CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323510 Afdoening motie Woningcorporaties moeten blijven isoleren

Algemene Raadscommissie 16 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Afdoening motie inzake Woningcorporaties moeten blijven isoleren951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de gemeenteraad

DSO/10972828 RIS323510 Contactpersoon

Wies Ettema Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Wonen Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

25 november 2025

wies.ettema@denhaag.nl

Onderwerp

Afdoening motie: ‘Woningcorporaties moeten blijven isoleren’

Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het voorstel inzake ‘Wensen en bedenkingen procedure SOK en UVOK WarmtelinQ Rijswijk Leiden’ (RIS323159) en de ‘commissiebrief inzake voortgang WarmtelinQ april 2025’ (RIS322187) op 9 oktober 2025, de door het raadslid de heer Dumoulin ingediende motie: ‘Woningcorporaties moeten blijven isoleren’ (RIS323510) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: eind 2026 warmte via WarmtelinQ geleverd kan worden; de warmte uit WarmtelinQ van hoge temperatuur zal zijn waardoor huizen makkelijker warm worden; landelijke prestatieafspraken stellen dat in 2028 er geen corporatiewoningen meer mogen zijn met een E-, F- of G-label en de raad wenst hier jaarlijks van op de hoogte te worden gehouden (RIS316524); huurders betalen voor warmte en woningcorporaties voor onderhoud en energiebesparende maatregelen, zoals isolatie.

Overwegende dat: woningcorporaties logische partners zijn om nieuwe aansluitingen op warmtenetten te realiseren vanwege de hoeveelheid en dichtheid van woningen; de beschikbaarheid van warmte van hoge temperatuur de directe prikkel kan wegnemen om energiebesparende maatregelen te nemen en het landelijke doel daardoor uit zicht kan raken; het onwenselijk is dat de kosten van de warmtetransitie alleen bij de huurder zouden komen te liggen als een woningcorporatie besluit niet te isoleren; goed geïsoleerd vastgoed op termijn ook door lokale lagere temperatuurbronnen kan worden verwarmd. Verzoekt het college: om op het moment dat vastgoed van een woningcorporatie wordt aangesloten op een warmtenet ook bindende afspraken te maken over spoedige en maximale isolatie van dat vastgoed;

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10972828

-

deze afspraken met de raad te delen via de jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties.

Het college doet de motie op de volgende manier af: De motie vraagt het college om bij aansluiting van corporatiebezit op een warmtenet bindende afspraken te maken over spoedige en maximale isolatie, en deze afspraken te delen via de jaarlijkse prestatieafspraken. Het college onderschrijft het belang van goede isolatie voor het realiseren van een succesvolle warmtetransitie. Alle woningen in de stad, waaronder ook sociale huurwoningen, moeten worden geïsoleerd tot het niveau dat past bij de voorziene warmteoplossing. Dit draagt bij aan bewonerscomfort, lagere energielasten en het voorkomen van overbelasting van het elektriciteitsnet. Daarbij geldt: hoe beter geïsoleerd, hoe minder energie nodig is voor verwarming. In de motie wordt gesproken over ‘hoge temperatuur’ van WarmtelinQ. In de praktijk sorteert het college voor op collectieve midden temperatuur warmte (MT), ofwel warmtenetten op een temperatuur van 70°C graden. Zie ook de Transitievisie warmte (RIS313867). Hiervoor is minimaal energielabel D nodig om de woning efficiënt en comfortabel te kunnen verwarmen. De isolatieopgave en het uitfaseren van de lagere energielabels van de woningen van de corporaties zijn onderdeel van de gesprekken over de Raamovereenkomst meerjarige prestatieafspraken 2026–2030. “Maximaal isoleren” is geen gedefinieerd begrip en roept vragen op over haalbaarheid en betaalbaarheid.

Isoleren tot label A is niet altijd nodig of bouwkundig mogelijk. Dit sluit aan bij de methode die het PBL hanteert om te berekenen welk isolatieniveau, in combinatie met welke aardgasvrije warmteoptie, tot de laagste nationale kosten leidt. Het vereiste isolatieniveau is afhankelijk van, en dient in samenhang bekeken te worden met, de warmtebron. Zo is bij het te verwachten midden-temperatuur warmtenet doorgaans energielabel D al voldoende. Corporaties zullen hun bezit isoleren zodat het voldoet aan de warmtevraag die past bij de warmtebron. De gevraagde warmte kan per warmtebron verschillen. Om een generieke maximale isolatie af te spreken bij een warmtebron waarbij dat niet nodig is, kan in gevallen overbodig zijn, of zelfs averechts werken. Een te grote focus op zo min mogelijk warmteverlies, kan zorgen voor toenemende hittestress in de zomer. Daarom vindt het college dat de corporatie per gebouw en warmtebron zelf moet kunnen beslissen over de precieze mate van woningisolatie. De gemeente kan tevens niet eenzijdig bindende afspraken afdwingen in de prestatieafspraken. Prestatieafspraken zijn de uitkomst van een proces waaraan naast de gemeente, de corporaties en huurders als gelijkwaardige partijen deelnemen. Het college spant zich in om met de corporaties afspraken te maken dat zij verder isoleren dan wettelijk vereist is. Het college kan dit echter niet afdwingen.

Overigens heeft het college ook aan de raad gecommuniceerd dat we met de ROK 20262030 afstappen van de jaarlijkse prestatieafspraken, en dat daarvoor in de plaats een jaarlijkse realisatieagenda komt waarin de doelstellingen en afspraken uit de ROK zijn vertaald naar een bepaald jaar. De motie vraagt om een fundamentele wijziging van deze aanpak, en past niet in de wijze waarop gemeente, corporaties en huurders de afspraken voor de komende jaren in gezamenlijkheid vormgeven. Deze afspraken bevinden zich momenteel in een vergevorderd stadium. De raad ontvangt de ROK direct nadat ondertekend is.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10972828

Samenvattend deelt het college de zorgen over het risico dat hogere temperatuurwarmte de prikkel tot isolatie vermindert. Tegelijkertijd ziet het college dat corporaties in Den Haag al verder gaan dan de minimale eisen. Daarom acht het college aanvullende bindende afspraken over “maximale isolatie” niet nodig en bovendien ook niet uitvoerbaar binnen de huidige afsprakenstructuur. Het college is doorlopend met de woningcorporaties in gesprek over de planvorming voor het aanleggen van warmtenetten. Hierbij is ook het isolatieniveau onderwerp van gesprek. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16291664/1