RIS323906 Beantwoording SV Stop het pesten van kleine ondernemers aan de Hoytemastraat
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
16 december 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Martinez van Andel, luidend: ‘Stop het pesten van kleine ondernemers aan de Hoytemastraat’
DSO/10980834 RIS323906
Het raadslid de heer Martinez van Andel heeft op 13 november 2025 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met de handhavingszaak tegen de twee kiosken aan de Hoytemastraat in het Benoordenhout? *)
Ja. 2.
Kan het college bevestigen of het klopt dat de aanleiding voor deze handhavingsactie zou liggen bij een vermeende klacht van Stedin?
Nee. De aanleiding voor toezicht en handhaving is gelegen in de nota “Markten Straathandel en Kiosken (MSK), De straat verdient het”(RIS 283882). In dit beleid werden exploitanten eerst 5 jaar in de gelegenheid gesteld om kiosken te legaliseren en op orde te krijgen. Daarna volgt handhaving door de Haagse Pandbrigade voor kiosken zonder vergunningen of afwijking van vergunningen. De handhaving volgt uit door de raad vastgesteld beleid en wordt in overeenstemming daarmee al jaren geprioriteerd in de jaarplannen VTH. 3.
Kan het college bevestigen of het klopt dat Stedin inmiddels heeft aangegeven géén klacht te hebben ingediend en ook geen enkel bezwaar heeft tegen het afdak naast hun transformatorhuisje?
Ja, dit is alleen niet relevant voor wel of geen handhaving. Een bezwaar van Stedin zou hoogstens de mogelijkheden om een afdak te legaliseren blokkeren, maar het legaliseert het onvergund aangebrachte afdak zelf niet. Stedin heeft op verzoek van de gemeente aangegeven geen bezwaar te maken tegen het afdak. 4.
Kan het college uitleggen waarom er, ondanks het hebben van geen bezwaar en geen klacht van Stedin, toch is doorgegaan met de handhavingsprocedure?
Ja. Zie de antwoorden bij vraag 2, 3 en 9. 5.
Kan het college bevestigen dat het betreffende afdak en de uitbouw van deze kiosken al minimaal twintig jaar aanwezig zijn?
Nee. Dit verschilt per kiosk. Eén afdak is tussen 2010 en 2015 gerealiseerd. Het andere afdak is mogelijk wel twintig jaar aanwezig. Van dit afdak is vastgesteld dat het na 2002 is gerealiseerd.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10980834
6.
Erkent het college dat in dat geval mogelijk sprake is van verjaring, waardoor handhaving niet langer aan de orde is?
Nee. Overtredingen binnen het omgevingsrecht verjaren niet. Dit volgt uit vaststaande rechtspraak. Zo heeft de Raad van State in een uitspraak van 1 mei 2024 bevestigd dat het tijdsverloop op zichzelf (in casu 55 jaar) geen bijzondere omstandigheid is op grond waarvan het college van handhaven moet afzien. 7.
Waarom worden de kioskhouders verplicht om op eigen (hoge) kosten officiële bouwtekeningen te laten maken, terwijl de situatie al decennia onveranderd is?
De wet schrijft voor welke vereisten er zijn om een vergunning aan te vragen. Een gemeente kan daar niet vanaf wijken. 8.
Is het college bereid de lopende handhavingszaak stop te zetten totdat duidelijk is of sprake is van verjaring? Zo nee, waarom niet?
Nee. Dit is namelijk nooit onduidelijk geweest. Zie hiervoor ook vraag 6. 9.
Hoe beoordeelt het college het feit dat kleine ondernemers op hoge kosten worden gejaagd vanwege een vermeend bouwkundig detail, terwijl dit geen enkel maatschappelijk probleem veroorzaakt?
Bijna allen van circa 170 kioskhouders binnen het project hebben hun kiosken keurig op orde gemaakt en enkelen, zoals onderhavige kiosken, zijn daar nog mee bezig. Nu vrijwel alle kioskhouders wel de benodigde kosten hebben gemaakt voor vergunningen en aangepaste huurcontracten voor grondgebruik is het vanuit een rechtsgelijke behandeling en level-playingfield voor ondernemers onwenselijk dat een deel het wel op orde maakt en een ander deel niet. 10. Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag dat handhaving zich moet richten op zaken die er écht toe doen — zoals overlast, verloedering, ondermijning en milieudelicten — in plaats van het najagen van goedwillende kleine ondernemers? Het college ziet het uitvoeren van het door de raad vastgesteld beleid niet als "het najagen van goedwillende kleine ondernemers”. 11.
Is het college bereid de prioritering van handhaving kritisch tegen het licht te houden en concrete richtlijnen op te stellen om te voorkomen dat dit soort disproportionele acties zich herhalen?
Het college kijkt altijd naar de proportionaliteit van de handhaving bij de inzet van haar handhavingsinstrumentarium. Een betrokkene kan het in bezwaar en beroep naar voren brengen, indien hij of zij vindt dat het college niet proportioneel handelt.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10980834
De raad bepaalt tot op zekere hoogte – sommige zaken worden op rijksniveau bepaald – welke gedragingen mogen en niet mogen en waar het college zich op moet richten. Dat is iets anders dan proportioneel handelen. In dit geval zijn en worden de exploitanten ruim in de gelegenheid gesteld om de afdaken te legaliseren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
*) Stop het pesten van kleine ondernemers aan de Hoytemastraat! - 070online.nl
3/3