RIS323867 Afdoening motie Stop beboeten dakloze mensen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSB/10984920 RIS323867 Contactpersoon
Nitesh Mahespalsingh Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB Handhavingsorganisatie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
23 april 2026
nitesh.mahespalsingh@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: 'Stop beboeten dakloze mensen'
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van de commissiebrief inzake ‘Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis’ (RIS322995) op 13 november 2025, de door het raadslid Smit ingediende motie: 'Stop beboeten dakloze mensen' (RIS323867) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: door een gebrek aan opvangplekken diverse dak- en thuisloze mensen veroordeeld zijn tot het buiten slapen; dak- en of thuisloze mensen boetes opgelegd krijgen voor zaken die direct te relateren zijn aan hun dakloosheid; deze boetes in het CJIB-systeem terechtkomen en bij niet-betalen worden verhoogd; de personen, voor wie het zorgaanbod niet passend is en in het verleden niet passend was waardoor zij weinig tot geen vertrouwen hebben in het zorgsysteem, niet geholpen worden met boetes en het herstel van vertrouwen in de weg staat; voor dak- en of thuisloze mensen de diverse (soms opgestapelde) boetes een weg naar herstel in de weg staat.
Overwegende, dat: de gemeente Amsterdam dak- en thuisloze mensen niet langer meer beboet omdat de maatregel niet helpt en dakloze mensen juist verder in de problemen kan brengen; de gemeente Leiden dit jaar dak- en thuisloze mensen ook niet langer beboet en de aanpak gaat evalueren; zodra een dak- of thuisloze persoon, een huis vindt en zich inschrijft, het inningssysteem activeert en de deurwaarder voor de deur staat om de schuldenberg door opgestapelde boetes te innen; het huidige boetebeleid veel geld kost, door de gevolgen in onder andere de rechtspraak en (schuld)hulpverlening; het rechtssysteem door deze boetes extra belast, aangezien veel boetes aan dak- en thuisloze mensen succesvol zijn aangevochten door advocaten.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10984920
Verzoekt het college: dak- en thuisloze mensen niet langer te beboeten voor zaken die direct gerelateerd zijn aan hun dakloosheid, hierover de politie en gemeentelijke BOA’s te informeren en als gevolg hiervan alle werkinstructies die er zijn voor politie en gemeentelijke BOA’s hierop aan te passen. Het college doet de motie op de volgende manier af: Het college hecht er waarde aan om hierbij te benadrukken dat de Haagse lijn helder is, bij signalen van buitenslapen wordt eerst ingezet op begeleiding naar hulp, zorg en/of opvang. Dak- en thuisloze mensen worden actief benaderd door het Straatteam, outreachend hulpverleners, handhavers en politieagenten die met een “zorgbril” werken. Het college onderstreept daarbij als leidend uitgangspunt dat Den Haag in de openbare ruimte een humane, maar doortastende lijn hanteert, niemand wordt beboet om het enkele feit dat hij of zij dakloos is. Vanuit dat vertrekpunt wordt steeds eerst ingezet op begeleiding naar hulp, zorg en/of opvang. Tegelijkertijd kan en moet, waar sprake is van structurele en aanhoudende overlast, gevaarzetting of strafbare feiten, worden opgetreden om de veiligheid en leefbaarheid te borgen. Handhaving door een gemeentelijk bestuursorgaan gaat over het beëindigen, voorkomen of ongedaan maken van een overtreding of het verzekeren van naleving van wettelijke voorschriften. In die situaties moet worden gehandhaafd.
Daarbij wordt gekeken naar de meest proportionele wijze. De gemeente zal daarbij het uitgangspunt hanteren dat beboeting slechts in het uiterste geval wordt ingezet. Andere vormen van handhaving hebben de voorkeur conform het verzoek van de raad. Deze lijn is de afgelopen jaren verankerd in de werkprocessen van zowel de politie als de Handhavingsorganisatie. Tegelijkertijd verlangt de realiteit én het juridisch kader dat de gemeente in sommige situaties wel optreedt. Er zijn omstandigheden waarin handhaven verantwoord is, omdat de leefbaarheid en veiligheid van de betrokken personen of de omgeving in het geding is of komt. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om plekken waar open vuur wordt gebruikt om warm te blijven, waar ernstige vervuiling ontstaat die gezondheidsrisico’s oproept, alcohol- en drugsgerelateerde overlast plaatsvindt of waar sprake is van agressie of bedreigende situaties richting andere buitenslapers, Haagse inwoners en ondernemers. In zulke gevallen is optreden noodzakelijk om (verdere) escalatie te voorkomen, risico’s te beperken en de situatie beheersbaar te krijgen en te houden. Het gaat met name om mensen waarbij het zorgaanbod onvoldoende effect heeft gehad. Een deel van de buitenslapers weigert structureel het aanbod van hulp of opvang.
Wanneer iemand zorg en begeleiding afwijst, maar er wel sprake is van omstandigheden die gevaarlijk, overlastgevend of onhoudbaar zijn, kan het college niet passief blijven. In eerste instantie wordt daarbij altijd gekeken naar hoe de situatie opgelost kan worden zonder het uitschrijven van een boete. Ook erkent het college dat de uitvoering in de openbare ruimte in de praktijk regelmatig een dilemma oplevert, waarin uitvoerende professionals binnen de hen toekomende discretionaire beoordelingsruimte een afweging moeten maken tussen menselijke maat, veiligheid en leefbaarheid. Juist daarom wordt met de gezamenlijke werkwijze beoogd deze ruimte beter te kaderen en uniformeren, zodat voor bewoners, ondernemers én betrokken buitenslapers duidelijker wordt wat zij mogen verwachten. Daarbij wordt ook explicieter gemaakt hoe wordt gehandeld wanneer sprake is van structureel overlastgevend gedrag en zorgmijding, waaronder situaties waarin betrokkenen herhaaldelijk niet ingaan op de geboden route naar de specifieke opvangvoorziening.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10984920
Handhaving wordt ingezet om overtredingen te stoppen, in het geval van buitenslapen kan dit tijdelijk de overtreding stoppen maar voorkomt niet dat de situatie in het geval van buitenslapers niet wederom voordoet. Daarom wordt ingezet op andere vormen van handhaving wanneer dit nodig is en slechts als een uiterste instrument worden boetes overwogen wanneer menselijke, sociale en veiligheidsoverwegingen dat onvermijdelijk maken kan dit worden overwogen. Tot slot wordt opgemerkt dat deze menselijke én realistische benadering al jaren de feitelijke lijn is in de Haagse praktijk (RIS318330, RIS318288, RIS318224, RIS318821). In het kader van het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ (RIS324507 en RIS324508) wordt bovendien op zeer korte termijn een nadere, gezamenlijke werkwijze ingevoerd, waarmee de hierboven beschreven balans tussen eerst zorg en begeleiding, en waar noodzakelijk begrenzing en handhavend optreden explicieter en eenduidiger wordt toegepast in de dagelijkse uitvoering. Daarmee wordt beoogd sneller perspectief te bieden aan de betrokkenen én de druk op leefbaarheid en veiligheid in de openbare ruimte te verminderen, met als beoogd effect dat door betere toeleiding, sneller herstel en meer consistent handelen uiteindelijk minder bestuurlijke en strafrechtelijke boetes hoeven te worden opgelegd.
Uiteindelijk is de beste manier van het voorkomen van de problematiek en het voorkomen van boetes, het helpen van en naar zorg voor deze kwetsbare doelgroep. Daarom wordt de huidige lijn verder aangescherpt en zal ingezet worden op andere vormen van handhaving dan boetes. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3