CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323774 Bijlage 1-7 Flora- en faunaonderzoek

Commissie Ruimte 26 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken4.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

FLORA- EN FAUNAONDERZOEK DEN HAAG – KIJKDUIN – HOTEL ATLANTIC

Opdrachtgever

:

HaskoningDHV Nederland B.V. T.a.v. Postbus 8520 3009 AM Rotterdam

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. 13 4824 AL Breda tel. +

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL23-8161 November 2023 5 december 2023

Veldmedewerkers:

(Ecoloog) (Junior ecoloog)

Projectadviseur:

H

General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 1.2 Doel van het onderzoek .................................................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 3 2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK ............................................................................ 4 2.1 Bureaustudie ................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ................................................................................................................................ 4 2.3 Effectenbeoordeling ........................................................................................................................ 4 3.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ........................................................................................... 5 3.1 Ligging plangebied.......................................................................................................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .................................................................................... 6 4. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................. 9 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten .................................................................................. 9 4.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland 20 februari 2019................................................................ 10 5. RESULTAAT VOORGAANDE ONDERZOEKEN ............................................................................... 11 5.1 Uitvoering ...................................................................................................................................... 11 5.2 Resultaat en conclusie vleermuisonderzoek ................................................................................ 12 6. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING HUIDIG ONDERZOEK ..........................................

13 6.1 Vleermuizen .................................................................................................................................. 13 6.2 Grondgebonden zoogdieren ......................................................................................................... 14 6.3 Vaatplanten ................................................................................................................................... 14 6.4 Vogels ........................................................................................................................................... 14 6.5 Amfibieën en reptielen .................................................................................................................. 15 6.6 Overige beschermde soorten ....................................................................................................... 16 7. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL ............................................................... 17 7.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 .......................................................................... 17 7.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 .......................................................................... 18 7.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ...............

18 7.4 Checklist groen bouwen ............................................................................................................... 18 LITERATUUR EN BRONVERMELDING ................................................................................................ 19

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

2/19

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In opdracht van HaskoningDHV Nederland B.V. is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag. Zie afbeelding 3 voor het plangebied. Aanleiding voor het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek zijn de voorgenomen plannen tot sloop van het huidige opstal en de realisatie van nieuwbouw in het plangebied. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving, de Wet natuurbescherming, zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot wordt in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.

Afbeelding 1: Vooraanzicht hotel in het plangebied.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

3/19

2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 20 november 2023 in de middag bij deels bewolkt weer met lichte regen en circa 12°C. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd.

Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.

Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

4/19

3. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 3.1 Ligging plangebied Het plangebied ligt in de Provincie Zuid-Holland in de nabije omgeving van Den Haag. De locatie ligt aan de Deltaplein en ligt, op een groenstrook na, direct aan de kust. Op onderstaande kaart is te zien dat het plangebied grenst aan Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt hier echter geen onderdeel van uit en ook niet van een ander beschermd gebied, zoals belangrijk weidevogelgebied. Binnen een straal van 10 kilometer liggen de volgende Natura 2000-gebieden: Meijendel & Berkheide 7 kilometer, Westduinpark & Wapendal 0 kilometer en Solleveld & Kapittelduinen 0 kilometer.

Afbeelding 2: Ligging plangebied (rode markering) ten opzichte van omgeving en Natura 2000 (groene markering), Bron: Provincie Zuid-Holland.

Afbeelding 3: Close-up en afkadering plangebied (rood omlijnd).

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

5/19

3.2 Algemene beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit een hotel met rondom verharding ten behoeve van entree en parkeerplaatsen. Achter het terras aan de zijkant bevindt zich een klein stuk onbebouwd terrein. Dit stuk bestaat voornamelijk uit gras met hier en daar een enkele struik. Het hotel bestaat uit meerdere verdiepingen en bestaat voornamelijk uit baksteen. Het gebouw is aan de bovenkant afgewerkt met een houten gevelbekleding.

Afbeelding 4 en 5: Voor- en zijaanzicht hotel.

Afbeelding 6 en 7: Achter- en zijaanzicht hotel.

Afbeelding 8 en 9: Missende plank in houten gevelbekleding aan de achterzijde van het hotel.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

6/19

Afbeelding 10 en 11: Twee missende planken in houten gevelbekleding zijkant hotel en missende afsluiting gevelbekleding.

Afbeelding 12 en 13: Missende plank houten gevelbekleding voorzijde hotel.

Afbeelding 14 en 15: Zijaanzicht hotel met open stootvoegen boven elke latei.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

7/19

Afbeelding 16 en 17: Zijaanzicht hotel met open stootvoegen boven elke latei.

Afbeelding 18 en 19: Onbebouwd stuk aan de zijkant van het hotel.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

8/19

4. WETTELIJK KADER 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibie- en reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.

Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.

in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

9/19

4.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland 20 februari 2019 Artikel 3:63 vrijstelling ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 1. De verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van: -a. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; - (b,c,d niet van toepassing, zie wettekst) 2. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage III genoemde andere beschermde soorten: Aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

10/19

5. RESULTAAT VOORGAANDE ONDERZOEKEN 5.1 Uitvoering Op de locatie zijn in het verleden een tweetal ecologische onderzoeken uitgevoerd, zijnde: -

Ecologische quickscan door Aqua Terra Nova (kenmerk 214118/AQT301FF/ML, d.d. 19 augustus 2014); Nader vleermuisonderzoek door ABO-milieuconsult B.V. (kenmerk ANL20-5114, d.d. 12 oktober 2020).

Tijdens het ecologisch onderzoek van Aqua Terra Nova in 2014 waren de bevindingen dat met de sloop van het hotel niet kon worden uitgesloten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen verloren zouden gaan. Mogelijke verblijfplaatsen waren de open stootvoegen en achter betimmering aan met name de blinde gevels van het hotel. Op basis van deze conclusie is in 2020 een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd door ABO-milieuconsult B.V. Dit nader onderzoek bestond uit vier veldbezoeken, waarvan minimaal één avondbezoek en ochtendbezoek plaatsvond in de kraamtijd. Tijdens de veldbezoeken zijn alle soorten vleermuizen meegenomen. Overzicht uitgevoerde veldbezoeken tijdens nader onderzoek vleermuizen (2020) Datum Tijd Soortgroep Weersomstandigheden 4 juni 2020

03:24 tot 05:24 Zon op 05:24

12 juli 2020

21:55 tot 00:00 Zon onder 21:58

30 augustus 2020

21:43 tot 23:45

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijven)

Droog, 13° wind 4bft, bewolkt

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijven)

Droog, 13° wind 2bft, helder

Vleermuizen (paarverblijven)

Droog, 17° wind 5bft, helder

Vleermuizen (paarverblijven)

Droog, 14° wind 4bft, bewolkt

Zon onder 20:34 21 september 2020

20:47 tot 22:47 Zon onder 19:47

Afbeelding 20: Looproutes tijdens het nader onderzoek aangeven met groene pijlen. Binnen de rode lijnen is het plangebied weergeven. De gele lijnen geven de potentiële invliegopeningen aan.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

11/19

5.2 Resultaat en conclusie vleermuisonderzoek Tijdens het nader onderzoek zijn vier verschillende vleermuizen waargenomen, namelijk de rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en grootoorvleermuis. De gewone dwergvleermuis is het vaakst waargenomen. Een zomer- of kraamverblijf is niet aangetroffen. Daarnaast werd een vaste vliegroute ook niet vastgesteld. Tijdens het nader onderzoek van 2020 zijn geen verblijfplaatsen, vaste vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen vastgesteld.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

12/19

6. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING HUIDIG ONDERZOEK 6.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek Het hotel in het plangebied dient gecontroleerd te worden op open stootvoegen of mogelijk andere openingen die geschikt zijn voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Hieronder vallen volgens de verspreidingsgegevens de laatvlieger (Eptesicus serotinus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), meervleermuis (Myotis dasycneme) en gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus). Ook van de zeldzamere kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus) is een waarneming vastgesteld in de omgeving. Voor de bovenstaande soorten die gebruik maken van gebouwen als verblijfplaats, biedt de hoogbouw in het plangebied mogelijk geschikte invliegopeningen. Voor boombewonende soorten zijn in het plangebied en binnen de verstorende invloedsfeer geen bomen van voldoende grootte en dikte aanwezig. Resultaten veldbezoek Aan beide zijkanten en achterkant van het hotel zijn open stootvoegen aanwezig. Daarnaast is tijdens het veldbezoek geconstateerd dat de houten gevelbekleding op meerdere plekken een plank mist. De stootvoegen zijn alleen geschikt voor kleinere soorten zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en kleine dwergvleermuis. Achter de missende planken kunnen echter grotere vleermuissoorten voorkomen. Foerageergebied is niet aanwezig.

Een lijnvormig element evenmin.

Afbeelding 21: Rood kruis = missende plank houtengevelbekleding en gele streep = open stootvoegen aanwezig.

Conclusie vleermuizen Uit de bevindingen van het veldbezoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. Achter de missende planken van de houten gevelbekleding kunnen vleermuisverblijven aanwezig zijn. Tijdens voorgaande onderzoeken is geen onderzoek gedaan naar verblijfplaatsen achter missende planken, omdat deze toen nog allen aanwezig waren. Daarnaast zijn de open stootvoegen geschikt als verblijfplaats voor kleine vleermuissoorten zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en kleine dwergvleermuis. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk om vast te stellen of vleermuizen in het plangebied verblijven. Vanwege de grootte van het gebouw is een functie als massawinterverblijf niet uit te sluiten. Tijdens eerder nader onderzoek van ABO Milieuconsult B.V. uit 2020 (ANL20-5114) zijn geen tekenen van een massawinterverblijf waargenomen.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

13/19

6.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van de verspreidingsgegevens en biotoop zijn van de beschermde zoogdieren de boommarter (Martes martes) en eekhoorn (Sciurus vulgaris) te verwachten. Boommarters komen bij uitstek voor in gemengde loof- en naaldbossen. Ze gebruiken als nestplaats oude spechten en/of eekhoornholen in bomen of in de grond bestaande holen van konijnen en vossen. Soms worden boommarters ook wel in huizen of schuren aangetroffen. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. De voorkeur van eekhoorns gaat uit naar bos met een leeftijd van minimaal 20 jaar oud voor naaldbos en 40 tot 80 jaar voor loofbos. Beide soorten zijn afhankelijk van grote arealen aan bos en worden niet verwacht in het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Het plangebied is ongeschikt als biotoop voor beschermde zoogdieren, omdat bos en beschutting ontbreken. Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren, of sporen hiervan, aangetroffen. Deze worden gezien het biotoop en omstandigheden ook niet verwacht in de toekomst. Voor aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht (zie §6.1).

6.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens kan het beschermde glad biggenkruid (Hypochaeris glabra) voorkomen. Glad biggenkruid komt voor op zonnige, open, droge, voedselarme en kalkarme grond. Standplaatsen zijn zeeduinen, bermen en akkerranden. Resultaten veldbezoek Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De vegetatie bestaat uit algemene soorten mossen en grassen. Daarnaast komt de zon door de hoogbouw pas laat in de namiddag op het enige stukje onbebouwd terrein. Conclusie vaatplanten Een geschikt biotoop voor beschermde vaatplanten is niet aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. 6.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Gebouwbewonende soorten zoals gierzwaluw (Apus apus) en huismus (Passer domesticus) komen ook in het gebied voor. De nesten van deze vogels zijn jaarrond beschermd, waardoor het gebouw onderzocht moet worden op mogelijk geschikte nestlocaties. In de omgeving komen ook uilen en roofvogels voor waarvan het nest jaarrond beschermd is. Op de locatie komen echter geen bomen voor waar uilen, roofvogels of andere jaarrond beschermde vogels kunnen broeden.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

14/19

Resultaten veldbezoek Jaarrond beschermde nesten zijn niet gevonden in het plangebied of binnen de verstorende invloed van de werkzaamheden. De bebouwing van het hotel biedt geen ruimte voor nestgelegenheid. Binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Wel kan worden verwacht dat in de duinen grenzend aan het plangebied algemene vogelsoorten broeden. Conclusie vogels Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het plangebied zijn geen (overblijfselen van) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het plangebied biedt ook geen (essentiële) functie als foerageerplaats of schuilplaats vanwege de afwezigheid van groen. Het is te verwachten dat binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden vogels broeden. Met het broedseizoen voor vogels moet daarom rekening gehouden worden. Vogels in het aangrenzende duingebied broeden in de periode maart tot en met juli. Nesten en eieren zijn gedurende de gehele broedperiode van de betreffende soort beschermd. Indien wordt gestart in het broedseizoen, dan moet door een deskundig ecoloog voorafgaand aan de werkzaamheden worden nagegaan of verstoring van broedvogels plaatsvindt.

6.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Op basis van de verspreidingsgegevens en biotoop komen de rugstreeppad (Epidalea calamita) en zandhagedis (Lacerta agilis) voor in de omgeving. Rugstreeppadden overwinteren op hogere vorstvrije gronden of onder objecten. De rugstreeppad is vooral een soort van terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen aangebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, zand- en kleiafgravingen en duinen vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Tijdens het veldonderzoek moet onderzocht worden of mogelijke voortplantings- en/of overwinteringsplaatsen aanwezig zijn. De zandhagedis komt voor in zandige, open terreinen in heiden en duinen. Hierbij is een afwisseling tussen verschillende open en dichte begroeiing van belang. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn, vanwege de tijd van het jaar, geen amfibieën of reptielen waargenomen. Het plangebied biedt geen geschikt voortplantingsbiotoop voor rugstreeppad, omdat watergang ontbreekt. Poeltjes of plaatsen waar regenwater kan blijven staan voor voortplanting zijn niet aanwezig. Open zand en zonnige hellingen ontbreken. Conclusie amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van de aanwezige omstandigheden worden uitgesloten.

Vanwege de afwezigheid van beschermde soorten zijn nader onderzoek naar het voorkomen van en maatregelen met betrekking tot beschermde soorten niet noodzakelijk. Voor eventuele aanwezige soorten geldt de zorgplicht. Vanwege de aanwezigheid van de beschermde rugstreeppad en zandhagedis in de directe omgeving zijn maatregelen met betrekking tot deze beschermde amfibieën en reptielen noodzakelijk. Op dit moment is voor de bestaande werkzaamheden een paddenscherm aangelegd. Om verder te voorkomen dat rugstreeppad en zandhagedis het plangebied binnekomen wordt geadviseerd het gehele plangebied te omringen met paddenschermen. Bij de bouwingang kan een rooster komen, zodat ook hier geen rugstreeppadden of zandhagedissen naar binnen kunnen. Door bovenstaande maatregelen uit te voeren is een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor amfibieën en reptielen niet noodzakelijk.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

15/19

Afbeelding 22: Paddenscherm aangrenzend aan het plangebied.

6.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander biotoop dan het plangebied. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefomgeving. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn niet vastgesteld, het verspreidingsgebied ligt buiten het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, vanwege het ontbreken van poeltjes of waardplanten voor ei-afzetting. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van de biotoop geen rekening gehouden te worden. Maatregelen met betrekking tot deze soortgroep hoeven niet te worden opgenomen.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

16/19

7. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL Uit de bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het mogelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Nadelige effecten op verblijfplaatsen van beschermde vleermuizen kunnen met de toekomstige plannen niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen is daarom noodzakelijk. Het onderzoek dient plaats te vinden van half mei tot eind september. Binnen die periode dienen zes bezoeken plaats te vinden om alle functies volgens het vigerend vleermuisprotocol te onderzoeken. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. 7.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a.

Dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Zodra een niet in de Wet natuurbescherming beschermd in het wild levende dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. Bij kap van de vegetatie in de winter dient men rekening te houden met zoogdieren in winterslaap, zoals de egel. Inachtneming van de zorgplicht betekent dat men het struikgewas handmatig en gefaseerd kapt, in plaats van met bulldozer of graafmachine.

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

17/19

7.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen (globaal van half maart tot half augustus), mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Tot de mogelijkheden behoort aanvangen voor het broedseizoen en doorwerken met continue verstoring tijdens het broedseizoen, zodat vogels niet tot broeden komen. 7.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep)

Ingreep verstorend Mogelijk

Nader onderzoek Ja

Ontheffing

Grondgebonden zoogdieren Vogels Amfibieën en reptielen

Nee

Nee

Nee

Mogelijk* Mogelijk

Nee Nee

Nee Nee

Vaatplanten Overige soorten

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Vleermuizen

Mogelijk

Bijzonderheden/ opmerkingen Mogelijke verblijfplaatsen aanwezig. onderzoek noodzakelijk. Geen beschermde soorten aanwezig.

Nader

* Hou rekening met het broedseizoen. Zorg voor een amfibie- en reptielenwerend scherm om te voorkomen dat rugstreeppad en zandhagedis het plangebied inkomen. Geen beschermde soorten aanwezig. Geen beschermde soorten aanwezig.

Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. 7.4 Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

18/19

LITERATUUR EN BRONVERMELDING ANL23-5114, ABO-milieuconsult B.V. Nader onderzoek vleermuizen – Hotel Atlantic Kijkduin 214118/AQT301FF/ML, Aqua Terra Nova, Eco-effectscan – Hotel Atlantic Kijkduin www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Stichting RAVON: www.ravon.nl Kennisdocument Rugstreeppad, Bufo calamita, Versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, Versie 2.1, februari 2023, BIJ12 Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus, Versie 2.0, juli 2023, BIJ12 Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Stichting ANEMOON: Anemoon > ANEMOON Vereniging Vogelbescherming: www.vogelbescherming.nl Vlinderstichting: De Vlinderstichting | Home Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Nationale Databank Flora en Fauna, Verspreidingsatlas. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/ Zoogdier vereniging: Homepage | De Zoogdiervereniging

Flora- en faunaonderzoek, Deltaplein 200, Hotel NH Atlantic Den Haag, ANL23-8161

19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16258344/1