RIS323340 Oplegger raad
Tekst van het document
Raadsvoorstel Documentnummer: OCW/10924318 Zaaknummer: 342325
Oplegger gemeenteraad Onderwerp
Nota Broedplaatsenbeleid 2025 -2030
Waarom dit raadsvoorstel?
Met de bijgevoegde ‘Nota Broedplaatsenbeleid 2025–2030’, geven we richting aan het gemeentelijk beleid voor culturele broedplaatsen en creatieve hotspots in Den Haag. Deze nota is een vervolg op het beleid 2021–2024 en sluit aan bij de ‘Cultuurvisie Den Haag 2033: De kunst van betekenis’ (RIS315525), de ‘Economische Visie Den Haag+ 2030’ (RIS303550) en de ‘Nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ (RIS316628). De gemeente Den Haag wil met het nieuwe broedplaatsenbeleid een oplossing bieden voor de toenemende druk op betaalbare werkruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers. De nota bevat een integrale visie en concrete maatregelen om het broedplaatsenklimaat te versterken, de creatieve sector te laten groeien en de maatschappelijke impact van broedplaatsen te vergroten. De nota zet de hoofdlijnen van het beleid uit: de maatregelen worden de komende periode een voor een uitgewerkt en geïmplementeerd. De nota bouwt voort op het fundament van het vorige beleid, maar verbreedt de aanpak. Naast kunstenaars worden ook creatieve ondernemers nadrukkelijker betrokken. Er komt meer aandacht voor gemengde broedplaatsen (hotspots), voor samenwerking met marktpartijen, en voor het borgen van culturele ruimte in gebiedsontwikkeling.
Beoogd effect: (maatschappelijke) doel (en) en (publiek) belang
Beoogd effect, maatschappelijke doelen en publiek belang - De nota wil bijdragen aan eeninclusieve, creatieve en veerkrachtige staddoor het versterken van het broedplaatsenklimaat. Dit betekent: - behoud en uitbreiding van betaalbare werkruimtevoor kunstenaars en creatieve ondernemers; - stimuleren van kruisbestuivingtussen kunst en creatieve economie; - versterken van de leefbaarheid en identiteitvan wijken; - stimuleren van de werkgelegenheidin de creatieve sector. Maatschappelijke doelen - Culturele vitaliteit. - Ruimte bieden voor experiment, ontwikkeling en presentatie van kunst. - Versterken van de culturele infrastructuur in alle stadsdelen. - Sociale cohesie en leefbaarheid. - Broedplaatsen als ontmoetingsplekken in wijken. - Bijdragen aan buurtontwikkeling, participatie en gemeenschapsvorming. - Economische innovatie en werkgelegenheid. - Creatieve sector als banenmotor en aanjager van innovatie. - Versterken van de creatieve economie door gemengde broedplaatsen (hotspots). - Ruimtelijke ontwikkeling. - Slim gebruik van tijdelijk en permanent vastgoed.
Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 29-9-2025 om 12:15
pagina 1 van 5
- Integratie van broedplaatsen in gebiedsontwikkeling (zoals Binckhorst, DHZW). - Vorm. Publiek belang Om de maatschappelijke doelen te behalen, is samenwerking tussen marktpartijen en de overheid nodig. Een deel van de broedplaatsen is in bezit van marktpartijen, zoals ontwikkelaars en corporaties. Maar samen bieden zij onvoldoende ruimte om alle culturele broedplaatsen en creatieve ondernemers te huisvesten, hun prioriteit ligt voornamelijk bij het realiseren van woningen en commercieel vastgoed. Omdat een gezond makersklimaat met ruimte voor de creatieven een van de speerpunten van de Cultuurvisie 2033 is, zet de gemeente ook in op het realiseren en beheren van voldoende en betaalbaar vastgoed voor deze doelgroep. Voorgeschiedenis en eerdere besluitvorming over dit onderwerp
Het vorige broedplaatsenbeleid had een looptijd van2021–2024 en was gebaseerd op deNota Culturele Broedplaatsen 2021–2024. In deze periode zijn belangrijke stappen gezet, zoals: - het behouden van gemeentelijk vastgoed voor culturele doeleinden; - het hanteren van een culturele huurprijs (€35–€45 per m²); - het stimuleren van gedeeld en tijdelijk gebruik van broedplaatslocaties; - de aanstelling van eenbroedplaatsmakelaar; - het verstrekken van subsidies voor activiteiten en ondersteuning van broedplaatsen. In2024is eenevaluatievan dit beleid uitgevoerd en op9 juli 2024aan de raad aangeboden (RIS319434). Deze evaluatie vormde de basis voor de nieuwe nota. De nieuwe nota is opgesteld op basis van: - de evaluatie van het vorige beleid; - een benchmarkonderzoek onder grote steden; - gesprekken met kunstenaars, makers, creatieve ondernemers en vastgoedpartijen. Beleidskaders zoals de: Cultuurvisie Den Haag 2033 – De kunst van betekenis (RIS315525), Economische Visie Den Haag+ 2030(RIS303550), Nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen(RIS316628). Het beleidsproces verliep in zes stappen: - evaluatie van het vorige beleid; - bespreking in de raadscommissie; - opstellen van een conceptnota; - consultatie van stakeholders; - vaststelling door het college; - raadsbesluitvorming.
Beslispunten (dictum)
I. Vast te stellen de ‘Nota Broedplaatsenbeleid 2025–2030’, waarin: a. wordt ingespeeld op de toenemende druk op betaalbare werkruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers; b. wordt ingezet op het behoud en de uitbreiding van het aantal vierkante meters broedplaatsen; c. wordt gestuurd op een optimale benutting van bestaande broedplaatslocaties en het tegengaan van oneigenlijk gebruik; d. de samenwerking wordt versterkt tussen kunstenaars, makers en creatieve ondernemers in gemengde Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 29-9-2025 om 12:15
pagina 2 van 5
creatieve hotspots; e. wordt gestuurd op een integrale aanpak van gemeentelijk vastgoedbeheer en samenwerking met marktpartijen; f. het broedplaatsenklimaat wordt versterkt door ondersteuning van zelforganisatie, beheer en programmering; g. de zichtbaarheid van broedplaatsen wordt vergroot via evenementen, communicatie en gezamenlijke positionering; h. wordt gestuurd op spreiding van broedplaatsen over de stad, met gebruik van referentienormen in gebiedsontwikkelingen; i. het Makelpunt wordt gebruikt voor vraag en aanbod van creatieve werkruimte; j. wordt gestuurd op differentiatie in huurtarieven, waarbij culturele huurprijzen behouden blijven voor erkende kunstenaars; k. maatschappelijke impact van broedplaatsen zichtbaar wordt gemaakt en waar mogelijk gekapitaliseerd in de huurprijs. Gebied waar het voorstel betrekking op
De gemeente Den Haag
heeft Vervolg
Na vaststelling van de nota door de gemeenteraad, zullen de actiepunten worden uitgevoerd.
Risico's en kanttekeningen
Hoewel de gemeente Den Haag met de nieuwe nota een ambitieuze en toekomstgerichte koers uitzet, zijn er ook duidelijke risico’s en aandachtspunten die het succes van het beleid kunnen beïnvloeden. 1.Ruimte onder druk 2.Oneigenlijk gebruik en gebrek aan doorstroom 3.Beperkt zicht op vraag en aanbod 4.Risico op verdringing 5.Afhankelijkheid van samenwerking 6.Financiële druk en exploitatie 7.Complexiteit van uitvoering
Overwogen alternatieven of scenario's
Nee
Waarom zijn er geen alternatieven of scenario’ s overwogen?
De nota is geen beleidsverkenning, maar een koersdocument. Het is het resultaat van een langlopend beleidsproces, dat voortbouwt op het vorige broedplaatsenbeleid (2021–2024) en de evaluatie daarvan. In plaats van verschillende scenario’s naast elkaar te zetten, kiest de gemeente bewust voor het voortzetten en verdiepen van een bestaande lijn, die als effectief is beoordeeld. De evaluatie van het vorige beleid (RIS319434) liet zien, dat de aanpak in grote lijnen succesvol was: het aantal broedplaatsen groeide, het netwerk van makers werd versterkt, en de culturele huurprijs bleef betaalbaar. Tegelijkertijd kwamen er duidelijke knelpunten naar voren, zoals het tekort aan ruimte, het gebrek aan doorstroom en de wens tot meer verbinding met de creatieve economie. De nieuwe nota is dus vooral een doorontwikkeling van bestaand beleid, met nieuwe accenten en verbreding van de doelgroep. Daarnaast is het beleidsproces sterk participatief geweest. In plaats van alternatieven op papier te zetten, is gekozen voor coproductie met kunstenaars, creatieve ondernemers, vastgoedpartijen en beleidsmakers. De koers die nu is vastgelegd, is daarmee het resultaat van een breed gedragen consensus, niet van een afweging tussen concurrerende scenario’s. Tot slot is de nota ingebed in andere gemeentelijke visies, zoals de Cultuurvisie 2033, de Economische
Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 29-9-2025 om 12:15
pagina 3 van 5
Visie Den Haag+ 2030 en de Omgevingsvisie. Binnen die kaders is er weinig ruimte voor fundamenteel andere richtingen. Maatschappelijke kosten en baten
De maatschappelijke en economische impact van het broedplaatsenbeleid 2025–2030 is aanzienlijk. Volgens onderzoek van het Bureau voor Economische Argumentatie (BEA), levert de culturele sector in Den Haag een belangrijke bijdrage aan werkgelegenheid en economische groei. Creatieve broedplaatsen bieden betaalbare werkruimte voor kunstenaars en startende ondernemers, wat innovatie en samenwerking stimuleert. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Rebel Group, dat elke euro die wordt geïnvesteerd in creatieve huisvesting gemiddeld 24 euro aan andere bestedingen en waardestijging uitlokt. Ook levert het aanzienlijke inverdieneffecten op: voor elke euro ontvangt de overheid gemiddeld 11 euro terug, onder andere via besparingen op uitkeringen en wijkbeheer. De maatschappelijke kosten betreffen enerzijds de inzet van geld en capaciteit van de gemeente voor deze panden. Ook kiest de gemeente voor de betreffende panden nadrukkelijk voor een culturele en creatieve functie ten koste van andere functies. Dit past echter binnen het in de Cultuurvisie 2033 vastgestelde beleid en draagt bij aan een aantrekkelijke en leefbare omgeving.
Financiële
De gemeente Den Haag biedt via verschillende subsidieregelingen ondersteuning aan culturele broedplaatsen. Daarnaast zijn er projectsubsidies via de regeling Haagse Kunst en Cultuur Projecten (HKCP) en meerjarige subsidies via het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur. Het totale jaarlijkse budget (prijspeil 2025) bedraagt € 3.076.378,- exclusief ambtelijke inzet (5,5 fte). Het beleid wordt uitgevoerd binnen de bestaande budgettaire kaders. Er wordt gestreefd naar efficiënter gebruik van vastgoed, differentiatie in huurtarieven en samenwerking met marktpartijen. Zo verwacht de gemeente de intensivering van het maatregelenpakket te kunnen opvangen. Indien nodig wordt het uitvoeringstempo aangepast om binnen de huidige meerjarenbegroting te blijven Ook wordt de mogelijkheid van een revolverend fonds voor creatief vastgoed onderzocht.
consequenties
Juridische consequenties
De nota bevat geen expliciete juridische paragraaf, maar er zijn wel impliciete juridische aspecten: • Huurcontracten worden voortaan jaarlijks geïndexeerd; bestaande contracten worden niet opengebroken. • STROOM blijft verantwoordelijk voor de toelating van erkende kunstenaars; er wordt gewerkt aan een protocol en toetsingscriteria. • Oneigenlijk gebruik van ruimte wordt aangepakt via handhaving en contractvoorwaarden. • Er worden prestatieafspraken gemaakt met externe partijen over het realiseren van broedplaatsen. • Subsidies worden verstrekt onder duidelijke voorwaarden, zoals minimale huurtermijn en verantwoording. • Er wordt gewerkt aan een berekenmethode om maatschappelijke impact te verdisconteren in de huurprijs.
Uitvoeringsconsequenties
De ambities van de nota zijn groot: Den Haag wil een stad zijn waar kunstenaars, makers en creatieve ondernemers de ruimte krijgen om te groeien, te experimenteren en bij te dragen aan een levendige stad. Maar om dat waar te maken, is een stevige uitvoeringsstructuur nodig. De nota is dan ook niet alleen een visie, maar bevat een gedetailleerde agenda met concrete maatregelen, partnerschappen en deadlines. Deze worden nader uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma. 1.Meer regie en samenwerking binnen de gemeente 2.Nieuwe instrumenten en systemen 3.Versterking van externe samenwerking 4.Meer maatwerk en gebiedsgericht werken 5.Veranderende rol van de gemeente 6.Tijdspad en implementatie
Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 29-9-2025 om 12:15
pagina 4 van 5
7. Vanaf2027wordt gemonitord en bijgestuurd. -Monitoring en nulmetingen: o.a. naar ruimtebehoefte, gebruik en impact. Informatie over hoe het voorstel tot stand is gekomen
Het voorstel is tot stand gekomen via een intensief traject met kunstenaars, makers, creatieve ondernemers, STROOM, HCO, vastgoedpartijen en gemeentelijke diensten. De stappen waren: evaluatie van het vorige beleid, bespreking in de raadscommissie, opstellen van een conceptnota, consultatie van stakeholders, vaststelling door het college en raadsbesluitvorming. De nota is een coproductie met de stad en vormt de basis voor een uitvoeringsprogramma dat in 2026 gereed is.
Is er sprake geweest van een inspraak- of participatieproces?
Ja
Toelichting op het doorlopen participatieen/of inspraaktraject
Ja. Er is sprake geweest van een breed participatieproces. Kunstenaars, creatieve makers, STROOM, HCO, vastgoedpartijen en gemeentelijke diensten zijn betrokken. De evaluatie van het vorige beleid is samen met de doelgroep uitgevoerd. Er zijn consultaties gehouden en het uitvoeringsprogramma wordt in coproductie opgesteld. Ook is er communicatie via nieuwsbrieven, netwerkbijeenkomsten, etc.
Communicatie
Het raadsvoorstel en de nota zullen, naast de gebruikelijke publicatie via het RIS, met direct belanghebbende worden gedeeld en via diverse platforms worden verspreid alsmede in de nieuwsbrief van Cultuur worden opgenomen.
Is er sprake van termijngebondenheid?
Nee
Openbaar / Geheim
Openbaar
Bijlage(n)
Nota broedplaatsenbeleid 250916 schoon
Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 29-9-2025 om 12:15
pagina 5 van 5