CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323749 Bijlage 1 Nota ruimte voor wijkgerichte zorg

Commissie Samenleving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Toekomstbestendige Huisartsenzorg7.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimte voor wijkgerichte zorg ´Integraal huisvestingsplan Zorg´

Gemeente Den Haag

1

Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding, opgave in een veranderende stad .............................................................................. 6 1.2 Doel en uitgangspunten ................................................................................................................ 6 1.3 Opzet nota ..................................................................................................................................... 7 1.4 Onderzoek en gegevens ................................................................................................................ 7 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 7 2. Behoefte en beleid in een veranderende stad ..................................................................................... 8 2.1 Veranderende stad ........................................................................................................................ 8 2.2 Beleid, wet- en regelgeving ........................................................................................................... 9 3.

Beleidsuitgangspunten voor goede wijkgerichte zorg ....................................................................... 11 3.1 Beleidsuitgangspunten, vraagaanbod-indicatoren ..................................................................... 11 3.2. Kansen samenwerking met sociaal domein ............................................................................... 16 4. Analyse en opgave stadsdelen 2025-2050......................................................................................... 17 4.1 Segbroek ..................................................................................................................................... 17 4.2 Leidscheveen-Ypenburg .............................................................................................................. 18 4.3 Escamp ........................................................................................................................................ 19 4.4 Loosduinen .................................................................................................................................. 20 4.5 Scheveningen .............................................................................................................................. 21 4.6 Laak .............................................................................................................................................

22 4.7 Haagse Hout ................................................................................................................................ 23 4.8 Centrum ...................................................................................................................................... 24 5. Monitoring voor toekomstbestendige gezondheidszorgvoorzieningen ............................................. 26 5.1 Herijking ...................................................................................................................................... 26 5.2 Bredere monitoring ..................................................................................................................... 26 5.3 Voortgangsrapportages gebiedsontwikkeling ............................................................................. 26

2

Samenvatting De gemeente Den Haag werkt aan toekomstbestendige, wijkgerichte zorg, die dichtbij, toegankelijk en integraal georganiseerd is. Met het oog op demografische veranderingen – zoals bevolkingsgroei en dubbele vergrijzing – moet de ruimte voor eerstelijnszorg (zoals huisartsen en apotheken) worden aangepast en uitgebreid. Daarnaast zorgen arbeidsmarktkrapte, ruimtedruk en schaalvergroting voor een extra urgente huisvestingsopgave. Deze opgaven zijn niet alleen binnen de visies van de ontwikkelgebieden, maar net zo zeer in de bestaande stad. Het doel van deze nota is invulling te geven aan een deelopgave beschreven in de collegebrief ‘op weg naar een Integraal Huisvestingsplan Zorg & Welzijn’ (RIS 318416). Hiermee is de inzet om voldoende ruimte te faciliteren voor wijkgerichte zorg en dan met name gezondheidscentra, waar meerdere huisartsen en zorgverleners onder één dak zitten. De gemeente Den Haag heeft geen wettelijke taak, maar vervult een faciliterende rol vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij draagt zorg voor voldoende bestemmingsruimte, stimuleert samenwerking tussen zorg en sociaal domein en borgt deze opgave binnen gebiedsontwikkeling. De gemeente doet dit vanuit haar rol van het bevorderen van een leefbare en gezonde stad. Het financiële kader van deze nota is beperkt tot de beleidsmatige en faciliterende rol van de gemeente.

Eventuele gemeentelijke betrokkenheid bij vastgoed (zoals verhuur en aanhuur) worden per geval afgewogen. De nota focust zich op beleidsuitgangspunten en bepaald op basis daarvan de ruimtevraag van wijkgerichte zorg zonder wooncomponent. De wooncomponent is teruggekomen in de woonzorgvisie en volgt uit het IHP-deel dat gaat over maatschappelijke opvang. Belangrijke trends en ontwikkelingen: • Demografie: De bevolking groeit en er zijn steeds meer ouderen. Er is een stijging van 30% in chronische aandoeningen verwacht en daarmee extra druk op huisartsen. • Specifieke doelgroepen: Studenten, expats en arbeidsmigranten, die tijdelijk in de stad of op kamers verblijven, hebben vaak geen huisarts in de stad. • Zorgpersoneelstekort: De huisartsenpraktijken kampen met hoge werkdruk en tekorten aan ondersteunend personeel, wat leidt tot patiëntenstops en preferentie voor groepspraktijken. Op het moment van schrijven kunnen patiënten bij 49 van de 110 huisartsenvestigingen in Den Haag nog slechts terecht. • Schaalvergroting: Solopraktijken verdwijnen, en er is een duidelijke beweging richting HOEDpraktijken en gezondheidscentra waar meerdere zorgverleners samenwerken. De ruimteknelpunten, die hierdoor gaan ontstaan zijn groter dan de extra ruimtebehoefte als gevolg van de bevolkgingsgroei in de stad.

• Wijkverschillen: Gezondheidsachterstanden en zorgbehoeften verschillen sterk per wijk, wat vraagt om een gebiedsgerichte aanpak. Deze keuze staat haaks op veel artsen, die geen voorkeur hebben voor een wijk met gezondheidsachterstanden. • Ruimteschaarste: Hoge vastgoedprijzen en beperkte fysieke ruimte in bestaande wijken (zoals Transvaal en Loosduinen) bemoeilijken de realisatie van zorgcentra.

Beleidskaders en instrumenten: •

De gemeente werkt met richtinggevende normen op basis van de Haagse nota voor richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen voor eerstelijnszorgfuncties (bijv. 150 m² voor een huisartsenpraktijk). De gemeente past deze toe bij het maken van gebiedsprogramma’s en gebiedsvisies. 3

• •

Samenwerking tussen sociaal domein en zorg wordt gestimuleerd. Hiermee zijn er ‘Gezondheidscentra 2.0’ met een combinatie van zorg met gemeentelijke dienstverlening. Verhuur van ruimtes gebeurt via marktpartijen, ondersteund door het platform Hteam070 en makelpunt Den Haag.

Op basis van de trends en ontwikkelingen en beleidskaders is de ruimtebehoefte in de volgende tabel naar voren gekomen. Deze ruimtebehoefte dient als uitgangspunt om aanspraak te maken in de stedelijke ontwikkeling en gebiedsvisies. In de tabel wordt onderscheid gemaakt in verschillende behoefte: uitbreidingsvraag gekoppeld aan de groei van de stad en vervangingsvraag. Bij vervangingsvraag gaat het erom dat zorg nu niet op de juiste plaats zit. Hierbij gaat het om onvoldoende zorg in wijk met behoefte aan verplaatsing vanuit andere stadsdelen. Daarnaast gaat het om onvoldoende clustering met een behoefte aan concentratie naar grotere gezondheidscentra. Tabel Ruimtevraag voor komende 10 jaar Stadsdeel

Uitbreidingsvraag Verandering huisartsenvraag t/m 2031 op basis bevolkingsprognose 1 huisarts =150 m2 *1

Vervangingsvraag Verhuisbehoefte Behoefte naar grotere verplaatsing uit gezondheidsandere centra (m²)*3 stadsdelen*4

Richtinggevende norm huisartsen t/m 2035 (m²) op basis woningbouwplannen *2

Richtinggevende norm eerstelijnszorg t/m 2035 (m²)*2

Segbroek +1,1 huisarts LeidschenveenYpenburg +0,4 huisarts

107 m²

290 m²

500–1.000 m²

0 m2

67 m²

182 m²

0 m²

0 m2

Escamp

+4,6 huisarts

1.064 m²

2.873 m²

1.500–2.000 m²

500-1.000 m2

Loosduinen

+3,2 huisarts

404 m²

1.092 m²

Scheveningen

+1,5 huisarts

166 m²

448 m²

ca. 1.500 m²

0 m2

Laak

+7,7 huisarts

1.630 m²

4.400 m²

1.000–1.200 m²

0 m2

Haagse Hout

+1,9 huisarts

467 m²

1.260 m²

600–1.000 m²

0 m2

Centrum

+4,8 huisarts

776 m²

2094 m²

2.000 a 3.500 m²

0 m2

1.200 m²

1Verandering huisartsenvraag t/m 2031 op basis huidige bevolkingsprognose 2024 en daarin opgenomen bouwplannen; 2Behoefte op basis van de woningbouwplannen opgenomen in leerlingprognose 2024-2035 en toepassing van

richtinggevende norm daarop; 3 Verhuisbehoefte op basis van trend en huidige wijkconfiguratie van kleine en grote huisartsenpraktijken en 4 behoefte verplaatsing op basis van verhouding patiënten/inwoners per wijk of stadsdeel.

In gebiedsontwikkelingen is het over het algemeen goed mogelijk de ruimtevraag voor wijkgerichte zorg in te passen. Veel ontwikkelaars en beleggers denken in ‘voorzieningenplinten’ en hebben daarom snel te kleine units en/of onvoldoende licht. Voldoende voor een individuele tandarts, maar onvoldoende voor een gezondheidscentrum. Daar zijn andere ruimte-oplossingen voor nodig. In ontwikkelgebieden wordt vanaf het begin voldoende ruimte voor geïntegreerde gezondheidscentra vastgelegd. Om knelpunten op te lossen wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen huisartsenzorg met gezondheidscentra en individuele praktijken zoals tandarts, fysio, diëtiste of psycholoog. Voor de huisartsenzorg en integrale gezondheidscentra wordt daarom met maatwerk getracht ruimtelijke knelpunten op te lossen. Voor individuele praktijken, niet zijnde huisartspraktijk, doet de gemeente dit in principe niet. Hierbij zijn knelpunten doorgaans kleiner vanwege kleinere ruimtevraag. Om ruimteproblemen op te lossen in de wijken, kan de gemeente indien nodig (uitzonderingsgevallen) ook eigen panden inzetten. Gelet op het belang hiervan kiest het college om 4

dit instrumentarium (passend binnen de kaders van Didam) te gebruiken. Hierbij kan het gaan om bijvoorbeeld het meenemen van een gezondheidscentra bij de sloopnieuwbouw van een school. Gevolg hiervan is wel dat gemeente het leegstands- en wanbetalingsrisico naar zich toe trekt evenals opbrengsten uit exploitatie. Gezondheidscentra waarin meerdere huisartsen samen met andere eerstelijnszorgverleners, onder één dak opereren, bieden aanzienlijke voordelen. Ze kunnen efficiënter opereren, bieden betere toegang tot zorg, en zijn aantrekkelijker voor jonge zorgverleners. Daarom is het essentieel en onderdeel van collegebeleid dat deze ontwikkeling actief wordt ondersteunt door ruimte te reserveren voor wijkgerichte zorg in de uitwerking van de Omgevingsvisie in gebiedsvisies cq. gebiedsprogramma’s. Bij nieuwbouwplannen is de inzet op specifieke zorgbestemming voor gezondheidscentra, die geen ruimte biedt aan andere functies, zoals bijvoorbeeld detailhandel of sportschool. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat voldoende ruimte is voor wijkgerichte zorg. De specifieke zorgbestemming is geen belemmering voor meer inzet op samenwerking met sociaal domein met bijvoorbeeld een sportzaal voor valpreventie.

De uitvoering van deze nota sluit aan op de planning van de gebiedsprogramma’s en kansen met meervoudig ruimtegebruik bij de uitvoering van Integrale Huisvestingsplannen, zodat de benodigde ruimte voor wijkgerichte zorg tijdig kan worden meegenomen in de fasering van gebiedsontwikkelingen. Voor urgente knelpunten wordt zo nodig van deze planning afgekeken via separate besluitvorming.

5

1. Zorg voor iedereen 1.1 Aanleiding, opgave in een veranderende stad Den Haag beoogt een aantrekkelijke en leefbare woon- en werkstad te zijn voor bestaande en nieuwe inwoners, waar het goed leven en verblijven is, in alle opzichten. Dit vraag om een stad waarin bewoners de kans hebben om zichzelf te ontwikkelen, regie hebben over hun eigen leven en (met hulp van naasten) om te gaan met tegenslagen, een stad met voldoende zorgvoorzieningen. Een stad, waarin (groepen) inwoners en partijen met elkaar verbonden zijn, elkaar helpen, kunnen ontmoeten en waarin zij samen, ieder naar vermogen verantwoordelijkheid nemen voor de buurt waarin ze leven. De opgave om naar vermogen verantwoordelijkheid te nemen komt ook terug in de zorgakkoorden, zoals het Integraal Zorgakkoord en het in voorbereiding zijnde ‘Aanvullend Zorg en welzijn akkoord. Dit vraagt om (ruimtelijke) samenwerking tussen overheid, zorgaanbieders en inwoners om gezamenlijk een solide fundament voor zorg en welzijn te leggen. Alleen zo kan de zorg toekomstbestendig, toegankelijk en dichtbij georganiseerd worden. Om dit te faciliteren is het nodig dat er een goede wijkgerichte zorg is met eerstelijnszorgvoorziening in de stad, die past bij de groei van het aantal inwoners, de verandering van de behoeftes van de inwoners en de veranderingen waar eerstelijnszorgorganisaties mee te maken hebben.

De gemeente heeft geen directe wettelijke taak in de huisvesting van eerstelijnszorg (dat ligt primair bij zorgaanbieders en zorgverzekeraars), maar vervult wel een actieve, faciliterende rol. Deze bestaat uit het scheppen van planologische ruimte, stimuleren van samenwerking en – waar knelpunten ontstaan – het inzetten van gemeentelijk vastgoed als laatste vangnet.

1.2 Doel en uitgangspunten Deze nota is onderdeel van de opgave beschreven in de collegebrief ‘op weg naar een Integraal Huisvestingsplan Zorg & Welzijn’ (zie afbeelding). Het doel van de nota is om in elke wijk voldoende, toegankelijke en diverse zorgvoorzieningen te hebben, die het mogelijk maken zorg, ondersteuning en welzijn dicht bij huis te bieden. Dit draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van bewoners, het versterken van hun zelfstandigheid en sociale netwerken, en het bevorderen van gezondheid en preventie. Om deze te bepalen zijn er echter wel uitgangspunten en kaders nodig.

“Visie gezondheidszorg” & Haagse beleidsplannen in het sociaal domein

Woonzorg visie

IHP Maatsch. Opvang & Bescherm wonen

Opgave Brief op weg naar IHP Zorg & Welzijn

Nota Ruimte voor wijkgerichte Zorg

IHP Sport

IHP Welzijn 1.0

IHP Onderwijs

IHP Cultuur & Bibliotheken

Kader welzijnsaccommodaties

IHP Welzijn 2.0

6

In de uitwerking van deze nota zijn de beleidsuitgangspunten vanuit het sociaal domein en de nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen (RIS317835) gehanteerd. Daarnaast wordt nieuw accommodatiebeleid geformuleerd om te kunnen sturen op voldoende zorgvoorzieningen. Hierbij gaat het over de rol en opstelling van de gemeente bij het faciliteren van de markt en ruimtevragen in de trajecten van gebieds- en stadsontwikkeling. Aangezien de gemeente als partner opereert, zijn er sturingsmiddelen nodig. Deze nota richt zich op de investeringskeuzes van de gemeente om welzijn en dienstverlenende functies gefinancierd vanuit de gemeente onder te brengen in gezondheidscentra (denk aan wijkgerichte WMO- en, buurtsportcoaches, helpdesk geldzaken, sociale raadslieden, participatie en inburgering, opbouw- en opvoedsteunpuntmedewerkers van de welzijnsorganisaties, voedselbankondersteuning Dit komt terug in het welzijnsaccommodatiebeleid en daarna in het IHP Welzijn 2.0. Wel worden in deze nota de uitgangspunten geformuleerd op basis waarvan gekozen wordt voor fysieke samenwerking tussen sociaal en zorgdomein.

1.3 Opzet nota Deze nota beperkt zich tot wijkgerichte zorgonderdelen zonder de woonfunctie. Hierbij gaat het in hoofdzaak om eerstelijnszorg en tweedelijnszorg. Er wordt een beeld geschetst van wijkgerichte zorg in Den Haag, met een focus op de huisvesting van gezondheidscentra waarin meerdere huisartsen en andere zorgpartijen zich kunnen vestigen. De opzet houdt rekening met het behoud van de historische setting van de stad en benadrukt het belang van samenwerking om een veerkrachtige en toekomstbestendige infrastructuur voor eerstelijnszorg te realiseren.

1.4 Onderzoek en gegevens Om te komen tot deze nota is er onderzoek uitgevoerd en een bouwsteen opgesteld door Eerstelijnszorgorganisatie REOS met daarin trends en ontwikkelingen en handvatten om de visie op huisvesting van de eerste tot de tweedelijnszorg te borgen. Daarnaast is er informatie verzameld uit andere bronnen onder andere met gegevens van huisartsenvereniging Hadoks, CBS, Sociale kaart, bijeenkomsten met Reos, woningbouwcorporaties, zorgprofessionals en data over gemeentelijke bevolking (zie bijlage 1 verantwoording en toelichting datagebruik).

1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft de trends en ontwikkeling en de vigerende wetten, regels en beleid. In hoofdstuk 3 worden op basis hiervan beleidsuitgangspunten geformuleerd, die de ruimtevraag voor wijkgerichte zorg bepalen en de omgang daarmee. Hoofdstuk 4 geeft vervolgens op basis van een analyse de ruimtevraag van wijkgerichte zorg per stadsdeel. Tot slot geeft Hoofdstuk 5 weer hoe voldoende ruimte voor zorg wordt gemonitord.

H2 Trends & ontwikkelingen Beleid, wet- en regelgeving

H3 Beleidsindicatoren

H4 Ruimteclaim H5 Monitoring

7

2. Behoefte en beleid in een veranderende stad In dit hoofdstuk worden de trends en ontwikkelingen beschreven die invloed hebben op ruimte voor wijkgerichte zorg en de organisatie daarvan, zie voor uitgebreide analyse bijlage 1. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk de vastgestelde kaders uit relevante nota’s en wet- en regelgeving beschreven, die een belangrijke basis voor de uitgangspunten van wijkgerichte zorg, zie voor uitgebreide analyse bijlage 2.

2.1 Veranderende stad Demografie: groei en veranderende zorgbehoefte in Den Haag Den Haag groeit sterk. De stad verwacht een behoefte van circa 18 extra huisartsen en ongeveer 11.000 m² aan aanvullende zorgruimte tot 2030. Naast de kwantitatieve groei speelt dubbele vergrijzing een cruciale rol: het aandeel 80-plussers stijgt relatief sterk, waardoor de zorgvraag disproportioneel toeneemt. Chronische aandoeningen zullen met circa 30% toenemen. Zorggebruik verschilt bovendien per wijk, met extra druk in Zuidwest, Laak, Transvaal en de Schilderswijk. In sommige wijken, zoals Moerwijk, is het huisartsenaantal per inwoner ontoereikend. Specifieke doelgroepen Den Haag is een internationale stad met veel studenten, expats en arbeidsmigranten. Voor deze groepen is het reguliere zorgaanbod vaak niet voldoende toegankelijk, door bijvoorbeeld taalbarrières of inschrijvingsproblematiek. Initiatieven als LOKAAL Transvaal en de Zorgkamer in Zuidwest voorzien in laagdrempelige hulp en wijkgerichte ondersteuning. Deze doelgroepen vragen om flexibeler, digitaal en Engelstalig/meertalig zorgaanbod, vaak geconcentreerd in het centrum of specifieke wijken. Tekort aan zorgpersoneel en gevolgen Structurele personeelstekorten – vooral onder doktersassistenten en praktijkondersteuners – zorgen voor hoge werkdruk.

Op het moment van schrijven kunnen patiënten bij 49 van de 110 huisartsenvestigingen in Den Haag nog slechts terecht. Daarnaast leidt taakverschuiving vanuit de tweedelijnszorg tot nog meer druk op huisartsen. Kwaliteit van huisvesting en werkomgeving wordt belangrijker bij het aantrekken en behouden van personeel; ook in onderlinge concurrentie tussen regio’s. Schaalvergroting: van solopraktijk naar gezondheidscentrum Er is een duidelijke trend richting schaalvergroting: minder solopraktijken en meer groepspraktijken of gezondheidscentra (HOED). Huisartsen willen vaker in loondienst of als waarnemer werken. Dit leidt tot fusies of sluiting van solopraktijken. Schaalvergroting leidt tot efficiënt gebruik van ruimte en kostenbesparing via gedeelde faciliteiten. Er zijn echter belemmeringen zoals het wegvallen van Rijkssubsidies (zoals de Vinex-regeling)en hoge vastgoedkosten. Integratie zorg en sociaal domein Er is een groeiende aandacht voor een integrale benadering van zorg, welzijn en preventie. De zogenoemde ‘Gezondheidscentra 2.0’ integreren medische zorg met gemeentelijke diensten zoals schuldhulp en opvoedondersteuning. Voorbeelden zijn Rubenshoek, De Volharding en Twickelstraat. Ook buiten Den Haag, zoals in Harderwijk en Amsterdam (zie bijlage 1), ontstaan vergelijkbare initiatieven.

De focus verschuift naar leefstijlbevordering, preventie en laagdrempelige ondersteuning. Decentralisatie en digitalisering Zorg wordt steeds meer wijkgericht georganiseerd, mede door kostenbeheersing en personeelstekorten. Digitale oplossingen zorgen deels voor centralisatie, zoals bij medische 8

callcenters en e-health consulenten. Apotheken transformeren naar distributiepunten met afhaalkluizen. Tegelijk vervullen apotheken een bredere maatschappelijke rol, met leefstijladvies en preventieve zorg. Ruimteschaarste en vastgoedproblematiek Huisvesting van gezondheidscentra in bestaande wijken is lastig door ruimtegebrek en stijgende vastgoedprijzen. In buurten zoals Schilderswijk en Transvaal zijn geschikte locaties schaars. De normvergoeding van de NZa (€25.000 per jaar voor 2.095 patiënten) dekt vaak niet de werkelijke huisvestingskosten. Huisartsen moeten daarom zoeken naar andere verdienmodellen of werken met grotere patiëntenaantallen. Diverse gemeenten hebben subsidies (vanaf 2025 ook Leiden) of werken met kostendekkende in plaats van marktconforme huur, ook al is dat eigenlijk taak van zorgverzekeraar. Innovatie en ontzorging Initiatieven zoals de Zorginnovatiehub in Den Haag Zuidwest tonen hoe innovatie, technologie en praktijkzorg samenkomen. Samenwerking met HMC, HagaZiekenhuis en onderwijsinstellingen bevordert de ontwikkeling en toepassing van nieuwe zorgoplossingen. Daarnaast zijn er commerciële en publieke partijen die huisartsen ontzorgen via beheer van vastgoed, zoals Arts en Zorg of SHG.

2.2 Beleid, wet- en regelgeving Landelijke wet- en regelgeving De wijkgerichte zorg in Nederland wordt beïnvloed door meerdere landelijke wetten. De Zorgverzekeringswet (Zvw) bepaalt de rol van zorgverzekeraars bij eerstelijnszorg, waarbij de gemeente formeel geen rol heeft. De Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) borgt prijzen en toegankelijkheid via de NZa. De Wet publieke gezondheid (Wpg) verplicht gemeenten tot preventie en gezondheidsbevordering, voornamelijk via de GGD. De Wmo en Jeugdwet leggen gemeentelijke verantwoordelijkheden neer voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, vaak via CJG's en Servicepunten. Andere relevante wetten zijn de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), Wet inburgering en de Participatiewet. Deze wetten beïnvloeden ruimtevragen en samenwerking met eerstelijnszorg.

Nationale akkoorden: IZA, AZWA, WOZO, TAZ Het Integraal Zorgakkoord (IZA) richt zich op betere samenwerking tussen huisartsenzorg en het sociaal domein. De gemeente is geen formele partij meer aan tafel, maar blijft wel actief bijdragen aan de doelen. Het (nog niet vastgestelde) AZWA richt zich op arbeidsmarkttekorten en samenwerking, WOZO bevordert zelfstandig wonen voor ouderen met nabijheid van zorg, en TAZ benadrukt de noodzaak voor herstructurering van zorg en versterking van de wijkgerichte aanpak. 9

Haagse beleidslijnen zorg & welzijn De gemeente Den Haag werkt aan gebiedsgericht welzijnsbeleid, onder andere via de hervormingsagenda jeugd (RondomJou en Kracht), seniorvriendelijk beleid en de woonzorgvisie. Beleid zoals 'Dienstverlening nabij' stimuleert wijkteams en integrale dienstverlening. Ook wordt inzet gepleegd op samenwerking tussen wijkzorg, preventie en sociaal domein. Richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen De nota Haagse richtinggevende normen (RIS 317835) geeft richtlijnen voor zorg- en welzijnsvoorzieningen. Deze worden toegepast bij het maken van gebiedsprogramma’s en gebiedsvisies. Voor eerstelijnszorg gelden normen als 1 huisarts per 2.095 inwoners met 150 m² ruimte, en vergelijkbare maatvoeringen voor tandartsen, apotheken en fysiotherapeuten. De normen verschillen per stedelijk milieu en zijn bedoeld om mee te nemen in de planvorming. Voor CJG’s, buurtcentra en hulp bij werk en armoede gelden ook vaste richtlijnen. Voor overige functies zoals logopedie en diëtetiek is sprake van 'nadenkplicht' of vergewisplicht. Juridisch kader vastgoed en zorg & Gemeentelijk vastgoedbeleid De gemeente is gebonden aan regels als het Didam-arrest, de Wet Markt en Overheid, en staatssteunregels bij vastgoedverhuur aan zorgaanbieders. Transparantie, gelijke kansen en marktconformiteit zijn hierin leidend.

Afwijking mag alleen onder strikte voorwaarden, mits verankerd in beleidskaders. Het omgevingsplan bepaalt daarnaast of een zorgfunctie planologisch toelaatbaar is en of parkeernormen haalbaar zijn. De Nota Vastgoed stelt dat vastgoed ondersteunend is aan beleidsdoelen en sober en doelmatig moet worden ingezet. In het onderhouds- en investeringsbeleid (MOP/MIP) worden keuzes onderbouwd. Omgevingsvisie en gebiedsvisies per stadsdeel De Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS 321163) geeft aandacht aan voldoende maatschappelijke voorzieningen, waaronder zorg. Via gebiedsvisies en -programma’s (zoals in de Binckhorst) wordt tijdig ruimte gereserveerd voor voorzieningen, met aandacht voor multifunctioneel gebruik. In nieuwe gebiedsvisies per stadsdeel wordt de Omgevingsvisie verder uitgewerkt en wordt bepaald waar een gebiedsprogramma nodig is. Deze programma’s sturen op samenhangende gebiedsontwikkeling en een evenwichtige verdeling van voorzieningen. De Omgevingsvisie benadrukt toegankelijke, laagdrempelige zorg in de wijk, gekoppeld aan woonvormen voor ouderen en mensen met een ondersteuningsvraag en geeft ambitie om basisvoorzieningen (binnen 15 minuten) te kunnen bereiken. Leegstands- en huisvestingsbeleid Den Haag heeft in 2025 het makelpunt gelanceerd, een platform dat leegstand koppelt aan vraag. Specifiek voor huisartsen is het hteam070.nl opgericht.

In het eerste jaar zijn 19 casussen behandeld, vooral over ruimtetekorten. In wijken zoals Loosduinen, Transvaal en Schilderswijk wordt gezocht naar maatschappelijke vastgoedoplossingen. De gemeente werkt met vier typen bestemmingen

10

waarin wijkgerichte zorg kan worden ingepast: maatschappelijk, economisch, gemengd en specifiek 'wijkgerichte zorg'.

3. Beleidsuitgangspunten voor goede wijkgerichte zorg Hoe kan de gemeente sturen op wijkgerichte zorg? Om te komen tot zorginfrastructuur in de wijken, zijn de in vorige hoofdstuk beschreven trends & ontwikkelingen (zie ook bijlage 1) en vastgestelde kaders uit relevante nota’s en wet- en regelgeving (zie ook bijlage 2) een belangrijke basis van de ruimtevraag voor en organisatie van wijkgerichte zorg. Op basis van deze kaders en autonome trends en ontwikkelingen zijn dit hoofdstuk de beleidsuitgangspunten en kansen geformuleerd.

3.1 Beleidsuitgangspunten, vraagaanbod-indicatoren Met de in bijlage 2 beschreven beleidskaders volgen in deze paragraaf de beleidsuitgangspunten voor de omgang met en bepaling van de ruimtevraag voor wijkgerichte zorg. Dit gebeurt aan de hand van zogeheten vraag-aanbodindicatoren, die inzicht geven in waar en hoeveel zorg nodig is. Deze beleidsuitgangspunten vormen het afwegingskader voor toekomstige keuzes: • • •

Waar moet ruimte worden gereserveerd voor zorgvoorzieningen? Hoe groot moet die ruimte zijn? Welke voorwaarden stelt de gemeente daarbij?

Op deze manier bepaalt de gemeente de benodigde ruimte (‘ruimtevraag’) voor wijkgerichte zorg in bestaande stedelijk gebied en ontwikkelgebieden, die in hoofdstuk 4 vervolgens wordt weergegeven.

11

Indicatoren voor voldoende aanbod bij gebiedsontwikkeling 1. De gemeente waarborgt bij gebiedsontwikkelingen dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor wijkgerichte zorg, en neemt dit expliciet op in de verschillende gebiedsvisies, strategieën en -programma’s. 2. Om goed op wijkgerichte zorg te sturen wordt naast het publiekrechtelijk instrumentarium (Omgevingsplan) ook privaatrechtelijk instrumentarium in een vroeg stadium benut (verplichtingen in overeenkomsten, zoals de anterieure overeenkomst en voorwaarden in tenderdocumenten). 3. De gemeente zet in op clustering van wijkgerichte zorg met gezondheidscentra (‘multifunctioneel, tenzij…’). Hierbij kan een apotheek enkel gevestigd worden op begane grond en kunnen ander wijkgerichte zorg ook op toegankelijk op verdiepingen gerealiseerd worden. Voor de gezondheidscentra wordt gekeken naar goed bereikbare locaties. Clustering bij winkelcentra of bestaand maatschappelijk vastgoed is een pre. Toelichting 3 Veel ontwikkelaars en beleggers denken in een zgn. voorzieningenplint en dan alleen de behoefte vanuit hun eigen ontwikkeling. Ze komen daarmee uit op kleine units, beperkt licht en versnippering van het aanbod. Dit is voldoende voor een individuele tandarts, maar onvoldoende voor realisatie van gezondheidscentra.

Daarnaast zijn voorzieningenplinten ook niet altijd wenselijk gelet op de schaarste van ruimte en het ‘dichte’ karakter van veel zorginstellingen. Dit bevordert de sociale veiligheid niet. Inzet kan daarom zijn om wijkgerichte zorg op verdiepingen te realiseren. Deze afweging wordt gemaakt in lijn met de Haagse plintenstrategie (RIS312977) en de verplichte plintenstrategieparagraaf in gebiedsprogramma’s. Hiermee wordt de invulling van de plint in samenhang gebracht met de ruimtevraag van verschillende functies. Bij de inzet op clustering kijkt de gemeente ook naar combinaties of mogelijke samenwerkingen met het sociale domein. De keuzes voor clustering van gezondheidscentra betekent niet dat alle wijkgerichte zorg bij elkaar moet zitten. Tandartsen hoeven niet in gezondheidscentra opgenomen te worden en er zijn ook andere logische combinaties zoals fysio bij een fitnesscentrum, logopedie bij een school of wijkverpleegkundige bij een woonzorgcentrum. 4. De gemeente bestemt wijkgerichte zorg met een brede bestemming, waarbinnen afhankelijk van de locatie ook andere maatschappelijke en/of dienstverlenende functies mogelijk zijn. Uitzondering zijn specifieke locaties, die aangewezen worden voor gezondheidscentra. Hierin zal de bestemming voor een deel smaller zijn met alleen de mogelijkheid tot huisartsenzorg.

Toelichting 4 (en 8) smalle en brede bestemmingen voor wijkgerichte zorg Smalle bestemmingen beperken de kans op verkoop of verhuur van ruimtes aan functies/partijen met meer financiële draagkracht, maar vergroten het risico op leegstand. Bij nieuwbouw in stedelijke gebieden en hoge vastgoedprijzen is de vestiging van huisartsen en wijkgerichte zorg gebaat bij smalle bestemmingen. Bij bredere bestemmingen (‘gemengd’, ‘maatschappelijk’ of ‘dienstverlening’) is nieuwbouw of verbouw makkelijker te financieren, omdat banken en ontwikkelaars minder risico lopen. Bij vertrek van een huisarts of het afzien van vestiging, kan de financier makkelijker verkopen of verhuren aan andere partijen. Het nadeel van brede bestemmingen is dat de koop- of huurprijzen te hoog kunnen worden voor huisartsen. Om bij nieuwbouw huisartsenzorg zo goed mogelijk te garanderen zal voor de locaties waar een gezondheidscentrum is bedacht de bestemming smal zijn en wordt ingezet op wijkgerichte zorg met daarbij tenminste een huisartsenpraktijk (verplichting).

12

5. De gemeente laat de verhuur van wijkgerichte zorg over aan marktpartijen en corporaties; Toelichting 5 en 9b Het vinden van ruimte van losse fysio- of tandartspraktijk is een stuk makkelijker dan voor een huisartsen of volledige gezondheidscentra. Allereerst is het aantal vierkante meters kleiner waardoor er op het actuele aanbod van makelaarsportalen stads breed mogelijkheden voorhanden zijn. Daarnaast verschilt de behoefte aan nabijheid per zorgfunctie. Huisartsenzorg vraagt om aanwezigheid in de wijk, terwijl andere zorgfuncties minder vaak worden bezocht. Het is voor de gemeente ook ondoenlijk om elke zorgpartij te helpen. Daarom maakt gemeente onderscheid in cruciale huisartsenzorg in nabijheid en andere wijkgerichte zorg. Uiteraard kunnen er uitzonderingen zijn als bijvoorbeeld een (grote) thuiszorgzorgorganisatie of apotheek geen ruimte kan vinden. 6. De gemeente stimuleert met Hteam070, Makelpunt en stadsmakersinitiatieven dat vraag en aanbod wordt gematcht, maar neemt niet de rol van makelaar op zich. Hierbij kijkt de gemeente ook naar combinaties in het sociaal domein waar de gemeente zelf aan de lat staat. Voor het Hteam070 beperkt de gemeente zich tot huisartsen en gezondheidscentra. Toelichting 6 Bij gebiedsontwikkeling worden niet alle woningen tegelijk opgeleverd. Daar kunnen soms een aantal jaren tussen zitten.

Dit betekent dat een gezondheidscentra in begin leeg kan staan, waardoor ontwikkelaars dat risico niet op zich willen nemen. Zeker als de ontwikkelaar met andere fasen met woningbouw geen bemoeienis heeft. Hulp bij het samenbrengen van partijen en stadsmakersinitiatieven om tijdelijke leegstand te vullen zijn dan extra nodig; ook om risico’s af te dekken. Indicatoren voor voldoende aanbod in overige wijken 7. De gemeente past voor de groei de ‘Richtinggevende normen voor voorzieningen’ toe op gebiedsniveau en vult die aan met behoefte vanuit veranderingen van de stad. 8. De gemeente behoudt de inzet op brede bestemmingen voor wijkgerichte zorg, maar is terughoudend met herbestemmingen waarmee de mogelijkheden voor wijkgerichte zorg afnemen; 9. a) De gemeente laat de verhuur van wijkgerichte zorgvoorzieningen in de basis over aan marktpartijen en corporaties, maar is bereid om knelpunten waar mogelijk op te lossen met inzet van gemeentelijk vastgoed, woonzorgpartners en tijdelijk voor kavels (maar altijd in afweging met ander beleid). Het gemeentelijk vastgoed kan gaan om gecombineerd ruimtegebruik van onderwijsgebouwen of ander vastgoed dat de gemeente in eigendom wil houden. b) De gemeente beperkt de verhuur en andere inspanningen tot gezondheidscentra en huisartsenpraktijken.

c) De gemeente zal bij verhuur van gezondheidscentra of huisartsenpraktijken in basis zich richten op bestaande praktijken in de wijk, partijen, die zich bij H-team melden en knelpunten hebben vanwege tekort aan ruimte. Hiervoor zal niet altijd een openbare aanbiedingsprocedure plaatsvinden conform de regels van het Didam-arrest 13

, maar zal, mits passend binnen de regels van het Didam-arrest, de gemeente onder verwijzing naar deze nota verhuur rechtstreek plaatsvinden aan een gegadigde. Het voornemen om hiertoe over te gaan zal worden gepubliceerd in het Gemeenteblad. d) De gemeente gaat in haar vastgoedbeleid uit van een marktconforme huur, tenzij kostendekkende huur een hoger bedrag is. Hierbij is marktconforme huur niet de maximale huur binnen alle mogelijke bestemmingen, maar een concurrerend tarief dat huisartsen/zorgpartijen ook bij andere (vergelijkbare) aanbieders betalen. Afwijken hierop met kostendekkende huur kan, maar is niet het uitgangspunt. Toelichting 9c De gemeente wil gelet op continuïteit van huisartsenzorg en samenwerkingsbanden bestaande huisartsen die via h-team naar ruimte zoeken een kans geven. De gemeente wil echter nieuwe huisartsen of te realiseren gezondheidscentra ook een kans geven. Mochten deze partijen zich vooraf bij het h-team gemeld hebben, zullen deze partijen niet uitgesloten worden. Alle geïnteresseerde partijen met huisvestingswensen kunnen zich hiermee melden bij H-team. 10. De gemeente stimuleert met matchmaking met Hteam070 en makelpunt dat vraag en aanbod wordt gematcht, maar neemt niet de rol van makelaar op zich.

Hierbij kijkt de gemeente ook naar matchmaking met combinaties in het sociaal domein waar de gemeente zelf aan de lat staat, maar beperkt met Hteam070 zich tot huisartsen en gezondheidscentra. Indicatoren voor voldoende aanbod 11. Met data en casuïstiek vanuit het Hteam 070 zullen generieke knelpunten geïnventariseerd worden; ook in samenwerking met G4/G5. Informatie hierover zal ook - indien nodig gesprek zijn met het ministerie van VWS. Bijvoorbeeld rondom huisartsen en de bekostiging vanuit de zorgverzekeraars. 12. Bij gebiedsontwikkelingen wordt gekeken naar de behoefte op basis van de richtinggevende normen voor eerstelijnszorg organisaties en een zgn. vergewisplicht voor overige wijkgerichte zorg (zoals logopedie, psycholoog) en combinaties met het sociale domein. 13. Voor behoefte in de bestaande stad wordt gekeken naar de autonome trends & ontwikkelingen beschreven in hoofdstuk 2, waaronder vergrijzing, toename van gebiedsgericht werken (meer 2delijns- en 1,5 lijnszorg in de wijk), schaalvergroting met (grotere) HOED-praktijken (Huisartsen Onder Eén Dak), samenwerking met sociaal domein en voor nieuwbouw ook de richtinggevende normen. 14. Inzet bij behoefte is meervoudig, gecombineerd en intensief ruimtegebruik. Parkeren, entree, wachtruimte, toiletten en balies kunnen worden gedeeld. 15.

De opzet van gezondheidscentra, zonder (gemeentelijke) functies vanuit het sociaal domein is aan de ‘markt zelf ’en brancheorganisaties. Gemeente roept brancheorganisaties en sector zelf deze handschoen op te pakken en fysieke samenwerking van HOED-praktijken met verschillende andere partners. 16. De opzet van zorg in de wijk is aan de particuliere markt. Met data wordt de sector aangemoedigd om rekening te houden met verschillen tussen wijken met: • Gezondheidsverschillen: schulden, migratieachtergrond, sociaaleconomische status, laag geletterdheid, • Leefstijlindicatoren die ruimtelijk samenvallen: zoals roken, drugs- en alcoholgebruik, obesitasondergewicht, weinig bewegen 14

• •

Hoog risico op angst/depressie veroorzaakt door veel stress, veel eenzaamheid Schaarste aan ruimte

15

3.2. Kansen samenwerking met sociaal domein Er zijn kansen om zogeheten gezondheidscentrum 2.0 te realiseren waar fysiek samengewerkt tussen sociaal en fysiek domein. De gemeente wil deze niet overal in de stad realiseren. Met meer dan 100 huisartsenlocaties is dat ook ondoenlijk en financieel niet haalbaar. Inzet is afhankelijk van de volgende factoren: • • •

•

•

•

Wensen vanuit ‘de markt’ om samen met de gemeente te werken Het hebben van een groot gezondheidscentrum met meerdere huisartsen onder een dak en andere relevante disciplines. Het type wijk maakt veel uit. Met gezondheidscentra 2.0 nu in Schilderwijk, Moerwijk en Rivierenbuurt is een samenhang met wijkkenmerken. Door in zwakke of kantelwijken te gaan zitten kan een grotere bijdrage gerealiseerd worden om verschillen in gezondheid in de stad te verkleinen (sterke, gemiddelde, zwakke of kantelwijk) Een aantal wijken kennen relatief veel kwetsbare inwoners, hogere zorgconsumptie en een groeiende vraag naar langdurige en complexe zorg. Hier is extra inzet op preventie, vroeg signalering en versterking van de sociale basis nodig. Ruimtelijke kansen vanuit gebiedsontwikkeling, nieuwbouw en vrijkomend vastgoed. Met de ruimtedruk is er niet overal plek. Gebiedsontwikkeling biedt de mogelijkheden om kansen die er zijn te verzilveren. Witte vlek in het netwerk van gemeentelijke dienstverlening (bijlage overzicht gemeentelijke dienstverlening en netwerk; Een gezondheidscentrum 2.0 direct naast een servicepunt XL is niet efficiënt. Kansen liggen er daarom daar waar ontbrekende schakels zijn nabijheid van dienstverlening.

Met het welzijnsaccommodatie beleid zullen uitgangspunten geformuleerd worden over de gewenste spreiding, noodzakelijk draagvlak, bereikbaarheid en kwaliteit van servicepunt XL. Deze worden vervolgens vertaald in integraal huisvestingsplan Welzijn. In CJG’s en Servicepunt XL kunnen daar waar mogelijkheden zijn tegen vergoeding voor specifieke partners ruimte beschikbaar gesteld worden, zoals logopedisten bij een CJG.

Om deze kansen te verzilveren wordt gewerkt met data over wijkkenmerken (zie bijlage 2) over spreiding van zorg, dienstverlenende functies (zie bijlage 3) en een afwegingskader voor wijkgerichte zorg.

16

4. Analyse en opgave stadsdelen 2025-2050 In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke opgaven op het gebied van huisvesting van eerstelijnszorg, en in het bijzonder huisartsenvoorzieningen, per stadsdeel kwantitatief in beeld gebracht. De analyse beperkt zich tot de uitgangspunten die geformuleerd in het vorige hoofdstuk zijn en spitst zich toe op de ruimtebehoefte door groei en de behoefte aan gezondheidscentra en huisartsenpraktijken. Daarbij is gebruikgemaakt van verschillende databronnen. Hoewel gestreefd is naar een zo volledig en actueel mogelijk overzicht, betreft dit geen sluitende wetenschap. De cijfers zijn gebaseerd op een momentopname in een dynamische markt en geven richting, maar kennen duidelijke beperkingen (zie verantwoording bijlage 1). Uit de cijfers volgt per stadsdeel een ruimtevraag.

4.1 Segbroek Segbroek heeft in basis voldoende huisartsen. Er zijn 76.000 patiënten/burgers ingeschreven op 63.000 inwoners. Dit betekent dat er patiënten/burgers woonachtig in andere stadsdelen naar Segbroek naar de huisarts gaan. Binnen Segbroek geldt dat de huisartsen De Vogelwijk, Regentessekwartier en Bomen- en vruchtenbuurt een groot overschot hebben van patiënten naar ratio van het aantal inwoners.

Huisartsen in Segbroek

Door demografie en woningbouwontwikkeling neemt komende 10 jaar de behoefte nauwelijks toe. Er zijn twee grote gezondheidscentra met 5 huisartsen (los van aanvullend personeel en huisartsen in opleiding), apotheek en aanvullende dienstverlening. Daarnaast bestaat het overgrote deel uit Duo en Trio-praktijken. Dit zijn praktijken met 2 en 3 fulltime huisartsen al dan niet met apotheek en aanvullende dienstverlening. Tevens zijn er een paar solopraktijken of Duo-partimepraktijken. Gelet op centralisatie of opschaling van huisartsenpraktijken is de verwachting dat komende 10 jaar 2 a 3 huisartsenprakijken zullen consolideren. Gelet op het overschot aan patiënten in relatie tot het aantal inwoners in Segbroek is het raadzaam hiervoor in planvorming in Loosduinen rekening mee te houden. Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door Bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg

+2,7% = 0,8 huisarts +1,0% =0,3 huisarts +3,7% =1,1 huisarts = 165 m2 107 m2 huisartsen = 0,7 huisarts 290 m2 eerstelijnszorg

17

Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie naar grotere gezondheidscentra

500 m2 a 1000 m2

4.2 Leidscheveen-Ypenburg In Leidschenveen-Ypenburg is er op papier een tekort van 15% aan huisartsen. Een deel van inwoners is elders ingeschreven (op het moment van schrijven worden patienten naar Hoornwijck Rijswijk verwezen). Met de vergrijzing is de verwachting dat de druk op de zorg toeneemt. De bevolking neemt echter af doordat kinderen het huis uit gaan en er niet veel wordt bijgebouwd. Hierdoor blijft grosso modo de behoefte in Leidschenveen-Ypenburg gelijk. Er is geen verhuisbehoefte voor schaalvergroting. Er zijn verspreid over het stadsdeel 4 grote gezondheidscentra met ieder gemiddeld 5 huisartsen. Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door Bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie naar grotere gezondheidscentra Totale behoefte

+4,7% =1,1 huisarts -3%= -0,6 huisarts 1,7% =0,4 huisarts = 60 m2 67 m2 182 m2 =1,2 huisarts 0 m2

18

4.3 Escamp In Escamp is er op papier een tekort van 12 huisartsen (verhouding ingeschreven ten opzichte van aantal inwoners). Grofweg de helft van dit tekort komt doordat ca 70% van de ca 20.000 arbeidsmigranten geen huisarts heeft (indicatie op basis van landelijke ervaringscijfers, voorlopige cijfers 2025 en inschatting niet ingeschrevenen). De andere helft van de bevolking gaat vermoedelijk naar Segbroek naar de huisarts waar een overschot is of naar centrum. Het papieren tekort is vrijwel geheel geconcentreerd in Moerwijk. Er zijn op het moment van schrijven nog wel een paar huisartsen zonder patientenstop in Escamp, maar niet in omgeving Moerwijk. Daar zijn 5 huisartsen minder zijn dan op basis van aantal inwoners valt te verwachten. De effecten van wijziging van de samenstelling van bevolking zijn relatief beperkt.

Met de gebiedsontwikkeling zal de komende jaren de behoefte over heel het stadsdeel toenemen met 7 huisartsen a 1.000 m2 en totaal ca 2800 m2 aan eerstelijnszorg. Er zal in het gebied ook ruimte met eerstelijnszorg worden gesloopt, die ook om compensatie vraagt. Hiervoor zijn in de Structuurvisie Den Haag Zuidwest reeds stappen gemaakt met vaststelling van een voorzieningenprogramma dat doorloopt tot 2040 met een ruimtelijke reservering van 3400 m2 en een voorzieningenkaart met plekken waar een en ander moet landen, waaronder het Gezondheidscentrum 2.0 aan de Twickelstraat.

19

In Wateringseveld en Rustenburg Oostbroek zijn grote gezondheidcentra gevestigd. In de rest van het stadsdeel zijn er relatief veel solo- en Duo-praktijken. De behoefte zal er daarom zijn dat dat er de komende 10 jaar 6 a 7 praktijken zullen consolideren naar grotere gezondheidscentra met daarbij ook apotheken en andere zorgverleners. Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door Bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie naar gezondheidscentra uit de wijk Escamp Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie naar gezondheidscentra vanuit andere stadsdelen Vervanging voor sloop

+1,7% =1,0 huisarts +5,7% = 3,5 huisarts 7,3% 4,6 huisarts = 680 m2 7 huisartsen =1064 m2 2873 m2 1.500 m2 a 2.000 m2 500 a 1.000 m2

4.4 Loosduinen Loosduinen heeft in basis onvoldoende huisartsen. Dit heeft deels met grenzen te maken. Veel inwoners gaan naar een huisarts in Segbroek(dicht tegen stadsdeelgrens). Er zijn 25.000 patiënten/burgers ingeschreven op 52.000 inwoners. In Vroondaal is een nieuwe huisartsenpraktijk geopend, die nog niet in cijfers is verwerkt. Doordat in Segbroek enige sprake is van (te verwachten) sluiting van solopraktijken zullen een paar huisartsen qua behoefte ruimte zoeken in Loosduinen. Te samen met andere solo- of duopraktijken die conform de trend samenklonteren zal er een behoefte zijn aan grotere gezondheidscentra met in totaal ca 1200 m2. Er is verdeeld over Kijkduin, Vroondaal en Waldeck sprake van nog aardige bevolkingsgroei door woningbouw. Ook zorg voor vergrijzing voor een lichte stijging. Deze is beperkt door ‘intramularisering’ dat wil zeggen geclusterde woonvormen

20

voor ouderen met eigen voorzieningen. Al met al neemt de behoefte aan huisartsen de komende 10 jaar met ongeveer 3 huisartsen toe. Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie naar gezondheidscentra

1,6%=0,4 huisarts 11,1%=2,8 huisarts 12,7%=3,2 huisarts = 475 m2 404 m2 1092 m2 1200 m2

4.5 Scheveningen In Scheveningen zijn 94.000 patiënten ingeschreven op 61.000 inwoners. Er zijn ca 16 huisartsen meer dan op basis van aantal inwoners kan worden verwacht. Inwoners uit het centrum en overige delen van de stad gaan naar een huisarts in Scheveningen. Door vergrijzing en woningbouwplannen zal de behoefte aan huisartsen zeer beperkt toenemen. Er zijn veel solo- en duopraktijken. Dit hangt samen met keuze van woonomgeving met praktijk aan huis en duurder vastgoed in het centrum. Verwacht kan worden dat deze behoefte voor een deel blijft bestaan en consolidatie daarom minder sterk is dan in andere delen van de stad. Wel zal het overschot aan huisartsenpraktijken vragen om verplaatsing richting het centrum. Voor Scheveningen zelf wordt een verplaatsingsbehoefte gezien van 4 a 5 huisartsen met ca 1.500 m2 voor of meerdere gezondheidscentra. Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door Bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie naar gezondheidscentra

3,6%=1,1 huisarts 1,6% = 0,5 huisarts 5,2% =1,5 huisarts =165 m2 166 m2 =1,5 huisarts 448 m2 Ca 1.500 m2

21

4.6 Laak In Laak is op papier een flink tekort aan huisartsen. Er zijn op 46.000 inwoners, maar 29.000 inwoners ingeschreven bij een huisarts. Dit betekent een rekenkundig tekort van circa 8 huisartsen. Het is echter niet te verwachten dat er, als deze huisartsen erbij komen, ook extra patiënten zullen komen. Van de arbeidsmigranten schrijft ca 70% zich niet in bij een huisarts (indicatie op basis van landelijke ervaringscijfers, voorlopige cijfers 2025 en inschatting niet ingeschrevenen). Indien dit als uitgangspunt wordt gehanteerd is het tekort helemaal verdwenen.

Laak heeft met ontwikkeling van Laakhavens en de Binckhorst te maken met de grootste vraag door woningbouwontwikkeling. Dit betekent een behoefte van ca 11 huisartsen en daarnaast de behoefte aan andere praktijkruimten. Er zijn slechts een paar solo- en een paar duopraktijken. Door consolidatie is er een vervangingsbehoefte voor nieuwe gezondheidscentra van ca 1.000 a 1.200 m2. Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie naar gezondheidscentra

1,2%=-0,3 huisarts 34% =7,4 huisarts 35,1%=7,7 huisarts =1150 m2 1630 m2 =10,8 4400 m2 Ca 1.000 a 1.200 m2

Specifiek voor de Binckhorst is een voorzieningenprogramma vastgesteld. Hierin is voor de eerste 5000 woningen 1850 m2 eerstelijnszorgvoorzieningen meegegeven en is daar ook programma voor 22

gerealiseerd. Tevens zijn ontwerpprincipes meegegeven voor realisatie in de plint. In het omgevingsplan is hier ruimte voor en ook ruimte voor flexibiliteit daarbovenop. Voor Laakhavens is 4750 m2 eerstelijnszorg opgenomen in de ontwikkelvisie. Dit metrage ligt hoger dan in de tabel vanwege de langere doorlooptijd van de ontwikkeling tot 2040 en dat een deel van Laakhavens in stadsdeel Centrum ligt.

4.7 Haagse Hout In Haagse hout is er in Mariahoeve en Benoordenhout beide een papierentekort van ongeveer 1 huisarts uitgaande van de verhouding ingeschreven patiënten en aantal inwoners. Dit geldt niet voor Bezuidenhout daar is omgekeerd een rekenkundig overschot van 6 huisartsen. Dit overschot kan worden verklaard doordat de wijken Rivierenbuurt en Stationsbuurt omgekeerd een tekort hebben van 5 huisartsen is. Hiermee is er gezamenlijk voor Haagse Hout met omliggende wijken Rivierenbuurt en Stationsbuurt sprake van een gewenste verhouding inwoners en ingeschreven patiënten. De praktijk is echter dat er veel inschrijvingen van elders zijn, waardoor er toch een tekort wordt waargenomen. Door deskundigen wordt aangegeven dat veel expats verspreid over de stad naar het International health centre gaan. Daarnaast blijven veel uitwonende studenten bij hun huisarts in Haagse Hout Op het moment van schrijven worden patienten doorverwezen naar Voorburg. Haagse Hout heeft te maken met woningbouwplannen in Mariahoeve en het CID. Tesamen zorgt de groei van de bevolking voor ca 3 extra huisartsen en daarnaast de behoefte aan andere praktijkruimten. Er zijn slechts een paar solopraktijken en enkele duopraktijken. De solopraktijken hebben ook nog een speciaal concept gericht op het centrum. Door consolidatie is de vervangingsbehoefte voor nieuwe gezondheidscentra 600 a 2000 m2.

Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door Bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg Indicatieve verhuisbehoefte consolidatie voor gezondheidscentra

1,7% =0,4 huisarts 6,1% = 1,5 huisarts 7,8 %=1,9 huisarts= 280 m2 467 m2 =3,1 huisarts 1260 m2 600 a 1000 m2

23

Ten aanzien van de gebiedsontwikkeling is in de PUK Mariahoeve ruimte voor gezondheidszorg opgenomen (1250 m2 inclusief bestaande praktijk). Daarnaast is in het Omgevingsplan /bestemmingsplan SoZa opgenomen dat er regels is minimaal 440 en maximaal 1.000 m2 wijkgerichte zorg komt. Met de ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhoutwest is een gezondheidscluster opgenomen van ca. 1.000 m² (2x huisartsen, 2x tandarts, 3-4 fysiotherapeuten, apotheek, buurtkamer).

4.8 Centrum In het centrum zijn uitgaande van de verhouding ingeschreven patiënten en aantal inwoners voldoende huisartsenpraktijken. Dit geldt met de kanttekening in de vorige paragraaf beschreven dat een deel van Rivierenbuurt en Stationsbuurt vermoedelijk naar Bezuidenhout naar de huisarts gaat. Binnen stadsdeelcentrum is er een rekenkundig overschot van 9 huisartsen in de binnenstad en een rekenkundig tekort van Archipelbuurt, Zeehelden en Willemspark van 9 huisartsen. De druk op de zorg door vergrijzing is hoog. Door de vergrijzing zullen er bijna 2 huisartsen extra nodig zijn. Daar komt door de groei van de stad nog 5 huisartsen bovenop. Er zijn in stadsdeelcentrum meer dan 10 solopraktijken en ook veel duo-praktijken en heel weinig gezondheidscentra. Dit hangt samen met schaarste aan ruimte. Ook zitten apotheken nog weinig geclusterd samen met huisartsen. Dit zorgt voor grote knelpunten met huisartsen, die met pensioen gaan. Via het H-team hebben een aantal huisartsen aangegeven nu al te krap zitten. Dit is vooral in Schilderwijk Transvaal het geval. Qua spreiding is het wenselijk als er met de consolidatie van solopraktijken naar gezondheidscentra locaties bijkomen in Archipelbuurt, Zeehelden en Willemspark.

Eveneens is het wenselijk als ruimte gevonden wordt in Schilderwijk en Transvaal en centrum van de stad ruimte gevonden wordt voor grotere gezondheidscentra met meerdere huisartsen onder een dak. Qua groei is er een behoefte van ca 2100 m2. Hiervan heeft 2/3 1400 m2 betrekking op hetgeen gereserveerd is in ontwikkelvisie Den Haag Centraal. Verandering behoefte door bevolkingssamenstelling t/m 2031 Verandering behoefte door bevolkingsgroei t/m 2031 Verandering behoefte door Bevolkingsgroei en samenstelling t/m 2031 Extra ruimtebehoefte conform richtinggevende norm 2035 huisartsen Extra ruimtebehoefte conform Richtinggevende norm totaal eerstelijnszorg Indicatieve verhuisbehoefte consolidatiegezondheidscentra

3,1% =1,6 huisarts 6,1% = 3,1 huisarts 9,2%= 4,8 huisarts =710 m2 776 m2 =5,1 huisarts 2094 m2 2000 a 3500 m2

24

25

5. Monitoring voor toekomstbestendige gezondheidszorgvoorzieningen De monitoring van deze nota vindt op verschillende wijze plaats.

5.1 Herijking In lijn met de andere IHP’s is het streven om deze nota om de 4 jaar te herijken en tussentijds bi te stellen. Zo is de gewenste voorzieningenplanning steeds voor de komende 10 jaar op orde.

5.2 Bredere monitoring Voor bredere monitoring wordt ingezet op Den Haag in cijfers en specifiek RAVEL en de doorontwikkeling daarvan. Hieronder zitten/komen indicatoren m.b.t. apotheken en huisartsen en aspecten van een gezonde leefomgeving.

5.3 Voortgangsrapportages gebiedsontwikkeling Daarnaast wordt er in voortgangsrapportages voor de ontwikkelgebieden in de stad ingegaan op de zorgvoorzieningen, zoals ook beschreven is met de Haagse nota richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen. De voortgangsrapportages verschijnen elk halfjaar tot een jaar. Monitoring gaat daarbij niet alleen in op de situatie van dat moment, maar ook een vooruitblik bieden naar de toekomst. Voor de monitoring wordt onderscheid gemaakt in: • Zicht op realisatie: zijn er publiekrechtelijk (omgevingsplan) of privaatrechtelijk afspraken gemaakt over realisatie van voorzieningen? Heeft de gemeente IHP-middelen als het gaat om combinaties met sociaal domein? Reserveringen: zijn locaties uit de voorzieningenprogramma’s vastgelegd in concrete plannen? • Realisatie: Zijn er bouwvergunningaanvragen of opleveringen van maatschappelijk vastgoed? Voorzieningen die nu in visies en voorzieningenprogramma's zijn opgenomen, zullen de komende jaren steeds concreter worden. Dat zal in de monitoring terug te zien zijn. • Doel: wordt het doel bereikt om voldoende voorzieningen te hebben voor de bewoners van de stad? Dit gebeurt door realisatie van nieuwe voorzieningen, maar ook door benutting van bestaande voorzieningen, of het achterblijven van de vraag.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16229886/1