RIS323633 Onderzoek effect invoeren 30 km-u op OV
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSO/10916222 RIS323633 Contactpersoon
Ewald Borkens Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Mobiliteit Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
28 oktober 2025
ewald.borkens@denhaag.nl
Onderwerp
Onderzoek effect invoeren 30 km/u op OV
Geachte voorzitter, In de commissie Leefomgeving van 20 februari 2025 is tijdens het debat over openbaar vervoer gevraagd om de resultaten van het onderzoek naar de effecten van het invoeren van 30 km/u op wegen voor het openbaar vervoer met de raad te delen. Deze vraag werd al eerder gesteld bij de beraadslaging vervoerplanprocedure 2025 MRDH (toezeggingsnummers 830 en 419). Dit onderzoek is inmiddels afgerond en treft u in de bijlage. De aanleiding en opzet van de studie. Steeds meer steden, waaronder ook Den Haag, kiezen ervoor om op meer plekken 30 km/u in te voeren als maximaal toegestane snelheid. Het doel is om de verkeersveiligheid en leefbaarheid te vergroten. In de op 10 februari voor zienswijze vrijgegeven “Netwerkstrategie 2040- Voor een leefbaar en bereikbaar Den Haag” (RIS321330), is nader uitgewerkt op welke plekken dit wordt voorzien. De vervoerbedrijven hebben de zorg uitgesproken dat volgens hen het invoeren van 30 km/u een negatief effect heeft op rijtijden en exploitatie van het openbaar vervoer. Omdat goed openbaar vervoer een van de belangrijke pijlers is van de Netwerkstrategie en de mobiliteitstransitie, is besloten tot een gezamenlijk onderzoek dat de gevolgen voor het OV in beeld brengt bij het breed invoeren van 30 km/u in de regio Haaglanden.
HTM, EBS, MRDH en de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorbrug en Delft hebben, samen met vertegenwoordigers van de veiligheidsregio Haaglanden en ondersteund door Goudappel, (adviesbureau) onderzoek gedaan naar de effecten van het invoeren van 30 km/u op een aantal wegen in het stedelijk gebied. De gehanteerde uitgangspunten voor de invoering van 30 km/u zijn conform de verschillende gemeentelijke visies; voor Den Haag is dit de “Netwerkstrategie 2040” (RIS321330). In het onderzoek is aandachtig gekeken naar de effecten op de rijtijden, exploitatie en het gebruik van het openbaar vervoer. Resultaten Uit het onderzoek blijkt dat één specifieke maatregel bij het invoeren van 30 km/u een aanzienlijk positief effect heeft voor het openbaar vervoer.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10916222
Uit simulaties blijkt dat door snelheidsdifferentiatie (op vrije banen, zoals trambanen en busbanen, de maximum snelheid voor tram en bus op 50 km/u te houden) de concurrentiepositie ten opzichte van de auto verbetert. Dit leidt tot een aanzienlijke toename van het aantal reizigers en daarmee hogere opbrengsten op deze lijnen. Daardoor worden de negatieve effecten op rijtijden en exploitatie op wegen waar het openbaar vervoer met het overig verkeer meerijdt grotendeels weggenomen. De HTM en MRDH zien dit als een belangrijke maatregel, waarmee een groot deel van hun zorgen over de invoering van 30 km/u worden weggenomen. De gemeente Den Haag ziet dit ook als een goede basisoplossing om in combinatie met de invoering van 30 km/u uit te voeren. In andere steden, zoals in Amsterdam, wordt dit al succesvol toegepast. Wel zal per traject nader worden bekeken of deze maatregel veilig en haalbaar is, omdat de specifieke situatie van traject tot traject verschilt. Vervolg In het onderzoek is ook nadrukkelijk aandacht besteed aan de samenwerking tussen wegbeheerders, vervoerders en nood- en hulpdiensten. Voor gebruikers betekent invoering van 30 km/u een verbetering van de verkeersveiligheid. Voor vervoerders en nood- en hulpdiensten kan het effecten op rijtijden hebben, waardoor concessieafspraken en wettelijke aanrijtijden onder druk komen te staan.
Het gezamenlijk in beeld brengen van de effecten helpt ook om mogelijke maatregelen binnen het hele vervoergebied van HTM te definiëren en gemeentegrensoverstijgend samen te werken, om de bereikbaarheid te borgen. Het onderzoek beveelt daarom aan om een structureel overleg op te zetten over deze issues met de betrokken partijen. Dit overleg moet gericht zijn op het concretiseren en monitoren van maatregelen op zowel netwerkniveau als straatniveau. Dit issue past binnen de bestaande overleggen en afstemming tussen de gemeente Den Haag, MRDH en de HTM. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
2/2