RIS323614 Beantwoording technische vragen Jaarrapportage jeugd 2024 en regiovisie monitor 2024
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
OCW/10957402 RIS323614 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Zefanja van der Kolk Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Datum
Telefoonnummer
28 oktober 2025
14070 E-mailadres
zefanja.vanderkolk@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording technische vragen Jaarrapportage jeugd 2024 en regiovisie monitor 2024
Hierbij vindt u de schriftelijke beantwoording van de vragen met betrekking tot de jaarrapportage jeugd 2024 (RIS322734). Zowel de vragen over de jaarrapportage jeugd 2024 zijn geclusterd, als de vragen over de regiovisie monitor. Deze brief sluit af met een laatste vraag naar aanleiding van de raadsbrief bij de rapportages.
Jaarrapportage Jeugd 2024 GroenLinks 1.
JONG doet mee! (pg. 7): “In 2024 zijn er drie nieuwe adviezen uitgebracht.” Worden de drie adviezen openbaar gemaakt? Zo niet, op basis waarvan wordt bepaald of een advies openbaar of besloten is?
Het betreft in dit geval geen schriftelijk uitgebrachte adviezen. Er is in verschillende sessies meegedacht op de thema's en de input daarvan is meegenomen door de betreffende beleidsmedewerkers. Adviezen die wel schriftelijk worden uitgebracht worden gepubliceerd op de website van JONG doet mee! 2.
Haagse jongerenambassadeurs (pg. 8): “In 2024 hebben de Haagse Jongerenambassadeurs acht adviezen uitgebracht.” Worden deze acht adviezen openbaar gemaakt? Zo niet, op basis waarvan wordt bepaald of een advies openbaar of besloten is?
De Haagse jongerenambassadeurs hebben een aantal schriftelijke adviezen uitgebracht. Deze worden openbaar gemaakt op de website van de Haagse jongerenambassadeurs.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
3.
Jeugdgezondheidszorg (pg. 10): “Verder werd ingezet op technologische toepassingen, zoals de proef met Lexie, een hologram en AI-assistent, om te onderzoeken hoe technologie kan bijdragen aan preventieve voorlichting en ondersteuning”. Wat zijn de resultaten van het gebruik van technologieën de bijdragen aan preventieve voorlichting en ondersteuning (zie pagina 10)? Hoe wordt dit onderzocht?
Technologie wordt ingezet om preventieve voorlichting te versterken en professionals te ondersteunen. Lexie, de digitale assistent, is hier een voorbeeld van om ouders en kinderen op een laagdrempelige manier te informeren over meerdere zaken met betrekking tot gezondheid en vaccineren. Artsen waren hierbij betrokken om de vragen en reacties te monitoren en te toetsen op correctheid. Tijdens de pilot met Lexie waren er altijd een jeugdarts of jeugdverpleegkundige aanwezig om inwoners aanvullende informatie te geven. Uit de pilot met Lexie, blijkt dat Lexie betrouwbaar is in reacties en dat het vertrouwen erin groter is dan verwacht. Uitdagingen zoals omgevingsgeluid, dialectherkenning en meertaligheid worden verder opgepakt met ontwikkelaars. Door de opbrengsten en inzichten zal in de toekomst worden onderzocht of kleinere 'Lexie's' bruikbaar zijn voor informatie. 4.
Jeugdgezondheidszorg (pg. 10): “Het bereik onder 10-jarigen is aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2023, terwijl het aantal 5-jarigen lager uitviel dan verwacht. Dit resulteerde in een lichte daling ten opzichte van vorig jaar. Ook bij de doelgroep in het voortgezet onderwijs is een lichte afname te zien in het aantal bereikte jongeren in vergelijking met 2023Om meer zicht te krijgen op dergelijke verschuivingen is nader onderzoek en meer duiding nodig”. Gaat er meer onderzoek komen naar de verschuivingen?
Ja. Met de update van het registratiesysteem en inzet van Business Analytics worden verschuivingen geanalyseerd. In 2026 volgt ook een klantonderzoek om beter inzicht te krijgen in waarom groepen wel of niet naar de JGZ komen. 5.
Haagse Kansrijke Start (pg. 14): “Er is in 2024 een stijging van het aantal inwoners die wegens complexiteit of financiële redenen zijn aangemeld en vervolgens begeleiding krijgen van de inhoudelijke coördinatoren van Nu Niet Zwanger.” Wat zijn de redenen waarom er meer inwoners zijn die begeleiding krijgen? Hoe wordt deze stijging verklaard?
De stijging van het aantal begeleide inwoners binnen Nu Niet Zwanger in 2024 (200 ten opzichte van 153 in 2023) is te verklaren door een combinatie van factoren. Er is sprake van een toegenomen bekendheid en zichtbaarheid van het programma binnen de Haagse keten, mede door actieve inzet van aandachtsfunctionarissen en inhoudelijk coördinatoren. Ook zien we dat steeds meer organisaties het bespreekbaar maken van kinderwens en seksualiteit steeds meer als onderdeel van de integrale zorg zien. Verder is een groeiende groep inwoners met meervoudige problematiek, waaronder schulden, dakloosheid, psychische kwetsbaarheid en beperkte gezondheidsvaardigheden. Dit wijst op een bredere trend van toenemende kwetsbaarheid. Financiële drempels blijven een belangrijke reden voor aanmelding: inwoners die zelf het gewenste middel van anticonceptie niet kunnen betalen, waardoor financiering via NNZ noodzakelijk is.
2/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
6.
Haagse Kansrijke Start (pg. 15): “In 2024 zijn er in totaal 1.138 Stevig Ouderschaphuisbezoeken gebracht aan 476 gezinnen, een stijging ten opzichte van 722 huisbezoeken aan 342 gezinnen in 2023. Dit wijst op een grotere vraag naar ondersteuning binnen het programma”. Wat zijn redenen voor de stijging van de grotere vraag naar ondersteuning binnen het programma?
De stijgende vraag binnen het programma Stevig Ouderschap komt doordat we meer complexere gezinnen zien en er meer behoefte is naar ondersteuning in de eerste periode na geboorte. Deze trend is landelijk ook te zien. Daarnaast weten partners in de geboortezorgketens ons beter te vinden. 7.
Haags toekomstperspectief ambitie 1 (pg. 18): “In 2024 telden de preventieve activiteiten, aangeboden door de samenwerkingsverbanden, 5.127 deelnemers. Van een grote groep deelnemers is onbekend in welk gebied zij woonachtig zijn, omdat dit niet geregistreerd wordt bij activiteiten en ook niet wenselijk is, gezien de laagdrempeligheid ervan.” Zijn dit unieke deelnemers?
Nee, unieke personen kunnen aan meerdere preventieve activiteiten deelnemen in het jaar. Voor elke activiteit worden ze als deelnemer meegeteld. CU/SGP 8.
Nu niet zwanger (pg. 14): “In totaal is 187 keer anticonceptie gefinancierd, waarbij sommige cliënten meerdere keren per jaar een vorm van anticonceptie hebben ontvangen.” Om welke vormen van anticonceptie gaat dit? En betreft dit vrouwen die langdurig op deze manier worden geholpen met hun anticonceptie?
De 187 keer dat er anticonceptie is gefinancierd in 2024 betreft diverse vormen waaronder langdurige anticonceptie zoals het spiraaltje (koper of hormoon), of een sterilisatie (man/vrouw), maar ook kortdurende anticonceptie zoals de anticonceptiepil. Sommige cliënten ontvangen meerdere keren per jaar anticonceptie, bijvoorbeeld bij herhaalrecepten of wanneer een tijdelijke vorm wordt vervangen door een langdurige. De begeleiding is maatwerk: bij cliënten met langdurige kwetsbaarheid wordt structureel gekeken naar passende anticonceptie en herbeoordeling van de kinderwens. In sommige gevallen is er sprake van langdurige ondersteuning, zeker wanneer er sprake is van instabiliteit of terugkerende problematiek. Veel cliënten die hun anticonceptie bekostigd krijgen via Nu Niet Zwanger kiezen dus voor langdurige anticonceptie. 9.
Nu Niet Zwanger (pg. 14): “In 2024 zijn door het programma 200 Haagse inwoners begeleid op het gebied van kinderwens, seksualiteit en anticonceptie.” Richten de gesprekken van Nu Niet Zwanger zich ook op vrouwen die zich al in hun zwangerschap begeven?
Hoewel Nu Niet Zwanger zich primair richt op de preventie van een onbedoelde zwangerschap, worden vrouwen die al zwanger zijn niet uitgesloten van begeleiding. In de praktijk worden gesprekken gevoerd met vrouwen die onbedoeld zwanger zijn geraakt, om hen te ondersteunen bij het maken van een weloverwogen keuze en om herhaling te voorkomen. Tijdens de zwangerschap wordt soms al gestart met voorbereiding op passende anticonceptie na de bevalling, zeker bij vrouwen met een verhoogd risico op een snelle herhaalde zwangerschap. Er is nauwe samenwerking met verloskundigen, jeugdgezondheidszorg en kraamzorg om de continuïteit van zorg te waarborgen. De insteek is altijd: regie bij de cliënt, met aandacht voor kinderwens, seksualiteit en anticonceptie op een manier die past bij de situatie.
3/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
10. Haags toekomstperspectief ambitie 1 (pg. 18): “In 2024 telden de preventieve activiteiten, aangeboden door de samenwerkingsverbanden, 5.127 deelnemers. Van een grote groep deelnemers is onbekend in welk gebied zij woonachtig zijn, omdat dit niet geregistreerd wordt bij activiteiten en ook niet wenselijk is, gezien de laagdrempeligheid ervan.” Zijn dit unieke deelnemers? Nee, deelnemers kunnen aan meerdere preventieactiviteiten deelnemen. Zie ook het antwoord op vraag 7. 11. Stevig ouderschap (pg. 15): “Stevig Ouderschap richt zich op ouders met kinderen tot twee jaar die extra ondersteuning nodig hebben bij het (aanstaande) ouderschap. Tijdens zes tot tien huisbezoeken kijkt de jeugdverpleegkundige met ouders in een kwetsbare positie mee, adviseert hen en ondersteunt hen in de opvoeding. In 2024 zijn er in totaal 1.138 Stevig Ouderschap-huisbezoeken gebracht aan 476 gezinnen, een stijging ten opzichte van 722 huisbezoeken aan 342 gezinnen in 2023. Dit wijst op een grotere vraag naar ondersteuning binnen het programma.” Bieden de 'Stevig Ouderschap' gesprekken ook aanleiding om relatietherapie- en/of cursussen te adviseren aan ouders die overwegen uit elkaar te gaan? Ja, waar nodig verwijzen we ouders door naar bestaand aanbod zoals relatietherapie en/of cursussen. 12. Complexe scheidingen (pg.
16): “Het Kenniscentrum Kind en Scheiding biedt informatie, advies en trainingen aan ouders, kinderen en professionals om een complexe scheiding te voorkomen of de schadelijke gevolgen ervan te beperken.” Wordt er ook aandacht besteed aan het voorkomen van scheidingen, in plaats van hulp achteraf? Bestaat er ook samenwerking met Stevig Ouderschap? Ja, het Kenniscentrum Kind en Scheiding kijkt nadrukkelijk ook naar het voorkomen van scheidingen en niet alleen naar hulp achteraf. Ouders die zich melden, doen dat soms vanwege relatieproblemen of zorgen in de partnerrelatie. Samen onderzoeken zij dan welk aanbod het beste past, zoals het Houd me vast-programma, de SCHIP-aanpak of het programma Het Begint Bij Mij, dat in Den Haag wordt aangeboden. Er is contact met Stevig Ouderschap en er wordt bekeken hoe deze samenwerking in het kader van complexe scheidingen zich verder kan verdiepen, zodat ouders nog beter worden ondersteund en waar nodig naar elkaar kan worden doorverwezen. 13. Zorgcontinuïteit (pg. 19): “Het eerste half jaar is er door beide samenwerkingsverbanden geïnvesteerd in een soepele overgang van zorg naar zorg voor jeugdigen die hulp kregen van een aanbieder die niet meer gecontracteerd is.
In de periode tot 1 juli zijn 955 jeugdigen van niet-gecontracteerde aanbieders overgedragen naar Kracht of rondomJou, dus van zorg naar zorg.” Zijn inmiddels alle jeugdigen overgedragen van zorg naar zorg? Ja. 14. Haags toekomstperspectief, ambitie 2 (pg 20): Hoeveel jeugdigen zijn er door de consortia doorverwezen naar de zorgtypen buiten de aanbesteding? Hoe verhoudt zich dat tot voorgaande jaren? In de brief bij de rapportage is toegezegd later terug te komen op deze verwijsstromen naar regionaal ingekochte jeugdhulp. Deze data is in Q4 beschikbaar. Daarin zullen we ook terugkomen op de verwijzingen naar regionaal ingekochte jeugdhulp door Kracht en rondomJou.
4/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
15. Verwachte wachttijd voor jeugdigen die nog niet in zorg zijn (pg. 22): Tabel 11 “Aantal wachtenden samenwerkingsverbanden.” Hoezo is de wachttijd bij RondomJou langer dan bij Kracht, terwijl aangegeven wordt dat de opgave bij Kracht veel groter was omdat het een nieuwe partij was, in tegenstelling tot RondomJou; en terwijl het aantal wachtenden bij Kracht groter is dan bij RondomJou? Om het hoge aantal wachtenden terug te dringen, heeft Kracht in Q4 geïnvesteerd in het terugdringen ervan. Dit heeft geleid tot een lagere aanmeldwachttijd bij de toegang (gemiddeld 2 weken) en een snellere doorstroom naar ondersteuning. Daarnaast heeft Kracht een grote focus om preventie en blended ondersteuning (online modules) te koppelen aan de vraag van ouders en jeugdigen. Voor de specialistische jeugdhulp heeft Kracht een grote uitstroom gerealiseerd, waardoor de wachttijd voor specialistische jeugdhulp goed beheersbaar is geweest. 16. Gezinsgericht werken (pg. 24): “In juni 2023 is het eerste gezinsgerichte team gestart in Centrum. In maart 2024 zijn Laak, Escamp en Leidschenveen-Ypenburg gestart. In oktober volgden Kust (Segbroek, Scheveningen en Loosduinen) en Haagse Hout. Er is daarmee een stadsbrede dekking.” Wat zijn de eerste bevindingen van de gezinsgerichte teams? Elke week vindt in de stadsdelen overleg plaats tussen jeugdpartners en de teams gezinsgericht werken.
Gezinscoaches van de lokale teams, jeugdverpleegkundigen (JGZ) en enkele andere partijen bespreken ondersteuningsvragen van gezinnen vanuit een brede en oplossingsgerichte blik. Thema 's die spelen zijn financiën, GGZ problematiek zoals trauma, autisme, NAH, verslaving, scheidingsproblematiek en woonproblematiek (geluidoverlast, schimmel, hoge woonkosten). De inbrenger vraagt advies of een concrete oplossing die buiten de jeugdhulp ligt. De inbrenger bundelt de informatie, die nodig is om tot een oplossing te komen. Voor een gezin met financiële problemen kan de gezinscoach via het team gezinsgericht werken de hulp van de helpdesk geldzaken of bijzondere bijstand inzetten. De brede gezinsaanpak is efficiënter en effectiever om verschillende redenen: de afstemming levert een breed beeld op van de problematiek. Dit levert snel duidelijkheid op wat wel nodig is en via de standaard niet opgelost kan worden. Uit een analyse van een steekproef blijkt dat voor 90% van de 251 gezinnen -vanuit deze aanpak- bredere gemeentelijke dienstverlening is ingezet. In meerderheid (74%) geldt dat dienstverlening vanuit financiële hulpverlening is ingezet. En bij 15% dienstverlening uit de WMO. 17. Bereik basiszorg en specialistische jeugdhulp (pg.
25): “Het aantal jeugdigen dat in 2024 basiszorg ontving bij de samenwerkingsverbanden uitgesplitst per gebied” en “Het aantal jeugdigen dat in 2024 specialistische jeugdhulp ontving bij de samenwerkingsverbanden uitgesplitst per gebied.” Er is ook een categorie 'overig', dit zijn jongeren die 'niet aan een postcode in Den Haag gebonden zijn of aan toegewezen kunnen worden'. Wat zijn redenen van deze niet-gebondenheid? Gaat dit ook om dakloze jongeren? De postcode ‘overig’ wordt gebruikt als aanduiding voor jongeren die een geheime postcode hebben, geen postcode is opgevoerd of bijvoorbeeld dakloos zijn en geen postadres hebben bij het daklozenloket.
5/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
18. Bereik basiszorg en specialistische jeugdhulp (pg. 25): “Het aantal jeugdigen dat in 2024 basiszorg ontving bij de samenwerkingsverbanden uitgesplitst per gebied” en “Het aantal jeugdigen dat in 2024 specialistische jeugdhulp ontving bij de samenwerkingsverbanden uitgesplitst per gebied.” M.b.t. kaart 15 + 16: hoe was de verdeling de afgelopen 5 jaar? Is daar een verandering te zien? Verwacht werd dat het bereik in Escamp groter zou worden hoe dichter bij de mensen (preventieve) hulp geboden werd. Is dat te zien in de cijfers? Eerder zijn de startfoto's van 2022 (RIS 317821) en 2023 (RIS 320064) gedeeld. Data van 2024 is echter niet goed met de data van 2022 en 2023 te vergelijken, omdat toen op een andere manier werd geregistreerd, zoals toegelicht op pagina 20 van de jaarrapportage. De ontwikkeling van het bereik in de stadsdelen monitoren we de komende jaren op dezelfde manier. 19. Instroom, doorstroom en uitstroom (pg. 30): “De gemiddelde kosten per unieke jeugdige waren €19.619 en de gemiddelde doorlooptijd – het aantal dagen tussen de start van de jeugdhulp tot het einde van de hulp- was 223 dagen. Omdat een groot deel van de hulp dat voorheen regionaal was ingekocht, vanaf 1-1-2024 binnen de opdracht aan rondomJou en Kracht valt, zijn de cijfers niet goed vergelijkbaar met de cijfers van voorgaande jaren.
In volgende jaren kan deze vergelijking gemaakt worden.” Hoe verhouden de kosten per unieke jeugdige zich tot de kosten per unieke jeugdige in de omringende gemeenten en in verhouding tot de overige G4? Deze vergelijking valt niet te maken, omdat er bij de overige gemeenten alle vormen van jeugdhulp worden meegenomen in de berekening van de gemiddelde kosten per jeugdige (inclusief ambulante hulp). Elke G4 gemeente rapporteert over de ontwikkelingen en cijfers van jeugdzorg op een andere wijze, niet van elke gemeente is de informatie beschikbaar. Ook zijn er verschillen in de inkoop en vormgeving van bijvoorbeeld preventie en het lokale team, waardoor deze cijfers niet te vergelijken zijn. 20. Instroom, doorstroom en uitstroom (pg. 30). M.b.t. het overzicht bovenaan de pagina: er wordt verder niks vermeld over de doorstroom. Wij ontvangen hierover graag toelichting. Doorstroom geeft het aantal unieke jeugdigen dat zowel in 2023 gebruik maakte van regionaal ingekochte jeugdhulp, als in 2024. Dus 2.819 van de 5.284 unieke jeugdigen die in 2024 gebruik maakten van regionaal ingekochte jeugdhulp, maakten ook gebruik van regionaal ingekochte jeugdhulp in 2023.
VVD 21. Jeugdhulp in gezinsvormen (pg. 30): “Er is ook in 2024 dit jaar een lichte afname te zien in het aantal kinderen dat woont in een pleeggezin; van 773 jeugdigen in 2023 naar 741 jeugdigen in 2024. Er is een lichte daling te zien in het aantal jeugdigen dat in een gezinshuis verblijft: 99 in 2024 ten opzichte van 107 in 2023.” Wat verklaart deze daling (beschikbaarheid pleegouders, complexere casuïstiek, plaatsingsbeleid)? Graag ook het aantal pleegouders in Den Haag 2020–2024, uitgesplitst naar fulltime en deeltijd, en de doorlooptijd van aanmelding tot plaatsing. De inhoud van het werk als pleeggezin verandert vanwege het verminderde aantal uithuisplaatsingen; het is steeds vaker nodig om maatwerk te leveren wanneer een kind uit huis wordt geplaatst. Pleegzorg wordt in toenemende mate ingezet als aanvullende zorg op de thuissituatie. Ook is de problematiek bij plaatsing vaak complexer, omdat met een uithuisplaatsing langer wordt gewacht. Het leveren van dit maatwerk maakt het moeilijker om een passend gezin te vinden vanwege de matchingscriteria, maar ook omdat er in de samenwerking meer van ouders wordt verwacht.
6/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
Hierdoor komt het voortijdig afbreken van een plaatsing in pleeggezinnen vaker voor en stoppen pleeggezinnen eerder vanwege de impact hiervan op hun leven. De vraag is uitgezet bij de pleegzorgaanbieder of de gevraagde aantallen beschikbaar zijn. Hier wordt in Q4 op teruggekomen. 22. Complexe scheidingen (pg. 16): “Het Kenniscentrum Kind en Scheiding biedt informatie, advies en trainingen aan ouders, kinderen en professionals om een complexe scheiding te voorkomen of de schadelijke gevolgen ervan te beperken.” Hoeveel ouders zijn in 2024 bereikt met het traject complexe echtscheidingen en via welke kanalen is dit onder de aandacht gebracht? Wat is het effect op instroom/duur van jeugdhulp (2024–Q1 2025)? In 2024 zijn ongeveer 25 ex-ouderparen ingestroomd in het traject gezinsvertegenwoordigers. Dit traject is onder de aandacht gebracht via onze website, social media, een groepsapp met alle contactpersonen van aanbieders in Den Haag (waaronder samenwerkingsverbanden en onderwijs), maar ook via webinars en voorlichtingsbijeenkomsten. Het effect op instroom en duur van jeugdhulp niet inzichtelijk te maken. Binnen ‘Duurzaam Ouderschap na Scheiding’, de werkwijze waarop het traject gezinsvertegenwoordigers gestoeld is, wordt toekomstgericht gewerkt in plaats van probleemgericht, waarbij het gewenste eindresultaat dat ouders hun kind toewensen centraal staat.
Het kenniscentrum werkt daarbij waarden-gericht en formuleren samen met ouders een gezamenlijke hulpvraag. Dit maakt het mogelijk om gerichter te verwijzen naar (jeugd)hulp, indien nodig. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar ’Duurzaam ouderschap na Scheiding’. 23. Stevig Ouderschap (pg. 15) “Stevig Ouderschap richt zich op ouders met kinderen tot twee jaar die extra ondersteuning nodig hebben bij het (aanstaande) ouderschap.” Welke ouderprogramma’s zijn in 2024 uitgevoerd, hoeveel ouders bereikt, en wat is het effect op zorggebruik (bijv. geen jeugdhulp meer na deelname)? In de jaarrapportage gaan we inhoudelijk in op het programma Stevig Ouderschap en de gerealiseerde aantallen. Verder zetten we vanuit de subsidieregeling jeugdpreventie in op het voorkomen van (escalatie) van problemen bij jongeren. Dit doen we middels activiteiten die gericht zijn op jeugd en gezin. Een voorbeeld hiervan is Stichting Inclusia die zich richt op trainingen met betrekking tot het versterken van ouders in het weerbaar opvoeden van hun kinderen. In 2024 heeft Stichting Inclusia circa 98 ouders bereikt met deze training. Door de inzet van onder andere bovengenoemde activiteiten zetten we in op het voorkomen van (grotere) problemen en het verminderen van de druk op de jeugdhulp.
Het is moeilijk om vast te stellen wanneer welke preventieve inzet exact heeft geleid tot het wegvallen van de noodzaak tot jeugdhulp. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de inzet op preventie de druk op de jeugdhulp vermindert. 24. Persoonsgebonden budget (pg. 22) “In 2024 is het totaal bedrag dat is toegekend budget € 9,7 miljoen en besteed € 7,1 miljoen en is vergelijkbaar met 2023 (€ 9,9 miljoen toegekend en € 7,0 miljoen besteed).” Welke concrete maatregelen worden genomen om strakker te sturen op PGB’s? En wat valt precies onder de categorie “PGB overige”? Hoe is de rechtmatigheid en controle geborgd. Bij het vinden van passende ondersteuning wordt met de jeugdige of het gezin eerst gekeken naar het bestaande natura-aanbod. Alleen als dit niet passend is, of wanneer de jeugdige of diens vertegenwoordiger dit gemotiveerd kan onderbouwen en aan de voorwaarden wordt voldaan, kan een pgb worden ingezet. Kracht en RondomJou toetsen vooraf de kwaliteit van de beoogde pgb-aanbieder. De toezichthouders rechtmatigheid van team Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) werken signaal gestuurd.
7/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
Periodieke analyses van declaraties via het SVB-portaal leveren signalen wanneer in strijd met de Verordening wordt gedeclareerd. Ook via andere kanalen (bv. gezinscoaches, scholen, huisartsen) komen er signalen, zoals meldingen van onlogische inzet van zorg. Deze signalen worden getoetst op basis van de beschikking, het PGB-plan, de zorgovereenkomst en de ingediende declaraties. Zo wordt kwaliteit vooraf geborgd en wordt de rechtmatigheid tijdens de looptijd bewaakt via declaraties en signalen. De categorie ‘pgb overig’ betreft GGZ-behandeling.
Regiovisiemonitor GroenLinks 25. Typen jeugdhulp (pg. 12-13): “Voor jeugd- en opvoedhulp lijkt het vermoeden bevestigd: zowel binnen H8 als H9 is sprake van een daling, waarbij de daling binnen H9 aanzienlijk sterker is. Voor de ggz kan echter geen vergelijkbare conclusie worden getrokken. Hier lijkt eerder sprake van een verschuiving van de inzet van generalistische basis-ggz naar specialistische ggz. Voor die duiding zal mede met het oog op de nieuwe contractering per 11-2027, in 2025 een regionale Ontwikkeltafel met betrokken stakeholders worden ingepland.” Wanneer is deze ontwikkeltafel gepland? Kan de uitkomst van deze ontwikkeltafel met de raad gedeeld worden? In maart is een ontwikkeltafel georganiseerd om de uitkomsten van de regiovisiemonitor te analyseren. Deze trend en verklaring betreft de H8 gemeenten en niet Den Haag. Het grootste deel van de basis-ggz en specialistische ggz is overgegaan naar de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou. De uitkomst van de ontwikkeltafel kan gedeeld worden, maar is vooral meegenomen in de uitwerking richting de regionale inkoop 2027. 26. Actieplan pleegzorg (pg.
16): “In Haaglanden neemt net als veel andere regio’s in Nederland het aantal pleeggezinnen al jaren af.” Hoe wordt de afname van het aantal pleeggezinnen verklaard? De inhoud van het werk als pleeggezin verandert vanwege het verminderde aantal uithuisplaatsingen; het is steeds vaker nodig om maatwerk te leveren wanneer een kind uit huis wordt geplaatst. Pleegzorg wordt in toenemende mate ingezet als aanvullende zorg op de thuissituatie. Ook is de problematiek bij plaatsing vaak complexer, omdat met een uithuisplaatsing langer wordt gewacht. Het leveren van dit maatwerk maakt het moeilijker om een passend gezin te vinden vanwege de matchingscriteria, maar ook omdat er in de samenwerking meer van ouders wordt verwacht. Hierdoor komt breakdown in pleeggezinnen vaker voor en stoppen pleeggezinnen eerder vanwege de impact hiervan op hun leven. 27. Ontwikkeling aantal cliënten in JeugdzorgPlus (pg. 18): “Hoewel de instroom is afgenomen, blijft het totaal aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van JeugdzorgPlus toch nog relatief hoog doordat jongeren gemiddeld langer in zorg blijven. Deze langere verblijfsduur hangt samen met het gebrek aan passende vervolgplekken buiten de gesloten setting.” Wat is de reden voor een gebrek aan passende vervolgplekken buiten de gesloten instelling? We zitten middenin een transformatie en er zijn meerdere factoren die een rol spelen.
De eerste is dat het in een transformatie belangrijk is dat met het veranderend aanbod ook de vraag verandert, en die processen lopen niet altijd parallel. We willen niet elk JHP bed vervangen door een open bed, maar juist ook crisisplaatsingen en uithuisplaatsingen verminderen. De tweede is dat er doelgroepen zijn voor wie nu te weinig passend aanbod is, dit wordt zichtbaar door de afbouw van bedden in de JHP, en het kost tijd om het passend aanbod te ontwikkelen. In de raadsinformatiebrief (RISXXXXXX) staat informatie over de opbouw van alternatieven.
8/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
28. Jeugdreclassering (pg. 26): “In tabel 7 is te zien dat de daling van het aantal jeugdigen met een reclasseringsmaatregel ook in 2024 geleidelijk verder doorzet. Dit sluit aan bij het landelijke beeld, waarbij meer preventieve maatregelen worden ingezet en een jeugdreclasseringsmaatregel vaker voor een kortere periode worden afgegeven.” Wat voor preventieve maatregelen zijn ingezet? Jeugdreclassering kan op advies van de Raad voor de Kinderbescherming worden opgestart, zonder dat een maatregel in een vonnis is opgenomen. Dit wordt een preventieve maatregel genoemd, of jeugdreclassering in het vrijwillig kader. 29. Wachttijden verblijfshulp (pg. 35): “In figuur 9 is te zien dat de wachttijden waarbij langer dan negentig dagen op verblijfshulp gewacht wordt, bij drie vormen van zorg zijn afgenomen in 2024. Echter, de wachttijden voor verblijfszorg voor kinderen met een (licht) verstandelijke beperking zijn sterk gestegen in 2024.” Hoe wordt deze stijging verklaard? Op dit moment kan hiervoor nog geen definitieve verklaring worden gegeven. Er zijn meerdere mogelijke factoren van invloed. Dit wordt momenteel uitgezocht en duiden we met de aanbieders. We verwachten de verklaring uiterlijk Q1 2026 te kunnen delen. 30. Gevolgen van wachttijden (pg. 47): “Het doel is om jongeren weer perspectief te geven en hen beter te begeleiden naar de volgende stap in hun leven.
Het trainen van mentoren of het inzetten van brugfunctionarissen zijn enkele voorstellen die door jongeren worden voorgesteld. Jongeren geven verder aan dat het belangrijk is om inzicht te hebben in actuele wachttijdinformatie.” Hoe worden jongeren op de hoogte gehouden van de actuele wachttijdinformatie? De wettelijke verwijzer of aanmelder kan dit uit Startpunt Haaglanden halen en/of contact opnemen met de betreffende aanbieder vóór de aanmelding. Als een jongere aangemeld is, verschilt dit per aanbieder of en hoe zij jongeren op de hoogte houden. Hier zijn geen eenduidige afspraken over gemaakt. Aangeraden wordt bij aanmelding te bespreken met de jongere welke vorm van contact gehouden wordt. VVD 31. Ontwikkeling uitgaven per cliënt (pg. 10): “In 2024 lijken de gemiddelde uitgaven per cliënt met bijna 25% gestegen ten opzichte van 2023 (€ 13.784 in 2024 ten opzichte van € 11.036 in 2023).” Wat verklaart dat de gemiddelde kosten per cliënt in Den Haag zoveel hoger liggen dan in de regiogemeenten? In de regiovisiemonitor 2024 is voor Den Haag een grote verandering in cijfers te zien. Dit komt door het invoeren van het Haags Toekomst Perspectief per 01-01-2024. Den Haag heeft op regionaal niveau alleen verblijfszorg, KDC-zorg, crisis, hoogspecialistische GGZ en de jeugdbescherming gecontracteerd. Deze zorgvormen zijn vaak de duurste zorgvormen.
Doordat de goedkopere ambulante zorg niet meer regionaal wordt ingekocht zijn de gemiddelde kosten voor de Haagse jeugdigen met regionale jeugdhulp logischerwijs hoger in vergelijking met de andere regiogemeenten.
9/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
32. Ontwikkeling uitgaven per cliënt (pg. 10): “In 2024 lijken de gemiddelde uitgaven per cliënt met bijna 25% gestegen ten opzichte van 2023 (€ 13.784 in 2024 ten opzichte van € 11.036 in 2023). Wat is de belangrijkste verklaring voor de forse stijging van de gemiddelde kosten per cliënt in de regio (van €11.036 naar €13.784)? Bij welke typen cliënten komt deze stijging terecht? Er worden meerdere verklaringen gegeven in de regiovisiemonitor, beschreven op pagina 10-11. Belangrijkste verklaringen zijn de invoering van het Haags Toekomstperspectief, waardoor er alleen zware vormen van jeugdhulp regionaal zijn ingekocht voor Haagse jongeren. Een tweede verklaring is de indexatie. De stijging is niet toe te rekenen aan cliënten binnen een bepaalde zorgvorm omdat de volledige doelgroep die nu regionaal wordt ingekocht anders is dan voor het Haags Toekomstperspectief. 33. Kostenbeheersing (pg. 1): “In het licht van de structurele bezuinigingsopgave uit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd is deze blijvende stijging van kosten voor jeugdhulp niet houdbaar. Daarom is regionaal gekozen voor een samenhangende aanpak van kostenbeheersing, binnen de kaders van de Regiovisie en de Hervormingsagenda Jeugd.
Deze aanpak bestaat uit vier actielijnen: vermindering van jeugdhulp met verblijf, terugdringen van lichte hulp, van individuele naar collectieve zorg in het onderwijs en betere sturing op het regionale zorglandschap.” Welke concrete maatregelen wordt ingezet om de toegang in om lichte vragen zonder indicatie op te vangen (eigen kracht, school/collectief), en welke doelen in 2025 gelden hiervoor?
Deze opdracht is in Den Haag belegd bij de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou. De regionale kostenbeheersingsaanpak heeft ervoor gezorgd dat de regio Haaglanden jeugdhulp gaat indelen aan de hand van 5 segmenten (veelvoorkomend, onderwijs-jeugdhulp, dagbehandeling/dagbesteding, hoog specialistische GGZ en verblijf). Den Haag neemt alleen deel aan contracten van de laatste 3 segmenten. De maatregelen die de H8 gaat inzetten worden komende maanden via een aanbesteding en herzieningsprocedure vormgegeven. 34. Regionaal afwegingskader (pg. 30): “Vanuit het belang om bij wachtlijsten in de jeugdhulp voorrang te kunnen geven aan kinderen in kwetsbare gezinnen, is in 2023 het Regionaal afwegingskader schadelijk wachten op jeugdhulp13 opgesteld.” Hoeveel kinderen zijn in 2024 als schadelijk wachtend aangemerkt, hoeveel kregen overbruggingszorg, en hoeveel wachtten boven de norm? Hoe wordt naleving gecontroleerd? Met het regionale afwegingskader doet de regio Haaglanden een dringende oproep aan de jeugdhulpaanbieders om voorrang voor jeugdhulp toe te passen bij jeugdigen in de meest kwetsbare situaties. Bij het regionale afwegingskader schadelijk wachten spreken we van schadelijk wachten bij een wachttijd van langer dan 3 maanden. Deze norm is afkomstig van de inspectie IGJ. Het aantal wachtenden boven de norm in 2024 zijn te vinden in figuur 7 en 9 van de regiovisiemonitor.
Momenteel wordt niet uitgevraagd aan aanbieders hoeveel van hen overbruggingszorg kregen. Aanbieders werken met het afwegingskader en middels een herziening wordt in de contracten opgenomen dat het afwegingskader schadelijk wachten toegepast dient te worden. Tijdens de structurele gesprekken met de jeugdhulpaanbieders wordt gestuurd op het gebruik hiervan.
10/11
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10957402
35. Kinderdagcentra (pg. 31-32). Welke structurele maatregelen (aanscherpen doelgroep/productcode, bekostiging, personeel, uitstroom onderwijs/kinderopvang) leveren per kwartaal 2025 een meetbare daling op? Onder regie van de gemeente Den Haag zijn we in gesprek met het netwerk rondom het Jonge Kind met een ontwikkelingsachterstand en/ of verstandelijke beperking om de preventieve basis te versterken. Hierbij ontwikkelen we nieuwe vormen van interdisciplinaire samenwerking, zoals gezamenlijke screening, gespecialiseerde kinderopvang en leer-en ontwikkelgroepen. Voor kinderen in Den Haag hebben we de klassieke KDC-zorg met 1 miljoen budgetruimte uitgebreid (zie RIS322740). In de voorbereiding van de regionale inkoop Jeugdhulp 2027 in Haaglanden zijn we met de 5 klassieke KDC-aanbieders in gesprek over het aanscherpen van de productcode/ doelgroep, het invoeren van een passende capaciteitsbekostiging en Centraal Wachtlijstbeheer. We verwachten, hoewel er geen “quick fix” is, dat deze maatregelen in 2027, en wellicht al in 2026 een meetbare daling opleveren van het aantal wachtenden.
Raadsbrief 36. Aanpassing van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht vraagt urgentie (pg. 3): Welke scenario’s 2026–2030 hanteert Den Haag (bij uitloop Rijksmiddelen en ongewijzigde jeugdhulpplicht) tekortrisico zowel lokaal als regionaal? Bij ongewijzigd rijksbeleid ten aanzien van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht en ongewijzigde financiering vanuit het rijk zal de druk op de gemeentelijke begroting vanaf 2028 fors toenemen. In de Miljoenennota is de aanbeveling van de Commissie van Ark overgenomen om 50% van de tekorten op jeugdhulp over de jaren 2023–2024 te compenseren. De Commissie van Ark brengt in januari 2028 haar tweede advies uit over de Hervormingsagenda Jeugd. De verwachting is dat de Commissie in dat geval opnieuw adviseert over mogelijke compensatie. Tot die tijd blijft er sprake van onzekerheid over structurele rijksmiddelen. Om het risico op tekorten binnen jeugd te beperken zet de gemeente in op meerdere kostenbeheersingsmaatregelen zowel lokaal als regionaal. Lokaal blijft de gemeente met Kracht en rondomJou inzetten op de transformatieopgave. Regionaal wordt met de regionale inkoop 2027 ingezet op het effectiever inzetten van middelen door het aanbod in 5 segmenten te verdelen waarvan Den Haag 3 segmenten inkoopt. In deze segmenten wordt via een taakgerichte bekostiging bij een beperkt aantal aanbieders ingezet op meer beheersing en sturing.
Hierbij wordt de transformatie ingezet om zorg te ambulantiseren en te regionaliseren. Het college hoopt u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
11/11