RIS323686 Beantwoording SV ZZP’ers en inkomensregelingen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
16 december 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Holman en Baboeram, luidend: ‘ZZP'ers en inkomensregelingen’
SZW/10981719 RIS323686
De raadsleden de dames Holman en Baboeram hebben op 27 oktober 2025 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De Haagse PvdA en GroenLinks hebben signalen ontvangen dat bewoners die als zzp’er werken, maar een laag inkomen hebben, moeite hebben met het aanvragen van gemeentelijke inkomensondersteuning als de Ooievaarspas. Administratieve barrières staan hierbij vaak in de weg, in zulke mate dat door hulpverleners soms geadviseerd wordt om in loondienst te gaan, of de aanvraag te laten zitten. Recent liet het Rekenkamerrapport ‘Een helpende hand’ (RIS323204) zien dat er voor werkende armen in het algemeen, en zelfstandigen in het bijzonder, nog veel winst te behalen is in het bereiken van deze groep. Tot wel 90% van de werkende armen is niet in beeld. Daarbinnen wordt geschat dat 87% van de zzp’ers in armoede niet in beeld is bij de gemeente. Daar komt bij dat in Den Haag een relatief groot aandeel van de werkenden zelfstandig is (18%) ten opzichte van het landelijk gemiddelde (12%). De PvdA en GroenLinks maken zich daarom zorgen over de positie van en hulpverlening aan (schijn)zelfstandigen in kwetsbare posities. 1.
Herkent het college de signalen dat het voor zzp’ers met een laag inkomen ingewikkeld is om gemeentelijke inkomensondersteuning als een Ooievaarspas te krijgen?
Voor alle inwoners gelden dezelfde voorwaarden om in aanmerking te komen voor de Ooievaarspas. Het college is continue bezig om het proces rondom aanvragen van de Ooievaarsregelingen te verbeteren. Zie hiervoor ook de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen (RIS323792). Het college herkent wel dat inwoners met inkomen uit loondienst of een eigen onderneming nog onvoldoende gebruik maken van de Ooievaarsregelingen. 2.
Zo ja, kan het college uitweiden wat op dit moment het grootste obstakel is hiervoor en welke stappen het college tot nu toe genomen heeft om dit makkelijker te maken?
Aan de ene kant ziet het college een doelgroep die niet altijd weet dat ook zij in aanmerking komen voor de Ooievaarsregelingen. De inkomensbron is geen voorwaarde, de hoogte van het daadwerkelijk inkomen maakt of een inwoner recht heeft op bijvoorbeeld een Ooievaarspas of niet. Het college is op dit moment bezig om de campagne ‘Niemand verdient geldzorgen’ te specificeren naar een campagne gericht op ondernemers om dit obstakel weg te nemen. Aan de andere kant zien we niet dat deze inwoners hulp aanvragen, ook al weten zij dat hier recht op hebben. Dit probleem wordt landelijk herkend.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10981719
3.
Hoe wordt het inkomen van zzp’ers getoetst bij aanvragen voor inkomensondersteuning? Gaat dat op basis van een gemiddelde? Zo ja, over wat voor periode?
Voor alle inwoners die een aanvraag doen wordt uitgegaan van het meest recente bewijsdocument dat zij hebben, vaak het bankafschrift van de laatste volledige maand. Voor inwoners met een bijstandsuitkering geldt de laatste uitkeringsspecificatie (dit wordt overigens niet uitgevraagd want dit is bij de gemeente bekend). Als er inkomen is uit loondienst of uit een eigen onderneming wordt het laatste loon- of inkomstenoverzicht opgevraagd. Bij wisselende inkomsten kan een periode van 3 maanden worden gevraagd om te toetsen of iemand een laag inkomen heeft. Bij ondernemers wordt gevraagd naar de laatste documenten die zij hebben. Dit is bijvoorbeeld de laatste aangifte bij de belastingdienst of andere jaarstukken. ZZP’ers zijn vaak in staat deze documenten te overleggen. 4.
Worden ook kosten die bij normale bedrijfsvoering horen meegenomen in het bepalen of iemand een laag inkomen overhoudt?
Voor het bepalen van het recht op bijvoorbeeld een Ooievaarspas wordt alleen gekeken naar het inkomen en vermogen waar een inwoner privé toegang toe heeft. Deelname aan activiteiten vinden plaats als privépersoon, en niet als ondernemer. Zakelijk vermogen wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. Ook als een spaarpotje voor pensioen bijvoorbeeld op een privérekening staat gestald. 5.
Welke ondersteuning is er vanuit het college voor zzp’ers met een laag inkomen waarvan het vermoeden bestaat dat zij zich in een kwetsbare (schijn)constructie bevinden?
Vanuit Bureau Zelfstandigen en het Ondernemersportaal is dienstverlening beschikbaar om ondernemers te ondersteunen. Zij kunnen met de ondernemer meekijken en warm overdragen indien nodig. 6.
Welke mogelijkheden zijn er om maatwerk te leveren in gevallen dat mensen rond de lage inkomensgrens zitten en met wisselende inkomsten te maken hebben?
Bij wisselende inkomsten kan over een langere periode een uitvraag worden gedaan. Hier wordt dan wel een gemiddelde van genomen om te bepalen of iemand recht heeft op een regeling. Op deze manier wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met seizoenswerk of anderszins dat inwoners wisselende inkomsten kunnen hebben. 7.
Is het college bereid om te onderzoeken of er soepeler omgegaan kan worden met de regels voor inkomensregelingen voor zzp’ers?
Voor alle inwoners gelden dezelfde voorwaarden. Zoals gezegd is niet de inkomensbron een voorwaarde om in aanmerking te komen voor de Ooievaarsregelingen, maar de hoogte van het daadwerkelijke inkomen. Het college kijkt wel continue hoe het aanvraagproces verbeterd kan worden. Zie hiervoor ook de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen en het Jaaroverzicht van het programma Vergroten Gebruik (RIS322351)
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10981719
Eén van de mogelijkheden voor zzp’ers om aanvullende inkomensondersteuning te krijgen is via de gemeentelijke Bbz-uitkering. Bbz staat voor Besluit bijstandsverlening zelfstandigen. Voorwaarde hiervoor is dat het bedrijf in gevaar moet zijn en de onderneming levensvatbaar is. 8.
Hoe vaak wordt er in de gemeente Den Haag een aanvraag gedaan voor een Bbz-uitkering?
In de periode van januari tot en met november van dit jaar zijn 412 aanvragen gedaan voor een Bbzuitkering. 9.
Hoe vaak wordt deze ook toegekend, en op grond waarvan vinden de meeste afwijzingen plaats?
Van de 412 aanvragen zijn er 88 toegekend. De afwijzingen hebben vaak te maken met een niet levensvatbaar bedrijf, het niet op orde hebben van de boekhouding en het niet aanleveren van de gevraagde stukken. 10. Hoe toetst het college op de kwetsbaarheid van het bedrijf en de levensvatbaarheid in de toekomst? Voor Bbz aanvragen toetst het college de levensvatbaarheid kort samengevat aan de hand van: de marktanalyse, waaronder de concurrentiepositie; de bedrijfsvoering/verdienmodel; de persoonlijke en zakelijke vaardigheden en omstandigheden van de aanvrager; de vermogenspositie incl. investeringsbehoefte; de historische resultaten en toekomstige onderbouwde prognoses; de historische privé-uitgaven en toekomstige begrote privé-uitgaven; de eventuele aflossingscapaciteit/reserveringscapaciteit (draagkracht); en de probleemstelling. 11.
Welke stappen volgen er als zzp’ers niet in aanmerking komen voor de Bbz-uitkering?
Als een Bbz uitkering of krediet wordt afgewezen wordt doorverwezen, als dat kansrijk is, naar een aanvraag Participatiewet-uitkering of andere voorliggende voorziening (een bank, UWV Krediet). Hierbij wordt ook gekeken naar de ondernemersvaardigheden en wordt met de inwoner besproken wat een passend vervolg is. Dat kan ook het stoppen van de onderneming zijn. Waar nodig kan door worden verwezen naar omscholing of begeleiding naar werk in loondienst. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3