RIS323774 Bijlage 1-12 Verkennend booronderzoek
Tekst van het document
A
r3
n-e
3 M
kenaseseueese-
0220553205455
5942*2-«
2*-3-
-3
83
2224
23335
0
7yW
Rapport 6429
NIEUW KIJKDUIN TE DEN HAAG
ADS
Nieuw Kijkduin te Den Haag, gemeente Den Haag Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
Colofon ADC Rapport 6429 Nieuw Kijkduin te Den Haag, gemeente Den Haag Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur(s): In opdracht van: Argentum Vastgoed B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 27 juni 2024 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status rapportage: definitief versie 2.0 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie:
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114 3812 PN Amersfoort Tel. E-mail info@archeologie.nl
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Archeologische verwachting 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling 3.2 Methode 3.3 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.4 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1. Boorstaten verkennend booronderzoek
5 7 10 12 12 12 13 18 20 21 22 23 24
Tabel 1. Overzicht van de verschillende perioden.
Samenvatting In opdracht van Argentum Vastgoed B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in mei-juni 2024 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Nieuw Kijkduin te Den Haag (afb. 1 en afb. 2). In een eerder stadium is een bureauonderzoek voor deze locatie gedaan (ADC Rapport 6325). De aanleiding voor het onderzoek is een aanvraag van een omgevingsvergunning in het kader van de voorgenomen sloop van het bestaande hotel en de bouw van een nieuw complex met een hotel, appartementen, horeca en retail. Het plan wordt Nieuw Kijkduin genoemd. Op basis van het bureauonderzoek is een verwachting opgesteld voor resten van het Wilhelminahotel in de top van het duinzand en resten uit de Bronstijd tot Vroege Middeleeuwen in een dieper begraven bodemniveau binnen of onder het duinzand. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit dit verkennend booronderzoek is gebleken dat de basis van het gedocumenteerde bodemprofiel wordt gevormd door tot het duin-/strandzand van de Laag van Voorburg/Rijswijk met de top op een hoogte van 1,54 tot -0,37 m NAP. Boven deze afzettingen is overal een dik pakket duinzand aanwezig dat voornamelijk gerekend moet worden tot de jonge duinafzettingen van de Laag van Den Haag en deels ook oud duinzand van de Laag van Voorburg.
De top van de ondergrond bestaat uit een geroerd en puinhoudend pakket dat meest waarschijnlijk gerelateerd te moeten worden aan de bouw van het bestaande hotel. Hierdoor moet de verwachting voor intacte resten van het Wilhelminahotel naar beneden worden bijgesteld tot laag. Vanaf een diepte van 3,58 m NAP (770 cm -mv) tot 1,09 m NAP (1200 cm -mv) zijn in het duinzand één tot mogelijk drie begraven bodemniveaus aangetroffen in de vorm van ontkalkte en/of humeuze lagen en in boring 2 en 5 ook veen. Hierop kunnen mogelijk nog archeologische resten en/of sporen aanwezig zijn uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. De hoge verwachting voor deze periode blijft daardoor vanaf deze diepte behouden. In de bovenliggende duinzanden zijn geen bodemniveaus waargenomen, waardoor aan deze duinzanden tot een diepte van 770 -mv (3,58 m NAP) een lage verwachting kan worden toegekend. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat binnen de geplande verstoringsdiepte het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen.
Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Den Haag. Vanaf 770 cm onder maaiveld kunnen mogelijk nog wel archeologische resten en of sporen uit de periode vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. Indien in de toekomst wel (grootschalige) bodemingrepen tot deze diepte worden uitgevoerd, wordt hiervoor wel aanvullend archeologisch onderzoek (waarschijnlijk in eerste instantie in de vorm van een karterend booronderzoek) noodzakelijk geacht.
5
Afb. 1.
Locatie van het plangebied. Schaal 1:25.000.
6
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Argentum Vastgoed B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in mei-juni 2024 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Nieuw Kijkduin te Den Haag (afb. 1 en afb. 2). In een eerder stadium is een bureauonderzoek voor deze locatie gedaan (ADC Rapport 6325).1
Afb. 2.
Detailkaart van het plangebied. Schaal 1:2.000
De aanleiding voor het onderzoek is een aanvraag van een omgevingsvergunning in het kader van de voorgenomen sloop van het bestaande hotel en de bouw van een nieuw complex met een hotel, appartementen, horeca en retail. Het plan wordt Nieuw Kijkduin genoemd. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op grond van de Omgevingswet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het omgevingsplan. In het omgevingsplan Den Haag zijn de bestemmingsplannen met bijbehorende regels opgenomen. In het bestemmingsplan Kijkduin-Ockenburgh, dat op 18 december 2014 door de gemeente ‘sGravenhage is vastgesteld, heeft het plangebied de dubbelstemming Waarde - Archeologie 2.2 Volgens de hierin opgenomen bestemmingsregels is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m 2 en die dieper dan 50 cm onder het maaiveld reiken. 1
Beckers & Van der Laan 2024.
2
https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/
7
Omdat de voorgenomen plannen deze vrijstellingsgrenzen overschrijden, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Den Haag heeft in 2022 haar archeologiebeleid geactualiseerd en heeft tevens eisen aan, en handreiking voor archeologisch vooronderzoek in de gemeente Den Haag opgesteld.3 Voor dit onderzoek zijn daarom zowel de protocollen van de vigerende KNA als de richtlijnen van de gemeente Den Haag gevolgd.
3
https://www.archeologie.denhaag.nl/haagse-archeologische-richtlijnen/
8
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:
Argentum Vastgoed B.V. Contactpersoon: Adres: Weesperstraat 103 Plaats: Amsterdam Tel: E-mail: @besixred.com Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Een omgevingsvergunning is reeds aangevraagd in het kader van een nieuw hotelcomplex met woonappartementen Nieuw Kijkduin Den Haag Den Haag Zuid-Holland Kadastrale gemeente Loosduinen, sectie H, percelen 6699, 8502, 8503, 8119, 8120, 8121 en 8122 30D Ca. 7850 m2 75.081 / 454.166 (W) 75.118 / 454.207 (N) 75.137 / 454.070 (Z) 75.199 / 454.141 (O) Gemeente ‘s-Gravenhage Spui 70 ‘s-Gravenhage 14070
Fase(n) AMZ-cyclus: aanleiding:
locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens:
kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:
bevoegde overheid met contactgegevens:
deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:
@denhaag.nl
goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur(s): Uitvoering sonische boringen: autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:
Ja (24 juni 2024) 5580855100 002286 (senior-KNA-prospector) Daemen Milieutechniek mei-juni 2024 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
9
2
Archeologische verwachting In januari 2024 is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.4 Hierin is onderstaand verwachtingsmodel opgesteld. Het plangebied maakt deel uit van het duinengebied in het westen van Den Haag. De duinenpartijen zijn in dit gebied rond 1500 voor Christus ontstaan. In de Bronstijd, IJzertijd, de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen bood het duinengebied een geschikte vestigingsplaats door de nabije aanwezigheid van voedsel en de relatief hoge ligging. Na enige tijd van bewoning en akkerbouw vonden weer nieuwe verstuivingen plaats. Een archeologische vindplaats uit deze periode zal zich daarom manifesteren als een archeologische laag in het duinzand. In het gebied ten zuiden van het plangebied zijn dergelijke vegetatieniveaus en mogelijke archeologische lagen aangetroffen op 2,5 tot 3,5 m boven het NAP. In de duinen is sprake van een grillig hoogteverloop dus een dergelijke laag zou in het plangebied op een hoger niveau aanwezig kunnen zijn. Vanwege de aanwezigheid van een dik pakket duinzand van de Laag van Den Haag dat in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd in het plangebied is afgezet worden in de eerste meters onder het maaiveld geen resten uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen verwacht. Het is echter niet met zekerheid te zeggen hoe dik het pakket duinzand van de Laag van Den Haag is.
Op de nieuwe geologische kaart van Den Haag staat het duinzand van de Laag van Den Haag gekarteerd als dikker dan 2 m. Daarom wordt ervan uitgegaan dat in ieder geval binnen 2 m -mv geen resten ouder dan de Late Middeleeuwen zullen worden aangetroffen. In de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd vonden in de duinen relatief veel verstuivingen plaats en werd het gebied niet meer als woonplaats gebruikt. Kijkduin als badplaats is ontstaan aan het einde van de 19e eeuw. In het plangebied kunnen nog sporen uit deze periode bewaard gebleven zijn zoals resten van het Wilhelmina-hotel. Hoewel deze periode vaak als niet-archeologischrelevant wordt beschouwd zouden eventuele archeologische resten uit deze periode veel inzicht kunnen geven in de geschiedenis van deze badplaats en badplaatsen in Nederland in het algemeen. De halteplaats van de stoomtram in het zuiden van het plangebied en de mogelijke resten uit de Tweede Wereldoorlog zijn waarschijnlijk al bij (sub) recente bodemingrepen in het plangebied verloren gegaan. Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Tabel 2. Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Karakteristiek
Omschrijving
datering:
Bronstijd-Vroege Middeleeuwen, 19e/vroeg 20e eeuw
complextype(n):
Agrarische nederzetting (Bronstijd-Vroege Middeleeuwen), resten van het Wilhelmina-hotel
omvang:
Een agrarische nederzetting heeft een omvang van ongeveer 1000 m 2. Resten uit de 19e eeuw en vroege 20e eeuw kunnen verspreid in het plangebied aanwezig zijn.
landschappelijke en/of geologische context:
In (de top van) het duinzand
diepteligging:
Resten uit de 19e en vroege 20e eeuw liggen direct onder het maaiveld. Resten uit de Bronstijd-Vroege Middeleeuwen kunnen in ieder geval 2 m -mv tot ongeveer 2,5 m boven het NAP- (circa 7,7 – 12 m -mv) aanwezig zijn.
locatie:
Hele plangebied (Bronstijd – Vroege Middeleeuwen) In het noordwesten (19e en vroeg 20e eeuw)
soort vindplaats:
Vindplaats met een archeologische laag (Bronstijd-Vroege Middeleeuwen), vindplaatsen met een sporenniveau (19e en vroege 20e eeuw).
uiterlijke kenmerken:
Een humeuze laag met daarin een vondstspreiding van aardewerkfragmenten en houtskool (Bronstijd-Vroege Middeleeuwen), funderingen en ingravingen (19e en vroege 20e eeuw).
4
Beckers & Van der Laan 2024.
10
Karakteristiek
Omschrijving
conservering:
De kans is groot dat de resten uit de 19e en vroege 20e eeuw door de bouw van het hotel verstoord zijn geraakt, op dieper dan 10 m NAP (ZO vleugel), 9,3 m +NAP (centrale toren), 14 m +NAP- (ZO kant toren), 7 m +NAP (NO vleugel) en buiten de contouren van de bebouwing- kunnen nog intacte archeologische resten aanwezig zijn.
wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Omdat voor de nieuwe parkeerkelder dieper (tot 7,35 m + NAP ) gegraven gaat worden dan de huidige kelder (met uitzondering van de noordoostelijke vleugel die al tot 7 m +NAP is ingegraven) is kans op verstoring van archeologische waarden.
11
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (zie hoofdstuk 2). Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: - Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? - Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
3.2
Methode
Het inventariserend veldonderzoek bestaat uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met de aard en de diepte van de geplande ingrepen. Op 26 april 2024 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het PvA is ter beoordeling voorgelegd aan de gemeente Den Haag en op 29 april 2024 goedgekeurd. Voor het beantwoorden van de genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: Tabel 3. Beschrijving van de onderzoeksmethode aantal boringen:
8
boorgrid:
Geen; zoveel mogelijk gelijkmatig verspreid over de locatie rekening houdend met de aanwezige bebouwing en kabels/leidingen
diepte boringen:
12 tot 14 m -mv, 1 tot 2 m -NAP
boormethode:
Sonisch (open buis), 7 cm. Van de boringen 3-8 zijn de eerste 2 m voorgeboord met een Edelmanboor (10cm)
waarnemingstechniek: versnijden en/of verbrokkelen
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk de Archeologische Standaard Boorbeschijving/NEN 51045 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus6 en vastgelegd middels het
5
Bosch 2008; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
6
De Bakker et al. 1989.
12
invoerprogramma Deborah.7 Hierbij zal met name gelet worden op de intactheid van het bodemprofiel en de aanwezigheid van begraven bodemniveaus binnen het oude duinzand (Laag van Voorburg). De X- en Y-coördinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm. Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, is het opgeboorde sediment wel gecontroleerd op het voorkomen van archeologische vondsten en indicatoren zoals houtskool, verbrande leem en fosfaat. Deze zijn opgenomen in de boorbeschrijvingen. Tijdens het veldonderzoek zijn monsters genomen van het begraven bodemniveau in boring 4 en 6. Deze zijn nat gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 1 mm.
3.3
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
3.3.1 Veldinspectie Door de ligging in de duinen kent het plangebied aardig wat reliëf. In het noordelijke deel (rondom boring 1 en 2) is nog sprake van een enigszins natuurlijk duinreliëf met het maaiveld op het hoogste punt op een hoogte van 13,8 m NAP (afb. 3. ). Het overige deel van het plangebied is bebouwd of is sprake van een geëgaliseerd en verhard (klinkers) parkeerterrein waar het maaiveld ligt rond 11,3 m NAP (afb. 3. ). A
B Afb. 3. 7
Overzicht van het noordelijke deel (A) en zuidelijke deel (B) van het plangebied.
RAAP 2017.
13
3.3.2 Lithologische en bodemkundige beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 4. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1.
Afb. 4.
Boorpuntenkaart met de hoogte van de twee bodemniveaus in het duinzand in meters NAP
De boringen 1 en 2 zijn gezet in het onverharde deel in het noorden van het plangebied. Hier bestaat de top van de ondergrond uit 25 tot 50 cm dikke, humeuze bovenlaag. De overige boringen zijn gezet ter plaatse van de klinkerverharding van het parkeerterrein. Onder deze klinkerverharding of onder de humeuze bovenlaag in het noorden is overal binnen het plangebied een dik pakket (licht)grijsgeel, kalkrijk, zwak siltig, goed gesorteerd, matig goed afgerond, matig fijn zand aanwezig. In boring 2, 3 en 4 is tot een diepte van 200 tot 250 cm -mv bouwpuin (baksteen, beton, spijker) aangetroffen waaruit blijkt dat de bodem hier (minimaal) tot deze diepte geroerd is. Ook in de 5 en 6 is tot een diepte van respectievelijk 150 en 290 cm -mv een iets gevlekte en geroerde laag aanwezig. In de boringen 1, 7 en 8 zag de opbouw van de ondergrond er onder de dunne humeuze bovenlaag (boring 1) of klinkerverharding (boring 7 en 8) niet verstoord uit, maar niet uitgesloten is dat ook hier de top van de ondergrond in enige mate verstoord is. Onder de geroerde bovenlaag bevindt zich overal een dik pakket ongeroerd, kalkrijk, goed gesorteerd licht(grijs)geel duinzand waarin geen duidelijke gelaagdheid zichtbaar is (afb. 5. ).
In boring 1 heeft dit pakket een dikte van 12 meter en is tussen 1200 en 1230 cm -mv (0,79 en 1,09 m NAP) een dun zwak humeus, kalkarm laagje aanwezig dat naar onderen toe weer overgaat in kalkrijk zand. Dit betreft een dun begraven bodemniveau. In boring 2 gaat het zandpakket op
14
Afb. 5.
Boorkern boring 1 met dik pakket duinzand zonder duidelijke gelaagdheid. De boring is uitgelegd per 2 m met het maaiveld linksboven.
vergelijkbare hoogte (1070 cm -mv; 0,93 m NAP) ook over in humeus zand en is tussen 1080 en 1120 cm -mv (0,43 en 0,83 m NAP) zwak zandig veen aanwezig (afb. 6. ). Ook in boring 5 is tussen 925 en 950 cm -mv (1.84 – 2.09 m NAP) een 25 cm dunne, zwak zandige veenlaag aanwezig. In de overige boringen is geen veen aanwezig. Wel bevindt zich in de boringen 7 en 8 op vergelijkbare diepte (respectievelijk 2.26 en 1.89 m -NAP) een dunne laag kalkloos zand in een verder dik pakket kalkrijk zand. Dit moet ook gezien worden als een begraven bodemniveau binnen het duinzand waar het duinzand is ontkalkt doordat het enige tijd aan het oppervlak gelegen heeft.
Afb. 6.
Boorkern boring 2 met rond 9 meter onder maaiveld een veenlaag. De boring is uitgelegd per 2 m met het maaiveld linksboven.
In boring 8 en ook in boring 2 is boven het ontkalkte niveau of de veenlaag en gescheiden door een laag kalkrijk duinzand op een diepte van respectievelijk 770 en 880 cm -mv (3,59 en 2,83 m NAP) nog een laag kalkloos (boring 2) of kalkarm (boring 8) zand aanwezig. Dit moet mogelijk gezien worden als een tweede bodemniveau. In boring 4 en 6, in het oosten van het plangebied, is op vergelijkbare diepte, op 770 en 780 cm -mv (3,58 en 3,54 m NAP) een enkele centimeters dun humeus bandje aanwezig met daaronder nog een laag kalkloos zand (afb. 7. en afb. 8. ). Ook dit betreft een dun begraven bodemniveau.
15
De kalkloze en/of humeuze lagen gaan overal naar onderen toe weer over in kalkrijk zand. Vanaf een diepte van 980 tot 1200 (+1.54 en -0,37 m NAP) is hierin een geringe hoeveelheid schelpengruis of -fragmenten aangetroffen en in boring 5 ook een complete schelp van een kokkel.
Afb. 7.
Boorkern boring 4. De boring is uitgelegd per 2 m met het maaiveld linksboven.
Afb. 8.
Detail van de humeuze laag in boring 4.
3.3.3 Landschappelijke interpretatie Op basis van de verkennende boringen is een schematische doorsnede van de ondergrond van het plangebied gemaakt (afb. 9. ). Aan de basis van het gedocumenteerde bodemprofiel zijn de afzettingen aanwezig die op basis van het voorkomen van schelpgruis of schelpfragmenten mogelijk al gezien moeten worden als strandafzetting, maar mogelijk ook nog de duinvoet betreft. Er was ook geen duidelijke grens zichtbaar in de boringen met de bovenliggende afzettingen, waardoor het onderscheid tussen het strand- en duinzand in de boringen niet goed gemaakt kan worden. De basis van de gedocumenteerde opbouw van de ondergrond moet daarom gerekend worden tot het duin-/strandzand van de Laag van Voorburg/Rijswijk met de top op een hoogte van 1,54 tot -0,37 m NAP. Boven deze afzettingen is overal een dik pakket duinzand aanwezig dat voornamelijk gerekend moet worden tot de jonge duinafzettingen van de Laag van Den Haag en deels ook oud duinzand van de Laag van Voorburg. Onderscheid tussen deze lagen kon in de boringen niet met zekerheid gemaakt worden, daarom is het in afbeelding 9 weergegeven als duinzand. Onderin dit pakket duinzand zijn in de boringen meerdere begraven bodemniveaus aangetroffen in de vorm van ontkalkte en/of humeuze lagen en in boring 2 en 5 ook veen. In het noorden van het plangebied, in
16
Afb. 9.
Schematische doorsnede van het plangebied.
boring 2, is op een hoogte van 0,83 m NAP een veenlaag aangetroffen die is gevormd in een natte laagte in het duingebied. Verder naar het westen verdwijnt de veenlaag, maar is in boring 1 op hetzelfde niveau nog wel een humeuze laag aanwezig. In boring 5 ligt de veenlaag met een hoogte van 2,09 duidelijk hoger dan in boring 1. Voor beide boringen geldt dat de hoogte van de veenlaag past binnen het beeld dat is waargenomen bij het onderzoek aan de Meer en Boslaan en omgeving, vanaf 120 m ten zuidwesten van onderhavig plangebied. Hier is op meerdere plekken veen aangetroffen op een hoogte tussen 1 en 2 m NAP.8 Het veen binnen onderhavig plangebied kan waarschijnlijk gecorreleerd worden aan deze veenlaag en het veen in boring 2 en 5 moet dan meest waarschijnlijk ook gezien worden als één niveau dat oploopt in zuidelijke richting. In het zuidoostelijke deel van het plangebied ontbreekt het veen, maar is in boring 4 en 6 op een hoogte van 3,54 – 3,58 m NAP wel een dun humeus laagje aanwezig dat waarschijnlijk overeenkomt met de veenlaag in boring 2 en 5. Dit zou betekenen dat dit niveau hier verder oploopt en in een hoger en droger deel van het duinlandschap gevormd is. In boring 8 zijn echter twee ontkalkte lagen in het duinzand herkend en ook in boring 5 bevindt zich boven de veenlaag en gescheiden door kalkrijk zand nog een laag kalkloos zand.
Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat er sprake is van twee (of mogelijk zelfs drie) bodemniveaus. In boring 3 waren geen bodemniveaus herkenbaar, mogelijk als gevolg van erosie.
8
Boonstra & Rieffe 2012, 14 en bijlage 2.
17
3.3.4 Archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek is een verwachting opgesteld voor resten van het Wilhelminahotel in de top van het duinzand en resten uit de Bronstijd tot Vroege Middeleeuwen in een dieper begraven bodemniveau binnen of onder het duinzand (zie hoofdstuk 2). Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat de top van de ondergrond bestaat uit een geroerd en puinhoudend pakket. Hoewel de aard en ouderdom van deze verstoringen op basis van de boringen niet kan worden vastgesteld, lijkt deze verstoring meest waarschijnlijk gerelateerd te moeten worden aan de bouw van het bestaande hotel, waardoor de verwachting voor intacte resten van het Wilhelminahotel naar beneden moet worden bijgesteld tot laag. Vanaf een diepte van 3,58 m NAP (770 cm -mv) in boring 4 tot 1,09 m NAP (1200 cm -mv) in boring 1 zijn in de ondergrond één tot mogelijk zelfs drie bodemniveaus aangetroffen waarop mogelijk nog archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen. De hoge verwachting voor deze periode blijft daardoor vanaf deze diepte behouden. In de bovenliggende duinzanden zijn geen bodemniveaus waargenomen, waardoor aan deze duinzanden tot een diepte van 770 -mv (3,58 m NAP) een lage verwachting kan worden toegekend.
3.4
Conclusies
De in paragraaf 3.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: -
Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? De basis van de gedocumenteerde opbouw van de ondergrond wordt gevormd door tot het duin-/strandzand van de Laag van Voorburg/Rijswijk met de top op een hoogte van 1,54 tot -0,37 m NAP. Boven deze afzettingen is overal een dik pakket duinzand aanwezig dat voornamelijk gerekend moet worden tot de jonge duinafzettingen van de Laag van Den Haag en deels ook oud duinzand van de Laag van Voorburg. De grenzen tussen deze afzettingen was in de boringen echter niet goed te maken. Vanaf een diepte van 3,58 m NAP (770 cm -mv) in boring 4 tot 1,09 m NAP (1200 cm -mv) zijn in dit pakket duinzand in de boringen één tot mogelijk drie begraven bodemniveaus aangetroffen in de vorm van ontkalkte en/of humeuze lagen en in boring 2 en 5 ook veen. De top van het bodemprofiel wordt gevormd door een geroerd pakket dat waarschijnlijk gerelateerd moet worden aan de bouw van het bestaande hotel.
-
Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De top van de ondergrond is bij de bouw van het bestaande hotel in enige mate verstoord. In boring 2, 3 en 4 is tot een diepte van 200 tot 250 cm -mv bouwpuin (baksteen, beton, spijker) aangetroffen waaruit blijkt dat de bodem hier (minimaal) tot deze diepte geroerd is. Ook in de 5 en 6 is tot een diepte van respectievelijk 150 en 290 cm -mv een iets gevlekte en geroerde laag aanwezig. In de boringen 1, 7 en 8 zag de bodem er onder de dunne humeuze bovenlaag (boring 1) of klinkerverharding (boring 7 en 8) niet verstoord uit, maar niet uitgesloten is dat ook hier de top van het bodemprofiel in enige mate verstoord en/of afgetopt is.
-
Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Ja. Onderin het pakket duinzand zijn in de boringen één of mogelijk meerdere begraven bodemniveaus aangetroffen in de vorm van ontkalkte en/of humeuze lagen en in boring 2 en 5 ook veen.
18
-
Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? De diepte van de bodemniveaus ten opzichte van het maaiveld en NAP verschilt sterk binnen het plangebied. De top hiervan ligt tussen een diepte van 3,58 m NAP (770 cm mv) in boring 4 tot 1,09 m NAP (1200 cm -mv) in boring 1.
-
Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Nee, bij het verkennend booronderzoek zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Ook niet in de zeefmonsters van de humeuze laag in boring 4 en 6.
-
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De verwachting voor resten en sporen van het Wilhelminahotel kan naar beneden worden bijgesteld tot laag. De hoge verwachting voor resten uit de Bronstijd tot Vroege Middeleeuwen binnen het duinzand blijft behouden. Deze verwachting heeft wel alleen betrekking op de begraven bodemniveaus vanaf een diepte van 3,58 m NAP (770 cm -mv) in boring 4 tot 1,09 m NAP (1200 cm -mv). De bovenliggende duinzanden hebben een lage archeologische verwachting.
-
In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? De geplande bodemingrepen reiken tot een diepte van 7 meter onder het huidige maaiveld en blijven daarmee rekening houdend met een buffer van minimaal 30 cm boven het potentiële archeologische niveau. Hierdoor vormen de geplande werkzaamheden geen bedreiging voor het archeologisch bodemarchief.
-
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Ja, het plangebied is voor de huidig geplande werkzaamheden voldoende onderzocht. Aangetoond is dat binnen de geplande bodemingrepen geen archeologische resten en/of sporen worden verwacht. Op een dieper niveau kunnen nog wel archeologische resten/sporen verwacht, waardoor voor eventuele, toekomstige diepere (grootschalige) bodemingrepen wel verder onderzoek (waarschijnlijk in de vorm van een karterend booronderzoek) nodig zal zijn.
19
4
Aanbeveling Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat binnen de geplande verstoringsdiepte het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. ADC ArcheoProjecten adviseert daarom om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Den Haag. Vanaf 770 cm onder maaiveld kunnen mogelijk nog wel archeologische resten en of sporen uit de periode vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. Indien in de toekomst wel (grootschalige) bodemingrepen tot deze diepte worden uitgevoerd, wordt hiervoor wel aanvullend archeologisch onderzoek (waarschijnlijk in eerste instantie in de vorm van een karterend booronderzoek) noodzakelijk geacht. Het bovenstaande advies is onderschreven door de bevoegde overheid.
20
Literatuur Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Beckers, I.S.J. & E. van der Laan, 2024: Deltaplein 200 te 's-Gravenhage, gemeente ’sGravenhage. Een bureauonderzoek, Amersfoort, (ADC Rapport 6325). Boonstra, Y.M., and E.C. Rieffe. 2012: Meer En Boslaan En Omgeving, Gemeente Den Haag Bureauonderzoek En Archeologische Begeleiding Vervanging Riool Haagse Archeologische Rapportage nummer 1206. Den Haag. Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode. Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2, Utrecht (TNO-rapport NITG 2008-UR0246/A). Koster, K., en P. Vos, 2019, Herziening geologische kaart gemeente Den Haag en Rijswijk. (TNOrapport R11927). Utrecht. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. RAAP, 2017: Deborah3, v1.1.114, Weesp.
21
Geraadpleegde websites https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/
22
Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4.
Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9.
Locatie van het plangebied. Schaal 1:25.000. Detailkaart van het plangebied. Schaal 1:2.000 Overzicht van het noordelijke deel (A) en zuidelijke deel (B) van het plangebied. Boorpuntenkaart met de hoogte van de twee bodemniveaus in het duinzand in meters NAP Boorkern boring 1 met dik pakket duinzand zonder duidelijke gelaagdheid. De boring is uitgelegd per 2 m met het maaiveld linksboven. Boorkern boring 2 met rond 9 meter onder maaiveld een veenlaag. De boring is uitgelegd per 2 m met het maaiveld linksboven. Boorkern boring 4. De boring is uitgelegd per 2 m met het maaiveld linksboven. Detail van de humeuze laag in boring 4. Schematische doorsnede van het plangebied.
Tabel 1. Tabel 2. Tabel 3.
Overzicht van de verschillende perioden. Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Beschrijving van de onderzoeksmethode
Afb. 5. Afb. 6.
23
Bijlage 1. Boorstaten verkennend booronderzoek
24
Bijlage 1. Den Haag - Nieuw Kijkduin. Boorstaten verkennend booronderzoek
Boring: 002286_1 Kop algemeen: Projectcode: 002286, Boornummer: 1, Beschrijver(s): KH, Datum: 27-05-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 1400 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 75106.29, Y-coördinaat in meters: 454182.42, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 13.09, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Den Haag, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 13.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 50 / 12.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 300, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte:
kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 300 / 10.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 300, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 720, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 720 / 5.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 720, Ondergrens laag in cm: 725, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Laag opmerking: Opmerking: iets kleiig: komt van boven 725 / 5.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 725, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 840, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen,
Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 840 / 4.69 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 840, Ondergrens laag in cm: 1120, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: schatting bovengrens 1120 / 1.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1120, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 1200, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 1200 / 1.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1200, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1230, Aard ondergrens: geleidelijk (0, 3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond,
Kalkgehalte: kalkarm, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Brokken en vlekken: humusvlekken 1230 / 0.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1230, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1270, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: oude duin en strandafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort 1270 / 0.39 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1270, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 1400, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: strand(vlakte)afzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort Einde boring 1400 / -0.91
1 bron: Denhaag-kijkduin.geojson - 17-06-2024 14:32:32
Bijlage 1. Den Haag - Nieuw Kijkduin. Boorstaten verkennend booronderzoek
Boring: 002286_2 Kop algemeen: Projectcode: 002286, Boornummer: 2, Beschrijver(s): KH, Datum: 27-05-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 1400, Grondwaterstand: 980 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 75138.22, Y-coördinaat in meters: 454185.95, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.63, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Den Haag, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 11.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 25, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 25 / 11.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 25, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 250, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed
gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: beton op 200 en 250 250 / 9.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 250, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 620, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 620 / 5.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 620, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 640, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Laag opmerking: Opmerking: mogelijk restant van humeuze bovenlaag: komt van boven 640 / 5.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 640, Aard bovengrens: geleidelijk
(0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 810, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 810 / 3.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 810, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 880, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 880 / 2.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 880, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 900, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: top
strandzand? 900 / 2.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 900, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1000, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 1000 / 1.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1000, Ondergrens laag in cm: 1040, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 1040 / 1.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1040, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1070, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: blauw-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv
Schoorl 1070 / 0.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1070, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 1080, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs-zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 1080 / 0.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1080, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 1120, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: zwak zandig, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Plantenresten: bladeren-veel (>10%), Kalkgehalte: kalkloos, Lithostratigrafie: Fv Nieuwkoop, Hollandveen LP 1120 / 0.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1120, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1155, Aard ondergrens: geleidelijk (0, 3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: oude duin en strandafzettingen, Lithostratigrafie: Fv
Naaldwijk, LPv Zandvoort 1155 / 0.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1155, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1200, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: blauw-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oude duin en strandafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort 1200 / -0.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1200, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 1400, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Schelpresten: schelp (marien)-fragment-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oude duin en strandafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort Einde boring 1400 / -2.37
2 bron: Denhaag-kijkduin.geojson - 17-06-2024 14:32:32
Bijlage 1. Den Haag - Nieuw Kijkduin. Boorstaten verkennend booronderzoek
Boring: 002286_3 Kop algemeen: Projectcode: 002286, Boornummer: 3, Beschrijver(s): KH, Datum: 27-05-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 1200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 75148.28, Y-coördinaat in meters: 454157.48, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.34, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Den Haag, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 11.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 250, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-10 cm, Kleur: grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Laag opmerking: Opmerking: hout op 250 en baksteen op 4 m maar mogelijk hoger.
rond 2 m wat gevoeld met boren 250 / 8.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 250, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 360, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 360 / 7.74 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 360, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 900, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkarm, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 900 / 2.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 900, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1140, Aard ondergrens: geleidelijk (0,33 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkarm, Lithogenese:
duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 1140 / -0.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 1140, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1200, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Schelpresten: schelp (marien)-gruis-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: strand(vlakte)afzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort Laag opmerking: Opmerking: strandzand? Einde boring 1200 / -0.66
3 bron: Denhaag-kijkduin.geojson - 17-06-2024 14:32:32
Bijlage 1. Den Haag - Nieuw Kijkduin. Boorstaten verkennend booronderzoek
Boring: 002286_4 Kop algemeen: Projectcode: 002286, Boornummer: 4, Beschrijver(s): KH, Datum: 28-05-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 1200, Grondwaterstand: 950 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 75174.8, Y-coördinaat in meters: 454129.95, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.28, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Den Haag, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 11.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-10 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: klinker 10 / 11.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 200, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-10 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten
Laag opmerking: Opmerking: baksteen, spijker 200 / 9.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 200, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 330, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Laag opmerking: Opmerking: lijkt schoon duinzand 330 / 7.98 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 330, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 335, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkarm, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Laag opmerking: Opmerking: gevlekt, oude bodem, maar mogelijk onderkant verstoring 335 / 7.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 335, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 700, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse:
matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 700 / 4.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 700, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 770, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 770 / 3.58 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 770, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 775, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 775 / 3.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 775, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 820, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie:
Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 820 / 3.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 820, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 900, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkarm, Lithogenese: oude duin en strandafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort Laag opmerking: Opmerking: strandzand??? 900 / 2.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 900, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 1200, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Schelpresten: schelp (marien)-fragment-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: oude duin en strandafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort Einde boring 1200 / -0.72
4 bron: Denhaag-kijkduin.geojson - 17-06-2024 14:32:32
Bijlage 1. Den Haag - Nieuw Kijkduin. Boorstaten verkennend booronderzoek
Boring: 002286_5 Kop algemeen: Projectcode: 002286, Boornummer: 5, Beschrijver(s): KH, Datum: 28-05-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 1200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 75125.08, Y-coördinaat in meters: 454128.78, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.34, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Den Haag, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 11.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-10 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: klinker 10 / 11.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-10 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 150 / 9.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Ondergrens laag in cm: 700, Boortype en
diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Laag opmerking: Opmerking: bovengrens onduidelijk 700 / 4.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 700, Ondergrens laag in cm: 800, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: onbekend Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd, Afronding: matig afgerond Laag opmerking: Opmerking: GM 800 / 3.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 800, Ondergrens laag in cm: 870, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl 870 / 2.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 870, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 925, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte:
kalkrijk, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 925 / 2.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 925, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 950, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: bruin-zwart Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: zwak zandig, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Kalkgehalte: kalkloos, Lithostratigrafie: Fv Nieuwkoop, Hollandveen LP Laag opmerking: Opmerking: stevog, compact veen, hout, mos 950 / 1.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 950, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 980, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 980 / 1.54 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 980, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 1200, Boortype en diameter: Aqualock 7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond,
Schelpresten: schelp (marien)-fragment-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: strand(vlakte)afzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Zandvoort Laag opmerking: Opmerking: complete kokkel Einde boring 1200 / -0.66
5 bron: Denhaag-kijkduin.geojson - 17-06-2024 14:32:32
Bijlage 1. Den Haag - Nieuw Kijkduin. Boorstaten verkennend booronderzoek
Boring: 002286_6 Kop algemeen: Projectcode: 002286, Boornummer: 6, Beschrijver(s): KH, Datum: 28-05-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 1200, Grondwaterstand: 840 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 75160.82, Y-coördinaat in meters: 454121.11, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 11.34, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Zuid-Holland, Gemeente: Den Haag, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 11.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-10 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: klinker 10 / 11.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 250, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-10 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkrijk, Lithogenese: jonge duinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Naaldwijk, LPv Schoorl Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 250 / 8.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in