RIS323513 Afdoening motie Onderzoek inzet BOA’s als ondersteuning politie bij (winkel)diefstal
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSB/11043002 RIS323513 Contactpersoon
Nitesh Mahespalsingh Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB Handhavingsorganisatie Telefoonnummer
14070 E-mailadres
nitesh.mahespalsingh@denhaag.nl
Datum
10 juni 2026 Onderwerp
Afdoening motie: ‘Onderzoek inzet BOA’s als ondersteuning politie bij (winkel)diefstal’
Uw raad heeft, tijdens het debat over ‘Veiligheid’ op 9 oktober 2025, de door het raadslid Van Basten Batenburg ingediende motie: ‘Onderzoek inzet BOA’s als ondersteuning politie bij (winkel)diefstal’ (RIS323513) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • de opsporing van daders van kleine, veel voorkomende criminaliteit als winkeldiefstal en diefstal van voertuigen vaak achterwege blijft door de schaarse capaciteit van de politie; • de daders van dit soort criminaliteit hierdoor vrijuit gaan met hun buit; • dit voor inwoners en ondernemers een bron is van frustratie en gevoel van onrechtvaardigheid, dat afbreuk doet aan het vertrouwen in de overheid. Overwegende dat: • ook als de capaciteit van de Haagse eenheid voldoet aan de richtlijnen er onvoldoende agenten zijn om deze misdrijven effectief op te pakken en er derhalve geen zicht is op verbetering; • BOA’s goed opgeleide handhavers zijn die nu al op het snijvlak van leefbaarheid en veiligheid opereren. Van mening dat: • Den Haag bij uitstek geschikt is om samenwerking bij de aanpak van winkeldiefstal en diefstal van voertuigen te verkennen, gezien de jarenlange uitstekende samenwerking tussen de politie en de Handhavingsorganisatie.
Verzoekt het college: • te onderzoeken hoe BOA’s ter ondersteuning van de politie kunnen worden ingezet bij de opvolging van winkeldiefstal en diefstal van voertuigen; • eventuele noodzakelijke uitbreiding van bevoegdheden in kaart te brengen; • met het ministerie van Justitie en Veiligheid de mogelijkheden voor een Haagse pilot te verkennen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11043002
Het college doet de motie op de volgende manier af: Het college begrijpt de zorg die in de motie wordt verwoord over de beperkte opvolging van veelvoorkomende vermogenscriminaliteit, zoals winkeldiefstal en diefstal van voertuigen, en onderschrijft de negatieve gevolgen daarvan voor het veiligheidsgevoel van inwoners en ondernemers. Het college herkent dat juist deze vormen van criminaliteit, hoewel zij op zichzelf vaak als veelvoorkomend of beperkt in omvang worden aangemerkt, in de dagelijkse praktijk een impact kunnen hebben op het vertrouwen in de overheid en de ervaren rechtvaardigheid in de stad. Tegen die achtergrond acht het college het van belang om, in aanvulling op de bestaande inzet van politie en gemeentelijke handhaving, te bezien of en op welke wijze de samenwerking verder kan worden versterkt. Het college geeft daarom gehoor aan de oproep van de raad. In dat kader wordt gestart met een nadere verkenning naar de vraag op welke onderdelen BOA’s, binnen de geldende wettelijke kaders en met behoud van een heldere taak- en verantwoordelijkheidsverdeling, de politie ondersteunend zouden kunnen ontlasten bij de opvolging van winkeldiefstal en diefstal van voertuigen.
Daarbij wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden die reeds binnen het bestaande domein en instrumentarium van BOA’s kunnen plaatsvinden, werkzaamheden die slechts onder aanvullende voorwaarden uitvoerbaar zijn, en werkzaamheden die thans voorbehouden blijven aan de politie of opsporingsinstanties met strafvorderlijke bevoegdheden. Het uitgangspunt daarbij is dat een eventuele uitbreiding van de ondersteunende rol van BOA’s alleen aan de orde kan zijn indien deze juridisch houdbaar, operationeel uitvoerbaar en zorgvuldig inpasbaar is. Onze BOA’s zijn opgeleid om de leefbaarheid in de stad te handhaven en niet voor het garanderen van onze veiligheid, de werkzaamheden waar de motie om vraagt kunnen een verschuiving veroorzaken naar een rol van de BOA in het veiligheidsdomein. Dit brengt andere vormen van gevaar en risico met zich mee waar wij zij op dit moment onvoldoende voor zijn opgeleid. In dat kader zal het college tevens in beeld brengen welke belemmeringen en randvoorwaarden gelden ten aanzien van bevoegdheden, opleiding, toezicht, informatiepositie, bewijsvoering, veiligheidsaspecten en de afbakening tussen bestuursrechtelijk handhaven en strafrechtelijke opsporing.
Ook zal worden bezien of aanvullende bevoegdheden, landelijke regelgeving of specifieke afspraken met ketenpartners noodzakelijk zouden zijn om een dergelijke inzet op verantwoorde wijze mogelijk te maken. Het college acht het van belang om daarin geen verwachtingen te wekken die juridisch of praktisch niet kunnen worden waargemaakt. Een eventuele vervolgstap moet immers niet alleen wenselijk, maar ook rechtmatig, proportioneel en uitvoerbaar zijn. De BOA capaciteit van de gemeente Den-Haag is schaars, als zij ingezet worden op deze veiligheidsthema’s kan dat betekenen dat zij niet ingezet kunnen worden op leefbaarheidsthema’s en prioriteiten vastgesteld in de ‘nota toezicht en handhaving buitenruimte 2025-2028’ (RIS321213). Gelet op de lange en intensieve samenwerking tussen de Haagse politie en de gemeentelijke Handhavingsorganisatie ligt het voor de hand om deze verkenning gezamenlijk op te pakken. Het college zal daarom, in samenspraak met de politie en met inachtneming van ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, de mogelijkheden voor een nadere uitwerking onderzoeken. Het college zal de raad in het vierde kwartaal van 2026 informeren over de uitkomsten van deze verkenning. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, Ilma Merx
de burgemeester, Jan van Zanen
2/2