CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323749 Bijlage 2 bijlagen Nota Wijkgerichte zorg

Commissie Samenleving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Toekomstbestendige Huisartsenzorg7.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlagen Nota Wijkgerichte zorg

1

Inhoud Bijlagen Nota Wijkgerichte zorg ............................................................................................... 1 Bijlage 1 Trends & ontwikkelingen........................................................................................... 3 Bijlage 1.1 Vergrijzing, nieuwkomers en kwantitatieve groei .................................................. 3 Bijlage 1.2 Toenemend personeelstekort ............................................................................. 6 Bijlage 1.3 Van solopraktijk naar meer gezondheidscentra en HOED-praktijken ..................... 8 Bijlage 1.4 Transformatie integrale benadering zorg, preventie en sociale basis ................... 11 Bijlage 1.5 Verandering organisatie zorg: decentralisatie en centralisatie trends .................. 13 Bijlage 1.6 Ruimte schaarste en vastgoedprijzen ................................................................ 14 Bijlage 2. Vastgestelde beleidsuitgangspunten op basis van beleidsnota’s en wet- en regelgeving. ......................................................................................................................... 16 Bijlage 2.1 Sociale wet- en regelgeving Landelijk ................................................................ 16 Bijlage 2.2 Haagse beleidsplannen voor het sociaal domein ...........................................

18 Bijlage 2.3 Haagse nota richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen ............................................................................................................................ 19 Bijlage 2.4 Omgevingsvisie Den Haag 2050 .................................................................... 20 Bijlage 2.5 Wet- en regelgeving mbt vastgoed ................................................................ 21 Bijlage 2.6 Gemeentelijk beleid mbt vastgoed en fysieke leefomgeving............................ 22 Bijlage 3 Verschillen tussen wijken ........................................................................................ 25 Bijlage 4. Data verantwoording.............................................................................................. 29 Bijlage 5 Zorg en sociale dienstverlening kaart Den Haag ....................................................... 30 Ziekenhuizen en spoedeisende hulp (2de en 3de lijnszorg) .................................................... 30 2delijnszorg klinieken en specials ....................................................................................... 30 0-lijn sociaal domein gemeente SZW ................................................................................. 31

2

Bijlage 1 Trends & ontwikkelingen Bijlage 1.1 Vergrijzing, nieuwkomers en kwantitatieve groei Groei van de stad Den Haag is de afgelopen jaren sterk gegroeid en deze bevolkingsgroei zet de komende jaren door. Hiermee neemt ook de behoefte aan wijkgerichte zorgvoorzieningen toe. De groei van de bevolking zorgt volgens de prognose een behoefte van ca 18 huisartsen tot 2030 Den Haag breed. Richting 2030 gaat het voor eerstelijnszorg totaal om ca 11.000 m2 aan extra ruimte.

Prognose aantal inwoners 650000 600000 550000 500000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033

De zorgvraag in Den Haag neemt de komende jaren fors toe, niet alleen door de groei van de stad, maar vooral door de dubbele vergrijzing. Dit betekent dat het aantal ouderen stijgt én dat binnen deze groep het aandeel 80-plussers het sterkst groeit. Hierdoor neemt de druk op de wijkgerichte zorg aanzienlijk toe, omdat ouderen – en met name 80-plussers – veel vaker een beroep doen op de huisarts dan jongere leeftijdsgroepen. Deze demografische ontwikkeling leidt ertoe dat het aantal mensen met chronische aandoeningen de komende tien jaar naar verwachting met circa 30% zal stijgen. Dit komt niet alleen door de bevolkingsgroei, maar vooral door de veranderende samenstelling van de bevolking. Voor de komende vijf jaar betekent dit dat er in Den Haag behoefte is aan zes extra fte huisartsen om aan de toenemende zorgvraag te voldoen. Daarnaast zijn er duidelijke verschillen in gezondheid en zorgbehoefte tussen de Haagse wijken. De mate van samenwerking tussen zorgprofessionals verschilt per wijk, net als het aanbod van preventieve projecten en integrale zorg. Wijken met de grootste gezondheidsachterstanden krijgen extra aandacht, maar niet alle wijken profiteren in gelijke mate van wijkgerichte zorginitiatieven. Dit vraagt om maatwerk en een wijkgerichte aanpak die aansluit bij de specifieke behoeften en omstandigheden van elke wijk.

Huisartsenbezoek naar leeftijd en ontwikkeling in Den Haag Huisartsenbezoek

Gemiddeld aantal 2023 2031 toe/ of afname in huisartsenbezoeken % per jaar in NL1 0 t/m 4 jaar 5 28778 28587 -0,7 5 t/m 14 jaar 2,6 61481 54712 -12,4 15 t/m 19 jaar 3 32416 31775 -2,0 20 t/m 44 jaar 3,4 210564 229851 8,4 45 t/m 64 jaar 4,3 145210 154789 6,2 65 t/m 79 jaar 5,7 64784 74639 13,2 80 jaar en ouder 10,1 19652 26840 26,8 1 Hierbij zijn grote verschillen tussen inwoners. 25% gaat helemaal niet naar de huisarts binnen een tijdsperiode van een jaar. Bron: CBS en Den Haag in Cijfers

3

Extramuralisering, langer thuis Er is niet alleen vergrijzing. Inwoners wonen steeds langer zelfstandig thuis. Dit betekent concreet dat ook mensen met een zwaardere zorgvraag thuis blijven wonen, ondersteund met zorg op maat. Intramurale voorzieningen worden afgebouwd. Naast een diversiteit aan woningen krijgt wijkgerichte zorg daarom steeds groter belang. Gerelateerd aan deze ontwikkeling komen er meer geclusterde woonzorgwoningen. De plinten van deze gebouwen zijn interessante locaties voor nieuwe wijkgerichte zorg. Tegelijk verschuift de focus in de zorg van ‘ziekte en behandeling’ naar ‘gezondheid en eigen regie’. In lijn met het concept van positieve gezondheid wordt de wijk steeds meer gezien als de plek waar gezondheid begint: met ruimte om te bewegen, elkaar te ontmoeten, en betekenisvol mee te doen. Dit vraagt om een zorgzame leefomgeving waarin wonen, zorg, welzijn en gezondheid slim met elkaar verbonden zijn. Behoefte voor specifieke (taal) doelgroep: studenten, expats en arbeidsmigranten Den Haag is een internationale stad. Dit leidt ertoe dat zorg ook in het Engels wordt aangeboden, bijvoorbeeld met een internationaal medisch centrum gericht op expats in Benoordenhout. De internationalisering neemt nog steeds toe. Voor expats is er een groei van ca 5,5% per jaar (The Hague International Centre 2021).

Grote groei zit in studentenhuisvesting met groeiende behoefte van ca 750 extra internationale studentenwoningen per jaar en dat zal ondanks beleid om dit terug dringen met onder meer uitbreiding van Universiteit Leiden niet afnemen. Dit leidt tot specifieke studentenhuisartsen, die 24/7 service en veel online-diensten aanbieden in het centrum/CID. Ook is er een groei van ca 1.300 extra arbeidsmigranten per jaar (7,2%, Decisio, 2022). Deze groepen bewoners hebben niet altijd (direct) een huisarts. Op basis van inschattingen van andere gemeenten gaat het om 70% dat niet ingeschreven is bij een huisarts. Hierdoor is het gebruik van huisartsen en tandartsen lager dan in eerste instantie verwacht kan worden op basis van aantal inwoners. Aan de andere kant zijn er ook veel situaties, die vragen om extra wijkgerichte zorg, zoals bijvoorbeeld met LOKAAL Transvaal. Bij Lokaal Tranvaal biedt de gemeente samen met diensten van andere partijen hulp aan voor arbeidsmigranten die vastlopen. In Zuidwest hebben bewoners de Zorgkamer opgericht. Vanwege taalbarrière durven of gaan mensen soms niet naar de dokter. Dit betreft ook bewoners die al lang in Den Haag wonen en geen Nederlands spreken. De Zorgkamer biedt op elke mogelijke manier laagdrempelige hulp in de ruimste zin van gezondheid, welzijn en welbevinden.

Blijvende verschillen in zorgbehoefte tussen verschillende wijken In Den Haag is sprake van grote verschillen tussen wijken en ruimtelijke segregatie. Deze vertaalt zich ook in verschillen in gezondheid tussen wijken. Zo leven mannen in Haagse wijken met achterstand 12,4 jaar korter in goede gezondheid dan mannen in Haagse wijken zonder achterstand.121 Bij vrouwen gaat het om een verschil van maar liefst 13,8 jaar. Deze verschillen zijn niet zomaar weggewerkt. Ook zijn er verschillen in mate van vergrijzing. In bijlage 2 zijn verschillen tussen wijken weergegeven (zie ook segregatiemonitor). De wijken met meer gezondheidsproblemen in Den Haag vragen meer zorg in nabijheid. Dit zijn de wijken in Den Haag Zuidwest en Laak, Schilderwijk, Transvaal, Waldeck en Mariahoeve. Over het algemeen is deze extra zorg er niet altijd. Juist wijken als Moerwijk hebben naar ratio van het aantal inwoners minder huisartsen. Hierbij zit een samenhang met verdiencapaciteit in negatieve zin.

4

Gebruik huisartsenzorg naar leeftijd en sociaal economische status (Nivel) Leeftijd/sociaal economische status

Laag

midden

hoog

t/m 29

onbekend

30-39

4,8

3

2,3

40-49

5,1

3,6

2,5

50-59

5,6

4,3

3,1

60-69

6,1

4,8

4

70-79

7,6

6

5,4

80-89

10,5

9

8,5

90-99

13,2

12,9

12,2

onbekend onbekend

5

Bijlage 1.2 Toenemend personeelstekort Personeelsschaarste De huisartsenzorg in Den Haag staat, net als in de rest van Nederland, structureel onder druk door een groeiend tekort aan zorgpersoneel. Uit onderzoek van KPMG (2020) blijkt dat 82% van de huisartsen in de regio Haaglanden een hoge werkdruk ervaart, mede veroorzaakt door personeelstekorten. Zo geeft 63% van de huisartsen aan een tekort te hebben aan doktersassistenten, een percentage dat naar verwachting zal oplopen tot meer dan 75% in 2028. Ook het tekort aan praktijkondersteuners is aanzienlijk: 54% tot 65% van de huisartsen in Haaglanden heeft hiermee te maken. Deze problematiek wordt versterkt doordat de afgelopen jaren steeds meer taken vanuit de tweedelijnszorg (zoals ziekenhuizen en specialisten) naar de eerstelijnszorg, oftewel de huisartsenpraktijken, zijn verschoven. Hierdoor neemt de zorgvraag in de eerste lijn toe, terwijl het personeelsaanbod achterblijft. Dit leidt tot een steeds grotere druk op huisartsen en hun teams. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar: waar in 2020 geen enkele Haagse huisartsenpraktijk een patiëntenstop had ingesteld, blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer (2025) dat inmiddels meer dan 75% van de huisartsen in Haaglanden genoodzaakt is nieuwe patiënten af en toe te weigeren en lopende het jaar of continu een stop te hebben gehad.

Op het moment van schrijven kunnen patiënten bij 49 van de 110 huisartsenvestigingen in Den Haag nog slechts terecht. Dit illustreert hoe de toenemende schaarste aan zorgpersoneel, in combinatie met de verschuiving van taken vanuit de tweede naar de eerste lijn, de toegankelijkheid en continuïteit van huisartsenzorg ernstig onder druk zet.

6

Toenemend belang kwaliteit van huisvesting Toenemende personeelstekorten zorgen er voor dat kwaliteit van huisvesting ook meer van belang wordt. Personeel kan overal werken. Een goede werkomgeving en bereikbaarheid spelen dan mee. Dit zorgt ervoor dat er ook ruimtelijk scheefheid toeneemt. Concurrentie tussen regio’s met incentives Een aantal gemeenten neemt maatregelen om de eerste lijn te versterken, ondanks dat dit formeel geen gemeentelijke taak is. In Amstelveen worden in wijken met de grootste zorgvraag praktijkruimtes gerealiseerd en door de gemeente tegen lage huurprijzen aangeboden, zodat nieuwe huisartsen en overige formelen en informele zorgverleners zich makkelijker kunnen vestigen. Sinds kort heeft de gemeente Leiden een subsidie voor nieuwbouw specifiek voor huisartsen, die geldt voor elke nieuwbouw ongeacht of het door de gemeente wordt verhuurd. Ook bij meer gemeenten zien we dat er meer dan voorheen wordt verhuurd aan huisartsen vanuit de gemeente of dat er sprake is van provinciale bemoeienis. De provincie Zeeland zet in op het aantrekken van huisartsen door hen een gratis vakantiehuisje aan te bieden.

7

Bijlage 1.3 Van solopraktijk naar meer gezondheidscentra en HOEDpraktijken Type praktijken Er zijn veel verschillende manieren bekend waarop huisartsen en wijkgerichte zorg zich vestigen:

Schaalvergroting: van solopraktijk naar gezondheidscentra Er zijn verschillende trends tegelijkertijd gaande, die ertoe leiden dat er schaalvergroting plaatsvindt en er minder solopraktijken zijn en meer gezondheidscentra. Deze schaalvergroting heeft in vierkante meters meer impact op ruimtevraag naar wijkgerichte zorg, dan de groei van de stad. Huisartsen hebben in toenemende mate de voorkeur om in loondienst te gaan of waarnemer te worden in plaats van als praktijkhouder te opereren. Solopraktijken kunnen daarom geen opvolger vinden. Ongeveer 1 op 3 huisartsen in Den Haag gaat de komende (ca) 5 jaar met pensioen. Solopraktijken worden dan in veel gevallen samengevoegd of praktijken worden beëindigd en patiënten verdeeld over de andere praktijken en worden groter. Ontwikkeling Solo, Duo en Groepspraktijken in Nederland

8

Bron: Algemene rekenkamer, 2025 Voor burgers is het daarnaast makkelijk dat de verschillende zorgaanbieders vlak bij elkaar zitten. Burgers zien zichzelf meer als consument van zorg en willen net als supermarkt een onestop shop met zorgverleners bij elkaar. Voor hen is het zorglandschap nog onoverzichtelijk en versnipperd. Een andere factor is dat de huurprijs per m2 van kleinere ruimtes gemiddeld hoger ligt dan die van grote ruimtes. Door ruimte te delen wordt bovendien er extra ruimte bespaart (bijvoorbeeld: entree, lab, wachtruimte, receptie; toiletruimtes, pantry, etc.). Hiermee worden praktijkruimten betaalbaar gehouden en met onderverhuur per dagdeel aan andere zorgaanbieders worden extra opbrengsten gegenereerd. De zorgverzekeraars oefenen met lage tarieven voor huisvestingsvergoeding in toenemende mate druk uit om meer fysiek bij elkaar te gaan zitten. Zeker ook omdat er geen onderscheid gemaakt wordt in de tarieven per locatie met hogere prijzen in stedelijk gebieden (zie wetgeving hoofdstuk 3). Andere zorgaanbieders willen graag bij de huisartsen zitten, omdat ze dan zichtbaar zijn voor potentiële cliënten/patiënten. De huisarts kan makkelijk iemand verwijzen naar hun diensten. Tegelijkertijd is er ook een rem. Tot 2019 was er de Vinexregeling, waarbij het Rijk de aanloopverliezen bij nieuwe gezondheidscentra bij grootschalige gebiedsontwikkeling deels subsidieerde.

Naar aanleiding van afname van grootschalige gebiedsontwikkeling in de jaren daarvoor is de regeling verdwenen. Zorgverzekeraars gaan vanaf 2026 wel nul-praktijken steunen. Dit zijn nieuwe praktijken, die nog geen patiënten hebben.

9

Bron: LHV Bouwadvies eerstelijnszorg; NB een reguliere Solopraktijk met een huisarts in opleiding dat meeste huisartsen het geval is heeft 150 m2

10

Bijlage 1.4 Transformatie integrale benadering zorg, preventie en sociale basis Menselijke maat Er is een toenemende aandacht voor de menselijke maat –benadering. Exemplarisch is de kinderopvangtoeslag-affaire waarbij een belangrijk kritiekpunt is dat de overheid te veel op afstand staat van haar inwoners. Een gezondheidscentrum met huisarts staat dichter bij de burger. Steeds meer inwoners komen daardoor met vragen bij huisarts, waarbij ze eigenlijk moeten zijn bij de gemeente Den Haag. Tegelijkertijd wordt de gemeente Den Haag steeds meer verantwoordelijk voor ondersteuning en zorg voor kwetsbare inwoners gelegd vanuit het landelijk en gemeentelijk beleid (zie hoofdstuk 3). Hierdoor ontstaat ook fysiek meer samenwerking tussen zorgaanbieders, welzijnsaanbieders en gemeentelijke dienstverlening. Een samenhangende trend is de komst van leefstijlcentra. De bekostiging van 1 op 1 fysiotherapie staat onder druk. Groepslessen met leefstijlprogramma’s in beweegzalen komen daarvoor in de plaats met sterke inzet ook op preventie. Fysieke samenwerking zorg en sociaal domein; gezondheidscentrum 2.0 Er zijn verschillende voorbeelden, waarbij er meer samenwerking is tussen sociaal domein en gezondheidscentra in Den Haag en Nederland (zie bijlage met voorbeelden in Nederland).

In Den Haag is er gezondheidscentrum de Rubenshoek in de Schilderwijk waar vanuit gemeentelijke dienstverlening ook Helpdesk Geldzaken, sociale raadslieden, buurtsportcoach en opvoedsteunpunt aanwezig is. Recentelijk heeft gemeente vierkante meters gehuurd in het gezondheidscentrum de Volharding/de DOC in de Rivierenbuurt. Hier komen een gezondheidscentrum, leefstijlcentrum, ontmoetingsruimte en gemeentelijke dienstverlening samen. Kenmerkend van deze ontwikkeling dat de wijkgerichte zorgaanbieders het initiatief nemen voor deze ontwikkeling. In Moerwijk wordt in Twickelstraat een nieuwe bibliotheek gerealiseerd met ontmoetingsruimte en een gezondheidscentrum met eveneens gemeentelijke dienstverlening. Dit wordt een gezondheidscentrum 2.0 genoemd. Ook andere Gezondheidscentra bieden gemeentelijke dienstverlening zoals gezondheidscentrum Nieuw Waldeck en Spoorwijk met beide een Helpdesk Geldzaken en wordt er in Leyenburg een gezondheidscentrum gerealiseerd met een kookstudio gericht op gezonde voeding. Omgekeerd zijn er ook CJG’s waar spreekkamers worden gebruikt door bijvoorbeeld logopedisten en buurthuizen waar zorg worden geboden. Bijvoorbeeld Alle Kanten in Bouwlust en Lichtpuntjes Mariahoeve in Mariahoeve.

Hoewel deze centra niet direct gezondheidszorg aanbieden zijn er informele zorgverleners en partijen actief binnen de centra om vanuit participatiesamenleving voor elkaar te zorgen en elkaar te ontwikkelen. Met vrijwilligers wordt met preventieve (informele) zorg druk op de zorg opgevangen. Voorbeelden samenwerking zorg en sociaal domein; gezondheidscentrum 2.0 buiten Den Haag Buurtgezondheidscentrum Dufayhuis in Amsterdam Zuid Een centrum waar gezondheidszorg, welzijn en de buurt samen komen in een voormalig schoolgebouw. Een ‘grand’ café vormt de entree van het gezondheidscentrum. De gemeente heeft de school casco verbouwd. De inrichting is gefinancierd uit giften van buurtbewoners en patiënten. Buurtvereniging Vondeldorp heeft een grote rol gespeeld om dit te realiseren.

11

Wijkcentrum De Roef In Harderwijk De Roef is ontstaan uit een welzijnsaccommodatie die op de schop ging. Er is op kosten van de gemeente een nieuw gebouw neergezet vanuit het gedachtengoed van positieve gezondheid met inzet ‘welzijn op recept’. Er zijn aparte ruimtes, zoals een beweegzaal, cultuurruimte en ‘welzijn op recept’. Op de begane grond bevindt zich het wijktheater en wijkcentrum. Het gezondheidscentrum is op hogere verdiepingen met eigen wachtruimtes. Er zijn in het land veel vergelijkbare concepten, zoals bijvoorbeeld Gezondheidscentrum Koningshaven in Tilburg. Deze heeft daarnaast ook een bibliotheek. Ander voorbeelden zijn gezondheidscentrum Broekpolder-Citeadel in Heemskerk en gezondheidscentrum de Ruimte in Broek in waterland, waar alles in teken staat van gezondheid met creatieve workshops met yogalessen en kookstudio.

12

Bijlage 1.5 Verandering organisatie zorg: decentralisatie en centralisatie trends Decentralisatie met meer taken in de wijk De gezondheidszorg wordt steeds meer wijkgericht georganiseerd. Dit komt deels door huidige zorgsysteem vastloopt qua kosten en personeel. Elkaar helpen – de participatiesamenleving - is daarvoor een oplossing. Ook is de trend nog altijd gaande om zorg vanuit het ziekenhuis te verplaatsen naar eerstelijnszorg. Zo denkt de Rijksoverheid erover om rondom zwangerschappen meer taken bij huisartsenzorg neer te leggen. In Den Haag is te zien dat vanuit PLuhz radiologen en gynaecologen spreekuren houden bij huisartsenposten in de wijk. Vanuit digitalisering is er ook trend om medische dienstverlening te verplaatsen naar bewoners zelf. Zo zijn er landelijk Digital first-praktijken en heeft Arts en Zorg Docline. Bij Docline regelen bewoners veel zorgzaken zelf online, waaronder een video- of telefonisch consult. Centralisatie van logistieke en online-dienstverlening Omgekeerd brengt digitalisering ook weer centralisatie opgang, zoals een regionaal medisch call centrum, waar centraal online dienstverlening wordt ondersteund. Met de druk op de zorg wordt een toename verwacht van E-Health consulenten, die op een centrale plek in het land of de regio huisartsen zorg bieden. Bij apotheken neemt de ruimtebehoefte af door digitalisering.

Steeds minder apotheken hebben nog een eigen bereidingslab. Met de groei van digitale receptverwerking en e-health zijn er apotheken die minder ruimte nodig hebben voor balies of wachtruimtes. Deze maken plaats voor afhaalkluizen en pakketbezorging zonder opslag in lokale apotheek, maar vanuit centrale distributiecentra. Tegelijkertijd nemen veel apothekers een grotere maatschappelijke rol door de apotheek te zien als een maatschappelijke voorziening in de wijk waar de patiënt met vragen over zowel geneesmiddelen als leefstijl terecht kan (‘Preventie en de openbaar apotheker’). Bijna 20% van de Haagse apothekers is aangesloten bij platform de leefstijlapotheker en is als zodanig niet alleen medicijnleverancier, maar ook zorgverlener. Versnippering en herordening In de wijkgerichte zorg ontstaan steeds meer initiatieven vanuit burgers en professionals die inspelen op knelpunten zoals wachtlijsten, wantrouwen in de overheid, gebrek aan innovatie en gebrekkige aansluiting van reguliere zorg. Deze nieuwe organisaties vullen een gat in de markt en komen in aanmerking voor gemeentelijke subsidies of verzekerde zorg. Dit leidt tot een groeiend, maar versnipperd aanbod van zorg en ondersteuning. Dit leidt tot overlap, onduidelijkheid en inefficiëntie en verminderde toegankelijkheid voor iedereen.

Gemeenten reageren met netwerksturing, samenwerkingstafels en bundeling van initiatieven via subsidieregelingen of aanbestedingen. Zo ontstaat herordening in het veld. Voorbeelden zijn er met wijkgerichte zorg vanuit zorgcoöperaties, buurtteams en GGZ-initiatieven die eerst ruimte kregen in verschillende gemeente, maar nu in grotere structuren werden en worden opgenomen. In de gemeente Den Haag past ook de bundeling van aanbesteding met Rondomjou en Kracht in de Jeugdzorg in dit beeld (zie hoofdstuk 3). 13

Zorginnovatiehub Centralisatie zien we ook met de zorginnovatiehub Den Haag. De Zorginnovatiehub is een unieke locatie aan de Leyweg in Den Haag Zuidwest waar Hagenaars samenwerken aan toekomstbestendige zorg. Hier brengt de gemeente met partners alle fasen van zorginnovatie fysiek samen onder één dak. Van idee tot implementatie ondersteunen we zorgprofessionals, onderzoekers, studenten en ontwikkelaars bij het creëren, testen en toepassen van nieuwe zorgtechnologieën. In het pand komt een innovatieve huisartsenpost, fysiotherapeut en welzijn, er is ruimte voor bedrijven die technologische hulpmiddelen ontwikkelen en een uitleenpunt waar buurtbewoners technologische hulpmiddelen kunnen uitproberen. Ook wordt er een nieuwe demonstratiewoning gebouwd en kunnen bewoners binnenlopen voor leren en werken in de zorg. De Zorginnovatiehub wordt ontwikkeld met onder andere het HagaZiekenhuis, HMC, de Haagse Hogeschool, Hadoks, KPN, LUMC, Medical Delta, Saffier, Rabobank, Tzorg, Wijkz en ZW-Connect.

Ontzorging vastgoed Huisartsen en andere zorgverleners kunnen en willen ondernemers- en bedrijfsvoeringstaken er niet bij hebben. Er komen daarom steeds meer initiatieven vanuit de markt, waarbij taken gescheiden worden. Zo zijn er 5 huisartsenpraktijken onderdeel van Arts en Zorg, dat één huisartsenorganisatie vormt en 8 gezondheidscentra behoren tot SHG. Ook geeft Hadoks in Den Haag huisvestingsadvies. In de buurgemeente Delft en Westland is de Facilitaire Stichting Gezondheidszorg actief (FSG). De FSG exploiteert binnen de gemeenten meerdere gezondheidscentra en zet nieuwe praktijken op zonder investeringsdrempel voor huisartsen.

Bijlage 1.6 Ruimte schaarste en vastgoedprijzen Ruimtelijke schaarste en huisvestingsknelpunten in de zorg De toenemende schaarste aan ruimte in Den Haag, zoals ook zichtbaar in andere grote steden, leidt in toenemende mate tot knelpunten in de huisvesting van gezondheidscentra. Waar huisvesting voor individuele praktijken of binnen nieuwe gebiedsontwikkelingen vaak nog te realiseren is, blijkt het in bestaande wijken bijzonder lastig om geschikte locaties te vinden voor 14

grootschaligere zorgvoorzieningen. Dit bemoeilijkt de transitie van solopraktijken naar HOEDpraktijken of gezondheidscentra, die nodig zijn om de zorg toekomstbestendig te organiseren. In wijken als Loosduinen, Schilderswijk en Transvaal ontbreekt de fysieke ruimte om dergelijke schaalvergroting mogelijk te maken. Als wel het vastgoed gevonden kan worden wordt transformatie vaak onmogelijk vanuit de veel hogere parkeernorm van gezondheidscentra als scholen en buurthuizen. Hogere eisen en stijgende vastgoedprijzen Met de schaarste aan ruimte nemen ook de vastgoedprijzen toe. In wijken als het Willemskwartier, waar de kantoorhuren relatief hoog liggen, wordt het voor zorgaanbieders steeds moeilijker om passende en betaalbare huisvesting te vinden. Voor de Schilderswijk geldt hetzelfde waar voor realisatie van grotere gezondheidscentra ruimte gevonden moet worden in bijvoorbeeld winkelplinten. In de bestaande stad rust er bijna altijd een gemengde bestemming op een bedrijfspand en dat betekent dat zowel maatschappelijke als commerciële partijen zich daar mogen vestigen. Ook geldt voor nieuwbouw in zijn algemeenheid dat bouwkosten hard stijgen door extra bouwkundige eisen. Het is niet zo dat tekort aan huisartsen het grootste in de wijken met duurste vastgoed. Huisartsen kiezen vanuit woonkeuze en patiënten druk ook voor duurdere wijken.

Er zitten relatief meer huisartsen in Scheveningen dan in Moerwijk. Er spelen dus meerdere factoren een rol. Gelet op bovenstaande is er discussie of de huisvestingsvergoeding die huisartsen ontvangen via de zorgverzekeraar voldoende rekening houdt met de gangbare huren/kosten voor (realisatie van) maatschappelijk vastgoed in enkele wijken in de grote steden en bij nieuwbouw. Rekenvoorbeeld: Huisvestingskosten huisarts De NZa hanteert voor 2025 een normvergoeding van € 25.000 per jaar voor huisvestingskosten van een normpraktijk met 2.095 patiënten. Deze vergoeding is bedoeld voor alle huisvestingslasten (huur, energie, onderhoud, servicekosten, etc.). In de praktijk komt dit neer op een normatief oppervlak van circa 130–150 m². Wanneer er sprake is van HOED-praktijken met meerdere huisartsen onder een dak kan 127 m2 ook voldoende zijn. Onderstaande tabel toont verschillende scenario’s:

Patiënten

Oppervlakte

Huurprijs p/m² casco ++

servicekosten, Tekort/ Totale huur Vergoeding g/w/e en overschot schoonmaak

2.095 127 m2

€ 152

€ 45

€ 25.000

€ 25.000 € 0

2.095 130 m²

€ 150

€ 45

€ 25.000

€ 25.000 € 0

2.095 150 m²

€ 143

€ 45

€ 25.000

€ 25.000 € 0

2.095 130 m²

€ 225

€ 45

€ 29.250

€ 25.000 – € 10.100

2.095 150 m²

€ 225

€ 45

€ 33.750

€ 25.000 – € 15.500

2.095 127 m2

€ 225

€ 45

€ 28.575

€ 25.000 – € 9.300

Bij nieuwbouw in Den Haag moet op veel locaties, rekening gehouden worden met 225 Euro per m2 gelet op de bouwkosten. Dit is met normkostenvergoeding niet haalbaar. Huisartsen kunnen dan alleen uit de kosten komen door ander businessmodel met bijvoorbeeld meer patiënten dan de norm, “winsten” uit consulten omgang met minder personeel of eigen vergoeding.

15

Bijlage 2. Vastgestelde beleidsuitgangspunten op basis van beleidsnota’s en wet- en regelgeving. Bijlage 2.1 Sociale wet- en regelgeving Landelijk De organisatie van de eerstelijnszorg en wijkgerichte gezondheidsvoorzieningen valt onder verschillende landelijke wet- en regelgevingen: •

•

•

•

•

•

•

Zorgverzekeringswet (Zvw): Regelt de financiering van curatieve/geneesgerichte eerste en tweedelijnszorg via zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor een doelmatig zorgaanbod. Huisartsen en andere partijen voeren hierbij (commercieel) hun taken uit. Dit betekent dat gemeente buiten de ruimtelijke ordening hierin geen directe taak heeft. Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg): Regelt het toezicht op prijzen, kwaliteit en toegankelijkheid van de (wijkgerichte) zorg. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voert deze wet uit en bewaakt de werking van de zorgmarkt. Indien door schaarste aan ruimte het vastgoed voor wijkgerichte zorg onbetaalbaar is, is het zaak om via het Ministerie van WVS en de NZa zorgen dat de vergoedingen van zorgverzekeraars aan zorgleveranciers worden verhoogd. Wet publieke gezondheid (Wpg): Verplicht gemeenten tot het bevorderen van de publieke gezondheid, onder andere via GGD’-en. Gemeenten hebben hierbij een regierol op preventie en gezondheidsbevordering. De GGD zit vooral op centrale vestigingen. De rol in de wijk is beperkt tot een enkele vaccinatielocaties en is verder indirect met gezondheidsvoorlichting en preventieprogramma’s (bijv. over roken, voeding, bewegen). Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015): Legt gemeenten de taak op om inwoners te ondersteunen bij zelfredzaamheid en participatie.

De werkzaamheden bestaat in de praktijk uit het helpen, beoordelen en faciliteren van dagbesteding, begeleidend vervoer, juridische ondersteuning, huishoudelijke hulp/thuis zorg, mantelzorgondersteuning en woningbouwaanpassing. De rol in de wijk is vooral samenwerking en doorverwijzing naar eerstelijnszorg. De dienstverlening vindt plaats in aparte Centrums’ voor Jeugd en Gezin (CJG’s), Servicepunten XL van de gemeente, die buiten kader vallen. Ook zijn er de vestigingen van Sociale Raadslieden op vestigingen in de stadsdeelkantoren. Verder zijn er ruimtevragen relevant van dagbestedings- en thuiszorgorganisaties in de wijk. Jeugdwet: Geeft gemeenten de verantwoordelijkheid voor preventieve en curatieve jeugdhulp. Ook hier is afstemming met eerstelijnszorg van belang, maar vindt dienstverlening in de aparte CJG’s en jongerenpunten 070 plaats en niet in de particuliere gezondheidscentra. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs): Deze wet legt de verantwoordelijkheid bij gemeenten om schuldhulpverlening en financiële begeleiding aan te bieden aan inwoners die financiële problemen hebben of dreigen te krijgen. Deze vindt plaats bij gemeente Den Haag met Helpdesk Geldzaken. Deze zitten servicepunten XL, stadsdeelkantoren, maar ook in enkele grotere gezondheidscentra in de stad.

Wet inburgering 2021 en Participatiewet: Deze wetten leggen de verantwoordelijkheid voor inburgering van nieuwkomers en voor arbeidsparticipatie van mensen met een 16

afstand tot de arbeidsmarkt bij gemeente. De rol wordt hoofdzakelijk centraal georganiseerd in stad, maar soms ook decentraal.

Het Integraal Zorgakkoord (IZA) Inzet is om te werken aan verbetering en intensivering van de samenwerking tussen sociaal domein en huisartsenzorg. Verbinding en verwijzing moet meer vorm krijgen, zodat inwoners op de juiste plaats geholpen kunnen worden. Hierbij wordt gekeken naar betere netwerksamenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging en welzijn. Mogelijkheden om ook fysiek samen te willen samenwerken van wijkgerichte zorg met een gezondheidscentrum met daarbij ook functies uit sociale domein (uitvoering eerder gevoerde wetten) zullen daarmee toenemen. De gemeente is met VNG van de gesprekstafel IZA weggelopen, maar de gemeente blijft de gemeenten blijven zich inzetten voor toekomstgerichte zorg uit het akkoord. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) Het AZWA bouwt voort op het IZA, is nog niet in voorbereiding en moet het groeiende tekort aan zorgprofessionals tegengaan. Kernpunten zijn betere samenwerking met het sociaal domein, voorkomen van zorgvragen, minder regeldruk, inzet van technologie en aandacht voor opleiding en behoud van personeel.

17

Het Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen akkoord (WOZO) Inzet is op het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen, wat leidt tot een toenemende behoefte aan zorg en ondersteuning dicht bij huis met meer behoefte aan ‘nabijheid’ van zorgvoorzieningen. Het Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn akkoord (TAZ) Benadrukt wordt dat de arbeidsmarkt in de zorg alleen houdbaar blijft als de zorg anders wordt georganiseerd, onder andere door het verplaatsen van zorg naar de thuissituatie en het versterken van samenwerking in de wijk. Hierdoor groeit de noodzaak voor een geïntegreerde wijkgerichte aanpak, waarbij ruimtelijke inrichting, wonen, zorg en sociaal domein samenkomen om passende zorg en ondersteuning lokaal te realiseren.

Visie Huisartsenzorg 2035 van de brancheorganisaties Gemeenten hebben baat bij huisartsenzorg dichtbij in de wijk, want mensen met een vaste huisarts leven langer, zijn gezonder en gebruiken minder zorg. Daarom verzoeken we gemeenten om huisartsen te ondersteunen bij het vinden van geschikte en betaalbare huisvesting en om bij nieuwbouwwijken maatschappelijke bestemmingen te reserveren voor zorg- en welzijn.

Bijlage 2.2 Haagse beleidsplannen voor het sociaal domein Het gemeentelijk beleid rondom wijkgerichte zorg vertoont raakvlakken met verschillende beleidsplannen binnen het sociale domein. De focus ligt echter vooral op de uitvoering van gemeentelijke wet- en regelgeving. Haags beleidskader Jeugd 2025-2028 Haagse Preventie Aanpak Programma Maatwerk & Regie Professioneel Welzijnswerk 2021-2024 Versterken en Verbinden Hervormingsagenda jeugd Haags Toekomstperspectief Visie dienstverlening 2024-2029 Dienstverlening nabij update 2025 Actielijn seniorvriendelijke Den Haag 2025-2030 Actielijn informele zorg 2024/2026 (ontwerp) Woonzorgvisie 2040

18

Relevant is het beleid vanuit het Welzijnswerk om meer gebiedsgericht te werken en het verstevigen de samenwerking tussen (stedelijke) ketenpartners en de samenwerking van partijen op wijkniveau. Inzet is het actief faciliteren van integrale samenwerking. Hierop aansluiting is de aanpak van ´Dienstverlening nabij´. De aanpak bestaat uit drie werkstromen: concreet experimenteren, samen werken aan een toekomstscenario en het verankeren van nabije dienstverlening. Ook is de hervormingsagenda Jeugd relevant. De gemeente is van circa 185 hulpaanbieders naar twee gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden gegaan: Kracht en RondomJou. De gemeente maakt hiermee de omslag naar stevige wijkteams en meer gebiedsgericht werken. Voor ouderenzorg wordt ingezet op vergelijkbare gebiedsgerichte samenwerking. Specifiek voor aanpak seniorvriendelijke stad is daarbij aandacht voor aanbod valpreventie in stadsdelen en gezamenlijke aanpak met huisartsen, fysiotherapeuten, beweegaanbieders, apothekers, wijkverpleging en WMO-wijkteams. De (concept) woonzorgvisie zet in op het inrichten van zorgzame buurten; waar wonen, zorg en welzijn in samenhang zijn georganiseerd.

Bijlage 2.3 Haagse nota richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen Met het toevoegen van woningen alleen, creëert Den Haag nog niet de aantrekkelijke inclusieve en levendige stad die de gemeente voor ogen heeft. De nieuwe bewoners hebben ook behoefte aan passende stedelijke voorzieningen. De vraag naar onderwijs, sport, cultuur, groen, zorg, welzijn en andere soorten voorzieningen blijft toenemen naarmate er inwoners in Den Haag bijkomen. Uitgangspunt is dat voorzieningenniveau gelijke tred houdt met de gebiedsontwikkeling. Het voorzieningenaanbod moet divers, sober en doelmatig zijn en aansluiten bij de verschillende wensen en behoeften van gebruikers. Iedereen moet gebruik kunnen maken van faciliteiten passend bij de eigen levensstijl en het liefst ook op een prettige afstand. Dit is van cruciaal belang voor het functioneren en de aantrekkelijkheid van Den Haag. De nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen (RIS307513) geeft richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen welke als uitgangspunt gehanteerd worden bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten. Hiervan wordt alleen beredeneerd van afweken om zo voldoende ruimte te reserveren en te realiseren. Voor eerstelijnszorg zijn er onderstaande richtlijnen relevant.

19

ZORG EN WELZIJN Eerstelijnszorg - huisarts - tandarts - apotheek - fysiotherapeut - verloskundige

Richtlijn (zie omrekenfactor naar woningen bovenaan tabel) 1 huisarts per 2.095 inwoners 1 tandarts per 2.000 inwoners 1 apotheek per 6.600 inwoners 1 fysiotherapeut per 1.075 inwoners 1 verloskundige per 2.000 vrouwen in de vruchtbare leeftijd

Voedingsgebied: Buurt/wijk

Richtinggevende normen Voor hoogstedelijk milieu gemiddeld 327 m2 per 1.000 woningen.

Maatvoering: - huisarts 150 m2 - tandarts 120 m2 - apotheek 150 m2 - fysiotherapeut 50 m2 - verloskundige 40 m2 Centrum Jeugd en Gezin

Voor overige milieus 365 m2 per 1.000 woningen: - huisarts 130 m2 - tandarts 115 m2 - apotheek 40 m2 - fysiotherapeut 90 m2 - verloskundige 10 m2 Richtlijn 1 CJG per stadsdeel wordt momenteel gehanteerd.

Voedingsgebied: Buurt/wijk Maatvoering: 1.400 m2 Club- en buurthuis, Wijken buurtcentrum, Servicepunt XL Voedingsgebied: Buurt/wijk Maatvoering: Club- en buurthuis: 600 m2 Wijk- en buurtcentrum / Servicepunt XL: 2.500 m2

Hulp richting werk en armoede Voedingsgebied: Stedelijke voorziening Overige zorg eerstelijnszorg (diëtist, ergotherapeut e.d.) en tweedelijns wijkgerichte zorg (logopedie, psycholoog) en ambulancepost

Richtinggevende normen 40 m2 per 1.000 woningen

Richtinggevende normen 50 m2 per 1.000 woningen

Richtinggevende normen 50 m2 per 1.000 woningen

Richtinggevende normen 70 m2 per 1.000 woningen

Richtinggevende normen 125 m2 per 1.000 woningen Onder deze richtinggevende normen valt ook een andere invulling van een buurt/wijkgebouw voor welzijnsfuncties, zoals brede buurtschool, met speelotheek, multisport verenigingsgebouw of studentensociëteit. Op basis van het DNA van de bestaande wijk, de bevolkingssamenstelling, de aanwezige configuratie en mogelijkheden voor gecombineerd ruimtegebruik invulling te geven aan de richtinggevende normen.

Richtinggevende normen 3 m2 per 1.000 woningen

Nadenkplicht/vergisplicht Deze plicht betekent dat er geen norm is, maar dat wel bij gebiedsvisies verplicht aandacht aan wordt besteed. Nagedacht wordt over bijvoorbeeld om in de plint met gemengde bestemming voor overige functies ruimte te reserveren. Ook wordt behoefte die uit participatie en accountmanagement met de sector naar voren zijn gekomen, gewogen en meegenomen in de planontwikkeling.

Bijlage 2.4 Omgevingsvisie Den Haag 2050 Naast de inzet op IHP’s en richtinggevende normen wordt in de Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS 321163) sterk gestuurd op gebiedsgerichte programmering van maatschappelijke voorzieningen, waaronder zorgvoorzieningen middels gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en lopende producten. In de lopende gebiedsprogramma’s (zoals Binckhorst, Vlietzone en Mariahoeve), wordt via gebiedsagenda’s en structuurvisies tijdig ruimte gereserveerd, met aandacht voor multifunctioneel ruimtegebruik. Aanvullend op de lopende gebiedsprogramma’s (zoals Binckhorst, Vlietzone en Mariahoeve), zal in de gebiedsvisies per stadsdeel de Structuurvisie worden geconcretiseerd en aangegeven voor welke gebieden een gebiedsprogramma gewenst is. Een gebiedsprogramma is daarbij een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor gebieden waar we als gemeente willen sturen op een 20

samenhangende ontwikkeling. Daarbij worden concrete keuzes gemaakt over de gewenste ontwikkeling, de verdeling van voorzieningen en het behoud van omgevingskwaliteiten. Er is in de Omgevingsvisie specifieke aandacht voor toegankelijke, laagdrempelige zorg in de wijk, gekoppeld aan woonvormen voor ouderen en mensen met een ondersteuningsvraag. De Omgevingsvisie onderstreept dat voorzieningen niet alleen fysiek aanwezig moeten zijn, maar ook passend verspreid en bereikbaar, zodat ze bijdragen aan inclusieve, gezonde en leefbare wijken. Kortom inzet op gezondheidscentra in de wijken (binnen 15 minuten) en niet op afstand.

Bijlage 2.5 Wet- en regelgeving mbt vastgoed Indien de gemeente er voor kiest om wijkgerichte zorgaanbieders te huisvesten heeft de gemeente te maken met de volgende landelijke wet- regelgeving: •

•

• •

•

•

Didam-arrest: De gemeente mag onroerend goed (zoals panden voor zorgorganisaties) alleen onder gelijke kansen aan potentiële gegadigden aanbieden (tenderen). Uitzondering: als slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt, moet de gemeente dit goed motiveren én publiceren. Argumenten hierbij kunnen zijn dat de zorgaanbieder, al langdurig actief in de wijk is, er nauwe samenwerkingen is met buurtbewoners of andere instanties of met de gemeente. Ook kan een argument zijn dat er specifieke kennis of ervaring is met de doelgroep en dat binnen de wijk andere zorgaanbieders vooraf aangegeven hebben dat er geen ruimtevraag is. Wet Markt en Overheid: De gemeente mag geen oneerlijke concurrentie veroorzaken door diensten of panden goedkoper aan te bieden dan de markt. Bij verhuur moet minimaal een marktconforme prijs worden gevraagd, tenzij via een vastgesteld beleidskader aangegeven staat dat mag worden afgeweken. De gemeente kan in haar vastgoedbeleid opnemen dat maatschappelijke partijen, zoals huisartsen, tegen een lagere huurprijs (bijvoorbeeld kostendekkend) gebruik kunnen maken van gemeentelijk vastgoed, mits dit is verankerd in een objectief en transparant beleidskader. Hierbij moet duidelijk zijn welke publieke doelen hiermee worden gediend.

Het weigeren van commerciële partijen, ondanks een passende bestemming, is mogelijk als het maatschappelijk gebruik beleidsmatig is onderbouwd en vooraf vastgelegd. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): Bij verhuur moet de gemeente transparant zijn over kosten en baten. Eventuele afwijkingen van marktconforme huur moeten boekhoudkundig worden onderbouwd en verantwoord. Staatssteunregels (EU-verdrag art. 107-109) De gemeente mag geen selectieve voordelen geven die concurrentievervalsing kunnen veroorzaken; tenzij sprake is van een zogenoemde DAEB (Dienst van Algemeen Economisch Belang) met juiste aanwijzing. Deze geldt binnen de gemeente Den Haag middels een besluit voor alle sportverenigingen, maar niet voor zorgpartijen. Algemene wet bestuursrecht (Awb) – Gelijkheidsbeginsel & Transparantie: Bij besluiten over verhuur of selectie van huurders gelden algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Transparantie en gelijke behandeling zijn belangrijk, zeker bij het gunnen van locaties aan zorgaanbieders. Omgevingswet Ruimtelijke inpassing moet passen binnen het omgevingsplan en bouwkundige voldoen aan eisen BBL (voorheen Bouwbesluit). Afwijking of wijzigen kan binnen beleidskaders en goede belangenafweging. Nieuwbouw moet aan (steeds) hogere eisen voldoen (BENG- Bijna Energie Neutrale Gebouwen).

21

Bijlage 2.6 Gemeentelijk beleid mbt vastgoed en fysieke leefomgeving Nota vastgoed Het ontwikkelen en in bezit hebben van vastgoed is geen doel op zich om allerlei vervolgens doelen te kunnen nastreven Het vastgoedbeleid is ondersteunend aan de door de diensten opgestelde (maatschappelijke) beleidskaders en doelstellingen. In de nota wordt ingezet op efficiënte omgang met (beheer)kosten/financiën en daarbij horend efficiënt vervangingsregime. Waar geen extra beleidseisen worden gesteld, geldt een sobere en doelmatige huisvesting die voldoet aan de wettelijke eisen. Algemene verordening Financieel Beheer en Beleid (VFBB) De VFBB bevat de kaders voor het financieel beheer. Onderhoud van gebouwen en kapitaalgoederen wordt opgenomen in de programmabegroting, met vermelding van het relevante beleidskader. Hieraan ligt een structureel Meerjaren Onderhoudsplan (MOP) ten grondslag, dat elke vier jaar wordt geactualiseerd. Het MOP beschrijft het minimale onderhoudsniveau. Als bij inspectie blijkt dat de staat beter is dan verwacht, kan gepland onderhoud worden uitgesteld. Ook voorziene investeringen (nieuw en vervanging) worden in het MOP of MIP opgenomen. Kadernota Subsidies Deze kadernota beschrijft hoe de gemeente in de toekomst met subsidies wil omgaan en geeft invulling aan het Rekenkamerrapport “Eerlijk delen”.

Subsidiering moet gericht zijn op duidelijke beleidsdoelen met meetbare resultaten om de effectiviteit van publieke middelen te vergroten. Dit vraagt om scherpe keuzes, die kunnen botsen met de brede preventieve aanpak samenwerking tussen wijkgerichte zorg en uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein waar juist de kracht ligt in maatwerk en een integrale benadering.

22

Beleidsinzet op meervoudig, gedeeld en efficiënt ruimtegebruik In de omgevingsvisie en de structuurvisie CID en Den Haag Zuidwest is meervoudig en slim ruimtegebruik benoemd als leidend ruimtelijk principe voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Beleidsinzet op compacte stad Met de omgevingsvisie en de woonzorgvisie wordt uitgegaan van compacte inrichting, waarbij wonen, werken en voorzieningen dicht bij elkaar liggen. Dit betekent dat zorgvoorzieningen geïntegreerd moeten worden in woonwijken, waarbij nabijheid ov-knooppunten van belang is. Toegankelijkheid Nederland heeft in 2016 het VN-verdrag 2016 Toegankelijkheid overheidsgebouwen ondertekend. Dit betekent voor de sportinfrastructuur van de gemeente extra bovenwettelijke eisen op het gebied van toegankelijkheid heeft. In de ‘Agenda voor een toegankelijk en inclusief Den Haag’ voor mensen met een beperking is vastgesteld dat de gemeente een voorbeeldfunctie voor de toegankelijkheid heeft. Hierbij gaat het om toegankelijkheid voor iedereen met of zonder beperking van openbare gebouwen. Leegstands- en makelbeleid Als onderdeel van de leegstandsaanpak is in april 2025 gestart met het makelpunt. Dit is een stedelijk platform dat vraag en aanbod van ruimten op een efficiënte manier samenbrengt.

Het platform stelt aanbieders in staat om beschikbare ruimtes eenvoudig te publiceren, terwijl ruimtezoekers actuele opties kunnen bekijken en direct reageren. Hiermee neemt de gemeente niet de rol van makelaar op zich, maar bevordert wel de matchmaking. Dit geldt ook voor het specifieke huisvestingsloket voor huisartsen. De gemeente heeft sinds mei 2024 met hteam070.nl een gezamenlijk huisvestingsloket voor huisartsen en gezondheidscentra samen met partijen in de sector om huisvestingsknelpunten op te lossen. De partijen zijn positief over het h-team. Het eerste jaar zijn er 19 cases behandeld, waarvan 13 vragen betrekking hadden op zoektocht naar meer ruimte (bijvoorbeeld aanbod ter beschikking of knelpunt bij vergunning). Hoewel het merendeel van knelpunten nog niet is opgelost, zijn partijen wel doorverwezen naar ingangen en is uitzonderingen daargelaten zicht op oplossing. In de gebiedsontwikkelingen en Mariahoeve zijn de vragen meegenomen of direct gematcht met ontwikkelingen aldaar. Voor Loosduinen en Schilderwijk, Transvaal en Bezuidenhout wordt toegewerkt naar oplossingen met onder andere maatschappelijke vastgoed. Dit biedt echter niet altijd direct morgen huisvesting. Daarom wordt ook een tijdelijke huisvesting bekeken.

23

Bestemmingen voor zorg in Omgevingsplan Het autonoom beleid van de gemeente is dat er grofweg 4 typen-bestemmingen zijn waar wijkgerichte zorg mogelijk is. • Binnen de bestemming ‘maatschappelijk’ is er veelheid aan functies mogelijk, waarbij vaak - niet altijd - ruimte voor gezondheidszorg en zorg- en welzijnsinstellingen. • Binnen economische bestemmingen is er ruimte voor dienstverlening. Onder dienstverlening valt ook medische dienstverlening, waarbinnen wijkgerichte zorg mogelijk is. Hierbij gaat het onder andere om de zogeheten rek- en krimpgebieden geformuleerd in het detailhandelsbeleid. Dit zijn gebieden in aansluiting van de hoofdwinkelstructuur waar detailhandel, daghoreca als aan dienstverlenende functies ruimte wordt geboden. • Gemengde bestemmingen met daarbij ook ruimte voor ‘maatschappelijk’ en dienstverlening voornamelijk in diverse oudere wijken en binnenstad. • Op enkele locaties waar specifiek gezondheidscentra nodig zijn, is voor een bepaald metrage een enkel bestemming ‘wijkgerichte zorg’, waar alleen wijkgerichte zorg zich (met daarbij een huisarts) mag vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het bestemmingsplan van SoZa bij station Laan van Noi, waar het wenselijk is dat met de komst van vele nieuwe woningen in een klein gebied dat er sowieso ruimte is voor een gezondheidscentrum.

Of zorg daadwerkelijk op een locatie mogelijk is, hangt af van de specifieke situatie. Zo zijn er op basis van oude bestemmingsplannen in Omgevingsplan opgenomen met afwijkende bestemmingen en geldt ook de parkeernorm, waardoor ook met de juiste bestemming zorg niet altijd mogelijk is. De parkeereis kan in sommige gevallen niet op eigen terrein of met alternatief worden opgelost.

24

Bijlage 3 Verschillen tussen wijken % laaggeletterden

Aantal 65+ers

25

26

27

Gebruik voorzieningen in het Sociaal Domein per 1.000 huishoudens, 2023. Specialistische ondersteuning die mensen/huishoudens ontvangen in het kader van Jeugdwet, Participatiewet of WMO. Gebruik voorzieningen - Aantal huishoudens dat gebruik maakt van 6 of meer voorzieningen Verminderde mobiliteit

Percentage personen met verminderde mobiliteit; ten minste op één indicator grote moeite: voorwerp dragen, bukken, 400m lopen, 2020

28

Bijlage 4. Data verantwoording Voor de analyse van hoofdstuk 4 is gebruikgemaakt van verschillende databronnen: Hadoks, Den Haag in cijfers, sociale kaart, de richtinggevende norm en CBS-data. Hierbij gelden een aantal beperkingen die hieronder worden toegelicht. Voor de omvang van aantal huisartsen per vestiging is gebruik gemaakt van sociale kaart. Hierbij geldt dat recente mutaties van aantal huisartsen veelal niet zijn doorgevoerd. Veel gegevens van huisartsen zijn alleen op geaggregeerd niveau beschikbaar via Hadoks. Het aantal patiënten dat een huisarts heeft is niet altijd openbaar. Er zijn grote verschillen in de wijze waarop huisartsenpraktijken zijn georganiseerd. Sommige huisartsen werken fulltime, anderen in deeltijd en er zijn verschillen in hoeveelheid taken dat wordt uitbesteed aan personeel. In de analyse is met deze verschillen geen rekening mee gehouden. Uitgegaan wordt dat de huisartsen het aantal patiënten dat ze hebben kunnen dragen, in deze analyse. Ook wordt er vanuit gegaan dat burgers van huisarts wisselen als ze verhuizen, terwijl praktijk dat niet altijd kan. Ook zijn uitwonende studenten soms nog bij de huisarts van hun ouderlijk huis ingeschreven. De pensioenleeftijd varieert, maar in de analyse gaan we vanuit van gelijke spreiding. Veroudering van het zorgvastgoed is een aspect dat uit deze analyse is gebleven.

Daarnaast is de analyse beperkt tot huisartsen en gezondheidscentra als kern van de eerstelijnszorg. De hierboven vermelde opgaven vragen on een geïntegreerd aanbod dat aansluit bij de wijken. Voor de toekomstige opgaven is gewerkt met een richtinggevende norm, die echter niet altijd recht doet aan lokale verschillen en ontwikkelingen. Er is in analyse rekening gehouden met vergrijzing en verandering van samenstelling van de bevolking. Andere kenmerken zoals sociaal economisch status is niet voor gecorrigeerd. Wel is er gecorrigeerd voor aanwezigheid van arbeidsmigranten. Hierbij zijn de voorlopige cijfers van 2025 gecorrigeerd omhoog met aandeel niet geregistreerde. Vervolg is een fors aandeel genomen dat van huisartsenzorg überhaupt geen gebruik zal maken.

29

Bijlage 5 Zorg en sociale dienstverlening kaart Den Haag Ziekenhuizen en spoedeisende hulp (2de en 3de lijnszorg) Er zijn in Den Haag twee algemene ziekenhuizen. Het Haga Ziekenhuis aan de Leyweg en het Haags Medisch Centrum met 2 vestigingen (HMC Westeinde en HMC Bronovo) en een vestiging om de hoek in Leidschendam-Voorburg (Antoniushoven). Op het Bronovo na hebben deze locaties ook huisartsenspoedposten. Het Bronovo-ziekenhuis blijft tot ten minste 2030 open voor planbare en niet-spoedeisende zorg. Hoewel eerdere plannen tot sluiting leidden tot bezorgdheid, heeft het Haaglanden Medisch Centrum besloten het ziekenhuis voorlopig open te houden Daarnaast heeft Hadoks op de President Kennedylaan 15 het triagecentrum. Verder biedt Parnassia groep acute Geestelijke gezondheidzorg aan (Nectarinastraat, Loosduinen). En zit er in Madestein een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) en in Ypenburg een dependance van Reinier de Graaff-ziekenhuis.

2delijnszorg klinieken en specials In de tweede lijn zijn er in Den Haag een 20-tal centra voor verslavingszorg, een 20-tal esthetisch medische klinieken, een 7-tal revalidatiecentra en 50-tal overige klinieken. Voor Kijkduin wordt gewerkt aan een ruimtelijk kader om een COPD-huis te realiseren. Een deel van de klinieken biedt ook 1,5-lijnszorg (direct toegankelijk zonder doorverwijzing) zoals bijvoorbeeld oogcentrum van Bergman Clinics.

30

1ste lijn zorg Er zijn 105 huisartsenlocaties (160 huisartsenpraktijken) en 93 apotheken. Deze zijn weergegeven in weergegeven in hoofdstuk 4. Daarnaast zijn er (op het moment van schrijven) voor de voorzieningen waar richtinggevende norm voor is bestaat uit: • 186 tandartsenpraktijken • 21 mondhygiënistenpraktijken • 46 verloskundepraktijken • 305 fysiotherapiepraktijken En er ook veelheid aan overige eerstelijnzorg is: • 12 arbo- en reintegratiebedrijven • 10 artsenpraktijken voor alternatieve geneeskunde • 99 dietistenpraktijken • 8 ergotherapiepraktijken • 21 huidtherapiepraktijken • 49 kraamzorgpraktijken • 56 logopediepraktijken • 14 oefentherapiepraktijken • 14 orthodontiepraktijken • 10 podologiepraktijken • 27 podotherapiepraktijken • 110 psychologiepraktijken en psychotherapiepraktijken • 7 tandprothetische praktijken • 8 overige zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking, • 11 dagbesteding voor mensen met een beperking • 167 wijkverpleginginschrijvingen

0-lijn sociaal domein gemeente SZW Helpdesk geldzaken, naar type combinatiegebruik

31

Sociale Raadslieden en Jongerenpunt 070

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16229889/1