RIS323429 Beantwoording SV Bouw de stad ook voor vrouwen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
19 december 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Bos en mevrouw Holman, luidend: ‘Bouw de stad ook voor vrouwen’
DSO/10982934 RIS323429
De raadsleden mevrouw Bos en mevrouw Holman hebben op 6 oktober 2025 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad beantwoordt het college deze vragen als volgt: Op 24 september jl. publiceerde NRC het artikel “De stad is gebouwd voor en door de man – de vrouw voelt zich met een bushalte naast het café een stuk veiliger”, over hoe vrouwen en meisjes niet of minder goed worden meegenomen in stadsplanning en stadsontwikkeling. 1.
Is het college bekend met het benoemde artikel van het NRC? Zo ja, hoe reflecteert het college op de inhoud van dit artikel met betrekking tot de Haagse context?
Ja, het college is bekend met het artikel en door de actualiteit krijgt dit onderwerp recent meer aandacht. Dit vinden we een goede ontwikkeling, die ook in Den Haag steeds breder gedragen wordt en ook tot een meer wenselijke situatie voor vrouwen zal leiden. Het is voor het college belangrijk om meer in te zetten op een gendersensitieve buitenruimte en sterker aandacht te geven aan het perspectief van vrouwen, meisjes en queerpersonen. De afgelopen jaren is die verhouding in onderwijs, ontwerpbureaus en gemeentes verschoven van vooral mannen naar een gelijkere genderverdeling stedenbouw en planologie professionals. Ook bij de afdelingen Stedenbouw & Planologie van de gemeente Den Haag is dit het geval. Tegelijkertijd blijft dit onderwerp over de breedte van het werkveld van stedenbouw, architectuur en vastgoed aandacht verdienen. In het artikel wordt benoemd dat “In Nederland is in de stedenbouwkunde te weinig aandacht voor hoe vrouwen de stad ervaren. Gemeenten hebben volgens deze deskundigen lang niet erkend dat steden zijn gebouwd met hun oorspronkelijke ontwerper in het achterhoofd: de man.” 2.
Hoe reflecteert het college op deze uitspraak? Kan het college een overzicht geven van de laatste 5 jaar over hoe en wanneer (en bij welke projecten) de behoeftes en ervaringen van vrouwen expliciet zijn meegenomen in het stedenbouwkundig ontwerp?
In Den Haag staat het ontwerpen van een leefbare openbare ruimte waar iedereen zich prettig en veilig voelt centraal. Daarbij wordt rekening gehouden met de diversiteit aan gebruikers en ervaringen in de stad. De recent vastgestelde Omgevingsvisie (RIS322469) benadrukt het belang van een zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte, met kansen om elkaar te ontmoeten en gemeenschapszin en buurtgevoel te stimuleren. Veilige, gezonde en verbindende plekken dragen bij aan sociale veiligheid, zeker ook ‘s avonds. In de realisatiestrategie van de omgevingsvisie is dit benoemd als een strategische keuze. De aandacht voor een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte sluit aan bij eerdere gemaakte keuzes en zijn vastgelegd in onder meer de Structuurvisie CID (RIS307135), de Structuurvisie Zuidwest 2040 (RIS315261) en het gebiedsprogramma Binckhorst (RIS322967).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10982934
Vrouwen zijn voor het college een belangrijke klankbordgroep waar het gaat om de planvorming voor de openbare ruimte. Het college realiseert zich dat dit extra aandacht vraagt. Participatie speelt bij alle projecten een belangrijke rol in het ontwerpproces. Lokale opgaven worden in samenwerking met maatschappelijke organisaties en bewoners opgepakt. Dit wordt mede gevoed door leefbaarheids- en veiligheidsonderzoeken. Op deze manier wordt het sociale component vanaf het begin van het ontwerpproces al integraal meegenomen. “Terwijl in andere steden in Europa en Zuid-Amerika bij het inrichten van steden al langer wordt nagedacht over de veiligheid en ervaringen van vrouwen en lhbtiqa-ers, lopen Nederlandse steden achter.” 3.
Hoe reflecteert het college op deze uitspraak? Hoe wordt de veiligheid van vrouwen en queer mensen in Den Haag expliciet meegenomen in het ontwerp van de openbare ruimte en bij stedenbouwkundige ontwerpen in de brede zin?
Recent is het meldpunt onveilige plekken geopend. Hier kunnen onveilige plekken gemeld worden, zie ook bij vraag 5. In Den Haag willen we een openbare ruimte maken die rekening houdt met de verschillende mensen en ervaringen in de stad. Er vindt onderzoek plaats naar hoe verschillende groepen de openbare ruimte ervaren. Op basis daarvan werken we verder, zowel op specifieke plekken als stadsbreed. Met het pilotonderzoek ‘Voor iedereen een veilig en inclusief Hollands Spoor- en Campusgebied’ (RIS323675) is onderzocht hoe vrouwen en queerpersonen de openbare ruimte ervaren en welke aandachtspunten er zijn. De uitkomsten van het pilotonderzoek zijn o.a. verwerkt in het Buitenruimteplan Laakhavens (RIS 324255) en worden meegenomen in de hierop volgende ontwerpfases. Hierbij wordt ook aandacht gegeven aan toegankelijkheid en inclusiviteit voor andere doelgroepen zoals kinderen, ouderen en mensen met een beperking. Het pilot onderzoek vormt tevens de basis voor een stadsbreed traject waarin samen met bewoners en organisaties inclusieve ontwerpprincipes worden ontwikkeld. Deze trajecten sluiten goed bij aan bij het onderzoek en de ambitie om gender- en queer-sensitief ontwerpen integraal mee te nemen in het ontwerpen van openbare ruimte en stedenbouwkundige ontwerpen.
Het artikel benoemt dat langzamerhand steden in Nederland wel beginnen in te zien dat er wat moet veranderen en ook dat deze kennis al bij veel onderzoekers aanwezig is. Echter geeft het artikel aan dat geldende regels en normen de implementatie vaak nog in de weg zit. 4.
Kan het college, indien van toepassing, een overzicht geven van geldende regels en normen wat betreft de inrichting van de publieke ruimte en stedenbouwkunde, die inclusief design en vrouwvriendelijkere stedenbouwkunde in Den Haag in de weg zitten? Indien niet van toepassing, kan het college dan aangeven op welke wijze ze een bestaande situatie kan beoordelen op sociale veiligheid, zowel kwantitatief als kwalitatief?
De openbare ruimte is er voor iedereen; iedereen doet mee. De kadernota openbare ruimte (RIS310884) heeft als een van de beleidsdoelen “Veiligheid en weerbaarheid bevorderen”. Een goede openbare ruimte helpt de sociale veiligheid te bevorderen. De Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR) heeft een adviserende en toetsende rol bij plannen voor de inrichting van de openbare ruimte. De ACOR onderkent dat sociale veiligheid een belangrijk aspect is bij het realiseren van een kwalitatieve en leefbare omgeving en neemt dit onderwerp mee in de beoordeling van plannen. Voor het ontwerpen van de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van het handboek openbare ruimte.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10982934
Het handboek openbare ruimte bestaat uit ontwerprichtlijnen die ervoor zorgen dat de openbare ruimte voor de inrichting, gebruik en onderhoud in samenhang wordt ontworpen en toekomstbestendig te beheren is. 5.
Heeft het college een overzicht van de 20 meest sociaal onveilige plekken in de stad? Zo nee, is het college bereid om deze plekken te inventariseren? Zo ja, kan het college dit overzicht delen?
Via de tweejaarlijkse veiligheidsmonitor wordt uitgevraagd waar men straatintimidatie heeft ervaren. Deze plekken worden in kaart gebracht. De meest recente kaart is te vinden op denhaag.nl/straatintimidatie. De verwachting is dat de nieuwe kaart, op basis van de Veiligheidsmonitor die nu wordt uitgevoerd, in Q2 van 2026 online gaat. Op basis van deze kaart is goed inzichtelijk te krijgen waar in de stad men het vaakst sociale onveiligheid ervaart. Onveilige plekken kunnen gemeld worden bij het meldpunt onveilige plekken en de Haagse veiligheidsregisseurs, zie ook https://www.denhaag.nl/nl/veiligheid/onveilige-plek-melden/. Veiligheidsregisseurs werken aan de openbare orde en veiligheid in Den Haag en zijn vaak in de wijken en praten daar met mensen. Sinds de recente opening van het meldpunt voor onveilige plekken in de stad zijn meldingen binnengekomen, deze worden meegenomen in de aanpak van sociaal onveilige plekken in de stad. “Kijk ook naar het buitenland, zeggen de stadsontwerpers. In de buitenwijken van Barcelona kun je als busreiziger vanaf 22:00 uur zelf een stop aanvragen op de route, zodat je niet lang naar huis hoeft te lopen.” 6.
Is het college bereid om in gesprek met de MRDH en de HTM na te gaan om een dergelijke regeling, eventueel in pilotvorm, ook in Den Haag in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Het college voert regelmatig gesprekken met de MRDH en HTM over sociale veiligheid. Sociale veiligheid in breedste zin in en rondom het openbaar vervoer is een belangrijk aandachtspunt, en initiatieven die hieraan bijdragen verdienen serieuze aandacht. Tegelijkertijd erkennen wij de grote zorgen die HTM en de MRDH uitspreken over de praktische en verkeersveiligheidsaspecten van het voorstel van een dergelijke pilotvorm. Op 16 mei 2019 diende GroenLinks de motie “Maak een punt van sociale veiligheid” (RIS302608) in, waarin aandacht werd gevraagd voor de sociale veiligheid rondom bouwplaatsen in het HSkwartier en de Haagvlietpoort. In de afdoening van deze motie wordt benoemd dat er een quickscan zal worden uitgevoerd, er maatregelen zullen worden genomen waarover de raad gerapporteerd zal worden en deze maatregelen ook geëvalueerd zullen worden. 7.
Kan het college een update geven van de maatregelen, rapportage en evaluatie die in de afdoening van deze motie zijn toegezegd?
In de afdoening van deze motie is toegezegd om voor het eerste plan dat in uitvoering gaat in het CID als experiment, in aanvulling op het BVC-plan, aan de initiatiefnemer wordt gevraagd om een quickscan sociale veiligheid rondom de bouwplaats uit te voeren. De uitvoering van het bouwproject op het KJ-plein is het eerste bouwproject in het CID dat is gestart. De quickscan over de sociale veiligheid rondom de bouwplaats is door de initiatiefnemer opgesteld. Enkele voorbeelden van de genomen maatregelen zijn de materialisering, verlichting en hoogte van de bouwcorridor en er gaat veel aandacht naar de leefbaarheid en de bereikbaarheid voor voetgangers en fietsers.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10982934
Bestaande routes zijn zoveel mogelijk gehandhaafd. Ook wordt er een telefoonnummer vermeld voor calamiteiten dat 24 uur per dag bereikbaar is. In RIS321309 “Cities in Placemaking Netwerk” wordt aangegeven dat er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een Haagse Placemaking Aanpak. 8.
Hoe worden principes uit gendermainstreaming en andere principes, die expliciet de ervaringen van vrouwen en queer personen meenemen wat betreft de inrichting van de openbare ruimte, meegenomen in de in ontwikkeling zijnde Haagse Placemaking Aanpak?
Eén van de vier gekozen thema’s binnen het Cities in Placemaking Netwerk voor de komende twee jaar is: ‘Radical Inclusion’. De focus van de Haagse inbreng binnen dit thema is gericht op de inrichting van de buitenruimte met een focus op gendersensitiviteit en -inclusiviteit, waarbij er o.a. in samenwerking met de nieuwgekozen nachtburgemeester een relatie gelegd wordt met de doelen uit de Nachtvisie (RIS319421). De eerste activiteiten binnen dit thema waren zichtbaar tijdens het Stadmakersfestival op 21 november 2025. Er zijn meerdere programmadelen geweest die op verschillende manieren het thema inclusiviteit behandelen. Op het thema van toegankelijke stad zijn er ervaringswandelingen geweest voor deelnemers om te beleven hoe het is om de stad te ervaren als een persoon met een beperking. Ook is er een sessie en een wandeling georganiseerd over het thema veiligheidsbeleving: in groepen is in kaart gebracht welke plekken fijn zijn voor vrouwen en queerpersonen – en waar verandering nodig is. Op 27 november 2025 organiseerde de gemeente Den Haag een stadsdialoog met de titel “Gesprek over gendersensitieve openbare ruimte” om de veiligheid van vrouwen te bespreken. Deze dialoog maakt deel uit van de campagne “Orange the World” tegen geweld tegen vrouwen.
Bewoners, architecten en gemeentemedewerkers gingen in gesprek over de vraag of openbare ruimtes zijn ontworpen om veilig, gastvrij en inclusief te zijn voor iedereen, inclusief vrouwen en queer personen. De uitkomst van de gesprekken wordt vanaf Q1 2026 meegenomen in een onderzoek van de gemeente Den Haag naar “Fijne plekken in de stad voor vrouwen en queerpersonen”. Ook in Den Haag wordt er al wel onderzoek gedaan naar het gevoel van (on)veiligheid van vrouwen en meisjes op straat. 9.
Wanneer worden de resultaten van het eerder toegezegde onderzoek (zoals benoemd in de beantwoording van vraag 5 van de schriftelijke vragen “Vrouwen veilig op straat” RIS321548) over de veiligheidsbeleving rondom station HS verwacht?
Het onderzoek ”Gendersensitieve buitenruimte Hollandspoor/ Laakhavens” (RIS323675) is 21 november 2025 gedeeld met de raad. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4