CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323740 Beantwoording SV Betreft vervolgvr verzoek herbestem Edisonstraat 170 – toep parkeernn en beleidsconsist

Commissie Leefomgeving 8 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

9 december 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Mos, luidend; ‘Betreft vervolgvragen tot verzoek herbestemming Edisonstraat 170-toepassing parkeernormen en beleidsconsistentie’

DSO/10977219 RIS323740

Het raadslid de heer De Mos heeft op 7 november 2025 een brief met daarin zestien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De fractie van Hart voor Den Haag heeft kennisgenomen van een stuitende situatie rond het pand aan de Edisonstraat 170, waar wij na een beklag van de initiatiefnemer op 30 juni jl. raadsvragen hebben ingediend, welke op 17 september 2025 jl. zeer summier beantwoord zijn. Initiatiefnemer ontvangt na deze poging om met de Gemeente tot een consensus te komen op 28 oktober jl. een schrijven van een projectinspecteur van de Afdeling Vergunningen & Toezicht. “Op 24 maart 2025 hebben wij met u, Enzo Bronzwaer en mijn collega's een overleg gehad m.b.t. de mobiliteitsknelpunten die een positieve beginseluitspraak voor de Basic-Fit in de weg staan. Er is in dit overleg besproken dat er door middel van een onderbouwing mogelijk nog een kans ligt om naar een positieve uitspraak toe te werken. Er is besproken aan welke randvoorwaarden deze onderbouwing dient te voldoen. Inmiddels is het bijna november en hebben wij nog geen onderbouwing ontvangen. Wij zouden willen weten of en wanneer wij wat zullen ontvangen.

Het is niet de bedoeling om de aanvragen voor onbepaalde tijd aan te houden.” De randvoorwaarden zijn voor zowel initiatiefnemer dan wel voor de ingeschakelde specialist van Movares geheel niet duidelijk. Er is contact gezocht door initiatiefnemer en Movares daar het voorstel van de afdeling mobiliteit was om middels een enquête te laten ondersteunen wat het parkeergedrag zal zijn van de toekomstige bezoekers van de sportschool. Bijgaande vragenlijst sluit aan bij de e-mail van 3 november jl. die door Movares is verstuurd aan de afdeling mobiliteit en is een aanvulling op de raadsvragen die reeds op 30 juni jl. door Hart voor Den Haag zijn gesteld. Het initiatief betreft een wens om een sportschool te realiseren welke met door de omliggende wijkverenigingen, de ondernemersvereniging SBOB, en met positieve signalen van de afdelingen Stedenbouw en Economie — ondersteund worden in een inmiddels sinds juli 2024 leegstaand winkelpand, dat thans geschikt is voor perifere of grootschalige detailhandel. Ondanks deze brede steun heeft de afdeling Mobiliteit op 27 mei 2024 een voorschot op een negatief advies uitgebracht, hoofdzakelijk op grond van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024. Daarbij is een parkeereis van 35 autoparkeerplaatsen opgelegd, wat feitelijk onuitvoerbaar is in deze hoogstedelijke context.

De initiatiefnemer heeft daarentegen meermaals overtuigend onderbouwd dat de werkelijke parkeervraag aanzienlijk lager ligt (circa 10 plaatsen op piekmomenten), mede op basis van gemeentelijke mobiliteitsgegevens en wat nu recent ondersteund wordt door een onderzoek van het Mulier Instituut (juni 2025).

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10977219

De fractie vraagt zich af waarom het college, ondanks de beleidsruimte van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen 2024 en de gemeentelijke ambities op het gebied van gezondheid, functiemenging en duurzaamheid, geen maatwerk of afwijking overweegt. Met deze vragen beoogt de fractie van Hart voor Den Haag inzicht te verkrijgen in de wijze waarop het college de evenredigheid, beleidsconsistentie en maatwerkruimte toepast binnen de Omgevingswet. De casus Edisonstraat 170 is exemplarisch voor de spanning tussen strikte parkeernormen enerzijds en de ambitie van een gezonde, duurzame en vitale stad anderzijds. Beleidsconsistentie en evenredigheid 1.

Herkent het college dat de Edisonstraat 170 is gelegen in een zeer hoog stedelijke omgeving (adressendichtheid: 8.157 adressen/km²) waar gemeentelijk beleid juist inzet op voorzieningen met een lokaal verzorgingsgebied, zoals sportscholen? Zo ja, waarom is dit beleidsdoel niet meegewogen bij de beoordeling van de parkeervraag?

Ja, dat herkent het college. Wij zien de waarde van dergelijke voorzieningen in hoogstedelijke gebieden. Tegelijkertijd zijn wij gebonden aan het door de raad vastgestelde parkeerbeleid. Dit beleid is bedoeld om de openbare ruimte niet extra te belasten. Er is getoetst aan het door de gemeenteraad vastgestelde parkeerbeleid, waarbij met de parkeernormen wordt uitgegaan van normen voor een hoog stedelijk gebied. 2.

Kan het college toelichten waarom in dit geval geen gebruik is gemaakt van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024, dat juist ruimte biedt voor maatwerk bij herbestemming in hoog stedelijke gebieden, terwijl zowel Stedenbouw als Economie positief adviseren en er breed maatschappelijk draagvlak is?

Het artikel 4:5, waarnaar wordt verwezen, is opgenomen in de Nota Parkeernormen Den Haag 2024 (RIS319497). Deze nota is sinds 22 januari 2025 van kracht en daarom niet van toepassing bij de beoordeling van deze aanvraag. Volgens het overgangsrecht van de nota is het moment van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning bepalend voor welke beleidsnota geldt. De voorliggende casus is ingediend op 6 februari 2024, waardoor dient te worden getoetst aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) en aan de Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016 (RIS294386). In de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) is een mogelijkheid tot bijstelling door het gevoegd gezag opgenomen in artikel 3:3 en is een hardheidsclausule opgenomen in artikel 6:1. Artikel 3:3 biedt het college de mogelijkheid om de berekende autoparkeervraag geheel of gedeeltelijk naar beneden bij te stellen, indien de aanvrager dit goed en navolgbaar onderbouwt. Het college staat open voor een onderbouwd toetsbaar voorstel om de parkeereis bij te stellen. 3.

Hoe verhoudt het weigeren van een sportschool zich tot het Haags Sportakkoord (RIS306192) en het Sportbeleidskader 2015–2030 (RIS283153), waarin laagdrempelige sportvoorzieningen in woonwijken nadrukkelijk worden gestimuleerd?

Het Haags Sportakkoord en het Sportbeleidskader 2015 – 2030 maken geen onderdeel uit van het toetsingskader voor de autoparkeereis. Zie het antwoord op vraag 1.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10977219

Mobiliteit en realistische parkeervraag 4.

Is het college bekend met de eigen gemeentelijke onderzoeken waaruit blijkt dat minder dan 10% van de ritten onder 2,5 km in Den Haag met de auto worden afgelegd, en dat het verzorgingsgebied van deze sportschool volledig binnen die afstand ligt?

Ja. 5.

Hoe verklaart het college dat de afdeling Mobiliteit desondanks een parkeervraag van 35 parkeerplaatsen hanteert, terwijl objectieve berekeningen (op basis van gemeentelijke data en het Mulier Instituut, juni 2025) uitkomen op ongeveer 10 auto’s per piekuur?

De gemeentelijke parkeernormen zijn gebaseerd op de landelijk gehanteerde kencijfers van het CROW. In de kencijfernota’s van de CROW wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad: Hoe hoger de mate van stedelijkheid, hoe lager de parkeerkencijfers. Dit komt doordat bij een hoge mate van stedelijkheid wordt uitgegaan van betere mobiliteitsfaciliteiten, zoals ov en meer vervoersbewegingen te fiets of te voet. Voor Den Haag geldt de categorie ‘Zeer Hoog Stedelijk’. De parkeereis van 35 parkeerplaatsen houdt dus al rekening met de stedelijke voorzieningen en een hogere mate aan verplaatsingen met andere vervoersmiddelen dan de auto. De ingediende plannen van de ontwikkelaar gaan uit van 0 parkeerplaatsen in plaats van 35 en voldoen dus niet aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Wij begrijpen dat er discussie bestaat over de feitelijke parkeervraag. Daarom is de initiatiefnemer uitgenodigd om toetsbare gegevens (o.a. een onderzoek naar vergelijkbare locaties) aan te leveren en een plan voor mobiliteitsalternatieven, zodat wij een maatwerkafweging kunnen maken. De huidige aangeleverde berekening is te veel gebaseerd op aannames en biedt te weinig toetsbare feitelijke onderbouwing. 6.

Erkent het college dat een rigide toepassing van parkeernormen zonder contextcorrectie strijdig kan zijn met het evenredigheidsbeginsel onder de Omgevingswet, en dat in dit geval maatwerk een passende en juridisch houdbare oplossing zou kunnen bieden?

Nee, de basis van het gemeentelijke beleid is dat alle ingediende aanvragen op eenzelfde wijze worden beoordeeld en getoetst, passend binnen de kaders van de desbetreffende aanvraag (zie ook het antwoord op vraag 1). Zo worden bijvoorbeeld alle sportscholen in de basis op eenzelfde wijze getoetst. Voor iedereen gelden dus dezelfde toetsingscriteria, procedures en methode van beoordeling. Draagvlak en maatschappelijke meerwaarde 7.

Is het college bekend met de positieve adviezen van Stedenbouw en Economie d.d. mei 2024, alsmede de steun van de wijkverenigingen en de ondernemersvereniging SBOB? Waarom is dit maatschappelijke draagvlak niet doorslaggevend meegewogen?

Ja. Wij waarderen het brede draagvlak en zien de maatschappelijke meerwaarde van de sportschool. Toch moeten wij toetsen aan het vastgestelde parkeerbeleid. Dit betekent niet dat wij geen mogelijkheden zien. Het betreft hier een beginseluitspraak waarbij alle beleidsportefeuilles zijn gevraagd het voorstel te beoordelen. In de uiteindelijke weging worden alle adviezen gewogen.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10977219

8.

Hoe verhoudt het negatieve advies van Mobiliteit zich tot de gemeentelijke ambitie om leegstand te verminderen en de vitaliteit van buurtcentra te versterken, zoals vastgelegd in de Bedrijfshuisvestingstrategie (RIS303177), de Urgentiebrief Bedrijfshuisvesting (RIS311819) en het Actieprogramma Kleinschalige Bedrijfshuisvesting (RIS181978)?

De ambitie om leegstand te verminderen blijft onverminderd bestaan. Dit staat echter los van de toetsingskaders die gelden voor de autoparkeereis bij dit initiatief. Het gemeentelijk parkeerbeleid is juist bedoeld om de omgeving te beschermen tegen nadelige gevolgen door mobiliteit. Als het initiatief volledig binnen de beleidskaders valt, of als wordt aangetoond dat het initiatief op een andere wijze voldoet aan de geldende beleidsuitgangspunten, kan een omgevingsvergunning worden verleend. 9.

Kan het college bevestigen dat functies die planologisch wel zijn toegestaan binnen de huidige bestemming (zoals groothandels-/ reparatiebedrijven of autowasserijen) een hogere parkeerdruk zouden veroorzaken dan de beoogde sportschool?

Nee. Een invulling van deze locatie die volgens het omgevingsplan is toegestaan, kan een hogere parkeereis hebben, maar dat is niet zonder meer het geval. Binnen het omgevingsplan zijn ook functies toegestaan waarvoor een lagere parkeereis geldt dan voor de beoogde sportschool. Proces en samenwerking 10. Waarom heeft het college nog geen gezamenlijke werksessie ter plaatse georganiseerd met Movares, initiatiefnemer en de betrokken gemeentelijke afdelingen om de parkeervraag gezamenlijk te herijken binnen de kaders van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024? Er is meermaals contact geweest met de ontwikkelaar over de beginselaanvraag. Begin maart ’25 heeft er een overleg plaatsgevonden waarbij de ontwikkelaar is meegenomen in de toetsing van de aanvraag en de vervolgprocedures. In juni ’25 heeft een aanvullend overleg plaatsgevonden, waarin Movares is geïnformeerd over de status van het dossier en over de richtlijnen en adviezen die nodig zijn om de beginselaanvraag verder te onderbouwen. De gemeente heeft aangeboden te adviseren over het plan van aanpak en het onderzoek. Movares heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Wij blijven bereid om samen te werken. Waarom artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen 2024 niet van toepassing is, wordt toegelicht in het antwoord op vraag 2. 11.

Is het college bereid om alsnog een maatwerkafweging te maken, gebaseerd op de ligging in een hoog stedelijk fietsgebied, de beperkte feitelijke parkeerbehoefte, de bereidheid van de initiatiefnemer om op eigen kosten voldoende fietsparkeerplaatsen te realiseren, en de maatschappelijke meerwaarde van de functie?

Ja. Het college denkt graag mee en ziet de maatschappelijke meerwaarde van dit initiatief. Wij willen verder in gesprek met de ontwikkelaar om samen te bekijken hoe actief kan worden gestuurd op het voorkomen van autogebruik door leden, zodat de parkeerdruk in de buurt niet toeneemt. Dit vraagt om duidelijke afspraken en een stevig pakket aan maatregelen, zoals het actief stimuleren van fietsgebruik, OV en het helder communiceren dat er geen parkeerruimte beschikbaar is voor auto’s door de ontwikkelaar en exploitant naar hun (toekomstige) leden.

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10977219

Als hierover duidelijke en toetsbare afspraken kunnen worden gemaakt, ziet het college ruimte om de ontwikkeling binnen de beleidskaders mogelijk te maken. Wij nodigen de initiatiefnemer uit om deze afspraken samen met ons uit te werken. 12. Zo nee, kan het college gemotiveerd aangeven waarom de beleidsruimte van artikel 4.5 van de Nota Parkeernormen Den Haag 2024 in dit concrete geval niet benut kan worden? Zie het antwoord op vraag 2, 5 & 11. Evenredigheid en experimenteerruimte 13. Acht het college het proportioneel om een herbestemming met een aantoonbaar lage parkeervraag te weigeren, enkel op basis van generieke parkeernormen, zonder toepassing van maatwerk of monitoringsvoorwaarden? Ja, het college acht dat in deze casus proportioneel. Het college is echter bereid om met de ontwikkelaar verder in gesprek te gaan. Zie antwoord op vraag 11. 14. Is het college bereid om te overwegen een tijdelijke omgevingsvergunning met evaluatiemoment te verlenen, zodat de feitelijke parkeervraag kan worden gemonitord en het besluit zo nodig kan worden aangepast? Nee. De Parapluherziening (fiets)parkeren c.q. de Nota parkeernormen Den Haag 2021 biedt die mogelijkheid niet. Daarnaast is er geen fysieke ruimte om in een later stadium aan deze parkeereis te voldoen.

Tot slot is het niet wenselijk om de ondernemer het pand in gebruik te laten nemen, met alle kosten van dien, om vervolgens bij een negatieve evaluatie weer uit te plaatsen. Wel is het college bereid om verder in gesprek te gaan en samen te zoeken naar mogelijkheden. Zie ook het antwoord op vraag 11. Beleidscoherentie 15.

Hoe verhoudt het huidige standpunt van Mobiliteit zich tot gemeentelijk beleid gericht op vergroening van de openbare ruimte, verdichting en optoppen, bevordering van bewegen en gezondheid (Haags Sportakkoord), en behoud van gemengde stedelijke functies (Stedenbouw en Economie)?

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning of beginselaanvraag wordt deze aan het gemeentelijk beleid getoetst op de voor de aanvraag relevante onderwerpen. In veel gevallen wordt aan alle toetsingskaders voldaan, waarbij het door de gemeenteraad vastgestelde beleid niet met elkaar in conflict komt. Als de aanvraag niet volledig voldoet aan het beleid, maar geen onevenwichtige functietoedeling veroorzaakt, kan het college afwijken van het beleid. Dit doen we alleen wanneer de voordelen zwaarder wegen dan de risico’s (artikel 6:1 Nota Parkeernormen 2021).

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10977219

16. Acht het college het wenselijk dat deze beleidsdoelen elkaar in dit geval tegenwerken in plaats van versterken? Het college ziet dat beleidsdoelen elkaar soms raken. Het college wil voorkomen dat zij elkaar tegenwerken en staat daarom open voor een maatwerkafweging, mits er een goed onderbouwd plan komt dat het autoverkeer richting de locatie beperkt. Het college wil meebewegen en ziet de maatschappelijke meerwaarde van dit initiatief. Wij nodigen de initiatiefnemer uit om samen met ons een oplossing te vinden binnen de beleidsruimte, waarbij alternatieve mobiliteit en duidelijke communicatie naar bewoners centraal staan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16363401/1