CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323340 Bijlage Nota broedplaatsenbeleid

Gemeenteraad 4 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Stemmingen (incl. gestaakte stemmen raad 13 november)12.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 alinea's met “integrale”: 127

Nota Broedplaatsenbeleid 20252030 Gemeente Den Haag

Inhoud Samenvatting

1

1. Inleiding

3

1.1 PROCES

5

1.2 LEESWIJZER

5

2. Terugblik en huidige situatie

6

2.1 RESULTATEN

6

2.2 REFLECTIE

9

3. Ambitie: broedplaatsen als katalysator

10

3.1 BROEDPLAATSEN ONDER DRUK

10

3.2 AMBITIE: BROEDPLAATSEN ALS KANS VOOR GROEI EN INNOVATIE

10

3.3 HOOFDLIJNEN VAN BELEID

12

3.4 GEMEENTELIJKE ROL

14

3.5 VERWACHTE IMPACT VOOR DE STAD

14

4. Speerpunten

17

4.1 SPEERPUNT 1: OPTIMALISATIE VRAAG EN AANBOD

17

4.2 SPEERPUNT 2: INTEGRAAL PORTEFEUILLEMANAGEMENT

19

4.3 SPEERPUNT 3: VERSTERKEN BROEDPLAATSENKLIMAAT

21

4.4 SPEERPUNT 4: ZICHTBAARHEID IN DE STAD

23

5. Financiën

25

6. Organisatie en proces

27

6.1 ORGANISATIE

27

6.2 ROUTEKAART

27

Samenvatting Inleiding en terugblik Den Haag heeft een sterke traditie van broedplaatsen. Kunstenaars en creatieve ondernemers vinden hier al decennialang ruimte om te werken en elkaar te ontmoeten. Bijvoorbeeld in plekken als de Illusie. Onder meer Stroom heeft al jaren een aanjagende rol gespeeld om de betekenis van cultuur zichtbaar te maken. Er is een breed en divers netwerk van initiatieven, verspreid over de stad. Het beleid van de afgelopen jaren heeft die ontwikkeling ondersteund: de stad beschikt inmiddels over ruim 47.000 m² broedplaatsruimte verdeeld over meer dan dertig locaties. Nieuwe initiatieven als de Noodzetel, het Pianohuis en Club Laak konden hierdoor tot stand komen. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de druk op betaalbare ruimte toeneemt. Tijdelijke locaties vallen weg, er is nog geen goed instrument voor doorstroom, en de balans tussen vraag en aanbod is onvoldoende inzichtelijk. Daarbij komt dat er in Den Haag ten opzichte van andere grote steden potentie is in de groei van het aandeel creatieve economie. Deze ontwikkelingen maken het gewenst om het beleid te actualiseren. Ambitie: broedplaatsen als katalysator De gemeente wil broedplaatsen de komende jaren nadrukkelijk inzetten als motor voor groei en innovatie. Daarmee dragen zij bij aan een inclusieve, creatieve en veerkrachtige stad.

Doelstellingen: Het aantal vierkante meters broedplaatsen voor (erkende) kunstenaars blijft minimaal hetzelfde en houdt in de komende jaren gelijke tred met de groei van de stad. De bestaande capaciteit wordt niet alleen behouden, maar groeit mee met de ontwikkeling van de stad. Zo blijft Den Haag aantrekkelijk voor kunstenaars en wordt verdringing voorkomen. Een impuls geven aan de creatieve sector. Naast traditionele ateliers worden creatieve hotspots ontwikkeld, waar kunstenaars, makers en ondernemers samenwerken. De kruisbestuiving tussen kunst en economie levert innovatie, bedrijvigheid en maatschappelijke meerwaarde op. Minimaal realiseren van de richtinggevende norm voor culturele broedplaatsen. Nieuwe gebiedsontwikkelingen en woningbouwprojecten moeten structureel bijdragen aan de aanwezigheid van broedplaatsen. De norm van 0,14 m² (0,09 m2 voor broedplaatsen en 0,048 m2 voor ateliers) per nieuwe woning zorgt voor een evenwichtige spreiding en borgt dat creatieve ruimte onderdeel blijft van de stedelijke ontwikkeling. Om deze doelstellingen te bereiken kiest de gemeente voor een tweesporenaanpak. Enerzijds wordt ingezet op het optimaliseren van het bestaande aanbod, door middel van scherpere instroom- en doorstroomafspraken, een doorontwikkeling van het Makelpunt en een actualisering van het toelatingsbeleid.

Anderzijds wordt gewerkt aan verbreding en versterking, onder meer door integraal portefeuillebeheer van gemeentelijk vastgoed, samenwerking met marktpartijen en corporaties, en differentiatie in huurtarieven. Daarmee wordt de beschikbare ruimte beter benut en tegelijkertijd uitgebreid. Speerpunten en actielijnen De ambitie krijgt uitwerking via vier speerpunten. Elk speerpunt vertaalt de doelstellingen naar concrete maatregelen die in de periode 2025–2030 worden uitgevoerd. Speerpunt 1: Optimalisatie vraag en aanbod

1

• • •

Actualiseren van toelatingscriteria en procedures, vastleggen samenwerking met STROOM en verbreden aanbod via makelaars en broedplaatsontwikkelaars. Makelpunt verder ontwikkelen: digitaal platform voor vraag en aanbod, ook toegankelijk voor corporaties en marktpartijen. Inzicht in behoeften: nulmeting creatieve sector en periodieke monitoring.

Speerpunt 2: Integraal portefeuillemanagement • Eigenaars, beheerders en makers werken samen met de gemeente aan kennisdeling en nieuwe combinaties. • Via de Ruimtelijke Regietafel wordt actief gestuurd op omvang, kwaliteit en innovatie van de portefeuille. Ook wordt een revolverend fonds voor broedplaatsen verkend. • Leegstand slim benutten om onzekerheid van makers te verkleinen, met een doorstroommodel naar vastere plekken. • Het broedplaatstarief als richtsnoer wordt gehandhaafd, met betaalbare huren voor kunstenaars en gedifferentieerde tarieven voor ondernemers. Huren worden geïndexeerd binnen een bandbreedte van €45–€65 per m². De gemeente voert pilots uit om maatschappelijke bijdrage te koppelen aan huurprijzen. • Kunstenaars kunnen huur deels compenseren via maatschappelijke bijdragen, zoals evenementen of wijkactiviteiten. De gemeente ontwikkelt hiervoor een berekenmethode en evalueert beleid periodiek met betrokken stakeholders. • Broedplaatsen worden structureel opgenomen in gebiedsontwikkeling, conform de norm van 0,14 m² (0,09 m2 voor broedplaatsen en 0,048 m2 voor ateliers) per woning. Speerpunt 3: Versterken broedplaatsenklimaat • Stimuleren van zelfsturende broedplaatsen met goed beheer en programmering.

• Verkennen hoe creatieve broedplaatsen eigendom kunnen verwerven of versterken via subsidies, begeleiding en advies rondom renovatie, koop en professioneel beheer. • Bevorderen van professionalisering, talentontwikkeling en cultureel ondernemerschap via programma’s, subsidies en mentoring. • Ondersteuning ontmoeting en zichtbaarheid via netwerkbijeenkomsten, een tweejaarlijks event en doorontwikkeling van de website voor Haagse broedplaatsen, gekoppeld aan bestaande initiatieven. Speerpunt 4: Zichtbaarheid in de stad • Alliantie Creatieve Sector oprichten: platform voor makers, broedplaatsen en gemeente. • Evenementenstrategie: steun voor festivals zoals Hoogtij en een Haagse biënnale. • Gerichte externe communicatie via pers, sociale media en stedelijke projecten; interne communicatie via nieuwsbrieven, evenementen en platformmeetings in samenwerking met broedplaatsbeheerders en gemeente. Uitvoering en financiën De gemeente investeert jaarlijks ruim €3 miljoen in broedplaatsen. Binnen dit kader wordt gewerkt aan een efficiëntere inzet van middelen en aan samenwerking met externe partners. Onderzocht wordt of een revolverend fonds kan bijdragen aan de financiering van nieuwe initiatieven.

Het beleid kent een looptijd van 6 jaar om de maatregelen die in de externe samenwerking, vastgoedsturing en exploitatie hun beslag zullen krijgen, uitvoerbaar te maken en te kunnen effectueren. Met de uitvoering van de nota gaat de gemeente direct na vaststelling van start. Op basis van deze nota worden werkafspraken gemaakt met alle interne en externe betrokkenen. De uitvoering vindt plaats in nauwe samenwerking met partners: onder andere de gemeentelijke vastgoedorganisatie (CVDH; beheer en exploitatie), Ruimtelijke Regietafel (gemeente), Haagse Tafel Wonen (corporaties en ontwikkelaars), STROOM (toelating en doorstroom) en de broedplaatsmakelaar (bemiddeling en conceptontwikkeling).

2

1. Inleiding Er zijn veel redenen voor Den Haag om zich verder te willen ontwikkelen als een innovatieve en creatieve stad. De grote opgaven waar ook Den Haag mee te maken heeft (en krijgt), vragen om innovatieve oplossingen. De creatieve sector (de culturele sector en creatieve ondernemers) is een banenmotor die werkgelegenheid creëert die past bij de stad en bijdraagt aan een dynamische en optimistische stad, een stad die niet toekijkt, maar midden in de veranderende wereld staat. Een stad die niet afwacht, maar zélf op zoek gaat naar antwoorden; die niet vertrouwt op het verleden, maar op de creativiteit van vandaag en morgen. Maar ook voor een vitale leefomgeving in wijken en buurten waar inwoners graag willen wonen, werken en recreëren. De gemeente zet daarom in op een goed klimaat voor kunstenaars en creatieve ondernemers door het realiseren van betaalbare ruimten in de vorm van ateliers en broedplaatsen voor kunstenaars maar ook bedrijfsverzamelgebouwen voor onder andere creatieve ondernemers. Dit beleid bouwt voort op een lange Haagse traditie. Begin 20e eeuw vormden toonaangevende kunstenaars als Piet Mondriaan, Jan Toorop en de Haagse School het culturele klimaat. Hun vernieuwende visie trok geestverwanten aan. Zo ontstond in Den Haag een vruchtbaar kunstenaarsmilieu dat samenwerking, experiment en nieuwe kunststromingen voedde en tot op de dag van vandaag floreert.

In de afgelopen jaren is er voor ateliers en broedplaatsen in Den Haag een omvang van 47.000 m² beschikbaar. Het betreft gemeentelijk vastgoed dat mede door het broedplaatsenbeleid tot stand is gekomen, dan wel beschikbaar is gesteld. Aanvullend hierop zijn tijdelijke locaties in eigendom van de gemeente in gebruik voor atelier-/broedplaatsfuncties en bieden andere vastgoedaanbieders dan de gemeente locaties aan voor kunstenaars en creatieve ondernemers. De komende jaren ziet de gemeente een aantal grote uitdagingen (waardoor actualisatie van het broedplaatsenbeleid nodig is): Ruimte onder druk Hoewel de gemeente een vast metrage aan ruimte voor broedplaatsen in eigendom beschikbaar heeft en er daarnaast ook in vastgoed van andere partijen ruimte voor kunstenaars en creatieve ondernemers beschikbaar is, zijn er signalen dat betaalbare ruimte voor kunstenaars steeds meer in de knel komt. Het aantal tijdelijke locaties waar relatief goedkoop kan worden gehuurd neemt af. Panden worden herontwikkeld voor nieuwe functies waar niet altijd plek is voor kunstenaars. Binnen de bestaande voorraad (permanent en tijdelijk) worden ruimtes niet altijd optimaal en soms oneigenlijk gebruikt. Dus niet als werkruimte, maar als opslag of als verblijfsruimte wat niet is toegestaan.

Daarnaast zijn er mogelijkheden om ruimtes slimmer te benutten (bijvoorbeeld met meerdere creatieve makers en kunstenaars). Exploitatie onder druk De gemeente gaat voor de gematigde huurprijzen uit van een exploitatielastendekkende huur. De eerdere broedplaatsrichtlijn van 35-45 euro die tot nu toe werd gehanteerd voor het broedplaatsenbeleid, is niet toereikend om de kosten te dekken. Het is echter een belangrijk ingrediënt voor Den Haag om een aantrekkelijk huurtarief te hanteren ten opzichte van andere steden, zo blijkt uit gesprekken met kunstenaars en gebruikers van broedplaatsen. Het vorige tarief is sinds 2005 niet geïndexeerd. Gegeven de kostenontwikkelingen en verduurzamings- en onderhoudsopgave is dat niet houdbaar en staat het de verdere ontwikkeling van broedplaatsen in de weg. Er is dan ook een spanningsveld tussen het zijn van een aantrekkelijke vestigingsplaats met lage huurtarieven en het daadwerkelijk kunnen aanbieden van deze ruimtes tegen dit tarief. Benutten kruisbestuiving creatieve economie Voor een bloeiende creatieve sector in Den Haag is het belangrijk dat er kansen voor kruisbestuiving bestaan. Juist op het grensvlak van creatief ondernemen en kunst is er plek voor innovatie en groei. Sommige partijen beginnen als kunstenaar en ontwikkelen zich tot (creatieve) ondernemers, anderen

3

blijven juist cultureel gericht. Hoewel niet iedere kunstenaar creatief ondernemend wil zijn, is er ook een toenemende behoefte binnen een deel van de creatieve sector om elkaar op te zoeken en samen te werken aan projecten of elkaars producten af te nemen. Regelmatig ontwikkelt deze kruisbestuiving zich het beste onder één dak. De gemeente ziet dat ook terug in creatieve hotspots die een mix kennen van kunstenaars en creatieve ondernemers. Functie broedplaatsen in wijk- en gebiedsontwikkeling Broedplaatsen zijn in wijken en in gebieden die in ontwikkeling zijn zoals de Binckhorst en Den Haag Zuidwest een bron van vitaliteit en werkgelegenheid. Broedplaatsen kunnen ook in de bestaande stad een belangrijke rol spelen, of het nu gaat om de binnenstad of de oude stadswijken, het zijn in potentie plekken die waarde toevoegen. Ook kunnen ze ‘smoel’ geven aan de identiteit van een gebied en als onderdeel van ‘placemaking’ een rol spelen. Zo leveren broedplaatsen een culturele, economische en soms ook maatschappelijke bijdrage in gebieden die in ontwikkeling zijn. Reikwijdte nota broedplaatsen Het vorige beleid voor broedplaatsen in Den Haag had een looptijd van 2021-2024. Deze nota is hier een vervolg op voor de periode 2025-2030 en geeft het kader en de richting aan waarin het broedplaatsenbeleid in de komende jaren uitgevoerd wordt.

Het is van belang een antwoord te geven op een aantal prangende vragen: -

Hoe kan de gemeente ervoor zorgen dat Den Haag een aantrekkelijk klimaat blijft bieden voor kunstenaars in de brede zin van het woord? Dat wil zeggen; zowel voor de beeldende kunstenaars, als voor kunstvormen zoals dans en muziek.

-

Hoe kan de gemeente de betaalbare ruimte voor broedplaatsen in de stad op peil houden en laten meegroeien met de stad? Maar tegelijk ook streven naar vernieuwende vastgoedconcepten waarin verschillende doelgroepen in de creatieve sector (kunstenaars én creatieve ondernemers) een plek kunnen krijgen?

-

Hoe kan de gemeente zorgen voor een duidelijk beleid over wie gebruik kan maken van ateliers en broedplaatsen en hoe zorgen we ervoor dat men ook weer op tijd doorstroomt?

-

Welke rol speelt de gemeente in het ontwikkelen, realiseren, faciliteren en ondersteunen van werkplekken voor kunstenaars, makers en creatieve ondernemers en hoe kan de gemeente samenwerken met vastgoedpartijen in de stad om het broedplaatsenbeleid te realiseren?

Deze nota kent een looptijd van 6 jaar om de maatregelen die in de externe samenwerking, vastgoedsturing en exploitatie hun beslag zullen krijgen, uitvoerbaar te maken en te kunnen effectueren. Met de uitvoering van de nota gaat de gemeente direct na vaststelling van start. Op basis van deze nota worden werkafspraken gemaakt met alle interne en externe betrokkenen. Kaders voor het broedplaatsenbeleid De nota broedplaatsenbeleid is opgesteld op basis van een aantal belangrijke eerder vastgestelde visies van Den Haag. Daarbij geeft de Cultuurvisie Den Haag 2033 – De kunst van betekenis (RIS315525) richting en erkent de uitdagingen rond ruimte in de stad en de functie van de creatieve sector voor brede welvaart: Behoud en waar mogelijk uitbreiding van betaalbare werkruimtes vormen bij het nieuwe beleid de grootste uitdaging. Bij de opstelling van het nieuwe beleid wordt aansluiting gezocht tussen de autonome kunst en creatieve ondernemers, vanwege de behoefte aan betaalbare ruimtes, maar ook omdat deze samenwerking kansen biedt op interessante kruisbestuivingen. De Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469) geeft een kader voor de toekomstige ontwikkeling van de stad. Er zijn vijf bewegingen geïntroduceerd die duidelijkheid bieden over de koers die de gemeente

4

wil varen en welke strategische keuzes nodig zijn om antwoord te geven op de drie grote maatschappelijke opgaven. De nota Broedplaatsen sluit aan bij beweging 1 “thuis in een divers Den Haag” en bij beweging 4 “Ruimte voor kennis en kunde”. De gebiedsuitwerking van de omgevingsvisie kan een versnelling/versterking betekenen voor de uitvoering van dit broedplaatsenbeleid. 1.1 Proces Deze broedplaatsennota is tot stand gekomen na een intensief traject waarbij in wisselende samenstellingen een groep kunstenaars, creatieve makers en ondernemers van verschillende locaties (ateliers, broedplaatsen en creatieve hubs) aan heeft deelgenomen. Onder meer is de evaluatie van het huidige beleid samen met deze groep tot stand gekomen. Ook binnen de gemeente is er integraal en dienstoverstijgend aan het beleid gewerkt. Verder zijn in dit traject de HCO (Haags Cultuur Overleg), STROOM, De Haagse Tafel Wonen, de Haagse Vastgoed Kring en de Economic Board The Hague betrokken. Naast de culturele partijen wordt namelijk samenwerking met economische en vastgoedpartijen steeds belangrijker om voldoende broedplaatsruimten te realiseren.

1.2 Leeswijzer De nota broedplaatsen is opgebouwd in drie delen: •

• •

De nota begint met een beschrijving van de resultaten van de evaluatie en de uitdagingen die daar voor de toekomst uit volgen. Hier zitten nog geen beleidsrichtingen in. Deze beschrijving is gemaakt aan de hand van deskresearch, een benchmarkonderzoek van andere grote steden en diverse gesprekken met onze partners (intern en extern; de kerngroep van makers en kunstenaars). Vervolgens worden deze bevindingen omgezet in een ambitie voor de stad, voor de creatieve sector en de rol van de broedplaatsen daarbinnen. De ambitie wordt uitgewerkt aan de hand van vier speerpunten. Elk speerpunt werken we uit met concrete actielijnen die we de komende jaren uitvoeren.

5

2. Terugblik en huidige situatie Wat is eigenlijk onder huidig beleid een broedplaats? In de nota Culturele broedplaatsen 2021-2024 wordt teruggegrepen op de originele omschrijving uit 2005: “Een complex van werk- en oefenruimten, al dan niet in combinatie met woonruimten, waar het de individuele kunstenaars en groepen mogelijk wordt gemaakt om onder de juiste financiële en facilitaire condities en in een inspirerend klimaat kunst te produceren en te presenteren.”

Daarbij wordt een aantal kanttekeningen geplaatst. Namelijk, dat de doelgroep ‘‘een groep samenwerkende creatieve ondernemers en kunstenaars(groepen)’’ betreft. Belangrijk accent dat hier wordt gelegd is, dat ook creatieve ondernemers tot de doelgroep van een broedplaats kunnen behoren. Feitelijk is hier ook al breed ingezet op impact maken op de creatieve sector 1 als geheel door innovatieve samenwerkingsverbanden. Ook van belang in deze nota is: dat “het onderzoeken, het ontwikkelen en het experimenteren van een concept of idee, dat van toegevoegde waarde kan zijn voor het kunst -en cultuuraanbod in Den Haag” centraal moet staan. Hiervoor is soms een fysieke ruimte nodig. “Een fysieke plek is een middel om het concept of idee tot bloei te laten komen, maar de fysieke plek is geen doel op zich.” Het broedplaatsenbeleid 2021-2024 introduceert de fysieke plek van een broedplaats voortaan als ‘broedplaatslocatie’.

Betaalbare locaties voor makers blijven (zoals bijvoorbeeld ateliers, individuele panden en plinten), ook los van de broedplaatsen, een noodzaak.” Het broedplaatsenbeleid 2021-2024 in Den Haag had als ambitie om “Ruimte [te] bieden aan mensen met ideeën, met een andere blik op het alledaagse en met andere oplossingen, mensen die waarde aan het bestaande kunnen toevoegen.” Concrete doelen hierin zijn het behoud van het publieke vastgoed met culturele huurprijs; toevoegen van (tijdelijke) ruimte; behoud van de culturele huurprijs (35€ à 45€); herhuisvesting van waardevolle initiatieven; gedeeld en tijdelijk gebruik van (nieuwe) broedplaatsenlocaties; en doorstroom binnen broedplaatslocaties aanjagen. Deze doelen worden door middel van een aanpak langs drie lijnen behaald: • • •

Huisvesting: vergroten van het aanbod gemeentelijk vastgoed, hanteren van een betaalbare huurprijs, en het streven om ruimte toe te voegen. Activiteiten: financiële ondersteuning voor activiteiten en (andere) subsidies. Netwerk en kennis: in dienst nemen van een broedplaatsmakelaar, organiseren evenementen, versterken van het netwerk en communicatie via een website.

2.1 Resultaten Vooruitlopend op het nieuwe beleid heeft een evaluatie plaatsgevonden van het broedplaatsenbeleid 2021-2024 die op 9 juli 2024 naar de raad is verzonden (RIS319434). In het onderstaande een samenvatting van de resultaten op hoofdlijnen op basis van de uitgebreide rapportage. De gevolgde aanpak is succesvol gebleken en heeft in grote lijnen de beoogde resultaten opgeleverd. Zo is het aantal (samenwerkende) kunstenaars en andere creatieve makers en ondernemers sinds 2021 gestegen bij een gelijkblijvend en schaarser wordend aantal betaalbare ruimten. Het heeft geresulteerd in een bloeiende portefeuille van broedplaatslocaties en ateliers. In Den Haag zijn nu ruim 30 broedplaatsen van in totaal 23.000 m² in voornamelijk gemeentelijk bezit en 24.000 m² broedplaatslocaties in de vorm van ateliers en overig vastgoedportefeuille cultuur (gemeentelijk bezit). In 1

TNO definieert de creatieve industrie als volgt: “De creatieve industrie bestaat uit drie clusters: kunsten en cultureel erfgoed, de media- en entertainmentindustrie, en creatieve zakelijke diensten.

6

totaal dus 47.000 m² broedplaatslocaties in gemeentelijk bezit, met een diversiteit in doelgroep: beeldende kunst, dans, muziek en overig.

Er zijn in deze periode diverse nieuwe (gemeentelijke) locaties toegevoegd: De Noodzetel (permanent), Club Laak (tijdelijk), Pianohuis (permanent), Patch Studio (tijdelijk, loods Binckhorst), In the Mountain (tijdelijk), in Hide Out (Besturing). Ook buiten het gemeentelijk vastgoed zijn initiatieven tot stand gekomen. Zo geven woningcorporaties en marktpartijen ruimte aan huisvesting van culturele partijen, bijvoorbeeld in tijdelijk beschikbare panden, of andere culturele activiteiten zoals Museumlab of Club Laak. Voorbeeld Noodzetel: Deze muzikale broedplaats is per 1 april 2025 in gebruik genomen door de hoofdhuurder Stichting Subterra (voorheen Stichting Noodzetel genaamd). Stichting Subterra heeft uit 190 aanmeldingen een selectie gemaakt van nieuwe en meer gearriveerde musici, met een caleidoscoop over verschillende genres. In de Noodzetel zijn veertien productiestudio’s en drie oefenruimten (box in box) gerealiseerd. Hieruit blijkt dat er een duidelijke behoefte is aan soortgelijke plekken in de stad.

In de gemeentelijke broedplaatslocaties geldt een culturele huurprijs. De precieze huurprijs wordt per locatie bepaald en is gekoppeld aan een methodiek om exploitatiedekkende inkomsten per pand te berekenen. De gemiddelde huurprijs ligt doorgaans in de beoogde bandbreedte van € 35 à € 45 per meter per jaar. Er vindt wel op diverse locaties een jaarlijkse indexatie plaats op de feitelijke contractuele huurprijs, maar niet van de beleidsmatig vastgestelde culturele huurprijs. De kapitaallasten komen, zoals bij alle gemeentelijke cultuurpanden, voor rekening van de gemeente. De culturele huurprijs is dus niet een vaste prijs, maar het resultaat van de huurprijssystematiek van de gemeente. Een benchmark met andere steden laat dan ook zien dat de culturele huurtarieven in Den Haag relatief laag zijn. In andere grote steden ligt de bandbreedte voor deze huurtarieven al snel tussen de € 60 en € 90 per vierkante meter. De huurprijs kan op sommige plekken in Den Haag lager zijn vanwege diverse redenen. Zo heeft Den Haag geen eigen beheerorganisatie die actief broedplaatsen verhuurt, beheert, exploiteert en programmeert. Er is namelijk in Den Haag sprake van een relatief sterke zelforganisatie van culturele initiatieven. Zo kunnen de kosten voor organisatie en exploitatie relatief laag gehouden worden aangezien daar beperkt betaalde krachten voor hoeven te worden ingezet.

Daarnaast kunnen de huren laag blijven omdat geen kapitaallasten in de huur zijn verwerkt zoals dit het geval is bij alle objecten die worden verantwoord op de cultuurbegroting zijnde programma 5. Ook wordt uit de benchmark duidelijk dat een hogere huurprijs niet automatisch leidt tot kwalitatief hoogwaardigere locaties en panden.

7

Als aan de kunstenaars wordt gevraagd wat typerend is voor het Haagse broedplaatsenklimaat, blijkt dat deze bekendstaat om zijn openheid, samenwerking en ondersteuning aan elkaar. Dit wordt binnen en buiten Nederland gezien en erkend en heeft een aantrekkingskracht - zo blijkt uit gesprekken met kunstenaars en creatieve ondernemers tijdens het opstellen van deze nota. De relatief lage huurprijzen voor werkruimte maken onder andere ook mogelijk dat kunstenaars uit een intrinsieke behoefte evenementen organiseren die waardevol zijn voor de buurt, subcultuur etc. Zo valt bijvoorbeeld te denken aan het driemaandelijkse Hoogtij festival; een manier om met elkaar de verscheidenheid van culturele plekken in de binnenstad voor het voetlicht te brengen. Uit de benchmark met de andere steden blijkt dat er nog meer te halen is uit de samenwerking en kruisbestuiving met creatieve ondernemers (ondernemers actief in de creatieve industrie2). Wanneer Den Haag wordt vergeleken met bijvoorbeeld Rotterdam en Utrecht, valt op dat het aandeel van de culturele sector binnen de creatieve sector vergelijkbaar is, maar er lijkt onbenut potentieel te zijn in het aandeel ondernemers uit de creatieve sector. Hiervoor is meer onderzoek nodig, want Den Haag heeft een eigen cultureel en economisch DNA en kan niet 1 op 1 vergeleken worden met de andere G4.

Een intensievere samenwerking tussen een deel van de kunstenaars en makers en creatieve ondernemers en een aantrekkelijk broedplaatsenklimaat kan naar verwachting de verdere groei van de creatieve sector verder aanjagen en vice versa. Dit blijkt ook uit de expertmeetings van de evaluatie en de sessies voor het opstellen van deze nota. De impact hiervan wordt verder toegelicht in 3.5.

Aantal inwoners

Kunst en cultureel erfgoed

Creatief Media en zakelijke entertainment dienstverlening

Totaal creatieve economie

% aandeel aan totale economie

Aantal banen Den Haag

565.701

6.688

3.241

4.181

14.410

4,6%

Rotterdam

671.125

7.054

4.032

8.090

19.176

4,6%

Amsterdam

931.748

31.137

20.264

25.667

77.048

10,5%

Utrecht

375.000

7.190

3.628

5.388

15.206

5,4%

Uit de evaluatie blijkt dat het niet aantoonbaar is dat de gemeente gedeeld gebruik heeft kunnen stimuleren in de afgelopen beleidsperiode. Wel wordt veel gemeentelijk vastgoed in de tijdelijkheid benut. In de vorige beleidsperiode (2021-2024) is jaarlijks € 200.000 aan budget gereserveerd voor een subsidieregeling, de broedplaatsmakelaar en verdere stimulering en ondersteuning. Deze middelen zijn onder andere besteed aan zaken als huurcompensatie, beheer, gereedmaken van de website voor broedplaatsen, aanpassingen aan gebouwen, begeleiding van broedplaatsen op het gebied van bedrijfsvoering, etc. Het netwerk van kunstenaars(initiatieven), creatieve makers en broedplaatsen is actief gestimuleerd en van informatie voorzien, onder andere door minimaal vier keer per jaar een nieuwsbrief te versturen onder 200 kunstenaars, makers, creatieven en geïnteresseerden, drie tot vijf platform/netwerkbijeenkomsten (2023) te organiseren, een website voor positionering en kennisuitwisseling op te zetten, en aansluiting te zoeken bij de Haagse stadmakers (onder meer op het Stadmakersfestival).3

2

Evaluatie broedplaatsenbeleid (RIS319434): https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/14391409/1?connection_type=17&connection_id=10807126 3 https://haagsestadmakers.nl/festival-2025/

8

2.2 Reflectie Per saldo heeft het beleid een effectieve bijdrage geleverd aan de ambities die zijn gesteld in de Nota Culturele broedplaatsnota 2021-2024. Reflectie -ook op basis van de expert panels met kunstenaars, makers en creatieve ondernemers- leidt tot de volgende aandachtspunten voor het beleid in de periode 2025-2030: • Het meest urgente probleem voor de komende jaren is het steeds grotere gebrek aan betaalbare fysieke ruimte voor maatschappelijke, economische en culturele functies. Dit gaat breder dan het broedplaatsenbeleid en is een van de meest urgente problemen waar de gemeente mee te maken heeft. • Er is nog geen instrument ontwikkeld om actief doorstroming te bevorderen waar dat past. Dit vraagt ook om meer/betere handhaving op oneigenlijk gebruik. • Een goed onderbouwd zicht op vraag en aanbod van broedplaatslocaties/ateliers, breder dan in het gemeentebezit, is momenteel niet aanwezig in Den Haag. • Vanuit de markt (culturele sector) wordt steeds meer om een integrale aanpak gevraagd terwijl er tot nu toe een beperkte invulling is van wat een broedplaats is, gericht op een monosectorale culturele invulling. De kunst- en cultuursector behoort echter ook tot de creatieve economie en de verbinding tussen deze sectoren kan waardevolle kruisbestuivingen opleveren en een meerwaarde bieden bij gebiedsontwikkelingen.

• In de benchmark met de G4 wordt duidelijk dat Den Haag achterloopt voor wat betreft het aandeel creatieve economie. Er is potentie om dit te doen toenemen door (onder meer) meer kruisbestuiving tussen kunstenaars, makers en creatieve ondernemers. • Toename gemengde locaties voor de creatieve sector (dus met makers, creatieve ondernemers en kunstenaars) bieden meer mogelijkheden om ook blijvend het aandeel broedplaatslocaties in de stad te kunnen garanderen tegelijk een impuls te geven aan het aandeel van de creatieve economie in de stad. • Ook andere partijen zoals corporaties, ontwikkelaars en andere vastgoedpartijen kunnen ruimte bieden aan culturele en creatieve functies. Staedion en HaagWonen zijn hier goede voorbeelden van.

9

3. Ambitie: broedplaatsen als katalysator 3.1 Broedplaatsen onder druk In de afgelopen jaren is dus het culturele en creatieve klimaat in de stad versterkt met een breed en divers palet aan broedplaatsen. Maar de ruimte voor broedplaatsen staat onder druk4 en er ontstaat steeds meer behoefte aan verbinding van de broedplaatslocaties met de creatieve economie mede als gevolg van de volgende ontwikkelingen: •

• • •

Tijdelijke ruimtes worden gesloten (zowel bij gemeentelijk vastgoed als vastgoed van marktpartijen door de hoge druk op ruimte), contracten lopen af, initiatieven en gebruikers zijn op zoek naar een nieuwe plek waarbij de huidige locatie verdwijnt. Onderzoek op de Binckhorst laat bijvoorbeeld zien dat 70% van de kunstenaars en creatieve ondernemers op basis van een tijdelijk contract is gehuisvest. Den Haag groeit – qua inwoneraantallen maar ook qua banen en bedrijvigheid, waardoor de vraag naar ruimte toeneemt voor alle functies. Het relatieve aandeel culturele en creatieve broedplaatslocaties neemt hierdoor af. Door behoefte aan verduurzaming, onderhoud en renovatie in de bestaande voorraad neemt de behoefte aan frictieaanbod toe – ruimtes die gebruik kunnen worden door kunstenaars terwijl huidige locaties tijdelijk niet beschikbaar zijn. Er is een groeiende behoefte aan het opzoeken van het snijvlak tussen kunst en economie (creatieve bedrijvigheid), hierdoor neemt de ruimtevraag voor broedplaatsen toe: niet alleen beeldende kunstenaars maar allerlei soorten creatieven, ondernemers en makers kunnen bijdragen aan vitale en bruisende creatieve (verzamel-)locaties en hotspots. Deze behoefte komt voort uit de uitgebreide gesprekken met de doelgroep en de evaluatie. Hieronder (hfst. 3.5) wordt toegelicht waar dit uit blijkt.

3.2 Ambitie: broedplaatsen als kans voor groei en innovatie Den Haag wil zich verder ontwikkelen tot een innovatieve en creatieve stad met een aantrekkelijk klimaat voor kunstenaars, makers en creatieve ondernemers, waar broedplaatsen structureel bijdragen aan een inclusieve, creatieve en veerkrachtige stad – met ruimte voor experiment, ontmoeting en maatschappelijke meerwaarde in alle stadsdelen. De grote opgaven waar Den Haag voor staat, vragen om nieuwe en praktische oplossingen. De creatieve sector – zowel de culturele instellingen als creatieve ondernemers – levert hieraan een belangrijke bijdrage. Zij zorgen voor passende werkgelegenheid en dragen bij aan een stad die meebeweegt met maatschappelijke veranderingen. Ook in wijken en buurten is de creatieve sector van betekenis: door activiteiten en ontmoetingsplekken te creëren, versterken makers de leefbaarheid en de sociale samenhang. Voor kunstenaars en creatieve ondernemers is het van belang dat er in de stad voldoende ruimte blijft om te werken, zich te ontwikkelen en samen te komen. Broedplaatsen bieden hiervoor kansen. Ze ondersteunen groei en vernieuwing en dragen bij aan de kwaliteit van het woon- en leefklimaat, zowel in bestaande wijken als in gebieden die nog in ontwikkeling zijn. Op meerdere plekken in de stad sluit dit bovendien goed aan bij bestaande beleidsdoelen (zie pagina 2).

Doelstelling: het aantal vierkante meters broedplaatsen voor (erkende) kunstenaars blijft minimaal hetzelfde en houdt in de komende jaren gelijke tred met de groei van de stad. De gemeente blijft dus volop inzetten op het creëren van plekken voor kunstenaars en wil daarin de huidige portefeuille op peil houden en minimaal laten meegroeien met de groei van de stad. De gemeente wil dat bewaken door een actieve monitor van het aantal betaalbare plekken voor kunstenaars in de stad 4

Dit uit zich onder andere in de wachtlijst van STROOM van makers en kunstenaars op zoek naar een atelier. Maar ook de jaarlijkse uitstroom van de KABK is een indicator voor een blijvende vraag naar ruimte voor (creatieve) broedplaatsen en broedplaatslocaties.

10

in de veelvormigheid van het portefeuille: van plint tot pand en van atelier tot broedplaats. Het huidige broedplaatsenbeleid wordt doorgezet, het beleid gericht op het creëren van betaalbare locaties voor broedplaatsen waar “het onderzoeken, het ontwikkelen en het experimenteren van een concept of idee, dat van toegevoegde waarde kan zijn voor het kunst- en cultuuraanbod in Den Haag” centraal staat. Het beleid is effectief en heeft geleid tot een sterke portefeuille van locaties door de hele stad en een sterk broedplaatsenklimaat dat bijdraagt aan het culturele, economische en maatschappelijke klimaat in de stad. Daarbij willen stuurt de gemeente op een optimaal gebruik van de schaarse ruimte voor kunstenaars. Centraal staan daarbij een brede doelgroep (erkende) kunstenaars die past bij het culturele profiel van Den Haag. Hiervoor is meer onderzoek nodig samen met STROOM en een vertegenwoordiging uit de doelgroep hoe de erkenning van erkend kunstenaar kan worden verbreed naar meer disciplines en beter aansluit op de huidige beroepspraktijk (zie ook hoofdstuk 4 speerpunt 1). Doelstelling: een impuls geven aan de creatieve sector5 Zoals blijkt uit de evaluatie en de benchmark met de andere steden is er nog meer te halen uit de samenwerking en kruisbestuiving tussen kunstenaars en makers met creatieve ondernemers.

De gemeente wil de broedplaatslocaties daarom waar mogelijk nog meer proactief verbinden met de creatieve economie. Dit kan door het zichtbaar maken en benoemen van dit soort plekken in de stad, zoals op evenementen en via media, het faciliteren van netwerken tussen kunstenaars en creatieve ondernemers, maar ook door het faciliteren en creëren van gemengde locaties voor beide doelgroepen. Op meer locaties gaat de gemeente met zogenaamde creatieve hotspots ruimte bieden aan de hele Haagse creatieve sector (kunstenaars, makers, creatieve ondernemers). Er wordt ingezet op de kruisbestuiving tussen deze doelgroepen, zowel op gemengde locaties als in ontmoeting. De gemeente geeft daarmee een boost aan de creatieve sector, meer in de richting van de ca. 6% van de werkgelegenheid die ook in andere grote steden zichtbaar zijn6. Het mes snijdt hier aan twee kanten: er wordt meer ruimte gerealiseerd voor broedplaatslocaties voor (collectieven of individuele) kunstenaars, en er komt een impuls aan de creatieve sector door kruisbestuiving.

Binnen de definitie van broedplaatsen (zie pagina 7) gaat de gemeente sturen op een aparte vorm: de creatieve hotspot, waarbij er expliciet op wordt gelet dat er een mix in doelgroepen binnen de creatieve sector wordt gerealiseerd en waar actief door onder andere programmering en ontwerp kruisbestuiving tussen kunstenaars, ambachtelijke en creatieve ondernemers wordt bevorderd. Een goed voorbeeld in

telierruimte Individuele gebruikers (beeldende) kunstenaars een kruisbestuiving een gemeentelijk beleid Beheer van panden door trium laatsing (bemiddeling) door STROO een programmering In theorie onbeperkte contracten achtlijst van gemiddeld 100 zoekenden / jaar ocus op creativiteit

Broedplaats Incubator Creatieve hub Hotspot

ocus op community (building), kruisbestuiving, gezamenlijke programmering, zichtbaarheid Diversiteit van het (culturele) werklandschap Bijdrage aan wijk en gemeenschap Beheer en administratie in eigen handen, ook toelatings /plaatsingsbeleid ocus op creativiteit, innovatie en levendigheid

Bedrijfs(ver zamel)gebouw (Creatieve) economie, definitie: unst en cultureel erfgoed, media en entertainment, creatieve zakelijke dienstverlening Individuele gebruikers Startups en scaleups Coaching, advies en begeleiding op het gebied van ondernemerschap ruisbestuiving en samenwerking mogelijk Ondernemerschap met een bepaald doel (koppelen aan bijdrage aan beleidsdoelen) ocus op innovatie

5

TNO gebruikt de definitie van het CBS: “clustering van creatieve industrie in vier groepen: (i) kunsten; (ii) cultureel erfgoed; (iii) media- en entertainmentindustrie; (iv) creatieve zakelijke diensten” Bron: https://publications.tno.nl/publication/34626295/CwLvFg/TNO-2017R10576.pdf (De economische en maatschappelijke waarde van de creatieve zakelijke dienstverlening voor Nederland; TNO Rapport; 2017) 6 Een vingeroefening leert, dat een vergroting van de creatieve sector naar 6% zou betekenen dat er 1.900 banen bij komen in de sector creatieve dienstverlening.

11

Den Haag zijn de toekomstplannen voor De Helena (zoals vastgelegd in de tender die juli 2025 wordt gepubliceerd). In de bovenstaande figuur is aangeduid waar broedplaatsen in de stad gehuisvest kunnen zijn. Dat kan zijn in een deel van het vastgoedportefeuille binnen de gemeente die gelabeld is voor cultuur die specifiek ateliers betreft. Daarnaast kent de stad veel economisch vastgoed waaronder ook bedrijfsverzamelgebouwen waar creatieve ondernemers gehuisvest zijn. De gemeente streeft naar meer locaties waar zowel kunstenaars als creatieve ondernemers in zogenaamde creatieve hotspots onderdak vinden. De gemeente kiest er hierbij voor broedplaatsen daar waar mogelijk te richten op de meest kansrijke creatieve economische sectoren: visuele communicatie, design, digitale media en de impact economie. Tegelijkertijd blijft de stad focussen op de culturele speerpunten passend bij de cultuurvisie. De impact economie verbindt ondernemerschap met maatschappelijke meerwaarde, door creatieve oplossingen te ontwikkelen voor vraagstukken rond klimaat, inclusie en leefbaarheid. Juist in deze sectoren beschikt Den Haag over een sterk ecosysteem en internationale uitstraling. Door broedplaatsen hierop te focussen, versterken worden de economische groei, innovatie en maatschappelijke waarde versterkt.

Doelstelling: minimaal realiseren van de richtinggevende norm voor culturele broedplaatsen Broedplaatsen en creatieve hotspots hebben een belangrijke functie in wijken en buurten in onze stad. Ze zorgen voor identiteit en smoel in gebieden die in ontwikkeling zijn (zoals Den Haag Zuidwest en de Binckhorst) maar kunnen ook zorgen voor bedrijvigheid en sociale cohesie in bestaande buurten en wijken. In gebieds- en wijkontwikkeling in de stad worden (passend bij het stadsdeel en buurtprofiel) de functie van broedplaatsen en creatieve hotspots verder versterkt. Dat gaat naast de culturele en economische ook om de maatschappelijke impact van de broedplaatsen. De gemeente streeft naar een (betere) spreiding van broedplaatsen in de stad. Dit past in de ambitie van om per nieuwe woning minimaal 0,14 m² (0,09 m2 voor broedplaatsen en 0,048 m2 voor ateliers) aan ruimte in gebiedsontwikkeling beschikbaar te stellen voor culturele broedplaatsen 7. Op basis van een nadere analyse per stadsdeel wordt toegewerkt naar maatwerk per gebied dat aansluit bij het DNA van het gebied. Met expliciet aandacht voor kansen in de tijdelijkheid.

Samenwerking met corporaties en marktpartijen Om de bovenstaande doelen te behalen zal de gemeente veel nadrukkelijker de samenwerking met andere vastgoedpartijen -zoals corporaties, ontwikkelaars, culturele instellingen en zelfinitiatieven van kunstenaars zoeken om deze doelen te realiseren. Bij de gebiedsuitwerkingen van de omgevingsvisie wordt bekeken hoe maatschappelijke voorzieningen zoals broedplaatsen en ateliers een plek kunnen krijgen (waarbij de kengetallen voor voorzieningen kunnen worden benut). Den Haag gaat ook intensiever samenwerken met regiogemeenten. 3.3 Hoofdlijnen van beleid Om deze doelstellingen te realiseren zijn er twee belangrijke hoofdlijnen van beleid een accentverschuiving betekenen. Om voldoende aanbod van broedplaatslocaties te houden zal de gemeente erop sturen het aanbod optimaal te gebruiken. En om meer aanbod voor broedplaatslocaties te realiseren en meer impact te maken in de stad zal de gemeente de krachten moeten bundelen met meer maatschappelijke partners. In het onderstaande vindt worden de twee hoofdlijnen van beleid kort samengevat. In hoofdstuk 4 worden deze uitgewerkt in concrete speerpunten en actielijnen. Hoofdlijn A: Optimaliseren van het aanbod voor kunstenaars

7

Zie nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835)

12

Voor de optimalisatie van het aanbod voor kunstenaars zijn 2 belangrijke maatregelen van belang: •

Aanscherping instroom- en doorstroombeleid Om het schaarse aanbod van broedplaatsen daadwerkelijk te bestemmen voor de doelgroep moet allereerst oneigenlijk gebruik van broedplaatslocaties worden beperkt. Dit vraagt om een aangescherpt instroom- en doorstroombeleid op de locaties, dat ook daadwerkelijk wordt gehandhaafd. De gemeente wil daarbij de erkenning van kunstenaars verbreden en actualiseren.

•

Het Makelpunt Daarnaast maakt de gemeente vraag en aanbod naar broedplaatsen en broedplaatslocaties in de stad inzichtelijk en bemiddelbaar met een Makelpunt en wordt ingezet op proactieve sturing daarop door de gemeente en andere (vastgoed)partijen. Het Makelpunt is in mei 24 in de lucht gebracht. Het Makelpunt brengt vraag en aanbod van werkruimte in beeld en bij elkaar. Het Makelpunt is opgericht om ondernemers aan een plek te helpen, maar zal breder worden ingezet ten behoeve van collectieven van (creatieve) ondernemers en van kunstenaars. Alle BOG en MOG aanbieders en zoekenden kunnen hier gebruik van maken. Naast economische en maatschappelijke functies gaan ook culturele functies hier gebruik van kunnen maken, evenals vraag en aanbod van ateliers en binnen broedplaatsen. Dit draagt bij aan het verkleinen van wachtlijsten en bevordert een snellere doorstroming uit tijdelijke locaties. De uitbreiding van het Makelpunt is in ontwikkeling en wordt de komende tijd voor Den Haag uitgerold en zowel marktpartijen als gemeente zullen hierbij aansluiten.

Hoofdlijn B: Verbreden en versterken met meer impact Voor het realiseren van voldoende aanbod van broedplaatslocaties gespreid in de stad zal de gemeente integraal sturen op de vastgoedportefeuilles binnen de gemeente. In de Ruimtelijke Regietafel wordt de afweging gemaakt welke functies geschikt zijn voor de beschikbare vastgoedlocaties in de stad (bestaande en nieuwe). Portefeuillemanagement voor economisch, cultureel en maatschappelijk vastgoed is nodig om beheer van bestaande locaties maar ook de ontwikkeling van nieuwe locaties in de stad voor broedplaatsen te realiseren. Ook met vastgoedpartijen buiten de gemeente wordt de samenwerking geïntensiveerd. Voor het beheer en exploitatie zullen de huurcontracten en het tariefbeleid tegen het licht moeten worden gehouden om enerzijds betaalbaarheid en exploitatie te kunnen borgen en anderzijds ook in gemengde panden huurtarieven effectief te kunnen differentiëren. De gemeente stuurt actief op de realisatie van meer en steviger creatieve hotspots met een gemengde doelgroep vanuit kunstenaars, makers en creatieve ondernemers, gespreid in de stad. Dit wordt gedaan op een wijze die per saldo leidt tot meer ruimte voor kunstenaars en ondernemers en in lijn is met het economische en culturele beleid. In de uitwerking per gebied wordt conform reguliere aanpak tot maatwerk gekomen.

De gemeente wil dit samen met de partners in de stad realiseren: met onder meer vastgoedeigenaren in de Haagse Tafel Wonen en met vertegenwoordigers van broedplaatsen, makers en STROOM in de vorm van een alliantie creatieve sector. Hiervoor wordt regulier overleg met hen georganiseerd. De gemeente bevordert de zelforganisatie van creatieven op een aantal te selecteren locaties. Voor een goed creatief klimaat in de stad is tot slot een goede ondersteuning van de kwaliteit van creatieve hotspots en broedplaatsen van belang en de zichtbaarheid in de stad met marketing en evenementen. In de recente en komende jaren is er ongeveer jaarlijks een creatieve hotspot is bijgekomen of getransformeerd door de gemeente en partners in de stad. Voorbeelden zijn Noodzetel, Gracht8, ollux Studio’s, De Helena, INTER-CITY, Club Laak/Nest. Het doel is om dit door te trekken naar de komende jaren en daarbij ook zoveel mogelijk aan te sluiten op marktconforme concepten.

13

3.4 Gemeentelijke rol De markt (de gebruikers) vraagt om een nieuw soort ruimte voor cultuur en creatieve economie waarin creatieve hotspots kunnen floreren, maar ook bijvoorbeeld creatieve invulling van plinten (zie ook de plintenstrategie - RIS312977), woonateliers enz. Ook een belangrijke groep makers en kunstenaars gaat mee in de hierboven geschetste beweging. In het Nationaal Programma Zuidwest (NPZW) wordt er vanuit een coalitie met een aantal partners gewerkt aan een plintenaanpak. Recent is een projectmanager plintenaanpak begonnen. Vanuit het NPZW wordt samen met broedplaatsenbeleid gezocht naar kansen en mogelijkheden voor een creatieve invulling. De gemeente wil deze beweging stimuleren en daar waar nodig ook faciliteren. Daarbij is het uitgangspunt dat de overheid alleen faciliteert als initiatieven niet door de markt kunnen worden gerealiseerd. De gemeente wil met ondernemers op locatie kijken naar mogelijke knelpunten in de praktische toepassing van beleidskaders en wet- en regelgeving om broedplaatsconcepten mogelijk te maken. Het huidige broedplaatsenbeleid wordt voortgezet voor autonome kunstenaars(initiatieven).

Daarbij wordt opgemerkt dat atelierruimtes en broedplaatsen voor (erkende) kunstenaars expliciet benoemd worden als doelgroep waarvoor minimaal dezelfde (netto) hoeveelheid betaalbare plekken behouden moet blijven en waar de gemeente vervolgens gelijke tred wil houden met de groei van de stad. Voor wat betreft het gemeentelijke instrumentarium (financieren, subsidiëren en sturen) gaat het niet alleen om het huidige instrumentarium voor broedplaatsen, maar ook om de inzet van het ruimtelijke en economische instrumentarium om de ambities te realiseren.

3.5 Verwachte impact voor de stad De impact van een sterk cultureel klimaat en ruimte voor broedplaatsen en creatieve hotspots is een bewezen recept voor een sterke creatieve sector die brede welvaart brengt in de stad in de vorm van een aantrekkelijk vestigingsklimaat, bedrijvigheid, sociale cohesie en werkgelegenheid. In het onderstaande wordt kwalitatief en op hoofdlijnen de verwachte impact voor Den Haag geschetst van de ambitie voor het broedplaatsenbeleid. Hiervoor worden een aantal studies gebruikt die laten zien dat broedplaatsen economische impact en potentie hebben als het gaat om economische groei en werkgelegenheid. Maar ook vallen er bredere maatschappelijke effecten te verwachten voor bijvoorbeeld het sociaal domein en de leefbaarheid in wijken. Economische impact culturele sector in Den Haag Een onderzoek van het Bureau voor Economische Argumentatie 8 toont aan dat de culturele sector in Den Haag een aanzienlijke economische impact heeft, met een sterke groei in werkgelegenheid en een belangrijke bijdrage aan de stedelijke economie. Broedplaatsen, volgens de definitie in deze nota, spelen volgens het rapport een cruciale rol in deze dynamiek door betaalbare werkruimten te bieden aan kunstenaars en startende creatieve ondernemers, 8

Bureau voor Economische rgumentatie (BE ), in opdracht van de gemeente Den Haag Onderzoek (2019). ‘De culturele sector op waarde geschat’.

14

wat innovatie en samenwerking bevordert. De afgelopen periode zijn succesvolle initiatieven zoals de Noodzetel tot stand gekomen. Het verbreden van broedplaatsenbeleid naar degelijke initiatieven zou niet alleen de lokale economie stimuleren, maar ook bijdragen aan de sociale cohesie en de leefbaarheid in deze wijken kunnen verbeteren. Deze argumenten worden ondersteund door Europees onderzoek 9 dat zich richt op het belang van de creatieve economie en het creatieve vestigingsklimaat met betrekking tot de economische vitaliteit (in termen van productiewaarde en banen) in steden. In dit onderzoek wordt aangetoond dat er een positieve relatie bestaat tussen de ‘culturele vitaliteit’ en de sociale en economische ontwikkeling van de steden. Culturele vitaliteit wordt in dit onderzoek berekend op basis van 29 indicatoren, die onder andere gaan over culturele voorzieningen en cultuurparticipatie. Economische potentie in kruisbestuiving binnen de creatieve sector Het aandeel kunstenaars (categorie kunst en cultureel erfgoed) is in Den Haag ongeveer op hetzelfde niveau als in Utrecht en Rotterdam (46% van het aantal banen in de creatieve sector in Den Haag, 37% Rotterdam, 47% Utrecht). Het aandeel creatief zakelijke dienstverlening loopt daarentegen achter: 29% in Den Haag, 42% in Rotterdam en 35% in Utrecht10.

Het valt daarbij op dat gemeenten als Amsterdam en Rotterdam al langer een actief beleid voeren op de realisatie van creatieve hotspots waar kunstenaars, makers en creatieve ondernemers elkaar versterken. Er zijn kansen voor gemengde locaties (creatieve hotspots), om de mogelijkheden die er zijn om tot kruisbestuiving te komen tussen kunstenaars, makers en creatieve ondernemers volop te kunnen benutten. In de uitvoering wordt dit nader uitgewerkt, passend bij het economische en cultuurbeleid. Creatieve sector als banenmotor De creatieve industrie kent een hogere productiviteitsgroei dan banengroei (en wordt daarmee ‘innovatiever’). Ook geldt de creatieve industrie als banenmotor die werkgelegenheid creëert. Het effect van de creatieve industrie is groter dan het directe aandeel in het BNP: onderzoekers van TNO publiceerden in 2017 een analyse waaruit blijkt dat “[in Nederland] een aanzienlijk deel van de totale output van de creatieve sector bestaat uit creatief kapitaal. De creatieve industrie genereert dus niet alleen zelf producten en diensten, maar ook kapitaal dat de basis vormt voor andere productie binnen en buiten de sector.

Op die manier fungeert de creatieve sector dus als aanjager van innovatie en vernieuwing in andere sectoren11.” Broedplaatsen hebben meer dan alleen economische waarde Een onderzoek van Rebel Group12 bevestigt de conclusie dat de creatieve sector een belangrijke bijdrage levert aan de stedelijke economie en een banenmotor is. De studie laat zien dat iedere euro die uitgegeven wordt aan creatieve bedrijfshuisvesting (aan huur- of eigendomslasten) maar liefst 24 euro uitlokt aan andere bestedingen en waardestijging. Maar dat is niet het enige. Er is ook een effect op de werkgelegenheid: iedere twee ateliers leveren samen één extra arbeidsplaats op. De economische waarde is daarmee aanzienlijk. Maar er is meer maatschappelijke impact zo laat de studie zien. Een aanzienlijk deel van de waardecreatie gaat naar de overheid: die ene euro levert haar uiteindelijk 11 euro op aan inverdieneffecten (o.a. besparing uitkering, besparing fysiek/sociaal beheer). Deze voordelen vertalen zich in een aantal categorieën: directe financiële voordelen (zoals huuropbrengsten), indirecte financiële voordelen (zoals extra banen, minder uitkeringen) en sociale en culturele waarde (verbeterde leefbaarheid in de wijk).

9

Europese Commissie, Joint Research Centre (JRC), The Cultural and Creative Cities Monitor, 2017 edition, mei 2017. 10 Uit de Monitor Creatieve Industrie (in opdracht van OCW) blijkt dat het aandeel banen in de creatieve industrie in Den Haag lager ligt dan in Amsterdam, Utrecht en het gemiddelde van de Top-15 steden. In Amsterdam ligt dit aandeel boven de 10%, in Utrecht boven de 5% en in de Top-15 steden rond 6%. In Den Haag ligt het aandeel onder de 5%. 11 Bron: TNO (2017) De economische en maatschappelijke waarde van de creatieve zakelijke dienstverlening voor Nederland: een kwalitatief onderzoek naar de directe en indirecte economische en maatschappelijke effecten van cross-overs. TNO Rapport R10576 12 Meerwaarde creatieve huisvesting. Onderbouwen & benutten. (2020). Rebel.

15

16

4. Speerpunten Het beleid kent 2 hoofdlijnen (hfst 3): “Optimalisatie vraag en aanbod” en “Verbreden en versterken met meer impact”. Deze worden als volgt uitgewerkt in 4 speerpunten waarvoor in het onderstaande telkens, na een korte beschrijving van het speerpunt, de belangrijkste acties SMART worden gemaakt: Hoofdlijn A: Optimalisatie vraag en aanbod •

Speerpunt 1: Optimalisatie vraag en aanbod

Hoofdlijn B: Verbreden en versterken met meer impact • • •

Speerpunt 2: Integraal portefeuillemanagement Speerpunt 3: Verbeteren broedplaatsenklimaat Speerpunt 4: Zichtbaarheid in de stad

Zie bijlage 2 voor een overzicht van alle maatregelen per speerpunt. 4.1 Speerpunt 1: Optimalisatie vraag en aanbod De stad Den Haag groeit. Binnen deze groei spelen broedplaatsen een essentiële rol om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden. Tegelijkertijd zet de groei de vraag naar en aanbod van broedplaatsen onder druk. De groei zorgt voor meer creatieven die zoeken naar geschikte locaties. Diezelfde groei zet druk op de beperkte ruimte voor creatieve broedplaatsen. Het is belangrijk dat het aanbod meegroeit en optimaal benut wordt. In het kader van dit speerpunt neemt de gemeente een aantal maatregelen. Zoals eerder is benoemd wordt bewust ingezet op de versterking van de creatieve hotspots in de stad. Plekken waar kunstenaars creatieve ondernemers en makers samenwerken. Dit doet de gemeente op een wijze die per saldo leidt tot versterking van ruimte voor kunstenaars en ondernemers en in lijn is met de economische en culturele visie. In de uitwerking per gebied wordt conform reguliere aanpak tot maatwerk gekomen. Tegelijkertijd neemt Den Haag, in samenwerking met STROOM, maatregelen die ervoor zorgen dat de juiste persoon de bij hun passende ruimte vindt. Het Makelpunt zal er verder voor zorgen dat vraag en aanbod makkelijker bij elkaar komen. Als laatste wil de gemeente de doelgroep beter in kaart brengen zodat zij beter kan sturen op vraag en aanbod.

Actielijnen speerpunt 1: Den Haag zet de volgende actielijnen voor dit speerpunt in die in de onderstaande tabel uitvoeringsgericht worden uitgewerkt en toegelicht: Actielijn 1: Optimalisatie van vraag en aanbod Actualiseren van toelatingscriteria en procedures, vastleggen samenwerking met STROOM en verbreden aanbod via makelaars en broedplaatsontwikkelaars. Actielijn 2: Ontwikkeling Makelpunt Doorontwikkeling online Makelpunt voor de hele stad, inclusief zoekprofielen en bredere toegankelijkheid voor corporaties, marktpartijen en broedplaatsen. Actielijn 3: Inzicht in vraag en aanbod Nulmeting en onderzoek naar behoeften en aanbod creatieve sector, gebaseerd op TNO-definitie en aangevuld met periodieke monitoring.

17

Nr.

Beschrijving Actielijn 1: Optimalisatie vraag en aanbod

Tijdlijn

In samenwerking met

1.

Verbreden erkenning kunstenaars. Toelatingseisen actualiseren voor de culturele panden. Toelatingsprocedure doorontwikkelen. Een duidelijke procedure actualiseren zodat toelating rechtvaardig blijft verlopen. Protocol samenwerking met STROOM creëren. Periodiek controle criteria van de toets. Wij maken afspraken met makelaars en bemiddelaars en broedplaatsontwikkelaars om het aanbod te verbreden.

2026

STROOM

2026

STROOM

2026 Va. 2026 2026

STROOM STROOM Makelaars, STROOM, marktpartijen, corporaties, broedplaatsen, broedplaatsenmakelaar, vastgoedaanbieders

2026

Makelaars, STROOM, marktpartijen, Creatieve broedplaatsbeheerders, creatieve broedplaatsen Marktpartijen, makelaars en creatieve broedplaatsen Makelaars, STROOM, marktpartijen, Creatieve broedplaatsbeheerders

2. 3. 4. 5.

1.

Actielijn 2: Makelpunt Online Makelpunt voor commercieel maatschappelijk en cultureel vastgoed verder ontwikkelen voor heel Den Haag. Hierop kunnen creatieve werkplaatbeheerders (STROOM, met corporaties en de diverse vastgoedafdelingen binnen de gemeente) zich inschrijven en lege ruimtes aanbieden.

2.

Wij creëren zoekprofielen per atelier en creatieve werkplek. Dit moet de vindbaarheid verbeteren van nieuwe ruimtes.

2026

3.

De aanbodzijde van het Makelpunt is toegankelijk voor: corporaties, marktpartijen, placemakers, bedrijfsverzamelgebouwen en grote creatieve broedplaatsen. Zij kunnen hier ruimtes plaatsen. Actielijn 3: Zicht op vraag en aanbod De doelgroepen van de ‘creatieve industrie’ worden gedefinieerd. De TNO-definitie van: autonome kunstenaars, media-industrie en zakelijke diensten wordt aangehouden. Er vindt een nulmeting plaats naar de verschillende behoeften en benodigde faciliteiten van de doelgroepen.

2026

Kwantitatief onderzoek naar vraag en aanbod van creatieve broedplaatsen samen met onderzoeksafdelingen van de gemeente. Eventueel periodieke monitoring.

2025

1. 2. 3.

2026 2026

Stroom, creatieve broedplaatsen, makelaars Stroom, creatieve broedplaatsen, makelaars Stroom, creatieve broedplaatsen

18

4.2 Speerpunt 2: Integraal Portefeuillemanagement De verschillende vastgoedportefeuilles van de gemeente en de vastgoedpartijen in de stad kennen hun eigen exploitatie, beheer en dynamiek. Echter voor de verbreding en versterking van het beleid voor broedplaatsen, is het van belang dat dit locatiegericht wordt afgestemd. Maar ook dat er een gezamenlijk beeld is van vraag en aanbod (zowel in tijdelijk als permanent vastgoed) zodat er proactief portefeuillemanagement mogelijk wordt gemaakt. In het kader van dit speerpunt wil de gemeente private partijen stimuleren om ruimte te bieden aan kunstenaars en creatieve ondernemers. Hiervoor zoekt de gemeente nauwere samenwerking met marktpartijen, zoals woningbouwcorporaties, makelaars, ontwikkelaars, enz. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een verbetering van het interne beheer van de vastgoedportefeuille, zowel in het aanbod van ruimten als in het matchen van vraag en aanbod. De ruimtedruk in de stad is groot en op divers vastgoed liggen diverse claims. De broedplaatsfunctie concurreert met andere functies zoals bijvoorbeeld wonen of maatschappelijk vastgoed. De uitgangspunten van deze nota ondersteunen bij het afwegen van deze ruimteclaims, waarbij maatwerk geleverd wordt per gebied. Met andere woorden: De specifieke maatschappelijke impact van een broedplaats moet passen bij het beoogde gebiedsprofiel.

Door de diversiteit in doelgroepen en beschikbare ruimten blijft een gedifferentieerd huurtarief mogelijk. Creatieve broedplaatsen hebben vaak een positieve invloed op wijken. Daarom kan de gemeente in daarvoor geschikte wijken een huurverlaging aanbieden voor maatschappelijke impact die door de gebruikers wordt gecreëerd. Actielijnen speerpunt 2: Den Haag zet de volgende actielijnen voor dit speerpunt in die in de onderstaande tabel uitvoeringsgericht worden uitgewerkt en toegelicht: Actielijn 1: Samenwerking markt Eigenaars, beheerders en makers werken samen met de gemeente aan kennisdeling en nieuwe combinaties. Actielijn 2: Sturing op ontwikkeling portefeuille Via de Ruimtelijke Regietafel wordt actief gestuurd op omvang, kwaliteit en innovatie van de portefeuille. Ook wordt een revolverend fonds voor broedplaatsen verkend. Actielijn 3: Managen van keten Leegstand slim benutten om onzekerheid van makers te verkleinen, met een doorstroommodel naar vastere plekken. Hiervoor wordt het leegstandsoverleg (met pand-, leegstandbeheerders en placemakers) ingezet. Actielijn 4: Gedifferentieerd huurtarief Het broedplaatstarief als richtsnoer wordt gehandhaafd, met betaalbare huren voor kunstenaars en gedifferentieerde tarieven voor ondernemers. Huren worden geïndexeerd binnen een bandbreedte van €45–€65 per m².

De gemeente voert pilots uit om maatschappelijke bijdrage te koppelen aan huurprijzen. Actielijn 5: Maatschappelijke impact vastleggen Kunstenaars kunnen huur deels compenseren via maatschappelijke bijdragen, zoals evenementen of wijkactiviteiten. De gemeente ontwikkelt hiervoor een berekenmethode en evalueert beleid periodiek met betrokken stakeholders. Actielijn 6: Spreiding in de stad Broedplaatsen worden structureel opgenomen in gebiedsontwikkeling, conform de norm van 0,14 m²

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16049869/1