CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323463 Voortgang (en terugkoppeling) Haagse leegstandsaanpak

Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Voortgang (en terugkoppeling) Haagse leegstandsaanpak3.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Co Engberts Wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10954971 RIS323463 Contactpersoon

Mohamed Essanoussi Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Wonen Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

31 oktober 2025

mohamed.essanoussi@denhaag.nl

Onderwerp

Voortgang (en terugkoppeling) Haagse leegstandsaanpak

Geachte voorzitter, In deze brief informeer ik u over de stand van zaken rondom de aanpak van leegstand in Den Haag. Tijdens het debat over leegstand op 5 februari jl. is toegezegd de raad te informeren over de voortgang op een aantal specifieke thema’s. Met deze commissiebrief wordt invulling gegeven aan die toezegging. Daarnaast maken we van de gelegenheid gebruik om u te informeren over twee andere actuele onderwerpen binnen de Haagse leegstandsaanpak: de stand van zaken rond de leegstandsverordening (motie RIS320343) en het nieuwe leegstandscijfer over 2024. De brief is thematisch opgebouwd rond de aanpak van leegstand binnen de woningvoorraad. Conform de motie “Bedrijfspanden in leegstandsverordening” (RIS312659) bekijkt de gemeente hoe wordt omgegaan met langdurige leegstand van economisch vastgoed, zoals kantoren en bedrijfspanden. Er wordt gewerkt aan mogelijkheden om langdurig leegstaande panden weer te benutten, onder meer door hergebruik en transformatie te stimuleren. Zo wordt ook voor bedrijfspanden voortgang geboekt in het terugdringen van leegstand in de stad. Over de aanpak van leegstaand economisch vastgoed en de afdoening van deze motie wordt de raad in uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 geïnformeerd.

Leeswijzer Conform het verzoek van de raad gaan we achtereenvolgens in op: • de leegstandsverordening; • leegstandscijfer; • de signalering van schijnleegstand; • de aanbevelingen van Public Result over ingroeihuren en een revolverend fonds; • de top 5-locaties die door het Straat Consulaat zijn gesignaleerd; • de situatie rond het pand De Zaen; • inzichten uit het casusonderzoek 'Lessen uit hardnekkige leegstand'.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954971

Leegstandsverordening – stand van zaken Op 13 november 2024 heeft de raad motie RIS320543 aangenomen, waarin het college wordt verzocht om vóór de zomer van 2025 een uitgewerkt voorstel voor een ambitieuze leegstandsverordening met experimenteerruimte voor te leggen, met beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2026. Conform die motie is inmiddels een conceptverordening opgesteld, inclusief experimentele ruimte, die voorsorteert op de ministeriële regeling die het experiment mogelijk maakt. De gemeente is daarnaast inhoudelijk en organisatorisch voorbereid op invoering. De benodigde financiële inzet is gereserveerd en de eerste stappen voor de meldstructuur, ICT en privacy zijn gezet. Invoering per 1 januari 2026 is echter niet meer haalbaar. Dit ligt buiten de invloedssfeer van de gemeente. De benodigde landelijke besluitvorming loopt vertraging op. De juridische mogelijkheid om de experimentele verordening daadwerkelijk in werking te laten treden is afhankelijk van het Rijk. Sinds het vervallen van de Crisis- en herstelwet begin 2024 kunnen gemeenten niet langer via die route toetreden tot bestaande experimenten, zoals Amsterdam en Utrecht dat destijds deden. Toetreding tot dit landelijke experiment kan nu alleen op grond van artikel 23.3 van de Omgevingswet, dat het Rijk de bevoegdheid geeft om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) experimenten toe te staan.

Het ministerie van VRO kiest er echter voor om die bevoegdheid uit te breiden via een aanpassing van de Wet versterking regie op de volkshuisvesting. Die wetswijziging creëert binnen de Omgevingswet de mogelijkheid om gemeenten voortaan bij ministeriële regeling aan het experiment toe te voegen. Na inwerkingtreding van die wet kan een ministeriële regeling worden vastgesteld waarin ook Den Haag wordt toegevoegd aan het experiment. Zolang de landelijke juridische basis nog niet is vastgesteld, kan de Haagse verordening niet formeel worden vastgesteld. Een geldige wettelijke grondslag voor de experimentele bepalingen ontbreekt nog, waardoor vaststelling op dit moment niet mogelijk is, ook niet onder voorbehoud. Het college houdt de besluitvorming daarom aan totdat VRO de regeling heeft vastgesteld. Onder voorbehoud van die landelijke besluitvorming zal de conceptversie van de leegstandsverordening, inclusief toelichting, wel met de raad worden gedeeld, zodat de raad inzicht heeft in de voorgenomen inhoud en voorbereiding. De conceptversie is als bijlage bij deze brief opgenomen. Het college kiest er nadrukkelijk voor om geen reguliere leegstandsverordening vast te stellen. Dit instrument biedt beperkte mogelijkheden en zou leiden tot dubbel werk, terwijl in de stad het beeld kan ontstaan dat hiermee hetzelfde resultaat te bereiken is als met de experimentele variant.

Daarnaast brengt een reguliere verordening uitvoeringstechnische complicaties met zich mee, omdat deze juridisch losstaat van de experimentele variant. Wanneer Den Haag later alsnog aansluit bij het landelijke experiment, zouden er twee regimes naast elkaar moeten worden beheerd. Dat betekent overgangsregels en parallelle procedures: lopende dossiers vallen onder de reguliere verordening, terwijl nieuwe dossiers onder de experimentele variant zouden vallen. Dit leidt tot extra complexiteit, meer juridische risico’s en een hogere inzet van capaciteit. Bovendien ontbreekt bij de reguliere variant de mogelijkheid om bewoning te verplichten, termijnen bindend vast te leggen en handhaving effectief toe te passen. De praktijk in andere gemeenten laat zien dat dit instrument relatief veel inzet vraagt en weinig oplevert. Hierdoor worden mogelijk verwachtingen gewekt die niet waargemaakt kunnen worden. Het college acht deze route daarom niet doelmatig en niet houdbaar en richt de inzet volledig op de experimentele variant, die aantoonbaar effectiever is gebleken in Amsterdam en Utrecht.

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954971

De inzet van de gemeente Den Haag is volledig gericht op deelname aan het landelijke experiment. De ambitie is om in het tweede kwartaal van 2026 aan te sluiten, onder voorbehoud van tijdige vaststelling van de landelijke regeling. Het college heeft de gemeente Den Haag bestuurlijk aangemeld voor deelname aan het experiment en in de brief aan de minister de urgentie van de Haagse situatie benadrukt. Tegelijkertijd blijft Den Haag ambtelijk en bestuurlijk in gesprek met VRO over de precieze route en planning. De verordening richt zich op langdurige leegstand van woningen en bevat onder meer, maar is niet beperkt tot, de volgende bepalingen: • Meldplicht: eigenaren zijn verplicht leegstand te melden zodra een woning langer dan zes maanden leegstaat. • Leegstandoverleg: binnen twee maanden na melding vindt overleg plaats tussen eigenaar en gemeente over de vervolgstappen. • Leegstandbeschikking: de gemeente kan een formele beschikking opleggen met daarin maatregelen, termijnen en eventueel verplichtingen tot bewoning of herstel. • Voordracht huurder: in uiterste gevallen bij structurele leegstand kan de gemeente een huurder voordragen. • Sancties: bij niet-naleving kan een bestuurlijke boete of dwangsom worden opgelegd.

Voor de uitvoering van de leegstandsverordening zijn structureel middelen gereserveerd voor de Haagse Pandbrigade (3 fte vanaf 2026, oplopend naar 5 fte vanaf 2027). Deze capaciteit wordt al vóór de inwerkingtreding ingezet, zodat toezichthouders zich kunnen voorbereiden en ervaring kunnen opdoen. Daarmee wordt schijnleegstand al teruggedrongen en staat de gemeente klaar om direct effectief van start te gaan zodra de verordening in werking treedt. Daarnaast volgt het college nauwgezet de landelijke politieke ontwikkelingen rond de invoering van een leegstandsheffing, omdat dit instrument aanvullend kan werken op de verordening. Leegstandscijfer 2024 Den Haag berekent de administratieve woningleegstand1 zelf om beter inzicht te krijgen in de lokale leegstand en de aard daarvan. In een diverse stad als de onze spelen verschillende factoren een rol, zoals: • diplomatieke adressen; • intramurale instellingen; en • tweede woningen van eigenaren die in het buitenland wonen. Door dergelijke situaties te onderscheiden ontstaat een realistischer beeld van de woningen die daadwerkelijk leeg lijken te staan. De gemeente koppelt hiervoor verschillende registraties en sluit de genoemde categorieën uit van de telling. Deze verfijnde Haagse methode sluit daardoor beter aan bij de ‘feitelijke’ situatie in de stad. Tegelijk blijft het een administratieve benadering.

De methode laat namelijk zien of op een adres iemand in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven, niet of een woning werkelijk leegstaat. Het is zeer aannemelijk dat ook binnen deze berekening adressen voorkomen die feitelijk in gebruik zijn. Met de komst van de leegstandsverordening zal hierover meer duidelijkheid ontstaan, omdat meldingen van eigenaren, leegstandsoverleggen en toezicht meer feitelijke informatie opleveren.

1

Woningen die in registraties als leegstaand geregistreerd staan, zonder dat feitelijk gebruik is gecontroleerd.

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954971

Volgens de gemeentelijke berekening, zoals gepubliceerd in Den Haag in Cijfers, stond per 1 januari 2024 5,4% van de Haagse woningen zonder inschrijving in de BRP. Dat komt neer op 14.763 woningen, een lichte stijging ten opzichte van 2023 (14.500 woningen). Deze stijging loopt gelijk op met de groei van de woningvoorraad van 270.220 naar 272.242 woningen, waardoor het percentage bij afronding op één decimaal gelijk blijft. Binnen de totale leegstand valt het merendeel in de categorie korter dan één jaar leeg (6.665 woningen). De groep één tot twee jaar leeg nam toe van 1.649 naar 1.976 woningen, terwijl het aantal langer dan twee jaar leegstaande woningen licht afnam van 6.221 naar 6.122. Daarmee blijft het algemene beeld stabiel, maar zien we wel een verschuiving binnen de duurverdeling. Namelijk iets meer woningen die recent leeg zijn komen te staan, iets minder langdurige leegstand aan de bovenkant. Achter dit stedelijke gemiddelde schuilen duidelijke verschillen tussen wijken. In kust- en binnenstadwijken, zoals Scheveningen en Centrum, ligt de leegstand hoger, terwijl deze in Leidschenveen-Ypenburg en delen van Zuidwest juist laag is. De achterliggende oorzaken van deze verschillen zijn op dit moment nog niet eenduidig vast te stellen.

In de komende jaren wordt dit beeld verder verfijnd met de invoering van de leegstandsverordening en de nieuwe Raamovereenkomst 2026–2030 met woningcorporaties, waarin ook afspraken worden voorbereid over monitoring en het gericht terugdringen van leegstand.

Ontwikkeling van de administratieve woningleegstand in Den Haag (2015–2024). De leegstand is de afgelopen jaren gedaald en stabiliseert sinds 2023 rond 5,4%.

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954971

Schijnleegstand en schijnbewoning Uw raad heeft aandacht gevraagd voor het thema schijnleegstand en schijnbewoning 2. Het college deelt het belang om hier alert op te zijn, zeker met het oog op de uitvoering van de leegstandsverordening per 1 januari 2026. De leegstandsaanpak richt zich op feitelijke leegstand, terwijl schijnbewoning en schijnleegstand ook raken aan bredere opgaven zoals woonfraudebestrijding, sociale veiligheid en een zuivere Basis Registratie Personen (BRP). De gemeente onderneemt daarom nu al gerichte acties om dergelijke signalen in beeld te krijgen. Burgerzaken houdt toezicht op de zuiverheid van de BRP en alle toezichthouders van de Haagse Pandbrigade zijn eveneens aangewezen als toezichthouder op de BRP. De Haagse Pandbrigade kijkt bij woningcontroles voor bouw- en woonregelgeving ook naar: woont er iemand die niet ingeschreven staat of staat iemand ingeschreven die er niet woont. Bij het bepalen van de te controleren woningen door de Haagse Pandbrigade, wordt bijvoorbeeld een overlastmelding op een adres zonder inschrijvingen gezien als een reden voor controle. Burgerzaken richt zich primair op de inschrijvingen. Bij elkaar constateert Burgerzaken op jaarbasis ongeveer 10.000 verkeerde inschrijvingen na administratief onderzoek en fysiek huisbezoek en de Haagse Pandbrigade circa 2.000 verkeerde inschrijvingen na fysiek huisbezoek.

Er wordt momenteel gekeken of een intensievere inzet op de zuiverheid van de BRP in Den Haag Zuidwest mogelijk is in het kader van het Nationaal Programma Zuidwest. Deze acties kunnen de uitvoering van de leegstandsverordening vanaf 1 januari 2026 versterken. Aanbevelingen Public Result: ingroeihuren en revolverend fonds Public Result, het bureau dat in opdracht van de gemeente de verkenning Advies Haagse aanpak leegstand (2024) uitvoerde, stelde de instrumenten ‘ingroeihuren’ en een ‘revolverend fonds’ voor als ‘oranje’ maatregelen. Dat wil zeggen opties die extra onderzoek vragen zodra de ‘groene’ basisinstrumenten onvoldoende effect sorteren. Uw raad heeft tijdens het leegstandsdebat specifiek naar deze twee instrumenten gevraagd. Eerdere gemeentelijke verkenningen wijzen erop dat een revolverend fonds in Den Haag financieel en organisatorisch weinig kansrijk is voor de aanpak van woningleegstand. De benodigde investeringsruimte ontbreekt en herontwikkeling wordt steeds vaker door marktpartijen opgepakt. Voor economisch vastgoed werkt de gemeente wél met revolverende middelen, maar voor woningleegstand is dit model moeilijk opschaalbaar. Voor ingroeihuren geldt iets vergelijkbaars. Het instrument is op economisch vastgoed soms bruikbaar, maar op de woningmarkt juridisch complex en lastig uitvoerbaar.

Verdere uitwerking als leegstandinstrument tegen woningleegstand ligt daarom nu niet in de rede. Top 5 Straat Consulaat Tijdens de commissievergadering vroeg u naar de stand van zaken rond de vijf leegstands-locaties die door het Straat Consulaat als meest urgent zijn aangemerkt. Hieronder treft u per pand een beknopte update:

2 Schijnleegstand = pand staat als leeg geregistreerd of oogt leeg, maar wordt feitelijk gebruikt. Schijnbewoning = pand staat als

bewoond geregistreerd, maar er woont feitelijk niemand.

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954971

1.

2.

3.

4.

5.

Voormalige KPN-centrale, De Constant Rebecquestraat 55 Het pand staat al geruime tijd leeg, maar er zijn recente ontwikkelingen. Voor een deel van het gebouw is een omgevingsvergunning verleend voor herontwikkeling tot bioscoop en horeca. Deze functies zijn inmiddels in gebruik. De functiewijziging draagt bij aan een goede bestemming van de locatie en sluit aan bij de wens om leegstaand vastgoed in te zetten voor publieke voorzieningen. Voor het overige deel van het pand zijn gesprekken gaande over mogelijke vervolginvulling. Kapel & Zusterhuis, Westeinde Ziekenhuis Dit karakteristieke pand is eveneens langdurig ongebruikt. Monumentenzorg onderzoekt de mogelijkheid om de kapel tot gemeentelijk monument aan te wijzen. Tegelijkertijd lopen er gesprekken met de eigenaar over mogelijke herontwikkeling. De gemeente verkent of hier ruimte kan worden gecreëerd voor huisvesting van doelgroepen als docenten, politie- en zorgpersoneel. Dit sluit aan bij de bredere inzet op huisvesting voor essentiële beroepen in de stad. Politiepanden, Jan Hendrikstraat 25-27 Dit pand is formeel als geheel leeg geregistreerd, maar wordt feitelijk deels in gebruik gehouden door de Nationale Politie. De begane grond is verbouwd tot een multifunctionele ruimte en wordt onder andere gebruikt als opslaglocatie. De eerste en tweede verdieping staan leeg.

Tijdelijke bewoning of alternatief gebruik is in de huidige staat niet mogelijk, mede vanwege veiligheidsrestricties: het pand grenst aan het beveiligde binnenterrein van het politiebureau. De politie had lange tijd het voornemen om het pand uit te breiden ten behoeve van het eigen bureau, vanwege structureel ruimtegebrek. Inmiddels loopt er een bredere huisvestingsheroriëntatie binnen de organisatie. Mocht het eerder beoogde verbouwplan van de baan gaan, dan wordt verkoop van (delen van) het pand verkend, met een functie conform huidig bestemmingsplan.3 Belastingkantoor, Stationsplein De herontwikkeling van dit pand is in gang. De vergunningswijziging is aangevraagd en inmiddels vergund, met plannen voor in totaal 255 woningen: 189 studio’s, 42 tweekamerappartementen en 24 driekamerappartementen. Deze transformatie past binnen de bredere woningbouwopgave in het centrum. Azivo-gebouw, Oude Haagweg Dit pand kent een lange geschiedenis van leegstand, met diverse initiatieven sinds 2017. In 2020 is een vergunning verleend voor woningbouw. In 2024 is een nieuwe aanvraag ingediend voor 68 woningen, sloop en nieuwbouw. De vergunning hiervoor is begin april jl. verleend.

Pand De Zaen Na het verlenen van de omgevingsvergunning is op meerdere momenten sloopwerk uitgevoerd, waaronder asbestsanering. Daarmee is het pand bouwrijp gemaakt voor herontwikkeling. Het proces is echter traag verlopen en uiteindelijk volledig tot stilstand gekomen door uiteenlopende factoren in de voorbereidings- en uitvoeringsfase. Vanwege het uitblijven van verdere activiteiten heeft de gemeente de omgevingsvergunning ingetrokken. Dit is een uitzonderlijke stap die zelden wordt genomen. Tegen deze intrekking is bezwaar ingediend. Dat bezwaar is inmiddels niet-ontvankelijk verklaard en beroep is daardoor niet mogelijk. De gemeente bereidt daarom het handhavingsproces voor. Lessen uit casusonderzoek hardnekkige leegstand In opdracht van de gemeente Den Haag voerde Stad & Co een verdiepend onderzoek uit naar vijf panden die al geruime tijd leegstaan: het voormalige Belastingkantoor, het Azivo-gebouw, het voormalige kantoor van Haag Wonen, de bedrijfsruimte Gamesa en de Valkenboskerk. 3

Het perceel heeft de bestemming ‘Gemengd – 1’. Dit betekent dat op deze locatie onder andere bedrijvigheid, detailhandel, dienstverlening, lichte horeca

(beperkt tot maximaal 8 vestigingen), sportvoorzieningen op verdiepingen én wonen zijn toegestaan.

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954971

Het onderzoek borduurt voort op het Advies Haagse Aanpak Leegstand (Public Result, RIS318192) en zoomt in op praktijkervaringen bij de transformatie van langdurig leegstaand vastgoed. De studie wordt tevens aangehaald in de Uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand (RIS320622). Hardnekkige leegstand4 ontstaat zelden door één oorzaak. Vaak is sprake van een combinatie van factoren: gebrek aan visie bij eigenaren, speculatie bij eigenaren, trage procedures, versnipperd eigenaarschap, onvoldoende regie en beperkte interne afstemming binnen de gemeente. Tegelijkertijd laten de onderzochte casussen ook zien dat transformaties vooral kunnen slagen bij vroegtijdige gemeentelijke betrokkenheid, duidelijke interne coördinatie en het flexibel inzetten van regelgeving. Het rapport levert vijf centrale aanbevelingen. Hieronder wordt per aanbeveling beschreven hoe het college hier al invulling aan geeft of dit verkent. •

Formuleer gemeentebreed een gezamenlijke ambitie voor leegstandstransformatie. o De onderzoekers constateren terecht dat er nog geen gemeentebrede gezamenlijke ambitie voor leegstandstransformatie bestaat. Wel zijn er aanknopingspunten in de Woonvisie (zoals de nadruk op het optimaal benutten van ruimte), de Omgevingsvisie (waar via Regie op Ruimte wordt gewerkt aan integrale afwegingen) en het Programma Bedrijfshuisvesting (waarin wordt ingezet op beter benutten van bestaande bedrijfsruimte en incourant vastgoed). Deze kaders vormen samen een basis, maar zijn nog niet hetzelfde als een expliciete gezamenlijke ambitie voor leegstandstransformatie.

•

Versterk de capaciteit en procesregie bij vergunningverlening. o Binnen de dienst wordt onderzocht hoe de vergunningverlening kan worden verbeterd door optimalisatie van werkprocessen, formatie en ICT-ondersteuning.

•

Versterk gebiedsgerichte regie en aanspreekbaarheid via een leegstandsregisseur per gebied, of breid de rol van gebiedsregisseurs uit zodat zij ook leegstand kunnen signaleren, coördineren en begeleiden. o Het college neemt de aanbeveling om voor elk gebied een aparte leegstandsregisseur aan te stellen niet over. Een dergelijke functie zou grotendeels overlappen met bestaande gebiedsrollen en is organisatorisch niet doelmatig. Wel staat het college open om binnen de bestaande gebiedsstructuur te verkennen hoe de signalering en coördinatie rond leegstand steviger kan worden neergezet. o Daarbij spelen verschillende onderdelen een rol. Gebiedsregisseurs hebben primair een regietaak. Zij zijn aanspreekpunt in de wijk en kunnen leegstand in samenhang met andere thema’s agenderen. De Haagse Pandbrigade versterkt dit met de straks extra capaciteit voor toezicht en handhaving. Via administratieve controles en fysieke inspecties dragen zij bij aan het vroegtijdig signaleren en terugdringen van leegstand. Daarnaast wordt de signalerende rol uitgebreid via de leegstandsverordening, die het mogelijk maakt dat inwoners en eigenaren leegstand digitaal melden. In samenhang zorgen deze instrumenten voor een bredere en beter geborgde basis voor vroegtijdige signalering en aanpak van leegstand, zonder nieuwe organisatorische lagen toe te voegen.

4

Hardnekkige leegstand betreft leegstand van twee jaar of langer, met structurele oorzaken en complexe samenwerking vereist voor oplossing.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954971

•

Faciliteer flexibeler ruimtegebruik voor tijdelijke of alternatieve functies. o Het college verkent hoe planologische kaders flexibeler ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld via tijdelijke vergunningen of door maatwerk binnen het omgevingsplan. Dit wordt in samenhang bekeken met de actualisatie van beleidsregels en juridische kaders. Deze aanbeveling uit het rapport sluit aan bij deze wens tot modernisering.

•

Stimuleer participatie, duidelijke communicatie en proactief contact met belanghebbenden om draagvlak te vergroten en vertraging te voorkomen. o Het college is het eens met deze aanbeveling en er zijn al concrete stappen gezet, onder meer via de inventarisatie van onbenutte ruimtes in de Binnenstad waarbij vastgoedeigenaren en ondernemers zijn betrokken, en via het vaste aanspreekpunt voor eigenaren bij wonen boven winkels. Ook worden via het Programma Tussentijd Zuidwest en het Makelpunt eigenaren gekoppeld aan ondernemers en initiatiefnemers. Deze initiatieven sluiten aan bij de aanbevelingen van Stad & Co, maar zijn nog niet stedelijk breed verankerd. Het college ziet hier mogelijkheden om dit op termijn breder en consistenter te verankeren.

Met deze stappen, aangevuld door de bevindingen van Stad & Co, beschikt de gemeente over concrete handvatten om hardnekkige leegstand aan te pakken. Het volledige rapport is als bijlage bij deze brief gevoegd ter informatie voor de commissie. Afsluitend kan ik u meegeven dat leegstand vraagt om een zorgvuldige en gedifferentieerde aanpak. Door inzichten uit praktijk en onderzoek te verbinden met gerichte inzet op signalering en handhaving, werkt de gemeente aan een steviger leegstandsbeleid voor de komende jaren. Met vriendelijke groet, de wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest Co Engberts

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16165420/1