RIS323907 Beantwoording SV Toegankelijkheid kraamzorg moet in iedere Haagse wijk zijn geborgd
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
16 december 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Verduin en Holman, luidend: 'Toegankelijkheid kraamzorg moet in iedere Haagse wijk zijn geborgd'.
OCW/10988178 RIS323907
De raadsleden de dames Verduin en Holman hebben op 14 november 2025 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Naar aanleiding van het NOS-artikel ‘Niet meer overal kraamzorg: organisaties mijden sommige wijken’ (11 november 2025), waarin wordt beschreven dat kraamzorgorganisaties in delen van Nederland bepaalde wijken mijden, maakt de fractie van D66 Den Haag zich zorgen over de mogelijke gevolgen voor gelijke toegang tot kraamzorg in onze stad. Kraamzorg is een essentieel onderdeel van een gezonde start voor moeder en kind. Den Haag kent wijken met uiteenlopende sociaaleconomische omstandigheden en bevolkingssamenstellingen, waardoor het risico bestaat dat ongelijkheid in de kraamzorg zich juist hier manifesteert. 1.
Is het college op de hoogte van de signalen dat kraamzorgorganisaties in delen van Nederland wijken mijden, onder meer vanwege taalbarrières, hogere zorgbehoefte of logistieke uitdagingen?
Ja, het college is hiermee bekend. 2.
Heeft het college inzicht in de beschikbaarheid van kraamzorg in Den Haag? Zo ja, worden er binnen Den Haag wijken of postcodegebieden gemeden door kraamzorgaanbieders? Welke wijken betreft dit en wat zijn de oorzaken?
Kraamzorg is beschikbaar in heel Den Haag. Voor zover bekend zijn er geen signalen dat kraamzorgaanbieders wijken of postcodegebieden mijden in Den Haag. 3.
Zijn er signalen vanuit het Haags Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV), de GGD of kraamzorgorganisaties dat Haagse vrouwen moeilijker toegang hebben tot kraamzorg of minder uren ontvangen dan geadviseerd?
Er zijn signalen dat sommige Haagse vrouwen moeilijker toegang hebben tot kraamzorg of minder uren ontvangen dan geadviseerd. Hoewel er geen wachtlijsten zijn en de minimale norm van 3 uur kraamzorg per dag in vrijwel alle gevallen wordt geleverd, blijkt dat de verplichte eigen bijdrage een drempel kan vormen. Partners in de geboortezorg signaleren dat gezinnen met geldzorgen soms minder uren kraamzorg afnemen dan geadviseerd, of soms zelfs helemaal van kraamzorg afzien vanwege de kosten.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10988178
Om dit te voorkomen zet het programma Haagse Kansrijke Start in op het versterken van bestaanszekerheid, onder meer door vrijwilligers te trainen in het signaleren van geldstress en door laagdrempelige toegang tot financiële hulp te bieden. Daarnaast biedt de Haagse Zorgverzekering (VGZ) volledige vergoeding voor kraamzorg, en worden inwoners tijdens de overstapperiode actief geïnformeerd over deze mogelijkheid. Tot slot is er bekend dat bepaalde doelgroepen minder gebruikmaken van kraamzorg, onder meer door beperkte kennis van het aanbod en taalbarrières. Partners in de stad, zoals verloskundigen, vragen daarom actief of kraamzorg al geregeld is en ondersteunen gezinnen zo nodig bij het aanmelden. Om vertrouwen te versterken en goede informatie te bieden, zijn wijkverbinders actief aanwezig in de wijken. 4.
Hoe wordt binnen Den Haag samengewerkt tussen gemeente, zorgverzekeraars, kraamzorgorganisaties en verloskundigen om de geboortezorgketen toegankelijk te houden?
In Den Haag werken gemeente, GGD Haaglanden, verloskundigen, kraamzorgorganisaties, zorgverzekeraars en andere partners samen om de geboortezorgketen toegankelijk te houden. Deze samenwerking wordt versterkt in coalities en initiatieven, zoals verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s) en het programma Haagse Kansrijke Start, dat partijen verbindt en afspraken faciliteert over doorverwijzing,vroegsignalering en ondersteuning. Vanuit het programma Haagse Kansrijke Start worden diverse acties ondernomen om de geboortezorgketen toegankelijk te houden. Zo wordt er ingezet op de samenwerking met informele netwerken en is er vanuit het programma de inzet van een wijkverbinder, die als brug tussen formele zorg en gemeenschap fungeert, zodat zorg eerder gevonden en toegankelijker wordt. Om samenwerking en doorverwijzing te verbeteren, worden behoeften en knelpunten van kraamzorg en verloskundigen in kaart gebracht, zorgpaden geactualiseerd en meet & greets georganiseerd tussen huisartsen, verloskundigen, kraamzorg en JGZ-professionals. Daarnaast wordt een gerichte kraamzorg campagne ontwikkeld waarbij informatie in de juiste taal wordt aangeboden en aandacht is voor het wegnemen van drempels bij gezinnen die nu minder gebruik maken van kraamzorg.
Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 3 zet het programma Kansrijke Start ook in op het versterken van de bestaanszekerheid van (aanstaande) ouders en biedt de Haagse Zorgverzekering (VGZ) volledige vergoeding voor kraamzorg. Daarnaast richt het programma Moeders Informeren Moeders (MIM) zich op vrouwen die zwanger zijn en moeders met jonge kinderen. Getrainde vrijwilligers bieden begeleiding en verwijzen door naar passende hulp, waaronder armoederegelingen. Vanuit het innovatieprogramma De Gezonde Portemonnee wordt sinds een jaar het concept Goede Start Programma ontwikkeld. In samenwerking met de financiële dienstverlening wordt een training ontwikkeld voor vrijwilligers van MIM die begeleiding geven aan gezinnen met jonge kinderen. De financiële training geeft de vrijwilligers handvatten om het gesprek over financiën te starten en indien noodzakelijk door te verwijzen naar financiële hulpverlening. 5.
Welke rol ziet het college voor zichzelf om te voorkomen dat ongelijkheid in kraamzorg toeneemt in kwetsbare wijken, bijvoorbeeld via preventie of gerichte ondersteuning?
Het college ziet voor zichzelf een faciliterende en verbindende rol bij het verkleinen van ongelijkheid in kraamzorg in kwetsbare wijken. In deze rol richt het college zich op het versterken van samenwerking binnen de geboortezorgketen en het wegnemen van drempels die gezinnen belemmeren in het gebruik van kraamzorg. Dit gebeurt via het programma Haagse Kansrijke Start, zoals hierboven beschreven bij antwoord 3 en 4.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10988178
6.
Kan het college inzicht geven in de mate van wachttijd of uitval bij kraamzorgaanbieders in Den Haag (bijvoorbeeld gezinnen die niet direct een kraamzorgbureau toegewezen krijgen)?
In Den Haag zijn momenteel geen wachtlijsten en de minimale norm van drie uur per dag wordt vrijwel altijd geleverd. Wel zijn er capaciteitstekorten in de kraamzorg, maar sinds 1 à 2 jaar is er een afspraak met de zorgverzekeraar om tekorten in de kraamzorg regionaal op te lossen. Kraamzorgorganisaties hebben wachtlijstcoördinatoren die indien nodig contact opnemen met de zorgverzekeraar. 7.
Zijn er gemeentelijke initiatieven of samenwerkingen die kraamzorgaanbieders stimuleren om actief te blijven in wijken met een hogere zorgbehoefte, taaldiversiteit of logistieke uitdagingen?
Op dit moment zijn er geen signalen dat kraamzorgaanbieders zich terugtrekken uit wijken met een hogere zorgbehoefte, taaldiversiteit of logistieke uitdagingen. Er is daarom geen directe aanleiding voor aanvullende maatregelen. Wel blijft het college via het programma Haagse Kansrijke Start inzetten voor toegankelijkheid van de kraamzorg, met speciale aandacht voor gezinnen in een kwetsbare situatie. 8.
In hoeverre is het college bereid om samen met zorgverzekeraars, kraamzorgaanbieders en de GGD te onderzoeken of de dekking van kraamzorg binnen Den Haag voldoende is. Zo ja, binnen welke termijn verwacht het college hier de raad over te informeren?
Het college erkent het belang van goed inzicht in de toegankelijkheid en dekking van kraamzorg in Den Haag. Daarom gaat het college verkennen hoe dit inzicht verder kan worden vormgegeven, in samenwerking met zorgverzekeraars, kraamzorgaanbieders en de GGD. Op basis van deze verkenning beoordeelt het college welke vervolgstappen nodig zijn en informeert het de raad over de uitkomsten. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3