RIS323623 Bijlage Tussentijdse evaluatie Combiregeling 2023 tm 2026
Tekst van het document
Tussentijdse evaluatie Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2023 tot en met 2026 Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inleiding Analyse per categorie De regeling Samenwerking Buurtsportcoaches aan het woord Conclusies en aanbevelingen
1. Inleiding Voor u ligt de tussentijdse evaluatie van de subsidieregeling waarmee de gemeente Den Haag uitvoering geeft aan de Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023-2026 (BRC) van het Rijk. Deze landelijke regeling is gericht om de toeleiding en begeleiding naar sport-, beweeg- en cultuuraanbod te versterken. Daarmee wil het Rijk bereiken dat meer mensen actief deelnemen aan sport, bewegen en cultuur, wat bijdraagt aan een gezondere, actievere en fittere samenleving.
1.1 De (rijks)regeling Sinds 2008 kunnen gemeenten gebruik maken van een regeling van het Rijk om meer mensen te laten sporten en bewegen of deel te laten nemen aan culturele activiteiten. Deze regeling heet vanaf 2019 de Brede Regeling Combinatiefuncties. Sinds 2023 gelden er nieuwe bestuurlijke afspraken. De inhoudelijke afspraken bouwen voort op het “Nationaal Sportakkoord” en de “Geactualiseerde Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2019-2022”. De herziene bestuurlijke afspraken kennen een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026. De doelen zijn: • Meer kinderen, jongeren en volwassenen die sporten, bewegen en meedoen aan cultuur. Het gaat hierbij ook om kwetsbare groepen en mensen die achterblijven in sport-, beweeg- en cultuurdeelname; • Sterke aanbieders in sport, bewegen en cultuur waarbij kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid geregeld is; • Een sterke verbinding tussen sport, bewegen en cultuur met andere domeinen en programma’s (onderwijs, gezondheid, zorg, welzijn en sociale zaken/armoede & schulden) die bijdragen aan de bovenste twee ambities.
1.2 De gemeentelijke subsidieregeling De gemeente Den Haag heeft de middelen uit de BRC vertaald naar een eigen regeling: de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport en cultuur Den Haag 2023 tot en met 2026 (RIS316073). De doelen van deze subsidieregeling zijn om met de inzet van de combinatiefunctionarissen: a. inwoners van Den Haag, die niet of weinig sporten of bewegen te stimuleren om op hun eigen manier structureel te sporten en te bewegen; b. sportverenigingen en –stichtingen te versterken, zodat die in staat zijn sportaanbod te bieden dat aansluit op de sportbehoeften van de inwoners van Den Haag; c. sport- en bewegingsdeelname van kinderen en jongvolwassenen in de leeftijdscategorie van 4 tot 27 jaar te bevorderen en actief door te geleiden naar sportverenigingen en -stichtingen; en d. bewoners, die niet of beperkt deelnemen aan kunst- en cultuuractiviteiten te activeren om kunst en cultuur te beoefenen of te beleven. De achterliggende maatschappelijke doelen van de subsidieregeling zijn: a. alle inwoners van Den Haag een leven lang in beweging te krijgen en te houden;
b.
c.
het voorkomen van overlastgevend gedrag van jongeren door middel van sport en bewegen, waarbij bewegen om talenten te ontwikkelen en het krijgen van een zinvolle vrijetijdsbesteding centraal staat; en alle inwoners van Den Haag aan actieve kunst- en cultuurbeoefening te laten doen of kunst en cultuur te laten beleven.
Met deze regeling draagt de gemeente bij aan een leven lang inclusief sporten en bewegen, het tot stand brengen en uitbouwen van lokale verbindingen tussen verschillende partijen zoals onder andere uit het onderwijs, zorg of welzijn, het duurzaam versterken en innoveren van sport- en beweegaanbieders en het vergroten van de deelname en beleving van kunst- en cultuur van Hagenaars. Financiering Bij de doorvertaling van de Rijksregeling heeft de gemeente ook de gevraagde cofinanciering van 60% geleverd. Daarmee is de voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026 een subsidieplafond vastgesteld van € 15.207.132,00. Dit bedrag is verdeeld over de vier categorieën binnen de regeling. De subsidie is verstrekt voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen die activiteiten uitvoeren die jaarrond plaatsvinden en bijdragen aan minimaal één van de genoemde doelen.
1.3 Tussentijdse evaluatie De regeling heeft een looptijd van drie jaar: van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026. Daarmee bevindt de uitvoering zich inmiddels in de tweede helft van de looptijd. Conform artikel 7:1 van de regeling vindt er uiterlijk 1 juli 2025 een tussentijdse evaluatie plaats. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in de voortgang en werking van de regeling tot nu toe. De tussentijdse evaluatie richt zich op de ervaringen met de regeling, temeer daar deze voor het eerst een meerjarig karakter heeft. De beoordeling van de resultaten van de uitvoering door de organisaties volgt pas na afloop van deze periode. In mei en juni zijn interviews gehouden met degenen die het meest met de regeling zelf te maken hebben. Dat zijn meerdere partijen die uitvoering geven aan de regeling (lees: organisatie) en de betrokken beleidsmedewerkers van de gemeente, bij DPZ, Onderwijs, Cultuur en Sport (lees: gemeente). Daarbij is ook uitvoering gegeven aan de motie van raadslid de heer Ahraui “Versterk de positie van de buurtsportcoaches” (RIS321021). De vragen uit deze motie zijn voorgelegd aan buurtsportcoaches, wat aanvullende inzichten en aanbevelingen heeft opgeleverd. Deze zijn opgenomen in deze evaluatie. De uitkomsten vormen mede input voor de manier waarop de gemeente Den Haag vanaf 2027 uitvoering gaat geven aan de BRC.
Dit is echter mede afhankelijk van het Rijk, dat momenteel 40% van het totaal bekostigd.
2. Analyse per categorie 2.1 Categorie A Activiteit: “Subsidie voor deze categorie is verstrekt voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen die activiteiten uitvoeren die gericht zijn op kwetsbare Haagse volwassenen en senioren waarbij geen sprake is van structurele sportdeelname en die plaatsvinden in vooraf bepaalde en daarmee afgesproken gebieden.” De organisatie handelt vanuit een consortium, bestaande uit 5 samenwerkingspartners. Dit is een mooi voorbeeld van het effect dat een regeling kan hebben: het stimuleert samenwerking en versterkt de positie van betrokken partijen. Gaandeweg ontwikkelt de rol van de buurtsportcoach zich in drie richtingen: 1. Een betere positionering in het zorgdomein 2. Meer zicht en inzicht in de werkzaamheden met behulp van data 3. Het koppelen van interventies, zoals fietsen en wandelen De buurtsportcoach coördineert en organiseert op basis van behoefte. Wat door de gemeente als positief wordt ervaren. In de regeling zijn de stadsdelen, wijken en buurten afgebakend op basis van de sport- en beweegdeelname cijfers. Juist op die plekken is de behoefte groot. Zonder afbakening zou de aandacht kunnen verschuiven naar gebieden waar sneller resultaat te behalen is. Daar staat tegenover dat bepaalde keuzes soms af kunnen wijken van wat vooraf is afgesproken. De organisatie die in de stad opereert kent de stad en ziet wat er nodig is.
En dan is de vraag waar ieders verantwoordelijk ligt. Dit wordt in de praktijk goed opgelost. De rol van de gemeente is meer adviserend dan sturend en dat werkt prettig. Als de keuzes duidelijke beargumenteerd kunnen worden, is er ruimte om af te wijken. Er is volgens de organisatie wederzijds begrip. De organisatie geeft nog het volgende mee: “Als maatschappij zouden we meer moeten investeren in preventie. Nu ligt de nadruk vooral op zorg en reparatie, terwijl gezondheidsbevordering onderbelicht blijft — ook in de budgetten. Eigenlijk hebben we geen gezondheidszorg, maar ongezondheidszorg. Grote krachten zoals farmaceuten en zorgverzekeraars spelen hierin een rol. De lobby voor preventie is veel kleiner, terwijl daar juist de grootste maatschappelijke winst te behalen valt.”
2.2 Categorie B Activiteit: “Subsidie voor deze categorie is verstrekt voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen die sportverenigingen en –stichtingen versterken, zodat het sportaanbod aansluit op de Haagse sportbehoefte door activiteiten die gericht zijn op: • binding of aanwas van leden of deelnemers; • behoud of aanwas van vrijwilligers; • het realiseren van een positieve sportcultuur; • het versterken van het pedagogisch, didactisch en sporttechnisch kader bij sportverenigingen en stichtingen; • het versterken van de open club gedachte bij sportverenigingen en -stichtingen; • het organiseren van sport- en bewegingsactiviteiten voor kinderen in het primair onderwijs, na schooltijd; • het organiseren van minimaal 11 toernooien of clinics per schooljaar. “ Om als organisatie een volledige functie te kunnen aanbieden, zijn het ondersteunen van sportverenigingen en -stichtingen én het organiseren van naschoolse sport- en beweegactiviteiten samengebracht in één categorie. In de praktijk blijkt echter dat dit geen ideale combinatie is. Zowel de organisatie als de gemeente geven aan dat het hier om twee verschillende profielen gaat. Verenigingsondersteuning vraagt op sommige vlakken om andere kwaliteiten en dat geldt ook voor het aanbod van naschoolse sportactiviteiten.
Er is tussen de organisatie en de gemeente overlap in ondersteuning van sportverenigingen en -stichtingen op de volgende activiteiten: • binding of aanwas van leden of deelnemers;
• •
behoud of aanwas van vrijwilligers; het versterken van de open club gedachte bij sportverenigingen en -stichtingen.
Als de gemeente kiest voor marktwerking, moet ze volgens de organisatie zelf minder doen. Aan de andere kant voelt de gemeente soms de verantwoordelijkheid om juist meer ondersteuning op te pakken. Er is behoefte aan duidelijke rolverdeling, productbeschrijving en eigenaarschap. De huidige werkwijze belemmert de organisatie en de gemeente enigszins. De gemeente en organisatie hebben niet de indruk dat de sportverenigingen en -stichtingen hier last van hebben. De organisatie van schoolsporttoernooien verloopt zeer goed. Het is succesvol, met veel deelname en betrokkenheid van zowel sportverenigingen als scholen. De organisatie ervaart het als waardevol om deze toernooien te organiseren en heeft het gevoel hier meer uit te kunnen halen. Dit hoeft niet ter vervanging van het naschoolse sportaanbod, maar kan wel bijdragen aan een andere balans. Volgens de gemeente voert de organisatie deze taak beter uit dan toen de gemeente dit zelf deed. Het organiseren van het naschoolse sportaanbod verloopt moeizamer. De relatie tussen scholen en de organisatie verloopt niet optimaal, terwijl de school juist wordt gezien als het meest krachtige middel om sportdeelname in deze leeftijdsgroep te stimuleren. Ongeveer 35% van de deelnemende kinderen is al lid van een vereniging en komt via school in aanraking met andere sporten.
Momenteel is het naschoolse sportaanbod zo ingericht dat er twee uur aaneengesloten naschoolse sport wordt aangeboden, waarbij per uur een andere groep deelneemt. Het werven van deelnemers voor het tweede uur blijkt lastig. Scholen erkennen het belang van naschoolse sport, maar worden geconfronteerd met meerdere uitdagingen. Het lukt de scholen dan ook niet altijd om voldoende animo te creëren.
2.3 Categorie C Activiteit: “Subsidie voor deze categorie is verstrekt voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen die sport- en bewegingsdeelname van kinderen en jongvolwassenen in de leeftijdscategorie van 4 tot 27 jaar bevorderen en actief doorgeleiden naar sportverenigingen en -stichtingen, op de pleinen en speelvelden en volgens de intensiteit zoals beschreven in de bijlage van de regeling.” Streetsport in Den Haag wordt gezien als voorbeeld voor Nederland, met veel aandacht voor kwaliteit, samenwerking en de maatschappelijke betekenis van sport. De organisatie werkt samen met de Cruijff Foundation, Krajicek Foundation, welzijnswerk en verschillende partners in de wijk. Deze samenwerking zorgt voor verbinding tussen sport, welzijn en jeugd, en draagt bij aan een inclusief en toegankelijk sportklimaat. Er is oog voor diverse groepen in de samenleving en er wordt gekeken naar wat optimaal is voor de stad, met flexibiliteit rondom verbouwingen, veiligheid en veranderende omstandigheden. De organisatie speelt hierin met de buurtsportcoaches een cruciale en verbindende rol. Het sportaanbod sluit over het algemeen goed aan bij de doelgroepen. De meeste doelgroepen worden dan ook bereikt, al zijn kwetsbare jongeren en de doelgroep van 18 tot 27 jaar in sommige wijken lastiger te bereiken.
De organisatie ervaart het als positief dat er een overzicht bestaat van de playgrounds waarop ingezet moet worden. Toch voldoen nog niet alle locaties aan de gestelde eisen, zoals opslagruimte, toiletten en schuilmogelijkheden. Er moet voldoende ruimte blijven om flexibel te kunnen schakelen, zowel in ureninzet als in locaties. Soms komen er via andere afdelingen van de gemeente of woningcorporaties extra wensen en vragen naast de regeling; dit biedt kansen voor de organisatie en de stad, maar zorgt ook voor onduidelijkheid ten opzichte van de ruimte die de regeling hiervoor geeft. Andersoortig aanbod zou een waardevolle aanvulling zijn, bijvoorbeeld freerunnen of skaten. Meer flexibiliteit en innovatie in het sportaanbod is gewenst. Dit kan bijdragen aan een aantrekkelijk, eigentijds en beweegvriendelijk aanbod dat jongeren stimuleert tot deelname, ontmoeting en meer participatie. Daarnaast kan het talentontwikkeling versterken.
2.4 Categorie D Activiteit: “Subsidie voor deze categorie is verstrekt voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen die bewoners activeren om kunst en cultuur te beoefenen of te beleven en daarvoor een passend kunst- en cultuuraanbod organiseren, in de wijken genoemd in de bijlage van de regeling met een minimale inzet van 1 FTE per stadsdeel.”
De combinatiefunctionarissen cultuur (in totaal 4 fte) zijn werkzaam in de stadsdelen Centrum, Laak, Escamp en Haagse Hout. Waar er in Den Haag lange tijd een zeer beperkte inzet was van combinatiefunctionarissen cultuur, is daar met de subsidieregeling verbetering in gekomen. Dit wordt door het culturele veld als positief ervaren. De inzet van de combinatiefunctionarissen cultuur is een aanwinst in de genoemde stadsdelen. Meer bewoners met een afstand tot kunst en cultuur worden actief betrokken bij culturele activiteiten. Met name de werkwijze van de combinatiefunctionarissen, waarbij outreachend en faciliterend gewerkt wordt en bewoners ondersteund worden bij de uitvoer van hun eigen ideeën, is daarbij cruciaal. Doordat de combinatiefunctionarissen cultuur aanwezig en letterlijk zichtbaar zijn in de wijken, hebben zij een breed netwerk opgebouwd met zowel bewoners als relevante personen en organisaties (Wijkz, bibliotheken, scholen, culturele aanbieders, buurtnetwerken, buurtsportcoaches, etc.). Dankzij de inzet van de combinatiefunctionarissen in de stadsdelen Centrum, Escamp, Haagse Hout en Laak, zijn in 2025 beduidend meer bewoners bereikt en in aanraking gekomen met cultuur.
Aandachtspunten voor de toekomst zijn het voortbestaan van de BRC-regeling per 2027, het nog beter betrekken van bewoners met een afstand tot kunst en cultuur (het betrekken van nieuwe doelgroepen blijft een uitdaging) en de samenwerking met de partners in de wijk. Het uitbreiden en verdiepen van het netwerk en de onderlinge communicatie vraagt om een continue investering. Ook de krappe bezetting van één FTE combinatiefunctionaris cultuur per stadsdeel is in de praktijk niet altijd voldoende. Er is, mede vanwege de beschikbare middelen, gekozen voor een gerichte concentratie van inzet op de meest kwetsbare wijken in de vier stadsdelen. Zo bereiken we het meeste resultaat met de beschikbare middelen. Tot slot gebeurt de kruisbestuiving tussen combinatiefunctionarissen sport en cultuur nog te weinig, ondanks goede intenties. Een digitaal systeem - zoals een stadsbrede mapping waarin het sport- en cultuuraanbod wordt gebundeld, incl. de aansluiting bij de Ooievaarspas – zou de functionarissen hierbij kunnen helpen. De afdeling sport werkt op dit moment aan een gebruiksvriendelijke webpagina met de sportverenigingen in de stad. En zoals in de Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie 2025-2028 (RIS322657) opgenomen, werkt de afdeling cultuur van de gemeente de komende jaren aan het optimaal maken van de Culturele Kaart via CultuurSchakel.
3. De regeling 3.1 Meerjarige regeling Er is veel enthousiasme over verlenging van de regeling van één naar drie jaar. Dit zorgt voor meer rust en continuïteit bij de organisaties, het speelveld en partners in de stad. Tegelijkertijd heeft de gemeente met een langere looptijd een deel van haar flexibiliteit ingeleverd. Er zijn weinig mogelijkheden om extra vragen of opdrachten weg te zetten. Bij verschillende afdelingen binnen de gemeente leeft de wens om aanvullende opdrachten te geven (bijvoorbeeld bij side-events en stadsbrede evenementen) – terwijl dat eigenlijk niet meer past binnen de kaders van deze regeling. Volgens een organisatie zou een regeling van drie jaar met verlengingsopties nog beter zijn. Drie jaar is immers zo voorbij. Verlengingsmomenten kunnen ook benut worden voor nadere afspraken, bijvoorbeeld over data en monitoring. Dit draagt bij aan stabiliteit en continuïteit — niet alleen voor de organisaties, maar ook voor de stad.
3.2 Aanvraag, rapportage en verantwoording De regeling is zorgvuldig en professioneel tot stand gekomen, voorafgegaan door een uitgebreid proces. Hierbij is gebruik gemaakt van juridische kennis en expertise, wat het geheel waardevol heeft gemaakt. Volgens een organisatie bevatte de uitvraag in het aanvraagformulier veel overlap en was het omvangrijk. Logisch, gezien het grote financiële belang. Toch was het onderscheid tussen onderdelen niet altijd helder. Er was weinig ruimte om te beschrijven welke aanpak overwogen wordt of waarom bepaalde werkwijzen mogelijk passend zouden zijn. Dit maakte het lastig om de essentie goed over te brengen. Het was puzzelen om alles passend te krijgen. Betere gesprekken ontstaan op basis van betere inzichten. Volgens de gemeente zou de verslaglegging wat tactischer en strategischer kunnen. Niet alleen rapporteren over wat er gebeurt, maar ook wat de effecten zijn en welke ontwikkelingen zich voordoen. Volgens een organisatie zou het helpen om aan de voorkant concreter aan te geven wat gemeten moet worden, in plaats van gaandeweg metingen toe te voegen. Soms is een vraag inhoudelijk mooi en relevant, maar praktisch niet realiseerbaar. Het blijft een zoektocht naar wat daadwerkelijk inzicht moet opleveren. Tijd en ervaring zullen bijdragen aan verdere verbetering.
Tenslotte vraagt de regeling om veel verantwoording: tussentijdse verantwoording over het nog lopende jaar, tussentijdse eindverantwoording over het voorafgaande jaar, definitieve eindverantwoording, en monitoring via het Mulier Instituut. Organisaties geven aan dat dit belastend is. De vraag is of tussentijdse verantwoording over het nog lopende jaar echt nodig is, en of deadlines logischer gepland kunnen worden.
4. Samenwerking De samenwerking verloopt over het algemeen goed. Het contact tussen de organisaties en de gemeente wordt als prettig ervaren, en gesprekken op verschillende niveaus dragen bij aan een effectieve afstemming. Wanneer iets niet bevalt wordt dat benoemd en wordt ernaar gehandeld. Eén van de organisaties geeft terug tevreden te zijn over de constructieve samenwerking, ook omdat er oog is voor zaken die beter kunnen. Op uitvoeringsniveau is er nog meer uit te halen. Er is behoefte aan een duidelijke rolverdeling en eigenaarschap. Zeker op de thema’s waarin de gemeente overlapt met wat de organisaties uitvoeren. Ook is er niet altijd voldoende tijd, of wordt die niet genomen, om knelpunten echt goed te bespreken. Betere inzichten leiden tot betere gesprekken, dat moet groeien. Bij personeelswisselingen (binnen de organisaties en de gemeente) is het soms even zoeken naar de gezamenlijke aanpak, maar dit wordt doorgaans snel hersteld.
5. Buurtsportcoaches aan het woord Op 18 december 2024 is de motie “Versterk de positie van de buurtsportcoaches” (RIS321021) van het raadslid de heer Ahraui aangenomen. In het kader van de uitvoering van de deze motie zijn er interviews afgenomen met buurtsportcoaches van de verschillende organisaties die uitvoer geven aan de Haagse subsidieregeling. De verschillende organisaties hebben verschillende doelgroepen. Dat klinkt ook door in onderstaande bijdragen. Zaken die zijn op te lossen door het maken van (aanvullende) afspraken, zijn in hoofdstuk 6 van een aanbeveling voorzien. Dat geldt ook voor onderwerpen die input vormen voor de manier waarop de gemeente Den Haag vanaf 2027 uitvoering gaat geven aan de BRC. Welke middelen, ondersteuning en faciliteiten hebben jullie nodig om effectief en slagvaardig te blijven werken? Goede faciliteiten op locaties zijn essentieel om een structureel en kwalitatief sportaanbod te kunnen leveren. Helaas is dit niet altijd goed geregeld. Buurtsportcoaches ervaren problemen zoals beperkte toegang tot sanitaire voorzieningen en onduidelijkheid over schoonmaak en onderhoud. Dit maakt het werk uitdagend. Hoewel signalen hierover goed worden opgepikt, wordt de urgentie ervan niet altijd gezien. Daarom proberen buurtsportcoaches creatief te zijn, bijvoorbeeld door samen te werken met ondernemers.
Ook zijn ze anders gaan werken: vooraf moeten de basisvoorwaarden op orde zijn, anders starten ze niet. Sommige locaties zijn mogelijk niet geschikt om op te nemen in het aanbod, bijvoorbeeld vanwege beperkte aanloop of onveilige situaties. Het is daarom wenselijk om het aanwijzen van geschikte pleintjes samen te doen. Flexibele uren zijn belangrijk om beter in te spelen op de behoeften van een wijk. Continuïteit op een locatie is cruciaal: drie keer per week aanwezig zijn, voor langere tijd, met een vast gezicht maakt echt het verschil. De financiering van sportaanbod is in sommige wijken lastig en er is niet altijd een passende subsidie beschikbaar. Vrijwilligers zijn schaars, waardoor financiële middelen echt nodig zijn. Geld voor materialen is vaak onderdeel van een subsidie, maar daar is meestal geen gebrek aan. Het probleem zit vooral in de financiering van coördinatie en beheer. Een voorbeeld hiervan is de Gymboxx: die kan wel worden neergezet, maar zonder coördinator of beheerder heb je er weinig aan. Hoe ervaren jullie de samenwerking met andere partijen en waar zijn verbeteringen mogelijk? Het effectief functioneren in de wijk vereist een nauwe samenwerking met diverse partners, waaronder welzijnsorganisaties, Wijkz, buurtmoeders, wijkagenten, scholen en GGD. In de meeste stadsdelen verloopt deze samenwerking naar tevredenheid, terwijl dit in andere uitdagender is.
In dergelijke gevallen wordt in eerste instantie gezamenlijk gezocht naar oplossingen; wanneer dit niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt de situatie geëscaleerd. Deze signalen worden dan serieus opgepakt, hoewel escalatie uiteraard het liefst wordt voorkomen. Als buurtsportcoach wordt veel geïnvesteerd in het opbouwen en onderhouden van netwerken. Dit proces vergt tijd, inzet en wederzijds vertrouwen. Een samenwerking kan bijvoorbeeld niet afgedwongen worden en is mede afhankelijk van de bereidwilligheid van partners. De buurtsportcoaches die veel te maken hebben met andere, vaak maatschappelijke organisaties, merken dat de toegevoegde waarde van de buurtsportcoach niet altijd direct duidelijk is. Het belang van leefstijlambassadeurs wordt echter steeds meer onderkend, wat een positieve ontwikkeling is. Het beëindigen van samenwerkingen in de stad die niet optimaal verlopen, is soms lastig vanwege onderlinge afhankelijkheden. Bovendien wordt het opbouwen en vertrouwen bemoeilijkt door personele wisselingen bij zowel partners als bij de buurtsportcoaches zelf en de gemeente. De buurtsportcoach is zich bewust van de eigen rol en mogelijkheden, en zijn soms genoodzaakt om vanwege de grote vraag “nee” te zeggen. Daarnaast komt het voor dat verzoeken van partners pas op het laatste moment worden gedaan.
Dit onderstreept de noodzaak van betere afstemming en tijdige communicatie.
Welke stappen kunnen genomen worden om jullie rol in het verhogen van sportdeelname verder te versterken? Een helder en gestructureerd programma is essentieel voor succesvolle sportactiviteiten in de wijk. Vaste dagen en een herkenbaar team leidt tot vertrouwen bij de doelgroepen, wat zorgt voor continuïteit. Voor de buurtsportcoaches die zich richten op jeugd speelt de ouderbetrokkenheid een belangrijke rol. Playgrounds met bankjes en waterpunten stimuleren ontmoeting en contact en dat is van grote waarde. Daarnaast is de verbinding met scholen cruciaal. Via constructies als de verlengde schooldag ontstaan waardevolle samenwerkingen. Vooral de scholen die direct aan playgrounds liggen zijn dan geschikte partners. Dit aanbod is aanvullend op het naschools sportaanbod. Hoewel deze scholen vaak positief zijn, is het van belang dat zij vertrouwen hebben in de professionaliteit van de buurtsportcoaches. Heldere afspraken en goede communicatie zijn hierin essentieel. De inzet van de buurtsportcoaches die zich richten op volwassenen en senioren zijn in steeds meer wijken aanwezig wat bijdraagt aan een betere doorverwijzing en versterkt de lokale infrastructuur voor sport en bewegen. Er liggen kansen in het versterken van de samenwerking met stedelijke partners zoals ziekenhuizen, woningcorporaties en het Wmo-loket.
Het verbinden van deze partijen aan de bestaande methodiek vraagt om aandacht voor locaties, financiering en bewustwording. De gemeente kan hierin een actieve rol vervullen als relatiemakelaar, om deze verbindingen te faciliteren en te verduurzamen. Daarnaast speelt voor volwassenen mee dat bestaande activiteiten en de manier waarop aandacht wordt gevraagd (via flyers) niet aanspreken. Een laagdrempelige aanpak, bijvoorbeeld via beweegproeverijen in samenwerking met verenigingen, kan helpen. Door deze jaarlijks terug te laten keren, kunnen tradities ontstaan. Tot slot is het positief dat er één centrale subsidie beschikbaar is die door één partij kan worden aangevraagd. Dit voorkomt versnippering en maakt wijkoverstijgend werken mogelijk. Meerjarige financiering is hierbij van grote waarde, omdat het rust en continuïteit biedt. Jaarlijkse subsidies beperken de langetermijnvisie en ondermijnen het opbouwen van duurzame relaties en vertrouwen in de wijk.
6. Conclusies en aanbevelingen 6.1 De regeling De tussentijdse evaluatie maakt duidelijk dat een verbintenis met een langere looptijd beter werkt. Op die manier wordt meer rust gecreëerd waardoor de aandacht op de stad gericht kan blijven. Suggestie is bijvoorbeeld om met een verlengingsoptie te gaan werken. De regeling wordt soms als te los en soms als te star gezien. Kunnen en mogen opdrachten naast de regeling? Waar ligt ieders verantwoordelijkheid? Een regeling hoeft niet voor alle categorieën de beste manier te zijn om de uitvoering in de stad te organiseren. Aanbeveling is om bij de volgende periode, vanaf 2027, niet alleen goed te kijken naar de looptijd, maar ook naar de vorm van de verbintenis. Daarbij kan het helpen om te kijken naar lessons learned van verbintenissen met uitvoeringsorganisaties op andere beleidsterreinen binnen de gemeente.
6.2 De uitvoering Voor de playgrounds geldt dat er voorwaarden zijn om goed en veilig te kunnen werken. Naar de flexibiliteit van de inzet en de keuze voor playgrounds moet in gezamenlijkheid gekeken worden, waarbij de opsomming in de regeling weliswaar uitgangspunt is, maar geen wet. Veiligheid van jongeren en buurtsportcoaches gaat voor alles. Het is zoeken naar een goede balans tussen flexibiliteit in locaties en tijd en vaste mensen op vaste plekken om interventies het meest effectief te laten zijn. Als zich de mogelijkheid voordoet om iets aan de inrichting van de playgrounds te doen, neemt de gemeente de suggestie van bankjes en waterpunten mee om zo gesprek en ontmoeting te faciliteren. Een nieuwe periode geeft de mogelijkheid om andere accenten te leggen. Als de toernooien goed lopen en populair zijn, terwijl het lastig blijkt te zijn om een tweede uur naschoolse sport te vullen dan kan een andere balans dan nu wenselijk zijn. Datzelfde geldt voor de suggestie van proeverijen voor volwassenen en de inzet bij side-events en stadsbrede evenementen. Deze input neemt de gemeente mee richting de periode na 2026. Iets dat niet kan wachten tot een nieuwe periode is de rolverdeling richting sportverenigingen en stichtingen.
Om te voorkomen dat niet duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is, wordt aanbevolen om goede afspraken te maken wie welke verantwoordelijkheid heeft en hoe wordt samengewerkt. De gepubliceerde regeling is het uitgangspunt. Ook wordt besproken hoe de gemeente een actieve rol kan vervullen als relatiemakelaar om verbindingen te faciliteren en te verduurzamen.
6.3 Randvoorwaarde De tijdens de interviews gedane suggestie van een stadsbrede mapping is interessant. De vindbaarheid van sport en cultuur (al dan niet in combinatie) is voor verbetering vatbaar. In de beantwoording van de motie “Klaar voor de start” (RIS322903) van het raadslid de heer Partiman is aangegeven dat gewerkt gaat worden aan een gebruiksvriendelijke webpagina met de sportverenigingen in de stad. De mogelijkheden voor mapping zullen bij de verdere ontwikkeling van die website worden onderzocht.