CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323355 Beantwoording SV Kinderarmoede gaat over meer dan geld

Commissie Samenleving 27 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Rekenkamerrapport inzake Armoede1.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

4 november 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Holman en Baboeram, luidend: 'Kinderarmoede gaat over meer dan geld'

SZW/10961622 RIS323355

De raadsleden de dames Holman en Baboeram hebben op 25 september 2025 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Kinderarmoede gaat niet alleen over geld, maar over alle aspecten van het leven van kinderen die moeten opgroeien in armoede. Dat benadrukt de Kinderombudsman nogmaals in het rapport “Opgroeien in onzekerheid”, dat vandaag verscheen. De cijfers zijn schokkend, maar helaas ook al jaren bekend. Kinderen die in armoede opgroeien geven hun leven vaker een onvoldoende dan hun leeftijdsgenoten met genoeg geld thuis, meisjes in armoede geven hun leven het laagste cijfer en het gemiddelde cijfer van jongens daalt het hardst. Belangrijkste conclusie uit dit rapport is dan ook dat het armoedebeleid breder is dan alleen het voorzien in extra financiële middelen. 1.

Is het college bekend met het rapport van de Kinderombudsman? Welke lessen haalt het college uit de conclusies van het rapport?

Ja, het college is bekend met het rapport van de Kinderombudsman. Het college ziet de aanbevelingen van de Kinderombudsman als steuntje in de rug om door te gaan met dat waar zij mee bezig is. Het onderstreept ook het standpunt van het college dat kinderen die in armoede opgroeien zo goed als mogelijk ondersteund moeten worden, en dat beleid moet worden gemaakt met inspraak van de kinderen. 2.

Is het college het met de PvdA en GroenLinks eens dat het armoedebeleid, naast voorzien in aanvullende financiële middelen om mee te kunnen doen, zich zou moeten richten op de volledige omgeving waarin kinderen opgroeien?

Ja, het college is het met de PvdA en GroenLinks eens. 3.

Wordt er door het college bij het beleidsproces over relevante onderwerpen als bijvoorbeeld onderwijs, (jeugd)zorg en wijkaanpak expliciet stilgestaan bij kinderarmoede?

Ja, het college vindt het belangrijk dat alle kinderen kunnen meedoen en zich maximaal kunnen ontwikkelen. Hierbij is ook aandacht voor kinderen die opgroeien in gezinnen die rond moeten komen van een laag inkomen. Ondersteuning en aandacht vanuit het college zit niet alleen op het armoedebeleid met de Ooievaarsregelingen, maar bijvoorbeeld ook via de activiteiten buiten de school en het schoolplein, als onderdeel van de Subsidieregeling primair onderwijs Den Haag 2024 en de Haagse Preventieaanpak.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10961622

4.

Zo ja, ziet het college op basis van het rapport van de Kinderombudsman kansen om dat aan te scherpen, bijvoorbeeld door beleid te gaan toetsen aan de impact op de 14 omgevingsfactoren die de Kinderombudsman aangeeft?

Het college is van mening dat als het gaat om kinderen het altijd belangrijk is om zo breed mogelijk naar eventuele problematiek of aandachtsgebieden te kijken. In de 14 omgevingsfactoren uit het rapport gaat het ook over onderdelen waar het college minder invloed op heeft. Bijvoorbeeld gedrag en de opvoeding door de ouders en zekerheid en perspectief dat ook grotendeels wordt bepaald door de Rijksoverheid. Dat neemt niet weg dat het college kijkt, en wil blijven kijken, naar mogelijkheden om de blik te verbreden. Met de Haagse Preventieaanpak wordt juist ingezet op deze brede blik. Met levensfasen wordt vanuit verschillende beleidsdomeinen gekeken wat die doelgroep nodig heeft. De 14 omgevingsfactoren van de Kinderombudsman raken grotendeels ook de doelen die zijn opgenomen in de Haagse Preventieaanpak voor de eerste levensfasen. 5.

Kan het college aangeven hoe er tussen verschillende diensten en afdelingen binnen de gemeente wordt samengewerkt als het gaat om kinderarmoede?

Naast de eerder genoemde Haagse Preventieaanpak is er ook op andere onderdelen brede aandacht voor kinderen die opgroeien in armoede. De Ooievaarspas heeft een breed aanbod op het gebied van sport, cultuur en recreatie. Dit maakt dat er een brede samenwerking is binnen de gemeente om dit mogelijk te maken. Een ander voorbeeld is het gezinsgericht werken waarbij het gezin met de kinderen als uitgangspunt wordt genomen en problematiek integraal wordt opgepakt. Ook zorgt de gemeente er via het Kinderfietsenplan voor dat ieder kind in de stad een kans heeft op een eigen fiets. Gebruikte kinderfietsen kunnen worden ingeleverd bij o.a. de Haagse stadsboerderijen, waarna deze fietsen worden opgeknapt en gezinnen deze fietsen voor een klein bedrag kunnen kopen. Daarnaast wil het college benadrukken dat het niet alleen de gemeente is die zich hiervoor inzet. Er zijn ook veel organisaties in de stad die zich voor deze doelgroep inzetten. Naast bijvoorbeeld het Jeugdeducatiefonds dat vanuit de subsidieregeling geldzorgen en geldproblemen een subsidie ontvangt, zijn er ook evenementen zoals de Haagse Stadspelen of het Kids Festival Mariahoeve waar aandacht is voor kinderen, al dan niet met een Ooievaarspas. 6.

Hoe wordt het welzijn van kinderen in armoede, gemeten over de verschillende onderdelen van hun leven, onderzocht binnen de gemeente? Hoe worden deze inzichten meegenomen in besluiten?

Met de Armoedemonitor worden de kinderen in beeld gebracht die opgroeien in een gezin dat rond moet komen van een laag inkomen. Daarnaast is er bijvoorbeeld de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD waar onderzoek wordt gedaan naar het welzijn van kinderen. De Haagse Preventie aanpak kent een eigen programmamonitor en de uitkomsten van onderzoeken zoals deze worden meegenomen in de besluiten van het college gericht op deze (en alle andere) kinderen. Een van de aanbevelingen van de Kinderombudsman is om meer in gesprek te gaan met kinderen in armoede om beter te begrijpen wat zij nodig hebben.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10961622

7.

Is het college structureel in contact met kinderen als het gaat om het armoedebeleid, bijvoorbeeld via de Raad van Kinderen? Zo ja, op welke manier gebeurt dat?

Het college is geregeld in gesprek met kinderen (en hun ouders), onder andere via SchuldZero, Jong & Haags en de Raad van Kinderen. Zie verder het antwoord bij vraag 8. 8.

Hoe worden de belangen en inzichten van kinderen meegenomen in zowel het armoedebeleid als andere beleidsterreinen die het leven van kinderen aangaan?

Een voorbeeld hoe kinderen worden meegenomen bij het ontwikkelen van beleid is bij het opzetten van het Talentenfonds. Dit is niet bedacht door de gemeente, maar op basis van input van kinderen, jongeren en hun ouders vormgegeven. Het college vindt het belangrijk dat zij niet alleen in contact is met kinderen en de belangen en inzichten worden meegenomen, maar dat zij ook daadwerkelijk kunnen aangeven hoe beleid eruit moet zien. Ook binnen de Haagse Preventieaanpak wordt bijvoorbeeld op deze manier gekeken om de belangen en inzichten van kinderen mee te nemen. 9.

Zet het college getrainde professionals in om in gesprek met kinderen en/of hun ouders te gaan over hun welzijn?

Vanuit de Haagse Aanpak Gezond Gewicht bieden we professionals handvatten aan om het gesprek met ouders te voeren over een gezonde leefstijl. Bijvoorbeeld in de vorm van kletskaarten, waarmee ouders inzicht krijgen in wat gezonde keuzes zijn en zij van elkaar leren. Hierdoor kunnen ouders gezondere keuzes maken in de opvoeding van hun kind. Binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) worden deze thema's ook structureel besproken tijdens reguliere contactmomenten met kinderen en ouders. Afhankelijk van de leeftijd gebeurt dit fysiek met vragenlijsten (VO). Daarnaast maakt het college ook gebruik van vrijwilligers (Moeders Informeren Moeders) om in gesprek te komen en blijven, over het brede welzijn (van leefstijl, opvoeding en financiële situatie). Ouders die extra ondersteuning nodig hebben ontvangen die al vanaf de zwangerschap of geboorte via de samenwerking tussen de Haagse ziekenhuizen en de JGZ. Onder meer via de Nazorgpoli, Mama+ poli en de POP poli. 10. Is het college bereid te onderzoeken of zij de inzichten van kinderen beter kan betrekken bij het armoedebeleid? Het college staat er altijd voor open om de verschillende bestaande manieren om kinderen en jongeren te betrekken bij het opstellen van beleid uit te breiden. We blijven mogelijkheden hiertoe onderzoeken. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16179397/1