaar, en bij de bestuursrechter, werden de drie partijen niet in het gelijk gesteld. In hoger beroep bij het Hof (september 2025) voerden zij voor het eerst aan dat de bijlage bij de Regeling niet volgens de wettelijke voorschriften was gepubliceerd.
Het Hof heeft deze partijen gelijk gegeven en geoordeeld dat de bijlage inderdaad niet op de juiste manier is gepubliceerd. In deze bijlage staat precies in welke straten en op welke tijdstippen betaald parkeren geldt. De bijlage was weliswaar via een externe link op dezelfde internetpagina als het Gemeenteblad te vinden, maar volgens het Hof was dat niet voldoende. 10) Hoe is de raad over dit twistpunt, met mogelijk gigantische financiële gevolgen, geïnformeerd?
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10984873
U bent op 21 november jl. geïnformeerd middels een raadsmededeling (RIS323933). Inmiddels hebben wij een tweede raadsmededeling verstuurd op 28 november 2025 (RIS323953). 11)
Graag verzoeken wij het college deze vragen uiterlijk 1 december te beantwoorden, zodat dit indien nodig in de raad van 4 december kan worden besproken?
Aan dit verzoek voldoet het college hierbij. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3