CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323657 Bijlage 2 Brief aan Clientenraad Sociaal Domein.docx

Gemeenteraad 4 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Regiovisie aanpak huiselijk geweld Haaglanden (RIS323657)2.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Uw brief van

1 oktober 2025 Uw kenmerk

Cliëntenraad Sociaal Domein Den Haag

CSD/2025.1 Ons kenmerk

OCW/10963913 Contactpersoon

Manon Pont Dienst

OCW Afdeling Datum

Stad en Bestuur

15 oktober 2025

Telefoonnummer

Onderwerp

E-mailadres

0629694156 manon.pont@denhaag.nl

Reactie advies regiovisie aanpak huiselijk geweld Haaglanden

Geachte cliëntenraad Sociaal Domein Den Haag, Inleiding Graag willen wij u hartelijk danken voor het adviestraject rondom de regiovisie huiselijk geweld. De inbreng en suggesties worden gewaardeerd en zijn waar mogelijk overgenomen en verwerkt in de eindversie van de regiovisie die de bestuurlijke route in is gegaan om vastgesteld te worden door alle gemeenteraden van de negen gemeenten. Onderstaand wordt per vraag uit het advies een reactie gegeven. Deze reactie is op regionaal afgestemd met de colleges van de andere gemeenten in de regio Haaglanden. Daarnaast heeft u in uw brief van 1 oktober 2025 ook nog wat specifieke punten genoemd voor de gemeente Den Haag. Aan het einde van deze brief zullen we hierop ook kort reageren. Algemene punten advies regiovisie De ASD H9 pleit voor behoud en borging van regionale expertise en samenwerking. U pleit voor het behouden en borgen van de regionale expertise en samenwerking. In de nieuwe regiovisie is dit het uitgangspunt. De nieuwe regiovisie bouwt grotendeels voort op de vorige visie en zet zoveel mogelijk in op het borgen en versterken van de opgedane kennis en samenwerking binnen de regio. Daarbij is extra accent gelegd op het versterken van de samenhang tussen zorg en veiligheid. En vraagt te overwegen om een in H9-verband gemeenschappelijk minimumkader vast te stellen ter reductie van postcode ongelijkheid.

In de regiovisie zijn activiteiten opgenomen die regionaal worden georganiseerd zoals de aanpakken MDA++ en (ex-)partnerstalking die regionaal belegd zijn bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het informeren van lokale teams, wijkprofessionals en veiligheidspartners over deze regionale interventies en preventieve activiteiten. Alleen als deze voorzieningen lokaal bekend en toegankelijk zijn, kunnen inwoners er daadwerkelijk gebruik van maken, waardoor regionale inzet gelijk beschikbaar blijft en postcode-ongelijkheid wordt voorkomen. Gemeenten zijn daarnaast zelf verantwoordelijk voor de aanpak van huiselijk geweld. De gemeentelijke regierol is vastgelegd in de WMO. Dat betekent dat iedere gemeente zelf verantwoordelijk is voor het

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10963913

goed inrichten van de toegang, hun lokale team en de dienstverlening aan inwoners in kwetsbare en complexe situaties. Afgesproken is om de VNG-leidraad ‘werken aan veiligheid’ als uitgangspunt te gebruiken voor de opdrachtverstrekking aan de lokale teams. Daarmee voldoen alle gemeenten aan dezelfde basisvereisten. Financiën en impact De regiovisie benoemt een toename van adviesaanvragen sinds 2019 (+18,6%). Wij vragen ons af hoe deze stijging zich verhoudt tot de ogenschijnlijke bezuinigingen binnen de regio. De financiering van het aantal adviesaanvragen bij Veilig Thuis is geen onderdeel van deze regiovisie. Dit valt onder de begroting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD en Veilig Thuis Haaglanden. Binnen de GR hebben beide uitvoeringsorganisaties vanaf 2026 te maken met scherpere financiële kaders. Het primaire uitvoeringsproces is bij de bezuiniging ontzien en de adviesfunctie van Veilig Thuis wordt niet geraakt door de versobering van de begroting. De financiële onderbouwing van de lokale taken is onvoldoende uitgewerkt. Wij pleiten voor meer transparantie over de financiering van lokale teams en de inzet van middelen door centrumgemeenten.

De DUVO-middelen die centrumgemeenten Delft en Den Haag ontvangen zijn bedoeld voor en worden besteed aan de financiering van (semi) wettelijke taken als de vrouwenopvang, centrum seksueel geweld en Veilig Thuis in de regio Haaglanden. Elke gemeente moet, zoals gezegd, voldoen aan de regierol op het gebied van huiselijk geweld conform de WMO. Hoe gemeenten georganiseerd zijn en waar ze staan met de uitvoering van de leidraad ‘werken aan veiligheid’ valt buiten de invloedsfeer van deze regiovisie. De financiering van de lokale teams is een lokale aangelegenheid. We zien verder dat de indexatie (als we ons niet vergissen en het jaar 2019 als een ijk-lijn nemen) een toename van ca 47% van de inwonersbijdrage zou veroorzaken. Het wegvallen van middelen voor deskundigheidsbevordering in de komende jaren is zorgwekkend. Bij een hoge ambitie hoort ook adequate financiële ondersteuning. Om alle achterstand goed en correct te verwerken en de regionale ambitie te realiseren hebben we aanzienlijk meer investeringen nodig dan nu begroot lijken te gaan worden. Bij het vaststellen van de vorige regiovisie (2019-2022) is voor preventie en vroegsignalering gekozen voor een bijdrage van 30 eurocent per inwoner per gemeente zonder jaarlijkse indexatie. Gezien stijgende (en gestegen) loon- en prijskosten wordt nu gekozen om het bedrag vanaf 2026 wel jaarlijks te indexeren, maar niet op te hogen.

In de regiovisie is aangegeven waar het geld aan besteed wordt en is terug te lezen dat er scherpe financiële keuzes gemaakt zijn. Over twee jaar zal er een evaluatie plaatsvinden op inhoud en financiën. Als dit aanleiding geeft tot wijziging van de financiële kaders, zal op dat moment gekeken worden naar de mogelijkheden tot ophoging van de middelen voor preventie en vroegsignalering. Preventie en vroegsignalering Wij onderschrijven het belang van preventie en vroegsignalering, maar vragen om meer/extra aandacht voor: • Voorlichting op basisscholen; • Preventieaanbod voor kinderen die huiselijk geweld hebben meegemaakt; • Het versterken van samenwerking tussen de verloskundige praktijk met het overige sociaal domein, zoals maatschappelijk werk en GGZ, zodat er ook daadwerkelijk vroeg gesignaleerd kan worden; • De regiovisie biedt een breed overzicht van initiatieven, maar mist samenhang met bestaande preventie-activiteiten. Wij adviseren een meer geïntegreerde benadering binnen de huidige activiteiten, waar huiselijk geweld ook een plek krijgt.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10963913

Gelet op de beperkte beschikbare middelen, zijn keuzes gemaakt in de activiteiten gericht op preventie en vroegsignalering. De komende jaren wordt ingezet op: trainingen voor aandachtsfunctionarissen, trainingen in de meldcode en het faciliteren van de netwerken rondom seksueel geweld en de aandachtsfunctionarissen. Uiteraard wordt daarbij de samenhang gezocht met andere trajecten, zoals Kansrijke Start en Gezonde School. De door de u genoemde punten kunnen eventueel lokaal door een gemeente bij de GGD worden ingekocht. Deskundigheidsbevordering Als deskundigheidsbevordering cruciaal is, waarom wordt hier dan niet extra in geïnvesteerd? In de nieuwe regiovisie wordt nog steeds geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering voor aandachtsfunctionarissen, en in trainingen, workshops en intervisiebijeenkomsten over ICM, femicide en intieme terreur, de (doorontwikkeling van de) routekaart naar veiligheid en de aanpak (ex-)partnerstalking. Daarmee is op alle prioriteiten uit de visie een aanbod. Wij pleiten voor een bredere inzet van deskundigheidsbevordering, inclusief richting voorliggende voorzieningen en de eerste en tweede lijn. Het standpunt van alle lokale adviesraden sociaal domein wordt onderschreven. Desalniettemin hebben de eerste- en tweedelijns voorzieningen een eigen verantwoordelijkheid in het organiseren van deskundigheidsbevordering.

Vanuit de regiovisie wordt voorrang gegeven aan de lokale teams. Indien er ruimte is voor extra deelnemers kunnen de eerste- en tweedelijns voorzieningen, net als de voorliggende voorzieningen, deelnemen aan de trainingen en workshops die in de regio georganiseerd worden. Lokale teams De rol en invulling van lokale teams blijft voor ons onduidelijk. Wij adviseren: • Meer duidelijkheid over hun taken en verantwoordelijkheden; • Inbedding in de bestaande zorginfrastructuur in plaats van gemeentelijke organisatie, om verloop te beperken. Een effectieve(re) regie vanuit de gemeente is nadrukkelijk gewenst; • Aandacht voor borging van continuïteit en kwaliteit bij overdracht van taken. Vanuit de WMO hebben gemeenten de verantwoordelijkheid regie te voeren op de aanpak van huiselijk geweld. In de regiovisie is vastgelegd dat alle lokale teams voldoen aan de basisvereisten zoals eerder benoemd (Leidraad ‘Werken aan Veiligheid’). Daarnaast wordt/is in iedere gemeente het lokale team op een eigen manier ingericht. De wettelijke taken en verantwoordelijkheden kunnen op dit moment niet worden overgedragen of ingebed in een andere, bestaande zorginfrastructuur. Aandacht voor borging van continuïteit en kwaliteit is nu een lokale verantwoordelijkheid. Met de invoering van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zou dit mogelijk kunnen veranderen.

Samenwerking en proeftuin Wij steunen het belang van samenwerking en de proeftuin Toekomstscenario. Wel adviseren wij: • Inzicht te geven hoe de overgang van proeftuin naar structurele inbedding zal worden vormgegeven; • Andere relevante samenwerkingspartners te stimuleren deel te nemen aan de proeftuinen (we missen bijvoorbeeld een aantal GGZ-instellingen in de opsomming van partners). De proeftuin wordt in 2026 doorontwikkeld, alvorens een structurele inbedding kan plaatsvinden in de regio. De sturing hierop valt buiten de invloedssfeer van de regiovisie huiselijk geweld. De gegeven adviezen en aandacht voor borging zullen gedeeld worden met de nieuwe programmamanager. Monitoring en duiding De regiovisie noemt (keten)monitoring, maar cijfermatige duiding van de huidige situatie is beperkt

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10963913

beschreven. Wij adviseren: • Te rapporteren over de ontwikkeling van wachtlijsten; • Te rapporteren over de effectiviteit van ingezette interventies; • Te rapporteren over realisatie van doelen en streefcijfers. In de versie waar de ASD een advies op heeft gegeven, was dit nog beperkt uitgewerkt. In de definitieve versie zijn de suggesties van de ASD waar mogelijk meegenomen. De ontwikkelingen van de wachtlijsten wordt twee keer per jaar geduid in de bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling GGD en VT Haaglanden. Er is gekozen om geen effectmeting uit te voeren op ingezette interventies omdat hier onvoldoende data en middelen voor beschikbaar zijn. Intieme terreur en maatschappelijke houding Wij vragen aandacht voor het maatschappelijk debat over intieme terreur en de houding van burgers. Dit vraagt om educatie en bewustwording, juist ook buiten de professionele kaders in/met de (lokale) samenleving. De regiogemeenten zijn zich ervan bewust dat ook buiten de professionele kaders bewustwording in de samenleving plaats moet vinden. Dit wordt gestimuleerd door lokaal aan te sluiten bij landelijke campagnes en door lokale bewustwordingsactiviteiten te organiseren. Zo heeft een aantal gemeenten dit jaar aangesloten op de landelijke campagne ‘’Is dit liefde?’’.

Ook de jaarlijkse activiteiten in het kader van Orange The World in de regio (stop geweld tegen vrouwen) zijn hier een goed voorbeeld van. Punten met betrekking tot Den Haag Haagse inbreng m.b.t. opvang, veiligheid en behandeling Vanuit opgedane ervaringen willen wij nadrukkelijk adviseren meer aandacht te besteden aan de veiligheid van gezinnen en vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld. Een groot knelpunt is dat er onvoldoende opvanghuizen zijn voor vrouwen. Hierdoor blijven zij vaak te lang in dezelfde onveilige situatie. De politie heeft bovendien te weinig mogelijkheden om één van de partners daadwerkelijk uit huis te plaatsen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van gezinnen en vrouwen ernstig onder druk komt te staan. Wij adviseren het college van B&W hierin een eigen besluit te nemen. Zie de beantwoording van raadsvragen over crisis in de vrouwenopvang (RIS322647). Landelijk gezien doen wij het als stad Den Haag goed en voldoen wij aan de eis van het Verdrag van Istanbul, namelijk 1 opvangplek per 10.000 inwoners. Echter is de druk op de vrouwenopvang op piekmomenten hoog. Dan maken wij gebruik van geheime hotelplekken. Momenteel zijn we in overleg met de VNG en het ministerie van Volksgezondheid en Welzijn (VWS) over de verdeling van de middelen uit de Miljoenennota voor extra opvangplekken.

Daarnaast moet de GGZ een centrale rol krijgen in de regionale aanpak. Behandeling van de geweldpleger is noodzakelijk om herhaling te voorkomen. Te vaak zien we dat dezelfde pleger opnieuw geweld gebruikt, soms bij een nieuwe partner. Dit vergroot het aantal slachtoffers en onderstreept dat de aanpak niet alleen gericht moet zijn op bescherming van slachtoffers, maar ook op structurele gedragsverandering van plegers. In Den Haag en in de regio Haaglanden hebben we aandacht voor plegers. Bijvoorbeeld in de aanpak (ex-)-partnerstalking. Zie hiervoor de regiovisie aanpak huiselijk geweld Haaglanden. Tot slot willen wij voorstellen om ook financiële middelen structureel te richten op vrouwenorganisaties in de wijk en de stad. Deze organisaties staan dichter bij de vrouwen zelf, werken Gemeente Den Haag vanuit vertrouwen en weten vaak eerder en beter in te grijpen dan de politie of Veilig Thuis.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10963913

Wij vinden het ook belangrijk dat vrouwenorganisaties betrokken zijn bij de uitvoering van het beleid. Daarom verlenen we aan vrouwenorganisaties in de stad subsidie. Zie hiervoor bijvoorbeeld de subsidieregeling preventie en vroegsignalering huiselijk geweld. Aanvullende inbreng veiligheid en femicide In Nederland werden in 2024 44 vrouwen vermoord; bij ruim de helft ging het om (ex-) partnergeweld. Dit bevestigt het patroon dat femicide vaak eindigt waar dagelijkse onveiligheid begint: thuis en in de directe omgeving (NL Times, DutchNews.nl). Dit benadrukt dat preventie, bescherming en structurele sociaal-economische gelijkheid niet los van elkaar gezien kunnen worden. Den Haag zet expliciet in op het voorkomen van femicide en het herkennen van signalen van intieme terreur. Zie hiervoor de Haagse aanpak gendergerelateerd geweld (RIS317334). Wij willen u nogmaals bedanken voor uw advies en hopen u zo voldoende geïnformeerd te hebben. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16205087/1