RIS323643 Beantwoording SV Pleegzorg na het 18e levensjaar
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
20 januari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Klokkenburg-Reedeker, luidend: ‘Pleegzorg na het 18e levensjaar’
OCW/10997755 RIS323643
Het raadslid mevrouw Klokkenburg-Reedeker heeft op 28 0ktober jl. een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Sinds 1 januari 2023 is in de Jeugdwet opgenomen dat pleegzorg en zorg in gezinshuizen automatisch doorloopt tot 21 jaar. Toch blijken veel gemeenten hier niet goed van op de hoogte te zijn of handelen niet naar deze verhoogde leeftijdsgrens. In de praktijk blijkt dat het kunnen voortzetten van de pleegzorg na het 18e levensjaar – ondanks de wettelijke verankering – niet vanzelfsprekend is. De pleegouders en de jongere worden onderworpen aan (nieuwe) controles, waaronder het moeten formuleren van een hulpvraag waarbij de noodzakelijkheid van de pleegzorg moet worden aangetoond. Dit levert dikwijls stress op bij zowel de pleegouders als de betrokken jongere; de suggestie wordt immers gewekt dat verlenging van de pleegzorg niet zomaar verleend kan worden. 1.
Kan het college aangeven wat het beleid is van de gemeente Den Haag en Haagse pleegzorgaanbieders met betrekking tot pleegzorg na het 18e levensjaar?
Pleegzorg loopt standaard door tot 21 jaar; dit is vastgelegd in de Jeugdwet en wordt door de gemeente Den Haag en pleegzorgaanbieders als uitgangspunt gehanteerd. Dit is bij het college en bij alle ketenpartners bekend. Jongeren kunnen in een pleeggezin blijven tot 21, en ook tot 23 als alle betrokkenen dat wensen/onderbouwen. In een periode van een pleegzorgplaatsing is het soms nodig dat een verlenging van de plaatsing moet worden verzocht. De lengte van een plaatsing wordt afhankelijk van de situatie afgegeven, dit heeft te maken met het perspectief van het kind. Soms is het de bedoeling dat een kind binnen een jaar weer naar huis gaat bijvoorbeeld. Er is echter geen andere verlengingsprocedure voor 18-21 jaar. Ook is er is geen beleidslijn die plaatsingen na 18 jaar ontmoedigt of beëindigt. Door het college, maar ook door de voorzieningen van pleegzorg in Den Haag en de rest van de regio (H9) wordt het geschetste beeld bij navraag niet herkend. 2.
Hoe ver voor de 18e verjaardag van hun pleegkind worden pleegouders geïnformeerd indien verlenging volgens het gemeentelijk beleid nodig blijkt te zijn?
In principe is vanaf het begin van plaatsing in een perspectief biedende plek (een plek waar de jongere langere periode gaat blijven) bekend dat de plaatsing kan duren tot 21. Hoe een pleegzorgplaatsing en het gesprek hier over in de tussentijd verloopt is binnen ieder gezin anders; pleegzorg is maatwerk. In eerste instantie bepaalt het pleeggezin samen met de jongere en betrokken partners hoe lang een plek nodig is. Als dit is bepaald, wordt er een verzoek tot verlenging ingediend bij de gemeente door de pleegzorginstelling. De gemeente kent deze verlenging dan toe. Navraag leert dat er geen gevallen
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10997755
bekend dat een verlenging pleegzorg na 18 of zelfs na 21 (tot 23) niet wordt toegekend; een verlenging van de pleegzorg wordt altijd toegekend. 3.
Wordt de betrokken jongere ook tijdig – bijvoorbeeld bij diens 16e verjaardag – geïnformeerd over pleegzorg na het 18e levensjaar? Wordt er middels maatwerk een toekomstplan, bijvoorbeeld over de weg naar zelfstandigheid, voor de jongere opgesteld?
Een pleegzorgbegeleider voert het gesprek met de jongere over zijn perspectief en wat er verandert bij meerderjarigheid. De wensen van een jongere worden opgenomen in het pleegzorgplan. Daarnaast is er ook vaak een verwijzer betrokken bij een jongere, die vaak ook een perspectiefplan maakt. Deze plannen zijn maatwerk en kunnen er per jongere dus anders uit zien. Vanaf 16 is het gebruikelijk om de ‘Big 5’1 te bespreken met jongeren en deze op te nemen in deze perspectiefplannen. De overgang naar de 18e verjaardag en het verkrijgen van de Big 5 heeft veel aandacht binnen het college. Er is een nieuwe richtlijn ‘toekomstgericht werken’ van de NJI2 die wordt geïntegreerd in de manier waarop jongeren worden begeleid. Ook maken we nieuwe afspraken met ketenpartners om ervoor te zorgen dat jongeren niet worden losgelaten voordat ze de Big 5 hebben bereikt; we doen dit door nauwe samenwerking te zoeken met andere vormen van jongerendienstverlening, zoals het Jongerenpunt 070 eerder te betrekken bij jongeren in de jeugdhulp. Na 18 kunnen jongeren ook zelf besluiten om weg te gaan uit het pleeggezin. Soms kan een plaatsing ophouden omdat een jongere zelf besluit om te vertrekken na zijn 18e verjaardag. 4.
Kan het college aangeven hoeveel jongeren tussen de 18 en 21 jaar pleegzorg ontvangen in Den Haag? En hoe dit aantal zich verhoudt tot het aantal jongeren tussen de 16 en 17 jaar met pleegzorg?
Pleegzorg 16-17 jaar 18- 21 jaar 22-24 jaar
2024 134 133 7
2025 116 110 5
(peildatum 1 januari) 5.
Kan het college aangeven van hoeveel jongeren de afgelopen 2,5 jaar de pleegzorg niet is verlengd na hun 18e levensjaar?
Er zijn bij navraag bij pleegzorgvoorzieningen en vanuit onze eigen gegevens geen gevallen bekend dat pleegzorg niet is toegekend na 18 jaar. Het is voor lang niet elke jongere vanzelfsprekend om op je 18e al klaar te zijn om zelfstandig te kunnen wonen, laat staan voor pleegjongeren die ten opzichte van andere jongeren vaker in een kwetsbare positie verkeren. Het kunnen terugvallen op een veilige thuisomgeving is dan van groot belang, des te meer met het oog op de huidige wooncrisis. Uit onderzoek blijkt ook dat een kind dat te vroeg zelfstandig gaat wonen, een verhoogd risico heeft op het vervallen in drugsgebruik, prostitutie, dakloosheid of criminaliteit. De hoge maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld vanwege ondersteuning bij wonen, opvang, bewindvoering en schuldhulpverlening, die als gevolg hiervan ontstaan, kunnen (deels) voorkomen worden door pleegzorg te verlengen. Ook is een pleeggezin maatschappelijk gezien goedkoper dan andere vormen van ondersteuning, zoals bijstand of een Wajong-regeling.
1 2
Jongeren ondersteunen bij hun Big 5 | Nederlands Jeugdinstituut Kernaanbevelingen | Toekomstgericht werken | Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10997755
6.
Wordt er – in het geval besloten wordt de pleegzorg niet te verlengen na het 18e levensjaar – een zelfstandigheidstoets uitgevoerd bij de jongere door de betrokken zorgprofessionals?
Er wordt geen specifieke zelfstandigheidstoets uitgevoerd. Er wordt in de pleegzorgbegeleiding wel gesproken over het perspectief na pleegzorg en wat er nodig is na het verlaten van het pleeggezin. Als er extra begeleiding nodig is kan hieraan worden gewerkt met de pleegzorgbegeleider of eventueel begeleiding vanuit een maatwerkarrangement (Wmo) als dit van toepassing is. Deze wensen worden opgenomen in het pleegzorgplan. 7.
Is het voor jongeren die het pleeggezin – al dan niet noodgedwongen – hebben verlaten mogelijk om terug te keren als zelfstandig wonen niet goed gaat? Zijn hier ervaringen mee?
Bij het college zijn geen situaties bekend. Binnen de jeugdwet is het mogelijk om een half jaar na uitstroom uit de jeugdhulp opnieuw een beroep te doen op de Jeugdwet; ze kunnen er in theorie dan ook voor kiezen om terug te keren naar het pleeggezin van herkomst. Dit zou dan wel in samenspraak gaan met het pleeggezin en de pleegzorgorganisatie. Als een jongere langer dan een half jaar weg is uit een pleeggezin en geen vervolghulp heeft, kan de jongere nog steeds terugkeren als het gezin en de jongere dit wensen. Er kan dan alleen geen aanspraak meer gedaan worden op de Jeugdwet voor het formaliseren van een plaatsing waardoor er geen pleegzorgbegeleiding en -vergoeding meer is. Een jongere kan dan voor hulp wel aangemeld worden bij de Wmo of terecht bij het Jongerenpunt 070 voor verdere ondersteuning. 8.
Is het college het met de ChristenUnie/SGP eens dat pleegjongeren die in een fijn pleeggezin opgroeien, daar net zo lang zouden mogen blijven als zij zelf willen? En dat een jongere geen onnodige stress moet krijgen vanwege onnodige controles? Zo ja, hoe acteert het college hierin?
Het college is het hier mee eens. Het college staat achter het beleid dat jongeren in hun pleeggezin kunnen blijven tot 21 jaar, en daarna tot 23 jaar als dit de wens is zonder extra of onnodige controles.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
3/3