RIS323340 Voorstel van het college inzake Vaststelling Nota Broedplaatsenbeleid 2025–2030
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
30 september 2025
OCW/10924318 RIS323340
Voorstel van het college inzake Vaststelling Nota Broedplaatsenbeleid 2025–2030 Met de bijgevoegde ‘Nota Broedplaatsenbeleid 2025–2030’ geven we richting aan het gemeentelijk beleid voor culturele broedplaatsen en creatieve hotspots in Den Haag. Deze nota is een vervolg op het beleid 2021–2024 en sluit aan bij de ‘Cultuurvisie Den Haag 2033: De kunst van betekenis’ (RIS315525), de ‘Economische Visie Den Haag+ 2030’ (RIS303550) en de ‘Nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ (RIS316628). De gemeente Den Haag wil met het nieuwe broedplaatsenbeleid een oplossing bieden voor de toenemende druk op betaalbare werkruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers. De nota bevat een integrale visie en concrete maatregelen om het broedplaatsenklimaat te versterken, de creatieve sector te laten groeien en de maatschappelijke impact van broedplaatsen te vergroten. De nota zet de hoofdlijnen van het beleid uit: de individuele maatregelen worden daarna een voor een uitgewerkt. Totstandkoming van de nota De nota is tot stand gekomen na een intensief traject waarin kunstenaars, creatieve makers en ondernemers uit diverse broedplaatsen en hubs in Den Haag actief hebben meegedacht.
Er is een evaluatie uitgevoerd van het vorige beleid (2021–2024), aangevuld met een benchmark van andere grote steden en gesprekken met onder meer STROOM, het Haags Cultuuroverleg (HCO), de Haagse Vastgoed Kring, de Economic Board The Hague en gemeentelijke diensten. De opbrengsten zijn verwerkt in een conceptnota, die vervolgens is getoetst en verrijkt via consultaties met culturele, economische en vastgoedpartijen. De nota is met enthousiasme ontvangen en vormt daarmee een breed gedragen koersdocument. Waarom dit raadsvoorstel? De gemeente Den Haag staat voor grote maatschappelijke en ruimtelijke opgaven die vragen om innovatieve oplossingen. De creatieve sector – waaronder kunstenaars en creatieve ondernemers – speelt hierin een belangrijke rol. Broedplaatsen bieden niet alleen een toegankelijke werkruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers, maar leveren ook werkgelegenheid en economische groei op, en dragen ook bij aan een vitale leefomgeving in wijken en buurten. Het vorige broedplaatsenbeleid (2021–2024) loopt af.
Er is voor gekozen dit niet simpelweg één-op-één te verlengen omdat er nieuwe uitdagingen zijn ontstaan die actualisatie van het beleid noodzakelijk maken: • ruimte onder druk: betaalbare werkruimte voor kunstenaars wordt schaarser door herontwikkeling van panden en afname van tijdelijke locaties; • exploitatie onder druk: het huidige broedplaatsentarief is sinds 2005 (35–45 euro per m²) niet meer geïndexeerd en staat onder druk, mede door stijgende kosten en verduurzamingsopgaven; • kansen voor kruisbestuiving: er is een groeiende behoefte aan samenwerking tussen kunstenaars en creatieve ondernemers, wat leidt tot innovatie en economische versterking; • rol in gebiedsontwikkeling: broedplaatsen dragen bij aan de identiteit, vitaliteit en sociale cohesie van wijken, zoals zichtbaar in gebieden als de Binckhorst en Moerwijk.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10924318
De nota beoogt richting te geven aan het beleid voor de periode 2025–2030 en biedt antwoorden op vragen als: Hoe blijft Den Haag aantrekkelijk voor kunstenaars? Hoe houden we de hoeveelheid betaalbare ruimte op peil en zorgen we voor doorstroom? Hoe benutten we de kansen van gemengde creatieve hubs? Beoogd effect en maatschappelijke doelen De nota wil bijdragen aan een inclusieve, creatieve en veerkrachtige stad door het versterken van het broedplaatsenklimaat. Dit betekent: • behoud en uitbreiding van betaalbare werkruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers; • stimuleren van kruisbestuiving tussen kunst en creatieve economie; • versterken van de leefbaarheid en identiteit van wijken; • een impuls geven aan de werkgelegenheid in de creatieve sector. Maatschappelijke doelen 1. Culturele vitaliteit • ruimte bieden voor experiment, ontwikkeling en presentatie van kunst; • versterken van de culturele infrastructuur in alle stadsdelen. 2. Sociale cohesie en leefbaarheid • broedplaatsen als ontmoetingsplekken in wijken; • bijdragen aan buurtontwikkeling, participatie en gemeenschapsvorming. 3. Economische innovatie en werkgelegenheid • creatieve sector als banenmotor en aanjager van innovatie; • versterken van de creatieve economie door gemengde broedplaatsen (hotspots). 4.
Ruimtelijke ontwikkeling • slim gebruik van tijdelijk en permanent vastgoed; • integratie van broedplaatsen in gebiedsontwikkeling (zoals Binckhorst, DHZW).
Om de maatschappelijke doelen te behalen is samenwerking tussen marktpartijen en de overheid nodig. Een deel van de broedplaatsen is in bezit van marktpartijen, zoals ontwikkelaars en corporaties. Voor corporaties geldt dat hun primaire verantwoordelijkheid ligt bij het realiseren van voldoende betaalbare woningen, waar ontwikkelaars zich vaak ook richten op woningen en commercieel vastgoed. Omdat een gezond makersklimaat met ruimte voor de creatieven een van de speerpunten van de Cultuurvisie 2033 is, zet de gemeente ook zelf in op het realiseren en beheren van voldoende en betaalbaar vastgoed voor deze doelgroep. Voorgeschiedenis en eerdere besluitvorming over dit onderwerp Den Haag kent een roemrijke geschiedenis van broedplaatsen en een do-it-yourself-mentaliteit. In 2005 werd de definitie voor het eerst in een gemeentelijke nota verwoord: een plek waar kunstenaars en creatieve ondernemers onder betaalbare en inspirerende omstandigheden kunnen werken, experimenteren en presenteren. Sindsdien is het beleid meerdere keren geactualiseerd, met als meest recente kader de Nota Culturele Broedplaatsen 2021–2024.
In deze periode (2021–2024) zette Den Haag belangrijke stappen: • gemeentelijk vastgoed werd behouden voor culturele doeleinden; • het broedplaatsentarief werd gehandhaafd op €35,- – €45,- per m²; • tijdelijk en gedeeld gebruik van broedplaatslocaties werd gestimuleerd; • een broedplaatsmakelaar werd aangesteld om vraag en aanbod te verbinden; • er kwamen subsidies beschikbaar voor activiteiten, beheer en ondersteuning van broedplaatsen.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10924318
In 2024 is dit beleid geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie, die op 9 juli 2024 aan de gemeenteraad werd aangeboden (RIS319434), vormden de basis voor de nieuwe nota. De evaluatie liet zien dat het beleid effectief was, maar ook dat er nieuwe uitdagingen op tafel lagen: een groeiende druk op betaalbare ruimte, een gebrek aan doorstroom, en de wens om meer verbinding te leggen tussen kunst en creatieve economie. Op basis van deze inzichten werd een nieuw beleidsproces gestart. Dit verliep in zes stappen: 1. evaluatie van het vorige beleid, inclusief benchmark met andere steden en gesprekken met makers; 2. bespreking in de raadscommissie; 3. opstellen van een conceptnota, mede gebaseerd op de Cultuurvisie 2033 en de Economische Visie Den Haag+ 2030; 4. consultatie van stakeholders, waaronder kunstenaars, vastgoedpartijen en culturele instellingen; 5. vaststelling door het college van B&W; 6. raadsbesluitvorming. Het voorgestelde nieuwe beleid markeert een volgende fase. Het bouwt voort op het fundament van het vorige beleid, maar verbreedt de aanpak. Naast kunstenaars, maar worden ook creatieve ondernemers nadrukkelijker betrokken. Er komt meer aandacht voor gemengde broedplaatsen (hotspots), voor samenwerking met marktpartijen, en voor het borgen van culturele ruimte in gebiedsontwikkeling.
Risico’s en kanttekeningen bij het broedplaatsenbeleid Hoewel de gemeente Den Haag met de nieuwe nota een ambitieuze en toekomstgerichte koers uitzet, zijn er ook duidelijke risico’s en aandachtspunten die het succes van het beleid kunnen beïnvloeden. 1. Ruimte onder druk De grootste zorg is het toenemende tekort aan betaalbare fysieke ruimte. De stad groeit, vastgoedprijzen stijgen, en als tijdelijke locaties verdwijnen door herontwikkeling is het vaak lastig om tijdig door te stromen naar een nieuwe locatie. Hierdoor komt de beschikbaarheid van werkruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers steeds verder in de knel. Dit is een structureel probleem dat breder speelt dan alleen het broedplaatsenbeleid. 2. Oneigenlijk gebruik en gebrek aan doorstroom Er is nog geen effectief instrument om doorstroom binnen broedplaatsen te stimuleren. Sommige gebruikers blijven te lang op plekken die bedoeld zijn als springplank. Tegelijkertijd worden ruimtes soms niet gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn — bijvoorbeeld als opslag in plaats van werkruimte. Zonder betere handhaving en duidelijke criteria blijft dit een knelpunt. 3. Beperkt zicht op vraag en aanbod De gemeente heeft momenteel geen volledig beeld van de totale behoefte aan broedplaatsen, zeker niet buiten het eigen vastgoed. Dit maakt het lastig om gericht te sturen op uitbreiding of herverdeling van ruimte.
Een goed functionerend Makelpunt en periodieke monitoring zijn cruciaal en moeten verder worden ontwikkeld.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10924318
4. Risico op verdringing Door de verbreding van de doelgroep — van autonome kunstenaars naar ook creatieve ondernemers — bestaat het risico dat kunstenaars met een zwakkere marktpositie worden verdrongen. Het beleid wil dit voorkomen door duidelijke toelatingscriteria en differentiatie in huurprijzen, maar dit vraagt om zorgvuldige uitvoering. 5. Afhankelijkheid van samenwerking Het succes van het beleid hangt sterk af van samenwerking met externe partijen: woningcorporaties, ontwikkelaars, makelaars en culturele instellingen. Als deze partners niet voldoende meebewegen, kan de uitvoering vertragen of stagneren. Het is dus belangrijk om blijvend in deze samenwerking te investeren. 6. Financiële druk en exploitatie De culturele huurprijs is jarenlang niet geïndexeerd, terwijl kosten voor onderhoud en verduurzaming stijgen. Er is een spanningsveld tussen het aanbieden van betaalbare ruimte en het financieel haalbaar houden van de exploitatie. Uitgangspunt blijft om het cultureel vastgoed beschikbaar te houden voor de doelgroep voor wie een laag huurtarief noodzakelijk is. Maar zonder een goed doordacht huurprijsbeleid en aanvullende financieringsinstrumenten (zoals een revolverend fonds) kan dit knellen. 7. Complexiteit van uitvoering De nota bevat ambities, maatregelen en samenwerkingsvormen.
Dit vraagt om een sterke regie, heldere taakverdeling en voldoende ambtelijke capaciteit. Zijn er alternatieven of scenario’s uitgewerkt? De nota is geen beleidsverkenning, maar een koersdocument. Het is het resultaat van een langlopend beleidsproces dat voortbouwt op het vorige broedplaatsenbeleid (2021–2024) en de evaluatie daarvan. In plaats van verschillende scenario’s naast elkaar te zetten, kiest de gemeente bewust voor het voortzetten en verdiepen van een bestaande lijn die als effectief is beoordeeld. De evaluatie van het vorige beleid (RIS319434) liet zien dat de aanpak in grote lijnen succesvol was: het aantal broedplaatsen groeide, het netwerk van makers werd versterkt, en de culturele huurprijs bleef betaalbaar. Tegelijkertijd kwamen er duidelijke knelpunten naar voren, zoals het tekort aan ruimte, het gebrek aan doorstroom en de wens tot meer verbinding met de creatieve economie. De nieuwe nota is dus vooral een doorontwikkeling van bestaand beleid, met nieuwe accenten en verbreding van de doelgroep. Daarnaast is het beleidsproces sterk participatief geweest. In plaats van alternatieven op papier te zetten, is gekozen voor coproductie met kunstenaars, creatieve ondernemers, vastgoedpartijen en beleidsmakers. De koers die nu is vastgelegd, is daarmee het resultaat van een breed gedragen consensus, niet van een afweging tussen concurrerende scenario’s.
Tot slot is de nota ingebed in andere gemeentelijke visies, zoals de Cultuurvisie 2033, de Economische Visie Den Haag+ 2030 en de Omgevingsvisie. Binnen die kaders is er weinig ruimte voor fundamenteel andere richtingen. De urgentie van het ruimteprobleem en de wens om de creatieve sector te versterken, maken dat de gemeente kiest voor een integrale, uitvoeringsgerichte aanpak in plaats van een open beleidsverkenning.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10924318
Maatschappelijke kosten en baten De maatschappelijke en economische impact van het broedplaatsenbeleid 2025–2030 is aanzienlijk. Volgens onderzoek van het Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) levert de culturele sector in Den Haag een belangrijke bijdrage aan werkgelegenheid en economische groei. Creatieve broedplaatsen bieden betaalbare werkruimte voor kunstenaars en startende ondernemers, wat innovatie en samenwerking stimuleert. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Rebel Group dat elke euro die wordt geïnvesteerd in creatieve huisvesting gemiddeld 24 euro aan andere bestedingen en waardestijging uitlokt. Ook levert het aanzienlijke inverdieneffecten op: voor elke euro ontvangt de overheid gemiddeld 11 euro terug, onder andere via besparingen op uitkeringen en wijkbeheer. Broedplaatsen dragen bovendien bij aan sociale cohesie, leefbaarheid in wijken en het vestigingsklimaat van de stad. Ze fungeren als katalysator voor talentontwikkeling, culturele participatie en economische vernieuwing. De creatieve sector fungeert als banenmotor en aanjager van innovatie, met een bewezen positief effect op brede welvaart. De maatschappelijke kosten betreffen enerzijds de inzet van geld en capaciteit van de gemeente voor deze panden. Ook kiest de gemeente voor de betreffende panden nadrukkelijk voor een culturele en creatieve functie ten koste van andere functies.
Dit past echter binnen het in de Cultuurvisie 2033 vastgestelde beleid en draagt bij aan een aantrekkelijke en leefbare omgeving. Financiële consequenties De gemeente Den Haag biedt via verschillende subsidieregelingen ondersteuning aan culturele broedplaatsen. Daarnaast zijn er projectsubsidies via de regeling Haagse Kunst en Cultuur Projecten (HKCP) en meerjarige subsidies via het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur. Het totale jaarlijkse budget (prijspeil 2025) bedraagt € 3.076.378,- exclusief ambtelijke inzet (5,5 fte). Het beleid wordt uitgevoerd binnen de bestaande budgettaire kaders. Er wordt gestreefd naar efficiënter gebruik van vastgoed, differentiatie in huurtarieven en samenwerking met marktpartijen. Zo verwacht de gemeente de intensivering van het maatregelenpakket te kunnen opvangen. Indien nodig wordt het uitvoeringstempo aangepast om binnen de huidige meerjarenbegroting te blijven. Ook wordt de mogelijkheid van een revolverend fonds voor creatief vastgoed onderzocht.
Juridische consequenties De nota bevat geen expliciete juridische paragraaf, maar er zijn wel impliciete juridische aspecten: • huurcontracten worden voortaan jaarlijks geïndexeerd; bestaande contracten worden niet opengebroken; • STROOM blijft verantwoordelijk voor de toelating van erkende kunstenaars; er wordt gewerkt aan een protocol en toetsingscriteria; • oneigenlijk gebruik van ruimte wordt aangepakt via handhaving en contractvoorwaarden; • er worden prestatieafspraken gemaakt met externe partijen over het realiseren van broedplaatsen; • subsidies worden verstrekt onder duidelijke voorwaarden, zoals minimale huurtermijn en verantwoording; • er wordt gewerkt aan een berekenmethode om maatschappelijke impact te verdisconteren in de huurprijs.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10924318
Uitvoeringsconsequenties De ambities van de nota zijn groot: Den Haag wil een stad zijn waar kunstenaars, makers en creatieve ondernemers de ruimte krijgen om te groeien, te experimenteren en bij te dragen aan een levendige stad. Maar om dat waar te maken, is een stevige uitvoeringsstructuur nodig. De nota is dan ook niet alleen een visie, maar bevat een gedetailleerd programma met concrete maatregelen, partnerschappen en deadlines. De verschillende maatregelen worden stap voor stap nader uitgewerkt in de uitvoering. 1. Meer regie en samenwerking binnen de gemeente De uitvoering vraagt om een integrale aanpak. Verschillende gemeentelijke afdelingen — cultuur, vastgoed, economie, gebiedsontwikkeling — moeten nauwer samenwerken. Broedplaatsen zullen daarom worden besproken aan de Ruimtelijke regietafel. 2. Nieuwe instrumenten en systemen Een belangrijk instrument dat zal worden doorontwikkeld is het Makelpunt. Het Makelpunt is een digitaal platform opgericht om ondernemers aan een plek te helpen, maar zal breder worden ingezet ten behoeve van collectieven van (creatieve) ondernemers en van kunstenaars. Deze doorontwikkeling moet nog plaatsvinden, in samenwerking met STROOM, makelaars, corporaties en broedplaatsbeheerders.
Daarnaast wordt gewerkt aan: • een herziening van het huurprijsbeleid, met differentiatie tussen kunstenaars en ondernemers; • een monitoringssysteem voor vraag en aanbod van ruimte; • een berekenmethode voor maatschappelijke impact, die invloed kan hebben op de huurprijs. 3. Versterking van externe samenwerking De gemeente wil intensiever samenwerken met woningcorporaties, ontwikkelaars en andere vastgoedeigenaren. Dit doen we aan de Haagse Tafel Wonen. Ook komt er een Alliantie Creatieve Sector, waarin makers, broedplaatsen en creatieve hubs vertegenwoordigd zijn. 4. Meer maatwerk en gebiedsgericht werken De uitvoering vraagt om maatwerk per stadsdeel. Op basis van wijkprofielen en gebiedsanalyses worden specifieke doelen gesteld voor het aantal vierkante meters broedplaatsruimte zie de ‘Nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ (RIS316628). 5. Veranderende rol van de gemeente De gemeente verschuift van uitvoerder naar regisseur en facilitator. Ze stelt ruimte beschikbaar, ondersteunt waar nodig, maar verwacht ook meer zelforganisatie van broedplaatsen. Beheerders worden gestimuleerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor programmering, beheer en ontwikkeling. 6.
Tijdspad en implementatie De uitvoering is uitgespreid over meerdere jaren: • in 2025 worden vraag en aanbod in kaart gebracht, het huurprijsbeleid herijkt en het platform creatieve broedplaatsen opgestart; • in 2026 volgt de doorontwikkeling van het Makelpunt, de doorstroomtoets; • vanaf 2027 wordt gemonitord en bijgestuurd.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10924318
Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 30 september 2025, Besluit: I.
vast te stellen de ‘Nota Broedplaatsenbeleid 2025–2030’, waarin: a. wordt ingespeeld op de toenemende druk op betaalbare werkruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers; b. wordt ingezet op het behoud en de uitbreiding van het aantal vierkante meters broedplaatsen; c. wordt gestuurd op een optimale benutting van bestaande broedplaatslocaties en het tegengaan van oneigenlijk gebruik; d. de samenwerking wordt versterkt tussen kunstenaars, makers en creatieve ondernemers in gemengde creatieve hotspots; e. wordt gestuurd op een integrale aanpak van gemeentelijk vastgoedbeheer en samenwerking met marktpartijen; f. het broedplaatsenklimaat wordt versterkt door ondersteuning van zelforganisatie, beheer en programmering; g. de zichtbaarheid van broedplaatsen wordt vergroot via evenementen, communicatie en gezamenlijke positionering; h. wordt gestuurd op spreiding van broedplaatsen over de stad, met gebruik van referentienormen in gebiedsontwikkelingen; i. het Makelpunt wordt uitgebreid naar gebruik voor vraag en aanbod van creatieve werkruimte; j. wordt gestuurd op differentiatie in huurtarieven, waarbij culturele huurprijzen behouden blijven voor erkende kunstenaars; k. maatschappelijke impact van broedplaatsen zichtbaar wordt gemaakt en waar mogelijk gekapitaliseerd in de huurprijs.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van … De griffier,
De voorzitter,
7/7