RIS323593 Bijlage A wijziging omgevingsplan gemeente Den Haag - basisregeling cultureel erfgoed
Tekst van het document
Het repressieve welstandsvereiste is niet van toepassing op tijdelijke bouwwerken, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken zoals strandtenten. De vraag of het uiterlijk van nieuw te bouwen bouwwerken waarvoor wel een omgevingsvergunning op grond van het omgevingsplan nodig is aan daarop van toepassing zijnde welstandseisen voldoet, wordt tijdens het proces van vergunningverlening getoetst. Zie hiervoor artikel 22.29. FF De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen Dit artikel regelt wanneer een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk wordt verleend. Het artikel is een voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op grond van artikel 22.29, eerste lid, wordt de vergunning alleen verleend als het bouwplan niet in strijd is met de regels die in dit omgevingsplan zijn gesteld over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken (onderdeel a) en dat het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstandeen goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnotabeleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet (onderdeel b). In
22
onderdeel a is paragraaf 22.2.4 expliciet uitgezonderd omdat het hier om voormalige rijksregels gaat waar op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook niet aan getoetst werd bij de vergunningverlening. Daarnaast zijn er in dit omgevingsplan (als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege) tal van regels opgenomen die niet over bouwwerken gaan, maar bijvoorbeeld over open erven en terreinen. Deze regels vallen alle buiten het beoordelingskader voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op bouwwerken. Het tweede lid bevat een aantal uitzonderingen op de eis dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. Ook deze uitzonderingen zijn een voortzetting van het recht zoals dat gold onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. De redactie van het eerste lid sluit aan bij artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl. Het imperatieve karakter («wordt verleend») houdt in dat de vergunning moet worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met de daarvoor gestelde regels in het omgevingsplan. Er kunnen buiten het omgevingsplan om dus geen aanvullende redenen worden gehanteerd om een vergunning toch te weigeren. Het limitatieve karakter komt tot uiting doordat «alleen» op grondslag van de in het omgevingsplan gestelde regels het «binnenplans» verlenen van een vergunning mogelijk is.
Als het bevoegd gezag op basis van de regels in het omgevingsplan tot het oordeel komt dat vergunningverlening niet mogelijk of (bij beslissingsruimte) niet wenselijk is, moet de activiteit als strijdig met het omgevingsplan worden aangemerkt. In dat geval is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een verdere toelichting hierover wordt verwezen naar de nota van toelichting bij artikel 8.0a van het Bkl. Onderdeel c Op grond van artikel 22.26 is het verboden om zonder vergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Dit onderdeel bevat de aanvullende beoordelingsregels waaraan een aanvraag om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst. Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is.
Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag. In het omgevingsplan van de gemeenten die vallen in het zinkassengebied De Kempen staan maatwerkregels ten opzichte van de voorschriften in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. GG De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk. De aanvraagvereisten zijn grotendeels ontleend aan de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht met aanvraagvereisten vanwege planologische voorschriften en stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening en vanwege redelijke eisen van welstand, voor zover deze eisen onder de Omgevingswet nog relevant zijn voor in het omgevingsplan geregelde bouwactiviteiten. Anders dan in de Regeling omgevingsrecht zijn deze aanvraagvereisten in artikel 22.35 geregeld in één artikel, omdat alle genoemde aspecten, inclusief de redelijke eisen van welstandeen goede omgevingskwaliteit, onder de Omgevingswet worden geregeld in het omgevingsplan. Voor een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de redelijke eisencriteria van welstandde beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, wordt in dit verband verwezen naar de beoordelingsregel in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan. Aan de aanvraagvereisten is verder toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag
23
voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld. Onderdeel j Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen (artikel 22.29, derde lid, en 22.30). Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening.
24
Toelichting 1 Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Sindsdien beschikt de gemeente Den Haag over één omgevingsplan voor het gehele grondgebied. Dit omgevingsplan is opgebouwd uit: - een bundeling van alle huidige bestemmingsplannen en beheersverordeningen; - de bruidsschat, waarin regels zijn opgenomen over bouwen en milieu. Deze regels staan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet langer in de Rijksregelgeving, maar zijn aan de omgevingsplannen van iedere gemeente toegevoegd. Zo wordt voorkomen dat deze regels vervallen voordat de gemeente in de gelegenheid is geweest om te bepalen of zij deze regels in haar omgevingsplan wil houden, schrappen of wijzigen. Dit omgevingsplan is nog geen samenhangend omgevingsplan. Immers elk bestemmingsplan heeft een eigen inhoudsopgave, verschillende formuleringen voor dezelfde type regel en mogelijk verschillende definities voor dezelfde begrippen. Ook voldoet dit omgevingsplan nog niet aan alle nieuwe wettelijke vereisten. Tenslotte ontbreken hierin regels over de fysieke leefomgeving die nog in andere verordeningen/regelingen staan. De gemeente heeft tot 2032 de tijd om dit omgevingsplan om te vormen tot een samenhangend en integraal omgevingsplan dat wel wettelijk voldoet. Dat doet zij door stapsgewijs het omgevingsplan te wijzigen.
Met deze wijzigingen van het omgevingsplan worden enerzijds regels vervangen die in bestemmingsplannen en bruidsschat staan als onderdeel van het omgevingsplan en anderzijds regels toegevoegd en vervangen die nog in gemeentelijke verordeningen buiten het omgevingsplan staan. Om met het wijzigen van het omgevingsplan, de nieuwe plansoftware en de landelijke voorzieningen te oefenen, wordt een eerste wijziging van het omgevingsplan aangeboden. Om dit veilig en gecontroleerd te kunnen doen, gaat deze eerste ontwerpwijziging van het omgevingsplan alleen nog maar over het toevoegen van regels voor een punt (één vierkante cm) in de Noordzee. Er komen nog geen regels te vervallen.
2 Inhoud wijziging Met de eerste wijzing van het omgevingsplan wordt de structuur voor het omgevingsplan Den Haag vastgesteld. Dit is essentieel voor de verdere stapsgewijze invulling van het integrale omgevingsplan. De structuur fungeert als inhoudsopgave, aan de hand waarvan bepaald wordt waar de inhoudelijke regels in het omgevingsplan geplaatst worden. Voorts wordt de structuur van het omgevingsplan met deze eerste wijziging ingevuld met inhoudelijke regels binnen het thema cultureel erfgoed. Daartoe zijn regels opgenomen voor de onderwerpen Archeologie en Beeldbepalende bouwwerken. Het laatste is de eerste stap in de uitvoering van de motie ‘Bescherm beeldbepalend zoals bedoeld’ (RIS317559). •
Archeologie:
De nieuwe regels die zijn toegevoegd regelen hetzelfde als hetgeen geregeld is in de bestemmingsplannen als onderdeel van het omgevingsplan. De regels zijn alleen anders opgebouwd en geformuleerd. •
Beeldbepalende Bouwwerken:
Op dit moment zijn er nog geen regels over beeldbepalende bouwwerken en er zijn ook nog geen beeldbepalende bouwwerken aangewezen. Het doel van deze nieuwe regels is om beeldbepalende bouwwerken te behouden en te beschermen door regels vast te stellen over activiteiten aan, op, in of bij een beeldbepalend bouwwerk. Deze bescherming krijgt pas betekenis als bij een volgende wijziging van het omgevingsplan deze beeldbepalende bouwwerken worden aangewezen en deze nieuwe regels ook gekoppeld worden aan deze beeldbepalende bouwwerken. Op die manier wordt uitvoering gegeven aan de motie "Bescherm Beeldbepalend zoals Bedoeld" (RIS317559). Daarnaast wordt in deze wijziging invulling gegeven aan artikel 2.1 van de Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024, om in het omgevingsplan de adviescommissie als adviseur aan te wijzen bij beeldbepalende bouwwerken, monumenten en beschermde stadsgezichten.
25
Daarnaast is in het omgevingsplan (onderdeel bruidsschat) enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd in de regels en toelichting. De aanleiding hiervoor betreft het opnemen van een grondslag voor de toepassing van de Nota Omgevingskwaliteit Den Haag 2025 (RIS322655), als opvolger van de Welstandnota Den Haag 2017. Omdat dit de eerste keer is dat de gemeente Den Haag een procedure voor het vaststellen van het omgevingsplan doorloopt en kennismaakt met de nieuwe digitale voorzieningen, is deze eerste wijziging van het omgevingsplan bewust beperkt gehouden en worden de regels alleen gekoppeld aan een stukje Haags grondgebied waar we geen ruimtelijke ontwikkelingen verwachten, namelijk een punt in de Noordzee.
3 Participatie De Omgevingswet en de participatieverordening vereist dat er over beleidsvoornemens participatie plaatsvindt. Daarom zijn de conceptregels naar het Haags monumentenplatform gestuurd en op 5 februari 2025 tijdens een bijeenkomst toegelicht. Het verslag van deze bijeenkomst is gepubliceerd op de website www.monumentenzorgdenhaag.nl. Sommige suggesties van het Haags monumentenplatform hebben geleid tot aanpassingen in de regels. Omdat er nog geen beeldbepalende bouwwerken zijn aangewezen, en de regels over beeldbepalende bouwwerken in deze ontwerpwijziging aan een punt in de Noordzee worden gekoppeld, waren er geen belanghebbenden die voor de participatie uitgenodigd konden worden. Er heeft daarom geen participatie plaatsgevonden met andere belanghebbenden dan het Haags monumentenplatform. Verdere participatie volgt zodra daadwerkelijk beeldbepalende bouwwerken worden aangewezen. Deze beeldbepalende bouwwerken zullen vervolgens in tranches aan het omgevingsplan worden toegevoegd. Daarvoor zijn opnieuw omgevingsplanwijzigingen nodig. Dan worden ook de regels die nu eerst aan een punt in de Noordzee worden gekoppeld, gekoppeld aan de beeldbepalende bouwwerken. Omdat de regels voor archeologie in het omgevingsplan beleidsarm zijn, heeft hierover geen participatie plaatsgevonden.
4 Inspraak Bij besluit, d.d. 10 juni 2025, kenmerk DSO/10893021, RIS 322463, heeft het college besloten om de ontwerpwijziging 6 weken ter inzage te leggen zoals de Omgevingswet vereist. Terinzagelegging ontwerpwijziging Op 18 juni 2025 is de kennisgeving van de terinzagelegging van de ontwerpwijziging bekengemaakt in het Gemeenteblad. De ontwerpwijziging is op grond van artikel 16.30 van de Omgevingswet met inachtneming van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gedurende zes weken ter inzage gelegd op ‘Regels op de kaart’ in het omgevingsloket op www.omgevingswet.overheid.nl. De termijn van terinzagelegging was van 19 juni tot en met 30 juli 2025. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
26
Motivering 1 Motivering wijziging omgevingsplan gemeente Den Haag - basisregeling cultureel erfgoed 1.1 Aanleiding en reikwijdte Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en kreeg iedere gemeente een tijdelijk omgevingsplan in haar beheer. Daarin zijn regels opgenomen van de bestemmingsplannen en een groot aantal rijksregels voor bouwen en milieu (de bruidsschat). Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om de regels uit het tijdelijke deel om te zetten naar één gebiedsdekkend omgevingsplan, waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving een plek moeten krijgen. De gemeenteraad heeft besloten om op basis van de motie ‘bescherm beeldbepalend zoals bedoeld’ (RIS317559) beeldbepalende bouwwerken zo spoedig mogelijk (in tranches) toe te voegen aan het omgevingsplan. Middels dit wijzigingsbesluit wordt uitvoering gegeven aan de eerdergenoemde motie. Daarnaast is gekozen om regels omtrent archeologie mee te nemen in deze wijziging. Dit komt omdat deze beleidsneutraal overgenomen worden. Bovendien verplicht de Omgevingswet gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Zo is in de Omgevingswet een zorgplicht voor cultureel erfgoed opgenomen. Met het opnemen van beeldbepalende bouwwerken en regels over archeologie neemt de gemeente een stap om deze zorgplicht vorm te geven.
1.2 Doel van deze omgevingsplanwijziging Het doel van deze eerste wijziging van het omgevingsplan is om de regels van beeldbepalende bouwwerken en archeologie te bundelen en in het omgevingsplan te plaatsen. Bovendien draagt deze wijziging bij aan de eerdergenoemde verplichting om rekening te houden met de zorgplicht omtrent erfgoed, waardoor conform de Omgevingswet, het doel om de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving te behouden/beschermen deels wordt uitgevoerd.
1.3 Planbeschrijving De eerste wijziging van het Omgevingsplan Den Haag heeft betrekking op de volgende set met regels die toegevoegd worden aan het omgevingsplan van Den Haag: •
Beeldbepalende bouwwerken; en
•
Archeologie.
Het betreft een grotendeels beleidsneutrale omzetting van bestaande regels. Op het onderdeel beeldbepalende bouwwerken is sprake van nieuwe regelgeving. 1.
Regels voor beeldbepalende bouwwerken
Beeldbepalende bouwwerken hebben nog geen juridische status, zoals monumenten dat wel hebben. Echter, op basis van de motie ‘bescherm beeldbepalend zoals bedoeld’ (RIS317559) heeft de gemeenteraad besloten dat dit wenselijk is om het cultureel erfgoed beter te beschermen in de gemeente. Daarom wordt voorgesteld om in het omgevingsplan de volgende regels op te nemen m.b.t. beeldbepalende bouwwerken: a. Een specifieke zorgplicht ter voorkoming van ontsiering, beschadiging of vernieling van een beeldbepalend bouwwerk; b. Een vergunningsplicht bij bouw- en/of sloopwerkzaamheden en/of gedeeltelijke verplaatsing van een beeldbepalend bouwwerk. Met de introductie van de specifieke zorgplicht (1) wordt beoogd om de cultuurhistorische waarde van beeldbepalende bouwwerken in stand te houden en eventuele onwenselijke aantasting te voorkomen. Dit dient het doel van de Omgevingswet om kwaliteiten uit de fysieke leefomgeving te beschermen. Daarnaast wordt met deze regels uitvoering gegeven aan de specifieke zorgplicht om cultureel erfgoed te behouden. Door een vergunningsplicht (2) in te stellen bij bouw- en/of sloopwerkzaamheden en/of gedeeltelijke verplaatsing behoudt de gemeente de mogelijkheid om te voorkomen dat de cultuurhistorische waarden van een beeldbepalend bouwwerk onevenredig worden aangetast.
Gekoppeld aan de vergunningsplicht is opgenomen dat voor beslissing op een aanvraag omgevingsvergunning advies wordt ingewonnen bij de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag. 2.
27
Archeologie
De regelingen en het vergunningstelsel voor archeologische waarden zijn nu opgenomen in bestemmingsplannen. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden deze regels overgeheveld naar het omgevingsplan. Er was al sprake van een bevoegdheid van de gemeente voor dit onderwerp. Inhoudelijk veranderen de vergunningplichten ten aanzien van mogelijke aantasting van archeologische (verwachtings)waarden niet. Dit houdt in dat in Den Haag drie gebieden zijn: a. Gebieden zonder archeologische verwachtingswaarden; b. Gebieden met archeologische verwachting (te verwachten archeologische monumenten); c. Gebieden met archeologische waarden (archeologische monumenten). Deze gebieden zijn op basis van de Beleidsnota Archeologie 2021-2030 en de Toelichting op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag 2021 gekenmerkt. Met de categorisering van deze gebieden streeft de gemeente Den Haag ernaar archeologische monumenten zoveel mogelijk in de bodem te behouden en tegelijkertijd dat deze deel gaan uitmaken van een integrale aanpak van de inrichting van de fysieke leefomgeving. In de eerste wijziging zullen enkel de regels die van toepassing zijn op deze gebieden worden overgenomen.
De geometrie zal in een latere wijziging worden toegevoegd aan het omgevingsplan en overgenomen worden van de nog vast te stellen Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag 2025 (AWVK, 2025). Daarnaast wordt de redactie van de artikelen 22.7, artikel 22.29, lid 1, onder b, en artikel 22.35, onder i, uit de bruidsschat aangepast. Deze bepalingen vormen de grondslag voor repressief welstandstoezicht, welke voorheen was gebaseerd op artikel 12 van de Woningwet. Om de opvolger van de Welstandsnota 2017 (de Nota omgevingskwaliteit) te kunnen verankeren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Met de inhoudelijke aanpassing van de genoemde artikelen is er nu een grondslag voor toepassing van de Nota omgevingskwaliteit. Conclusie Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet op het volgende onderdeel in een beleidswijziging: Voor beeldbepalende bouwwerken kent het omgevingsplan een specifieke zorgplicht, vergunningsplicht en maatwerkvoorschriften.
1.4 Instructieregels van rijk en provincie Rijk Het rijk verplicht de gemeente om in het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed volgens de beginselen opgenomen in artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Door in het wijzigingsbesluit opgenomen regels met betrekking tot Beeldbepalende bouwwerken wordt rekening gehouden met artikel 5.130 Bkl en het beschermen van het cultureel erfgoed. Provincie In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (vastgesteld 15 december 2021) is het behoud van cultureel erfgoed een van de doelen die ten grondslag liggen aan de opgestelde regels. In de provinciale verordening werkt dat door via de instructie voor ruimtelijke kwaliteit van artikel 7.43. Dat verplicht de gemeente om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig ruimtelijk in te passen. Omdat met deze wijziging niet wordt voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is op dit onderdeel geen nadere onderbouwing vereist. Daarnaast staat in artikel 7.70 van de verordening dat het omgevingsplan bescherming van bekende archeologische waarden moet waarborgen. Dit wordt in het omgevingsplan geborgd middels de opgenomen regels over archeologie.
28