RIS323383 Notulen van de raad van 10 juli 2025
Tekst van het document
Vergadering gemeenteraad Den Haag gehouden op donderdag 10 juli 2025 (Geopend te 14.00 uur) Voorzitter: de burgemeester, mr. J.H.C. van Zanen Griffier: drs. C.G.C.M. Blankwaard-Rombouts
Agenda A. Vaststelling agenda B. Stad in de raad Beraadslaging over Agendapunten C, D en E worden gezamenlijk besproken C. Voorstel van het college inzake Doorontwikkeling regionale jeugdhulp 2027 (RIS322101) D. Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS322471) E. Gewijzigd voorstel van het college inzake concept Zienswijze begrotingswijziging 2025 en ontwerpbegroting 2026 gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (RIS322354) F. Voorstel van het college inzake de investeringen en tijdelijke ingebruikname betreffende Locatie SoZa (RIS322395) G. Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies tijdelijke opvanglocatie Calandstraat 12 (RIS322600) H. Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies tijdelijke opvanglocatie Saturnusstraat 9 (RIS322601) Voorstel van het college inzake Ontwikkelingsovereenkomst United Fish Auctions (RIS322415) I.1 Openbare aankondiging tot sluiting van de deuren ten behoeve van een besloten vergadering in verband met geheime bijlage bij raadsvoorstel RIS322415 J. BESLUITENLIJST: Voorstel van het college inzake Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Plein 1813 4 en 5 (RIS321358) Agendapunten K en L worden gezamenlijk besproken K. Voorstel van het college inzake Kwaliteitsplan Zuidwest (RIS322208) (agendapunt niet aan de orde geweest) L.
Voorstel van het college inzake Ambitie en scopebepaling Morgenstond (RIS322209) (agendapunt niet aan de orde geweest) Agendapunten M en N worden gezamenlijk besproken M. Gewijzigd voorstel van het presidium inzake vaststelling nieuw Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad (RIS322487) N. Gewijzigd voorstel van het presidium inzake vaststelling nieuwe Verordening Raadscommissies 2025 (RIS322488) O. Voorstel van het college inzake Programmaboek versterken ondernemersklimaat Schilderswijk en Transvaal (RIS320937) P. Gewijzigd initiatiefvoorstel VVD: Leven in de Noordboulevard (RIS319342) Q. Gewijzigd initiatiefvoorstel Hart voor Den Haag: Zeehelden eren in Kijkduin (RIS319697)
1
Afronding debat commissie R. Beantwoording schriftelijke vragen inzake ‘Stop met bizarre verkeersplannen voor de Daal en Bergselaan’ (RIS322095) S. Vervolgbrief (1 mei 2025) namens het Comité Rijrichting Bohemen Rechts inzake wijziging rijrichting straten Bohemen rechts T. Commissiebrief inzake Tramlijn 12 door de Goudenregenstraat (RIS319478) U. Beantwoording schriftelijke vragen inzake 'Honden in het stadhuis' (RIS321616) V. Commissiebrief inzake Niet ophalen huishoudelijk restafval en GFT door staking (RIS322405) W. Stand van zaken ontwikkelingen Weigeliaplein (agendapunt niet aan de orde geweest) X. Raadsmededeling inzake 4e stand van zaken opvanglocatie Sportlaan (RIS321957) Y. Commissiebrief inzake Nieuwe investeringsgebieden (RIS319429) Stemmingen (incl. gestaakte stemmen raad 9 juli) De voorzitter. Ingevolge het Reglement van orde open ik de vergadering.
Presentielijst Aanwezig zijn 44 leden: Ahraui (PvdA), Arp (SP), Assad (D66), Baboeram (GroenLinks), Van Basten Batenburg (VVD), Bingöl (Hart voor Den Haag), Bom (Hart voor Den Haag), Bos (GroenLinks), Van den Bos (PvdD), Butt (GroenLinks), Celik (DENK) De Vuyst (GroenLinks), Van Doorn (D66), Dubbelaar (Hart voor Den Haag), Dumoulin (VVD), Van Esch (D66), Etalle (FVD), Faïd (HSP), Gerritsen (PvdD), Van den Goorbergh (Hart voor Den Haag), Groenewold (D66), De Groot (CDA), Guernaoui (Hart voor Den Haag), Hofstra (VVD), Holman (PvdA), Klokkenburg-Reedeker (CU/SGP), Mahmood (DENK), Martinez van Andel (Hart voor Den Haag), Martini (Hart voor Den Haag), Meinesz (Hart voor Den Haag), Mekers (D66), De Mos (Hart voor Den Haag), Mostert (D66), Noorlander (D66), Partiman (CDA), Peeck (VVD), De Ridder (VVD), Sewtahal (Hart voor Den Haag), Sluijs (Hart voor Den Haag), Smit (PvdD), Thepass (GroenLinks), Uduba (VVD), Verdonk (Hart voor Den Haag), Verduin (D66). Afwezig: Kaptheijns (PVV)
De voorzitter. Aangezien het vereiste aantal leden aanwezig is, kan de vergadering voortgang vinden. Fijn dat u er bent. Ik open de vergadering op donderdag 10 juli 2025. Ik hoop dat u goed heeft geslapen en een beetje bent uitgerust. Welkom allemaal, ook de mensen op de publieke tribune en de mensen thuis. Bericht van verhindering is ontvangen van de heer Kaptheijns in verband met ziekte. Opnieuw beterschap. Mevrouw De Groot en mevrouw Baboeram hebben aangegeven later aanwezig te zijn. Graag uw aandacht voor de vergaderafspraken. We vergaderen via de voorzitter; dat ben ik of dat is meneer Sluijs. Voer eventuele andere gesprekken alstublieft buiten deze vergaderzaal, zodat we de insprekers en ook uzelf goed kunnen horen en het debat kunnen volgen. Dat debat gaat op de inhoud, niet op de persoon. De insprekers hebben drie minuten. Dat komt allemaal goed. U mag helaas niet laten blijken of u het ergens mee eens bent of niet, want in het Reglement van Orde hebben we opgeschreven dat we dat niet willen, omdat dat afleidt. Alle stemmingen zijn aan het eind van de vergadering, waarna er gelegenheid is voor het afleggen van stemverklaringen. Met de fractievoorzitters is afgesproken om de vergadering uiterlijk om 0.00 uur te sluiten, inclusief de stemmingen.
Mocht het noodzakelijk zijn in verband met termijngebondenheid van het agendapunt, dan is er een uitloop tot uiterlijk 01.00 uur, dus niet tot 01.30 uur.
2
Aan de orde is: A.
Vaststelling agenda.
De voorzitter. Kunt u instemmen met de agenda? Fatima Faïd (HSP). Goedemiddag, voorzitter. Ik stel voor om het Weigeliaplein vandaag van de agenda af te halen en te verplaatsen naar september, als iedereen dat oké vindt. De voorzitter. Ik kijk de kring rond. Dat is akkoord. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. In het kader van de vergaderhygiëne stellen wij voor om ook de raadsvoorstellen over Zuidwest en Morgenstond te verplaatsen naar september. De voorzitter. Dat is volgens mij ook afgestemd. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik vergat daarbij te zeggen: eerst de commissie in september. Dat is de afspraak. De voorzitter. Het komt dus terug, maar het komt eerst weer in de commissie. Is dat akkoord? Dat is het geval. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. We gaan het in het openbare deel hebben over de UFA. Ik wil in een besloten deel een motie indienen. Dat geef ik alvast aan, omdat dat voorbereiding vergt en omdat we dat in de timing net voor of na een schorsing kunnen doen. De voorzitter. Zeker. Daar gaan van vanaf nu rekening mee houden. We hebben maandag natuurlijk gehoord dat dit mogelijk het geval zou zijn. We kijken even hoe dat loopt, maar dat gaan we op tijd melden, want dan moet er natuurlijk ook gestemd worden, waarschijnlijk ook in beslotenheid. Dat hoort u straks; dat melden we tussendoor.
Ik kijk naar Hart voor Den Haag, dat iets zou laten weten over agendapunt J. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik heb getracht contact te krijgen met collegaraadslid Kaptheijns van de PVV-fractie. Dat is mij niet gelukt. Ik weet dat de PVV gevraagd had om agendering in de commissie. Daarom staat het nu op de agenda en niet op de besluitenlijst, maar ik kan niet anders dan u vragen om het nu dan maar op de besluitenlijst te zetten. De voorzitter. Er ligt nu vast dat u een poging heeft gedaan. Zeer sympathiek. Dit gaat dus naar de besluitenlijst. Is dat akkoord? Dat is akkoord. Er stond geen besluitenlijst op deze agenda. We voegen nu dus een agendapunt toe voor de besluitenlijst. Daarop staat dan agendapunt J, de ontwerpverklaring van geen bedenkingen Plein 1813 4 en 5. We zien straks in de notulen hoe dit op een charmante manier in alle openheid op de besluitenlijst terecht is gekomen. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.
Aan de orde is: B.
Stad in de raad.
De voorzitter. Er is één inspreker aangemeld. Dat is meneer Boenders. U heeft drie minuten. Het is echt na drie minuten afgelopen, maar volgens mij bent u bekend met de gang van zaken hier. 3
De heer Boenders (N). Ziet u nu dat inspreken niet de oorzaak is van lange vergaderingen? Er is immers maar één inspreker. Ik spreek tot u als usual subject en niet als usual suspect. Hoezo geen inspraak? Hoezo staan de standpunten al muurvast? Tot op heden is niet goed onderzocht waarom mensen komen inspreken in een raadsvergadering. Worden er nooit moties aangepast? Wordt er zelfs naar aanleiding van inspraak geen amendement ingediend en wordt er geen voorstel door het college gewijzigd of ingetrokken? Deze raad moet niet vergeten dat hij door minder dan 50% van de kiesgerechtigden is gekozen. Met zo'n percentage aan stemmen in deze vergadering haalt geen enkel voorstel de eindstreep. Het is nogal wat om dan betrokken burgers het nakijken te geven. De voorbeelden van het presidium, Rotterdam en Amsterdam, hadden veel minder opkomst dan hier in Den Haag. In het voortraject gaat er kennelijk iets niet goed als er in de raad ineens veel insprekers zijn. Aan wie ligt dat dan? Aan het handelen van het college? Ik schat dat dat in de meeste gevallen de oorzaak is van het hoge aantal insprekers. Meestal is er dan iets mis in het voortraject. Ga daar dan iets aan doen. Laat het college eens meer gebruikmaken van de kennis die aanwezig is in de stad, niet door daar alleen naar te luisteren maar door daar ook iets mee te doen.
Het is ook rampzalig hoe weinig kennis er wordt overgedragen in het ambtelijk apparaat. Neem de Prinsestraat, autoluw. Wat hebben we op dat punt geleerd van de Zoutmanstraat? 'De Zoutmanstraat autoluw? Waar heb je het eigenlijk over?' Wie is er niet voor meer draagvlak en wie is er niet voor minder nasleep? Hou dat bij een volgend voorstel dus even in gedachten en ga daarmee aan de slag. Dank u wel. Ik heb twee minuten over. Dus jullie zijn snel klaar. De voorzitter. Dank u wel, meneer Boenders. Gisteren waren er 26 insprekers, maar dat heeft u mogelijk gemist.
Aan de orde is: C.
Voorstel van het college inzake Doorontwikkeling regionale jeugdhulp 2027 (RIS322101).
D. Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de verordening jeugdhulp Den Haag 2024 (RIS322471). E. Gewijzigd voorstel van het college inzake concept Zienswijze begrotingswijziging 2025 en ontwerpbegroting 2026 gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (RIS322354). De voorzitter. We gaan deze agendapunten gezamenlijk bespreken. We gaan er natuurlijk wel apart over besluiten. De beraadslaging wordt geopend. Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Mijn collega Lisa van de Voort heeft zich heel erg ingezet voor dit onderwerp. Dus mede namens haar het volgende. Ieder kind heeft recht op de juiste hulp en ondersteuning als die nodig is. Schoolmaatschappelijk werkers spelen hier een belangrijke rol in. Het is voor kinderen belangrijk om op een laagdrempelige manier hulp te krijgen binnen de vertrouwde omgeving van de school. Daarom baart het mijn fractie zorgen dat middelbare scholen uit heel Den Haag aan de bel trekken over schoolmaatschappelijk werkers die vertrekken. De overgang naar Kracht en rondomJou verloopt allesbehalve soepel.
Daarom dient mijn fractie de motie Ga in gesprek met vertrekkend schoolmaatschappelijk werkers in, met als dictum: verzoekt het college na het reces een stand-van-zakenbrief naar de raad te sturen waarin een overzicht wordt gegeven van het aantal scholen waar een schoolmaatschappelijk werker actief is en in welke mate het hier gaat om vaste gezichten en hierbij ook te evalueren hoe de nieuwe werkzaamheden van schoolmaatschappelijk werkers en het extra aantal uren uitwerken in de praktijk. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de landelijke bezuinigingen op jeugdzorg, die ook lokaal doorwerken. GroenLinks blijft hopen dat een volgend kabinet deze bezuinigingen op kwetsbare 4
kinderen zal terugdraaien. Tot die tijd blijven we ons in de stad inzetten voor goede hulp voor alle kinderen. De voorzitter. Door mevrouw Butt wordt de volgende motie (C.1 GL) ingediend:
Motie C.1 GL Ga in gesprek met vertrekkende smw+ers De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 juli 2025, ter bespreking van ‘Voorstel van het college inzake Doorontwikkeling regionale jeugdhulp 2027 (RIS322101)’, Overwegende, dat: ▪ de onderwijsjeugdhulparrangementen (OJA’s) en schoolmaatschappelijk werk+ (smw+) per 1 augustus 2025 onderdeel worden van de opdracht aan de samenwerkingsverbanden Jeugd- en gezinshulp Kracht en rondomJou; ▪ op 2 april 2025 de Raad van Aangesloten Schoolbesturen van SWVZHW in de brief ‘Uitvoeringsproblemen in de Haagse Jeugd- en Gezinshulp’ aan de wethouder zorgen uitten over de uitbreiding van de aanbesteding met SMW+ en OJA’s, vraagtekens hebben of de samenwerkingsverbanden Jeugd deze omvangrijke opdrachten kunnen vervullen en grote onduidelijkheid ervaren over de overdracht en continuïteit; ▪ de schoolmaatschappelijk werker (smw+’er) het vaste gezicht op school is en een cruciale rol speelt voor leerlingen, gezinnen en onderwijsinstellingen. Constaterende, dat: ▪ er signalen van scholen komen dat een deel van de smw+’ers op scholen inmiddels vertrokken is; ▪ leerlingen, gezinnen en onderwijsinstellingen hierdoor een vertrouwd gezicht verliezen; ▪ scholen zorgen hebben geuit over de continuïteit en de beperkte tijd waarin de vertrekkende smw+’ers een overdacht moet doen.
Verzoekt het college: ▪ na het reces een stand van zakenbrief naar de Raad te sturen waarin een overzicht wordt gegeven van het aantal scholen waar een smw+’er actief is en welke mate het hier gaat om vaste gezichten; en ▪ hierbij ook te evalueren hoe de nieuwe werkzaamheden van smw+’ers en het extra aantal uren uitwerkt in de praktijk. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Het is van groot belang dat kinderen en jongeren de hulp krijgen waaraan ze behoefte hebben, want de jeugd heeft de toekomst. Het is dan ook schrijnend dat zoveel kinderen in onze regio nu jeugdhulp nodig hebben, want het is niet alleen financieel maar ook emotioneel kostbaar voor kinderen, gezinnen en het netwerk. Mijn fractie is blij dat in de inkoopstrategie, net zoals we dat hier lokaal doen, het streven is opgenomen om een verschuiving van individueel gerichte zorg naar collectieve en gezinsgerichte zorg te realiseren. Een kind hoort immers zo veel mogelijk thuis op te groeien en ontwikkelt zich het best in een liefdevolle gemeenschap op school en in de wijk. De ChristenUnie/SGP vindt het niet per se verkeerd dat in het dictum van de inkoopstrategie staat dat liefdevolle jeugdhulp als leidend uitgangspunt genomen wordt. 'Liefdevol' is een prachtig woord, vooral gevoelsmatig.
In professionele context is het een lege huls als het niet gevuld is. Daarom is uitleg of uitbreiding nodig. ExpEx, de organisatie van ervaringsdeskundigen, die de term 'liefdevol' heeft aangedragen, noemt naast die term juist ook altijd de gelijkwaardigheid. Daarom zouden we die graag willen meegeven om die bij de verdere doorontwikkeling mee te nemen. Daarom 5
dien ik samen met collega Verdonk van Hart voor Den Haag een motie in waarvan het dictum luidt: verzoekt het college bij de verdere doorontwikkeling liefdevolle en gelijkwaardige jeugdhulp als leidend uitgangspunt te nemen en dit samen met JONG doet mee!, ExpEx en andere ervaringsdeskundigen in te vullen en te concretiseren. Fatima Faïd (HSP). Ik vraag me af waarom u geen keuze maakt tussen 'liefdevol', dat al in de stukken stond, en 'gelijkwaardigheid'. Want zoals u al zei, klinkt 'liefdevolle hulp' mooi, maar het zegt mij en volgens mij ook u niks. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Het woord 'liefdevol' zegt mij heel veel, met name in persoonlijke context, maar de motie vraagt om beide uit te werken. Daarin wordt dus ook juist gevraagd om met JONG doet mee! en ExpEx in gesprek te gaan over wat de uitwerking moet zijn en hoe we de inkoopstrategie zo kunnen aanpassen dat 'liefdevol' ook ingevuld en verankerd wordt in het beleid. Mijn fractie is zeer blij dat we vandaag een herziene verordening kunnen vaststellen, waarin de rechtsbescherming van jongeren beter is geborgd. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk, wordt de volgende motie (C.2 CU/SGP) ingediend:
Motie C.2 CU/SGP Liefdevolle én gelijkwaardige jeugdhulp De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 juli 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Doorontwikkeling regionale jeugdhulp 2027 (RIS322101), constaterende, dat: ▪ in het gezamenlijk gedeeld advies van de cliëntenraden Sociaal Domein benadrukt wordt dat vooraf duidelijke inkoopcriteria moeten worden vastgesteld (RIS322101); ▪ 'liefdevolle jeugdhulp' als leidend uitgangspunt wordt genomen voor de inkoopstrategie; overwegende, dat: ▪ 'liefdevol' een prachtig woord is, maar in professionele context een lege huls, en daarom uitleg dan wel uitbreiding behoeft; ▪ jeugdhulp te allen tijde in het belang van het kind moet zijn, gericht op de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind; ▪ het daarbij van belang is dat het kind niet behandeld wordt als 'probleem' en er respectvol wordt omgegaan met de ouders; ▪ 'liefdevol' in één adem wordt genoemd met 'gelijkwaardigheid' door ExpEx, een organisatie bestaande uit ervaringsdeskundigen uit de jeugdhulp, die ook de workshop 'liefdevolle en gelijkwaardig jeugdzorg' aanbiedt (Workshop liefdevolle en gelijkwaardige jeugdzorg: een terugblik – Stichting ExpEx); verzoekt het college: ▪ bij de verdere doorontwikkeling liefdevolle en gelijkwaardige jeugdhulp als leidend uitgangspunt te nemen en dit samen met JONG doet mee!, ExpEx en andere
ervaringsdeskundigen in te vullen en te concretiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Het ging gisteren tijdens de behandeling van de programmarekening al even over het beschikkingsarm werken. Het is goed dat dit nu eindelijk wordt losgelaten om de rechtsbescherming van kinderen en ouders beter te waarborgen. We hebben het in de 6
commissie al uitgebreid gehad over de voorstellen. Het punt dat overblijft, is dat schoolmaatschappelijk werkers na de zomer aan de slag gaan in een nieuwe rol. Daarom heb ik de motie Ga in gesprek met vertrekkende smw'ers van collega Butt medeondertekend, omdat het voor mijn fractie belangrijk is dat schoolmaatschappelijk werkers een vertrouwd gezicht blijven op scholen en voldoende uren hebben om ook hun nieuwe rol goed in te kunnen vullen. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. We staan voor een flinke besparingsopgave. Er is minder geld voor de jeugdhulp, terwijl de kosten toenemen. Steeds meer kinderen - inmiddels een op de zeven maken steeds intensiever en langer gebruik van de jeugdhulp. Dat kan financieel niet uit. Overvraag naar lichte hulp leidt ertoe dat de capaciteit en de middelen van de jeugdzorg versnipperen, waardoor kinderen met complexe en zware problematiek niet krijgen wat nodig is. Lokaal vraagt dat om keuzes maken. Het CDA is blij met de stappen die Den Haag lokaal heeft durven zetten om het anders aan te pakken: marktwerking eruit, niet alleen kijken naar het individuele kind, maar naar het gezin, de school, de samenleving en de oplossingen die daar liggen, vaker preventief en collectief.
Als we door een sterkere sociale basis een groter preventief en collectief aanbod en inzicht in de wachtlijsten beter kunnen prioriteren en lichte jeugdhulp kunnen bieden aan wie die echt nodig heeft, voorkomt dat escalatie van problemen doordat een kind op de wachtlijst staat en wordt jeugdhulp daar ingezet waar dat echt nodig is. Vandaag hebben we het over 'regionaal'. De zwaarste jeugdhulp organiseren we samen als regio. We staan voor een opgave van € 25 mln. in Haaglanden. Dat is fors. Daarom steunt het CDA het regionaal inkoopkader. Dat maakt het mogelijk om als regio samen te sturen en te kunnen doen wat nodig is. Door samen op te trekken met andere gemeenten zorgen we dat we de beschikbare middelen die door de landelijke bezuinigingen nog beperkter zijn, efficiënt en effectief kunnen inzetten. De wethouder neemt hierin verantwoordelijkheid. Dat vraagt bestuurlijke moed om keuzes te maken om goed samen te werken. Het CDA staat achter die koers, want het gaat erom dat we als overheid een schild zijn voor de meest kwetsbare kinderen. Dat is het belang van deze methodiek, niet door overal een beetje te doen maar door te zorgen dat we er zijn waar dat echt nodig is. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. We praten hier opnieuw over jeugdhulp en opnieuw is het beeld pijnlijk herkenbaar.
Beleid wordt gepresenteerd als 'doorontwikkeling', maar in de praktijk betekent dit dat we eigenlijk weer opnieuw beginnen, terwijl de basis nog altijd niet op orde is. En weer is dit iets van bovenaf, niet gebaseerd op wat kinderen en ouders echt meemaken maar op overlegstructuren en adviestrajecten die zich in cirkels bevinden die vooral zichzelf blijven adviseren. Wat ons ook mateloos stoort, is de manier waarop we met wettelijke rechten omgaan. Dat zal u vast niet ontgaan zijn. Zoals een gewaardeerde collega gisteren zei: we vergeten dat niet. We hebben het al zo vaak gezegd: geef bij jeugdhulp gewoon standaard een beschikking, niet omdat we dat zo leuk vinden, maar omdat het moet en omdat het de wet en het recht is. De Jeugdombudsman heeft dit keer op keer uitgelegd. Als we het nieuwe voorstel voor de verordening betreffende de beschikkingen lezen, denken we: ja, maar wat ga je nu echt doen? Een arbeidsluwe versie van iets wat de rechtspositie van gezinnen moet verzekeren, stelt ons niet bepaald gerust. We hebben daarom de motie Schikt dit het wel?, met als dictum: verzoekt het college de gewijzigde verordening en het aangepaste artikel 2.6 betreffende beschikkingen ter advisering voor te leggen aan de Jeugdombudsman en het advies van de Jeugdombudsman, samen met een reactie van het college, aan de raad toe te zenden. De voorzitter.
Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (D.1 HSP) ingediend:
Motie D.1 HSP Schikt dit het wel? De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 juli 2025, ter bespreking van agendapunt D Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de verordening jeugdhulp Den Haag 2024.
7
Constaterende, dat: • het college een gewijzigde verordening van de jeugdhulp naar de gemeenteraad heeft gestuurd met daarin een wijziging in artikel 2.6 op het gebied van beschikkingen. Overwegende, dat: • het college door de rechter is teruggefloten wegens het niet standaard verstrekken van beschikkingen; • de jeugdombudsman herhaaldelijk zorgen heeft geuit over het onderwerp beschikkingen en de wethouder meermaals heeft gewezen op het ontbreken van een juridische onderbouwing voor het beleid; • de term “arbeidsluwe vorm van beschikken” veel ruimte laat voor interpretatie en invulling. Verzoekt het college: • de nieuwe werkwijze met beschikkingen ter advisering voor te leggen aan de jeugdombudsman; • het advies van de jeugdombudsman, samen met een reactie van het college, aan de raad toe te zenden voordat de nieuwe verordening in werking treedt. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Na uren vergaderen in de commissie Samenleving en na de stevige woorden van de vorige Jeugdombudsman, mevrouw Nass, en ingediende moties om het standaard beschikken op te nemen in de Verordening jeugdzorg is het zover: rechtsbescherming door middel van een beschikking wordt een zekerheid. En dat pas na een rechtszaak in een andere stad.
Hoewel wij als SP de verordening in 2024 destijds hebben gesteund, puur omdat op dat moment een geldige verordening nodig was, steunden wij toen ook het amendement-Faïd om standaard te blijven beschikken. Mijn fractie werd niet overtuigd door de inbreng van de wethouder gisteren naar aanleiding van de motie van wantrouwen van mevrouw Faïd. Er werd keer op keer verwezen naar de VNG en naar de raad en we hoorden weinig zelfreflectie. Ook misten wij eigenlijk excuses aan de Jeugdombudsman. Zij was degene die keer op keer aangaf hoe belangrijk rechtsbescherming is, ook al gaat het maar om enkele gevallen. Mijn fractie vindt het daarom gepast dat de wethouder excuses aanbiedt voor zijn rol. Daarnaast willen we een reflectie van de wethouder met betrekking tot zijn rol en het sturen van de raad door meermaals te verwijzen naar de VNG en het creëren van een valse tegenstelling tussen rechtsbescherming en het tegengaan van bureaucratie. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank aan de raad. Er liggen drie zaken voor. Ten eerste de verordening ofwel het thema van het beschikkingsarm werken, het afgeven van beschikkingen. Ten tweede de verordening waarin we de kaders van de wijze van inkopen met elkaar vaststellen in regionaal verband, dus niet in het Haagse maar in de regio, voor het niet-ambulante deel. Ten derde natuurlijk de zienswijze voor het servicebureau.
Over dat laatste zijn geen vragen gesteld, wel over de inkoop en de manier waarop het nu gaat. Er zijn vragen gesteld over het schoolmaatschappelijk werk. Dat staat op zich niet op de agenda, maar het is terecht dat daar zorgen over zijn geuit en vragen over zijn gesteld. We hebben anderhalf jaar geleden met elkaar vastgesteld dat we dat vanaf 1 augustus 2025, dus 1 augustus aanstaande, ook via Kracht en rondomJou gaan inkopen. We hebben daarnaartoe bewust wat ruimte laten ontstaan; dus eerst nog even niet, maar nu wel. Mevrouw Butt stelde dat dit allesbehalve soepel verloopt. Dat herken ik niet. Wat ik wel herken, is dat er heel veel vaste smw'ers op scholen zitten die uiteindelijk besluiten om niet in dienst te gaan van Kracht of rondomJou. Dat is de keuze die zij maken. Ik heb erop aangedrongen dat zo veel mogelijk mensen in ieder geval de ruimte krijgen om daar wél in dienst te kunnen blijven. Dat is ook zo gestimuleerd, maar mensen zijn uiteindelijk natuurlijk vrij om te kiezen of ze wel of niet ergens in dienst willen; dat is logisch. Ik heb nu ontzettend veel scholen gesproken. Langzaam maar zeker durf ik de conclusie te trekken dat men nu best blij is met hoe het staat en dat men in ieder geval een vaste smw'er heeft. In het nieuwe 8
schooljaar is er voor het schoolmaatschappelijk werk dus een vast gezicht; dat zou het oude gezicht kunnen zijn, maar het kan ook een nieuw gezicht zijn. Dit doet niets af aan de oproep in de motie om in gesprek te gaan en daarbij uiteindelijk ook de nieuwe werkzaamheden te identificeren en te bespreken. Ik zal die motie, zoals die hier ligt, dus zeker uitvoeren. Ik wil de motie van GroenLinks aan het oordeel van de raad laten. Er werd gesteld dat in de nieuwe inkoopstrategie, in de doorontwikkeling daartoe, het woord 'liefdevol' nogal eng gekozen is. Ik moet zeggen dat dit een proces is dat we met negen gemeenten hebben doorlopen. Een aantal daarvan, met name één, hing erg aan dit woord; laat ik het zo zeggen. Samen uit, samen thuis. Maar het is ook een woord waar de raad me regelmatig toe heeft opgeroepen. Er werd net nog gesteld dat het allemaal weer van bovenaf is, vergaderen en kletsen. Dat is echt je reinste onzin - voor de goede orde: dat werd niet gesteld door mevrouw Van Klokkenburg - want dit is gewoon weer zo gegaan dat we input hebben opgehaald vanuit het veld, niet alleen vanuit het werkveld maar ook vanuit de experts en de ervaringsdeskundigen. Dit is zo'n woord dat van die ervaringsdeskundigen komt, van ExpEx; mevrouw Klokkenburg noemde dat zelf ook. Zij stelt daartegenover dat ook het woord 'gelijkwaardigheid' door deze mensen werd gebruikt.
Het is dan mooi om ervoor te kiezen om beide woorden te gebruiken. Als de raad deze motie aanneemt, zal ik dat dus zeker zo doen en gaan bespreken in de regio. Dus ook de motie van de ChristenUnie/SGP krijgt oordeel raad. Het ging ook over het beschikken. Mevrouw Faïd heeft daarover een motie ingediend. Fatima Faïd (HSP). Ik wil graag iets verklaren, want ik heb het verkeerde dictum voorgelezen. Ja, echt superdom, maar in mijn tekst staat een ander dictum. De voorzitter. Het is allemaal laat; dat kan dus gebeuren. Fatima Faïd (HSP). Ik zal voorlezen wat wel in de motie staat: verzoekt het college de nieuwe werkwijze met beschikkingen ter advisering voor te leggen aan de Jeugdombudsman en het advies van de Jeugdombudsman, samen met een reactie van het college, aan de raad toe te zenden voordat de nieuwe verordening in werking treedt. De voorzitter. Wethouder, u wilde net gaan reageren op die motie. Heeft u het verzoek nu? Oké, gaat uw gang. Wethouder Bredemeijer (CDA). In de motie staan een aantal overwegingen waarvan ik wil meegeven dat zij niet helemaal correct zijn. Er is geen sprake van geweest dat het college door de rechter is teruggefloten. We zijn niet door de rechter teruggefloten. Er is een Kroonberoep geweest.
Dat Kroonberoep heeft ertoe geleid dat ik, overigens aangemoedigd door de commissie - dat werd dus terecht gesteld - het gesprek met VWS en de VNG daarover heb gevoerd. Op basis daarvan hebben we uiteindelijk besloten om een nieuwe verordening aan de raad voor te leggen. Er is dus geen sprake geweest van terugfluiten, maar wel van een Kroonberoep. Het Kroonberoep heeft uiteindelijk tot die keuze geleid. Ik vind het vervelend hoe dit is gelopen. We hebben een aantal keren dat gesprek gevoerd. Ik denk dat dit ook echt een ideologisch gesprek is geweest, want ik denk dat je, zoals een heel deel van deze raad volgens mij nog steeds doet, echt kunt redeneren vanuit 'wij willen niet dat het geven en het vragen van vrijwillige hulp gejuridiseerd wordt, zodat het iets vrijwilligs blijft en iets prettigs om te doen'. Dat krijgt met een standaardbeschikking bijna de vorm van een contract. We hebben altijd gezegd dat men aan de voorkant heel actief in ieder geval gewezen moet worden op het recht: 'u hebt dit recht; u kunt een beschikking krijgen, maar standaard niet'. Dat hebben we uiteindelijk toch heroverwogen en we hebben besloten het wel te doen. Dat is één. Het tweede gaat over een arbeidsluwe vorm van beschikken, maar zo staat het er niet. Er staat gewoon: beschikken. Fatima Faïd (HSP).
Natuurlijk dank aan de wethouder voor zijn inbreng, maar ik ben er echt een beetje klaar mee dat de wethouder de hele tijd suggereert dat een beschikking een soort juridisering is. Het is gewoon een recht. Als je geen beschikking hebt, kan je niks. Ik vind echt dat deze wethouder hiermee moet ophouden. Daarom heb ik gisteren ook die motie van wantrouwen ingediend, omdat ik gewoon de hele tijd het idee heb dat u niet helemaal gaat voor de grondrechten van mensen. Een 9
beschikking is niet iets wat we hier ter plekke hebben bedacht. Die bestaat al heel lang, ook in de jeugdhulpverlening. Ik loop echt wel wat jaren mee en ik ben er helemaal klaar mee dat u het de hele tijd over 'juridisering' hebt. Het is een recht en die mensen hebben daar gewoon recht op. Die zitten in een kwetsbare positie en die moeten kunnen weten dat zij, als zij het er niet mee eens zijn, gewoon juridisch verhaal kunnen halen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat klopt; dat deel van mijn antwoord had ik volgens mij ook nog moeten geven, want dit is inderdaad de andere kant van het ideologisch spectrum. Je kunt dus twee kanten op redeneren. Dit is één kant en er is ook een andere kant. Dat heb ik willen beschrijven. Dit is een ideologisch gesprek, maar dat doet niets af aan het feit dat het recht er is. Misschien mag ik één zaak schetsen om dit te illustreren. Waar het gaat om het vrijwillige kader - dat gaat dus om ambulante jeugdhulp - gaat het in by far de meeste gevallen zo dat er hulp wordt gevraagd, dat er dan wordt gevraagd 'is dit dan misschien iets?' en dat er dan wordt gezegd 'ja, dat vind ik wel wat'. Dan gaan we daarmee aan de slag. Dat is hoe het gaat. Dan wordt de betrokkene erop gewezen dat we dat gaan doen en dat hij, als hij daarbij iets op zijn weg vindt, dat recht heeft.
Maar wat we nu doen, is dus: iemand zoekt hulp, er wordt gevraagd 'oké, we kunnen dit of dat doen; zullen we dit dan doen?' en dan wordt er ja gezegd. Dan moeten we dat eerst helemaal opschrijven. Dat gaan we nu dus doen, maar ik denk dat daar het ideologisch verschil van inzicht zit. Zo wordt er overigens in heel Nederland naar gekeken. Vanaf 2015 werkten we ook op die manier. Daar gaan we vanaf vandaag dan mee stoppen. Fatima Faïd (HSP). Ten eerste is het helemaal geen ideologische discussie. Wat is dit voor flauwekul? Een ideologische discussie? Het gaat gewoon om rechten, om een juridisch recht. Daar is niks ideologisch aan. Dit staat gewoon in de wet en daar moeten we gewoon aan voldoen. Ten tweede: ik heb vijftien jaar in de jeugdhulpverlening gewerkt. U hoeft mij dus helemaal niet het verschil uit te leggen tussen gedwongen kaders, ambulante hulpverlening en hoe dat dan werkt. Nee, het werkte altijd zo en dat is het recht: je krijgt gewoon je traject aangeboden. Natuurlijk gaat dat in overeenstemming met ouders en met kinderen, want anders ben je geen professional. Aan het einde krijg je ook een beschikking. Daar staat dan in: mocht u het er toch niet helemaal mee eens zijn … We hebben het hier over mensen in een kwetsbare positie.
Het kan best zijn dat zij na twee weken denken: ik ben het er toch niet helemaal mee eens en ik wil misschien toch eerst in gesprek; als dat niet lukt, heb ik gewoon het recht om mijn recht te halen. U moet daar nu niet een heel fantasieverhaal van maken. U bent gewoon teruggefloten. Daar bent u voor gewaarschuwd. U heeft daarbij bijna iedereen in de raad, behalve DENK en de SP, meegekregen. De raad moet dus ook naar zichzelf kijken, niet alleen naar u. Dat wilde ik toch nog even meegeven en nu ben ik er klaar mee. Wethouder Bredemeijer (CDA). Sinds 2015 werkte Den Haag dus beschikkingsvrij, beschikkingsarm in ieder geval. Lesley Arp (SP). Ook ik heb mij gestoord aan het gebruik van de term 'ideologie'. In de raad zijn er natuurlijk ideologische verschillen, bijvoorbeeld over marktwerking in de zorg. Ik hoef de wethouder niet uit te leggen dat mijn partij daar anders over denkt dan bijvoorbeeld de VVD, gok ik. Maar de Jeugdombudsman handelt niet vanuit ideologie. De Jeugdombudsman geeft signalen over rechtsbescherming en is daarin nul procent ideologisch. Dat is een bepaalde professionaliteit. Ik heb gevraagd om een reflectie op de relatie tussen het college en de adviezen van de Jeugdombudsman in het afgelopen jaar, want volgens mij hadden wij niet het Kroonberoep nodig moeten hebben om eerder tot inkeer te komen.
Ik wil dus graag een reactie van de wethouder op wat ik in mijn inbreng heb gevraagd. Wethouder Bredemeijer (CDA). Daar kwam ik nu ook ongeveer aan toe; dat wilde ik dus ook tegen mevrouw Arp zeggen. Ik wil haar daar ook excuses voor aanbieden, want dit had natuurlijk inderdaad eerder gekund als wij hier meteen een klap hadden gegeven op dat advies. Ik denk dat ik, ook met een groot deel van de raad, op dat punt lang heb volgehouden. Dat bedoelde ik met het ideologische deel, maar wat mevrouw Arp net zei, is terecht. Je kunt hier vanuit ideologie verschillend naar kijken; zo heb ik het willen zeggen. Het recht is het recht. De Jeugdombudsman heeft ons daar regelmatig op gewezen. Dat had ik toen inderdaad direct in een nieuwe verordening kunnen gieten. We hebben toen 10
met 44 voor en 1 tegen een verordening vastgesteld. Mevrouw Arp stelde gisteren terecht dat daar toen al discussie over was. Toch hebben we dat toen zo gedaan. Als ik het toen meteen had laten aanpassen of in ieder geval aan de raad had voorgelegd om het aan te passen, hadden we volgens mij een ander gesprek gehad. Dus daar excuses voor. We hebben het Kroonberoep afgewacht, eigenlijk ook omdat ikzelf bleef redeneren vanuit wat ik zojuist zei. Dat heeft ook te maken met hoe ik naar deze samenleving wens te kijken. Ik wil er echt tegen strijden dat wij in een samenleving wonen waar een op de zeven kinderen jeugdhulp heeft en - zo wordt dat dan al heel snel gesteld - afhankelijk is van jeugdhulp. Het punt is juist dat er ongelofelijk veel jeugdhulp wordt opgebruikt door mensen waarvan we ons allemaal kunnen afvragen of dat het juiste middel is of dat we het heel anders kunnen doen, zoals collectief, preventief, in het vrijwillige kader et cetera. Zo is het volgens mij rond. Als ik het op die manier tegen mevrouw Arp zeg, hoop ik dat dat voor haar voldoende is om dat als een reflectie te kunnen zien. Ik heb alleen nog verzuimd om een oordeel over de motie van de HSP te geven. Lesley Arp (SP). Ik vind het al aardig wat dat de wethouder ook excuses aanbiedt aan de Jeugdombudsman. Ik denk dat dat terecht is.
Tegelijkertijd wil ik ook benoemen wat mevrouw Faïd zei: we moeten als raad ook naar onszelf kijken. De ooit ingediende motie-Baboeram over het verminderen van de lastendruk is door de wethouder bijvoorbeeld op een bepaalde manier geïnterpreteerd. Wij hadden toen veel eerder aan de bel moeten trekken in de zin van: deze interpretatie, namelijk dat dit beschikkingsarm werken betekent, vinden wij niet correct. Misschien moeten we als raad ook wat sneller en wat meer onze tanden laten zien als de Jeugdombudsman iets adviseert. Dat is alles wat ik hier nog over wil zeggen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Tot slot: ik ontraad de motie van de HSP. De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: F. Voorstel van het college inzake de investeringen en tijdelijke ingebruikname betreffende Locatie SoZa (RIS322395). De beraadslaging wordt geopend. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Weer zijn er plannen om een grootschalige opvang te realiseren, in dit geval voor 600 mensen: 300 asielzoekers, 150 statushouders en 150 dakloze personen in gezinsverband. Iedere doelgroep heeft zijn eigen problemen en is veelal niet geworteld in de Nederlandse samenleving. De beoogde gebruiksduur is tot en met december 2027. Het college dendert maar door, zonder te luisteren naar de zorgen van omwonenden. Er is nog steeds geen veiligheidsplan en er is geen risicoanalyse voor de vergelijkbare opvanglocatie aan de Sportlaan. Waarom wordt daar niet op gewacht, vraag ik via de voorzitter aan de wethouder. Ik zal bij de behandeling van het agendapunt over de Calandstraat dieper ingaan op de participatie. Ook Bij SoZaWe is de participatie volgens mijn fractie zwaar onvoldoende geweest.
Kan de wethouder aangeven op welke manier de invulling van de participatie aan de belangrijkste eisen uit de Participatieverordening voldoet? Hart voor Den Haag staat voor de jongeren in de stad die geen huis kunnen vinden, waardoor hun leven stilstaat, de slechtoffers van huiselijk geweld, waarvoor onvoldoende plek is in de opvang, en in dit geval ook Oekraïners, die een thuis hadden en nu weer moeten vertrekken. Conclusie: dit college wil zorgen voor iedere wereldburger, maar niet voor de inwoners van Den Haag. Zo triest! Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Ik kan het kort houden. De opgave om mensen op te vangen in de stad is enorm, zowel voor asielzoekers als voor statushouders en ook anderen. Elke kans die we in de 11
stad kunnen grijpen, moeten we dan ook benutten. Daarom kan de Partij van de Arbeid het voorliggende voorstel van harte steunen. In de commissie hebben wij nog gevraagd waarop het aantal van 600 precies gebaseerd was, met name gezien de ruimte die het gebouw biedt. Is 600 echt het maximum dat we in dit gebouw zouden kunnen opvangen? De beantwoording in de commissie zette mij nog even op het verkeerde been. Ik hoop dus dat het college daar straks nog antwoord op kan geven. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. De Haagse VVD staat als één man achter de bewoners van het Bezuidenhout. Heel eerlijk gezegd wachten deze bewoners al veel te lang op passende voorzieningen en zij krijgen er heel veel bewoners erbij. SoZa wordt al jaren niet gebruikt waarvoor wij het eigenlijk bedoeld hebben. De VVD hoort van Bezuidenhouters dat zij gek worden van steeds weer een nieuwe groep mensen in SoZa. Dat moet stoppen. De VVD vindt het te gek voor woorden dat we het maar niet voor elkaar krijgen om de nieuwbouw van de grond te krijgen. De VVD vindt het ook te gek voor woorden dat we wéér geld stoppen in een gebouw dat uiteindelijk tegen de vlakte gaat. De VVD snapt ook niet waarom we Oekraïners die nu geen overlast veroorzaken, gaan verslepen door de stad. De VVD vindt dit onmenselijk en dus zeer onwenselijk.
Kan de wethouder nog eens herhalen dat dit, zoals ze in de commissie al zei, echt een financiële afweging is? De VVD is ook zeer teleurgesteld over het proces. Nu ligt er financiering voor, terwijl de participatie niet was afgerond en niet meegenomen kon worden. Ik wil hierop een reactie van de wethouder: waarom is dit nu? Het moet helder zijn: de bewoners snakken naar de definitieve nieuwbouw, met goede voorzieningen. Wij als raad moeten pal staan voor die nieuwbouw. Kan de wethouder aangeven wanneer de schop in de grond gaat, wanneer we daar een mooi nieuw gebouw hebben en wanneer Bezuidenhouters hun definitieve nieuwe buren kunnen ontmoeten? Daarom dient de VVD de motie Zo snel mogelijk permanente invulling SoZa in, met als dictum: verzoekt het college zo snel mogelijk, en daar alles voor in het werk te stellen om, over te gaan tot definitieve invulling van SoZa/Anna van Hannoverstraat en de raad uiterlijk 1 oktober 2025 te informeren over welke stappen gezet moeten worden om over te kunnen gaan tot permanente invulling. De voorzitter. Door de heer De Ridder wordt de volgende motie (F.1 VVD) ingediend:
Motie F.1 VVD Zo snel mogelijk permanente invulling SoZa De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 juli 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake de investeringen en tijdelijke ingebruikname betreffende locatie SoZa (RIS322395), constaterende dat: • vanaf 2015 het gebouw aan de Anna van Hannoverstraat niet meer in gebruik is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; • vanaf 2017 het gebouw gebruikt wordt voor verschillende soorten opvang en huisvesting van doelgroepen; overwegende, dat: • in de eerste periode de buurt veel overlast heeft ervaren van de huisvesting van statushouders; • er nu weinig overlast wordt ervaren door de buurt van de opvang van Oekraïense ontheemden, de zorg is dat een nieuwe en meer diverse groep voor meer overlast gaat zorgen; • de bewoners snakken naar een permanente invulling van het voormalig ministerie van SZW; verzoekt het college: • zo snel mogelijk, en daar alles voor in het werk te stellen om, over te gaan tot definitieve invulling van SoZa/Anna van Hannoverstraat; • de raad uiterlijk 1 oktober 2025 te informeren over welke stappen gezet moeten worden om over te kunnen gaan tot permanente invulling. 12
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Mijn fractie staat positief tegenover de opvang in SoZa. Iedereen verdient een dak boven het hoofd, zeker mensen in nood. Mijn fractie was aanwezig bij de participatiebijeenkomst, waar we veel positieve geluiden van de bewoners hoorden. We vernamen daar ook dat de helft van het prachtige SoZa-gebouw gesloopt gaat worden - dat wisten we natuurlijk al - terwijl de andere helft nog steeds bewoond wordt door mensen die we daar opvangen. Het is natuurlijk geen geheim dat mijn fractie tegen de sloop is. De rest van de raad dacht daar anders over, maar een deel van een gebouw slopen terwijl daar nog mensen wonen kan natuurlijk niet. Ik word er zelfs al niet goed van als mijn buren een dagje aan het klussen zijn, laat staan als de hele straat en je gebouw voor de helft gesloopt worden. We vangen daar namelijk ook kinderen op, die naar school moeten en huiswerk moeten maken.
Daarom de motie Geen sloop tijdens opvang, met als dictum: verzoekt het college te zorgen dat geen sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd aan en in het SoZagebouw zolang dit in gebruik is voor opvang en huisvesting en pas over te gaan tot definitieve sloop of herontwikkeling nadat alle betrokken bewoners (asielzoekers, statushouders, dakloze gezinnen) het betreffende deel hebben verlaten, en met voldoende alternatieve huisvesting. Rutger de Ridder (VVD). Dan moet mevrouw Faïd gewoon tegen dit voorstel zijn, want dan is het geld in feite ook niet nodig. Waar nu al mensen opgevangen worden, kunnen zij dan opgevangen blijven worden. Want daar is dit voorstel voor: een ander deel dan het deel dat nu gebruikt wordt, moet verbouwd worden en wordt gesloopt. Fatima Faïd (HSP). Ik hoop dat deze wethouder zo creatief is dat ze denkt: jeetje, wat een goede motie van de HSP; daar ga ik op een hele leuke, creatieve manier mee om. Dan kunnen we haar toch ook gewoon steunen. Het is geven en nemen in deze wereld. Rutger de Ridder (VVD). Heeft u een beetje goede ervaringen met die creativiteit van het college, mevrouw Faïd? Fatima Faïd (HSP). Af en toe; laat ik het voorzichtig zeggen. Het is verbeterd sinds we een minderheidscoalitie hebben. Sorry, na twee dagen vergaderen gaat het niet goed met mij. De voorzitter. We zeggen er niets over, mevrouw Faïd. Ja, vanavond wel. Samir Ahraui (PvdA).
Ik heb een vraag over het tweede dictum van deze motie. Ik vraag me af of de HSP aanleiding heeft om te veronderstellen dat het deel waar de bewoners in zitten gesloopt gaat worden terwijl ze daar nog verblijven. Dat is toch een beetje gek? Fatima Faïd (HSP). Ja, dat zou heel gek zijn, maar het gaat mij natuurlijk om het volgende. Het is een vrij groot gebouw en er wonen nu natuurlijk ook al best veel mensen. Het gaat er gewoon om dat we al een heel groot deel gaan slopen terwijl er nog mensen wonen. Ik gaf al aan dat ik al niet goed word als mijn buren op zaterdag bedenken dat ze iets met een schilderijtje willen doen. Als je daar heel lang in die herrie en in die troep moet zitten, kan ik me dus voorstellen dat dat eigenlijk onwenselijk is, ook omdat er kinderen bij betrokken zijn. Vandaar deze motie. Ik ben heel benieuwd hoe creatief de wethouder is. Samir Ahraui (PvdA). Ik snap het punt van mevrouw Faïd heel goed, want dat staat eigenlijk al in het eerste dictumpunt, maar in het tweede dictumpunt heeft de HSP het specifiek over 'het betreffende deel', waarin deze mensen opgevangen worden. Ik las het zo alsof u dacht dat we 600 mensen hebben opgevangen in een specifiek deel van SoZa en dat we dat pas mogen slopen als die mensen eruit zijn.
Ik ga ervan uit dat we dat deel niet gaan slopen als die mensen er nog in zitten, want uw verzoek staat volgens mij al in het eerste dictumpunt. 13
Fatima Faïd (HSP). Wat u nu zegt klopt: wij willen zeker weten dat er pas gesloopt wordt als er echt niemand meer in is. Daarom hebben we dat extra tweede puntje erbij gedaan. Ik zie u ingewikkeld kijken, maar het is een soort extra verzekering: klopt het dat we pas gaan slopen als iedereen eruit is? De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (F.2 HSP) ingediend:
Motie F.2 HSP Geen sloop tijdens opvang De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 juli 2025 ter bespreking van het Voorstel van het college inzake de investeringen en tijdelijke ingebruikname betreffende Locatie SoZa Constaterende dat: • het college een investering van € 6,4 miljoen voor het voormalig SoZa-gebouw aan de Anna van Hannoverstraat voorstelt, met tijdelijke opvang van ca. 600 personen (300 asielzoekers, 150 statushouders, 150 dakloze gezinnen), met een looptijd tot 31 december 2027 (met een eenzijdige breakoptie per april 2027); • de omgevingsvergunning een buitenplanse afwijking regelt om het gebouw tijdelijk geschikt te maken voor opvang en wonen, met geplande verbouwing van vier maanden vanaf na het zomerreces; • tijdens de verbouwing en sloopdelen er mensen gehuisvest zijn en intensief gebruikmaken van het pand.
Overwegende dat: • het uitvoeren van sloop of grootschalige verbouwingswerkzaamheden terwijl bewoners nog aanwezig zijn, leidt tot ernstige overlast (geluid, stof, stress), wat de leefbaarheid en veiligheid van kwetsbare groepen aantast; • er in het SoZa-gebouw ook kinderen worden opgevangen die naar school gaan, huiswerk moeten maken en behoefte hebben aan rust en structuur, wat ernstig wordt belemmerd door sloop- of verbouwingswerkzaamheden; • het tijdelijk gebruik van het gebouw bedoeld is voor opvang, huisvesting en maatschappelijke begeleiding, en pas kan eindigen ná daadwerkelijke ontruiming. Verzoekt het college: • te zorgen dat geen sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd aan en in het SoZa-gebouw zolang deze in gebruik is voor opvang en huisvesting; • pas over te gaan tot definitieve sloop of herontwikkeling nadat alle betrokken bewoners (asielzoekers, statushouders, dakloze gezinnen) het betreffende deel hebben verlaten, en met voldoende alternatieve huisvesting. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Mijn collega Standhardt heeft een amendement voorbereid. Dat mag ik indienen. Met dit amendement blijft de buurt betrokken en doen we recht aan het meedenken en aandragen van constructieve oplossingen uit de buurt.
Uit het participatieverslag bleek dat er behoefte is aan dit goede overleg en aan een evaluatiemoment. Ik dien dus een amendement om dictumpunt III toe te voegen: Tijdens de tijdelijke ingebruikname van het SoZa-gebouw ten behoeve van de opvang/huisvesting voor verschillende doelgroepen wordt een platform voor en met de buurt georganiseerd waarin zorgen en vragen kunnen worden geadresseerd bij de gemeente. Er wordt halfjaarlijks een evaluatie ingebouwd tot en met 31 december 2027. De raad wordt hierover halfjaarlijks geïnformeerd. 14
Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Is dit niet wat we al zo vaak hebben geprobeerd? Er wordt af en toe wel gepraat met mensen, maar er wordt nooit iets gedaan met de resultaten van die avonden. Dus wat wilt u? Kavish Partiman (CDA). Daarom is het zo mooi dat er halfjaarlijks wordt geëvalueerd en ook aan ons wordt gerapporteerd, zodat wij erbovenop kunnen zitten en kunnen kijken of er daadwerkelijk iets wordt met gedaan met die informatie. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Zou dat dan niet wat vaker moeten gebeuren? Gewoon een goed verslag van een participatiebijeenkomst. Kavish Partiman (CDA). U kent het CDA als een constructieve partij. Ik sta altijd open voor goede suggesties. Dus als u die heeft, laten we het daar dan over hebben. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Verdonk, Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). U dient een amendement in. Gaat u dat amendement nu dan wijzigen, zodat het wat vaker gebeurt? Kavish Partiman (CDA). Dat is het voorstel van mevrouw Verdonk. Wij hebben in ons amendement 'halfjaarlijks' gezet. Dat vinden wij voldoende, maar als mevrouw Verdonk het vaker zou willen, lijkt het mij dat het haar vrijstaat om daar een voorstel voor in te dienen. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt het volgende amendement (F.A CDA) voorgesteld:
Amendement F.A CDA Samenwerking met de buurt bij opvang SoZa De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 juli 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake de investeringen en tijdelijke ingebruikname betreffende Locatie SoZa (RIS322395) Besluit om: • Dictumpunt III toe te voegen: Tijdens de tijdelijke ingebruikname van het SoZa gebouw ten behoeve van de opvang/huisvesting voor verschillende doelgroepen, wordt een platform voor en met de buurt georganiseerd waarin zorgen en vragen kunnen worden geadresseerd bij de gemeente. Er wordt een halfjaarlijks een evaluatie ingebouwd tot met 31 december 2027. De raad wordt hierover halfjaarlijks geïnformeerd. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan de leden van de raad voor de gestelde vragen, de ingediende moties en het ingediende amendement. Ik begin met de vragen, allereerst met de vragen van mevrouw Verdonk van Hart voor Den Haag. Waarom wachten we niet op het veiligheidsplan en de risicoanalyse voor de Sportlaan? Dat doen we wel degelijk. Wij gaan aan de slag met een plan - ik zal straks ingaan op het amendement van het CDA - maar dat doen we wanneer de uitkomsten van de risicoanalyse op Haga, waar door uw raad ook om is verzocht, bekend zijn.
We wachten dus op de aanbevelingen voor de Sportlaan en gebruiken deze ook voor SoZa. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik bedoel natuurlijk dat de uitkomsten van dat veiligheidsplan en die risicoanalyse ertoe kunnen leiden dat het toch verstandiger is om helemaal niet aan dit soort grootschalige opvangen te beginnen. Graag een reactie. 15
Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik denk dat mevrouw Verdonk ook heel goed weet dat beide locaties heel anders zijn. Je kunt ze dus niet een-op-een met elkaar vergelijken. Dat doen we dan ook niet, maar we gaan wel aan de slag met de aanbevelingen zoals we die krijgen met betrekking tot de Sportlaan. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Het gaat over het bij elkaar zetten van een aantal kwetsbare doelgroepen. Dat is het principe; dat is bij allebei gelijk. Dus graag een reactie. Wethouder Vavier (GroenLinks). Net als bij de Sportlaan gaan we niet kwetsbare doelgroepen bij elkaar zetten, maar ontwikkelen we aparte woon- en opvangvoorzieningen voor de aparte doelgroepen. En niet alle doelgroepen zijn kwetsbaar; niet alle mensen die daar terechtkomen, zijn kwetsbaar. Dat geldt zowel voor de Sportlaan als voor SoZa. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, de laatste keer. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Garandeert de wethouder dus dat die mensen elkaar binnen en buiten niet tegenkomen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dit is natuurlijk ook gewoon een samenleving waarin we elkaar altijd tegenkomen. Op welke manier voldoet de participatie aan de eisen van de Participatieverordening? Zoals u ook weet, voeren we de participatie rondom deze locaties uit conform het initiatiefvoorstel Haagse Kracht. Daar hebben we ons aan gehouden.
Het definitieve collegebesluit is overigens afgelopen dinsdag naar uw raad gestuurd. Daar zat ook het participatieverslag in. Daarin heeft u kunnen lezen dat we in het definitieve besluit ook suggesties uit de drukbezochte bewonersbijeenkomsten hebben meegenomen. Dan de vragen van de Partij van de Arbeid. Waarop is het aantal van 600 gebaseerd? Er is toch veel meer ruimte? Ja, er is inderdaad meer ruimte beschikbaar in SoZa, maar die is ofwel niet geschikt voor opvang ofwel het kost ontzettend veel geld om die geschikt te maken. Daarnaast wilden we natuurlijk ook nog wat ruimte bewaren voor initiatieven zoals een huisartsenpraktijk en Mijn Buuf, dat in locatie 4 zit, net als de sportschool, en ook voor andere voorzieningen waar de buurt prijs op zou stellen. Vandaar dat het bij 600 is gebleven. Rutger de Ridder (VVD). Nog even over de participatie. De wethouder zegt dat Haagse Kracht helemaal wordt uitgevoerd. Is dat echt zo? Kan de wethouder dan eens toelichten waarom zij vindt dat Haagse Kracht goed is uitgevoerd? Wethouder Vavier (GroenLinks). We hebben als college eerst een voorgenomen besluit genomen om deze locatie te gaan ontwikkelen tot multifunctionele locatie. Er zijn buurtbijeenkomsten en inloopbijeenkomsten georganiseerd. Daar was ontzettend veel belangstelling voor, met name voor de avondbijeenkomst.
We hebben ook speciaal twee bijeenkomsten georganiseerd, één in de middag en één in de avond. Daarvoor zijn ook de buren van Leidschendam-Voorburg uitgenodigd die in de directe omgeving wonen. Op die bijeenkomsten hebben we ideeën, vragen, zorgen en wensen opgehaald. Die zijn verwerkt in een participatieverslag. Er zijn ook ideeën en suggesties geopperd die we hebben meegenomen in het definitieve collegebesluit en die we ook zullen meenemen in de verdere ontwikkeling, bijvoorbeeld in het inhuizingsplan of in het veiligheidsplan. Rutger de Ridder (VVD). Ja, maar uiteindelijk stond toch altijd al vast dat hier die opvang ging plaatsvinden? Nog voordat die participatie gaande was, heeft dit college ons immers dit voorstel gedaan om de financiering beschikbaar te stellen. Dan is zo'n voorgenomen besluit, zoals het initiatiefvoorstel Haagse Kracht zegt, dus klaarblijkelijk een wassen neus, want dan staat altijd al vast wat er gebeurt. Dat was nou net niet de bedoeling van het initiatiefvoorstel. Er zouden ook dingen kunnen veranderen. Dit college wil dat gewoon niet.
16
Wethouder Vavier (GroenLinks). Nee, integendeel. Wij vinden het juist heel erg belangrijk en waardevol dat we met het initiatiefvoorstel Haagse Kracht een vast proces hebben waarvan we van een voorgenomen besluit naar een definitief besluit kunnen gaan met inachtneming van wat er uit de participatie is gekomen. Dit investeringsbesluit en de BOPA-procedure die nu voorligt, lopen daar parallel aan. We hebben het in alle debatten en gesprekken die hier over het initiatiefvoorstel Haagse Kracht zijn gevoerd met uw raad en in de commissie zeker ook erover gehad dat het college zelf een keuze maakt over een locatie of over doelgroepen, omdat we nou eenmaal die taakstelling hebben, maar er is bij de participatie altijd de ruimte. Als er echt iets uit de participatie komt wat aanleiding geeft tot heroverweging - dat is in dit geval niet aan de orde geweest - nemen we dat altijd mee bij de overwegingen voor het definitieve besluit; ik herinner mij nog heel goed het debat dat ik daarover heb gevoerd met mevrouw Van Basten Batenburg. De voorzitter. De laatste keer, meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Ik vind het gewoon heel gek dat je al een investeringsvoorstel doet aan de raad en tegelijkertijd de participatie laat gebeuren. Dan weet iedereen dat het klaarblijkelijk gewoon doorgaat en dan is er dus geen enkele intentie geweest om ook nog te kunnen afwijken.
De intentie, het idee, is om het er te laten komen: het komt er en u mag nog even meepraten over de gezelligheid en de spelletjes die we spelen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik vind het jammer dat de VVD het eigen initiatiefvoorstel zo tekortdoet. Het besluit is afgelopen dinsdag genomen. Daar heeft uw raad nu ook kennis van kunnen nemen. U ziet ook in het participatieverslag dat er geen enorme bezwaren, ideeën of situaties waarover wij als college nog niet eerder hadden nagedacht, zijn opgekomen. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, iets nieuws. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ja, voorzitter. De wethouder zei zojuist dat er twee bijeenkomsten zijn geweest, maar die twee bijeenkomsten waren op dezelfde dag. Ik denk niet dat dat in de lijn is van het initiatiefvoorstel Haagse Kracht. Wethouder Vavier (GroenLinks). We hebben vooral gekeken of we een inloopbijeenkomst konden organiseren voor mensen die 's avonds niet kunnen en vice versa. Er zijn dus twee inloopbijeenkomsten georganiseerd, inderdaad op dezelfde dag. Tegelijkertijd stond ook het emailadres open. Zoals destijds is bedongen met de motie van de SP hebben we er ook voor gezorgd dat er een telefoonlijn open was voor mensen die nog iets wilden meegeven, maar daar is geen gebruik van gemaakt. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag).
Ik vind het altijd weer fascinerend hoe deze wethouder dat initiatiefvoorstel Haagse Kracht van de VVD op haar eigen manier interpreteert. Ik vind het eigenlijk ook een beetje schandalig. Laat ik hier nou met iemand zitten te appen die ook bij die avond was. Die zegt: ik heb nog steeds geen duidelijkheid over hoe de gemeente de veiligheid van tientallen winkeliers en omwonenden gaat garanderen. Ten tweede: het was helemaal niet zo positief als hier wordt voorgesteld. Wethouder Vavier (GroenLinks). Hiervoor geldt natuurlijk eigenlijk hetzelfde als voor Haga: we nemen een besluit om het te gaan ontwikkelen en dan gaan we samen met de buurt aan de slag voor een beheercommissie en een veiligheidsplan. Ik heb zojuist aangegeven dat we voor dat veiligheidsplan de aanbevelingen gaan overnemen van de adviseurs die meekijken met het veiligheidsplan voor Haga. Dit is de eerste keer en er gaan nog heel veel stappen volgen, waarbij zeker ook de omwonenden en de winkeliers betrokken zullen worden. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). De wethouder zegt het goed: 'We hebben al een besluit genomen.' Als u daar staat en dit tegen die mensen zegt of dit aan die mensen laat merken - ook als u dat niet doet, voelen zij dat toch - denken die mensen: die participatie is weer een wassen neus. 17