CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323324 Beantwoording SV Kater voor Haagse ondernemer, glas halfleeg

Commissie Bestuur 5 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

28 oktober 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Sluijs, luidend: ‘Kater voor Haagse ondernemer, glas halfleeg’

BSD/10955619 RIS323324

Het raadslid de heer Sluijs heeft op 23 september 2025 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college bekend met het krantenartikel ‘Haags glas halfleeg’ van De Telegraaf? *)

Ja. 2.

Hoe beoordeelt het college het feit dat deze ondernemer hierdoor naar eigen zeggen 15.000 euro omzet per jaar misloopt, terwijl dit geld hard nodig is om opgebouwde coronaschulden af te lossen?

Elke alcoholverstrekker is gehouden aan de landelijke Alcoholwet. Deze wet staat kleinhandel in een horecalokaliteit niet toe (artikel 14, tweede lid). Het college mag hierop geen uitzonderingen maken, hoe vervelend de financiële gevolgen voor een ondernemer ook zijn. Inmiddels is er in samenspraak met de ondernemer een passende oplossing op maat gevonden. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 7. 3.

Waarom kiest het college ervoor om juist op dit punt handhavend op te treden, terwijl winkeliers en horecaondernemers in de binnenstad veel liever zien dat handhaving zich richt op winkeldiefstal en overlastgevende situaties?

De schaarse toezichtscapaciteit wordt zoveel mogelijk informatiegestuurd ingezet voor zaken die toezicht behoeven, maar als een toezichthouder een overtreding rapporteert, is er wel een beginselplicht tot handhaving en wordt opgetreden conform het handhavingsbeleid voor horeca en alcoholverstrekkers (RIS288641). Dat betekent in dit geval geen boete of maatregel, maar een waarschuwing. 4.

Kan het college uitleggen waarom een ondernemer die een geldige horecavergunning bezit, wél een fles wijn mag openen en uitschenken voor klanten ter plekke, maar niet exact dezelfde fles ongeopend mag meegeven? Vindt het college dit zelf uitlegbaar en logisch?

Ja. Het belangrijkste uitgangspunt van de Alcoholwet is scheiding van distributiekanalen: kortgezegd slijters en andere vergunninghouders verkopen drank en geen andere producten; andere ondernemers verkopen geen drank; horecaondernemers schenken drank en andere ondernemers niet. Daarbij spelen volksgezondheids-, openbare orde- en zedelijkheidsargumenten. Op de achtergrond daarvan spelen argumenten als de dreiging van te lichtvaardige alcoholaankoop en –consumptie.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10955619

5.

Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag dat dit een voorbeeld is van starre toepassing van regels, die ondernemers nodeloos schaadt en bijdraagt aan een negatief ondernemersklimaat in onze stad?

Nee. Het is aan de nationale wetgever om de regels te bepalen, niet aan de gemeente. Gedogen van de verboden is niet mogelijk en leidt tot een overtreding van de Alcoholwet. Er is dus geen ruimte om af te zien van handhaving. De gemeente moet zich schikken in de verhouding tussen nationale regelgever enerzijds en lokale gemeentelijke uitvoering anderzijds. De gemeente gaat niet over de regels, maar alleen over de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van de nationaal vastgestelde regels. 6.

Hoe vaak is er in de afgelopen vijf jaar handhavend opgetreden tegen Haagse horecaondernemers die, al dan niet onbewust, wijn of andere alcoholische drankjes hebben verkocht zonder slijterijvergunning?

De afgelopen vijf jaar zijn er geen bestuurlijke maatregelen getroffen in verband met dergelijke overtredingen. 7.

Is het college bereid actief te zoeken naar een praktische oplossing, bijvoorbeeld het faciliteren van een werkbare vergunning of het scheppen van beleidsruimte, zodat deze ondernemer én andere Haagse zaken die in eenzelfde situatie verkeren niet onnodig in de problemen komen?

Er heeft inmiddels ter plaatse een gesprek plaatsgevonden, waarbij mogelijkheden en onmogelijkheden zijn besproken en beoordeeld. Hierbij is gebleken dat door middel van het plaatsen van een afscheiding de situatie gelegaliseerd wordt. Hiermee is het probleem voor deze ondernemer opgelost. Of in andere gevallen een oplossing kan worden gevonden binnen de kaders die de Alcoholwet biedt, zal van geval tot geval moeten worden bekeken. Haagse ondernemers die hier vragen over hebben kunnen zich wenden tot het ondernemersportaal. 8.

Zo nee, waarom niet? En vindt het college dat dit past bij de ambitie van Den Haag om een ondernemersvriendelijke stad te zijn?

Zie antwoord op vraag 7. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16143086/1