RIS323704 Bijlage GGDH-Rapportage Aanpak suicidepreventie Geredigeerd
Tekst van het document
“Ja, bij zestien plus, als ze op school zitten, volg je dat ook heel erg, begeleid je ze daarin, ondersteun je ze daarin, probeer je ze toch ook weer, als ze dreigen uit te vallen, ergens terug te krijgen. Want wat moet je anders? Hoe rot je je ook voelt, het is wel belangrijk dat je een doel blijft hebben. En degenen die al – de jongvolwassenen die al een plek horen te hebben in de maatschappij – die vragen om een heel ander soort hulp. Die gaan ook niet gauw meer naar school, tenzij je de moed hebt om nog een andere opleiding te gaan volgen. Dat lukt ook soms nog wel eens. Dat iemand gewoon helemaal doelloos overal is afgehaakt, dat je toch nog een werkplek voor een jongere weet te vinden.” – Sumona casemanager
De Sumona-aanpak definieert voor de casemanager drie trajecten: suïcidepreventie, casemanagement en monitoring. In de praktijk zijn deze drie taken niet scherp afgebakend en lopen ze in één traject vaak door elkaar, juist omdat de hulp op maat is. Het voelt voor de casemanagers onnatuurlijk om de taken te scheiden; ze zien ze alleen als aparte trajecten voor registratie. De casemanagers geven aan dat zeker in het begin nog niet helemaal duidelijk is welk traject bij een cliënt past.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
23
Suïcidepreventie zit vaak in het hele traject Suïcidepreventie zit verweven door het hele traject en bestaat uit informatie geven over suïcidaliteit en hoe cliënten daarmee om kunnen gaan. Enkele casemanagers geven aan dat dit niet los gezien kan worden van het hele traject. Een van de casemanagers zegt dat suïcidepreventie in een kader is gegoten. Een andere casemanager zegt dat het waarschijnlijk ook gaat over de voorlichtingen die Sumona geeft bij bijvoorbeeld Kompassie (een onafhankelijk steunpunt voor mentale gezondheid) of tijdens ouderavonden op scholen. Weer een andere casemanager geeft aan dat een dossier in hun registratiesysteem alleen als suïcidepreventie wordt gelabeld wanneer er verder niks nodig is, behalve een gesprek om zelfdoding te voorkomen.
Casemanagement is de kern van de aanpak en kan heel breed zijn Casemanagement omvat volgens de Sumona-medewerkers bijna alle casussen. Dit is het meest intensieve traject: ‘Het is de hele casus met alles erop en eraan’. De contacten zijn face-to-face, op kantoor of bij de cliënt thuis en bedoeld om psychische ondersteuning te bieden. Daarnaast kan de casemanager ondersteunen bij contacten met andere hulpverleners en/of (juridische) instanties. Hij of zij bouwt vertrouwen op bij de cliënt, denkt mee over persoonlijke veiligheid en adviseert over dagelijkse zaken. Dat kan soms ver gaan.
“Oké, er werd een jongen aangemeld, bij mij. […] Ouders waren overleden. […] Want hij was ook heel stil, hij vertelde weinig, voordat ik contact met hem had. Maar hij kwam wel elke keer dat ik hem uitnodigde. Ik ben toen dingetjes met hem gaan doen. Gaan wandelen, een keer een ijsje eten. En op het moment dat wij ijs zaten te eten, zei hij: ik heb nog nooit met iemand een ijsje gegeten. Dan leer je dus iemand kennen. Dan denk je: Jezus, jongen, je had dus geen ouders, en die zus was er ook niet. [..] En niemand heeft natuurlijk de tijd genomen om eens een keer een ijsje met jou te eten [..] Hij moest ook zijn eigen kleren kopen. Dus wij gingen wel eens de stad in, eens kijken in zo’n vintage zaak of wat ook. […] Die jongen heb ik vrij lang gevolgd, want die zat in een studie, en daarvoor was het ook belangrijk. Als hij kwam, dan zei ik: en hoe ging je tentamen? [..] Dan ging hij helemaal vertellen [..] Hij moest ook een stuk over rechten, moest hij leren, en dat vond hij moeilijk. Laten we samen een uittreksel daarvan maken. En dat ging goed, uiteindelijk, en... Maar als ik dan vergat om te vragen van hoe was je tentamen? [..] Dan zei hij: je hebt nog niet gevraagd aan mij, hoe het tentamen is gegaan, weet je, zo. En het ging steeds beter met hem. Uiteindelijk moest hij een stageplek krijgen.
[..] Samen een brief geschreven, hij werd gelijk aangenomen, was natuurlijk een hele slimme jongen. Toen na zijn stage, moest hij nog een scriptie schrijven. En toen had ik zoiets van: na die scriptie, gelijk de eerste sollicitatie daar weer heen. Hij werd natuurlijk aangenomen, maar toen moest hij uit een studentenhuis. En dat soort dingen waren heel moeilijk voor hem. Hij kon niet ergens naar binnen lopen en zeggen: ik ben op zoek naar een woning, kan ik hier wat huren. [..] Hij had dat nooit geleerd. [..] Dus toen ging ik een bureautje binnen, ik zeg: ik zie dat jullie daar een hele etage hebben. Ik, een neef van mij, die is hartstikke druk, die heeft net een nieuwe baan. Zul je geen last van hebben […]. Kan hij gaan bezichtigen? In drie dagen had ie die woning. Dan denk je: misschien ga je dan wel te ver, maar hij was zwaar in problemen gekomen als hij die studentenflat niet uit was gegaan. Daar zat hij enorm mee [..] Het is wel een casus waarbij je denkt van: als er nou niemand was geweest die hem even door die stappen had geloodst, dan was hij wel heel erg eenzaam geworden.” – Sumona casemanager
De casemanager probeert om samen met de cliënt overzicht te creëren door alles te bespreken. Zo krijgen cliënten inzicht in hun eigen situatie en kunnen zij bepalen wat het beste voor hen is, bijvoorbeeld bij het verlies van sociale contacten of werkgerelateerde problemen. Daarnaast geven de casemanagers waardevolle adviezen over zelfzorg, dagstructuur en over de voorbereidingen op verdere behandelingen.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
24
“Ze hielp ook een beetje met wat alledaagse dingen en wat psychische problemen waar ik tegenaan zat. Die dan opkwamen als we gewoon aan het praten waren, daar gaf ze ook gewoon wat tips en adviezen bij. Bijvoorbeeld, even denken, met hele kleine dingen zoals hoe ik me zelf beter kan verzorgen, want ik had daar moeite mee. Problemen op mijn werk met mijn manager, hoe ik daar het beste in kan staan. Dat ze ook gewoon advies geeft van, let op dit en dit, zodat je jezelf niet uitput.” – Cliënt “Ook praktische zaken, gewoon alledaagse dingen, de routes via hulpverlening. Nou weet ik wel het een en ander te vinden. Maar ook gewoon echt alledaagse praktische zaken. Welke stappen juridisch of via de politie of meedenken gewoon en veiligheid in het oog houden. Mij bevragen op mijn veiligheid, beroep doen op mijn eigen inzicht van: waar sta je, hoe veilig voel je je, wat kan je doen, wat kan je niet doen? [..] Dus dat is ook absoluut een onderdeel wat ik heel erg heb gewaardeerd.” – Cliënt “Ik ben een paar keer met een meisje meegegaan naar de bedrijfsarts. In haar eentje had ze dat nooit gedaan, had ze het niet gedurfd. Soms spreek je met de mentor van school en wordt er op school ook een actie neergelegd. Soms stem je beter af met de behandelaar.” – Sumona casemanager
Monitoring wordt door cliënten zeer gewaardeerd De laatste taak van de casemanager, monitoring (alleen), kan eruit bestaan dat hij of zij de cliënt eens in de twee maanden belt om te horen hoe het gaat. Een andere vorm van monitoring is dat dit gebeurt na afronding van een casemanagementtraject, dus na gesprekken. Volgens de casemanagers komt het eerste – alleen tweemaandelijks bellen – niet zo heel vaak voor. Dit zou alleen voor cliënten zijn die niks nodig hebben. Meestal volgen uit de telefoontjes toch een paar gesprekken of er wordt een traject opgestart. Monitoring na casemanagement is bedoeld om na een intensief traject een vinger aan de pols te houden. De cliënten zijn hierover positief. De meeste cliënten geven tijdens hun interview aan dat hun casemanagement traject (bijna) is afgerond of dat zij aan het afbouwen zijn. Zij voelen zich over het algemeen voldoende geholpen en denken in veel gevallen geen voortdurende ondersteuning meer nodig te hebben. Tegelijkertijd vindt bijna iedereen het prettig dat de deur op een kier blijft staan. Als zich toch problemen voordoen, weten ze dat ze de Sumona-casemanager kunnen benaderen.
“Toen jij belde, was het denk ik net een paar dagen daarvoor dat het afgerond is. En ik mag- in dien verstande dat ik altijd mag bellen als er iets is, dus dat blijft, dat is een soort achterdeurtje wat- Tenminste, ik weet niet of dat gauw zou gebeuren maar het is wel fijn om te weten dat het kan.” – Cliënt
4.2 Ook de vorm van de begeleiding verschilt Zoals beschreven in hoofdstuk 3 ervaren cliënten de benadering van de casemanager als gelijkwaardig en persoonlijk. De inhoudelijke ondersteuning vanuit Sumona varieert en is afhankelijk van de persoonlijke behoeften van de cliënt. Dat geldt ook voor het aantal gevoerde gesprekken, de duur ervan en de locatie waarop casemanager en cliënt elkaar ontmoeten. Deze flexibiliteit in vorm draagt er ook aan bij dat voor cliënten de gesprekken minder verplicht aanvoelen dan bij andere hulpverleners. In de meeste trajecten is het contact tussen de casemanager en de cliënt in het begin het meest intensief: ze hebben gesprekken die wekelijks of soms zelfs elke twee dagen plaatsvinden. Er is ruimte om aan de casemanager te wennen en vertrouwen in hem of haar te krijgen. De gesprekken worden gevoerd in het door de cliënt gewenste tempo. Naarmate het traject vordert, wordt de frequentie vaak afgebouwd, maar er zijn geen vaste schema’s voor. De behoefte en de wensen van de cliënt zijn leidend en kunnen verschillen per fase van het traject.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
25
De cliënt kan in geval van nood altijd contact opnemen, bijvoorbeeld via een appje of een telefoontje. Dat wordt als zeer waardevol ervaren. Zoals eerder werd benoemd werken casemanagers niet in de avonden en weekenden. Wanneer de cliënt op deze momenten contact opneemt reageren casemanagers de volgende werkdag.
“Dat het dus heel vrijblijvend is, het is niet dat ik wekelijks daar hoefde te zijn of dat ik huiswerk moest bijhouden of dat ik alle dingen moest doen. Ik kan er gewoon naartoe wanneer ik de behoefte heb en mijn behoefte is echt niet vaker dan een maand contact te hebben, dus dat kan ook gewoon.” – Cliënt
Plaats en duur van de gesprekken variëren De gesprekken vinden plaats op verschillende locaties, afhankelijk van de voorkeur van de cliënt. Veel gesprekken worden gevoerd op een vaste locatie, zoals op het kantoor van Indigo Haaglanden6, maar ook wandelgesprekken of huisbezoeken behoren tot de mogelijkheden. Telefonisch contact en videogesprekken zijn eveneens mogelijk, wat bijdraagt aan de laagdrempeligheid en toegankelijkheid van de ondersteuning.
“Ze ging bijvoorbeeld met mij naar buiten. Vaak in zo’n opstelling [binnen, red.] klap ik sneller dicht bij een hulpverlener. Dat had zij ook vrij snel door, dus toen bood ze eigenlijk aan om buiten te wandelen en wandelend het gesprek aan te gaan. Daar heeft ze altijd voor open gestaan, hebben we altijd gedaan. Ze stond eigenlijk echt heel erg open voor wat ik nodig had.” – Cliënt
Ook de duur van de gesprekken varieert; meestal wordt er een uur voor uitgetrokken, maar als het nodig is, kunnen de gesprekken langer duren. Cliënten geven aan dat de gesprekken minder gehaast aanvoelen dan bij andere hulpverleners, die vaak strenge grenzen hebben voor het aantal en de duur van de gesprekken.
“Ik denk omdat hier gewoon meer tijd zit dan bijvoorbeeld bij een [andere hulpverlener, red.] of dat soort dingen, is er natuurlijk een tijdslimiet, er zit een bepaalde druk op, wachtlijsten. En die druk zit hier niet, dus ik denk dat ze daarom ook heel anders met mensen om kunnen gaan.” – Cliënt “Wij plannen in principe een uur, maar we hebben vaak wel wat uitloopmogelijkheid. Dus dan kan het ook ineens anderhalf worden als je merkt in een gesprek dat iemand het gewoon nodig heeft. Wat soms voorkomt dat mensen pas helemaal tegen het einde van het gesprek benoemen dat ze heel erg suïcidaal zijn, ook al komt het wel eerder ter sprake. Maar dan wil je wel het gesprek gewoon goed kunnen afronden en met iemand kunnen afstemmen van: oké, hoe gaan we dan nu de komende dagen in? Of wat heb je daarvoor nodig?” – Sumona casemanager
Ook een medewerker van de crisisdienst haalt de tijdsdruk in de GGZ aan, waardoor in reguliere behandel trajecten maar beperkte tijd is om klachten te bespreken. Deze respondent denkt dat Sumona een gat opvult, omdat er bij de Sumona-casemanager ruimer tijd is om alles te bespreken. Daarbij bepaalt de cliënt wie er bij de gesprekken betrokken zijn. Van slechts zeven van de (negentien) geïnterviewde cliënten waren de naasten betrokken7. 6 Tijdens de interviews werd gesproken over het PsyQ-gebouw, maar dit is tevens het kantoor van Indigo Preventie Haaglanden. 7 Het betrekken van naasten wordt wel meegenomen door de casemanagers, maar vaak willen cliënten dit niet of zijn er geen betrokken naasten. De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
26
De (zo gewaardeerde) flexibiliteit is er, omdat er geen regels of ‘productienormen’ zijn Een medewerker van de crisisdienst en een casemanager vinden het ontbreken van een productienorm en strenge regels een sterk punt van de aanpak. Zo hoeft er geen dossier aangemaakt te worden en hebben de casemanagers geen toegang tot het elektronisch patiëntendossier (zie ook 3.1). Daarnaast krijgen cliënten geen rekeningen, ook niet in het geval van een ‘no-show’. Een aantal casemanagers vreest dat die productienormen en controles in de toekomst wel gaan komen en dat ze ten koste zullen gaan van het nu geboden maatwerk. Zij zijn van mening dat de vrijheid en flexibiliteit moeten blijven.
“Dat je in alle vrijheid vanuit de cliënt mag blijven werken. Dat je niet bepaalde uren in je agenda moet zetten. Dat er niet een secretaresse komt die jouw cliënten in een rooster gaat zetten voor jou. Weet je, dan is gewoon het hele Sumona weg voor mij. Of als bijvoorbeeld de behandelaar... Dat je heel veel met behandelaren gaat praten over cliënten, want dat doen we juist niet. We praten met de mensen zelf. Als dat soort originele dingen verdwijnen, ja, dan is het gewoon een werkwijze, en die lijkt niet meer op wat voorheen... Hoe ik ben begonnen. Ja, en dat er dingen veranderen, dat moet en dat er dingen verbeteren, dat moet, en dat er dingen professioneler moeten, dat moet. Maar die kerndingen die, ja... die zou ik graag wel bewaard zien en door zien gaan.” – Sumona casemanager
De flexibiliteit komt onder andere terug in de agenda van de casemanagers, zij delen zelf hun tijd in. De casemanager kan daardoor voor elke cliënt de tijd nemen die nodig is. Daarnaast is het juist voor deze doelgroep erg belangrijk dat de casemanagers beschikbaar blijven, dat er geen maximum zit aan de geboden ondersteuning. En dat de cliënt altijd kan terugkomen na afronding van een traject. Ook als de cliënt afspraken afzegt of niet komt opdagen, houdt de casemanager de deur open.
“[Een sterk punt is dat je] flexibel bent in je tijd. Geen no-show rekeningen stuurt, ook het idee blijft geven van: ik ben er gewoon, en ik blijf heel lang. Ik haak niet zomaar af. Dat is heel belangrijk, denk ik ook. Want je wordt, zeker in deze maatschappij, zo af geserveerd hoor. Heb je even je rekeningen niet betaald? Hoppeta. Kom je even niet bij een behandelaar? Hoppeta. Mis je een tandartsafspraak? Hoppeta, rekening.” – Sumona casemanager
Een kleine kanttekening is het ontbreken van een eigen kantoor of een vaste ruimte voor Sumona. Dit leidt volgens een cliënt soms tot verwarring over de beschikbaarheid van een geschikte ruimte of over de exacte locatie van het gesprek. Hoewel de cliënt aangeeft zich hier niet echt aan te storen, wordt het genoemd als een mogelijke verbeterpunt. Tegelijkertijd benadrukt deze respondent dat er altijd wel een plek beschikbaar is in het gebouw van PsyQ. Een andere cliënt benoemt dat het ontbreken van een vaste ruimte ervoor zorgt dat hij of zij telkens weer moet wennen aan de ruimte voordat hij zich vertrouwd voelt. Om die reden zou het prettiger zijn als de gesprekken steeds op dezelfde locatie plaatsvinden.
“Ja, het is niet heel erg, maar ze hebben niet per se een vaste locatie. Ze zitten in het gebouw van PsyQ, maar het is elke keer een andere locatie. Dus ik wacht dan beneden en dan word ik opgehaald, maar je weet nooit waar je heen gaat, dat ligt er dan aan welk kantoor er vrij is. Het duurt toch altijd even voordat je je hebt afgesteld op de ruimte, een soort van. Dus ik denk dat ik het wat fijner zou vinden als het elke keer op dezelfde plek was.” – Cliënt
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
27
5
Advies: behoud Sumona in de bestaande, unieke vorm Cliënten, aanmelders en casemanagers zijn dus heel positief over Sumona. Zonder uitzondering zien ze de meerwaarde van de aanpak. Het is duidelijk dat cliënten (zeer) geholpen zijn met de ondersteuning en dat Sumona professionals kan ontlasten. De GGD-onderzoekers geven de gemeente Den Haag dan ook als belangrijkste aanbeveling mee: behoud Sumona in de bestaande, unieke vorm en regel er structurele financiering voor. Vanuit de respondenten kwamen (desgevraagd) enkele kleine verbeterpunten voor de Sumona-aanpak zelf. De belangrijkste daarvan is: vergroot de bekendheid en maak duidelijker waar de aanpak uit bestaat.
Aanbeveling 1: behoud Sumona in de bestaande vorm en regel structurele financiering De onderzoekers adviseren de gemeente om de meerwaarde van Sumona te behouden. Dit komt ook uit de interviews zelf naar voren. De laagdrempelige, flexibele en domeinoverstijgende aanpak is voor mensen met suïcidaal gedrag van levensbelang. Om de onderscheidende vorm van Sumona te behouden, pleiten de onderzoekers ervoor om regelgeving op afstand te houden. Juist het ontbreken van productienormen, behandeldoelen en rekeningen in gevallen van no-show, maken de unieke kenmerken van de aanpak mogelijk. Het advies is ook om voor Sumona structurele financiering te creëren zodat de continuïteit van zorg aan deze kwetsbare groep behouden kan blijven.
Aanbeveling 2: geef Sumona meer bekendheid Uit de interviews komt naar voren dat de Sumona-aanpak zelf meer bekendheid kan krijgen – vooral in het HagaZiekenhuis en onder huisartsen. Hieraan werkt Sumona overigens al. Daarnaast zou het goed zijn als Sumona meer bekendheid zou krijgen bij bijvoorbeeld politie, scholen en JGZ. Dit vraagt echter wel om een zorgvuldige opschaling van het aantal FTE’s voor Sumona casemanagers zodat de ondersteuning voor cliënten gegarandeerd is bij aanmelding.
Aanbeveling 3: maak duidelijk waarin de Sumona-aanpak uniek is Ook inhoudelijk kan Sumona beter over het voetlicht komen. Vooral cliënten geven dit aan. Ze zeggen: laat de aanmelders goed uitleggen dat de benadering écht anders is dan in de GGZ. Cliënten benadrukken dat de werkwijze meer op maat is, zowel inhoudelijk als qua vorm, en dat ze zich uiterst veilig, gezien en gehoord voelen. Dat laatste vooral doordat de casemanager naast ze is gaan staan en er geen hiërarchie zit in de relatie. Verder vinden cliënten het belangrijk om over te brengen dat het ook gaat om praktische hulp. Ook zij spreken de wens uit dat er tijd en ruimte blijft voor maatwerk.
Aanbeveling 4: verbeter de (technische) aanmelding Uit de interviews met professionals blijkt dat de aanmelding bij Sumona makkelijk is. Toch geven de geïnterviewde aanmelders en casemanagers aan dat het technisch nóg makkelijker kan. Ze denken aan aanmelden via het zorgdomein of aan een pop-up op hun scherm als ze het patiëntendossier invullen. Dit werkt dan meteen als een reminder voor Sumona. Overigens is de mogelijkheid voor verwijzingen binnen het zorgdomein in Den Haag inmiddels geregeld.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
28
Aanbeveling 5: verbeter de kennisuitwisseling De kennisuitwisseling kan beter tussen Sumona en de ketenpartners. Ketenpartners willen weten wat er met hun aanmelding gebeurt. Een terugkoppeling vanuit Sumona kan heel kort zijn, bijvoorbeeld alleen de mededeling ‘cliënt is in zorg’. Een andere optie is dat Sumona metadata communiceert, zodat aanmelders meer meekrijgen over het effect van hun doorverwijzingen. Bijvoorbeeld een maandelijkse update over hoeveel van de aangemelde patiënten begeleiding van Sumona krijgen. Een terugkoppeling kan een geruststellende werking hebben en ook motiveren om nieuwe patiënten te verwijzen.
Aanbeveling 6: breid Sumona uit naar andere gemeenten Aanmelders zien in hun werk ook vaak patiënten uit andere, omliggende gemeenten. Niet alle gemeenten financieren Sumona voor hun inwoners. Dit heeft als effect dat alleen de inwoners van betalende gemeenten kunnen worden aangemeld. Dit werkt frustrerend voor de aanmelders. Zij zien dan ook graag dat andere gemeenten de aanpak omarmen.
Aanbeveling 7: verbeter de interne registratie Tijdens hun onderzoek merkten de onderzoekers op dat de casemanagers hun cliënten heel divers registreren. De casemanagers hebben een cliëntdossier waarin zij bepaalde zaken noteren. Het primaire doel daarvan is de voortgang van een traject bewaken. Er zijn geen uniforme afspraken over wat er waar en wanneer genoteerd moet worden. Dit zorgt ervoor dat iedere casemanager het cliëntdossier naar eigen inzicht invult. Een meer uniforme registratie maakt een verdiepend onderzoek mogelijk, evenals monitoring van cijfers en trends waar de gemeente (als opdrachtgever) behoefte aan kan hebben. Belangrijk daarbij is dat de registratie niet meer tijd mag kosten. Het moet vooral makkelijker worden, want anders gaat het niet werken in de praktijk.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
29
Deel 2: Uitkomsten uit de registratiedata Kanttekening bij de registratiedata De registratiedata voor dit onderzoek zijn gebaseerd op data uit de cliëntdossiers van Sumona. De casemanagers hebben voor elke cliënt een dossier waarin zij bepaalde zaken noteren. Het primaire doel daarvan is: de voortgang bewaken. Er zijn geen uniforme afspraken over wat er waar en wanneer genoteerd moet worden. Dit zorgt ervoor dat iedere casemanager het cliëntdossier naar eigen inzicht invult. Uit het GGD-onderzoek blijkt dat er verschillen zijn in de registratie en in de manier waarop casemanagers bepaalde zaken beschrijven. Een voorbeeld daarvan is dat de ene casemanager pas tijd registreert als deze met een cliënt spreekt, terwijl de ander al tijd registreert als er een poging wordt gedaan om contact te krijgen met de cliënt. Waar mogelijk zijn de data opgeschoond in overleg met Sumona. Informatie over het geslacht, de leeftijd en de aanmelder zijn kloppend, deze worden bij aanmelding voor iedere cliënt ingevuld. De reden van aanmelding is ook voor iedereen ingevuld, echter is daar geen standaard voor. Dus kan er informatie instaan over de vorm van het suïcidaal gedrag en/of over de aanleiding tot suïcidaal gedrag. De informatie over de trajecten en de daarbij behorende duur zijn afhankelijk van de verschillende interpretaties van de casemanagers.
Het is daardoor niet mogelijk om harde conclusies te trekken op basis van deze registratiedata. Ze geven echter wel een globaal inzicht.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
30
6 Afgesloten casussen bij Sumona Dit hoofdstuk beschrijft de aanmeldingen die zijn afgesloten door de casemanagers. Van mei 2023 tot en met oktober 2024 zijn er bij Sumona 521 mensen aangemeld van wie de casussen zijn afgesloten (zie figuur 1). Lopende casussen zijn niet in deze aantallen meegenomen omdat (nog) niet duidelijk is welk traject gevolgd wordt.
Figuur 1. Stroomdiagram van aanmelding bij Sumona van mei 2023 t/m oktober 2024, in aantallen, N = 521
Met maar een klein deel van de aangemelde cliënten (41 cliënten) hebben de casemanagers geen enkel contact kunnen krijgen (zie figuur 1). Dit kan zijn omdat de cliënt niet opneemt, maar het kan ook zijn dat er verkeerde contactgegevens zijn doorgegeven.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
31
Sumona heeft als doel om binnen 5 werkdagen contact op te nemen, dat is bij 373 aanmeldingen gehaald (78 procent). Bij 92 aanmeldingen (19 procent) werd de termijn van 5 dagen niet gehaald en bij 15 aanmeldingen (3 procent) is de contacttermijn onbekend. Nadat het eerste contact tot stand was gekomen, kregen 374 mensen (78 procent) enige vorm van begeleiding vanuit Sumona. 106 mensen (22 procent) kregen geen begeleiding. De 3 belangrijkste redenen hiervoor: omdat ze al goed in zorg waren, omdat ze niet tot de doelgroep8 behoorden of omdat ze geen interesse hadden. De meerderheid, 257 cliënten (69 procent), doorliep een casemanagementtraject (zie figuur 1). De monitoring alleen, dus waarbij er geen casemanagement (gesprekken) en geen suïcidepreventie plaatsvindt, komt niet zo vaak voor volgens de casemanagers. Dat is ook in de registratiedata terug te zien: 63 cliënten (17 procent) volgden dit traject. Zoals uit de interviews met de casemanagers naar voren komt (zie paragraaf 4.1 van dit rapport), zit er geen strakke scheidslijn tussen suïcidepreventie, monitoring en casemanagement. Uit de registratiedata lijkt te komen dat preventie en monitoring na casemanagement niet zo vaak gegeven worden. Het kan echter zijn dat dit niet als zodanig is geregistreerd maar dat het wel degelijk heeft plaatsgevonden. Dit komt door de verschillende wijzen van registratie door de casemanagers.
Voor een toelichting op de vormen van begeleiding (suïcidepreventie, casemanagement en monitoring) zie paragraaf 4.1 van dit rapport. Daarnaast lieten de cijfers zien dat bij 337 cliënten (90 procent) slechts één vorm van begeleiding is gegeven, 33 cliënten (9 procent) hebben twee vormen van begeleiding gekregen en slechts 4 cliënten (1 procent) hebben drie vormen gekregen. In werkelijkheid liggen de aantallen hoger voor meerdere vormen van begeleiding, dit komt eveneens door de verschillende wijzen van registratie. Een casemanager begeleidt gemiddeld 10 weken een cliënt. Maar dit verschilt heel erg per cliënt, ongeveer 50 procent van de cliënten krijgt meer dan 16 weken begeleiding, met een maximum van 64 weken.
8 Voorbeelden van casussen die niet tot de doelgroep behoren zijn onder andere mensen van buiten de regio of zogenoemde EPA-patiënten (ernstig psychiatrische aandoening). De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
32
7
Alle aanmeldingen bij Sumona Dit deel beschrijft alle aanmeldingen die tussen mei 2023 en oktober 2024 zijn binnengekomen bij Sumona, namelijk 599 aanmeldingen. Dit zijn zowel de lopende als de afgesloten casussen.
Figuur 2. Percentage aanmeldingen bij Sumona per aanmelder naar jaar van aanmelding, 2023-2024, N = 599
80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
crisisdienst
Haga
HMC 2023
huisarts
Parnassia
anders
2024
De meeste aanmeldingen komen van het HMC, zowel in 2023 als in 2024. De crisisdienst heeft in 2024 meer aanmeldingen gedaan dan in 2023: respectievelijk 69 en 8. Het HagaZiekenhuis heeft daarentegen minder aanmeldingen gedaan in 2024 ten opzichte van 2023: respectievelijk 9 en 36.
Figuur 3. Percentage suïcidale gedachten, suïcidepogingen (ts) en onbekend bij aanmelding Sumona, 2023-2024, N = 599
70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
gedachten
ts
onbekend
In het dossier van de cliënt is een veld beschikbaar waarin de reden van aanmelding kan worden genoteerd, maar het verschilt per casus hoe uitgebreid dit ingevuld wordt. De ene keer beschrijft de aanmelder wat de reden is voor het suïcidale gedrag, de andere keer staat er alleen of er sprake is van een poging tot suïcide of van gedachten daarover. Soms staat erbij hoe de poging is gedaan. Ook zijn er combinaties mogelijk.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
33
Na opschoning van de data is er van 119 casussen (20 procent) onbekend of er sprake was van een suïcidepoging (ts) of van suïcidale gedachten. In 381 (64 procent) van de casussen was er sprake van een suïcidepoging, in 99 casussen (17 procent) was er sprake van suïcidale gedachten.
Figuur 4. Percentage suïcidale gedachten en suïcidepoging (ts) per aanmelder, 2023-2024, N = 448
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
crisisdienst
ziekenhuizen gedachten
ts
Bij ruim 350 (90 procent) van de aanmeldingen van de ziekenhuizen (HagaZiekenhuis en HMC), is er sprake van een suïcidepoging. Bij de aanmeldingen van de crisisdienst is de verhouding omgedraaid: 42 (75 procent) aanmeldingen betreft suïcidale gedachten. Deze aanmelders hebben bij 98 aanmeldingen (18%) niet specifiek aangegeven of er sprake was van een suïcidepoging of suïcidale gedachten.
Figuur 5. Aantal aanmeldingen naar reden van aanmelding, 2023-2024, N = 355
140 120 100 80 60 40 20 fa m i th liai ui r/r ss e itu la at tion ie e /s el oc / ia ve rli ps al es yc /s hi hu tre sc isv h ss es /t ra tin um g/ m da a isb ve k lo ru rs os la ik/ vin /v hu er g ise bl ijf lij ss kg ta ew tu el s ui d/ tz ge ich w tlo el d os /w er kl oo s lic ha m el ijk fin an cie el ge aa rd he sc id ho ol /w er k
0
In 355 casussen werd een reden voor aanmelding genoemd, van 244 casussen is de reden onbekend. De genoemde redenen waren zeer uiteenlopend. Soms ging het om meerdere redenen, maar vaak ook maar om één. Het vaakst stond in de aanmelding dat er sprake was van problemen in de familie, relatie, thuissituatie of andere sociale relaties, gevolgd door psychische problemen. Het verlies van een dierbare, stress of trauma’s en verslaving werden ook regelmatig genoemd.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
34
Figuur 6. Aantal aanmeldingen naar leeftijd, 2023-2024, N = 594
350 300 250 200 150 100 50 0
0-15 jaar
16-34 jaar
35-64 jaar
65 jaar en ouder
Van alle aanmeldingen varieert de leeftijd tussen de 8 en 88 jaar. De grootste groep is tussen de 16 en 34 jaar oud. Van alle aanmeldingen is 40 procent man en 60 procent vrouw.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
35
Bijlagen
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
36
Bijlage 1: Onderzoeksmethode Onderzoeksdoel Het doel van het evaluatieonderzoek is inzicht krijgen in de meerwaarde van de Sumona aanpak: voor de ketenpartners die cliënten aanmelden bij Sumona én voor de cliënten zelf. De ketenpartners die aanmelden zijn medewerkers van de SEH van het HMC en van het HagaZiekenhuis, en van de crisisdienst. Daarnaast beoogt het onderzoek inzicht te krijgen in de succes- en verbeterpunten van de Sumona aanpak. De beleidsmatige en maatschappelijke relevantie van dit onderzoek is dat de inzichten van dit onderzoek bijdragen aan het verbeteren van de Sumona-aanpak in Den Haag
Onderzoeksvragen Hoofdvraag: Wat is de meerwaarde van Sumona? 1. Voor aanmelders? a. Hoe vaak heeft een aanmelder gebruik gemaakt van Sumona? b. Wordt de werkwijze van de Sumona-aanpak uitgevoerd door de aanmelders en casemanagers zoals bedoeld? c. Wat heeft Sumona tot nu toe opgeleverd voor de aanmelder? (Vergelijking met situatie ervoor, denk aan de werkwijze of resultaten sinds invoering van Sumona) d. Hoe belastend of ontlastend is de Sumona-aanpak tot nu toe geweest voor de aanmelder? (Denk aan hulp bij psychische problematiek en werkbelasting van de aanmelder) Zijn er specifieke elementen die als bijzonder ontlastend of belastend werden ervaren? e. Hoe heeft Sumona de werkwijze van de aanmelder beïnvloed? (Denk aan eerder vragen naar suïcidaal gedrag, anders verwijzen, contact met Sumona-casemanager) f. Wat zijn de succespunten en wat zijn de verbeterpunten van de Sumona-aanpak? g. Welke aanbevelingen heeft de aanmelder voor verbetering van de Sumona-aanpak? 2. Voor cliënten? a. Wat zijn de ervaringen van cliënten met Sumona? (Denk aan (eerste) contact met Sumona-casemanager, begeleiding) b. Wat heeft Sumona tot nu toe opgeleverd voor de cliënt? (Vergelijking met eerdere hulpverlening indien van toepassing) c. Wat zijn de succespunten en wat zijn de verbeterpunten van de Sumona-aanpak? d. Welke aanbevelingen heeft de cliënt voor verbetering van de Sumona-aanpak?
Onderzoeksopzet Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden gebruikt. De volgende onderzoeksactiviteiten zijn uitgevoerd: 1. Interviews met 19 cliënten 2. Interviews met 3 professionals van de crisisdienst. Daarnaast hebben 6 professionals van de crisisdienst een (online) vragenlijst ingevuld 3. Interviews met 2 professionals van het HagaZiekenhuis en 3 professionals van het HMC 4. Interviews met 5 Sumona-casemanagers 5. Analyse van geanonimiseerde registratiedata van 599 cliënten
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
37
Uitvoering onderzoek Kwalitatieve gegevens – Interviews De 32 interviews zijn gehouden aan de hand van semigestructureerde vragenlijsten. De individuele interviews werden afgenomen door een onderzoeker van de afdeling Epidemiologie en Beleidsadvies van GGD Haaglanden.
Kwantitatieve gegevens – survey De vragenlijsten zijn afgenomen in Enalyzer, een programma bedoeld voor online surveys. Professionals van de crisisdienst kregen een uitnodigingsmail met hierin een link naar de vragenlijst.
Kwantitatieve gegevens – registratiedata Indigo Preventie Haaglanden heeft (anonieme) gegevens aangeleverd over de verschillende aanmeldingen. Deze zijn ingevoerd in Excel. Het ging bijvoorbeeld om enkele achtergrondkenmerken van de cliënt, de reden van aanmelding, de duur en vorm van het traject.
Analyses De interviews werden opgenomen met opnameapparatuur (telefonisch of via Microsoft Teams) en na afloop woordelijk uitgewerkt in Microsoft Word. De onderzoekers analyseerden de transcripties vervolgens per topic met behulp van een overzichtsschema in Excel. Ze hanteerden daarbij een coderingssysteem dat een overzicht opleverde van wat iedere respondent heeft gezegd op topic-niveau. De online survey werd uitgezet via Enalyzer en geanalyseerd door de onderzoekers. De onderzoekers analyseerden ook de aangeleverde registratiedata. De registratiedata zijn geanonimiseerd en niet te herleiden tot individuen.
Privacy De respondenten van de interviews hebben voorafgaand aangegeven deel te willen nemen aan het onderzoek. Ze gaven middels een toestemmingsverklaring toestemming voor het opnemen van het interview en voor het anoniem verwerken van hun uitspraken in de rapportage. Ook de respondenten van de survey gaven toestemming voor het anoniem verwerken van hun antwoorden in de rapportage. Transcripten van de interviews zijn anoniem opgeslagen op een beveiligde server in een map waartoe alleen de betrokken onderzoekers toegang hebben. De surveydata en de registratiedata zijn in zoverre geanonimiseerd dat de data niet tot personen herleidbaar zijn. Ook deze gegevens zijn opgeslagen op een beveiligde server, in een map alleen toegankelijk voor de betrokken onderzoekers. De interviews zijn alleen opgenomen als de geïnterviewde daarmee akkoord gingen. De opnames zijn in een beveiligde map opgeslagen, waartoe alleen de betrokken onderzoekers toegang hebben. In de uitwerking van de interviews zijn geen naam en adresgegevens opgenomen.
Effect Sumona op aantal suïcidepogingen is vooralsnog niet meetbaar De onderzoekers hadden graag willen onderzoeken of Sumona leidt tot minder suïcides of tot minder recidieven, maar het is zeer complex om een compleet beeld te geven. Het is wel mogelijk om een indicatie te geven van het aantal recidieven bij cliënten die begeleiding van Sumona hebben gekregen. Maar daar zijn een aantal kanttekeningen bij te plaatsen die het complex maken. De cliënt kan al een suïcidepoging hebben gedaan voordat de casemanagers contact hebben gezocht; de cliënt kan een suïcidepoging hebben gedaan tijdens een opname als gevolg van de eerste suïcidepoging; de cliënt kan zorg afhouden en geen ondersteuning willen van Sumona. Daarnaast zou de cliënt ook na het Sumona traject een suïcidepoging kunnen doen, maar daar hebben de casemanagers geen zicht op en wordt dus niet geregistreerd. Om te kijken naar recidieven is het dus noodzakelijk om meerdere databronnen aan elkaar te koppelen. Dit kan alleen onder strenge voorwaarden en ná toetsing van de Medisch Ethische Toetsings Commissie (METC). Een laatste kanttekening is het gebrek aan uniforme registratie.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
38
Eerder onderzoek Aanpak suïcidepreventie – pilot SuNa – in Wassenaar (2023) De gemeente Wassenaar heeft in 2021 de suïcidepreventie aanpak SuNa geïmplementeerd. GGD Haaglanden onderzocht wat deze suïcidepreventie aanpak oplevert voor inwoners en huisartsen en wat er eventueel beter kan. De resultaten van dit kwalitatieve en kwantitatieve onderzoek staan beschreven in dit rapport. [7] De conclusie is dat de ervaringen met SuNa (zeer) positief zijn. Zowel cliënten als betrokken huisartsen zijn positief over de suïcidepreventie-aanpak. Cliënten zijn zelfs zeer positief. Ze voelen zich gehoord, gesteund en op weg geholpen. De SuNa-casemanager heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Op de vraag of SuNa ze geholpen heeft, antwoorden cliënten volmondig ‘ja’. Huisartsen geven aan dat SuNa hen ontlast, zowel in tijdsbesteding als in het gevoel van verantwoordelijkheid (een huisarts zegt letterlijk: ‘Ik slaap er beter door’). De huisartsen die deelnamen aan de evaluatie van de pilot willen graag dat SuNa wordt voortgezet. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Wassenaar en in samenwerking met Indigo Preventie.
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
39
Bijlage 2: Aanmeldprocedure Sumona voor Crisisdienst
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
40
Bijlage 3: Cliëntenfolder Sumona
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
41
Bijlage 4: Referenties 1. VNG. Wet integrale suïcidepreventie [Online]. (Bezocht op 12 maart 2025); Beschikbaar op URL: Wet integrale suïcidepreventie | VNG 2. 113 Zelfmoordpreventie. Eerste Kamer neemt wet integrale suïcidepreventie zonder discussie aan [Online]. (Bezocht op 12 maart 2025); Beschikbaar op URL: Eerste Kamer neemt wet integrale suïcidepreventie zonder discussie aan | 113 Zelfmoordpreventie 3. Schop-Etman A, Smedts M, Dewkalie U, Blommestijn D, Van der Meer R, Boed K de, Elfeddali I. Handboek SUMONA. Suïcidepreventie, monitoring en nazorg. Den Haag: Indigo Haaglanden, Indigo Rotterdam, GGz Breburg; 2021. 4. Gemeente Den Haag. Haagse Preventie Aanpak: kansen vergroten, problemen voorkomen. [Online]. 2023 (Bezocht op 12 maart 2025); Beschikbaar op URL: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/ 13191172/1/Haagse_Preventieaanpak 5. https://www.sumona.nl 6. Akwa GGZ. GGZ standaard Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. [Online]. (Bezocht op 12 maart 2025.); Beschikbaar op URL: https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/diagnostiek-enbehandeling-van-suicidaal-gedrag/inleiding/over-suicidaal-gedrag/wat-is-suicidaal-gedrag 7. Van der Meer R, Karamali N, Francissen W, Pen S, Uitewaal P. De aanpak van suïcidepreventie in Wassenaar. Wat heeft de pilot ‘Suna’ opgeleverd? Den Haag: GGD Haaglanden; september 2023.
Beschikbaar op URL: https://gezondheidsgids.ggdhaaglanden.nl/documents/Psychische-gezondheid
De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag
42
Colofon Dit rapport is een uitgave van: GGD Haaglanden Afdeling Epidemiologie en Beleidsadvies Postbus 16130 2500 BC Den Haag Tel: 070 – 3537266 Email: Auteurs , onderzoeker , onderzoeker , onderzoeker , onderzoeker en projectleider Overname van de gegevens is toegestaan, mits voorzien van duidelijke bronvermelding: Van der Windt A, De Ridder-Hagenaars V, Karamali N, Van der Meer R. De aanpak van suïcidepreventie in Den Haag. Wat is de meerwaarde van Sumona? Den Haag: GGD Haaglanden; juni 2025. Den Haag, juni 2025