CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323453 Rechtvaardigheid voor Queer gezinnen

Commissie Samenleving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen inzake Rechtvaardigheid voor Queer gezinnen1.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTERAAD

RIS-nummer: 323453

Schriftelijke vragen: Rechtvaardigheid voor Queer gezinnen Indiener: Robin Smit, Partij voor de Dieren

Datum: 9 oktober 2025

Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Als kersverse ouder is het laatste waar je op zit te wachten een nare ervaring bij het registreren van je kindje. Signalen van diverse Queer gezinnen in Den Haag maken pijnlijk duidelijk dat de dienstverlening in de gemeente Den Haag hun tekort doet. In het minste geval gaat het om discriminatie en bejegening maar in de meeste gevallen gaat het over het niet kunnen registreren van hun pasgeboren baby. Het gevolg: kinderen die niet in de Basisregistratie Personen opgenomen worden, ouders die hun baan op moeten zeggen omdat hun kind niet naar de dagopvang kan, of nog erger, problemen met zorgverzekeringen afsluiten met alle risico’s van dien. Hoewel landelijke wetgeving ook een belemmerende factor is, zijn andere gemeenten proactief aan de slag gegaan om deze ouders te helpen bij het registreren van hun kind. In Den Haag hebben diverse ouders in plaats van passende dienstverlening het advies gekregen naar een andere stad te verhuizen zodat daar hun kind wel geregistreerd zou kunnen worden. Overeenkomstig art.

32 van het Reglement van orde stelt het raadslid Robin Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vragen: 1) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat discriminatie of bejegening richting Queer ouders door dienstverleners van de gemeente onacceptabel is? 2) Heeft het college ook signalen ontvangen van de discriminatie en bejegening die Queer gezinnen ervaren wanneer zij bij de loketten van de gemeente komen voor het regelen van burgerzaken? Zo ja, welke signalen waren dat en welke acties heeft de gemeente daarop ondernomen? 3) Is het college het eens met de indiener dat gezinssamenstelling geen factor zou mogen zijn bij het verlenen van de rechten van kinderen en hun gezinnen? 4) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat ieder kind het recht heeft om erkend te worden, een nationaliteit te hebben en erkende ouders/verzorgers te hebben? 5) Is het college zich ervan bewust dat bij een deel van de kinderen in Queer gezinnen in Den Haag deze rechten niet verleend worden? Kan het college verklaren hoe dit kan gebeuren? 6) Wat gaat het college doen om families onder deze omstandigheden bij te staan? Om bij gedupeerden alsnog hun rechten te verlenen en vanaf nu te voorkomen dat meer kinderen in deze situatie terechtkomen? 7) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de manier waarop Queer gezinnen behandeld worden in het gemeentelijke orgaan,

niet passen bij de gestelde doelen in de Nota Inclusief Samenleven? 8) Hoe is het mogelijk dat Queer ouders en tevens Haagse burgers het advies krijgen om te verhuizen naar een andere gemeente omdat ze daar beter geholpen kunnen worden? Wat gaat het college eraan doen om dit in de toekomst te voorkomen?

Pagina 1 van 3

Gezinnen kunnen allerlei vormen aannemen. Sommige bestaan uit twee moeders, twee vaders, maar er zijn ook alleenstaande Queer ouders of meer-oudergezinnen. Dit zou geen invloed moeten hebben op de manier waarop zij behandeld worden door de dienstverlening van de gemeente. Helaas blijkt in de praktijk dat juist Queer gezinnen van verschillende samenstellingen ieder op hun eigen manier tegen barrières aanlopen en met disriminatie te kampen hebben. 9) Kan het college toelichten hoe het kan dat Queer gezinnen met zoveel obstakels te maken hebben, naast de belemmerende wetgeving, wanneer het gaat om het regelen van burgerzaken zoals geboorteaangifte, het verkrijgen van een BRP, registeren van ouders enzovoort? 10) Is er vastgesteld beleid vanuit de gemeente omtrent het afhandelen van burgerzaken voor Queer gezinnen? Zo nee, is het college bereid om beleid op te stellen voor Queer gezinnen met hulp van gemeenten waar dit beter geregeld is, ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties? Zo nee, waarom niet? 11) Hoe kan het dat op bepaalde locaties Queer gezinnen verschillende mate van discriminatie en bejegening hebben doorstaan en op andere locaties niet? Kan het college uiteenzetten wat er wordt gedaan om dit te voorkomen? 12) Kan het college toelichten waarom het volgen van de diversiteitstrainingen door dienstverleners een vrijwillige keuze is? Waarom is het niet verplicht dat

iedereen van burgerzaken aan de loketten deze trainingen volgt? Is het college bereid om dit alsnog verplicht te maken? 13) Is het college het met de indieners en het coalitieakkoord eens dat dienstverlening ‘toegankelijk, nabij, aanspreekbaar, integraal en meedenkend met de vraagsteller’ moet zijn? Welke verbetertrajecten worden ingezet met betrekking tot hulp aan Queer gezinnen? Veel Queer ouders bereiden hun kinderwens uitgebreid voor, in dit traject hebben zij veelal ook contact met de gemeente met de vraag wat zij allemaal moeten regelen, welke papieren zij nodig hebben bij aanvragen en registratie BRP. In de praktijk blijkt dat de vooraf gegeven informatie afwijkend is van de informatie die gegeven wordt op het moment dat deze ouders daadwerkelijk bij het gemeentelijke loket staan om hun kind te registreren. Dit heeft allerlei gevolgen gehad voor de ouders.

14) Hoe is het mogelijk dat Queer gezinnen uren moeten wachten bij het registeren van hun baby, en dat er soms meer dan een jaar overheen gaat voordat de inschrijving van deze kinderen geregeld is? Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat dit zeer onwenselijk is, discriminerend en totaal niet inclusief? Zo nee, waarom niet? 15) Hoe kijkt het college naar de ouders die negatieve ervaringen hebben doorstaan zoals deportatieverzoeken van het kind, ziekteverzuim vanwege de stress of ontslag nemen van de baan vanwege het niet verkrijgen van kinderopvangtoeslag, doordat hun kind niet op tijd geregistreerd is vanwege de slechte dienstverlening? 16) Is het college bereid om de Queer gezinnen die gediscrimineerd zijn te spreken om verbeteringen die binnen de dienstverlening nodig zijn door te voeren? Zo nee, waarom niet? 17) Is het college bereid om de website van de gemeente aan te passen en te voorzien van de juiste terminologie wanneer het over Queer gezinnen gaat? Is het college daarnaast bereid om duidelijk te communiceren op de website wat Queer gezinnen kunnen verwachten wat betreft dienstverlening omtrent registratie van hun kind? Zo nee, waarom niet? In de gemeente Amsterdam is een protocol gezamenlijk met Queer ouders, belangenorganisaties en advocaten opgesteld, waarin alle wettelijke mogelijk- en onmogelijkheden zijn opgenomen.

18) Is het college bereid om het protocol van Amsterdam omtrent burgerzaken van Queer gezinnen over te nemen? Zo nee, waarom niet?

Pagina 2 van 3

Robin Smit Partij voor de Dieren

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16074549/1