RIS323463 Bijlage 2 Leegstand verordening conceptversie tbv com ruimte
Tekst van het document
Leegstandsverordening Den Haag 2026 De raad van de gemeente Den Haag;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum>; gelet op: artikel 2 Leegstandwet, artikel 23.3 Omgevingswet, artikel ? Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot wijziging en aanvulling van de Omgevingswet en artikel 149 van de Gemeentewet.
Overwegende dat:
de ambitie is dat iedereen een (betaalbare) woning kan vinden in Den Haag; leegstand niet uitlegbaar is met de grote schaarste op de woningmarkt; woonruimten nu lang leeg mogen staan; weer in gebruik nemen van leegstaande woonruimten helpt de druk op de bestaande woningvoorraad te verlichten.
Besluit vast te stellen:
Leegstandsverordening Den Haag 2026 Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder a. eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leegstandwet; b. leegstaan: het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn dan wel een gebruik dat de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van de Leegstandwet of deze verordening, zoals bedoeld in artikel 1 sub d Leegstandwet; c. pied-a-terre: één zelfstandige woonruimte die door de eigenaar in gebruik wordt genomen als tweede woning waarbij de eigenaar niet staat ingeschreven in de Wet basisregistratie personen; d. wet: de Leegstandwet; e. woonruimte: een woonruimte zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l. van de Huisvestingswet 2014.
Artikel 2 Aanwijzing werkingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op alle woonruimten in de gemeente Den Haag met uitzondering van; a. woonruimten in eigendom van toegelaten instellingen conform hoofdstuk 4 van de Woningwet. b. woonruimten die een vergunning voor tijdelijke verhuur op basis van de leegstandwet, in de zin van artikel 15, eerste lid, van de leegstandwet hebben ontvangen. c. woonruimten in een actiegebied, zoals bedoeld in artikel 1:3 Huisvestingverordening Den Haag 2023. d. woonruimten in de zin van een pied-a-terre waarbij ontheffing is verleend op basis van artikel 5:8 Huisvestingverordening Den Haag 2023.
1
Artikel 3 Meldplicht 1. De eigenaar is verplicht de leegstand van een in artikel 2 bedoelde woonruimte bij burgemeester en wethouders te melden zodra de leegstand langer duurt dan zes maanden. 2. De eigenaar maakt voor de in het eerste lid genoemde melding gebruik van een door burgemeester en wethouders vast te stellen elektronisch formulier. 3. Bij de leegmelding worden in ieder geval de volgende gegevens en stukken overgelegd: a. naam, contactgegevens en woonadres van de eigenaar; b. adres van de woonruimte; c. ingangsdatum van de leegstand; d. verwachte duur van de leegstand; e. reden voor leegstand; f. datum van de akte van levering van de woonruimte. 4. Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende gegevens en stukken verlangen.
Artikel 4 Leegstandlijst 1. Burgemeester en wethouders houden een leegstandlijst bij waarin de volgende woonruimten worden opgenomen: a. woonruimten waarvoor de eigenaar een leegstandmelding heeft gedaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid; b. woonruimten waarvan ambtshalve geconstateerd is dat deze leegstaan in de Basisregistratie persoonsgegevens en waarvan de leegstand gemeld moet worden door de eigenaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid. Op de leegstandlijst zijn de gegevens en stukken opgenomen, genoemd in artikel 3, derde lid, voor zover deze beschikbaar zijn, de datum van inschrijving van de woonruimte op de leegstandlijst, bouwjaar van de woonruimte en de BAG-id (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) van de woonruimte.
Artikel 5 Leegstandoverleg Binnen twee maanden na ontvangst van de leegstandmelding voeren burgemeester en wethouders overleg met de eigenaar over het gebruik van de woonruimte als bedoeld in artikel 4 van de Leegstandwet en artikel 23.3 Omgevingswet en ministeriele regeling of amvb.
Artikel 6 Leegstandbeschikking 1. Burgemeester en wethouders kunnen na het overleg bedoeld in artikel 5 een leegstandbeschikking vaststellen. Ook als de eigenaar geen medewerking verleent aan dit overleg kan een leegstandbeschikking worden vastgesteld als bedoeld in artikel 4 lid 2 Leegstandwet, Omgevingswet 23.3 en ministeriele regeling of amvb. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in de leegstandbeschikking: a. indien de woonruimte niet geschikt is voor gebruik als woonruimte en de woonruimte niet is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw, bepalen welke voorzieningen door de eigenaar binnen de in de beschikking bepaalde termijn moeten zijn getroffen om de woonruimte geschikt te maken voor gebruik als woonruimte;
2
b. indien de woonruimte is bestemd voor verhuur, de maximale marktconforme huurprijs bepalen waartegen de woonruimte te huur wordt aangeboden. De marktconforme huurprijs voor geliberaliseerde woonruimten wordt vastgesteld conform artikel 16 lid 10 Leegstandwet; c. indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor verkoop en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder b of d, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; d. indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder c, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; e. een termijn opnemen waarin van ten minste een maand waarbinnen de woonruimte op het moment dat deze geschikt is voor bewoning in gebruik wordt genomen als woonruimte; f. andere voorwaarden opnemen die noodzakelijk zijn voor het zo spoedig mogelijk in gebruik nemen van de woonruimte. 3. De eigenaar kan gemotiveerd verzoeken om de termijn, bedoeld in het tweede lid, onder e, eenmaal te verlengen met een periode van ten minste één maand. 4.
Indien een eigenaar een verzoek doet als bedoeld in het derde lid, kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met f in de oorspronkelijke leegstandbeschikking wijzigen.
Artikel 7 Leegstandbeheer Burgemeester en wethouders kunnen kwalitatieve eisen stellen aan een leegstandbeheerder waar de eigenaar een woonruimte door laat beheren.
Artikel 8 Voordracht huurder 1. Burgemeester en wethouders kunnen een huurder voordragen aan de eigenaar indien de woonruimte in een leegstandbeschikking is aangewezen als geschikt voor gebruik en als de leegstand langer duurt dan twaalf maanden. 2. De eigenaar is verplicht de huurder, bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden na de voordracht, een overeenkomst aan te bieden tot ingebruikname van de woonruimte. 3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar binnen drie maanden na de voordracht een overeenkomst is aangegaan met een andere huurder, die de woonruimte binnen een redelijke termijn in gebruik neemt.
Artikel 9 Bestuurlijke boete en last onder dwangsom 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de meldplicht als bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze verordening overeenkomstig de tabel in bijlage 1. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een last onder dwangsom opleggen bij overtredingen als bedoeld in artikel 3, 6 en 8 van deze verordening.
Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op datum.
3
2. Deze verordening wordt aangehaald als Leegstandverordening Den Haag 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>. De burgemeester,
Bijlage 1 Boetetabel Tabel bij artikel 9.1 – Boete bij overtreding meldplicht Overtreding
1e keer
Vanaf 2e keer
Artikel 18 Leegstandwet, artikel 6t Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche)
€ 2.500
€ 5.000
€ 5.000
€ 10.000
Niet-bedrijfsmatige exploitatie Artikel 18 Leegstandwet, artikel 6t Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche) Bedrijfsmatige exploitatie
4