RIS323651 RV Beslissing op bezwaar inzake afwijzing verzoek tot wijziging omgevingsplan t.a.v. het Statenkwartier
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
11 november 2025
DSO/10931979 RIS323651
Voorstel van het college met betrekking tot beslissing op bezwaar inzake afwijzing verzoek tot wijziging omgevingsplan t.a.v. het Statenkwartier INLEIDING Op 29 januari 2024 heeft een bewoner (hierna: aanvrager) een verzoek ingediend bij de gemeenteraad om het bestemmingsplan Statenkwartier 2016, dat inmiddels van rechtswege onderdeel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan, te wijzigen. Het verzoek richt zich specifiek op de toegestane hoogte van aan- en uitbouwen. Tevens is verzocht om een voorbereidingsbesluit te nemen waarmee bouwrechten voor nieuwe aan- en uitbouwen hoger dan 3 meter worden opgeschort, totdat opnieuw wordt aangesloten bij de regeling uit het bestemmingsplan Statenkwartier 1992. Daarnaast heeft de aanvrager verzocht om de adviezen van de Welstands- en Monumentencommissie in lopende bezwaarprocedures naast zich neer te leggen, vanwege het visuele effect van afwijkende bouwhoogtes op het straatbeeld. Tot slot is verzocht om een deskundig onderzoek naar woningtypen en binnenterreinen, met als doel om de maximale bouwhoogte van aan- en uitbouwen af te stemmen op het type woning. Voor herenhuizen met een diepte van 15 tot 16 meter wordt een maximale hoogte van 2,7 meter voorgesteld, in verband met de daglichttoetreding bij naastgelegen woningen. De gemeenteraad heeft het college verzocht om de brief te beantwoorden.
Naar aanleiding hiervan heeft het raadslid de heer Groenewold op 11 maart 2024 een brief met drie vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht met betrekking tot de mogelijkheden om in het Statenkwartier vergunningsvrij een aanbouw te bouwen tot een hoogte van maximaal 0,3 meter boven de bovenzijde van de eerste verdiepingsvloer. Deze vragen zijn door het college beantwoord bij brief van 4 juni 2024 (DSO/10744821, RIS318264). Bij besluit van 17 december 2024 heeft het college de verzoeken van de aanvrager afgewezen. Tegen dit besluit heeft de aanvrager op 27 januari 2025 een bezwaarschrift ingediend, dat op 2 april 2025 is aangevuld. Op 15 april 2025 is het bezwaarschrift door de Adviescommissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) tijdens een hoorzitting behandeld. De commissie heeft op 15 juli 2025 advies uitgebracht en geoordeeld dat het college terecht heeft besloten het verzoek niet te honoreren. De commissie adviseert om de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. De commissie merkt op dat de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet door de gemeenteraad kan worden gedelegeerd aan het college. Dit is geregeld in het Delegatiebesluit omgevingsplan Den Haag 2023.
Op grond van artikel 1, aanhef en onder f, van dit besluit is de bevoegdheid tot het afwijzen van verzoeken tot wijziging gedelegeerd aan het college. Echter, de bevoegdheid om op een tegen een dergelijk besluit gericht bezwaarschrift te beslissen is niet gedelegeerd. Artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat degene die het oorspronkelijke besluit krachtens mandaat heeft genomen, niet bevoegd is om op het bezwaar te beslissen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit bevestigd in haar uitspraak van 19 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3004, r.o. 8.2).
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10931979
Dit betekent dat uw raad formeel dient te beslissen op het bezwaar. Gelet op het advies van de commissie en de juridische kaders, stellen wij voor om het collegebesluit van 17 december 2024 in stand te houden en het bezwaarschrift ongegrond te verklaren. Voor de volledige inhoud van het advies van de commissie verwijzen wij naar de bijlage.
BESLUITVORMING Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 4 november 2025, met overneming van de door het college in het hiervoor vermelde voorstel aangegeven overwegingen, welke worden geacht deel uit te maken van dit besluit: besluit: het besluit van burgemeester en wethouders van 17 december 2024, conform het advies van de commissie, in stand te laten. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De griffier,
De voorzitter,
2/2