RIS323634 Inpassingskader nutsruimtes
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10963380 RIS323634 Contactpersoon
Rosanne Malschaert Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
28 oktober 2025
rosanne.malschaert@denhaag.nl
Onderwerp
Inpassingskader nutsruimtes
Geachte voorzitter, Voor het oplossen van netcongestie is verzwaring en uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk. Ten behoeve van het midden- en laagspanningsnetwerk zullen tot 2050 naar schatting van Stedin zo’n 530 extra middenspanningsruimtes (MSR) in de bestaande stad moeten worden bijgebouwd, ook wel ‘trafohuisjes’ genoemd. In deze ruimtes wordt elektriciteit van middenspanning naar laagspanning omgezet (het spanningsniveau dat uit het stopcontact komt). Het aantal extra MSR’s is exclusief de MSR's die in nieuwbouw een plek krijgen. De extra MSR’s zijn nodig omdat het elektriciteitsnet niet berekend is op het huidige hogere elektriciteitsverbruik per huishouden. Het aantal woningen dat op 1 MSR wordt aangesloten, gaat terug van het huidige 500 (met een 2 kW aansluiting) naar 200 woningen (met een 5-7 kW aansluiting). Ook het aantal kabels onder de grond zal worden verdubbeld. Daarnaast zullen er onder meer warmteonderstations ten behoeve van warmtenetten in de stad worden geplaatst. Het realiseren van warmtenetten (midden- en hoge temperatuur) heeft een dempend effect op de behoefte aan elektriciteit, omdat de warmte niet opgewekt wordt met elektriciteit in tegenstelling tot bij warmtepompen en WKO-installaties. Voor grote delen van de stad zijn in de transitievisie warmte nieuwe warmtenetten voorzien (RIS313867).
Het aantal en type warmteonderstations is niet bekend en hangt af van diverse afwegingen die nog gemaakt moeten worden. Dit kader is in de basis voor MSR’s, maar kan ook gebruikt worden voor andere nutsruimtes zoals warmteonderstations. Het realiseren van de MSR’s is een grote ruimtelijke opgave. Deze brief beschrijft het kader voor het inpassen van nutsruimtes zoals door het college is vastgesteld (RIS323631) en is tevens de afdoening van toezegging 772 en 978. Inplannen buurten Gezien de grootte en urgentie van de opgave worden per buurt de nieuwe nutsruimtes gepland. De planning van buurten waar het laagspanningsnet verzwaard wordt komt tot stand in samenwerking tussen Stedin en de gemeente en wordt voorgelegd aan de Taskforce netcongestie. Stedin beziet in welke buurten uitbreiding van het laagspanningsnet het hardst nodig is en waar de meeste spanningsklachten kunnen worden verwacht.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10963380
Dit doet Stedin op basis van het aantal stations en de belasting hiervan in een buurt, kabel diktes en de prognose voor een buurt (bijvoorbeeld op basis van de transitievisie warmte). Dit heeft geleid tot een prioriteitenlijst van buurten in Den Haag. De netverzwaring kan niet in al deze buurten tegelijkertijd plaatsvinden. De gemeente en Stedin maken daarom op basis van de prioriteitenlijst een planning, waarbij gekeken wordt naar werk-met-werk-kansen en buurten waar graafrust van kracht is. Netverzwaring van de eerste vijf buurten wordt op dit moment voorbereid. Hierbij gaat het om de buurten: Bomenbuurt, Houtwijk, Heesterbuurt, Bloemenbuurt-Oosten en Kom Loosduinen. Verwachting is dat de uitvoering hiervan in 2026 start, als zich geen onvoorziene complexiteiten voordoen. Aanpak en locatiekeuze De ruimte in de stad is schaars, zowel onder- als bovengronds. Vanuit Stedin is de locatie van een MSR afhankelijk van technische specificaties van het laagspanningsnet en moet de MSR bereikbaar zijn voor onderhoud en beheer. Gemeentelijk uitgangspunt is dat nutsvoorzieningen inpandig, op nietopenbaar terrein, private grond of door uitbreiding van een bestaande nutsruimte worden gerealiseerd. De netbeheerder heeft hiervoor een inspanningsverplichting, die nader zal worden uitgewerkt. De gemeente ondersteunt de netbeheerder hierin door het eigen vastgoed en terreinen te betrekken.
Bij inpandige plaatsing zijn er generiek een aantal kansrijke opties: • opnemen in de bouwenvelop van nieuwbouwbouwontwikkelingen; • opnemen bij renovatie van vastgoed (gemeentelijk, particulier of van een corporatie); • beter gebruik bestaande nutsruimtes. Oudere nutsruimtes kunnen een overmaat hebben; • garagebox, fietsenstalling of schuurtje. Bij een gebouw met een secundaire functie is het eenvoudiger om ruimte te vinden dan in het hoofdgebouw met de hoofdfunctie; • parkeergarage. In sommige gebieden zijn relatief veel (bovengrondse en/of ondergrondse) parkeergarages aanwezig.
Indien de zoektocht naar inpandige locaties, op niet openbaar terrein, private grond of door uitbreiding van een bestaande nutsruimte geen resultaat oplevert zal, een goed inpasbare locatie in de openbare ruimte onderzocht worden. Hierbij wordt gezocht naar locaties die niet in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur of ecologische verbindingszone liggen en zomin mogelijk hinder veroorzaken. Hierbij wordt zo veel mogelijk gezocht naar locaties, zoals: • tegen een afscheidingsmuur, in een haag of tegen (of in) bestaande nutsruimtes/kasten; • achter de rooilijn; • in een talud; • in ongedefinieerde restruimtes aan achterkanten, zoals expeditiestraten/hoven; • functiecombinaties met andere nutsruimtes, abri’s, openbare toiletten, sport- en spelvoorzieningen etc.; • trottoirs en parkeerplaatsen; • ondergrondse/verdiepte ligging. Daarnaast wordt bij de zoektocht naar locaties rekening gehouden met de verkeersveiligheid, voorkomen sociaal onveilige situaties, groen, zichtlijnen, kunstobjecten, monumenten, het wensprofiel in de weg en naar mogelijke combinatie van functies (bijvoorbeeld speeltoestel of bankje). De standaardwerkwijze is dus op zoek naar een inpandige locatie op niet openbaar terrein, private grond of door uitbreiding van een bestaande nutsruimte. Dit zal niet altijd mogelijk zijn.
In dat geval wordt een locatie in de openbare ruimte gezocht die zo min mogelijk hinder veroorzaakt. Indien er sprake is van verstoring van het groen, wordt dit gecompenseerd.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10963380
Een team bestaande uit specialisten vanuit de gemeente en netbeheerder zullen gezamenlijk op basis van boven genoemde uitgangspunten op zoek gaan naar een zo goed mogelijke inpassing van de nutsruimtes. Het resultaat vormt de onderbouwing van de vergunningaanvraag. Indien de locatie van een MSR niet binnen de kaders past, dan wordt de locatie aan het college voorgelegd. Voor de aanleg van nutsruimtes in openbaar gebied moet een instemmingsbesluit APV worden aangevraagd en eventueel een omgevingsvergunning voor de nutsruimtes in geval van beschermd stadsgezicht of archeologische waarde. Daarnaast moeten de nutsruimtes voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen. Uiterlijk nutsruimtes De oppervlakte van een MSR of warmteonderstations is maximaal 15m2 en 3 meter hoog. Door de netbeheerder wordt bij de MSR’s bij voorkeur gebruik gemaakt van twee standaardmodellen, namelijk een betreedbaar station en een niet-betreedbaar station (zie afbeelding 1). Het college heeft Stedin verzocht deze standaard modellen te vergroenen, bijvoorbeeld door middel van een groen dak. Stedin doet onderzoek naar deze mogelijkheden in verband met de draagconstructie en waterdichtheid van de stations en of dit mogelijk is in combinatie met veiligheidscertificeringen.
Afbeelding 1: niet-betreedbaar station en betreedbaar station Stedin Bij de locatiekeuze van de nutsruimtes is het streven deze goed in te passen in de stad op basis van de eerder genoemde uitgangspunten. Op prominente plekken -plekken die de beeldkwaliteit aantasten- is extra aandacht nodig voor het uiterlijk en kwaliteit van een nutsruimte door middel van maatwerk. Verwachting is dat dit vaker het geval zal zijn bij nutsruimtes in beschermd stadsgezicht. Bij maatwerk kan gedacht worden aan gemetselde huisjes, beschilderde huisjes, vergroenen van huisjes of een verdiepte ligging (indien technisch mogelijk). Denk bijvoorbeeld aan de MSR stations die in aanloop naar de NAVO-top zijn aangekleed (zie afbeelding 2). Hier worden omwonenden bij betrokken.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10963380
Afbeelding 2: aangeklede nutsruimte Participatie en communicatie De verzwaringen van het laagspanningsnet en nieuwe MSR’s worden per buurt gepland. De buurt wordt voorafgaand aan de werkzaamheden geïnformeerd over de noodzaak, geplande werkzaamheden, locaties en uiterlijk van de nutsruimtes. De locatie van een nutsruimte is afhankelijk van technischeen veiligheidsrandvoorwaarden, waarbij geen keuzevrijheid is en geen participatie mogelijk is. Indien hier wel mogelijkheden zijn wordt dit meegenomen op het moment van informeren. Bij het uiterlijk van een nutsruimte is beperkt ruimte voor afwijken van de standaard. Op prominente plekken – plekken die de beeldkwaliteit aantasten- wordt maatwerk toegepast voor het uiterlijk van de nutsruimte, waar participatie mogelijk is. De omgeving wordt gevraagd mee te denken in het uiterlijk van de nutsruimte. In de participatie ladder van eigenaarschap: ‘advies vragen’ en ‘meedenken’. Bij de locatiekeuze van de nutsruimtes is dus geen participatie mogelijk. Bij het uiterlijk van de nutsruimtes is wel participatie mogelijk op plekken waar sprake is van maatwerk doordat een goede inpassing van een nutsruimte in de openbare ruimte niet mogelijk is. Financiën Nutsruimtes en bijbehorende werkzaamheden worden in principe gefinancierd door het nutsbedrijf.
Gemeentelijke voorwaarde hierbij is dat na de werkzaamheden en aanleg van extra kabels en leidingen de openbare ruimte in dezelfde of verbeterde staat wordt teruggebracht zoals deze voorafgaand aan de werkzaamheden was. De extra inkomsten via de opstalrechten van nieuwe MSR’s komen beschikbaar voor de extra kosten die nodig zijn voor administratie en een goede inpassing in de openbare ruimte zoals het aankleden of verfraaien van nutsruimten. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
4/4