CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323269 Planproducten onder de Omgevingswet en bevoegdheden gemeenteraad

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Planproducten onder de Omgevingswet en bevoegdheden gemeenteraad (RIS323269) AGENDAPUNT WORDT BETROKKEN BIJ AGENDAPUNT N4.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Robert van Asten Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10950119 RIS323269 Contactpersoon

Frank van den Beuken Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Stedenbouw & Planologie Telefoonnummer

14070 E-mailadres

frankvandenbeuken@denhaag.nl

Datum

25 september 2025 Onderwerp

Planproducten onder de Omgevingswet en bevoegdheden gemeenteraad

Geachte voorzitter, Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Een belangrijke eigenschap van de Omgevingswet is de focus op integraliteit. De Omgevingswet voegt wetten samen, wil tegenstrijdigheden oplossen, wil samenhang realiseren en gaat over sectoren heen. De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten die relevant zijn voor gebiedsgerichte planproducten: de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning. Deze zijn (deels) anders dan onze bestaande instrumenten. Dit geeft aanleiding om de hierop gebaseerde gebiedsgerichte planproducten en de daaraan gekoppelde werkwijzen te herijken waarmee de verdere stap gezet kan worden van sectoraal naar integraal werken. Met de commissiebrief over Kerninstrumenten, planproces en kwaliteitsstelsel onder de Omgevingswet (RIS317389) en de werkbespreking op 14 februari 2024 bent u eerder over dit onderwerp geïnformeerd. Ook de behoefte aan meer stedelijke regie, het versterken van gebiedsgericht werken en de behoefte om meer efficiënt en effectief te werken, is reden om de planproducten aan te passen c.q. te standaardiseren.

In deze brief gaat het college in op de nieuwe systematiek van gebiedsgerichte planproducten gekoppeld aan vier kerninstrumenten van de Omgevingswet, de toepassing van deze instrumenten in de Haagse context en wat hierbij de (wettelijke) rol en bevoegdheden van de raad en het college zijn. Hieronder volgt een korte beschrijving van de planproducten. In de bijlages vindt u naast een meer uitgebreide beschrijving van de beleidscyclus ook een overzichtelijk schema waarin de beschreven werkwijze en genoemde producten staan. Het college gaat in deze brief niet in op de samenwerking met private partijen en (actief) grondbeleid die nodig zijn voor het realiseren van de plannen. Hoe privaatrechtelijk wordt omgegaan met gebiedsontwikkeling/projecten is o.a. vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2024 (RIS319970).

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Werken onder de omgevingswet Op basis van de kerninstrumenten van de Omgevingswet is de systematiek voor de gebiedsgerichte planproducten in Den Haag opnieuw vormgegeven. De vier kerninstrumenten zijn: 1 2 3 4

Omgevingsvisie (en Gebiedsvisie); Omgevingsprogramma (Gebiedsprogramma of Thematisch programma) Omgevingsplan; Omgevingsvergunning.

Als het ontwerp Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469) is vastgesteld, zal deze verder worden uitgewerkt in Gebiedsvisies per stadsdeel. Deze Gebiedsvisies geven strategisch richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en worden na vaststelling door de raad onderdeel van de Omgevingsvisie. Binnen de Gebiedsvisies zal worden aangegeven voor welke gebieden de gemeente een gebiedsgericht Omgevingsprogramma, het zogenoemde Gebiedsprogramma voorziet. In Gebiedsvisies en Gebiedsprogramma’s stuurt de gemeente op dat nieuwe ontwikkelingen meer vanuit een samenhangende (integrale) visie tot stand komen en geven we duidelijkheid aan marktpartijen. Vooruitlopend op de Gebiedsvisies worden momenteel Gebiedsprogramma’s ontwikkeld voor de Binckhorst, Mariahoeve en in Zuidwest. 1. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie vervangt diverse andere visies en agenda’s. Denk hierbij o.a. aan de Structuurvisie Wereldstad aan Zee, Agenda Ruimte voor de Stad en de Haagse Nota Mobiliteit. Het vaststellen van deze beleidskaders was in het verleden de bevoegdheid van de gemeenteraad. Met de Omgevingsvisie als kerninstrument blijft de gemeenteraad verantwoordelijk voor vaststelling. Op het gebied van bevoegdheden wijzigt er dus niets. De Omgevingsvisie zal verder worden uitgewerkt in Gebiedsvisies per stadsdeel.

Een Gebiedsvisie wordt vastgesteld als partiële herziening van de Omgevingsvisie, ook hiervoor is de gemeenteraad verantwoordelijk voor vaststelling. 2. Omgevingsprogramma (Gebiedsprogramma of thematisch programma) Een Omgevingsprogramma kan thematisch of gebiedsgericht zijn. Het is wettelijk bepaald dat een Omgevingsprogramma wordt vastgesteld door het college (artikel 3.4 Omgevingswet). Deze brief gaat nader in op het Gebiedsprogramma, zo wordt een gebiedsgericht Omgevingsprogramma in Den Haag genoemd. De bedoeling van thematische programma’s wordt verder toegelicht in de bijlage van deze brief, op pagina 12. Het Gebiedsprogramma bestaat uit twee delen: een ontwikkelvisie en een ontwikkelstrategie. Een Gebiedsprogramma wordt opgesteld als de gebiedsontwikkeling bijdraagt aan stedelijke en regionale opgaven, als er sprake is van complexe conflicterende ruimteclaims of/en wanneer de gestelde doelen en maatregelen zonder financiën en ontwikkelstrategie niet te verwezenlijken zijn. De ontwikkelvisie geeft inzicht in het toekomstperspectief en concretiseert de programmatische ambities, de te versterken bestaande kwaliteiten en de te ontwikkelen nieuwe kwaliteiten. Het doet uitspraken over de hoofdstructuur van de openbare ruimte, inclusief de ondergrond en bodem (raamwerk) in samenhang met de programmatische invulling van het totale gebied.

Dit vindt plaats op basis van de Omgevingsvisie (en betreffende Gebiedsvisie(s)). Het opstellen van een Gebiedsprogramma is veelal gekoppeld aan een Plan MER.

2/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

De ontwikkelstrategie is het uitvoeringsdeel van het Gebiedsprogramma. Het bevat een voorstel voor globale ontwikkelstappen, en daaraan gekoppelde investeringen en strategie voor de benodigde dekking voor lange termijn kosten en afhankelijkheden. Daarbij wordt ingegaan op kostenverhaal, juridisch-planologische borging van voorgestelde ontwikkelingen en een monitoring en evaluatieplan of -strategie. 3. Omgevingsplan Complexe gebiedsontwikkelingen vragen meestal om een gebiedsgerichte wijziging van het Omgevingsplan. Dat zal meestal gebeuren op basis van een Stedenbouwkundig plan of een Bouwenvelop. Het is echter ook mogelijk dat vanuit een Gebiedsprogramma het Omgevingsplan gebiedsgericht wordt gewijzigd, denk bijvoorbeeld aan de Binckhorst. De raad blijft verantwoordelijk voor het vaststellen van wijzigingen van het Omgevingsplan. 4. Omgevingsvergunning Met een Omgevingsvergunning wordt door het college toestemming verleend voor het uitvoeren van activiteiten in de fysieke leefomgeving, op basis van een zorgvuldig afwegingsproces gebruikmakend van vastgestelde kaders.

Overige planproducten In de nieuwe systematiek worden een viertal planproducten gebruikt die geen kerninstrument onder de Omgevingswet zijn, maar die een concretisering kunnen bieden van de abstractere kaders uit de Gebiedsvisies en Gebiedsprogramma’s, het gaat om: 1 Stedenbouwkundig plan; 2 Buitenruimteplan incl. ondergrond; 3 Beeldkwaliteitsplan; 4 Bouwenvelop. Deze planproducten vervangen een aantal oude producten en bieden meer concrete ontwikkelkaders op het schaalniveau van deelgebied en plot. Omdat deze planproducten de schakel vormen tussen het strategische kader: de Omgevingsvisie en Gebiedsvisies en het juridische kader: het Omgevingsplan, worden deze vastgesteld door het college. Alleen het Beeldkwaliteitsplan wordt niet vastgesteld door het College omdat dit onderdeel is van Omgevingskwaliteit, waar de bevoegdheid voor vaststelling ligt bij de gemeenteraad. 1. Stedenbouwkundig plan In een Stedenbouwkundig plan worden voor een deelgebied de ruimtelijke en programmatische kaders uit het Gebiedsprogramma geconcretiseerd. Het bevat concrete randvoorwaarden om een deelgebied te kunnen ontwikkelen. Deze gaan in op ruimtelijke en programmatische aspecten, maar ook op zaken als capaciteit ondergrondse infrastructuur, duurzaamheid, mobiliteit, etc. Tevens wordt in een dergelijk plan ingegaan op uitvoeringsaspecten.

Het Stedenbouwkundig plan kan als input dienen voor een gebiedsgerichte wijziging van het Omgevingsplan. 2. Buitenruimteplan Het Buitenruimteplan legt de ambities voor gebruik en materialisering van de openbare ruimte, inclusief ondergrondse infra en technische kunstwerken, vast en brengt kosten, aanleg en beheer in beeld, Ook dit vormt een uitwerking van de meer algemene kaders die hierover in het Gebiedsprogramma zijn opgenomen. 3. Beeldkwaliteitsplan

3/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Een Beeldkwaliteitsplan (BKP) gaat in op de beoogde stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kwaliteit van een deelgebied. Het vormt de uitwerking van eventuele algemene architectonische uitgangspunten die in het Gebiedsprogramma zijn opgenomen. BKP’s zijn specifieker van karakter dan de Welstandsnota, gekoppeld aan de specifieke kwaliteiten en ambities voor het betreffende deelgebied. 4. Bouwenvelop De Bouwenvelop vervangt de producten Planuitwerkingskader (PUK) en de Nota van Uitgangspunten (NvU). Een Bouwenvelop is een door de gemeente opgesteld document, gericht op het concretiseren van de kaders voor locatie-ontwikkeling. De Bouwenvelop wordt door het college van B&W vastgesteld. Alleen als de Bouwenvelop een buitenplanse activiteit mogelijk maakt, in een gebied waarvoor geen Structuurvisie of Gebiedsvisie is vastgesteld, is instemming van de raad nodig voor vaststelling. In dat geval maakt deze raadsinstemming een bindend advies van de raad bij een BOPAprocedure binnen deze Bouwenvelop overbodig. De Bouwenvelop is compacter dan de huidige PUK’s en NvU’s. Vaak gaat het om mogelijk maken van activiteiten die wel gewenst zijn, passend in de Omgevingsvisie en Gebiedsvisie, maar wel afwijken van het Omgevingsplan (BOPA). Ook kan soms een Bouwenvelop nodig zijn voor een binnenplanse activiteit als uitwerking van regels uit het Omgevingsplan.

Schema samenhang publiekrechtelijke gebiedsgerichte planproducten Den Haag onder de omgevingswet

Het college beschrijft hier op hoofdlijnen hoe de publiekrechtelijke planproducten in de nieuwe systematiek met elkaar samenhangen. Daarbij wordt een viertal fases onderscheiden met daaraan gekoppelde schaalniveaus en verschillende planproducten. Hiermee worden stappen gezet van abstract naar concreet. Tegelijkertijd zullen er ontwikkelingen parallel plaatsvinden op verschillende abstractieniveaus en zullen er ook bewegingen van concreet naar abstract nodig zijn. Bijvoorbeeld als gewenste ontwikkelingen vragen om aanpassing van kaders op een hoger schaalniveau. •

Fase 1 betreft het opstellen en actualiseren van Gebiedsvisies per stadsdeel. Gebiedsvisies zijn een concretisering van de Omgevingsvisie. Deze Gebiedsvisies zijn publiekrechtelijk

4/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

kaderstellend voor nieuwe ontwikkelingen. In de Gebiedsvisie zal ook worden aangegeven voor welke gebieden de gemeente een Gebiedsprogramma voorziet. •

•

•

Fase 2 gaat over het opstellen van een Gebiedsprogramma. Het Gebiedsprogramma is een gebiedsgerichte versie van het kerninstrument Omgevingsprogramma (naast de Thematische Omgevingsprogramma’s, zie bijlage 1). Het Gebiedsprogramma bevat zowel een ontwikkelvisiedeel als een ontwikkelstrategiedeel. Niet elke gebiedsontwikkeling heeft een Gebiedsprogramma nodig. Gebiedsprogramma’s worden alleen opgesteld als de gebiedsontwikkeling bijdraagt aan stedelijke en regionale opgaven, als er sprake is van complexe conflicterende ruimteclaims of/en wanneer de gestelde doelen en maatregelen zonder Gebiedsprogramma niet mogelijk zijn. Fase 3 van de gebiedsontwikkeling betreft de uitwerking van een Gebiedsprogramma in meer concrete ontwerpen voor deelgebieden, in de vorm van een Stedenbouwkundig plan, een Buitenruimteplan en een Beeldkwaliteitsplan. De uitwerking betreft vaak een deelgebied van de totale gebiedsontwikkeling. Fase 4 is de uitwerking en juridische kaderstelling richting realisatiefase, tot op plotniveau.

Het is mogelijk om fases van het gebiedsontwikkelingsproces over te slaan afhankelijk van de complexiteit van de ontwikkeling. Zo kan er voor de ontwikkeling van een deelgebied of plot in een gebied zonder Gebiedsprogramma en dat afwijkt van het Omgevingsplan direct worden doorgeschakeld naar Fase 3 of 4. Hierbij geldt dat de Omgevingsvisie (al dan niet uitwerkt in een Gebiedsvisie) te allen tijde kaderstellend is voor de ontwikkeling. Overgangsbepaling De nieuwe systematiek gaat pas in na vaststelling van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad. Bij lopende trajecten wordt waar mogelijk aangesloten op de nieuwe systematiek. Ook wordt bekeken hoe vastgestelde producten passen in de nieuwe systematiek. Uitgangspunt is om zoveel als mogelijk gebruik te maken van wat er al is. Sommige onderdelen van de systematiek zijn al met de ingang van de Omgevingswet, 1 januari 2024, gewijzigd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de procedures Herziening bestemmingsplan en de Waboprocedure. Vastgestelde producten blijven gelden tot ze vervangen en ingetrokken worden. Zo blijven de Structuurvisie Zuidwest en de Structuurvisie CID ook na vaststelling van de Omgevingsvisie gelden. Deze zullen op termijn vervangen worden door de Gebiedsvisies per stadsdeel die na vaststelling onderdeel worden van de Omgevingsvisie.

Voor het CID geldt dat dit stapsgewijs zal gebeuren omdat het CID over meerdere stadsdelen is verspreid. De keuze voor welke gebieden de gemeente voornemens is om een Gebiedsprogramma op te stellen, worden vastgelegd in de Gebiedsvisies per stadsdeel. In de komende jaren waarbij er nog geen, of niet voor alle stadsdelen, Gebiedsvisies zijn, zal op basis van een ‘Ambitie- en scopebepaling gebiedsontwikkeling’ worden bepaald of een Gebiedsprogramma nodig en wenselijk is. Deze Ambitieen scopebepalingen zullen in die gevallen voor ‘wensen en bedenkingen’ worden voorgelegd aan de raad. Financiële consequenties De nieuwe systematiek planproducten gebiedsontwikkeling biedt vergelijkbare mogelijkheden voor financiering en financiële afspraken in vergelijking met de huidige systematiek. Wel wijkt het publiekrechtelijk kostenverhaal onder de Omgevingswet op onderdelen af van de situatie onder de Wet ruimtelijke ordening.

5/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Uit de Omgevingswet en ook uit de Nota Grondbeleid volgt dat de gemeente er eerst met een ontwikkelaar minnelijk probeert uit te komen door middel van een anterieure overeenkomst. De publiekrechtelijke regeling werkt als stok achter de deur voor het geval het kostenverhaal niet op basis van een anterieure overeenkomst voldoende verzekerd is. Bij publiekrechtelijk kostenverhaal kunnen aanvullend regels over het kostenverhaal worden opgenomen in het Omgevingsplan, of in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). De onderbouwing voor het vragen van een bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen of het vragen van een financiële bijdrage dient geborgd te worden in de Omgevingsvisie of in een Gebiedsprogramma. Tot slot Graag zou het college u in een werkbespreking een uitgebreidere toelichting willen aanbieden. Hierbij zal in worden gegaan op de Omgevingswet en de hierop gebaseerde aangepaste gebiedsgerichte planproducten met de daaraan gekoppelde werkwijzen. U krijgt zo de gelegenheid te bieden om vragen te stellen en verdere duiding te krijgen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Robert van Asten

6/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

BIJLAGES In onderstaande tabel is een overzicht gemaakt van de verschillende planproducten bij gebiedsontwikkeling. Hierbij is aangegeven wie het planproduct vaststelt en wat de definitie ervan is. Fases

Producten (vaststelling) fase 1: Gebiedsvisie Verkenning en (raad) visie

Fase 2: Gebiedsprogramma Ontwikkelvisie (college B&W) en -strategie

Definitie Een concretisering van de Omgevingsvisie per stadsdeel en een daaraan gekoppelde partiele herziening van de Omgevingsvisie. In de Gebiedsvisie wordt o.a. op hoofdlijnen aangegeven welke gebieds- en locatieontwikkelingen mogelijk zijn onder welke randvoorwaarden, op basis waarvan de markt wordt uitgenodigd om met voorstellen te komen. Ook wordt in de Gebiedsvisie aangegeven voor welke gebieden de gemeente voornemens is om een Gebiedsprogramma op te stellen. Een Gebiedsprogramma heeft de status van een Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Een Omgevingsprogramma kan thematisch of gebiedsgericht zijn. Het is wettelijk bepaald dat een Omgevingsprogramma wordt vastgesteld door het college (artikel 3.4 Omgevingswet). Het Gebiedsprogramma bestaat uit twee delen: een ontwikkelvisie en een ontwikkelstrategie. Een Gebiedsprogramma wordt opgesteld als de gebiedsontwikkeling bijdraagt aan stedelijke en regionale opgaven, als er sprake is van complexe conflicterende ruimteclaims of/en wanneer de gestelde doelen en maatregelen zonder financiën en ontwikkelstrategie Gebiedsprogramma niet te verwezenlijken zijn. De ontwikkelvisie geeft inzicht in het toekomstperspectief en concretiseert de programmatische ambities, de te versterken bestaande kwaliteiten en de te ontwikkelen nieuwe kwaliteiten.

Het doet uitspraken over de hoofdstructuur van de openbare ruimte, inclusief de ondergrond en bodem (raamwerk) in samenhang met de programmatische invulling van het totale gebied. Dit vindt plaats op basis van de Omgevingsvisie (en betreffende Gebiedsvisie(s)). Het opstellen van de ontwikkelvisie binnen het Gebiedsprogramma is veelal gekoppeld aan een Plan MER. De ontwikkelstrategie is het uitvoeringsdeel van het Gebiedsprogramma. Het bevat een voorstel voor globale ontwikkelstappen, en daaraan gekoppelde investeringen en strategie voor de benodigde dekking voor lange termijn kosten en afhankelijkheden. Daarbij wordt ingegaan op kostenverhaal, juridisch-planologische borging van voorgestelde ontwikkelingen en een monitoring en evaluatieplan of -strategie.

Fase 3: Ontwerp

Stedenbouwkundig plan (college B&W)

In een Stedenbouwkundig plan worden voor een deelgebied de ruimtelijke en programmatische kaders uit het Gebiedsprogramma

7/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Beeldkwaliteitsplan bij stedenbouwkundig plan (raad)

Buitenruimteplan incl. ondergrond (college B&W)

Fase 4: Realisatie

Bouwenvelop (college B&W)

geconcretiseerd. Het bevat concrete randvoorwaarden om een deelgebied te kunnen ontwikkelen. Deze gaan in op ruimtelijke en programmatische aspecten, maar ook op zaken als capaciteit ondergrondse infrastructuur, duurzaamheid, mobiliteit, etc. Tevens wordt in een dergelijk plan ingegaan op uitvoeringsaspecten. Het Stedenbouwkundig plan kan als input dienen voor een gebiedsgerichte wijziging van het Omgevingsplan. Een Beeldkwaliteitsplan (BKP) gaat in op de beoogde stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kwaliteit van een deelgebied. Het vormt de uitwerking van eventuele algemene architectonische uitgangspunten die in het Gebiedsprogramma zijn opgenomen. BKP’s zijn specifieker van karakter dan de Welstandsnota, gekoppeld aan de specifieke kwaliteiten en ambities voor het betreffende deelgebied. Het Buitenruimteplan legt de ambities voor gebruik en materialisering van de openbare ruimte, inclusief ondergrondse infra en technische kunstwerken, vast en brengt kosten, aanleg en beheer in beeld, Ook dit vormt een uitwerking van de meer algemene kaders die hierover in het Gebiedsprogramma zijn opgenomen. Een Bouwenvelop is een door de gemeente opgesteld document, gericht op het concretiseren van de kaders voor locatie-ontwikkeling. De Bouwenvelop vervangt de producten Planuitwerkingskader (PUK) en de Nota van Uitgangspunten (NvU).

De NvU gold voor kavels waarbij sprake was van inzet van gemeentelijke grond. De Bouwenvelop is meer compact dan de huidige PUK’s en NvU’s, door meer te verwijzen naar eerder vastgestelde kaders zoals een Gebiedsvisie en/of een Gebiedsprogramma. Meestal gaat het om het mogelijk maken van activiteiten die wel gewenst zijn (passend in de Omgevingsvisie/Gebiedsvisie) maar afwijken van het Omgevingsplan (buitenplanse activiteit). Ook kan soms een Bouwenvelop nodig zijn voor een binnenplanse activiteit als uitwerking van regels uit het Omgevingsplan. Een Bouwenvelop geeft inzicht in de programmatische, ruimtelijke, juridische en financiële regels voor de betreffende locatieontwikkeling. Een Bouwenvelop wordt opgesteld binnen kaders van een Gebiedsvisie en/of Gebiedsprogramma. De Bouwenvelop wordt door het college van B&W vastgesteld. Indien de Bouwenvelop een buitenplanse activiteit mogelijk maakt, in een gebied waarvoor geen structuurvisie of Gebiedsvisie is vastgesteld, is instemming van de raad nodig voor vaststelling van de Bouwenvelop. In dat geval maakt deze raadsinstemming een bindend advies van de raad bij een BOPA-procedure binnen deze Bouwenvelop overbodig.

Financiële besluiten gekoppeld aan gewenste ontwikkelingen op basis van de Bouwenvelop, zoals over de ontwikkeling benodigde

8/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Gebiedsgerichte wijziging Omgevingsplan (raad)

Omgevingsvergunning (college B&W)

gemeentelijke investeringen en/of GREX, worden separaat van de Bouwenvelop genomen. Complexe gebiedsontwikkelingen vragen om een gebiedsgerichte wijziging van het Omgevingsplan. Dat zal meestal gebeuren vanuit het Stedenbouwkundig plan of een Bouwenvelop. Het is echter ook mogelijk dat vanuit een Gebiedsprogramma het Omgevingsplan gebiedsgericht wordt gewijzigd, denk bijvoorbeeld aan de Binckhorst. Met een omgevingsvergunning wordt toestemming verleend voor het uitvoeren van activiteiten in de fysieke leefomgeving, op basis van een zorgvuldig afwegingsproces gebruikmakend van vastgestelde kaders.

9/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Werken onder de omgevingswet uitgebreide toelichting De beleidscyclus Met de Omgevingswet is een nieuwe beleidscyclus geïntroduceerd. Deze introductie betreft een stelselwijziging waarin de gemeente meer mogelijkheden krijgt om in een samenhangend stelsel regie te nemen op het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. De beleidscyclus bestaat uit vier beleidsfasen. Binnen deze beleidsfasen komen ook vier van de kerninstrumenten van de Omgevingswet voor. Deze instrumenten vormen de basis van de wet. Ze geven richting en samenhang in de ontwikkeling en het beheer van de stad. De gemeente heeft een participatieverplichting bij vaststelling van de kerninstrumenten Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma's en het Omgevingsplan (omgevingsbesluit art. 10.2, 10.7 en 10.8). Zo heeft de gemeente de mogelijkheid om samen met de stad en andere overheden, richting te geven aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. De toepassing van de kerninstrumenten wordt hieronder verder toegelicht.

a.

Omgevingsvisie

Met de Omgevingsvisie geeft de gemeenteraad weer wat de kernkwaliteiten, ambities en kaders zijn voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Het is hét strategische omgevingsbeleid van de gemeente. Centraal staat het beschrijven van integrale doelen voor de fysieke leefomgeving, met een focus op de lange termijn (artikel 3.2 Omgevingswet). De Omgevingsvisie is zelfbindend en de beschreven doelen en ambities leveren input aan de totstandkoming van de andere kerninstrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is verplicht gesteld voor gemeentes door de wetgever. De Omgevingsvisie vervangt diverse andere visies en agenda’s. Denk hierbij o.a. aan de Structuurvisie Wereldstad aan Zee, Agenda Ruimte voor de Stad en de Haagse Nota Mobiliteit. Het vaststellen van deze beleidskaders was in het verleden de bevoegdheid van de gemeenteraad. Met de Omgevingsvisie als kerninstrument blijft de gemeenteraad verantwoordelijk voor vaststelling. Op het gebied van bevoegdheden wijzigt er dus niets.

10/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Gebiedsvisie De zogenaamde Gebiedsvisies worden onderdeel van de Omgevingsvisie. Een Gebiedsvisie vormt (straks) een gebiedsgerichte concretisering van de Omgevingsvisie per stadsdeel. Een Gebiedsvisie wordt door de raad vastgesteld als een partiële herziening van de Omgevingsvisie en zal daardoor deel gaan uitmaken van de Omgevingsvisie. De betekenis van nieuwe Gebiedsvisies onder de Omgevingswet wordt daarmee anders dan van bestaande Gebiedsvisies omdat ze dezelfde wettelijke status krijgen als de Omgevingsvisie. Een Gebiedsvisie komt tot stand uit onderzoeken en verkenningen, waarbij stedelijke opgaven uit de Omgevingsvisie gerelateerd worden aan lokale ontwikkelingen en behoeften. Het werken met Gebiedsvisies heeft als doel een ruimtelijk-programmatisch beleidskader te bieden voor alle delen van de stad als onderdeel van de Omgevingsvisie. Ook geeft de Gebiedsvisie duidelijkheid over de te behouden en te versterken kwaliteiten voor de verschillende delen in het gebied. De Gebiedsvisie vormt daarmee ook een (beleids)kader waaraan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden getoetst.

Inhoudelijk geeft de Gebiedsvisie minimaal antwoord op de volgende vragen: Waar staan we nu? (Huidige situatie) Wat zijn de kansen en uitdagingen? (Trends en ontwikkelingen) Waar willen we naartoe? (Ruimtelijk-programmatisch kader gekoppeld aan doelstellingen ruimtelijk, sociaal, economisch en milieu/gezondheid) Hoe komen we daar? (sturingsfilosofie, welke locatie- en gebiedsontwikkelingen zijn nodig, voor welke gebieden is een Gebiedsprogramma nodig) De gebiedsafbakening van Gebiedsvisies sluit aan op de stadsdelen. Dat betekent dat er op termijn circa acht Gebiedsvisies komen die het hele gemeentelijke grondgebied bedekken.

Voorstel Gebiedsvisies laten aansluiten op indeling stadsdelen.

11/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

b.

Omgevingsprogramma’s

Een Omgevingsprogramma is een nieuw (vormvrij) kerninstrument. Dit instrument geeft aan hoe aan de ambities in de Omgevingsvisie worden behaald en is dus een uitwerking van de Omgevingsvisie (artikel 3.5 Omgevingswet). De 'bewegingen’ geven in de Omgevingsvisie de koers aan die we als gemeente nemen om de ambities te behalen. De uitwerking hiervan vindt plaats in de Omgevingsprogramma's. Een dergelijke uitwerking kan zijn op thema (bijvoorbeeld volkshuisvesting, mobiliteit of milieu), op gebied (bijvoorbeeld de Binckhorst). Een programma wordt opgesteld met betrokkenheid van de stad. In de Omgevingswet is vastgelegd (artikel 3.4 Omgevingswet) dat het vaststellen van een Omgevingsprogramma behoort tot de bevoegdheden van het college. Een Omgevingsprogramma is 'zelf-bindend', het bindt het college aan de maatregelen in het programma. De gemeenteraad heeft hierop een monitorende rol. Zodra bepaalde investeringen binnen het programma nodig zijn die buiten het toegewezen budget vallen, zal dit ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad. Thematische programma’s Bij het benoemen van thema’s voor uitwerking in een Omgevingsprogramma is het zaak om de integrale afweging van en de samenhang tussen verschillende beleidsvelden zo vroeg mogelijk duidelijk te maken.

We streven naar een beperkt aantal programma’s, zodat zoveel mogelijk gestuurd kan worden op brede en samenhangende onderwerpen. Hiervoor moeten we met elkaar de nodige praktijkervaring opdoen. De Omgevingswet maakt onderscheid in verplichte en vrijwillige programma’s. Het Actieplan Geluid is bijvoorbeeld een verplicht programma voor het Rijk (artikel 3.9 Omgevingswet), de provincies (artikel 3.8 Omgevingswet) en een aantal gemeenten (artikel 3.6 Omgevingswet). Op dit moment zijn er twee thematische Omgevingsprogramma’s in voorbereiding welke in de nabije toekomst (mogelijk) verplicht worden: een Volkshuisvestingsprogramma en een Warmteprogramma. Gebiedsprogramma Gebiedsprogramma’s worden alleen ontwikkeld voor gebieden waar de gemeente regie wil voeren op een gebiedsontwikkeling. Het schaalniveau van Gebiedsprogramma’s is lager (kleiner gebied) dan het schaalniveau van een Gebiedsvisie nieuwe stijl (Gebiedsvisie als onderdeel van Omgevingsvisie) die gaat gelden voor een heel stadsdeel. In de Gebiedsvisie worden de ambities en sturingsfilosofie uitgewerkt. In het Gebiedsprogramma wordt een concrete ontwikkelvisie en-strategie vastgelegd en uitgewerkt. Als Omgevingsprogramma moet het dus ook voldoen aan de voorwaarden die daarvoor gelden, zoals een mer, participatie en de ontsluiting in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Het Gebiedsprogramma krijgt na vaststelling de status als programma onder de Omgevingswet. c.

Omgevingsplan

In het Omgevingsplan zijn de algemene juridische en planologische regels te vinden. Elke gemeente heeft uiteindelijk één integraal Omgevingsplan. Het Omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen, verordeningen in het fysiek domein en sommige landelijke regels (bruidsschat) en bevat alle regels die de gemeenteraad aan en over de fysieke leefomgeving wil stellen. Er geldt nu een tijdelijk Omgevingsplan dat bestaat uit het overzicht van regels uit deze bestemmingsplannen, regels en verordeningen, aangevuld met 'de bruidsschat’ (regels van waterschap, provincie en Rijk). De komende jaren wijzigt het Omgevingsplan stapsgewijs van een tijdelijk kader tot een definitief Omgevingsplan. Vergeleken met de vroegere bestemmingsplannen krijgt het Omgevingsplan een breder en meer integraal karakter met meer aandacht voor leefbaarheid en omgevingskwaliteit. Dit maakt het Omgevingsplan tot het centrale juridische instrument van de gemeente.

12/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Er is een sterke relatie tussen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De Omgevingsvisie doet richtinggevende uitspraken, die via programma’s en beleid vertaald worden naar regels in het Omgevingsplan. De Omgevingsvisie heeft daarmee een onderbouwende functie voor die regels, inclusief de reikwijdte of diepgang. Het vaststellen van het Omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. Onder voorgaande wetgeving was de raad bevoegd tot het vaststellen van het bestemmingsplan. Er hebben dus geen bevoegdheidswijzigingen plaatsgevonden onder de nieuwe regelgeving. Wel kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het Omgevingsplan delegeren aan het college. Hierover heeft besluitvorming plaatsgevonden (RIS316028). d.

Omgevingsvergunning

Met een omgevingsvergunning kan toestemming worden verleend voor het uitvoeren van activiteiten die afwijken van het Omgevingsplan, een zogenaamde omgevingsvergunning voor een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het college is bevoegd gezag voor het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning. Dit was ook het geval in de oude situatie. De zogenaamde ‘verklaring van geen bedenkingen’ is onder de Omgevingswet vervallen en hier is het ‘bindend advies’ voor in de plaats gekomen. Dit zijn vaak complexe initiatieven die impact hebben op het publieke domein en waarop bedenkingen uit de stad worden verwacht (artikel 16.15b Omgevingswet). Dit advies geldt dan als bindend voor het college. Dit is een andere situatie dan voorheen. Waar vroeger de raad een buitenplanse afwijking automatisch onder ogen kreeg moet onder de Omgevingswet de raad van tevoren zelf vaststellen over welke gevallen zij bindend advies wil geven om af te mogen wijken van het Omgevingsplan. Alleen die zaken belanden op de agenda. Hierover heeft uw raad in 2023 een besluit genomen (RIS313814 'lijst voor gevallen van bindend advies en waarvoor verplichte participatie geldt). Cyclus

Instrument

Beleidsontwikkeling Omgevingsvisie

Inhoud Ambitie

Bevoegdheid Eerder Nu Raad Raad

Beleidsdoorwerking Omgevingsprogramma Maatregelen -

College

Beleidsdoorwerking Omgevingsplan

Regelgeving Raad

Raad

Uitvoering Uitvoering

Uitvoering Uitvoering

Vergunning Vergunning bindend advies

College College Raad College1

Overige wijzigingen Participatie Bij de vaststellen van de Omgevingsvisie, de programma's en het Omgevingsplan is participatie door de gemeente verplicht. Dit geldt ook voor het stedenbouwkundig plan, buitenruimteplan incl. ondergrond beeldkwaliteitsplan en de Bouwenvelop. De raad heeft activiteiten aangewezen waarin participatie van en overleg met derden een aanvraagverplichting is en een rol speelt bij de afweging tot het verlenen van een omgevingsvergunning (het 4e kerninstrument).

1

Bevoegdheid college maar pas na bindend advies door raad, of instemming kaders voor ontwikkeling (Bouwenvelop) door raad

13/14

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10950119

Bij alle activiteiten die afwijken van het Omgevingsplan (en waar het college bevoegd gezag van is) is participatie een aanvraagvoorwaarde. Hierover heeft besluitvorming plaatsgevonden (RIS313814). Daarnaast monitort de raad het participatieproces van de gemeente (RIS319848). Onteigeningsbeschikking Met de invoering van de Omgevingswet is de onteigeningprocedure op diverse punten (ingrijpend) gewijzigd. Een van de wijzigingen betreft het onteigeningsbesluit. De raad verzoekt niet langer aan de Kroon om een onteigeningsbesluit te nemen, maar de raad moet zelf een onteigeningsbeschikking geven. Welstandsbeleid Onder de Omgevingswet loopt het welstandstoezicht via het Omgevingsplan. Als de regels in het Omgevingsplan extra uitleg behoeven dan moet de gemeenteraad aanvullende beleidsregels vaststellen. De raad heeft dit gedaan met de Welstandsnota Den Haag 2017 welke van rechtswege is opgegaan in het Omgevingsplan. De herziening (Nota Omgevingskwaliteit Den Haag 2025, RIS322655) heeft van 8 maart tot en met 18 april 2025 ter inzage gelegen en zal 2e helft van 2025 ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag Sinds 1 januari 2024 is de Welstands- en Monumentencommissie vervallen. De raad heeft onder de Omgevingswet de bevoegdheid om een gemeentelijke adviescommissie in te stellen (artikel 17.9 Omgevingswet).

Hierover heeft uw raad in 2023 een besluit genomen (RIS316665). Voorbereidingsbesluit De raad heeft de bevoegdheid om een voorbereidingsbesluit te nemen. Met een voorbereidingsbesluit voorkomt de overheid activiteiten die in strijd zijn met nieuwe regels die in voorbereiding zijn. Het voorbereidingsbesluit wijzigt dus het Omgevingsplan met voorbeschermingsregels. De gemeenteraad kan zijn bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluiten delegeren aan het college. Deze mogelijkheid bestond onder de Wet Ruimtelijke Ordening nog niet. Voorkeursrecht Onder de oude regelgeving Wet Voorkeursrecht gemeenten kon het college een gevestigd voorkeursrecht intrekken. Onder de Omgevingswet is deze bevoegdheid gegeven aan het bestuursorgaan dat het voorkeursrecht gevestigd heeft. Bij intrekking betekent dit dat de raad het voorkeursrecht moet intrekken als de raad deze zelf gevestigd heeft. Het college kan bevoegd worden gemaakt om voorkeursrechten in te trekken via mandaat door het bestuursorgaan dat het recht oorspronkelijk vestigde, zoals de gemeenteraad. Dit vereist een mandaatbesluit met instemming van het college zelf. Was-wordt overzicht Was

Wordt

Agenda ruimte voor de stad

Omgevingsvisie Den Haag 2050

Structuurvisie

Gebiedsvisie (partiële herziening Omgevingsvisie) Gebiedsprogramma

Ontwikkelvisie, Gebiedsvisie (oude stijl), ontwikkelstrategie, ontwikkelkader Herziening bestemmingsplan (Uitgebreide) Wabo-procedure

Gebiedsgerichte wijziging Omgevingsplan BOPA-procedure (Omgevingsvergunning)

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16012730/1