CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323740 Betreft vervolgvragen tot verzoek herbestemming Edisonstraat 170-toepassing parkeernormen en beleidsconsistentie

Commissie Leefomgeving 8 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 323740

Schriftelijke vragen: Betreft vervolgvragen tot verzoek herbestemming Edisonstraat 170 – toepassing parkeernormen en beleidsconsistentie Indiener: Richard de Mos, Hart voor Den Haag

Datum: 7 november 2025

Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De fractie van Hart voor Den Haag heeft kennisgenomen van een stuitende situatie rond het pand aan de Edisonstraat 170, waar wij na een beklag van de initiatiefnemer op 30 juni jl. raadsvragen hebben ingediend, welke op 17 september 2025 jl. zeer summier beantwoord zijn. Initiatiefnemer ontvangt na deze poging om met de Gemeente tot een consensus te komen op 28 oktober jl. een schrijven van een projectinspecteur van de Afdeling Vergunningen & Toezicht. “Op 24 maart 2025 hebben wij met u, Enzo Bronzwaer en mijn collega's een overleg gehad m.b.t. de mobiliteitsknelpunten die een positieve beginseluitspraak voor de Basic-Fit in de weg staan. Er is in dit overleg besproken dat er door middel van een onderbouwing mogelijk nog een kans ligt om naar een positieve uitspraak toe te werken. Er is besproken aan welke randvoorwaarden deze onderbouwing dient te voldoen. Inmiddels is het bijna november en hebben wij nog geen onderbouwing ontvangen. Wij zouden willen weten of en wanneer wij wat zullen ontvangen. Het is niet de bedoeling om de aanvragen voor onbepaalde tijd aan te houden.” De randvoorwaarden zijn voor zowel initiatiefnemer dan wel voor de ingeschakelde specialist van Movares geheel niet duidelijk.

Er is contact gezocht door initiatiefnemer en Movares daar het voorstel van de afdeling mobiliteit was om middels een enquête te laten ondersteunen wat het parkeergedrag zal zijn van de toekomstige bezoekers van de sportschool. Bijgaande vragenlijst sluit aan bij de e-mail van 3 november jl. die door Movares is verstuurd aan de afdeling mobiliteit en is een aanvulling op de raadsvragen die reeds op 30 juni jl. door Hart voor Den Haag zijn gesteld. Het initiatief betreft een wens om een sportschool te realiseren welke met door de omliggende wijkverenigingen, de ondernemersvereniging SBOB, en met positieve signalen van de afdelingen Stedenbouw en Economie — ondersteund worden in een inmiddels sinds juli 2024 leegstaand winkelpand, dat thans geschikt is voor perifere of grootschalige detailhandel. Ondanks deze brede steun heeft de afdeling Mobiliteit op 27 mei 2024 een voorschot op een negatief advies uitgebracht, hoofdzakelijk op grond van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024. Daarbij is een parkeereis van 35 autoparkeerplaatsen opgelegd, wat feitelijk onuitvoerbaar is in deze hoogstedelijke context.

De initiatiefnemer heeft daarentegen meermaals overtuigend onderbouwd dat de werkelijke parkeervraag aanzienlijk lager ligt (circa 10 plaatsen op piekmomenten), mede op basis van gemeentelijke mobiliteitsgegevens en wat nu recent ondersteund wordt door een onderzoek van het Mulier Instituut (juni 2025). De fractie vraagt zich af waarom het college, ondanks de beleidsruimte van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen 2024 en de gemeentelijke ambities op het gebied van gezondheid, functiemenging en duurzaamheid, geen maatwerk of afwijking overweegt. Met deze vragen beoogt de fractie van Hart voor Den Haag inzicht te verkrijgen in de wijze waarop het Pagina 1 van 3

college de evenredigheid, beleidsconsistentie en maatwerkruimte toepast binnen de Omgevingswet. De casus Edisonstraat 170 is exemplarisch voor de spanning tussen strikte parkeernormen enerzijds en de ambitie van een gezonde, duurzame en vitale stad anderzijds.

Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt Richard de Mos, Hart voor Den Haag, de volgende vragen: Beleidsconsistentie en evenredigheid 1) Herkent het college dat de Edisonstraat 170 is gelegen in een zeer hoog stedelijke omgeving (adressendichtheid: 8.157 adressen/km²) waar gemeentelijk beleid juist inzet op voorzieningen met een lokaal verzorgingsgebied, zoals sportscholen? Zo ja, waarom is dit beleidsdoel niet meegewogen bij de beoordeling van de parkeervraag? 2) Kan het college toelichten waarom in dit geval geen gebruik is gemaakt van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024, dat juist ruimte biedt voor maatwerk bij herbestemming in hoog stedelijke gebieden, terwijl zowel Stedenbouw als Economie positief adviseren en er breed maatschappelijk draagvlak is? 3) Hoe verhoudt het weigeren van een sportschool zich tot het Haags Sportakkoord (RIS306192) en het Sportbeleidskader 2015–2030 (RIS283153), waarin laagdrempelige sportvoorzieningen in woonwijken nadrukkelijk worden gestimuleerd? Mobiliteit en realistische parkeervraag 4) Is het college bekend met de eigen gemeentelijke onderzoeken waaruit blijkt dat minder dan 10% van de ritten onder 2,5 km in Den Haag met de auto worden afgelegd, en dat het verzorgingsgebied van deze sportschool volledig binnen die afstand ligt? 5) Hoe verklaart het college dat de afdeling Mobiliteit desondanks een parkeervraag

van 35 parkeerplaatsen hanteert, terwijl objectieve berekeningen (op basis van gemeentelijke data en het Mulier Instituut, juni 2025) uitkomen op ongeveer 10 auto’s per piekuur? 6) Erkent het college dat een rigide toepassing van parkeernormen zonder contextcorrectie strijdig kan zijn met het evenredigheidsbeginsel onder de Omgevingswet, en dat in dit geval maatwerk een passende en juridisch houdbare oplossing zou kunnen bieden? Draagvlak en maatschappelijke meerwaarde 7) Is het college bekend met de positieve adviezen van Stedenbouw en Economie d.d. mei 2024, alsmede de steun van de wijkverenigingen en de ondernemersvereniging SBOB? Waarom is dit maatschappelijke draagvlak niet doorslaggevend meegewogen? 8) Hoe verhoudt het negatieve advies van Mobiliteit zich tot de gemeentelijke ambitie om leegstand te verminderen en de vitaliteit van buurtcentra te versterken, zoals vastgelegd in de Bedrijfshuisvestingstrategie (RIS303177), de Urgentiebrief Bedrijfshuisvesting (RIS311819) en het Actieprogramma Kleinschalige Bedrijfshuisvesting (RIS181978)?

Pagina 2 van 3

9) Kan het college bevestigen dat functies die planologisch wel zijn toegestaan binnen de huidige bestemming (zoals groothandels-/ reparatiebedrijven of autowasserijen) een hogere parkeerdruk zouden veroorzaken dan de beoogde sportschool? Proces en samenwerking 10) Waarom heeft het college nog geen gezamenlijke werksessie ter plaatse georganiseerd met Movares, initiatiefnemer en de betrokken gemeentelijke afdelingen om de parkeervraag gezamenlijk te herijken binnen de kaders van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024? 11) Is het college bereid om alsnog een maatwerkafweging te maken, gebaseerd op de ligging in een hoog stedelijk fietsgebied, de beperkte feitelijke parkeerbehoefte, de bereidheid van de initiatiefnemer om op eigen kosten voldoende fietsparkeerplaatsen te realiseren, en de maatschappelijke meerwaarde van de functie? 12) Zo nee, kan het college gemotiveerd aangeven waarom de beleidsruimte van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024 in dit concrete geval niet benut kan worden? Evenredigheid en experimenteerruimte 13) Acht het college het proportioneel om een herbestemming met een aantoonbaar lage parkeervraag te weigeren, enkel op basis van generieke parkeernormen, zonder toepassing van maatwerk of monitoringsvoorwaarden? 14) Is het college bereid om te overwegen een tijdelijke omgevingsvergunning met evaluatiemoment te verlenen, zodat de

feitelijke parkeervraag kan worden gemonitord en het besluit zo nodig kan worden aangepast? Beleidscoherentie 15) Hoe verhoudt het huidige standpunt van Mobiliteit zich tot gemeentelijk beleid gericht op vergroening van de openbare ruimte, verdichting en optoppen, bevordering van bewegen en gezondheid (Haags Sportakkoord), en behoud van gemengde stedelijke functies (Stedenbouw en Economie)? 16) Acht het college het wenselijk dat deze beleidsdoelen elkaar in dit geval tegenwerken in plaats van versterken?

Richard de Mos Hart voor Den Haag

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16201927/1