RIS323425 Erken de Palestijnse staat
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 323425
Schriftelijke vragen: Erken de Palestijnse staat Indiener: Leonie Gerritsen, Partij voor de Dieren
Datum: 06 oktober 2025
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Steeds meer landen erkennen de Palestijnse staat. De afgelopen weken voegden naast Frankrijk, ook Andorra, België, Luxemburg, Malta, Monaco, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada zich hierbij. Ook demonstreerden op 5 oktober naar schatting 250.000 mensen voor stevige, politieke, economische en diplomatieke maatregelen om de Nederlandse medeplichtigheid aan de genocide in Gaza te stoppen. Erkenning van staten wordt vaak formeel door andere staten gedaan. Toch kunnen gemeenten, zeker een stad als Den Haag, niet stil blijven waar fundamentele mensenrechten op het spel staan. Vanuit haar rol als internationale stad van vrede en recht kan Den Haag een krachtig signaal geven dat zij het Palestijnse recht op zelfbeschikking en bescherming onder internationaal recht onderschrijft. Overeenkomstig art.
32 van het Reglement van orde stelt het raadslid Leonie Gerritsen, Partij voor de Dieren, de volgende vragen: 1) Is het college bekend met het feit dat erkenning van Palestina het Palestijnse recht op kernprincipes van het internationaal recht bevestigt, zoals zelfbeschikking, zelfbestuur, territoriale integriteit en veiligheid? 2) Is het college het met de indiener eens dat het erkennen van de Palestijnse staat van belang is, omdat Palestina daarmee recht krijgt op een volwaardig lidmaatschap van internationale organisaties, verdragen en instituties, zodat Palestina een eerlijke stem binnen de wereldgemeenschap krijgt? 3) Is het college het met de indiener eens dat het belangrijk is dat de Palestijnse staat internationaal wordt erkend, zodat deze formeel onder de bescherming van het internationaal recht wordt geplaatst, inclusief het verbod op het gebruik van geweld? 4) Is het college het met de indiener eens dat dit de rechtspositie van Palestina tegenover Israël zou versterken en een gelijkwaardige basis voor vredesonderhandelingen zou bevorderen? 5) Is het college het met de indiener eens dat Den Haag - internationale stad van vrede en recht, thuisstad van het Vredespaleis, Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof - de aangewezen stad is om de Palestijnse staat te erkennen? 6) Is het college het ermee eens dat gemeenten, door de Palestijnse staat te
erkennen, een belangrijk signaal kunnen afgeven, zowel internationaal als richting de landelijke overheid? 7) Is het college bereid om in woord en daad Palestina als staat te erkennen, onder andere door de Palestijnse missie vanaf nu aan te spreken als ambassade en de vertegenwoordiger als ambassadeur en hem ook als zodanig uit te nodigen voor bijeenkomsten waar andere staten voor worden uitgenodigd? 8) Is het college bereid om de landelijke overheid op te roepen om over te gaan tot het erkennen van de Palestijnse staat? Pagina 1 van 2
Leonie Gerritsen Partij voor de Dieren
Pagina 2 van 2